Voorbereiden op #nanowrimo: de personages

Toen ik nog toneel speelde, vond elke regisseur het belangrijk dat de spelers ook een achtergrond bij de personages bedachten. Wie zit er achter Marietje? Heeft ze een lievelingskleur? Is ze getrouwd, wat voor karakter heeft ze? Gaat ze naar de kerk? Daarmee vormde je het personage, voorkwam je dat er een levenloos figuur op het toneel stond. Je kon met die achtergrond bedenken waarom Marietje iets zei. Haar motivatie achter haar woorden. Die hele achtergrond haalde ik vaak al uit het geschreven woord, de dialogen die door een toneelschrijver waren bedacht. De vaart waarop iets werd geschreven, de woorden waarmee iets gezegd werd, de weinige regie-aanwijzingen die in een tekst al waren opgenomen. Sommige regisseurs schrapten die regie-aanwijzingen trouwens.

A Great Deliverance

Ik ben een groot liefhebber van lezen. Ik wil niet voor niets een boek schrijven, stukjes voor mijn blog schrijven lukt me, bewijs ik al bijna zeven maanden. Een tijdje terug had ik drie boeken van Elizabeth George uit de minibieb gehaald, A Great Deliverance, A Traitor to Memory en With No One as Witness. De schrijfster zei me wel iets, vaag dan. Gisteren ben ik begonnen in A Great Deliverance, maar moest het ’s middags opzij leggen toen ik met vrienden wegging. Gisteravond kwam ik thuis, heb eerst nog wat tv gekeken, ben naar bed gegaan en dacht, ik lees nog een half uurtje. Om half drie heb ik uiteindelijk het licht uitgedaan. Ik moest van mezelf gaan slapen. Vanochtend was het koffie en boek en heb ik het uitgelezen. Vijf sterren op Goodreads.

 a great deliverance

Personages

George is een Amerikaanse schrijfster en beschrijft door en door Britse personages. Dit is het eerste deel van de Inspecteur Linley boeken, iets dat ik pas halverwege het boek in de gaten had. De eerste twee hoofdstukken van het boek leggen niet alleen de basis voor het verhaal, maar vooral voor de personages Thomas Linley en Barbara Havers. Want hier heb je de beschrijving van die twee niet alleen in woord maar ook in tegenstellingen. Wat ik het knappe ervan vind is dat de sfeer van het boek in die eerste twee hoofdstukken wordt gevangen. Barbara Havers, een jonge vrouw van 30 die bij de politie werkt, uit de recherche in uniformdienst is gezet en teruggehaald wordt voor een moordzaak. Zij wordt toegevoegd aan Thomas Linley en die leren we kennen door het verhaal van Barbara. Uit haar woede en haar gedachten over Linley leren we niet alleen hem kennen maar ook haar. En haar gedachten zijn in eerste instantie niet gunstig. “So they’ve given you the golden boy, she thought. What a treat for you, Barb! After eight miserable months, they bring you back from the street ‘for another chance’ – and all the while it’s Linley! ‘I will not,’ she muttered. ‘I will not do it! I will not work with that sodding little fop!'”
Petje af voor die eerste twee hoofdstukken, achtergrond en geschiedenis van de hoofdpersonen. En petje af voor de rest van het boek, want de moordzaak zelf lijkt eenvoudig, maar er komt heel veel menselijk leed naar boven.

Mijn eigen personages

Het volgende element in de #nanowrimo begeleiding is planning, en dat heb ik wel nodig ook, want de personages waren aan de beurt in de tweede week en daar ben ik nog steeds mee aan het worstelen. Want Dineke en Joris krijgen een rol, maar wie nog meer? En hoe zit het met die plot – derde week – waar ik ook nog weinig van heb? Genoeg werk aan de winkel. En eigenlijk geen tijd om te lezen, maar dat doe ik wel.

Mijn vorige #nanowrimo stuk over de brainstormfase vind je hier.

