Theater in verhalen: A Question of Patronage

In mijn serie besprekingen van romans waar het theater een rol in speelt, wil ik af en toe een uitstapje maken naar korte verhalen. In de bundel The Mammoth Book of Vampire Stories by Women die ik op dit moment lees, komt een verhaal voor van Chelsea Quinn Yarbro, A Question of Patronage. Ze heeft een serie historische horrorromans geschreven die om de vampier Saint-Germain draaien. Deze vampier speelt ook in dit verhaal een rol.

Het verhaal

Het verhaal speelt in de negentiende eeuw in een Engelse stad. John Henry Brodribb, jongste bediende in een administratiekantoor, ontmoet graaf Ragoczy, een klant van zijn kantoor. Hij kopieert het accountboek van deze klant en vertelt hem dat hij onregelmatigheden heeft ontdekt. Er wordt geld gestolen van de graaf. Deze komt ‘s avonds naar het kantoor om deze dingen te bekijken en ontdekt dan het geheim van John. Hij wil acteur worden en besteedt de avonduren aan het uit het hoofd leren van toneelstukken. John en graaf Ragoczy vinden samen uit wie achter de onregelmatigheden zit. Hij wordt door de graaf beloond met geld waarvoor hij zich inkoopt in een toneelgezelschap en de rol van Romeo kan spelen in Romeo en Julia. Het is overigens opmerkelijk dat in een verhaal dat in een bundel over vampieren wordt opgenomen, het woord ‘vampier’ geen enkele keer valt.

Henry Irving

De jonge John verandert zijn naam naar Henry Irving. Deze acteur was in de Victoriaanse tijd een bekend acteur met een eigen theater. Irving was de inspiratie voor graaf Dracula, hoofdpersoon van de roman van Bram Stoker, Dracula. Bram Stoker heeft enige tijd voor Irving gewerkt in het Lyceum Theater en heeft zelfs een biografie geschreven van Irving.

Chelsea Quinn Yarbro, A Question of Patronage, a Saint Germain Story. In Stephen Jones, Ed. The Mammoth Book of Vampire Stories by Women. London: Robinson, 2001.

Theater in romans: Phileine zegt sorry

Phileine, de hoofdpersoon in deze roman van Ronald Giphart, is “beauty brains beast best”. Haar vriend Max vertrekt naar New York om daar te gaan studeren. Het gaat om een Shakespeare project waar hij als toneelspeler aan kan meedoen, een ‘eens-in-zijn-leven’ gelegenheid die hij zich niet kan laten ontgaan. Max vertrekt naar New York en Phileine besluit hem daar onverwachts op te zoeken. Ze treft hem aan in een wel heel eigentijdse uitvoering van rOmEO-n-jULieT en dan knapt er iets in haar.

Phileine Phileine Phileine

Niet voor niets noem ik de hoofdpersoon drie keer. Het verhaal wordt verteld vanuit haar perspectief en dat is wennen, zeker in het begin. Phileine komt over als een meisje dat absoluut schattig gevonden wil worden, maar eigenlijk een egocentrisch kreng is. Nieuwsgierig als ik ben lees ik door en zo rond pagina 89 grijpt het me eindelijk. Ze pikt het niet en in totale dronkenschap zet ze Max voor het blok tijdens de voorstelling. Nou moet ik wel zeggen dat geen enkele vrouw het leuk zou vinden als haar vriendje seks heeft op het podium in een experimentele toneelvoorstelling. Waar het verhaal om draait is Phileine, hoe zij dit aanpakt en verwerkt. Hoe zij uiteindelijk toch weet uit te komen voor het feit dat ze spijt heeft. Ze zegt sorry.

Wat vind ik ervan?

PhileineEén van de redenen dat ik in het begin een beetje moe werd van het boek is het grofgebekte taalgebruik van Giphart en de seks. Is er nou werkelijk geen één Nederlands boek zonder seks? Moet dat nou altijd? Blijkbaar wel. Dat zal wel de vrijgevochten Nederlandse geest of zo zijn. Van mij hoeft het eigenlijk niet. Als je seks nodig hebt om de aandacht vast te houden, houdt het een beetje op. Phileine bleef het hele boek door een onuitstaanbare muts, maar wel eentje die intrigeerde. Wat het leuk maakte waren zinnen als: “Hoewel Max en ik op het mentaal-theoretische vlak van het fysiek-seksuele discours het paradigma van de buitenrelationele cohabitatie in principe niet ontkennen noch a priori veroordelen, moet hij in de praktijk heel simpel met z’n vieze jatten van andere wijven blijven.” (pag. 89) Dat vind ik humor en daarmee mag Giphart dan rustig doorgaan. Dat maakte het boek als geheel geslaagd en bij vlagen super interessant, maar niet “de beste roman aller tijden” zoals Herman Brusselmans op de voorzijde van het boek verklaart. Het boek is in 2003 verfilmd met Kim van Kooten in de rol van Phileine en snoepje van het jaar Michiel Huismans als Max.

