Hans Boland en de kunst van het vertalen

In het afgelopen jaar heb ik Anna Karenina gelezen met een aantal andere mensen. Ik ben toen begonnen met de vertaling van Wils Huisman uit 1965, heb ook een Engelse vertaling van Richard Pevear en Larissa Volokhonsky gelezen en ben tenslotte overgestapt naar de vertaling van Hans Boland. En Hans Boland heeft over deze vertaling weer een boek geschreven.

Het vak van vertalen

Ik heb in mijn kennissenkring een vertaler zitten en weet dat het een vak is. Want vertalen heeft niet alleen te maken met woorden overzetten uit een andere taal, maar ook met interpretatie. Kan je met een vertaling uit bijvoorbeeld Engels zelf nog wel denken dat je het beter kan verzinnen, met een vertaling uit het Russisch heb ik echt wel die vertaling nodig. Ruim dertig jaar geleden heb ik tijdens mijn studie een jaar Russisch gehad. Ik ben nu nog in staat die vreemde letters te lezen, maar daar blijft het wel bij.

Waar gaat dit boek over?

Dit boek gaat over vertalen en ook over keuzes die je maakt terwijl je bezig bent met vertalen. En het gaat ook over Tolstoj, zijn boek Anna Karenina en de Russische samenleving van de negentiende eeuw. Dit werk maakt het allemaal veel duidelijker. Ik heb Anna behoorlijk aandachtig gelezen omdat ik ook bezig was met bloggen erover, maar ik heb toch dingen gemist als ik dit werkje lees. Wat me bijvoorbeeld nu hielp was de vergelijking tussen de karakters (pp. 44-49). Anna en Karenin: “Hoewel ze met elkaar getrouwd zijn en hun huwelijk alleszins leefbaar is, bruist Anna van leven en is Karenin niet meer dan een robot.” (p. 45) Anna en Dolly: “De vrouw als minnares tegenover de vrouw als moeder. Anna sprankelt en schittert. Dolly heeft iets muizigs en klaagt en tobt eeuwig.” (p. 46) Wat Boland over de plot vertelt, bewijst voor mij dat er erg veel pagina’s geschreven zijn over niets. “De verhaalstof van de roman is de facto gebaseerd op de geschiedenis van één ongelukkige en één gelukkige liefde, beschrijvingen van het plattelands- en van het stadsleven, uiteenzettingen en discussies over maatschappelijke en filosofische thema’s – het agrarische vraagstuk, het feminisme, de dood, de kunst – en een zee van socializing.” (p.50) En dat zijn overigens ook thema’s die ik terug zie keren bij Oorlog en Vrede.

hans boland

Boland en zijn vertaling

Wat Boland zegt “De woorden van een literaire tekst zijn veel meer dan woorden alleen.” (p. 16) Zijn standpunt voor de vertaling van Anna Karenina gaat over vrij vertalen. Hij wil zijn eigen taal in volledige vrijheid los laten op het origineel. En dan die tekst zo kneden tot origineel en vertaling elkaar zo volledig mogelijk dekken. Hij is van mening dat een goed boek in een slechte vertaling een slecht boek wordt. Daarom is deze roman die als de beste van de negentiende eeuw wordt beschouwd in Nederland nooit zo’n daverend succes geworden. Daarvoor zijn volgens Boland de vertalingen te houterig. De stijl moet overtuigend zijn. “Wat de schrijver heeft te zeggen blijft onverstaanbaar zolang er iets wringt tussen taal en betekenis.” (p. 76) En wat eigenlijk wel grappig was om te lezen: het hoofdstuk over Slabberdewaski, en daarmee wordt Tolstoj bedoeld. Want hij was als redacteur van zijn eigen boek een sloddervos. Personen die twee keer opduiken en twee verschillende namen hebben, mensen die ineens van beroep veranderen, fouten in tijden, en ga zo maar door. Al met al is het een heel interessant boek om te lezen als je voor lief neemt dat Boland het af en toe wel heel goed weet. Zeker na het lezen van Anna Karenina in de vertaling van Boland. Of zoals ik gedaan heb, Huisman, Pevear/Volokhonsky, Boland, want daardoor heb ik de nodige vergelijkingen kunnen maken in de versies.

Hij kan me de bout hachelen met zijn vorstendommetje: over Anna Karenina en de kunst van het vertalen / Hans Boland. – Amsterdam: Pegasus, 2017. – 127 p.
ISBN 978-90-6143-430-6

The Librarian van Larry Beinhart

Ik ben aan The Librarian van Larry Beinhart begonnen in het kader van de maand van het vergeten boek. Lees een boek uit je eigen boekenkast dat ooit met veel enthousiasme daar in is beland en nu dus eruit komt. Met dit boek moet ik echt goed nadenken hoe dat in mijn kast is beland, maar dat ligt denk ik aan het beroep van hoofdpersoon David Goldberg die bibliothecaris is bij een universiteit.

Het verhaal

Universiteitsbibliothecaris David Goldberg gaat werken voor miljonair Alan Carston Stowe. De bedoeling is dat David het archief van Stowe gaat bewerken voor het nageslacht. Onbedoeld raakt David in de problemen doordat rechtse politici ongerust zijn over wat David zou kunnen vinden. Stowe financiert veel van hun activiteiten. Ze zijn bang dat hun vuile trucjes om ervoor te zorgen dat de Republikeinse president Augustus Winthrop Scott voor een tweede termijn wordt herkozen, naar boven komen. Scott, zoon uit een rijk Republikeins gezin heeft alles in zijn leven in zijn schoot geworpen gekregen. Hij is uit Vietnam weg gebleven door zich aan te melden voor de National Guard in tegenstelling tot zijn democratische tegenstander Anne Lynn Murphy die als verpleegkundige in Vietnam is geweest. Goldberg rolt hier per ongeluk in, weet iets, maar eigenlijk ook niets, gaat eigenlijk pas onderzoeken als hij wordt achtervolgd door de boeven en komt dan dingen te weten. En daarbij speelt de bibliotheek van Stowe een grote rol: “He [Hoagland] suddenly understood, that’s what this business about the library and a librarian was for. Who would care about the Stowe Library or even the Collected Papers of Alan Carston Stowe unless he was the Man Who Stole the Presidency? Otherwise he was nothing, just another man who’d made lots and lots of money, not even the most money, in a time when lots of men had made lots and lots of money. For all the people who sucked up to him on a daily basis, there was hardly anybody who’d remember hij a year after he died.” (p. 185) Uiteindelijk draait het rommelen met de verkiezingen allemaal om de staat Idaho, de staat waar Murphy vandaan komt. Een kleine staat met weinig stemgerechtigden waar de opkomst onwaarschijnlijk hoog is en waar de meerderheid voor Murphy stemt. Waarop het toch gunstig wordt voor Murphy, denkt de onschuldige lezer met nog zo’n honderd pagina’s te gaan.