Voorbereiden op #nanowrimo – brainstorm fase

Het heeft wat, de wereld vertellen dat ik een boek ga schrijven. Maar vervolgens moet ik ook wat doen. De afgelopen tien dagen heb ik door tijdgebrek weinig kunnen doen, en dat is wel jammer. En dat terwijl ik wel aan Facebook Lives kan meedoen die Martha organiseert om ons aan het werk en aan het brainstormen te helpen. De andere deelnemers hebben volgens mij wel al een idee wat ze willen doen. Dat is voor mij een probleem. Ik heb een vaag idee, gebaseerd op Dineke en Joris, over wie ik al eerder verhalen heb geschreven, maar wil er nu ook een broer van Joris bijhalen. Maarten kwam trouwens al in de #twentydaystory voor. En hij wordt dan eigenlijk de hoofdpersoon, maar het blijft een beetje vaag en dat kan je met een verhaal doen, maar een heel boek wordt wat lastig op deze manier. De brainstorm is nog niet echt op gang. Dat moet nog wat gestuurd worden en dat hoop ik met deze stukjes te bereiken.

Afbeelding van Engin Akyurt via Pixabay

Brainstorm

Zelfs in mijn privéleven krijg ik Zoom meetings, want vanmiddag was er eentje met Martha en nog een deelnemer. We hebben met zijn drieën zitten brainstormen over de twee verhalen. Ik was ergens, namelijk bij Dineke en Joris en wilde broer Maarten erbij halen. Oorspronkelijk dacht ik Maarten de hoofdpersoon te laten worden met model-vriendin maar dankzij het brainstormen wordt het idee nu toch wat meer omlijnd. De coronacrisis en de lockdown gaat er ook een rol bij spelen. Tante Dineke erbij? Kan allemaal. Nu even verder denken over wat ik ga schrijven. Door het gebrainstorm van vanmiddag heb ik zelfs al een idee over de opzet.

Veel leesplezier en tot later, want er komt een vervolg hierop.

Ik ga een boek schrijven

Goed hé? Het staat er zomaar. Een boek schrijven. Stilletjes heb ik vaak over gedacht en nooit uitgevoerd omdat ik al blokkeerde als ik dan bedacht dat iemand zou gaan lezen wat ik had geschreven. Of nog erger, dat iemand het vreselijk zou vinden. Daar heb ik me geloof ik een beetje overheen gezet. En daarom heb ik me ingeschreven voor het #nanowrimo project van Martha. In een maand een boek schrijven.

#nanowrimo

National Novel Writing Month, oftewel #nanowrimo is in 1999 begonnen met 21 deelnemers. en nu in 2020 bestaat het nog steeds met veel meer deelnemers. Die deelnemers denken allemaal dat het makkelijk is, zo’n boek. Dat betekent dus ongeveer 50.000 woorden per maand. Dat zijn echt heel veel woorden. En dan zit ik hier echt te twijfelen welke smiley ik hier in gooi.
Het is moeilijk, niet alleen omdat het serieus moeilijk is, maar ook omdat het gros van de mensen die hieraan beginnen, bij het eerste hoofdstuk blijven steken. Schrijven is een vak.

Het onderwerp

Ik heb er wel over nagedacht, wat doe ik, fictie, of non-fictie? Non-fictie zit ik te denken aan Haghespel, een geschiedenis van het blad schrijven. Bijna 20 jaar ben ik hoofdredacteur geweest, ik weet er best veel van. Wat kan ik te weten komen van de jaren daarvoor?
Maar fictie? Wat doe ik? Dineke en Joris? Iets anders? Tempted. Maar ik weet het nog niet. Heeft iemand een idee? Vertel het!

Thuis aan de cursus

We hadden het vanochtend over cursussen tijdens de group meeting. Ik vertelde dat ik morgen een online cursus heb van VOGIN. Het is deels persoonlijke belangstelling want het gaat over verkiezingen in Nederland en is dus niet relevant voor mijn werk, maar Lexis-Nexis organiseert mee, en dat is natuurlijk wel interessant.

