Dostojevski, Misdaad en straf #wijlezenmisdaadenstraf deel 2

Het smult, vind ik. Het is een weergaloos verhaal. De enige reden dat ik deze roman van Dostojevski niet met vijf sterren kan belonen op Goodreads is dat het wel wat lang is. Een vuistdikke roman van 640 pagina’s met een dubbele moord en vervolgens alle verwikkelingen die je maar kan bedenken. Was het tot Raskolnikov beperkt dan waren we in een dun deeltje van pak hem beet 150 pagina’s beland. Nu, met de familie en vrienden erbij, zijn het er dus 640 geworden.

De mannen in het verhaal

Ik realiseerde me bij het lezen van de tweede helft van deze roman dat ik één persoon was vergeten te noemen die wel een belangrijke rol speelt. Dat is Dimitri Prokovjevitsj Razoemichin. Deze jongeman is de enige vriend van Raskolnikov en blijft hem ook steunen. Hij speelt een belangrijke rol in het geheel. Hij is gecharmeerd van Doenja. En dan zijn er nog twee andere mannen die een rol spelen in het leven van Doenja, namelijk Loezjin en Svidrigailov. Doenja is een jonge vrouw die weet wat ze wil en niet over zich heen laat lopen. Het komt tot een heftig woordengevecht tussen haar, Loezjin en Raskolnikov. Het eindigt ermee dat de deftige pompeuze Loezjin de deur wordt uitgezet en het huwelijk niet doorgaat. Een citaat over hem is te mooi om over te slaan: “Zijn zelfingenomenheid en eigendunk grensden aan zelfverheerlijking: als omhooggevallen nulliteit was hij eraan gewend geraakt zichzelf bijna obsessief te bewonderen, zijn intelligentie en zijn capaciteiten hemelhoog aan te slaan en zelfs bij tijd en wijle, als hij zich onbespied wist, met verliefde ogen zijn eigen gezicht in de spiegel te bestuderen.” (p. 352) Loezjin wil een onderdanige bruid, maar dat kan hij met Doenja wel vergeten. Hij keert later in het verhaal nog terug, in een bedenkelijke scène waarin hij Sonja van diefstal beschuldigt.
Arkadi Svidrigailov is niet zo’n lieverdje. Niet alleen heeft hij Doenja in een kwaad daglicht gesteld, hij wordt ook verdacht van een aantal moorden, waaronder die op zijn vrouw. Ik vind zijn personage lastig in dit verhaal. Aan de ene kant kan hij als een vrijgevige heer uit de hoek komen met zijn liefdadigheid voor de kinderen van Marmeladov bijvoorbeeld. Aan de andere kant is hij een en al valsheid. Hij heeft de bekentenis van Raskolnikov tegenover Sonja aangehoord vanuit de naburige kamer en chanteert hem daarmee. Zijn zelfmoord verraste me.

Raskolnikov de moordenaar

Porfiri Petrovitsj, de politieman is slimmer dan Raskolnikov gedacht had. Hij heeft al vrij snel een vermoeden dat de student de dubbele moord heeft gepleegd. Raskolnikov spreekt dat zelfs uit na een langdurige monoloog van Porfiri, Razoemichin is daarbij. Maar de mannen worden onderbroken door Mikola die de moorden op de vrouwen bekent. Dat is een verrassing voor Raskolnikov. Maar het is uitstel, want hij beseft wel degelijk dat als het gesprek met Porfiri iets langer had geduurd, hij zichzelf had uitgeleverd. Het wordt duidelijker voor hem, hij kan er niet aan ontkomen. Sonja raadt wat er gebeurd is. “Er verstreek een gruwzame minuut. Hun ogen zogen zich vast. ‘Kun je het nu nog niet raden?’ Hij vuurde zijn vraag af alsof hij van een toren sprong. ‘N-nee,’ stotterde Sonja heel stilletjes. ‘Kijk dan nog maar eens goed.'” (p. 473) En hij vertelt haar over zijn motivatie “Ik heb gewoon een luis geplet, Sonja, een nutteloos, vies, schadelijk gedrocht.” (p. 480) Later wordt hij filosofisch en vraagt zich af of hij net als iedereen een luis is of toch een mens. Hij is een neuroot, maar hier in zijn verhaal tegen Sonja klinkt hij rationeel, meer dan hij in het hele boek is geweest.

Conclusie

Een boek in zes delen, waarbij het hoogtepunt, de moord, al in het begin wordt beschreven. Alle gebeurtenissen daarna verbinden Raskolnikov met die moorden. Daarbij kan je klagen over de hoeveelheid personages – heb ik gedaan – maar het klikt in elkaar. Het loopt tot het volgende onvermijdelijke hoogtepunt, namelijk zijn bekentenis. Hij ontkomt daar niet aan. Het zorgt voor zijn veroordeling tot acht jaar in een strafkamp in Siberië. Het meest opmerkelijke vind ik wel dat hij veroordeeld en wel in Siberië, geen berouw toont. Sonja is met hem meegegaan en wordt aanbeden door de andere gevangenen. Zij zorgt voor pasteitjes met de Kerst, schrijft brieven voor ze en wordt als moedertje van allen beschouwd. Hij behandelt haar in eerste instantie wreed, maar er volgt een ommekeer. Hij beseft dat hij van haar houdt.
Ik vond het een goed boek, door de vertaling van Hans Boland vlot te lezen. Maar het had wel wat nadelen, want door de hoeveelheid personages, vond ik het vrij lastig lezen. Onthou maar eens wie er op bladzijde 1 is beschreven en op bladzijde 461 nog een keer wordt aangehaald. En dan nog iets: was die epiloog nodig? Het lijkt iets Russisch te wezen, want bij Anna Karenina was er ook zo’n epiloog. Antoinette is zelfs enigszins ontgoocheld door die epiloog. Eerst de theorie van de Übermensch weer, vervolgens de bijna simpele omslag. Wat mij betreft had het boek mogen sluiten met de bekentenis van Raskolnikov en de epiloog mogen overslaan. Maar dat was dan ingegaan tegen de titel van het boek, Misdaad en straf. Ik ga het nog een keer lezen, zonder de druk van aantekeningen maken en een bibliotheekboete in het achterhoofd. Wellicht dat het dan voor mij meer klopt, aangezien ik nu het gevoel heb dat ik dingen gemist heb.

IMG_20190729_205350_026

Het eerste deel van mijn bespreking van Misdaad en straf vind je hier.
Verzamelde werken deel 5: Misdaad en straf / F.M. Dostojevski; vert. Hans Boland. – Amsterdam: Van Oorschot, 2019. (Russische Bibliotheek)
Eerste uitgave 1866
ISBN 978-90-28282223

Deventer Boekenmarkt 2019

De eerste zondag in augustus en de boekenmarkt in Deventer lokt. Vorig jaar lukte het niet omdat ik toen volop in herstelmodus van een operatie was. Dit jaar wilde ik eigenlijk wel graag gaan. Niet omdat ik boeken nodig heb – kijkt met een schuin oog naar een ongelezen stapel – maar omdat de boekenmarkt in Deventer fijn is. Augustus, dus meestal mooi weer, hoewel ik er ook wel eens met regen heb gelopen. En het is een grote markt die zich door half Deventer door slingert. Gespecialiseerde kramen, waaronder heel veel met SF en fantasy, en goed georganiseerd. Het eerste boekje dat ik daar koop is de gids die je voor 2 euro al bij het station kan kopen.

De oogst van de boekenmarkt

Ik ging zonder titels in mijn hoofd de deur uit en kwam met dertien boeken terug, twaalf Engelstalig, één Nederlandstalig.

