#WOT 26: Kunst

In de serie Write on Thursday is dit deel 26

Kunst met een grote K: het Nationaal Toneel in het Zuiderstrandtheater met “Genesis”, een voorstelling met prachtige acteurs waar ik buitengewoon veel van heb genoten.
Kunst met een kleine k: ADODVS, een Haagse amateurgroep waar ik kort geleden was voor hun voorstelling “De dochter van de boevenkoning”. Evenveel enthousiasme, bijna even goed acteren. Ook buitengewoon veel van genoten.
Kunst als linkse hobby waar volgens sommige mensen teveel geld aan wordt uitgegeven. In Den Haag hebben we een amateurtoneelgroep die De Linkse Hobby heet, een naam waar ik me erg vrolijk om kan maken.

Maar helaas wordt kunst als een linkse hobby beschouwd, niet alleen in mijn toneelhoek, maar ook in andere takken. Links en rechts worden gerenommeerde instituten, orkesten en toneelgroepen met opheffen bedreigd omdat de geldkraan wordt dichtgedraaid. Er wordt niet gekeken naar continuïteit of het bewaren van erfgoed, alleen maar naar geld.
En dan maak ik me zorgen over de berichten deze week in de krant dat de bezuinigingen voor de kunst nog lang niet afgelopen zijn. We hebben het rijk gehad, de provincies en nu krijgen we de gemeentes die ook nog ergens geld vandaan moeten halen.
En dan wordt het echt een luxe goed, terwijl kunst iets is waar je zo vrolijk van kan worden en zoveel energie van kan krijgen.

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen.
Het woord van deze week: kunst

Geschiedenis van het Haagse amateurtoneel

Wat een verhaal op een blog al niet te weeg kan brengen. Op 18 augustus 2009 schreef ik een artikel over de Haagse Canon en de toneelcompetitie op mijn blog dat ook in het augustusnummer van Haghespel werd gepubliceerd. Dat artikel werd in 2013 gelezen door Frans van Rooij, die voor het Haags Gemeentearchief een website beheert over Haagse ontspannings-, sport- en muziekverenigingen. Hierin wordt geprobeerd de geschiedenis van de verenigingen te geven, een overzicht van documentatiemateriaal en zo veel mogelijk fotomateriaal te tonen.
Er zijn zo’n 450 Haagse amateurtoneelverenigingen geïdentificeerd, maar slechts van zes verenigingen heeft het archief ook groepsfoto’s in de collecties: Campanula, Eendracht en Vriendschap, Haags Jeugdtheater, Ons Doel, St Agnes en Visie. Van de laatste groep vrij veel.
En daar komt natuurlijk de grote vraag. Het Gemeentearchief wil graag weten of er fotocollecties bestaan met betrekking tot de Haagse toneelverenigingen en of verenigingen bereid zouden (scans van) fotomateriaal aan het Gemeentearchief beschikbaar te stellen.

Op de website www.haagseverenigingen.nl is te zien welke verenigingen allemaal in het archief zitten. Filter hier op categorie ‘toneel’ en er komen 447 resultaten tevoorschijn van Haagse toneelverenigingen.
Ook op Facebook is het Gemeentearchief actief.

Bijdragen voor de website kunnen opgestuurd worden naar Haags Gemeentearchief, Antwoordnummer 1011, 2506 WB Den Haag
Goede scans van de foto’s (tenminste 300 dpi) kunnen naar E‑mailadres: haagseverenigingen@denhaag.nl gestuurd worden.
Voor nadere inlichtingen kunt u bellen met Frans van Rooijen, 070-3537019 of 3537013

Theater in romans: resultaat van zes jaar verzamelen

Op 1 juni 2006 begon ik ermee: “Nieuw projectje. Ik ga een artikel schrijven over toneel en romans. Wat voor voorstelling wordt er gemaakt van toneel, theater, etc. in romans en verhalen.”