Online cursus

Alles wat offline in een zaal zou gebeuren in de komende maanden is nu verhuisd naar de online omgeving. Ik heb al een keer een dagdeel bij GO Opleidingen gedaan via Zoom. Morgen is het een webinar. Volgende week zit ik dan geloof ik weer via Zoom. Google zou ook nog kunnen. En dat is dan meteen het nadeel. Iedereen gebruikt weer een ander systeem. Maar terug naar de cursussen. Ik vind het een groot voordeel, dat alles online gaat. Het nodigt mij nog wel eens uit een gokje te doen. Sommige onderwerpen wil ik offline geen moeite voor doen, want ik moet de trein in en in één of andere zaal van alles er omheen bijwonen waar ik geen zin in heb. Dat alles is online wel mogelijk. Complete congresdagen worden opgedeeld in losse onderdelen en dat is dan wel aantrekkelijk, zelfs voor heel kleine groepen. Deze week dus één online sessie, de volgende week twee, en de week daarop drie. De KNVI heeft al aangekondigd dat het jaarcongres online gaat gebeuren en dat is volgens mij in november, dus ik ben benieuwd.

online

Nadelen

Natuurlijk heeft het nadelen. Alleen al technisch gezien. Zoom had zeker in het begin van de crisis een slechte reputatie qua privacy. Nu is het wel verbeterd.
Je kan in de meeste van die systemen je achtergrond vervangen door een mooi plaatje. Bij mijn werk hebben ze een paar van die achtergronden standaard in Teams gezet. Het nadeel daarvan? Het blikkert en flikkert en je ziet af en toe stukjes uit het hoofd van degene ervoor verdwijnen. Ik laat dus meestal alleen mijn achtergrond vervagen.
Thuiswerkende mensen hebben niet altijd de beste plek om te werken. Ik zat vorige week tegen een zwart hoofd aan te kijken, omdat de collega voor een raam zat dat ze niet helemaal kon verduisteren.
De verbinding is af en toe niet helemaal geweldig, dan merk je goed dat sommige mensen met een wifiverbinding werken. Ik ben zo blij met mijn kabeltje naar mijn modem.
Dan die klassieke fout die ik vanochtend nog heb gemaakt: vergeten dat je de microfoon op mute hebt gezet en een lang verhaal beginnen, dat je weer overnieuw kan maken omdat niemand het heeft gehoord. Of je microfoon juist niet op mute zetten zodat het telefoongesprek van iemand anders mooi duidelijk meekomt.

Voorbereidingen

Uit eigen ervaring kan ik vertellen dat niet alles meteen duidelijk is als je bezig bent met een online cursus of presentatie. Voor ik mijn eerste presentatie in Teams deed, heb ik eerst geoefend met een vriendin. Want bijvoorbeeld je scherm delen is heel makkelijk en handig, maar zorg dan wel dat je powerpoint open en wel klaar staat. Vriendin meldde dat ze de verkenner zag, maar niet de powerpoint want die moest ik nog openen. Zorg sowieso dat er weinig open staan, dat voorkomt verwarring. Voorkom storing. Tijdens de demonstratie van de best wel oude database kwam ik erachter dat die zwaar de hik kreeg in Teams en dat ik dus niet verder kon. Mijn presentatie is nu uitgebreid met screenshots.
Maak het niet te lang, houd pauzes, mute je microfoon tijdens die pauze. En vooral: bereid je voor. Niets zo erg als er halverwege achter komen dat hetgene wat je eigenlijk nodig hebt, niet thuis is, maar op kantoor.
Kijk, in mijn laatste alinea word ik dan toch nog even schooljuf.