Ronald Giphart, Phileine zegt sorry
Amsterdam: Uitgeverij Podium, 1996, 23ste druk 2009

Succes: #WOT deel 23

Het #WOT woord van deze week is

Succes = 1) Aftrek 2) Bestseller 3) Bijval 4) Bereikte 5) Carrière 6) Furore 7) Goede afloop 8) Gelukkige afloop 9) Goede uitslag 10) Geluk 11) Hit 12) Kasstuk 13) Klapper 14) Kraker 15) Knaller 16) Opgang 17) Resultaat 18) Schlager 19) Succesnummer 20) Successtuk 21) Topper 22) Treffer 23) Triomf 24) Voorspoedigheid 25) Victorie 26) Voorspoed.

We wensen elkaar bij alles succes. Eindexamen, rijexamen, sollicitatiegesprekken, noem het maar op. Dat is meetbaar succes. Er hangt iets van af, je kan een papiertje krijgen, of – zoals in Martha’s geval – een medaille.

Toi-toi-toi

Toen ik bijna 25 jaar geleden in het amateurtoneel terecht kwam, maakte ik kennis met een heel leuke gewoonte, namelijk de toi-toi-toi wens. Bijgelovig als acteurs zijn is het namelijk een ontzettende no go om elkaar in het theater succes te wensen. Dat kan niet. In plaats daarvan wensen we elkaar toi toi toi, een wens die klanknabootsend is voor afkloppen op ongeverfd hout. In het Jiddisch werd het voorafgegaan door onberoefen of onbesjriën, een bezweringsformule om de uitgesproken gedachte terstond weer te annuleren. In het Duits wordt Hals- und Beinbruch gebruikt; Britse acteurs zeggen break a leg. We geven elkaar ook een to-toi-toitje, een cadeautje in de vorm van een voorwerpje gerelateerd aan het stuk. Het is een charmante gewoonte die me in de loop der jaren heel wat hoofdbrekens heeft gekost, want wat moest ik nu weer doen. toi-toi-toi
Het heeft me ook een kast vol met voorwerpen opgeleverd, allemaal in de loop der jaren gekregen bij toneelvoorstellingen. Sommige tois hebben hun weg gevonden in mijn servieskast, want ik heb geloof ik drie mokken gekregen met teksten die er toch helaas af waren na drie keer afwassen. Eén kaartje met een klein spinnetje erop, hangt aan een kastdeurtje op mijn bureau. Gekregen bij een voorstelling die ik bezocht. In het stuk Amateurs van Wannie de Wijn loopt een spinnetje rond op de toneelvloer. Dat spinnetje overleeft het helaas niet, het kaartje hangt hier nog steeds.
Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Theater in romans: Fates and Furies

‘Fates and Furies’ is het verhaal van een huwelijk, namelijk dat van Lotto (Lancelot) en Mathilde. De twee trouwen als ze 22 jaar oud zijn. In deze roman is hun verhaal uit twee perspectieven verteld. Het eerste gedeelte van het verhaal wordt door Lotto verteld. Hij verliest jong zijn vader, zijn gedrag als tiener is problematisch en hij wordt naar kostschool gestuurd. Als jonge man op de universiteit is hij populair en verslindt hij vrouwen. Daar begint hij met acteren. Op de universiteit ontmoet hij Mathilde, zijn verhaal later is dat hij haar zag, en naar haar riep: “Marry me”. Zij riep volgens hem terug: “Sure”. Ze trouwen, maar zijn moeder is het niet eens met dit huwelijk en stopt zijn toelage. Hij wordt acteur maar is niet echt goed. Op een nacht schrijft hij een toneelstuk en dat wordt het begin van zijn carrière als toneelschrijver.Fates and Furies
Het tweede gedeelte, het gedeelte dat het boek nog het meest interessant maakt, wordt verteld uit het perspectief van Mathilde. Uit dat tweede deel komt een heel andere Mathilde naar voren dan we in het perspectief van Lotto hebben leren kennen. Iemand die onbewust nooit wilde kennen. Ze was iemand die weloverwogen op haar doel is afgegaan. Hij heeft een ideaalbeeld van haar, maar zij laat hem nooit toe. Haar versie van het huwelijksaanzoek: “He went down on one knee and shouted up, “Marry me!” And she didn’t know what to do; she laughed and looked down at him, and said, “No!”” Voor haar was het onschuldig, ze wilde hem gelukkig maken en dat jawoord zou toch wel komen.

Voor mij was het boek een verrassing. Nieuwsgierig geworden omdat ik ergens had gelezen dat president Obama het een goed boek vond, was ik erin begonnen. De president had gelijk, het was namelijk een fascinerend boek. Wel een wat moeizaam begin, maar het werd langzaam maar zeker interessant. Zeker het tweede gedeelte dat door Mathilde werd verteld, was geweldig en afstotend tegelijk. Het personage Mathilde nodigt niet uit tot aardig gevonden worden.

Dat Lotto acteur bleek te zijn en vervolgens toneelschrijver werd, was alleen maar meegenomen als aanvulling op mijn lijst van boeken waarin het theater een rol speelt. Sommige hoofdstukken worden als een toneelstuk geschreven, niet alleen als voorbeeld van Lotto’s toneelstukken. Maar ook een scène waarin Lotto iets wezenlijks van Mathilde te weten komt, wordt als een toneelstuk geschreven. Het lezen waardig, vier sterren in mijn Goodreads, de overige reviews bij Goodreads zijn overigens erg wisselend.