Het was voor Haghespel. In elk nummer zou ik één of twee boeken bespreken. De praktijk was dat het vulling werd voor de niet zo volle nummers en dat er dus wel eens nummers werden overgeslagen door de grote hoeveelheid recensies. Wat ik niet had voorzien was dat de lijst wel erg lang zou worden. Ruim zes jaar later ben ik er nog steeds mee bezig. Ik kom van alles tegen, prachtige boeken die ik nooit tegen zou zijn gekomen zonder dit project, maar ook boeken die ik na een hoofdstuk heb weggelegd en dan is internet een geweldige bron voor samenvattingen. Elke keer als ik denk, het is nu wel op, komen er weer nieuwe boeken uit. Daar komt bij dat ik het onderwerp iets heb uitgebreid: films in romans vallen er nu ook onder. Hieronder de lange, lange lijst. Het zijn ongeveer 250 boeken. De boeken met sterretjes zijn de boeken die ik op dit blog en in Haghespel heb besproken. Overigens zijn tips nog altijd welkom.

UPDATE: voor een meer volledige lijst met hyperlinks naar de besprekingen zie deze lijst.
A.C. Crispin with Deborah Marshall* – Serpent’s gift (Starbridge; book 4) (New York: Ace Books, 1992)
A.S. Byatt* – The virgin in the garden (New York: Vintage Books, 1978)
Ad Vervuurt – 130 jaar Schinderhannes in Roermond, 1865–1995 (1995)
Adriana Trigiani* – Lucia, Lucia (New York: Random House, 2003)
Alan Ford – Thin ice (London: Weidenfeld & Nicolson, 2006)
Alan Gordon – Thirteenth night (1999)
Alan Gratz – Something Rotten
Alison Lurie* – Foreign affairs (1984)
Amanda Ooms – Noodzaak (Amsterdam: Prometheus, 1993) (Vert. van: Nödvändighet)
Angela Carter – Wise Children
Anne Cuneo – Objets de splendeur: Mr. Shakespeare amoureux (Paris: Denoël, 1997)
Anne Hébert – De verboden stad (Le premier jardin) (Paris: Seuil, 1988)
Anne Wiazemsky – Canines (1993)
Anthony Burgess* – A dead man in Deptford (London: Hutchinson, 1993)
Aphra Behn – Oroonoko, The rover, and other works
Arjen Lubach* – Magnus (Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2011)
Arnon Grunberg* – Figuranten (Amsterdam: Singel Pocket, 2002
Arthur Japin* – De klank van sneeuw: twee novellen (Amsterdam [etc.]: De Arbeiderspers, 2006)
Arthur Nersenian – Unlubricated (HarperCollins, 2004)
Barbara Taylor Bradford – Angel* (New York: Ballantine Books, 1993), The triumph of Katie Byrne* (New York: Doubleday, 2001)
Barry Unsworth* – Zinnespel (Morality play, 1995)
Belinda Alexandra* – Wild lavender (London: HarperCollins, 2006)
Bep Otten – De open plaats (Amsterdam: Nederlandsche Keurboekerij, 1944)
Beryl Bainbridge* – Een ongelooflijk groot avontuur (An awfully big adventure) (Den Haag BZZToh, 1991)
Bevan Amberhill – The bloody man: a Jean-Claude Keyes Mystery (Mercury Press, 1993)
Boris Starling* – Storm (Amsterdam: *Mpact, 2001)
Bruce Jay Friedman – Violencia!: a musical novel (Grove/Atlantic, 2001)
Bryher – The player’s boy (Consortium, 2006, 1953)
Carla de Jong – Outcast (2010)
Carla de Jong* – Outcast (Amsterdam: Arbeiderspers, 2010)
Carol Goodman* – The sonnet lover (London: Piatkus, 2007)
Caroline B. Cooney – Enter Three Witches
Carolyn Haines – Ham bones (Kensington, 2008)