#tendaystory in bewerking

Op 1 april begon ik met dagelijks bloggen, puur voor de lol en mijn eigen concentratie. Ik begon ook met een #twentydaystory net als in 2019. Alleen maakte ik een klein foutje. Ik vond het namelijk niet nodig op twintig achtereenvolgende dagen afleveringen te publiceren en daarmee heb ik mijn hoofdpersoon Maaike lang laten bungelen. Op 12 en 13 april publiceerde ik twee afleveringen, vervolgens haalde ik het uit mijn eigen dagelijkse cyclus van bloggen en kwam er niets meer van. Arme Maaike moest tot 19 september wachten tot ik eindelijk weer wat verzon voor haar. Dat moet beter worden.

Wordingsproces

Vorig jaar gedaan, en dit jaar wilde ik dat ook weer doen. Een blog over het wordingsproces van het verhaal waarmee ik eigenlijk vooral lessen voor mezelf wilde formuleren. Als je twintig dagen met een verhaal bezig bent, leer je wel wat goed of fout is. De eerste fout is al genoteerd. Beterschap is beloofd. Ik ga mijn best doen, ook met dit stuk. Eén van de fouten van vorig jaar hoop ik te voorkomen met de verhaallijn die ik al deels heb.

Goede voornemens

Het zou zo mooi kunnen zijn als je voornemens ook uitvoerde. Het verhaal van Maaike in twintig afleveringen had al afgerond kunnen zijn als ik tenminste in september had doorgezet. Maar nee. Ik heb zojuist (8 oktober) een nieuwe aflevering gepubliceerd en heb me ernstig voorgenomen het nu door te zetten en elke dag een aflevering te publiceren. Tot morgen dus.

Nog meer goede voornemens

Tot morgen was leuk, maar is niet gelukt. Nou wilde ik heel graag dit verhaal af krijgen voor het eind van oktober, maar dat wordt zeker anderhalve week in november nog doorploeteren en dubbelen. Vanaf 1 november ga ik meedoen aan #nanowrimo, National Novel Writing Month. Daar zou een boek uit moeten komen, tenminste, dat ga ik proberen. Ik heb me heel oktober al voorbereid. Het wordt leuk, want dat wordt dus de #twentydaystory, dagelijks bloggen en het boek.

#tendaystory

Het is eind december, ik heb net mijn kerstverhaal gepubliceerd en ik zit nadenkend naar mijn #twentydaystory te kijken. Ik wilde dat verhaal afhebben voor het eind van december en dat gaat dus gewoon niet lukken als ik op 26 december 9 afleveringen heb gepubliceerd. Ik heb dus een beslissing gemaakt, het wordt een #tendaystory. Met een beetje geluk heb ik morgen genoeg inspiratie voor het laatste deel.

De moraal van het verhaal

Bezint eer ge begint. Het was misschien niet zo handig dit te beginnen in een periode dat ik druk was met dagelijks bloggen, thuis werken, jongleren met buiten sporten, een beetje op mezelf letten en van alles en nog wat. Volgende keer – als die er komt – ga ik gewoon weer mee op een opdracht, in mijn eentje was het blijkbaar teveel. Het is uiteindelijk een aaneenschakeling van goede voornemens en te weinig discipline geworden, waardoor het verhaal uiteindelijk op 30 december is afgerond. Maaike blijft in portefeuille, dat heb ik haar beloofd.

Waar vind je alles?

Hier vind je mijn 2020 editie van de #tendaystory. Mijn eerdere #twentydaystory vind je hier. De bijlage over het schrijven van dat verhaal vind je hier. Wil je meer verhalen lezen? Dat kan hoor want elk verhaal heeft de tag ‘eigen verhalen’ gekregen. Veel leesplezier.

Schrijfoefeningen

In mijn blog gisteren had ik het erover dat ik schrijven zo fijn vind. En toen kreeg ik tips van mensen voor schrijfoefeningen.