Lauren Groff, Fates and Furies. – London: Heinemann, 2015.
ISBN 9781473519305 (EPub)

Theater in romans: een uit de hand gelopen hobby

Op 1 juni 2006 begon ik ermee: “Nieuw projectje. Ik ga een artikel schrijven over toneel en romans. Wat voor voorstelling wordt er gemaakt van toneel, theater, etc. in romans en verhalen.”
Oorspronkelijk had ik het bedoeld voor Haghespel, het Haagse blad voor amateurtoneel waar ik al jaren hoofdredacteur van ben. In elk nummer zou ik één of twee boeken bespreken. De praktijk was dat het vulling werd voor de niet zo volle nummers. Wat ik niet had voorzien was dat de lijst wel erg lang zou worden. Van de simpele lijst met ongeveer vijftien boeken uit 2006 is het uitgegroeid tot een lijst van ongeveer 275 boeken die ik ook heb gelinkt naar de besprekingen.

Update

Van een blog is deze lijst uitgegroeid tot een pagina in het menu van mijn blog. Ik werkte dit blog altijd nog blij, maar het zakte steeds dieper weg in het archief, gezien het feit dat ik de lijst voor het eerst had gepubliceerd op 30 juli 2015.

Andere lijsten

Ik heb ook nog een lijst met kleuter-, kinder- en jeugdboeken die allemaal met theater te maken hebben. Het is een niet echt actieve lijst, ik heb hem in augustus 2009 gepubliceerd en sindsdien niet bijgewerkt. Dat komt ook omdat ik niet echt van plan ben deze boeken te bespreken. En de eerste lijst die ik in 2012 gepubliceerd heb, nog op volgorde van de voornaam van de auteur.

Tips

Elke keer lijkt het of de voorraad is uitgeput en vervolgens verschijnen er weer boeken. Tips zijn dus nog altijd welkom.

Theater in romans – The Playmaker

‘The Playmaker’ is een jeugdboek en wat dat betreft valt het een beetje buiten deze rubriek, omdat ik jeugdboeken meestal oversla, maar deze was de moeite van het lezen waard. Het jaar is 1597. De jonge Richard Malory is naar Londen gekomen om zijn vader te zoeken. Zijn moeder is kort daarvoor overleden en zij heeft hem gezegd zijn vader te zoeken. Het lukt hem niet zijn vader te vinden, en uiteindelijk komt hij terecht bij de Lord Chamberlain’s Men, een groep van acteurs waar Will Shakespeare zelf bij zit. Richard wordt acteur in een tijd waarin het theater immens populair is, het is vermaak voor het volk. Het zijn de dagen waarin een groep ongeveer per dag van stuk wisselt, waarin vrouwen geen rollen mogen spelen, zodat jonge jongens de vrouwenrollen spelen, waarin teksten razendsnel moeten worden geleerd. En het kwartje valt bij Richard, op een gegeven moment speelt hij, in plaats van alleen maar woorden uit te spreken.
Cheaney - The Playmaker
Historisch gezien is de roman interessant, maar veronderstelt wel wat historische kennis van het Elizabethaanse Engeland waarin de conflicten tussen Katholieken en Protestanten hoog oplaaiden.

Cheaney heeft nog een roman geschreven in deze serie, namelijk ‘The True Prince’.

J.B. Cheaney – The Playmaker (Random House, 2000)

Theater in romans: resultaat van zes jaar verzamelen

Op 1 juni 2006 begon ik ermee: “Nieuw projectje. Ik ga een artikel schrijven over toneel en romans. Wat voor voorstelling wordt er gemaakt van toneel, theater, etc. in romans en verhalen.”

Het was voor Haghespel. In elk nummer zou ik één of twee boeken bespreken. De praktijk was dat het vulling werd voor de niet zo volle nummers en dat er dus wel eens nummers werden overgeslagen door de grote hoeveelheid recensies. Wat ik niet had voorzien was dat de lijst wel erg lang zou worden. Ruim zes jaar later ben ik er nog steeds mee bezig. Ik kom van alles tegen, prachtige boeken die ik nooit tegen zou zijn gekomen zonder dit project, maar ook boeken die ik na een hoofdstuk heb weggelegd en dan is internet een geweldige bron voor samenvattingen. Elke keer als ik denk, het is nu wel op, komen er weer nieuwe boeken uit. Daar komt bij dat ik het onderwerp iets heb uitgebreid: films in romans vallen er nu ook onder. Hieronder de lange, lange lijst. Het zijn ongeveer 250 boeken. De boeken met sterretjes zijn de boeken die ik op dit blog en in Haghespel heb besproken. Overigens zijn tips nog altijd welkom.