Mijn leeservaring

Kort gezegd: het grappigste boek dat ik dit jaar heb gelezen. Het gebeurde me regelmatig dat ik in lachen uitbarstte over iets dat in het boek werd beschreven. Maar eigenlijk is het ook het meest droevige boek dat ik heb gelezen. Al in de eerste paar hoofdstukken kreeg ik de indruk dat ik dit boek op dit moment live beleef. De overeenkomsten tussen dit boek en de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 zijn wel heel groot. Ook hier een wat twijfelachtige Republikeinse kandidaat met het verschil dat Scott voor zijn tweede termijn bezig is. Zijn tegenstander is een vrouw, Anne Lynn Murphy is een voormalig verpleegster en voormalig arts die het tegen Scott opneemt. En dan ben ik ook bang dat, hoewel hier en daar overdreven, de niets ontziende moeite om de macht te veroveren redelijk waar wordt beschreven. Beinhart is goed in het beschrijven van personages met al hun merkwaardige karaktereigenschappen. Uiteindelijk is het een verhaal over helden, maar het kan ook over cynisme gaan, of over de heel kleine reden in een ver verleden waarom iemand iets zou doen. Het is een veel omvattend boek, met veel personages die ogenschijnlijk weinig met het verhaal te maken hebben, maar dat valt dan weer tegen. En waarom de ik-vorm in het boek? Het boek moet een schrijver hebben en David Goldberg geeft de reden waarom hij het boek ‘geschreven’ heeft: “And for myself. This time, this time, I was not just the keeper of the flame.” (p. 432)

Larry Beinhart

Larry Beinhart is het meest bekend als de schrijver van American Hero dat verfilmd is als Wag the Dog.

The Librarian / Larry Beinhart. – New York : Nation Books, 2004. – 432 p.
ISBN 1-56025-636-2

Jaaroverzicht voor toneel in 2018

Begin dit jaar begon ik met te noteren wat ik in 2018 allemaal op het toneel zou gaan zien aan toneelstukken en musicals. Ik probeer mijn waarde-oordeel eruit te houden, vooral ook omdat ik nog steeds recensies schrijf, maar dat is toch niet helemaal gelukt. Voor dit jaaroverzicht heb ik stukken met regisseur en groep genoteerd en onderscheid gemaakt tussen beroeps en amateurtoneel. Een korte omschrijving staat erbij.