750words

Drie jaar geleden werd ik door iemand op 750words gewezen. De bedoeling is dat je dagelijks online schrijft, alles wat in je hoofd op komt, alles wat er maar uit komt rollen. Het idee erachter is dat als je er een gewoonte van kan maken dagelijks op te schrijven wat er maar uit moet, het je voor de rest van de dag helpt helder na te denken. Ook zou je er creatiever van moeten worden. Ik heb het een maand gedaan en ben afgehaakt omdat het 5 dollar per maand moest kosten. Dat loopt toch aardig op. En nu heb ik mijn blog waar ik dagelijks op kan schrijven.

Morning Pages

De maker van 750words had zich duidelijk laten inspireren door de Morning Pages van Julia Cameron. Haar boek The Artist’s Way gaat over creativiteit, over motivatie, over een nieuwe levensfase. Eén onderdeel zijn die Morning Pages waarbij je drie pagina’s schrijft, maar met de hand. Over alles wat je bezighoudt, niets teruglezen, niets corrigeren, gewoon doorschrijven. Blijven schrijven tot die drie pagina’s vol zijn. Herkenbaar als je 750words al eens hebt geprobeerd, want die drie pagina’s staan ongeveer gelijk aan 750 woorden. Cameron gaat verder want die wil dat je creativiteit lost komt. Dat kan je trouwens ook heel goed met een Nederlandse cursus van Heldenreis. Dat is die hele Artist’s Way. Die Morning Pages alleen kan je ook elders doen. Inspiratie krijg ik er wel van trouwens.

schrijfoefeningen

De #WOT

En wat ik natuurlijk bijna vergeet is dat de #WOT ook een heel mooie schrijfoefening is. WOT betekent Write on Thursday, een schrijfoefening waarbij iemand (ik dus) een woord opgeeft, daar iets over schrijft, en mensen uitnodigt daar hun eigen slinger aan te geven. De #WOT loopt al jaren en is door verschillende mensen opgesteld. Ik heb de #WOT in april overgenomen. Doe een beroep op je creativiteit en schrijf mee!

Vooruitgang

Om de tien minuten. Het werd vanmiddag zeer blij verkondigd door de NS. Vanaf 2021 vertelden ze, dan zou die sprinter om de tien minuten gaan rijden en onder andere mijn geboortedorp Barendrecht aandoen. Ik zat het te lezen, en dacht, verrek, dat had veertig jaar eerder moeten gebeuren.

Geboorteplaats: Barendrecht

Ik ben geboren en getogen Barendrechter. In hoeverre ik mezelf Barendrechter kan noemen is de vraag aangezien ik langer in Den Haag woon dan ik ooit in Barendrecht heb gewoond, maar dat mag de pret niet drukken. Ik woonde aan de Gebroken Meeldijk, vlak naast de spoorlijn, in een rijtje huizen dat pak hem beet twintig meter van het spoor aflag. Een vriendin van me, dochter van een NS-employee, woonde op twee meter afstand van het spoor. Het heeft trouwens ook Appendixlaantje geheten. Er stond één rijtje huizen evenwijdig met het spoor. Mijn ouders zijn in het laatste huis van die rij komen wonen toen ze trouwden in 1957 en zijn er weggegaan in 1992. Ze wilden niet, maar moesten wel. Er waren plannen voor de Betuwelijn en de Hoge Snelheidslijn en die zouden ongeveer door de voorkamer gaan. Laten we het in dat verband maar niet hebben over de moestuin die echt naast de spoorlijn lag, er zat iets van twee meter tussen. Dat ligt nu onder het station. De kastanjeboom op de foto, door mijn vader geplant, moest helaas omgehakt worden. Daarachter zie je de spoorlijn.