  • Alistair Maclean, nostalgie uit mijn jeugd, South by Java Head, die ik al in het Nederlands bleek te hebben, en River of Death, eentje die ik niet ken.
  • Mary Stewart, Thornyhold, vaag ging er een belletje rinkelen bij mij. Dat belletje was voor haar Arthurian saga, waarvan ik volgens mij het eerste deel ooit heb gelezen. Dit boek trok me aan vanwege de huiselijke omslag, de inhoud (magie) en het feit dat het boek blijkbaar nooit was open geslagen. Zo mooi was het nog.
  • Laurie R. King, Locked Rooms, had ook een mooie omslag. Wel een beetje jammer dat ik er nu pas achter kom dat het deel 8 is van een serie over Sherlock Holmes en zijn vrouw Mary Russell.
  • Arthur Hailey, Hotel, ook nostalgie. Ik vond het jaren geleden al fascinerend over de dagelijkse gang van zaken in een hotel te lezen. Het is geschreven in 1964, het jaar van mijn geboorte, het boek is gedateerd, ik niet.
  • Brian Callison, A Web of Salvage. Storm! Scheepsramp! Redders aan de horizon!
  • Poul Anderson, Kruistocht in de ruimte. Poul Anderson was in zijn tijd een geweldige SF schrijver. Dit verhaal trok me aan vanwege het tijdreisgehalte. Een 14e eeuwse Engelse ridder gebruikt een plotseling uit de lucht gevallen ruimteschip om de Fransen te verslaan.
  • Marianne de Pierres, Dark Space, helaas wel deel 1 van een serie. Dat probeer ik meestal te vermijden of ik moet meteen meerdere boeken tegenkomen van die serie. Zoals bij de volgende boeken.
  • Kate Jacoby, Exiles Return en Voice of the Demon, deel 1 en 2 van de Books of Elita. De serie bestaat uit vijf delen.
  • J. Gregory Keyes, Newton’s Cannon, A Calculus of Angels, Empire of Unreason. Het zijn de eerste drie delen van de vierdelige serie Age of Unreason. Het alternatieve geschiedenisachtige trok me aan in deze serie.

Dat waren mijn aankopen. Ik heb weer voldoende leesvoer voor de komende tijd. En jullie? Hebben jullie leuke boeken gevonden? Ik hoor het graag.

Recycling: #WOT 2019, deel 31

Boodschappen doen is tegenwoordig een expeditie op zich. Want het begint met verzamelen. De lege flessen gooi ik standaard in mijn fietstas. Die wordt vervolgens verder gevuld met het plastic dat ik gedurende de week verzamel. Dat is veel, plastic om tijdschriften, bakjes van de kwark, emmertjes van tomaten en bessen, het loopt aardig op. Ook neem ik vaak papier mee. Dat wordt namelijk eens in de maand opgehaald en dat vergeet ik dus consequent. Ik heb een zakje lege batterijen liggen en dat ligt er vaak maanden aangezien ik die ook vergeet. Vervolgens vertrek ik naar de winkel en de recycling containers met in mijn tas de herbruikbare zakjes voor groente. Ik heb het er maar druk mee.

Reclycling

Het valt niet meer te ontkennen. We maken een zootje van deze wereld. En we zijn er heel goed in vervolgens niets te doen om de wereld te verbeteren. Maatregelen als statiegeld voor plastic flessen wordt tegengehouden, want kost teveel geld en moeite. Onze kostbare vliegvakanties moeten niet tegen gehouden worden, want het is toch ons goed recht voor een tientje naar Verweggistan te vliegen. Ik volg op Twitter de Zwerfinator, een man die er zijn levenswerk van heeft gemaakt zwerfafval te verzamelen. Het is werkelijk schokkend als je ziet hoeveel zwerfafval de man verzamelt.

Maken we er wat van?

Is het een keuze om niets te doen? Vind ik niet. Terwijl ik dit stukje schrijf zie ik op het nieuws een dam in Engeland die op het punt staat door te breken door extreme regenval. Groenland heeft een hittegolf. Waar het normaal zo’n 10 graden is in de zomer, is het daar nu 20 tot 25 graden, met als gevolg dat het ijs in versneld tempo smelt. Dus ik ga door met plastic, glas en papier meenemen: een betere wereld begint bij jezelf.

recycling

Recycling ~ 1) Hergebruik 2) Herwinning 3) Kringloop 4) Recirculatie 5) Recuperatie 6) Regeneratie 7) Terugwinning van stoffen uit afval

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.
Afbeelding van RitaE via Pixabay

Hitte: #WOT 2019, deel 30

Het was heet. De hitte was niet meer buiten het huis te houden en Dineke sliep niet zo geweldig door de warmte. Met de ventilator erbij was het in haar slaapkamer nog net uit te houden. Maar nu was ze toch wakker geworden. Ze ging maar even wat water drinken. Joris sliep gewoon door. Ze nam het glas mee naar de woonkamer en ging daar even zitten en uit het raam kijken. Er was wel wat raars op straat. Het leek alsof er een vijver was midden op het kruispunt. Ze staarde uit het raam en deed het af als onzin. Ze was gewoon moe. Die hitte hield al een paar dagen aan en ze zag spoken. Ze dronk haar water en stond op om terug naar bed te gaan. Maar ineens liep ze door water. Ze keek er niet eens vreemd van op. Zeker dat glas water niet helemaal leeg gedronken en iets te scheef gehouden. Het klopte alleen niet dat het pad naar de keuken nat was.
“Hee, ben je wakker geworden?” Joris stond bij de ingang van de keuken. Er was iets vreemds. Ze zag zijn voeten niet, die leken onder water te staan. “Joris? Heb je iets laten vallen?”
“Nee, waarom?”
Hij liep naar haar toe, maar leek te krimpen. Toen stond hij voor haar, een kop kleiner dan zij, terwijl hij normaal ruim boven haar uitstak. Ze keek naar zijn benen, hij leek nu tot zijn knieën in het water te staan.
“Ga je mee terug naar bed?” Hij draaide zich om en trok haar mee, maar leek met elke stap meer te krimpen. En het ergste, ze kromp mee. Ze keek naar haar eigen benen die ook in het water leken te staan. Het water was warm. Ze stond stil, maar dat hielp niet. Joris draaide zich om, hij was al twee koppen kleiner dan zij. Hij lachte naar haar en ze zag hem wegzakken in het gesmolten zeil van de keuken. Ze gilde.

Hitte

“Stil maar, haal maar adem.”
Joris zat naast naar in bed en hield zijn arm om haar schouders. Ze zat zwetend rechtop in bed en haalde hijgend adem. Afgrijselijk, ze zag zichzelf nog wegzakken. Ze zette voorzichtig haar benen buiten bed. Geen water. Ze stond op en liep naar de keuken, Joris liep achter haar aan. Geen water en een Joris die boven haar uitstak. Hij was niet weggesmolten door de hitte, het was gewoon een maffe droom. Joris keek haar onderzoekend aan en gaf haar een glas water.
“Even op het balkon, daar zal het nu een stuk koeler zijn dan overdag. Wat was er nou Dineke, je gilde ineens, ik werd er wakker van.”
“Het was de hitte. Ik droomde zo raar, de weg was gesmolten en de woonkamer was aan het smelten en jij was aan het smelten.”
Joris lachte. “Zo makkelijk raak je me niet kwijt hoor!”
Ze keken uit over de tuinen. Het was donker, ze zagen niets maar hoorden ergens twee katten naar elkaar blazen. Joris trok haar tegen zich aan. “Gaan we nog even terug naar bed? Ik heb morgen een lange dag.”
Ze keek hem recht in de ogen. Recht in de ogen? Oh nee. Ze keek naar zijn voeten en zag die al niet meer. Ze begon nu zelf ook te zakken. Ze deed haar ogen dicht.

hitte

Hitte ~ 1) Drift 2) Gloed 3) Grote warmte 4) Heetheid 5) Hevige begeerte 6) Hevige warmte 7) Natuurverschijnsel 8) Onstuimigheid 9) Overmatige warmte 10) Sterke warmte 11) Temperatuur 12) Vuurverschijnsel 13) Warmte 14) Warmtestraling 15) Weersverschijnsel

Afbeelding van Pete Linforth via Pixabay

Dineke en Joris kan je hier ook terugvinden, in het verhaal in 20 delen.
Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Vrolijk: #WOT 2019, deel 29

Ik ben best wel een vrolijk persoontje al zeg ik het zelf. Er zijn van die dagen dat het niet zo lukt, maar dan kan ik het alleen maar met Martha eens zijn. Kom van de bank af en maak er maar wat van. In de basis ben je de enige die er wat van kan maken. En dat doe ik ook. Want ik word vrolijk van gezelschap van vrienden, van leuke dingen doen. Ik word vrolijk van mijn Catan vrienden. Eens in de maand spelen we een middag en een avond de Kolonisten van Catan, vertellen elkaar dat we gaan winnen, kletsen, maken lol, kijken verbaasd als iemand plotseling wint, kijken in verbijstering hoe slecht zo’n spelletje kan gaan. Kortom: lol.