De lijst

  • Closer van Patrick Marber, door Theatergroep SPOT. De eerste toneelvoorstelling van een groep die tot nu toe alleen musicals heeft gemaakt, maar nu ook in het theater staat. Het viel helemaal niet tegen, was wat lastig te volgen omdat het vrij fragmentarisch was, maar ik heb geboeid zitten kijken naar vier mensen die prima konden acteren. (27 januari)
  • Was getekend Annie M.G. Schmidt, een musical met mijn geliefde Simone Kleinsma die een prachtige ontroerende rol speelde, en ook William Spaaij die de rol van de zoon van Annie met verve speelde. (2 maart)
  • Twelfth Night van de Royal Shakespeare Company, gefilmd en wel bekeken in Pathé Buitenhof die wel meer van dit soort dingen heeft. De RSC heeft het goed voor elkaar met dit soort dingen, want je krijgt niet alleen het uitstekend gespeelde toneelstuk, maar ook een toelichting, vaak een interview met de regisseur (8 maart)
  • Othello van het Nationale Toneel, in de HNT Studio’s in de Schouwburgstraat. Mooi, gestileerd en contrastrijk. Zwart en wit, letterlijk, alle spelers in het wit, alle witte spelers ook met witte pruiken op. De enige zwarte was Werner Kolf, de acteur die de rol van Othello speelde. (30 maart)
  • Augustus Oklahoma van Tracy Letts, door Toneelgroep ROOD. Op locatie gespeeld in Villa Ockenburgh. Een zinderende, krachtige, fantastische voorstelling. Geboeid zitten kijken naar het fantastische acteren van deze groep mensen die met elkaar tien jaar bezig zijn. ROOD viert dit jaar het tienjarig jubileum. (31 maart)
  • Hutkunstje III in de Kunsthut: een soort Open Podium zoals vroeger in de Poort was. Verhalen, onzindingen, zang, preview voor toneelstukken. Er zaten grappige dingen tussen, er zaten ook dingen tussen waar ik niets aan vond. (14 april)
  • Macbeth, National Theatre Live, in Pathé. Van genoten. Mooie voorstelling, geweldig acteerwerk. Dit is wel de meest depressieve Shakespeare die ik ken. Macbeth is gedoemd vanaf het moment dat hij de Weird Sisters ontmoet. (10 mei)
  • Gevaarlijke vrouwen van Durf. Mooie montagevoorstelling van een amateurgroep die ik alsmaar zie groeien. Ik vind lang niet alles leuk, kan me bijvoorbeeld God herinneren waar ik geen moer van begreep, maar dit was mooi. Gebaseerd op een boek van Beatrice de Graaf over vrouwen en terrorisme was dit het verhaal van Sara S. die in een samenleving geregeerd door extreem rechts een subversief blog schrijft en opgepakt wordt. (26 mei)
  • De Oresteia van het Nationale Theater, onder regie van Theu Boermans. “In deze oertekst van de westerse beschaving staat de machtsverhouding tussen mannen en vrouwen centraal”. Gekenmerkt door moord, wraak en bloed. Klytaimnestra die haar man Agamemnon en de Trojaanse prinses Kassandra vermoordt. Orestes die zijn moeder en haar minnaar vermoordt. Boeiend spel van geweldige acteurs. Anniek Pheifer die Klytaimnestra speelde, leek er in te moeten komen, want die vond ik echt niet goed in het begin, maar dat kwam goed. Het decor, een soort enorme golf plaat die ronddraaide, en een enorme straal bloed die in het midden terecht kwam, eerst op Klytaimnestra, later op Orestes, beide moordenaars. Beginpunt van de verankerde machtspositie van de man. Orestes komt door een idioot argument weg met de moord op zijn moeder. (31 mei)
  • Romeo and Juliet, Royal Shakespeare Company, in Pathé Buitenhof. Elke keer als ik dit stuk zie, verbaas ik me over de kinderlijke verliefdheid van de hoofdpersonen. Eén blik op elkaar laat ze smelten voor elkaar. Gedegen acteerwerk van de Engelse acteurs, gekleurd gezelschap. Romeo wordt gespeeld door een jonge acteur van Indiase afkomst. Er zijn verschillende zwarte acteurs in het gezelschap en meer mensen met een Indiase afkomst. Ook een groep heel jonge spelers, scholieren die kleine rolletjes mogen vervullen. Mooie uitvoering. (16 augustus)
  • Parade, van Spot een musical over een moeilijk onderwerp. Een Joodse man die in de jaren twintig van de negentiende eeuw verdacht wordt van moord op een meisje. En dat in het racistische en bepaald niet jodenminnende diepe zuiden van de Verenigde Staten. Hij wordt vermoord en de ware dader wordt nooit gevonden. Het was mooi, maar ik voelde de connectie niet helemaal met dit stuk. (15 september)
  • Macbeth, Royal Shakespeare Company. De tweede uitvoering en één die ik heel wat lastiger vond dan die eerste die ik heb gezien. Met Christopher Eccleston als Macbeth. Lady Macbeth was naar mijn idee wat hysterisch. De professor in de intermission had het ook nog over Lady Macbeth en “sexual incontinence”, waar ik me nou helemaal niets bij kon voorstellen. De drie Weird Sisters werden gespeeld door drie ongeveer tienjarige meisjes die vrijwel alles tegelijk zeiden hetgeen een heel grappig effect gaf. Het stuk werd gespeeld op een vloer die de indruk gaf een biljarttafel te zijn, met vilten vloer en houten randen. Er was een grote digitale klok op de achtergrond die twee uur lang aftelde tot de dood van Macbeth. Een mooie voorstelling, maar ik was niet compleet onder de indruk. Macbeth in scène 5, van de vijfde acte: “Out, out, brief candle! Life’s but a walking shadow, a poor player that struts and frets his hour upon the stage and then is heard no more. It is a tale told by an idiot, full of sound and fury, signifying nothing.” (4 oktober)
  • Neoptolemos van de Kraamkamer. Het tweede deel van de trilogie van Koos Terpstra. Ik was zwaar onder de indruk toen ik voor de eerste keer de Troje trilogie zag en volgens mij was dat toen een regie van Arne Sybren Postma. Ook ditmaal was het zijn regie, maar dit keer kwam ik er niet in. Twee acteurs waarvan ik vond dat ze niet helemaal de chemie hebben. Het was best een mooie voorstelling, maar niet optimaal. (6 oktober)
  • Doek, van Maria Goos, door Toneellab. Een stuk voor twee personen, in dit geval twee mensen die ik al heel vaak heb zien spelen, namelijk Ron Strijaards en Jeanet Schurman-Vredeveld. En wat een genot om die twee te zien spelen, de chemie spatte eraf en ook het spelplezier. Alle twee moesten ze diverse personages spelen en kwamen dan elke keer weer terug bij de basis. Ik weet nu wat een actrice is: een hoer met een goed geheugen. (13 oktober)
  • Na de regen, van Sergi Belbel, door Haag. Jaren geleden heb ik dit stuk al gezien van Hasteria en heb er toen zelfs foto’s van gemaakt. Een leuk stuk. Later heb ik het nog een keer gezien van Durf die er een heel andere versie van had gemaakt. De versie van vandaag was verrassend actueel. Alle rokers in een bedrijf gaan het dak op om te roken. Het is zo erg dat je bij de ingang wordt gecontroleerd of je sigaretten bij je hebt. Sigaretten bietsen van elkaar kan, maar die dingen zijn zo duur dat ze elkaar terug betalen. En dat is waar we met het huidige antirookbeleid van de regering naartoe gaan met zijn allen. Haag had er zijn best op gedaan, en goede zorg besteed aan kleding en alles. (21 oktober)
  • Godmother van Luuk Hoedemaekers door ‘t Kofschip. Een verhaal over macht en verborgen agenda’s met twee mafia-families, met vrouwen aan het hoofd. Ik heb ongegeneerd zitten lachen om dit stuk. Het was vreselijk grappig. (28 oktober)
  • The merry wives of Windsor, van William Shakespeare, door de Royal Shakespeare Company weer in Pathé. Leuk stuk, wordt door sommigen als één van de minste van onze veelschrijver gezien. Falstaff zit aan de grond en moet ergens geld aanboren. Dat wil hij krijgen door twee dames te belagen. Die hebben hem door en houden hem vreselijk voor de gek. De dochter van één van de dames moet ook nog aan de man en daar mogen natuurlijk ook drie mannen om knokken. Veel plezier gehad, het was weer aangenaam verpozen. (1 november)
  • Apocalypso van Jibbe Willems, door ODIA. Weer zo’n filosofisch stuk waarbij je moet nadenken dat absoluut niet aan mij is besteed. Alles draait om Jesse, de hoerenzoon die na een open sollicitatie voor de vacature van verlosser tot zijn verbazing wordt aangenomen. Maar hoe verlos je de mensheid als niemand je vergiffenis lust? Ik was best wel gecharmeerd van de jongen die Jesse speelde. Kan een heel leuke acteur worden. (4 november)
  • Genesis van Sophie Kassies, door AdoDvs. Het stuk wordt gespeeld voor het 120-jarig jubileum van AdoDvs, en daarmee is het de oudste groep van Den Haag. Deze Genesis, de derde die ik heb gezien is wel een beetje uitgekleed. Deden het Nationale Toneel en Het Wilde Westen nog de complete marathon, bij deze versie was er behoorlijk geschrapt. De groep is één van de beste in Den Haag en ik vond dit mooi, maar vrienden J en G die ook mee waren, waren minder enthousiast, het was volgens hen meer verhalend dan spelend. En dat was ook wel zo, er werd meer verteld dan er gespeeld werd. (24 november)
  • Een Foyer, de laatste toneelvoorstelling van het jaar, vier spelers die fragmenten speelden uit toneelstukken. Het is een presentatie van hun lessen. Mooie stukken van spelers die er absoluut wat van kunnen. Mooie afsluiting van het jaar (23 december)