2020-09-01 21.13.27

Treinen in Barendrecht

Geboren en getogen naast de spoorlijn merkte ik er eigenlijk nooit wat van. Het was zo’n regelmatig geluid dat je het echt niet merkte. Pas als er storing was, dan miste je het geluid. En dan te bedenken dat die Rotterdam-Dordrecht lijn één van de drukste lijnen van Nederland was. Mijn HBO opleiding heb ik in Den Haag gevolgd, daarna ging ik er werken. Ik reisde heen en weer in die tijd. Dat ging in de spits makkelijk, want dan reden er voldoende treinen. Buiten de spits kon je een half uur wachten als je de trein net gemist had. Plus dat je behoorlijk nat kon regenen, want het mooie overdekte station van nu is pas in 2001 geopend. Moest je verder het dorp in met de bus? Jammer dan, want die kwam eens in het uur en was net vertrokken als de trein binnen kwam. Ik was erg blij dat ik op vijf minuten lopen van het station woonde. Om half acht ’s ochtends liep ik langs het spoor naar het station, schoof ik de trein in en rond half negen was ik op mijn werk. Op zaterdag ging ik regelmatig naar Rotterdam en dan ging ik daar naar de bibliotheek. Die in Barendrecht had ik al uitgelezen.

En waarom begon ik hier nou over?

Vooruitgang dus. Jaren terug mochten we blij wezen met één trein in het half uur. Het is nooit een intercity station geweest. Die busverbinding is tegenwoordig geloof ik wel wat beter, maar dat heb ik niet afgewacht. Ik ben in 1989 verhuisd naar Den Haag. Niet alleen werkte ik toen, maar ik studeerde ook parttime Geschiedenis in Leiden. Het heen en weer reizen was eigenlijk niet meer te doen. En bovendien was ik 25, het mocht wel. Toen had Barendrecht geloof ik 15.000 inwoners. Tegenwoordig telt het ruim 48.000 inwoners. En nu, eindelijk in 2021, gaat die trein elke tien minuten rijden. Vooruitgang.

Een kantoordag

Dat komt af en toe zo maar uit. Ik was aan het schuiven geweest met kantoordagen en was uiteindelijk op vandaag uitgekomen. Dat had verschillende redenen. Een deel ervan was gewoon afspraken combineren. Ik moest namelijk naar het ziekenhuis in Leidschendam voor een CT-scan en dan kon ik makkelijk door voor een kantoordag in Nootdorp.

Puin ruimen

Ik zag er een beetje tegen op, maar het moest wel gebeuren, want wat moest ik doen met de alsmaar groeiende stapel tijdschriften die in normale tijden verspreid werden? Daar gooide ik dus een mail voor de wereld in. Reactie: out of office, vakantie, dus dat kan wel even even duren. Andere tijdschriften kunnen online gevonden worden en kon ik downloaden. Sommige tijdschriften gaan resoluut het oud papier in. Niet belangrijk, iedereen is weg, en nogmaals, niet belangrijk.
Ik ben zo aan het schuiven geweest met ga ik wel – ga ik niet naar kantoor, dat er twee mails al een paar weken hangen. Papers die ik wel heb, maar in mooi ouderwetsch papier in de bibliotheek in Nootdorp staan. Ook die handel ik vandaag af. Dat soort mails gooi ik in de takenlijst van Outlook en het is een stukje voldoening dat die takenlijst korter wordt. Tien tegen één dat morgen weer iemand mailt en iets wil hebben dat in papier op kantoor is, maar dat zie ik dan wel weer.

Kantoor

Ik heb een afspraak dat ik elke week op woensdag op kantoor ben. Dat heb ik de afgelopen weken niet echt gehaald. En ik ga het de komende weken ook niet halen. Hoe lekker het ook is dat ik die twee schermen heb en de ruimte en koelte op kantoor, ik trek mijn eigen plan. Als het nodig is ga ik naar kantoor. Als het beleid verandert hoor ik het wel, en dan ga ik daar mijn plannen op aanpassen. Ik ben eindelijk gewend aan thuiswerken en red het wel. Ja, het gezelschap en de aanspraak van de collega’s mis ik wel, maar daar hoef ik niet voor naar kantoor te gaan, want daar zijn ze niet op dit moment.