Glee

Ik ben overstag gegaan en heb een abonnement op Netflix genomen. Dat kwam deels omdat ik dit weekend bij een vriendin was geweest die Netflix heeft en daar hebben we diverse afleveringen van Glee gezien, een serie waar we allebei gek op waren en die slecht is behandeld door de Nederlandse tv. Het uitzendschema was niet meer te doorgronden. Glee betekent vrolijk en we worden inderdaad wel heel vrolijk van deze muzikale serie. Ik ben dus nu aan het bingen en heb voorlopig wel even voorraad met zes seizoenen.

Niet zo vrolijk

Vorig jaar was ik niet zo vrolijk. Je kan er veel van maken, maar ik had kanker en maakte me enorm veel zorgen. Het is niet anders, ik moest er doorheen. Operatie, genezingsperiode, na een half jaar weer fulltime aan het werk, in mijn geval 32 uur, en eigenlijk voelde ik me wel goed. Die eerste controle in januari was goed en twee weken geleden mocht ik weer. Darmonderzoek, thoraxfoto en echo van mijn buik. Vandaag – al dagen zenuwachtig – mocht ik de uitslag horen. Helemaal goed, wond prima genezen, niets bijzonders te melden over de biopten die genomen, en verder niets. Gezond verklaard, over een half jaar pas weer een controle. Daar word ik vrolijk van.

Matt

Om het geheel in stijl te eindigen: deze link kreeg ik toegestuurd toen ik een keer op Twitter meldde niet zo vrolijk te zijn. Kon iemand mij opvrolijken? Elke keer als ik kijk, krijg ik een brede grijns op mijn gezicht.

Vrolijk ~ bijvoeglijk naamwoord, bijwoord 1) in een blijde stemming; = opgeruimd: zich vrolijk maken over … bespotten 2) blij makend: vrolijke muziek.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Dostojevski, Misdaad en straf #wijlezenmisdaadenstraf deel 1

Deze bespreking van Misdaad en straf in de nieuwe vertaling van Hans Boland is verdeeld over twee blogs. In dit stuk komen de eerste drie delen aan de orde. Wat opvalt is dat het heel duidelijke delen zijn die elk eindigen met een soort cliffhanger.

Misdaad en straf

Rodion Romanovitsj Raskolnikov is een straatarme student in het Petersburg van de negentiende eeuw. Hij is ervan overtuigd dat hij een bijzonder mens is en denkt daarom zonder wroeging een oude woekeraarster te kunnen vermoorden. Raskolnikov is een tobber eerste klas, een hypochonder, een neuroot, en naarmate het verhaal vordert kan je hem tegen gek aan noemen. Hij is voortdurend bezig met zichzelf en met zijn plannen. Ondertussen tekent Dostojevski een straatbeeld van Petersburg als een typisch negentiende eeuwse stad. “Dan hing er ook nog die specifieke zomerse lucht van bederf waarmee elke Petersburger zonder de financiële middelen voor een zomerhuisje maar al te vertrouwd is.” (p. 8)

Verzamelde werken deel 5: Misdaad en straf / F.M. Dostojevski; vert. Hans Boland. – Amsterdam: Van Oorschot, 2019. (Russische Bibliotheek)
Eerste uitgave 1866
ISBN 978-90-28282223

De vorm

Vooropgesteld: de man kan schrijven. En de vertaling van Hans Boland leest als een trein. Dostojevski blinkt uit in lange, lange monologen. Want eerst is Marmeladov aan de beurt, de man die Raskolnikov in een buurtkroeg tegenkomt. Marmeladov vertelt vooral over de drank, want hij is dronken als hij Raskolnikov tegenkomt. En dat is niet de eerste keer. In een monoloog van zes pagina’s komt van alles aan de orde. Zijn vrouw, zijn kinderen, dochter Sonja uit een eerder huwelijk die zich prostitueert om aan geld voor de straatarme familie te komen. En natuurlijk zijn drankzucht, want Marmeladov neemt zelfs de laatste kopeken uit de handen van Sonja om aan geld voor drank te komen.
Raskolnikov brengt Marmeladov thuis en gaat terug naar zijn kamer, waar hij een brief van zijn moeder krijgt. En mama schrijft, tien pagina’s lang, onder andere over zijn zuster Doenja. Het wordt duidelijk dat Doenja en mama ervoor zorgen dat Raskolnikov geld heeft. Doenja heeft zich verloofd met Pjotr Loezjin, een man van 45, een ambtenaar. Het is duidelijk een verstandshuwelijk, maar mama vraagt Raskolnikov niet te snel en te scherp te oordelen over de man. Dat gebeurt duidelijk wel. Raskolnikov is woedend en weigert akkoord te gaan met dit huwelijk.Hij gaat boos naar buiten en praat in zichzelf – zes bladzijden lang – over dit voorgenomen huwelijk.

Zes delen

Het boek is verdeeld in zes delen, en hier blijkt dat Dostojevski het begrip cliffhanger onder de knie heeft. Ik heb nu vier delen gelezen en deze eindigen allen op een manier die je naar meer doet verlangen. En er wordt zorgvuldig naar toe gewerkt. De moord op Aljona Ivanovna en Lizavjetta is de apotheose van het eerste deel en is iets waar Raskolnikov het hele eerste deel mee bezig is geweest. Ook Antoinette refereert daar naar. Ook ik heb overal citaten gemarkeerd en ook ik sla het meeste over, maar één wil ik hier toch in hebben. “De neerslachtigheid waaronder hij op dit moment gebukt ging dateerde van veel eerder en was alsmaar toegenomen, om uiteindelijk allesoverheersend te worden en zich toe te spitsen op die ene, verschrikkelijke, nietsontziende, krankzinnige vraag die door zijn hoofd en zijn gemoed spookte en niet zou verdwijnen voor hij de oplossing had gevonden.” (p. 56) Hier is de misdaad. Het einde van het tweede deel: de komst van zijn moeder en zijn zuster. Het einde van het derde deel: de komst van Arkadi Ivanovitsj Svidrigailov. Deze man was de werkgever van zijn zus.

Hoe gaat het verder?

De eerste drie delen zijn zo gedetailleerd dat het af en toe moeite kost om alles bij te houden. Wie zijn al die personages, wie zijn de mensen die Raskolnikov tegenkomt? Gaan ze nog een rol spelen in het verdere boek? Want daar ligt wel de moeilijkheidsgraad van dit boek. Hou maar eens bij wie allemaal zijn opwachting maakt. Het volgende blog gaat verschijnen op donderdag 8 augustus 2019.