UPDATE: voor een meer volledige lijst met hyperlinks naar de besprekingen zie deze lijst.
A.C. Crispin with Deborah Marshall* – Serpent’s gift (Starbridge; book 4) (New York: Ace Books, 1992)
A.S. Byatt* – The virgin in the garden (New York: Vintage Books, 1978)
Ad Vervuurt – 130 jaar Schinderhannes in Roermond, 1865–1995 (1995)
Adriana Trigiani* – Lucia, Lucia (New York: Random House, 2003)
Alan Ford – Thin ice (London: Weidenfeld & Nicolson, 2006)
Alan Gordon – Thirteenth night (1999)
Alan Gratz – Something Rotten
Alison Lurie* – Foreign affairs (1984)
Amanda Ooms – Noodzaak (Amsterdam: Prometheus, 1993) (Vert. van: Nödvändighet)
Angela Carter – Wise Children
Anne Cuneo – Objets de splendeur: Mr. Shakespeare amoureux (Paris: Denoël, 1997)
Anne Hébert – De verboden stad (Le premier jardin) (Paris: Seuil, 1988)
Anne Wiazemsky – Canines (1993)
Anthony Burgess* – A dead man in Deptford (London: Hutchinson, 1993)
Aphra Behn – Oroonoko, The rover, and other works
Arjen Lubach* – Magnus (Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2011)
Arnon Grunberg* – Figuranten (Amsterdam: Singel Pocket, 2002
Arthur Japin* – De klank van sneeuw: twee novellen (Amsterdam [etc.]: De Arbeiderspers, 2006)
Arthur Nersenian – Unlubricated (HarperCollins, 2004)
Barbara Taylor Bradford – Angel* (New York: Ballantine Books, 1993), The triumph of Katie Byrne* (New York: Doubleday, 2001)
Barry Unsworth* – Zinnespel (Morality play, 1995)
Belinda Alexandra* – Wild lavender (London: HarperCollins, 2006)
Bep Otten – De open plaats (Amsterdam: Nederlandsche Keurboekerij, 1944)
Beryl Bainbridge* – Een ongelooflijk groot avontuur (An awfully big adventure) (Den Haag BZZToh, 1991)
Bevan Amberhill – The bloody man: a Jean-Claude Keyes Mystery (Mercury Press, 1993)
Boris Starling* – Storm (Amsterdam: *Mpact, 2001)
Bruce Jay Friedman – Violencia!: a musical novel (Grove/Atlantic, 2001)
Bryher – The player’s boy (Consortium, 2006, 1953)
Carla de Jong – Outcast (2010)
Carla de Jong* – Outcast (Amsterdam: Arbeiderspers, 2010)
Carol Goodman* – The sonnet lover (London: Piatkus, 2007)
Caroline B. Cooney – Enter Three Witches
Carolyn Haines – Ham bones (Kensington, 2008)
Caryl Brahms – No Bed for Bacon
Cas van Dijk* – Het scherm gaat op (Amsterdam: Van Holkema & Warendorff, [1939])
Catherine Cookson* – Riley (Amsterdam: De Boekerij, 2003)
Christopher Bram – Lives of the circus animals (HarperCollins, 2004)
Christopher Frank – Josepha: roman (Paris: Seuil, 1979)
Christopher Moore – Fool (2009)
Christopher Whyte* – The cloud machinery (2000)
Damian Lanigan – The chancers (London: HarperCollins, 2003)
Dan Simmons – Ilium; Olympos
Daphne Meijer – Het plezier van de duivel (1995)
David Huggins – Me me me (London: Faber and Faber, 2001)
David Nicholls* – The understudy (2005)
Dexter Dale – Death in the theatre (1935)
Dick Francis* – Wild horses (1994)
Dimitri Frenkel Frank – Een vrouw uit de provincie (1987), Hamlet’s whisky (Amsterdam: Manteau, 1984)
Dirk Verbruggen – De liefdeseter (1993)
Dolf de Vries* – Laat me maar (Amsterdam: Leopold, 1993)
Don Duyns* – Buigen (Amsterdam: Contact, 2007)
Doris Lessing* – Terug naar de liefde (Love, again, 1995)
Doris Maye Heffner – Destiny’s detour (Buy Books on the Web.com, 2006)
Ed Macbain* – Het doek valt (The last dance) (Weert: Van Buuren, 2000)
Eduard Veterman – Naakte maskers: tooneel–roman (1926)
Edward Marston – The amoureus nightingale* (2001), The Queen’s Head; The Merry Devils; The Trip to Jerusalem; The Nine Giants; The Mad Courtesan; The Silent Woman; The Roaring Boy; The Laughing Hangman; The Fair Maid of Bohemia; The Wanton Angel; The Devil’s Apprentice; The Bawdy Basket; The Vagabond Clown; The Counterfeit Crank; The Malevolent Comedy; The Princess of Denmark; The king’s evil (2000)
Edzard Mik* – Bleke hemel (Amsterdam: Contact, 2007)
Eleanor Catton* – De repetitie (The rehearsal) (Amsterdam: Anthos, 2009)
Elena Stancanelli – Le attrici (2001)
Elise Broach – Shakespeare’s Secret
Elizabeth Bear – Hell and Earth, Ink and Steel
Ellen Hart – Stage fright (Minotaur Books, 2004)