Dat was het dan

Twintig voorstellingen, elf amateur-, negen beroepsvoorstellingen, waarvan ik zes keer in de bioscoop heb gezeten. Ik heb twee musicals gezien. Ik ben zes keer naar een Shakespeare geweest, en Macbeth heb ik twee keer gezien. Het volgende jaar ga ik hopelijk weer veel toneelstukken bezoeken.

Schrijven #WOT deel 51

Schrijven ~ Het vormen of produceren van letters om ideeën vast te leggen die worden uitgedrukt door karakters of woorden, of door ideeën over te brengen door zichtbare tekenen.

Ik was de afgelopen dagen druk bezig met het schrijven van een kerstverhaal dat op eerste kerstdag bij Martha gaat verschijnen. Dat was hard werken. De opdracht is leuk: Je zit aan het kerstdiner met je hele familie: ooms, tantes, nichtjes, neefjes en al hun aanhang en kinderen. Het is een flinke tafel, maar jij komt precies naast je meest excentrieke familielid te zitten. Beschrijf dat familielid: hoe heet hij/zij, hoe ziet hij/zij eruit, hoe ruikt hij/zij, klinkt hij/zij, wat zegt of doet dit familielid en wat vind jij daarvan? Hoe reageer je erop? Het bleek op Twitter al vrij snel dat meer mensen aan het schrijven waren geslagen en daar kon ik dus mijn frustraties kwijt. De allerlaatste was vanmiddag.

Verhalen schrijven

Een verhaal is een verhaal zou je zeggen. Ik heb in het verleden voor de #WOT wel meer verhalen geschreven, namelijk over covfefe, en over een robot. En daar had ik minder moeite mee. Het kan aan de lengte liggen, die twee verhalen hoefden namelijk geen 2000 woorden te tellen zoals dit kerstverhaal. En die twee verhalen heb ik er in een uurtje in geknald. Nou, met dit kerstverhaal ben ik al drie dagen bezig. Ik wil meer verhalen gaan schrijven, maar daar moet ik duidelijk wel tijd voor uittrekken.

Wat schrijf ik nog meer?

Ik blijf schrijven leuk vinden, dus ik schrijf stukjes voor dit blog, stukjes voor mijn andere blog, ik schrijf nog steeds voor Haghespel, voor mijn werk mag ik af en toe wel eens wat schrijven. In het kader van vergankelijker materiaal schrijf ik ook tweets en stukjes op Facebook. Ja, ik weet het, het blijft allemaal bestaan, maar zakt wel weg. Ik weet echt niet de inhoud van al mijn ruim 15.000 tweets. Maar: wie schrijft die blijft, dus ik blijf rustig doorgaan met deze hobby.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Oorlog en vrede van Leo Tolstoj, deel 1 #wijlezenoorlogenvrede

Na het lezen van Anna Karenina ben ik begonnen aan een tweede megadik meesterwerk van Leo Tolstoj, namelijk Oorlog en vrede. Onder de tag #wijlezenoorlogenvrede ga ik hierover bloggen in vier delen. Ik ben nu bezig met de Nederlandse editie in de vertaling van Yolanda Bloemen en Marja Wiebes, maar lees ook af en toe in de Engelse editie in de vertaling van Richard Pevear en Larissa Volokhonsky. Die heb ik namelijk op mijn ereader staan en dat is in de trein wat makkelijker lezen dan die dikke pil. Ik ga de inhoud niet navertellen, maar ga het meer hebben over wat me opvalt.

Deel 1: de soiree

Dit eerste deel beslaat de periode juli tot december 1805. Vraagt u zich af waarom dit boek 1626 pagina’s beslaat? Nou, er gebeurt nogal veel. Veel familie’s zijn betrokken in dit epos en op de achtergrond speelt ook nog de oorlog tegen Frankrijk en Napoleon mee. Dit deel start met een soiree bij Anna Pavlovna Scherer, hofdame en vertrouwelinge van de tsarina. En op haar soiree komen veel van de hoofdpersonen, waaronder vorst Vasili Koeragin. Ook Pierre, de buitenechtelijke zoon van graaf Bezoechov komt op bezoek. Hij is in het buitenland opgevoed en is terug in Rusland omdat zijn vader op sterven ligt. We komen nog meer mensen tegen, waaronder vorst Hyppolyte, zoon van graaf Vasili. Ook vorst Andrej Bolkonski maakt zijn opwachting met zijn vrouw die in blijde verwachting is. De soiree is als een feestje bij je thuis, er wordt gepraat, er wordt gelachen, er wordt geroddeld en gearrangeerd. Want Anna probeert een huwelijk te arrangeren. Pierre valt op door zijn onhandigheid en minder diplomatieke woorden. Het is een ideale opening, zo’n soiree. Je maakt kennis met veel personages, die een belangrijke rol gaan spelen, je hoort wat van de roddels en vanuit deze situatie ontwikkelt het verhaal zich verder.