Caryl Brahms – No Bed for Bacon
Cas van Dijk* – Het scherm gaat op (Amsterdam: Van Holkema & Warendorff, [1939])
Catherine Cookson* – Riley (Amsterdam: De Boekerij, 2003)
Christopher Bram – Lives of the circus animals (HarperCollins, 2004)
Christopher Frank – Josepha: roman (Paris: Seuil, 1979)
Christopher Moore – Fool (2009)
Christopher Whyte* – The cloud machinery (2000)
Damian Lanigan – The chancers (London: HarperCollins, 2003)
Dan Simmons – Ilium; Olympos
Daphne Meijer – Het plezier van de duivel (1995)
David Huggins – Me me me (London: Faber and Faber, 2001)
David Nicholls* – The understudy (2005)
Dexter Dale – Death in the theatre (1935)
Dick Francis* – Wild horses (1994)
Dimitri Frenkel Frank – Een vrouw uit de provincie (1987), Hamlet’s whisky (Amsterdam: Manteau, 1984)
Dirk Verbruggen – De liefdeseter (1993)
Dolf de Vries* – Laat me maar (Amsterdam: Leopold, 1993)
Don Duyns* – Buigen (Amsterdam: Contact, 2007)
Doris Lessing* – Terug naar de liefde (Love, again, 1995)
Doris Maye Heffner – Destiny’s detour (Buy Books on the Web.com, 2006)
Ed Macbain* – Het doek valt (The last dance) (Weert: Van Buuren, 2000)
Eduard Veterman – Naakte maskers: tooneel–roman (1926)
Edward Marston – The amoureus nightingale* (2001), The Queen’s Head; The Merry Devils; The Trip to Jerusalem; The Nine Giants; The Mad Courtesan; The Silent Woman; The Roaring Boy; The Laughing Hangman; The Fair Maid of Bohemia; The Wanton Angel; The Devil’s Apprentice; The Bawdy Basket; The Vagabond Clown; The Counterfeit Crank; The Malevolent Comedy; The Princess of Denmark; The king’s evil (2000)
Edzard Mik* – Bleke hemel (Amsterdam: Contact, 2007)
Eleanor Catton* – De repetitie (The rehearsal) (Amsterdam: Anthos, 2009)
Elena Stancanelli – Le attrici (2001)
Elise Broach – Shakespeare’s Secret
Elizabeth Bear – Hell and Earth, Ink and Steel
Ellen Hart – Stage fright (Minotaur Books, 2004)
Ellen Shanman – Right before your eyes (Bantam Books, 2007)
Emily Prager – Clea en Zeus divorce (New York: Vintage Books, 1987)
Eric Ambler – Judgment on Deltchev (Random House, 2002, reprint)
F.J. Degenhardt – Der Liedermacher: Roman (1982)
Faye Kellerman – The Quality of Mercy
Fernando de Rojas – The Celestina; a novel in dialogue (1959)
Francesca Delbanco – Ask me anything (Norton, 2005)
Francine Prose – Glorious Ones (HarperCollins, 2007)
Francoise Sagan – Het onopgemaakte bed (vert. van Le lit défait) (Amsterdam: De Boekerij, 1987)
François–Olivier Rousseau – L’heure de gloire (1995)
Gary D. Schmidt – The Wednesday Wars
Gaston Leroux – The phantom of the Opera
George Garrett – Entered from the sun: the murder of Marlowe
Georges Coulonges – Un comédien dans un jeu de quilles : roman (Paris: Grasset, 1987)
Georges Simenon – De groene luiken (vert. van: Les volets verts) (Utrecht: Bruna, 1956)
Ger Thijs – Een sterke afgang (2002)
Ger Thijs – Grote gevoelens of: Mijn leven in de kunst (Amsterdam: De Harmonie, 1985), Het openluchttheater van Oklahoma (1993), Een sterke afgang (2002)
Gerrit Wassing – Alkestis in Brantgum : een verhaal (2000)