Zomaar een thuiswerkdag

Het was laat vannacht en vroeg vanochtend, of normale tijd vannacht en … vroeg vanochtend. Niet dat het uitmaakt, om half 8 ben ik mijn bed uit, duik de badkamer in, ruk een schoon t-shirt uit de kast en ga aan het werk. Ik kijk tegenwoordig niet eens meer wat voor shirt ik aantrek, en die korte broek heb ik geloof ik ook aan vanaf april. Echte werkkleren, nee, niet echt meer nodig. Het is de zoveelste thuiswerkdag vandaag.

Na drie koffie ga ik mijn ontbijt klaarmaken, dat is al maanden omgedraaid. Ik werk eerst een uurtje en ga dan naar dat ontbijt kijken. De Volkskrant lees ik ondertussen ook digitaal. De rest van de ochtend ben ik bezig met mijn mail. Vragen beantwoorden die er altijd wel staan na het weekend en mijn tijdschriftenalerts versturen. We hebben nauwelijks abonnementen, dus om de collega’s op de hoogte te houden van nieuwe literatuur krijgen ze alerts op tijdschriften van me. Ik krijg meestal wel respons, maar het is vakantietijd en dat merk ik. Weinig verzoeken.

Het heerlijke van thuis werken is wel dat je uitgebreid aandacht kan besteden aan je lunch, ik maak een rijstsalade klaar. Na de lunch is het tijd voor een aanwinstenlijst. Soms laat ik die zitten, maar de laatste maanden niet. Het is niet alleen een aanwinstenlijst, maar ook attendering op wat minder nieuwe, maar evengoed interessante literatuur. Het is een mooi middel om contact te houden met de collega’s. Tegen de tijd dat ik dat ding verstuur – eind van de middag – krijg ik een hele lading out of office berichten, inclusief eentje van iemand die het bedrijf heeft verlaten. Ik ben meestal de laatste die dat hoort, zeker als die persoon bij een ander kantoor zat. Het is ook een mooi moment om af te sluiten, ik was vroeg vanochtend, het is mooi geweest voor vandaag.

Veranderingen

Er is wel wat veranderd in de ruim vier maanden die ik nu thuiswerk. Zie bijvoorbeeld kleding. De aandacht die ik aan mijn lunch kan besteden is een verandering in positieve zin. Net zo goed als halverwege de ochtend bedenken dat ik iets uit de vriezer moet halen. Dat was mooi pech geweest als ik op kantoor had gezeten. Soms gooi ik mijn rooster helemaal om, ga tussendoor sporten en haal die uren later in. De sportschool is 20 minuten fietsen hiervandaan. Het Zuiderpark is nog gunstiger, dat kan ik eigenlijk lopen, meestal neem ik de fiets, dat is dan 5 minuten. Ik heb geen pakje gemist de afgelopen maanden, want ik was meestal thuis. De plank (1.32) en de wallsit (1.01) kunnen makkelijk tussendoor. Toch vind ik het fijn dat ik af en toe mijn neus op kantoor mag laten zien. Eens in de week of twee weken een dagje kantoor geeft me de gelegenheid dingen te regelen waarvoor ik echt in de bibliotheek moet zijn. Ook kan ik dan de weinige post bekijken die op papier binnenkomt. Hoe het verder gaat? Ik weet het niet, voor hetzelfde geld zitten we tot januari met zijn allen thuis te werken

Terug naar kantoor

Het mocht weer vandaag. Terug naar kantoor. Het werd ook hoog tijd, want er stonden wel heel veel mails in mijn inbox van mensen die ik dingen beloofd had die in de bibliotheek stonden. Dit keer was het met toestemming van de baas, want zo langzamerhand mogen we weer, maar daar heb ik het al eerder over gehad.