De korte inhoud

Het boek heeft een wisselend karakter, want aan de ene kant heb je familieverwikkelingen, verwende jongelingen, namelijk de broers Anatole en Hyppolite Koeragin, en slechte huwelijken. Want vorst Andrej en zijn vrouw zijn niet gelukkig. Het is me niet duidelijk hoe dit komt, door een gearrangeerd huwelijk wellicht? Daarnaast heb je het ook over jonge mensen, bijvoorbeeld Natasja Rostov, dertien jaar oud die wel wil wachten op Boris, de zoon van vorstin Anna Michajlovna Droebetskoj. Die familie is verarmd en Anna vecht voor wat geld en een goede militaire positie voor haar zoon. Aan de andere kant heb je de oorlog tegen Frankrijk, ruime discussies over Napoleon waar niet iedereen het over eens is. En in die oorlog worden blunders gemaakt, zoals met die generaal die zijn complete leger kwijtraakt in een veldslag.

Pierre

Pierre is naar Rusland gehaald omdat zijn vader op sterven ligt en geen erfgenaam heeft. Aan de nichten die onuitputtelijk voor hem zorgen wordt voorbij gegaan in deze erfeniskwestie. De graaf heeft een verzoek aan de tsaar gedaan deze bastaardzoon te erkennen. Dat gebeurt en vervolgens wordt alles aan hem nagelaten. Aan de sterfscène die twee hoofdstukjes beslaat (pp. 101-110) wordt veel aandacht besteed. En twee mensen spelen hier een grote rol. Vorstin Anna heeft zich hier tussen gewerkt omdat zij een kans ziet voor haar zoon. Vorst Vasili is hier ook aanwezig en pas later wordt echt duidelijk waarom hij hier is. Want de rijke Pierre, graaf Bezoechov is een uitstekende huwelijkskandidaat voor zijn dochter Hélène.
Vorst Vasili neemt hem onder zijn hoede. Aangezien Pierre bij de Koeragins logeert is het vrij makkelijk hem bloot te stellen aan Hélène. Pierre wil niet, want hij vindt haar dom, maar er is geen redden aan. Hij is er bang voor. Voordat Pierre kan ontkomen, verwelkomt vorst Vasili hem op de verjaardag van Hélène als haar echtgenoot. Want wat doet de vorst als de twee alleen maar praten: “Het gezicht van de vorst stond zo ongewoon plechtig dat Pierre bij het zien ervan geschrokken opstond. Goddank! zei hij. Mijn vrouw heeft me alles verteld. Hij sloeg zijn ene arm om Pierre heen en zijn andere om zijn dochter. Mijn lieve Heleentje. Ik ben heel, heel erg blij. Zijn stem begon te trillen. Ik was erg op je vader gesteld… en zij zal een goede vrouw voor je zijn… God zegene jullie!.. Hij omhelsde zijn dochter, daarna Pierre, en kuste hem met zijn oudemannenmond. Zijn wangen waren nat van de tranen.” (p. 275) Anderhalve maand later is het stel getrouwd. Ik heb het stuk met een brede grijns zitten lezen.

De oorlog

Verbeeld je niets. Heldhaftige daden? Niet echt. De officieren willen wel, die zijn verrukt als het op vechten aankomt. Dit verhaal over de oorlog gaat over de echte beelden, de domme dingen die gebeuren. Soldaten die in paniek raken en bij bosjes omkomen. Bij de start van het tweede hoofdstuk bevindt het Russische leger zich in Oostenrijk. Vorst Andrej is adjudant van generaal Koetoezov en is daar ook. Het leven van soldaten dat blijkbaar bestaat uit veelvuldig dronken worden en oppoetsen als er moet worden gevochten, wordt beschreven. “Zo hoort het, er gaat gevochten worden! Ik heb me geschoren, mijn tanden gepoetst en parfum gebruikt.” (p. 181) En er is onderscheid, zoals Boris duidelijk wordt die ook hier in Oostenrijk is. “Op dat moment werd Boris iets duidelijk wat hij al eerder vermoedde, namelijk dat er in het leger, afgezien van de ondergeschiktheid en discipline, vastgelegd in het reglement en aan hem en alle anderen in zijn regiment bekend, een andere, veel wezenlijker subordinatie bestond, een die de ingeregen generaal met het purperrode gezicht dwong beleefd te blijven wachten, terwijl de kapitein, vorst Andrej, er meer aardigheid in had een praatje te maken met vaandrig Droebetskoj.” (p. 319) Tolstoj bewijst ook met cliffhangers te kunnen werken, want het eerste deel eindigt met het onduidelijke lot van vorst Andrej, die gewond raakt. Napoleon zelf ontdekt dat hij nog leeft en stuurt hem naar een verbandplaats.

Wat valt op na het lezen van het eerste deel?

Ik hoorde het al op Twitter toen ik het plan had opgevat om dit boek te gaan lezen. Vooral doen, want het is een mooi boek. Mensen die me vertelden dat dit hun lievelingsboek was, uitstekend geschikt om in de winter te gaan lezen. Nu ben ik door het eerste deel heen, dat qua pagina’s al genoeg telt om zelf een flinke roman te vormen. En ik moet zeggen, mede-lezers, jullie hebben gelijk. Het is tijdloos, deze combinatie van familie-aangelegenheden, verwende pubers, gearrangeerde huwelijken en dappere jongemannen die een zinloze oorlog inlopen om held te spelen. Deze 21ste eeuwer verheugt zich op de komende delen van deze negentiende-eeuwse roman.