Misdaad en straf van Dostojevski: #wijlezenmisdaadenstraf

Ik las toevallig in oktober van vorig jaar een artikel in de Groene over de nieuwe vertaling van Hans Boland van Misdaad en straf van Dostojevski. Een nieuwe leesuitdaging! Ik vroeg het op Twitter en er waren wel wat mensen die het wilden lezen. Ondanks mijn leesachterstand – ik ben op de helft van Oorlog en Vrede en kom er niet doorheen – heb ik besloten toch Dostojevski te gaan lezen. Dat heeft ook een heel praktische reden, ik heb het geleend bij de bibliotheek. Het duurde sowieso een maand voor het boek tevoorschijn kwam voor de reservering. Ik loop kans dat ik het binnen drie weken weer mag inleveren voor de volgende nieuwsgierige lezer.

De inhoud

Bij de verschijning van Misdaad en straf (1866) gold Dostojevski in eigen land al twintig jaar als een vooraanstaand schrijver, maar pas met deze roman veroverde hij de wereld. Het is het verhaal van een ‘verdoolde moordenaar’ en een ‘heilige hoer’. Rodion Raskolnikov is een arme student die wordt verblind door het proto-nazistische denkbeeld van de übermensch en daarin de rechtvaardiging vindt voor een roofmoord op een rijk maar akelig oud mens. Zijn ziel wordt gered – althans, dat hoopt de lezer – door Sonja, een Petersburgse kindhoer. Het boek wordt geroemd als een detective met geweldige karakterbeschrijvingen.

Verzamelde werken deel 5: Misdaad en straf / F.M. Dostojevski; vert. Hans Boland. – Amsterdam: Van Oorschot, 2019.
ISBN 978-90-28282223

Tip voor verder lezen: van Hans Boland verschijnt parallel aan deze vertaling Van mensen die geen enge grenzen erkennen: Dostojevski leren lezen. – Pegasus, 2019.

Het schema

Het is best wel een dikke pil van ruim 600 pagina’s, maar toch wil ik het bij twee blogs houden.

  • Deel 1 t/m 3, donderdag 18 juli
  • Deel 4 t/m 6 en de epiloog, donderdag 8 augustus.

Dat valt dan wel in de maand van de Klassieker, volgens Antoinette, maar dat geeft niet, want we smokkelen deze dan gewoon mee. En Dostojevski-liefhebbers, lezen jullie mee?

Theater in romans: Echoes of Grace

Grace Molloy was geliefd in het theater. Ze had een prachtige carrière in het vooruitzicht toen ze zich terugtrok en trouwde met de toneelschrijver Henry Sinclair, een man die dertig jaar ouder was dan zij. Ze overleed bij de geboorte van haar dochter Aurora. Het kleine meisje wordt opgevoed door haar vader en haar nanny Maggie. Ze wonen in een groot huis in Cornwall. Haar vader heeft twee volwassen zoons uit een eerder huwelijk. Haar leven verandert als haar vader hertrouwt met Gloria die uit een eerder huwelijk zoons James en William en dochter Laura heeft. James werpt zich op als beschermer van Aurora. Ze verhuizen naar Londen, waar Aurora naar school gaat en later naar de toneelschool. Ze treedt in de voetsporen van haar moeder. Niet alleen ontpopt ze zich als een geweldige actrice, ze heeft ook een geweldige stem.

Echoes of Grace, Caragh Bell

Caragh Bell, Echoes of Grace. – Baldoyle: Poolbeg Press, 2019.
ISBN 978-1-78199-8045

Wat vond ik ervan?

Ik vond het een aardig boek. De eerste tien hoofdstukken heb ik wel zitten bedenken wat ik nou zo typisch vond aan de schrijfstijl. En dat was uiteindelijk het ontzettend Engelse karakter van het boek. “Blimey” is een woord dat veel gebezigd wordt. Ook gebruikt Bell veel, heel veel dialogen en weinig karakterbeschrijvingen. Wat ik minder vond met dit boek: de vele, vele, vele verwikkelingen. Het is een boek over de dochter van Grace, Aurora, maar ondertussen worden ook de relaties van de andere stiefkinderen erbij betrokken, en niet alleen die, maar ook die van vrienden. Dat maakt het boek niet duidelijker, en trekt voor mij de beoordeling op Goodreads naar 3 in plaats van 4 sterren.
Aurora wordt als kind door James in bescherming genomen en ziet hem als volwassene nog steeds als lievelingsbroer. Maar ook als volwassene vind ik haar kinderlijk en naìef. De romance tussen haar en James zie je natuurlijk van ver aankomen. Het eind zag ik niet aankomen, maar daar mag je het boek zelf voor lezen. Ik verklap er wel over dat ik omstreeks hoofdstuk 20 erover dacht te stoppen met lezen, doorging naar het laatste 48ste hoofdstuk en toen toch besloot door te lezen.

De theaterconnectie

De theaterconnectie loopt over twee generaties actrices. Grace Molloy, de moeder van Aurora, die een prachtige carrière als actrice en zangeres tegemoet gaat en trouwt met de beroemde toneelschrijver Henry Sinclair. Hun dochter Aurora die naar de toneelschool gaat en op jonge leeftijd al een bloeiende toneelcarrière heeft en doorgaat naar de film. Eén van de rollen die haar aangeboden wordt: Scarlet O’Hara in de remake van Gone with the Wind.

Over Caragh Bell

Deze schrijfster van vier boeken heeft geen website en is daarmee een uitzondering in de boekenwereld. De drie boeken die ze voor Echoes of Grace heeft gepubliceerd vormen de trilogie Follow your heart en hebben Lydia en Luca in de hoofdrol. Deze twee vieren hun bruiloft in Echoes of Grace. Een interview met Caragh Bell over haar vierde boek is hier gepubliceerd.

Dit boek heb ik gekregen via de Librarything Early Reviewers.
Meer boeken waarin theater een rol speelt? Kijk op mijn boekenpagina.

Het schrijven van een verhaal: #twentydaystory de bijlage

Het stond in de nieuwsbrief van Martha: doe je mee met een experiment? Zij wilde in twintig dagen een verhaal gaan schrijven. Elke dag schrijft ze tien minuten, na 200 minuten staat er een verhaal, in het Engels. Zij publiceert het op haar Facebookpagina, en daarna op haar nieuwe site. Wilde ik meedoen? Ja, eigenlijk wel, maar niet op mijn Facebook en ook niet in het Engels, maar gewoon in het Nederlands, op mijn eigen site. En wat ik ook wilde maken was het verhaal achter het verhaal, het schrijfproces en daar is deze bijlage voor.

schrijven

Het begin van het verhaal

Je hoofdpersoon wordt midden in de nacht wakker in een kamer en kan het nachtlampje niet vinden. Als hij/zij eindelijk de lichtschakelaar gevonden heeft, ziet hij/zij dat hij/zij in een compleet vreemde kamer is ontwaakt…

De eerste drie dagen

Die nieuwsbrief kreeg ik op 4 juni binnen, en op vijf juni moest de eerste aflevering er staan. De hele dag heb ik daarover zitten nadenken en ik wist al vrij snel dat ik door wilde met de hoofdpersoon uit mijn kerstverhaal, Dineke. Voor de rest wist ik nog helemaal niets. Mijn personage Dineke moest in een situatie terecht komen waardoor ze in een vreemde slaapkamer zou slapen. En dat lukte wel, bovendien wist ik het zo te schrijven dat ze die hele eerste aflevering in die slaapkamer was. Die tweede aflevering wist ik al zo’n beetje toen ik klaar was met die eerste. Die derde, dat leverde al wat problemen op. Er was een nieuw personage bijgekomen, Joris, en wat zouden we die nou eens laten doen? Het einde, daar heb ik me mee op glad ijs gewaagd. Avonturen beleven, ja ja. Je moet nog zeventien afleveringen Molenaar.