Ellen Shanman – Right before your eyes (Bantam Books, 2007)
Emily Prager – Clea en Zeus divorce (New York: Vintage Books, 1987)
Eric Ambler – Judgment on Deltchev (Random House, 2002, reprint)
F.J. Degenhardt – Der Liedermacher: Roman (1982)
Faye Kellerman – The Quality of Mercy
Fernando de Rojas – The Celestina; a novel in dialogue (1959)
Francesca Delbanco – Ask me anything (Norton, 2005)
Francine Prose – Glorious Ones (HarperCollins, 2007)
Francoise Sagan – Het onopgemaakte bed (vert. van Le lit défait) (Amsterdam: De Boekerij, 1987)
François–Olivier Rousseau – L’heure de gloire (1995)
Gary D. Schmidt – The Wednesday Wars
Gaston Leroux – The phantom of the Opera
George Garrett – Entered from the sun: the murder of Marlowe
Georges Coulonges – Un comédien dans un jeu de quilles : roman (Paris: Grasset, 1987)
Georges Simenon – De groene luiken (vert. van: Les volets verts) (Utrecht: Bruna, 1956)
Ger Thijs – Een sterke afgang (2002)
Ger Thijs – Grote gevoelens of: Mijn leven in de kunst (Amsterdam: De Harmonie, 1985), Het openluchttheater van Oklahoma (1993), Een sterke afgang (2002)
Gerrit Wassing – Alkestis in Brantgum : een verhaal (2000)
Glenn Ickler – Stage fright (SterlingHouse, 2005)
Grace Tiffany – My father had a daughter: Judith Shakespeare’s Tale; Will
Guido Van Heulendonk* – Paarden zijn ook varkens (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1995)
Gustav Herling* – Een witte nacht van liefde: theatrale roman (2001)
H. Mel Malton – Cue the dead guy: a Polly Deacon Murder Mystery (Napoleon, 2004)
Halina Reijn* – Prinsesje nooitgenoeg (Amsterdam: Prometheus, 2005)
Harry Mulisch – Het theater de brief en de waarheid: een tegenspraak* (2000), Hoogste tijd* (1985)
Harry Turtledove* – Ruled Britannia (New York: Great American Library, 2004)
Heinrich Mann – Professor Unrat (1981)
Helen Dore Boylston* – Carol Plays Summer Stock (1942), Carol Goes On the Stage (1943), Carol Goes Backstage (1944), Carol On Broadway (1944), Carol On Tour (1948)
Herman Koch* – Zomerhuis met zwembad (Amsterdam: Anthos, 2011)
Herman Pieter de Boer* – De artiestenuitgang (1987)
Inez van Dullemen* – Het gevorkte beest (1986)
Iris Johansen – An unexpected song (Bantam Books, 2006)
Iris Murdoch* – The sea, the sea (1978)
Ishmael Reed – Reckless Eyeballing (Dalkey Archive Pres, 2000)
J. Bernlef* [… et al.]: 15 theaterverhalen (1989)
J.B. Cheaney – The playmaker
J.B. Priestley – Lost empires : being Richard Herncastle’s account of his life on the variety stage from November 1913 to August 1914 (1965)
J.L. Carroll – The Shakespeare secret* (2007) – The Shakespeare curse* (New York: Plume, 2010)
Jack McDevitt* – Time travelers never die (New York: Ace Books, 2010)
Jan de Rooij – Bouillabaisse (Baarn: De Prom, 1986)
Jan van der Mast* – Mijn Hamlet! (2005)
Jane Smiley* – A thousand acres (London: Flamingo, 1992)
Jasper Fforde* – Something rotten (London: New English Library, 2004)
Jeanne van Schaik–Willing – Na afloop: dramatische kronieken (1957)
Jean–Pierre Énard – Le voyage des comédiens (1981)
Jerome Charyn – The green lantern: a romance of Stalinist Russia (Da Capo Press, 2005)
Jess Winfield – My name is Will: a novel of sex, drugs, and Shakespeare
Jill McGown – Scene of crime (Random House, 2002)
Joe Orton – Head to toe
Johan Fabricius – Goldoni, herinneringen van een oude pruik, vrij – zeer vrij – naar de ‘Memorie’ (1963)
Johann Wolfgang von Goethe – Wilhelm Meisters theatralische Sendung (1795/96); Wilhelm Meister’s apprenticeship (Princeton University Press, 2005, reissue)
John Banville – Eclipse (London: Picador, 2000)
John Varley – The golden globe (1999)
Jonathan Ames* – De figurant (The extra man)(Amsterdam: Prometheus, 1998)
Josephine Tey* – The daughter of time (1951) (Alan Grant mysteries; 4)
Jude Morgan* – Symphony (2006)
Judith McNaught* – Verscheurd door het verleden (Perfect, 1994), Fatale nacht (Someone to watch over me, 2003)
Judith Michael – Acts of love (New York: Crown, 1997)
Karen Harper* – Mistress Shakespeare (New York: Putnam, 2009)
Kate Thompson – Een lange hete zomer (It means mischief, 1998)