Oorlog en vrede / Leo Tolstoj; vert. van Yolanda Bloemen en Marja Wiebes. – 6e dr. – Amsterdam: Van Oorschot, 2016. 1626 p.
ISBN 9789028241510

Blanco: #WOT deel 50

Ik heb de komende drie weken vrij. Zeer verdiend vind ik zelf. Het is een lang en vermoeiend jaar geweest en de combinatie van een week geen kantoor en een aantal vrije dagen levert me drie weken rust op. En die hele periode was ook nog blanco, tenminste een paar weken geleden…

Blanco ~ baai in Californië 2) Kaap bij Amerika 3) Kaap bij Argentinië 4) Ledig 5) Leeg 6) Niet beschreven 7) Niet ingevuld 8) Onbedrukt 9) Onbeschreven 10) Onbeschreven stem 11) Oningevuld 12) Open 13) Opengelaten 14) Plaats in Amerika 15) Water 16) Wit.

Afspraken

Natuurlijk heb je afspraken in zo’n kerstperiode. Tweede kerstdag ga ik altijd bij vrienden eten. Eerste kerstdag had ik al met een vriendin afgesproken. Er zat één medische afspraak in die periode en verder niets eigenlijk. Ja, tot de eerste nieuwe afspraak, een knutselmiddag bij een vriendin. Leuk! Een mailtje van de opticien, of ik maar weer eens voor een controle wilde langs komen. Natuurlijk, in de vakantie, want dan heb ik toch al vrij. Een toneelgroep die heel laat in deze eerste helft van het seizoen nog een voorstelling heeft, namelijk het weekend voor de kerst. Nieuwsgierig! Leuk! Afspraak gemaakt. Brief van het ziekenhuis, of ik volgende week maar voor een CT scan wil komen. Zucht.

Blanco

blancoIk wilde deze vakantie ook weer gaan sporten. Genoeg tijd met drie vrije weken zou je zeggen. De afspraken met mijn personal trainer gaan ook door, dus dat zijn twee vrijdagen. Dan wil ik meedoen met groepslessen. Cardiotraining, zwemmen, ik wil het allemaal gaan doen. En toen waren de drie weken ineens voorbij!
Het is een soort schrikbeeld dat ik eigenlijk niet wil meemaken, vandaar dat ik toch maar wat dagen blanco ga maken. Geen afspraken, in mijn joggingbroek op de bank hangen met een boek en een bak thee. Ik wil bloggen, ook mooi voor zo’n lege dag. Of zoals ik tegen een vriendin zei die vroeg wat ik ging doen: Ik weet het niet, me vervelen of zo :).

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Huppeldepup #WOT deel 49

Dingetje, van de groenteboer, zo noem ik mensen die ik wel herken, maar alleen aan hun omgeving. Of: hij heet Nico en zijn achternaam ben ik vergeten. Hoe heet ie ook alweer is een uitdrukking die ik veel bezig. Mijn geheugen voor namen is niet geweldig. Ik kon dus ook helemaal meevoelen met Martha en haar #WOT van deze week.

Huppeldepup ~ 1) dinges 2) hoe-heet-het

Schrijvers en hun personages

Wat ik me ondertussen wel zat af te vragen, hoe komt een schrijver aan zijn namen? Hoe doen ze dat? Gebruiken ze namenlijsten? Beginnen ze met huppeldepup en krijgen ze later gewone namen? Ik heb grote bewondering voor veelschrijvers als Nora Roberts die rustig vijf boeken per jaar produceert en namen heeft voor al haar personages. Neem Leni Saris die een onwaarschijnlijk lange lijst aan boeken heeft geproduceerd en al de dames in haar romans onwaarschijnlijke namen gaf. Myrthe, Licia, Loraine, Minnot? Allemaal bestaande namen, maar niet bepaald treffend voor het tijdsbeeld. Ze begon in de Tweede Wereldoorlog met schrijven. Namen luisteren nauw en moeten ook in een tijdsbeeld passen. Zie bijvoorbeeld mijn naam, die in het verleden aan meisjes werd gegeven maar tegenwoordig meestal wordt bedeeld aan Marokkaanse en Turkse jongetjes.

What’s in a name

Deze uitspraak deed Juliet in Romeo and Juliet van William Shakespeare, toen ze erachter kwam dat haar geliefde Romeo uit de gehate Montague familie kwam. Romeo zweert op haar verzoek zijn naam af. Een naam veranderen kan best ingrijpend zijn en is ook moeilijk, zeker als je dat ook wettelijk wilt doen. Een vriendin van mij besloot na wat ingrijpende gebeurtenissen in haar leven haar voornaam te veranderen. Niet dat ze geen mooie naam had namelijk Jacqueline, maar ze wilde anders heten. Het heeft moeite gekost, zeker bij haar familie, maar ze wordt nu anders genoemd. Ik heb er zelf wel eens over nagedacht, zeker na de zoveelste keer dat ik meneer Molenaar werd genoemd, maar ben nooit tot actie overgegaan, vooral ook omdat ik Ali bij mij vind passen. What’s in a name, zeg ik dan, en ik kan er ook wel om lachen als ik zoek op de uitspraak en een blogpost van Martha vind, over precies dezelfde vraagstelling.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Een verhaal met zintuigen

schrijvenZaterdag heb ik een workshop bijgewoond die Martha Pelkman gaf: schrijven met je zintuigen. Deze workshop gaf ze ter gelegenheid van de presentatie van haar boek #ikbengepest: hoe je met creatief schrijven je pestverleden kunt overwinnen. In de workshop waar nog drie andere mensen aan deel namen, hebben we een aantal opdrachten gemaakt. In de eerste opdracht moest ik een held beschrijven aan de hand van story cubes. Dat werd Marieke, een tienjarige jongedame met vlechten, een broertje van drie en een papa en mama. In de workshop werden de zintuigen behandeld, gehoor, smaak, tast, reuk en zicht. En die zintuigen mochten we ook gebruiken in de laatste opdracht, een kort verhaal van maximaal 500 woorden. Natuurlijk was Marieke de held van dit verhaal. Het oorspronkelijke verhaal heb ik in 20 minuten geschreven, was ongeveer 310 woorden en had nog geen einde. Er zit nu wel een einde aan en ik heb het verhaal geredigeerd.