Glenn Ickler – Stage fright (SterlingHouse, 2005)
Grace Tiffany – My father had a daughter: Judith Shakespeare’s Tale; Will
Guido Van Heulendonk* – Paarden zijn ook varkens (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1995)
Gustav Herling* – Een witte nacht van liefde: theatrale roman (2001)
H. Mel Malton – Cue the dead guy: a Polly Deacon Murder Mystery (Napoleon, 2004)
Halina Reijn* – Prinsesje nooitgenoeg (Amsterdam: Prometheus, 2005)
Harry Mulisch – Het theater de brief en de waarheid: een tegenspraak* (2000), Hoogste tijd* (1985)
Harry Turtledove* – Ruled Britannia (New York: Great American Library, 2004)
Heinrich Mann – Professor Unrat (1981)
Helen Dore Boylston* – Carol Plays Summer Stock (1942), Carol Goes On the Stage (1943), Carol Goes Backstage (1944), Carol On Broadway (1944), Carol On Tour (1948)
Herman Koch* – Zomerhuis met zwembad (Amsterdam: Anthos, 2011)
Herman Pieter de Boer* – De artiestenuitgang (1987)
Inez van Dullemen* – Het gevorkte beest (1986)
Iris Johansen – An unexpected song (Bantam Books, 2006)
Iris Murdoch* – The sea, the sea (1978)
Ishmael Reed – Reckless Eyeballing (Dalkey Archive Pres, 2000)
J. Bernlef* [… et al.]: 15 theaterverhalen (1989)
J.B. Cheaney – The playmaker
J.B. Priestley – Lost empires : being Richard Herncastle’s account of his life on the variety stage from November 1913 to August 1914 (1965)
J.L. Carroll – The Shakespeare secret* (2007) – The Shakespeare curse* (New York: Plume, 2010)
Jack McDevitt* – Time travelers never die (New York: Ace Books, 2010)
Jan de Rooij – Bouillabaisse (Baarn: De Prom, 1986)
Jan van der Mast* – Mijn Hamlet! (2005)
Jane Smiley* – A thousand acres (London: Flamingo, 1992)
Jasper Fforde* – Something rotten (London: New English Library, 2004)
Jeanne van Schaik–Willing – Na afloop: dramatische kronieken (1957)
Jean–Pierre Énard – Le voyage des comédiens (1981)
Jerome Charyn – The green lantern: a romance of Stalinist Russia (Da Capo Press, 2005)
Jess Winfield – My name is Will: a novel of sex, drugs, and Shakespeare
Jill McGown – Scene of crime (Random House, 2002)
Joe Orton – Head to toe
Johan Fabricius – Goldoni, herinneringen van een oude pruik, vrij – zeer vrij – naar de ‘Memorie’ (1963)
Johann Wolfgang von Goethe – Wilhelm Meisters theatralische Sendung (1795/96); Wilhelm Meister’s apprenticeship (Princeton University Press, 2005, reissue)
John Banville – Eclipse (London: Picador, 2000)
John Varley – The golden globe (1999)
Jonathan Ames* – De figurant (The extra man)(Amsterdam: Prometheus, 1998)
Josephine Tey* – The daughter of time (1951) (Alan Grant mysteries; 4)
Jude Morgan* – Symphony (2006)
Judith McNaught* – Verscheurd door het verleden (Perfect, 1994), Fatale nacht (Someone to watch over me, 2003)
Judith Michael – Acts of love (New York: Crown, 1997)
Karen Harper* – Mistress Shakespeare (New York: Putnam, 2009)
Kate Thompson – Een lange hete zomer (It means mischief, 1998)
Katharine Kerr [et al.] – Weird Tales from Shakespeare
Kathleen Winsor – Calais. Op vleugels van een droom (Calais, 1979)
Kay Nolte Smith – Catching fire (1982), Venetian Song* (1994)