Beleid

Er was over nagedacht, zag ik toen ik arriveerde. Nou had ik ook al een verplichte cursus gedaan over het terugkeren naar kantoor, dus ik wist wel wat. We mogen de lift bijvoorbeeld niet gebruiken, maar ik vond dat ik met een stapel post en twee glazen in mijn handen wel de lift mocht gebruiken. Met glazen in je hand mag je niet op de trap volgens QHSE regels. QHSE betekent Quality, Health, Safety and Environment, wat bij ons serious business is, want we hebben heel veel werknemers die offshore op schepen hun werkzaamheden moeten doen. Daar heb je heel veel regels voor. Maar op kantoor hebben die QHSE lui ook wat te vertellen, hand aan de leuning dus als je de trap op of afgaat. Op de derde verdieping aangekomen schuif ik meteen door naar mijn vaste plek. Er is welgeteld één collega op deze verdieping die ik al vier maanden niet heb gezien, dus ik ga even een praatje maken. Hij blijkt wel meer op kantoor te zijn geweest. Er gaat een chat message naar mijn vaste lunchmaatje, ze blijkt er nog niet te zijn. Rondlopend op de derde verdieping zie ik overal borden hangen met looprichtingen die voor mij wat vreemd lopen. De bibliotheek is achter mijn bureau, maar de looprichting vertelt mij dat ik eigenlijk om de lift en het trappenhuis heen moet en dan de bibliotheek in kan. Er is één collega op de verdieping. Ik overtreed de regel.

Koffie

Mijn lunchmaatje is er, ik ga koffie met haar drinken en overtreed de volgende regel. In het trappenhuis vlak naast me mag ik eigenlijk alleen naar boven. De derde verdieping is de bovenste verdieping. Ik loop fijn naar beneden. In het restaurant gaan we op anderhalve meter afstand koffie drinken en bij kletsen. Collega nummer twee komt ook en wordt enthousiast begroet. Hij zit normaal naast me en ik heb hem in vier maanden niet gezien. Collega nummer drie komt er ook gezellig bij zitten. Alle vier op anderhalve meter afstand en we blokkeren effectief een pad in het restaurant. Gezellig is het wel, en alle nieuwtjes vliegen over en weer. Een collega is voor de tweede keer vader geworden en heeft het meteen goed gedaan: twee zoontjes. Een andere collega, al jaren geleden naar een andere BV verhuisd, gaat deze week met pensioen. En er zijn ook collega’s weg, wat te verwachten is met deze economische situatie, maar natuurlijk wel te betreuren is. Na de koffie ga ik lekker even doorwerken.

Kantoor situatie

Wat is het toch fijn om je inbox op een groot scherm te zien, zodat je makkelijker een overzicht hebt wat er nog open staat. Dat werk ik vandaag als eerste weg, want er zitten dingen tussen die er al weken staan. Daar kan ik niet tegen. Weg ermee. Op scherm 1 mijn mail, op scherm 2 mijn Exceloverzicht van bestellingen. Elke keer als ik die twee schermen voor mijn neus heb, besef ik dat het laptopschermpje wel weinig is. Na de lunch – met lunchmaatje en weer een andere collega – doe ik wat klussen die ik gisteren tot vandaag heb uitgesteld. Want!!!! Vandaag twee grote schermen. En vreemd genoeg heb ik ook al een nadeel ontdekt. Vier maanden thuis werken met een radio erbij, betekent dat het heel vreemd stil is op kantoor. Die ene collega aan de andere kant maakt namelijk ook geen lawaai. Vanochtend op de fiets had ik al bedacht dat ik de voeding van mijn laptop in mijn rugzak had moeten gooien, dus rond drie uur is het gewoon afgelopen. Nog geen 30% over, ik heb ook net een karweitje klaar, komt mooi uit.

Conclusie

Het was eigenlijk gewoon fijn. Kantoor weer zien, inbox leegwerken, bijkletsen, cappuccino drinken, nieuwtjes horen. Een stukje nieuwe energie opdoen voor de volgende keer. Die afspraak die ik met de Return to Office Coordinator heb gemaakt om elke woensdag naar kantoor te komen is eigenlijk wel goed. Volgende week dus weer.