Het verhaal

Ze is misschien te ver weg gelopen want ze ziet het huis niet meer. Papa en mama waren druk bezig en ze mocht eigenlijk niet weg, maar ze wilde weten wat het rare kwakende geluid was. En nu loopt ze dus hier op deze weg en het is warm. De zon prikt en ze bedenkt dat ze eigenlijk zonnebrandcrème had moeten gebruiken, maar die is ze vergeten. Ze ziet in de verte het bos en ze ziet vogels, maar die maken het kwakende geluid niet. Ze voelt steentjes in haar sandaal en stopt om die eruit te halen. De weg voelt warm aan haar blote voet. Ze hoort het kwaken weer, nu in de sloot langs de weg en ze loopt erheen. De sloot ruikt raar, thuis in Nederland is het vaak de geur van rottende bladeren. Dat stinkt. Hier in Frankrijk ruikt het anders maar ze weet niet goed naar wat. Nu komt ze te dichtbij, want ze glijdt met één voet in de sloot. De modder zit tussen haar tenen en voelt aan als slijm en dat is vies. Ze trekt haar sandaal uit en spoelt haar voet en haar sandaal af. Met deze warmte zijn ze zo droog. Ze wil nu eigenlijk terug want het bos is wel interessant, maar door de warmte heeft ze dorst gekregen en voelt haar tong droog aan. Ze proeft nog het broodje kaas dat ze met de lunch heeft gekregen. Papa en mama zullen bovendien wel boos worden omdat ze weg is gelopen. Maar waar moet ze heen? Met al haar aandacht voor het gekwaak heeft ze niet opgelet waar ze liep. Ze draait zich om en voelt op haar gezicht het zachte windje dat ze net in haar rug had. Dus die kant moet ze op. Een eindje verderop weet ze het ineens weer want daar ruikt ze lavendel. Verderop ziet ze het lavendelveld waar ze omheen moet, dan moet ze omlaag en daar weet ze het ook weer. Want daar is een andere weg en het hek waar ze doorheen is gegaan. En daar staat mama ook al, want die was haar dochter gaan zoeken. Gelukkig kijkt ze niet al te boos. Ze neemt haar dochter mee naar het vakantiehuisje waar Marieke wat te drinken krijgt.

Het boek

Martha heeft een boek geschreven, een heel wat grotere prestatie dan het korte verhaal hierboven vind ik. Dat is zaterdag gepresenteerd. In het boek vind je verhalen, theorie en schrijfoefeningen die je kunnen helpen als je vroeger gepest bent en daarvan nu nog last hebt.
#ikbengepest: hoe je met creatief schrijven je pestverleden kunt overwinnen / Martha Pelkman. – Expertboek, 2018. ISBN 978-94-92926-32-6
Verkrijgbaar voor € 20,- op de website of in de boekhandel.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Suiker #WOT deel 47

Mijn ontbijt vanochtend: magere kwark (suiker) met wat limonadesiroop (suiker) en een streepje honing (suiker). Oh ja, onder dit mengsel liggen blauwe bessen, een paar frambozen en havermout. De biologische soort, maar ook daar zit suiker in. Martha doet deze week mee aan de Suikerchallenge van het Diabetesfonds, best wel een nuttige actie want we krijgen iedere dag 1,5 tot 2 keer zoveel suiker binnen als nodig is.

Suiker ~ 1) Boterhambeleg 2) Conserveringsmiddel 3) Cubaans product 4) Cubaanse producten 5) Koolhydraat 6) Mannose 7) Sacharide 8) Sacharose 9) Smaakmaker 10) Smaakstof 11) Toevoeging aan spijzen 12) Voedingsbestanddeel 13) Zoet product 14) Zoete stof 15) Zoeterik 16) Zoetigheid 17) Zoetmiddel 18) Zoetstof.

Suiker en voeding

suikerHet zit bijna overal in. Als ik door mijn week heen ga, weet ik dat ik redelijk gezond eet, maar ik gebruik bijvoorbeeld kruidenmengsels, waar suiker in zit. Er gaat vaak honing in mijn thee. Mijn cappuccino krijgt extra suiker. Ik was gistermiddag bij een boeklancering (joehoe Martha!) en dat hebben we gevierd met een wijntje. Gisteravond schoof ik regelrecht aan bij het feestje van vriendin  W en dan gaan er ook de nodige wijntjes doorheen. Ook daar zit weer suiker in. En dan heb ik het nog niet eens over de hapjes gehad.

Dipjes

Als je het hebt over dipjes: niet in mijn suikerconsumptie, want dipjes bestrijd ik met chocola. De Hema heeft zakjes met zeevruchten, chocolade gevuld met praliné. Bak thee erbij en er gaat makkelijk een zakje doorheen op een middag. Ik heb gisteravond een Monopoly spelletje gekregen dat ik niet meer kan spelen, want het geld was van chocolade. Ik moet even door die snoepneiging heen, maar ik stress nog een beetje teveel over mijn gezondheid. Op een gegeven moment ga ik wel weer toegeven aan dat zeurende stemmetje in mijn hoofd die me vertelt dat ik moet inbinden.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Anna Boom van Judith Koelemeijer #wijlezenannaboom

Een nieuwe leesactie en ditmaal met Anna Boom van Judith Koelemeijer. Van #wijlezenanna door naar #wijlezenannaboom. Een aantal andere boekenbloggers hebben dit boek ook gelezen en hebben erover geblogd, zie AntoinetteJannie, KarinLalagèSue en Sandra.