Kazimierz Brandys – Rondo (1991)
Keith McDermott – Acqua Calda (Westview Press, 2006)
Kirill Gradov – Aan de grond (Amsterdam: Bakker, 1986) (Vert. van: Tsjelovele… zvoetsjt gordo!)
Klaus Mann – Mephisto, Roman einer Karriere (1936)
Kurt Ziesel – Der Preis des Ruhms: Roman einer Schauspielerin (1989)
Laura Resnick* – Vamparazzi (New York: Daw Books, 2012)
Laurens Spoor* – Personen, personages: roman (Amsterdam: Van Gennep, 1996)
Leni Saris* – Wereld in droom (Westfriesland, 1963), Mijn leven, ons leven (Westfriesland, 1972)
Leo Beyers – De wind komt niet uit de bomen (1984)
Leon de Winter* – De hemel van Hollywood (Amsterdam: De Bezige Bij, 1997)
Leonard Beuger – Rood haar (1995)
Lesley Cookman – Murder in Steeple Martin (Accent Press, 2006)
Leslie Silbert* – De verspieder (The intelligencer) (Amsterdam: De Bezige Bij, 2004)
Lilian Lee – Afscheid van mijn minnares (Farewell to my concubine) (Houten: Van Holkema & Warendorf, 1993)
Linda Chapman – Schitteren als een ster (Bright lights) (Aartselaar: Deltas, 2004)
Linda Fairstein* – Death dance (2006)
Lindsey Davis – Last act in Palmyra (1996) (Marcus Didius Falco; 6)
Lisa Klein – Ophelia
Lisa Kleypas – Because you’re mine (Avon, 1997)
Lou Steenbergen – Koen : de jongen die niet zo nodig moest (1984)
Louis Couperus – De komedianten* (Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1917); Eline Vere
Louis Saalborn – De vader en de zoon : roman (1934)
Louise Shaffer – Family acts (Random House, 2007)
Lynn Freed – Home ground (1986)
M.J. Brusse – Achter de coulissen (1903)
Mac Wellman – Q’s Q: an arboreal narrative (Consortium, 2006)
Marc Acito – Attack of the Theater People / *Hoe ik mijn collegegeld betaalde: een roman over seks, diefstal, vriendschap en musicals (Amsterdam: Contact, 2006) (How I paid for college : a novel of sex, theft, friendship & musicals’ (2004))
Margaret Drabble* – The Garrick Year (1983)
Margaret Dumans – How to succeed in murder (Poisoned Pen Press, 2006)
Margaret Frazer – A play of Dux Moraud (Penguin, 2005); A play of lords (Penguin, 2007); A play of knaves; A play of Isaac (Joliffe mystery series)
Maria van der Moer – Een gebroken schommeltouw (1982)
Mary Renault – The mask of Apollo
Mats Berggren – Vals akkoord (Amsterdam: Elzenga, 1990) (Vert. van: Örent accord)
Matthias Biskupek – Eine moralische Anstalt : Roman mit richtigen Requisiten, letzten Vorhängen und Theaterblut (Berlin: Eulenspiegel, 1997)
Michael Craft – Desert Spring: a Claire Gray mystery (Gale, 2004)
Michael Korda – Het rode doek (Curtain : a novel, 1991)
Michael Malone – The delectable mountains: or, entertaining strangers (Sourcebooks, 1992); Foolscap: or, the stages of love (Sourcebooks, 2002)
Michael Merschmeier – Berliner Blut: Roman (1997)
Michael Paine – Stage fright (Penguin, 2006)
Michail Boelgakov – Het leven van de heer Molière (1973) / Zwarte sneeuw* (Black snow: a theatrical novel) (1999)
Miguel Cervantes – Don Quichot
Nachoem M. Wijnberg* – De opvolging (2005)
Ned Sherrin – Scratch an actor (London: Sinclair-Stevenson, 1996)