Na negen dagen

Ik heb geen ontknopingen, wel een idee waar het verhaal naar toe moet. Want natuurlijk bedoelt iedereen het goed, maar loopt het niet zo goed. Ik heb het nodig gevonden een nieuwe persoon erbij te halen. Of eigenlijk is het niet zo’n nieuw persoon maar is hij al lang bekend. Nog elf dagen puzzelen met dit verhaal. Mijn ervaring is nu dat ik een stukje schrijf en vervolgens even niet weet hoe ik verder moet. Maar gelukkig hoef ik daar pas een dag later weer over na te denken. Het moet ergens eindigen en daar ben ik geloof ik ook al uit. Maar we zullen zien. Nog elf dagen tot de ontknoping.

De les van het verhaal

Was het moeilijk? In zekere zin wel, want wat Martha had aangegeven in het begin, klopte niet helemaal. Zij vertelde namelijk dat je tien minuten moest schrijven en dat was het dan. Wat ze er niet bij vertelde was dat het rond dag vijftien zo’n obsessie werd dat ik er de hele dag over nadacht. Het lukte me meestal ‘s avonds pas te gaan schrijven en dan kostte het inderdaad tien minuten. Maar ja, het denkproces was de hele dag al doorgegaan. Ook zoiets, ik had niet echt nagedacht over een verhaallijn en dat brak me ook een beetje op. Ongeveer op de helft wist ik wel ongeveer waar ik heen wilde, maar op wat voor manier was me op dat moment volslagen onduidelijk. Als ik dit nog een keer doe – op dit moment ga ik daar niet over nadenken – is het handig een verhaallijn te maken. Nu heb ik ook wat losse eindjes laten zitten. Het merkwaardige ervan was dat ik eigenlijk een hoofdstuk te weinig heb. Want op dag 18 heb ik even inspiratieloos over mijn hoofdpersonen, over de “schrijfster” geschreven. Die ruimte had ik later nodig voor die losse eindjes.

Mijn verhaal vind je hier en wordt elke dag bijgewerkt, twintig dagen lang. Ook deze bijlage wordt regelmatig bijgewerkt, maar niet elke dag. De foto is van congerdesign from Pixabay

Een verhaal in twintig dagen #twentydaystory

1.

Een licht gesnurk klonk in de slaapkamer. Dineke was verkouden en daar had ze vooral ‘s nachts last van. En nu werd ze wakker van haar eigen gesnurk. Slaapdronken reikte ze naar de lamp op het nachtkastje, en automatisch wilde ze het licht aandoen. In plaats daarvan klonk een luid gekletter. Er viel iets op de grond, maar wat dan? Ze zat ineens overeind, compleet wakker door het geluid. Het was aardedonker en ze zag niets. Ze zwaaide haar benen uit bed en zette haar voet precies op dat ding wat gevallen was. Vloekend ging ze weer zitten. Waar was dat lampje gebleven? Voorzichtig zette ze haar voeten weer op de grond en wilde naar de deur lopen, maar kwam na een meter een muur tegen waar die niet hoorde te zijn. Ze stond stil. Wat was er in godsnaam aan de hand in haar slaapkamer. Daar, een streepje licht. Ze liep naar het streepje, het was de deur. Ze trok hem open en gaf een enorme gil toen ze de vrouw aan de andere kant zag.

2

“Ja kind, we konden er ook echt niets aan doen hoor. Het gebeurde nou eenmaal zo. Het is altijd gezellig met je, maar dit keer ging het niet helemaal goed met de wijn geloof ik. Eerst werd je een beetje stil, maar je wilde nog wel wijn en vervolgens werd je heel vrolijk. En toen gingen we die nieuwe fles wijn halen en Joris hielp met openmaken en we kwamen terug en je lag met je hoofd op tafel en je was in slaap gevallen.”
Dineke keek duf naar tante Dina en haar buurvrouw. “Ik kan heel goed tegen wijn hoor.”
“Nou, je wordt meestal wel heel vrolijk, en dit keer viel het niet goed”, zei de buurvrouw. Dineke nam een slok van haar koffie en rilde. Ongelooflijk sterk, het lepeltje bleef zowat rechtop staan. Ze begon zich iets te herinneren. De verjaardag van tante Dina en de visite die één voor één weg was gegaan tot alleen zij, de buurvrouw en nog iemand was overgebleven. Joris? Wat had tante Dina nou gezegd? Dat Joris de fles openmaakte? “Tante Dina, wie is Joris?” Ze was op alles voorbereid. “Oh, dat is de buurjongen schat, hij woont hier naast, volgens mij vond hij jou erg leuk. Hij heeft je naar boven gedragen.” Oké, daar was ze niet op voorbereid.

3. Joris

“Dus je ziet, ik ben nooit zo eigenlijk. Het gebeurt me nooit, ik kan best wel tegen een wijntje. Maar gisteravond was zo gezellig en ik heb eigenlijk niet zo goed opgelet en mijn glas was elke keer vol, en ik heb niet zo geteld.”
Dineke ratelde, dat deed ze altijd als ze zenuwachtig was. En ze werd zenuwachtig van de doordringende blik van Joris die tegenover haar zat. Gek, hij was haar gisteravond niet zo opgevallen. Zij had zitten praten met de buurvrouw van tante Dina en hij zat bij tante Dina en was blijkbaar bijzonder grappig, want tante Dina en haar nicht waren allebei aan het gieren van het lachen.
“Want zie je, ik wil eigenlijk niet dat je denkt dat ik altijd zo ben, want zo ben ik niet, echt niet.”
Joris grijnsde en leunde voorover met zijn handen onder zijn kin. Hij was eigenlijk best wel leuk met dat donkere haar en dat halve baardje. Nee! Uitbannen die gedachte. Buurjongen van tante Dina! Hoe oud is ie eigenlijk?
“Het was bijzonder gezellig zie je en dat zit je te kletsen en dan valt gewoon niet op, hoeveel glazen je neemt op zo’n avond. En ik woon hier vlakbij, dus ik was lopend, dus ik had best naar huis gekund.”
Joris grijnsde nog meer, reikte over de tafel en pakte haar hand. “Liefje, je was in slaap gevallen, dat is lastig lopen. Ik ben blij dat ik je heb kunnen helpen.”
“Maar…” Hij stak zijn hand op, “nee, niet meer praten.” Dineke staarde hem aan. Hij schraapte zijn keel. “Zullen we een avontuur gaan beleven?”

verhaal

4.

Er klonk getsjilp in de slaapkamer, de wekker ging af. Een arm kwam onder het dekbed vandaan en drukte het knopje naar beneden. Het tsjilpen stopte. Dineke draaide zich op haar rug en rekte zich uit. Ze kwam overeind en geeuwde. Oké, meteen het bed uit, niet snoozen. Slaperig liep ze naar de andere kamer en trok wat kleren uit de kast. Terug in de slaapkamer kleedde ze zich aan, vervolgens liep ze naar de keuken en maakte ze haar ontbijt klaar. In de woonkamer deed ze de tv aan en keek naar het nieuws. Na haar koffie deed ze haar schoenen en jas aan, pakte de accu van haar elektrische fiets en ging ze haar fiets halen. Het was mooi weer om te fietsen, geen regen en weinig wind. Op haar werk aangekomen liep ze eerst naar het restaurant en haalde ze koffie en een theeglas. Bij haar bureau aangekomen haalde ze haar laptop uit de kast en sloot hem aan. Ze dronk haar koffie op terwijl het ding opstartte. Hmm, veel reclame in haar e-mail, die eerst maar eruit, vervolgens keek ze naar de vragen, een paar van die vragen zouden haar het grootste deel van de ochtend kosten. Ze geeuwde hartgrondig. “Dineke?”
Ze klikte op de volgende e-mail.
“Joehoe Dineke?”
Ze keek op, recht in het gezicht van Joris.
“Gaan we een avontuur beleven?”

5.