Katharine Kerr [et al.] – Weird Tales from Shakespeare
Kathleen Winsor – Calais. Op vleugels van een droom (Calais, 1979)
Kay Nolte Smith – Catching fire (1982), Venetian Song* (1994)
Kazimierz Brandys – Rondo (1991)
Keith McDermott – Acqua Calda (Westview Press, 2006)
Kirill Gradov – Aan de grond (Amsterdam: Bakker, 1986) (Vert. van: Tsjelovele… zvoetsjt gordo!)
Klaus Mann – Mephisto, Roman einer Karriere (1936)
Kurt Ziesel – Der Preis des Ruhms: Roman einer Schauspielerin (1989)
Laura Resnick* – Vamparazzi (New York: Daw Books, 2012)
Laurens Spoor* – Personen, personages: roman (Amsterdam: Van Gennep, 1996)
Leni Saris* – Wereld in droom (Westfriesland, 1963), Mijn leven, ons leven (Westfriesland, 1972)
Leo Beyers – De wind komt niet uit de bomen (1984)
Leon de Winter* – De hemel van Hollywood (Amsterdam: De Bezige Bij, 1997)
Leonard Beuger – Rood haar (1995)
Lesley Cookman – Murder in Steeple Martin (Accent Press, 2006)
Leslie Silbert* – De verspieder (The intelligencer) (Amsterdam: De Bezige Bij, 2004)
Lilian Lee – Afscheid van mijn minnares (Farewell to my concubine) (Houten: Van Holkema & Warendorf, 1993)
Linda Chapman – Schitteren als een ster (Bright lights) (Aartselaar: Deltas, 2004)
Linda Fairstein* – Death dance (2006)
Lindsey Davis – Last act in Palmyra (1996) (Marcus Didius Falco; 6)
Lisa Klein – Ophelia
Lisa Kleypas – Because you’re mine (Avon, 1997)
Lou Steenbergen – Koen : de jongen die niet zo nodig moest (1984)
Louis Couperus – De komedianten* (Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1917); Eline Vere
Louis Saalborn – De vader en de zoon : roman (1934)
Louise Shaffer – Family acts (Random House, 2007)
Lynn Freed – Home ground (1986)
M.J. Brusse – Achter de coulissen (1903)
Mac Wellman – Q’s Q: an arboreal narrative (Consortium, 2006)
Marc Acito – Attack of the Theater People / *Hoe ik mijn collegegeld betaalde: een roman over seks, diefstal, vriendschap en musicals (Amsterdam: Contact, 2006) (How I paid for college : a novel of sex, theft, friendship & musicals’ (2004))
Margaret Drabble* – The Garrick Year (1983)
Margaret Dumans – How to succeed in murder (Poisoned Pen Press, 2006)
Margaret Frazer – A play of Dux Moraud (Penguin, 2005); A play of lords (Penguin, 2007); A play of knaves; A play of Isaac (Joliffe mystery series)
Maria van der Moer – Een gebroken schommeltouw (1982)
Mary Renault – The mask of Apollo
Mats Berggren – Vals akkoord (Amsterdam: Elzenga, 1990) (Vert. van: Örent accord)
Matthias Biskupek – Eine moralische Anstalt : Roman mit richtigen Requisiten, letzten Vorhängen und Theaterblut (Berlin: Eulenspiegel, 1997)
Michael Craft – Desert Spring: a Claire Gray mystery (Gale, 2004)
Michael Korda – Het rode doek (Curtain : a novel, 1991)
Michael Malone – The delectable mountains: or, entertaining strangers (Sourcebooks, 1992); Foolscap: or, the stages of love (Sourcebooks, 2002)
Michael Merschmeier – Berliner Blut: Roman (1997)
Michael Paine – Stage fright (Penguin, 2006)
Michail Boelgakov – Het leven van de heer Molière (1973) / Zwarte sneeuw* (Black snow: a theatrical novel) (1999)
Miguel Cervantes – Don Quichot
Nachoem M. Wijnberg* – De opvolging (2005)
Ned Sherrin – Scratch an actor (London: Sinclair-Stevenson, 1996)
Neil Gaiman – The Sandman, Volume 3: Dream Country / The Sandman, Volume 10: The Wake
Ngaio Marsh – Enter a murderer (1935) (Roderick Alleyn; 2) / Final curtain* (Laatste scène) (1947) (Roderick Alleyn; 14) / Opening night (Roderick Alleyn; 16) / Death at the Dolphin (Roderick Alleyn; 24) / Light thickens (1982) (Roderick Alleyn; 32) / Photofinish* (1980)
Nicola Upson* – An expert in murder (Josephine Tey mysteries series) (HarperCollins, 2009)
Niko Bovenberg* – Werklicht: de avonturen van toneelknecht Kees (2002)
Olle Mattson – De trommel en de kruidenmand: Een zweedse schrijver
Ottavio Cappellani – Sicilian tragedy (Picador, 2008)
P.D. James* – The skull beneath the skin (1982) (Cordelia Gray mysteries; 2)
P.G. Wodehouse – The little warrior (1st World Library, 2006, ook verschenen als Jill the Reckless)