Anna Boom

In de zomer van 1942 stapt de tweeëntwintigjarige Anna Boom op de trein naar Boedapest. Ze wil weg, naar Géza, de veel oudere Hongaarse man op wie ze verliefd is. Tot dan toe leefde Anna met haar moeder in buitenlandse pensions, in een geïsoleerde wereld. Nu breekt ze eruit, ook al is het oorlog en is haar Hongaar al jaren getrouwd. De reis markeert het begin van een uitzonderlijk leven. In Boedapest komt Anna via een vriendin in aanraking met de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg en helpt hem met zijn activiteiten. Na de oorlog besluit Anna alles te vergeten. Ze reist een Franse ambassadeur achterna naar Praag, vertrekt met de boot naar Bombay om met een Zwitserse ingenieur te trouwen en komt op haar achtenveertigste uiteindelijk thuis bij een Hollandse KLM-baas in Estoril. Judith Koelemeijer reconstrueerde het levensverhaal van Anna Boom aan de hand van interviews, brieven, foto’s en historisch onderzoek.

De inhoud

Anna BoomOp 24 juni 1920 wordt Anna Boom geboren, haar moeder is dan 42. Haar ziekelijke vader overlijdt in november 1920. Anna en haar moeder leven in pensions en hotels in het buitenland. Het levensonderhoud wordt betaald van de erfenis. In 1941 verhuizen ze vanuit Boedapest naar Nederland, vanwege de Devisensperre. In 1942 gaat ze terug naar Boedapest, ze wil naar Géza, haar Hongaarse liefde. Haar moeder doet ook pogingen naar Hongarije te komen, maar dat mislukt. Hongarije heeft een grote Joodse gemeenschap die pas laat vervolgd wordt. Hongarije wordt pas in maart 1944 bezet door de Duitsers. Anna lijkt de oorlog niet bewust te beleven. Ze gaat werken voor Raoul Wallenberg en helpt joden met beschermingspassen en voedsel. Ze wordt gearresteerd en weet door brutaliteit haar leven te redden. “Wanneer Anna, toen ze al veel ouder was, terugdacht aan de laatste, chaotische oorlogsmaanden in Boedapest, leek het alsof er een acute mist opkwam in haar hoofd. Er doemden alleen flarden van verhalen op, zelden kreeg ze haar herinneringen scherp. Ze had na de oorlog een ‘rolgordijn’ neergelaten – alsof het mogelijk was met één enkel armgebaar alle herinneringen voorgoed in een donkere kamer weg te stoppen.” (p.84)

De mannen in haar leven

Tijdens de oorlog heeft ze een relatie met Géza, maar dat verwatert nadat ze zwanger wordt en een abortus ondergaat. Ook heeft ze iets met Otto Gratz, een aan opium verslaafde arts. In 1946, nog steeds in Boedapest, ontmoet ze Robert Faure, een Franse diplomaat. “Ze viel op zijn positie, zijn macht, zijn kennis; naast hem leek het of ze er zelf ineens ook meer toe deed.” (p. 129) Met zijn auto reist ze heel Europa door. “Toch was het vreemd. Hoewel ze steeds het avontuur zocht, had ze vaak het gevoel dat ze innerlijk niets meemaakte. Het was allemaal leuk en gezellig wat ze deed. Maar het drong niet echt tot haar door; het raakte haar niet.” (p. 147) In 1951 gaat ze skiën en tijdens die skitrip ontmoet ze Harry Keller, een Zwitserse ingenieur. Er waren al trouwplannen maar ze verbreekt de verloving met Faure. Ze vlucht in een huwelijk met Harry, of ze die werkelijk lief heeft weet ze niet. Ze woont met hem in een Zwitserse kolonie in Perambur, in India. Het is ronduit saai voor haar. In het voorjaar van 1957 gaan ze terug naar Europa en Anna ontmoet Jan van Oldenborgh, hij werkt bij de KLM. Ze krijgen een verhouding. Pas in 1967 heeft ze de moed Harry te verlaten. In 1968 trouwt ze met Jan. Ze gaan in Portugal wonen. Jan overlijdt in 1999, Anna is in 2017 overleden. Ik ben hier niet echt tevreden over het verhaal. Het is wat vaag allemaal. Er komt niet echt uit waarom ze met Faure wil trouwen en vervolgens vlucht in een huwelijk met Harry. En ze is gelukkig met Jan, maar waarom? Geen idee.

Haar verhaal

Ze vertelt Jan van haar oorlogsavonturen, ze heeft brieven en getuigenissen van mensen die ze heeft geholpen. Zelf is ze het eigenlijk grotendeels vergeten. En hij hoort de verklaring voor een terugkerende droom van haar, waarin ze om een revolver gilt. Ze blijkt een Russische soldaat te hebben gedood, die een meisje verkrachtte. Begin jaren negentig komt ze in het nieuws met haar verhaal, onder andere in een talkshow met Karel van de Graaf. In 1995 wordt ze geëerd voor haar werk tijdens de oorlog. In 1999 overlijdt Jan. Ze reist veel, en ontmoet de dochter van Géza die ze ook vertelt dat zij een verhouding had met haar vader. Het boek is in 2008 gepubliceerd.

Leeservaring

Ik had veel van dit boek verwacht gezien het levensverhaal van deze dame, want dat leek me echt wel de moeite waard. Haar verhaal tijdens de oorlog is zeker interessant om te lezen. Ze heeft zeker wel wat meegemaakt, maar haar leven na de oorlog is naar mijn idee niet echt interessant. Ook krijg ik niet echt een beeld van de vrouw Anna, ze blijft abstract. Het raakt me niet, het komt niet bij me binnen. De vrouw Anna blijft ver me van me af staan en komt niet dichterbij. Wellicht was een andere opzet beter geweest, want nu lees je het als een roman, in plaats van een biografie. De schrijfstijl van Judith Koelemeijer helpt voor mij ook niet echt. Het viel dus eigenlijk een beetje tegen en kreeg van mij drie sterren op Goodreads.

Over Judith Koelemeijer

Judith Koelemeijer debuteerde in 2001 met Het zwijgen van Maria Zachea, waarmee ze haar naam als schrijver van literaire non-fictie vestigde. In 2008 verscheen Anna Boom, dat boek is ook in het Duits vertaald.

Anna Boom / Judith Koelemeijer. – Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 2008.
ISBN 978-90-5807-321-1