“Joris, ik ben niet van het avontuur.”
Ze waren naar buiten gegaan, naar het terras om de hoek, naar zeggen van Dineke om “wakker” te worden. Ze had er maar van gemaakt dat ze slaperig was, maar ze was even bevangen geweest door wat ze wilde. Avontuur, nee toch, gewoon dagelijkse routine, slapen, ontbijten, werken, naar huis, eten, tv bingen en de volgende dag hetzelfde rijtje.
Joris grijnsde: “Wijntje? Wijntje.”
Voor ze kon protesteren had hij de bestelling al doorgegeven. Dineke staarde hem aan met wantrouwige ogen.
“Oh kom Dineke, ik doe je niets. Het is alleen… Tante Dina vertelde dat je niet zoveel leuke dingen doet. Dat jouw idee van een spannende avond het lezen van een spannend boek is. En toen ik je zag gisteravond, zei ik tegen tante Dina dat je volgens mij best wel in was voor een avontuur. Iets leuks doen Dineke, iets wat niet tot je dagelijkse routine hoort.”
Ze staarde nog steeds naar hem. “Daar ben ik tevreden mee. En daar moet jij je niet mee bemoeien.”
“Dineke, gewoon één ding wat je nooit en te nimmer zou doen, één ding maar, niets gevaarlijks, gewoon iets leuks waarvan je voluit gaat lachen, waarvan je dubbel ligt.” Joris keek naar haar met die donkere hondenogen. Nee! Buurjongen! Ze zuchtte en liet haar hoofd in haar handen zakken en dacht erover na. Ze draaide naar hem toe, “Als ik dit doe, ben ik dan van je af?”
“Als jij dat wilt wel”, zei hij.
“Niet zo zelfverzekerd mannetje, ik ben van je af, klaar.”
“Als je dat wilt”, en hij grijnsde weer. Tandpastagrijns! Alarm!
Gelukkig kwam op dat moment het meisje met de wijn.

6. Afspreken

7.

Dineke was bijna vergeten dat Joris zou komen. Bijna kon ze wegzakken in dat gelukzalige gevoel van helemaal niets. Maar Joris stond met tandpastagrijns en al voor de deur toen ze thuis kwam om kwart over zes.
“Je bent te vroeg”, zei ze snibbig.
“Ik ben graag op tijd”, zei hij vrolijk, “kan ik je helpen?” Hij nam de fietsaccu over en ze liepen met zijn tweeën naar boven. Binnen liep ze meteen door naar de keuken. Het menu was makkelijk aangezien ze pasta wilde maken, ze verdubbelde gewoon alle hoeveelheden. Drie kwartier later zaten ze aan tafel. Joris had zich niet met het eten bemoeid, ze had hem vierkant de keuken uitgezet.
Toen ze klaar waren bracht Joris alles naar de keuken en spoelde de borden af, Dineke zette ondertussen koffie.
“Dineke, mag ik je wat vragen?” Wantrouwend keek ze hem aan. Onder het eten hadden ze het over koetjes en kalfjes gehad. En ze was op alles voorbereid, eigenlijk al vanaf die eerste dag toen ze van tante Dina had gehoord dat hij haar naar boven had gedragen. Ze knikte, wat aarzelend.
“Wat is jouw definitie van avontuur?”
Oké, niet op voorbereid.

8.

Ze was er ook niet blij mee. Als Joris haar beter had gekend, was hij gewaarschuwd geweest door haar half gesloten ogen en de tanden die op haar onderlip stonden. ‘Not amused’ was wel het minste. Dineke stond op en Joris keek verbaasd hoe ze het eerste deel van de dikke Van Dale van haar kast haalde.
“Avontuur = iets ongewoons, onverwachts, zonderlings dat iemand overkomt. Of: op goed geluk, zonder bepaalde bestemming. Of: riskante onderneming. De rest komt niet in aanmerking. Avonturier = iemand die op avonturen uitgaat, vroeger vooral van rondzwervende krijgslieden gebezigd. Of: een Joris die door een tante Dina op een Dineke wordt afgeschoven! En Joris? Wat is het?” Ze was steeds harder gaan praten. Ze was nu echt gewoon zwaar geïrriteerd. Joris keek schaapachtig. “Sorry, tante Dina heeft er wel wat mee te maken, maar die wilde gewoon dat jij leuke dingen zou kunnen doen.”
Ze snoof. “En waarom zou ik in mijn eentje geen leuke dingen kunnen doen? Waar is dat waandenkbeeld bij haar ontstaan dat ik zielig ben? Zij doet ook allerlei dingen in haar eentje, waarom kan ik dat ineens niet meer?” Het begon haar ineens te dagen en ze ging langzamer spreken. Ze keek Joris zo vuil aan dat hij automatisch terugweek. “Ze wil ons koppelen! Tante Dina wil ons koppelen en jij werkt daar aan mee!”
Joris was nog nooit zo snel naar buiten gezet als op deze avond.

9.

“Je zal het haar toch moeten vertellen, Joris staat nu in een heel verkeerd daglicht.” Tante Dina was een beetje geïrriteerd. Ze was al niet zo blij geweest met het plan. En zoals het nu liep, was het volgens haar een mislukking. Joris zat een beetje sip naast haar. “Ze heeft me er gewoon uitgezet. Ik had echt geen woord meer in te brengen. Ze had het ineens door. Normaal vind ik dat wel leuk, vrouwen die weten wat ze willen, nu kwam het een beetje slecht uit.”
“Had gewoon doorgezet.” De derde persoon aan tafel was ook geïrriteerd. “Nou, dan ken je Dineke slecht. Hier was geen doorzetten aan. Hier was het heel gepast om op te hoepelen.”
Met zijn drieën zaten ze rond de tafel. Tante Dina had voor eten gezorgd, maar het had ze geen van drieën echt gesmaakt. Ze zaten in over Dineke. Die had nog een serie berichtjes naar Joris gestuurd, waaruit bleek dat hij het avontuur wel kon vergeten. Tante Dina had één lang bericht gekregen, Samenvatting: Dineke was niet blij. Tante Dina had een bericht terug gestuurd dat ze geen kwaad had willen doen en het echt goed meende, maar had geen antwoord gehad.
“Wat past nu nog?” zei ze tegen de mannen.
“Stella wist het wel, zei ze. Je moet gewoon om vergeving vragen.” Joris en tante Dina keken naar de derde persoon aan tafel. “En wie moet dat doen?” vroeg tante Dina lief en vinnig tegelijk.
“Dat wist Stella ook, ik dus.” Hij zuchtte. “En ik geloof dat ik dat morgenavond maar meteen ga doen.”
De volgende avond stond een man met een enorme bos bloemen voor Dinekes deur. Dineke deed open. Eerst zag ze alleen maar bloemen, vervolgens kwam haar broer Edwin daar achter vandaan. “Dineke, wil je me vergeven? Het is allemaal mijn schuld. Joris leek me heel leuk voor je.”
Ze keek hem lang aan en deed vervolgens heel rustig de deur voor zijn neus dicht.

10. Stella

De volgende avond zat Dineke sip naar een saaie vechtfilm te kijken. Ze amuseerde zich meestal wel met dit soort films, maar deze kon haar niet bekoren. De bel ging, ze zuchtte en pauzeerde de film.
“Verrassing!”
Dat was het zeker, schoonzus Stella stond voor de deur, met een fles wijn.
“Mag ik binnenkomen?”
Dineke zuchtte en ging opzij. Stella liep meteen door naar de woonkamer.
“Waar heb je wijnglazen Dineke?”
Dineke pakte wijnglazen. Stella schonk twee glazen in.
“Ik ben met de auto, dus ik hou het bij één glas. Jij mag je bezuipen, dat heb je wel verdiend na dat domme gedoe van Edwin.”
Dineke zuchtte.
“Lieverd, ga je nog wat zeggen?”
Dineke keek Stella aan. “Waarom zou ik?”
“Spui maar. Vertel wat je ervan vindt. Ik kan je zeggen wat ik ervan vind, maar ik heb die slimmeriken niet tegen kunnen houden. Dat maakt mij ook enigszins schuldig.”
Dineke nam een slok wijn. “Weet je dat je met een sukkel getrouwd bent? Mijn broer blijft denken dat ik zielig ben omdat ik geen relatie heb. Waarom denken mensen met relaties altijd dat je niet gelukkig kan zijn als je geen relatie hebt?”
Stella keek haar aan. “Omdat hij gelukkig is en niet ziet dat jij gelukkig bent op jouw manier.”
“En het ergste is dat ik Joris eigenlijk wel leuk vind, maar dit gedoe? Hij is ook een sukkel. En tante Dina wil ik geen sukkel noemen, maar heeft wel mee gewerkt met dit sukkelige gedoe. En wat moet ik nou doen?”
Stella nam een slok wijn en glimlachte. “Ik heb wel een idee.”