Pamela Koevoets – Bazen en slaven: een zwarte komedie (1991)
Pamela Rafael Berkman – Her infinite variety: stories of Shakespeare and the women
Paola Capriolo – De vrouw in de loge: roman (Vert. van: La spettatrice) (Amsterdam: Meulenhoff, 1997)
Pascal Lainé – De twijfelaarster (Breda: De Geus, 1994) (Vert. van: L’incertaine)
Paul Fournel – Un homme regarde une femme: roman (Paris: Seuil, 1994)
Paul Scarron – Wanfortuin der komedianten (Le roman comique, 1651-1657)
Pavlos Mátesis – De moeder van de hond (Amsterdam: Bakker, 1997) (Vert. van: I mitéra tou skýlou)
Penelope Fitzgerald – At Freddie’s (1982)
Peter Ackroyd* – The Lambs of London (London: Chatto & Windus, 2004)
Peter Römer* – Chantage (Amsterdam: De Fontein, 2012)
Philip Gooden – Sleep of death* (London: Robinson, 2000), Death of Kings (2001); The Pale Companion* (2002); Alms for Oblivion (2003); Mask of Night (2004); An Honourable Murder (2005); The Salisbury Manuscript (2008)
Philip Roth* – The Humbling (London: Cape, 2009)
Poul Anderson – A Midsummer Tempest
R.T. Jordan – Final curtain (Kensington, 2009)
Rachel Cline – What to keep (Random House, 2005)
Rebecca West – Sunflower (London: Virago, 1986: onvoltooide, in de jaren twintig geschreven roman)
Richard Armour – Twisted Tales from Shakespeare
Rien Broere* – De voorstelling (1998)
Rob van Reijn – Voetlicht & vetpotten : roman over Jan van Well in en om de schouwburg : een kroniek van Amsterdam 1772– 1818 (2000)
Robert Anker* – Een soort Engeland (Amsterdam: Querido, 2001)
Robert Kaplow* – Me and Orson Welles (Penguin, 2005)
Robert Nye – Mrs. Shakespeare: The Complete Works, The Late Mr. Shakespeare* (London: Chatto & Windus, 1998)
Roberto Quesada – Big Banana (Barcelona: Seix Barral, 2000)
Robertson Davies – The Salterton trilogy / Tempest–tost (1991)
Ronald Giphart* – Gala (boekenweekgeschenk, 2003)
Sarah A. Hoyt – All Night Awake, Any Man So Daring, Ill Met by Moonlight
Sarah Grazebrook – Foreign parts (1999)
Sarah Schulman – Girls, visions, and everything
Sarah Smith – Chasing Shakespeares
Seth Rudetsky – Broadway Nights: A Romp of Life, Love, and Musical Theatre
Shirley Conran – The revenge of Mimi Quinn (London: Macmillan, 1998)
Sholem Aleichem – Wandering Stars (Penguin, 2009)
Simon Hawke – A mystery of errors (2000) / The slaying of the Shrew (2001) / Much ado about murder (2002) / The merchant of vengeance* (2003)
Simone de Beauvoir – Uitgenodigd (L’invitée, 1943)
Stephanie Lehmann – Thoughts while having sex (Kensington, 2003)
Steven Philip Jones – King of Harlem
Stewart Lewis – Relative Stranger (Alyson publications, 2008)
Sue Frost – Verander de tijd (Redeem the time, 1997)
Susan Elisabeth Phillips – What I did for love (Morrow, 2009)
Susan Sontag* – In Amerika (In America, 2001)
Suzanne Harper – The Juliet Club
Suzanne Selfors – Saving Juliet
Tad Williams* – Caliban’s wraak (Amsterdam: Luitingh-Sijthoff, 1995) (Caliban’s Hour)
Tamara McKinley* – Droomvlucht (Dreamscapes) (Baarn: De Kern, 2007)
Terry Pratchett – Wyrd sisters* (1988) (Discworld; 6), Lords and Ladies (1992) (Discworld; 14), Maskerade* (1995) (Discworld; 18)
Tessa de Loo* – Rookoffer (1987)
Theun de Vries – Baron. De wonderbaarlijke Michel Baron, zijn leermeester Molière en de praalzieke zonnekoning (1987)
Thomas Keneally – The playmaker (Touchstone, 1993)
Threes Anna – De kus van de weduwe (2003) (online te vinden op http://www.threesanna.com/nl/)
Timothy Findley* – Spadework: a novel (New York: HarperCollins, 2002)
Trudi Pacter – Wild child (New York: Pocket Books, 1996)
Ulla Berkéwicz – Adam (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1987)
Utta Danella – Liefde in de hoofdrol (Unter dem Zauberdach, 1976)
Virginia Tracy – Merely players: stories of stage life (1909)
Virginia Woolf* – Between the acts (London: Hogarth Press, 1970)
W. Somerset Maugham – Theatre (1937)
Wilfrid Sheed – Max Jamison: a novel (1986)
Willem Brakman* – De biograaf (1983)
Willem van Zadelhof* – Vuur stelen (Amsterdam: Meulenhoff, 2008)
Willy Corsari – Nummers: roman uit het cabaretleven (1932)

Ik ga weer lezen

Het volgende nummer van Haghespel verschijnt pas in oktober, maar ik heb al heel lang niets meer gelezen wat met toneel te maken heeft. Ik heb nog wel wat liggen en heb net een kwartier zitten verspillen op zoek naar een boek in mijn blog dat ik volgens mij al gelezen had, maar nee hoor. Moet ik het toch gaan lezen. Eclipse van John Banville is het volgende boek. Verder heb ik nog liggen Sarah Bernhardt. De onverwoestbare lach van Francoise Sagan, wat op het randje is. Het is een biografie, maar in de vorm van een gefingeerde briefwisseling. Nog eentje van Francoise Sagan: Het onopgemaakte bed’. Verder nog Arjen Lubach, Magnus, ook al op het randje: het gaat over een singer-songwriter, dus ik moet maar zien dat het erin past. Ik heb nog wel tijd genoeg. De spoeling wordt overigens dun, de lijst is lang, maar lang niet alles is in de bibliotheek verkrijgbaar en ik ben echt niet van plan alles te gaan kopen. We zien wel waar het schip strandt.

Update: een volledige lijst is overigens te vinden op mijn website.

Herman Koch – Zomerhuis met zwembad

Marc Schlosser is huisarts. Hij heeft vooral patiënten met een kunstzinnig beroep. Een van hen is Ralph Meier, een beroemd acteur, niet alleen op het toneel, maar ook bij de film. Marc is getrouwd met Caroline, en heeft twee dochters, Lisa van 11 en Julia van 13. Ralph Meier nodigt hen uit bij hem en zijn gezin langs te komen op zijn vakantie-adres, ze hebben een zomerhuis met zwembad gehuurd. Daar speelt het grootste gedeelte van het boek zich af.
Het boek begint met het einde, namelijk het einde van Ralph Meier die aan een ernstige ziekte overlijdt, een einde dat Marc, als zijn huisarts had kunnen voorkomen. Hij begaat een medische fout, maar is het wel een medische fout?
Marc vertelt in niets ontziende eerlijkheid hoe hij tot dit punt in zijn leven is gekomen. En hij vertelt het niet in weinig woorden. Zijn paginalange uitweidingen zijn in eerste instantie niet eenvoudig, maar na de eerste honderd pagina’s kom je erachter dat Koch geen komma te weinig heeft geschreven en dat alle uitweidingen noodzakelijk zijn.
Ralph Meier keek met wel heel veel belangstelling naar Marcs vrouw Caroline. Maar Marc maakte zich aan hetzelfde feit schuldig met Ralphs vrouw Judith als lijdend voorwerp. En er gebeurt inderdaad iets bij dat zomerhuis met zwembad waardoor er geen weg terug meer is, voor niemand. De deuren naar een normale rechtsgang worden dichtgeslagen. Het leven gaat door, met horten en stoten.
Het resultaat is zonder meer de beste roman die ik in jaren heb gelezen.

Herman Koch – Zomerhuis met zwembad (Amsterdam: Anthos, 2011)

Carla de Jong – Outcast

Dit maal een Nederlandse thriller van een schrijfster die ik niet kende, maar met deze roman haar derde thriller heeft afgeleverd. Rechercheur Birgitta Reve speelt in dit boek de hoofdrol, de tweede keer dat ze dat doet. In het eerste boek ‘Serpent’ onderzocht ze de moord op Ragna Ooms, daarbij kreeg ze een relatie met de vader van het slachtoffer, Raymond Ooms. Hiervoor is ze geschorst en ze mag blij zijn dat ze sowieso nog een baan heeft. De titel ‘Outcast’ slaat op haar, ze mag weer terugkomen bij de politie, maar mag archiefwerk doen, ze staat buiten het recherchewerk.
Soapster Stef Jarden wordt vermoord, tijdens zijn ochtendloop wordt hij vier maal overreden. Hij had net een rol gekregen bij de film ‘Golven’ en er zijn voldoende verdachten. Hij behandelde vrouwen als oud vuil, een andere acteur is uit de film gegooid om ruimte te maken voor hem. Zijn oude vriend, de producent van de film, een oude bekende, Raymond Ooms, is ook niet al te dol op hem, dit omdat Stef hem heeft laten vallen. De zaak wordt gecompliceerder als ook cameravrouw Joyce Kalmen wordt vermoord.
Birgitta Reve wordt nu op de zaak gezet, maar het is geen makkelijke zaak, ook niet omdat zij haar verhouding met Raymond Ooms voortzet, hetgeen knap lastig kan worden voor haar, omdat hij een verdachte in de zaak is. Verder worstelt ze met een genonderzoek voor de ziekte van Huntington, waartoe ze eindelijk heeft besloten.
Er zijn niet veel Nederlandse goede thrillers. Dit is er duidelijk één van, het geeft een goed beeld van langdurig, vaak saai recherchewerk, lange verhoren, veel herhalingen die erbij horen. De personages leven in dit boek. Birgitta Reve is een vrouwelijke rechercheur die hard voor zichzelf is. Haar collega’s Tjeerd en Peter zijn beiden rechercheurs met een persoonlijk leven. Opvallend is dat Peter zich tot hetzelfde laat verleiden als Birgitta is overkomen, hij valt namelijk op één van de vrouwelijke betrokkenen, een tv presentatrice.
De relatie met toneel is natuurlijk miniem met een filmacteur, maar het boek geeft ook een redelijk beeld van de filmwereld. Niet alleen acteurs leven op een filmset, maar ook setassistentes, cameramensen, technische mensen, producenten.
De afloop verklap ik niet, ga daarvoor het boek maar lezen, het is het absoluut waard.

Carla de Jong – Outcast (Amsterdam: Arbeiderspers, 2010)