11. Afspreken (2)

12. Tante Dina en Joris

“Nee, Edwin, je mag je zus niet bellen!”
Tante Dina zuchtte geërgerd.
“Daarom niet! Ze heeft je gezegd dat je haar met rust moet laten. Dat zij wel belt als ze de behoefte heeft je weer te spreken en je te vergeven.”
Ze luisterde ongeduldig naar Edwin en gebaarde naar Joris die haar koffiemok omhoog hield. Ja, ze wilde nog wel. Joris liep naar de keuken voor koffie en tante Dina luisterde met een half oor naar Edwin die zichzelf erg zielig vond.
“Nee, schat, ik heb ook niets van haar gehoord. Wat zeg je? Joris? Weet ik niet, hij is hier, ik zal het even vragen.”
Ze hield haar hand voor de telefoon. “Joris, heb jij iets gehoord van Dineke?”
Hij schudde ijverig van nee en kleurde langzaam dieprood.
“Edwin, kalmeer nou. Nee, Joris heeft ook niets van haar gehoord. Je zegt toch dat Stella wel met haar heeft gesproken? Wat zegt die? Die wil niets zeggen? Alleen maar dat ze gelijk had? Nou, ze had ook gelijk. We zijn bemoeizuchtige idioten die dit nooit hadden moeten doen. Waarom ik dat zeg? Omdat het zo is. Dit is de 21ste eeuw, een meisje mag zelf bepalen wat ze met haar leven doet. Je gaat toch bellen? Ga je gang, ze neemt toch niet op als ze je nummer herkent, je staat nu waarschijnlijk onder sukkel in haar contactenlijst.”
Ze verbrak de verbinding en legde de telefoon neer. Ze keek Joris nadenkend aan. Hij was wat lichter rood geworden, maar had nog steeds een heftige blos.
“Charmant Joris, zo’n blos, vertel eens?”

13. Edwin en Stella

“Sukkel?” Edwin legde zijn telefoon neer. Stella keek op. “Sukkel? Waar heb je het over?”
Edwin keek haar verongelijkt aan. “Tante Dina zegt dat ik waarschijnlijk onder sukkel in Dinekes contactenlijst sta.”
Stella lachte voluit. “Daar kan ze wel eens gelijk in hebben.”
“En Joris had ook niets gehoord. Ik had gedacht dat ze met Joris nog wel contact op zou nemen. Volgens tante Dina vond Dineke hem leuk. Ik maak me echt wel een beetje zorgen over haar. Tante Dina kan wel zeggen dat ze zelf mag bepalen met haar leven doet, maar ik ben haar broer en zo ongeveer haar enige familielid. Een beetje bemoeizuchtig mag ik toch wel zijn. Ik gun haar geluk, net zoals ik geluk ken.”
Hoopvol keek Edwin naar Stella die niet eens opkeek van haar e-reader en “slijmbal” tegen hem zei.
“Maar als mijn lieve vrouw nou zou bellen en nog een keer met haar zou praten en haar zou vragen of ze met mij wil praten?” Edwin zat met een brede grijns op de bank. Hij kende zijn vrouw wel een beetje. Maar dit keer viel het tegen. Stella keek op en zei, “gebeurt niet. Je wacht maar af. Heb je verdiend mannetje.”
De grijns ging van zijn gezicht af. “Waar moet ik dan op wachten?”
Nu was het Stella’s beurt om te grijnzen. “Op de uitwerking van het fantastische plan dat ik samen met Dineke heb verzonnen. Waar jij niets van mag weten tot je er mee wordt geconfronteerd.”

14.

Fluitend trok Joris zijn fiets uit zijn fietsenhok. Fluitend klom hij erop en fietste hij richting Kijkduin. Vandaag ging het toch gebeuren. Een afspraak met Dineke. Tante Dina had het verhaal over de afspraak uit hem gekregen, maar had beloofd haar mond dicht te houden. Zou hij nog bloemen meenemen? Hij kwam langs het winkelcentrum. Maar nee, ze zouden gaan wandelen over het strand, dan was dat niet handig. Een andere keer. Hij had zijn rugzak bij zich, een handdoek voor als ze op het strand wilden zitten en een fles water. Wat wil je nog meer?
Het was druk onderweg. Mooi weer, er zouden wel meer mensen op het idee zijn gekomen. Hij stopte even om zijn zonnebril uit zijn rugzak te halen en ontdekte dat zijn telefoon er niet in zat. Nou ja, ze hadden een duidelijke afspraak en het was te laat om terug te gaan en zijn telefoon op te halen. Hij fietste gewoon door.
In Kijkduin zette hij zijn fiets tussen alle fietsen op het onbewaakte middenstuk van de weg. Er was nog een nietje vrij, daar zette hij hem aan vast. Voor het hotel ging hij op een bankje zitten. Hij werd afgeleid door een bandje dat op het vrije deel van het plein muziek aan het maken was. Toen het bandje wegging viel het hem pas op dat het al kwart over drie was. Dineke was er nog niet. Zou ze niet komen?

15.

Om kwart voor vier was Joris ervan overtuigd dat Dineke niet meer zou komen. Sip besloot hij zijn fiets te gaan halen en naar huis te gaan. Het moment dat hij wegliep kwam Dineke haastig aanlopen.
“Oh gelukkig, je bent er nog! Sorry, dit was helemaal de bedoeling niet, maar ik was vergeten de accu van mijn fiets op te laden, en mijn andere fiets had een lekke band en ik mocht de fiets van een vriendin lenen, maar daar moest ik eerst heen lopen. En ik was al laat. En je nam je telefoon niet op!”
Joris straalde meteen weer en verontschuldigde zich. “Daar moet ik sorry voor zeggen, ik had hem thuis laten liggen en daar kwam ik onderweg pas achter.”
Dineke lachte. “Dan zijn we gelukkig allebei schuldig. Zullen we?”
Ze liepen richting boulevard en daar draafde Dineke enthousiast richting viskraam. “Een nieuwe haring! Lekker! Joris, jij ook eentje?”
Al haring happend liepen ze verder richting strand en daar gingen ze richting Scheveningen. Joris grijnsde om de enorme zonnehoed die Dineke uit haar rugzak haalde en opzette. Zij gierde van het lachen om de kwakken zonnebrandcrème die hij op zijn gezicht deed en niet goed uitsmeerde. Ze hielp hem met de gemiste plekken. Twee uur later bij een strandtent was het alsof ze elkaar al tien jaar kenden. Ze praten honderd uit over van alles en nog wat. Ze proosten met de bestelde glazen wijn. “Op een mooie avond.”

16.

Het was laat toen Dineke en Joris eindelijk besloten naar huis te gaan. Na enig gekibbel besloten ze de rekening te delen. Toen liepen ze terug naar hun fietsen. Dineke moest giechelen toen bleek dat ze haar fiets naast die van Joris had gezet. Heel galant zei hij dat hij naar huis bracht.
Ten huize van Edwin en Stella probeerde Edwin nog steeds Stella uit te horen over het fantastische plan. Zij had alleen maar een serene glimlach voor hem, wat hem enorm ergerde, en dat was natuurlijk precies haar bedoeling.
Onderweg naar huis gingen Dineke en Joris zo op in hun gesprek dat ze vergaten door te rijden bij groen licht.
Ten huize van tante Dina zat zij zich af te vragen hoe het ging met Joris en Dineke. Ze had beloofd niet te bellen, morgenochtend zou Joris langskomen voor koffie en haar op de hoogte brengen. Ze kon wel een geheim bewaren.
Edwin zei ondertussen tegen zijn vrouw dat hij naar Dineke toeging. Ze glimlachte en liet hem de autosleutels zien die meteen weer in haar tas verdwenen. Hij snoof en probeerde zich te herinneren waar de reservesleutels waren.
Dineke en Joris stonden ondertussen voor haar huis. Ze nodigde hem uit voor een afzakkertje. Hij hield met moeite zijn brede grijns in en accepteerde de uitnodiging. De deur sloot achter hen beiden.

17.

Joris was zenuwachtig. Hij kon er niets aan doen, dit was iets wat hij niet elke dag deed en ook niet vaak wilde doen. Een “once in a lifetime” om zo maar te zeggen, ondanks alle statistieken. Maar die das knelde wel hoor. Het was maar goed dat hij zo’n ding in het dagelijks leven niet droeg. Zijn broer maakte het nog erger door te flirten met de vriendin van Dineke. “Maarten! Kappen!” Hij had er even geen zin in. Maarten grinnikte. “Jij liever dan ik, broertje. Maar het duurt wel lang hoor.”
Joris wist het. Het zou wel door Edwin komen. Die was de laatste maanden alsmaar sentimenteler geworden tot hij voorbij het punt was dat Dineke en hij hem gezamenlijk in een kast wilden opsluiten. Maar het zou wel overgaan en deze dag zou voorbij gaan en dan was alles goed. En hij sloot even zijn ogen om tot rust te komen.
Voor hij het wist zwierde hij over de dansvloer met Dineke en deden ze alles wat erbij hoorde. Inclusief de taart en de champagne. Met zijn tweeën sneden ze de taart aan en aten ze een stukje. Dineke reikte hem een glas champagne aan.
“Joris, wil je koffie?” Vreemd, hij rook koffie. “Joris! Wakker worden! Koffie!”
Verbaasd deed hij zijn ogen open en zag Dineke die een mok koffie in haar handen had.

18.

Verdwaasd zat de schrijfster af te koelen in de wind van de ventilator. Hoezo inspiratie? Kreeg je dat dan van tropische temperaturen? Ze geeuwde en ging maar eens naar de keuken. Thee maken, misschien hielp dat.
En waarom vond ze het ook alweer leuk, verhalen schrijven? En dan ook nog dwaasheid als een verhaal in twintig delen. Ze kon Martha wel wat doen. En zichzelf ook trouwens, waarom zei ze altijd “leuk” met dit soort dingen? De ventilator gaf gelukkig iets van koelte. Ze wist nu in ieder geval alles van cliffhangers, want er waren wel heel veel afleveringen mee geëindigd. Helaas waren dat ook voor haar cliffhangers, want ze moest elke keer wel heel diep graven voor een vervolg. Les voor de volgende keer: een verhaallijn uitzetten. Volgende keer? Nee, geen volgende keer, dat was de les! En dan die tien minuten die ze erover mocht doen. Wat een lol. Tien minuten schrijven, als ze eenmaal bezig was, ja, en vervolgens de hele dag over het vervolg nadenken. Die laatste twee delen zouden wel gaan. En dat einde zat wel goed, dat had ze dagen geleden al grotendeels in elkaar gezet, maar dit 18e deel… Zuchtend schreef ze de eerste zin, zwetend en wel.

19.

Joris zat te geeuwen in de stoel bij het raam.
“Je was in slaap gevallen, en aangezien ik je niet kon tillen, heb ik je een duwtje gegeven en toen lag je en heb ik een deken over je heen gegooid. Je snurkt heel schattig.” Dineke giechelde en Joris krabbelde aan zijn kin. “Ik was moe en dacht, één drankje en dan ga ik naar huis. Nou, dat is dus niet gelukt.” Hij geeuwde weer en nam een slok koffie. Zijn kin irriteerde en hij krabbelde weer.
“Nee, stop nou, dat zag ik je gisteren ook al doen!”, zei Dineke.
“Ik kan er niets aan doen, het irriteert, er zit iets.”
Dineke boog zich voorover en keek naar zijn kin. “Er zitten een paar ingegroeide haren, die moeten eruit. Ik weet daar wel wat op.” Ze stond op, liep naar de badkamer en kwam terug met een pincet. Joris deinsde terug. “Baby! Even dapper zijn hoor.” Ze ging op de leuning van de bank zitten en bekeek zijn kin. “Ah, daar zitten ze.” Ze legde haar linkerhand op zijn wang en pakte met de pincet een haar en trok.
“Auw.” Joris keek pijnlijk.
“Kom, dat is er maar eentje, hier nog één”, en ze trok de tweede haar eruit. Nog een pijnkreet van Joris. Dineke keek naar hem en gaf hem een plagerige zoen op zijn kin. Joris keek naar haar met half gesloten ogen. Ze trok een derde haar uit zijn kin. Hij zei niets, maar wees op de plek en keek zielig. Ze gaf hem ook daar een zoen. Hij wees op zijn wang en ook daar zoende ze hem. Hij wees op zijn mond en ze aarzelde even, maar zoende hem toen op zijn mond. En hij kwam overeind, pakte haar gezicht met beide handen en kuste haar terug en duwde haar naar achteren, zodat ze met zijn tweeën op de bank rolden. Ze lachten beiden.

20. Einde

Ja ja, de schrijfster weet het. Losse eindjes. Edwin die zielig rondloopt en niet weet hoe het met zijn zus gaat. Tante Dineke hebben we ook al niet gezien vanaf het zestiende deel. Stella? Ook kwijt, vermoedelijk bezig met Edwin in toom te houden.
Maar we hebben te maken met Dineke en Joris die zich nu net van de bank los worstelen. Behoefte aan meer koffie en ontbijt. En daar staan ze dan in de keuken. Joris met een paar boterhammen, Dineke met een bak fruit en kwark. Twee koffiepads in de Senseo. Twee koffiekommen naast elkaar. En Dineke die tegen Joris zegt, “Vind je dit nou niet een fantastisch avontuur? Gewoon uitgaan, elkaar leren kennen, elkaar ontdekken? Kijken of je elkaar leuk vindt, in plaats van je te laten koppelen door twee eigenzinnige mensen die denken dat ze het beter weten?” Joris likte zijn beboterde vingers af, grinnikte en knikte instemmend.

En ze leefden nog lang en gelukkig? Welnee, het is geen sprookje. Dit is de 21ste eeuw, een meisje ontmoet een jongen, hij draagt haar naar haar slaapkamer als ze iets te veel heeft gedronken. Haar tante en haar broer willen haar koppelen. Maar voor de rest is het net een relatie. Ze gaan uit, ze verschillen van mening. Hij vindt romantische films vreselijk, zij vindt het heerlijk een knokfilm met hem te kijken. Hij vindt koken vreselijk en wil de was wel doen. Zij vindt koken leuk. Wie weet, gaan ze samenwonen, en misschien ook wel niet. Vinden ze het leuk waarmee ze bezig zijn, maar is het het net niet. De toekomst zal het leren.

Wat is dit?

Een verhaal in 20 dagen schrijven is opgezet door Martha Pelkman. Zij schrijft haar #twentydaystory op haar Facebookpagina, en later verschijnt het op haar blog. De eerste tien afleveringen kan je hier lezen.
Over Dineke heb ik al eerder geschreven, namelijk in het Kerstverhaal dat op 25 december 2018 is gepubliceerd.
Ik schrijf ook een bijlage over het schrijfproces van dit verhaal.
De foto: Jonny Lindner from Pixabay
De tweede foto: nihan güzel daştan from Pixabay