Neil Gaiman – The Sandman, Volume 3: Dream Country / The Sandman, Volume 10: The Wake
Ngaio Marsh – Enter a murderer (1935) (Roderick Alleyn; 2) / Final curtain* (Laatste scène) (1947) (Roderick Alleyn; 14) / Opening night (Roderick Alleyn; 16) / Death at the Dolphin (Roderick Alleyn; 24) / Light thickens (1982) (Roderick Alleyn; 32) / Photofinish* (1980)
Nicola Upson* – An expert in murder (Josephine Tey mysteries series) (HarperCollins, 2009)
Niko Bovenberg* – Werklicht: de avonturen van toneelknecht Kees (2002)
Olle Mattson – De trommel en de kruidenmand: Een zweedse schrijver
Ottavio Cappellani – Sicilian tragedy (Picador, 2008)
P.D. James* – The skull beneath the skin (1982) (Cordelia Gray mysteries; 2)
P.G. Wodehouse – The little warrior (1st World Library, 2006, ook verschenen als Jill the Reckless)
Pamela Koevoets – Bazen en slaven: een zwarte komedie (1991)
Pamela Rafael Berkman – Her infinite variety: stories of Shakespeare and the women
Paola Capriolo – De vrouw in de loge: roman (Vert. van: La spettatrice) (Amsterdam: Meulenhoff, 1997)
Pascal Lainé – De twijfelaarster (Breda: De Geus, 1994) (Vert. van: L’incertaine)
Paul Fournel – Un homme regarde une femme: roman (Paris: Seuil, 1994)
Paul Scarron – Wanfortuin der komedianten (Le roman comique, 1651-1657)
Pavlos Mátesis – De moeder van de hond (Amsterdam: Bakker, 1997) (Vert. van: I mitéra tou skýlou)
Penelope Fitzgerald – At Freddie’s (1982)
Peter Ackroyd* – The Lambs of London (London: Chatto & Windus, 2004)
Peter Römer* – Chantage (Amsterdam: De Fontein, 2012)
Philip Gooden – Sleep of death* (London: Robinson, 2000), Death of Kings (2001); The Pale Companion* (2002); Alms for Oblivion (2003); Mask of Night (2004); An Honourable Murder (2005); The Salisbury Manuscript (2008)
Philip Roth* – The Humbling (London: Cape, 2009)
Poul Anderson – A Midsummer Tempest
R.T. Jordan – Final curtain (Kensington, 2009)
Rachel Cline – What to keep (Random House, 2005)
Rebecca West – Sunflower (London: Virago, 1986: onvoltooide, in de jaren twintig geschreven roman)
Richard Armour – Twisted Tales from Shakespeare
Rien Broere* – De voorstelling (1998)
Rob van Reijn – Voetlicht & vetpotten : roman over Jan van Well in en om de schouwburg : een kroniek van Amsterdam 1772– 1818 (2000)
Robert Anker* – Een soort Engeland (Amsterdam: Querido, 2001)
Robert Kaplow* – Me and Orson Welles (Penguin, 2005)
Robert Nye – Mrs. Shakespeare: The Complete Works, The Late Mr. Shakespeare* (London: Chatto & Windus, 1998)
Roberto Quesada – Big Banana (Barcelona: Seix Barral, 2000)
Robertson Davies – The Salterton trilogy / Tempest–tost (1991)
Ronald Giphart* – Gala (boekenweekgeschenk, 2003)
Sarah A. Hoyt – All Night Awake, Any Man So Daring, Ill Met by Moonlight
Sarah Grazebrook – Foreign parts (1999)
Sarah Schulman – Girls, visions, and everything
Sarah Smith – Chasing Shakespeares
Seth Rudetsky – Broadway Nights: A Romp of Life, Love, and Musical Theatre
Shirley Conran – The revenge of Mimi Quinn (London: Macmillan, 1998)
Sholem Aleichem – Wandering Stars (Penguin, 2009)
Simon Hawke – A mystery of errors (2000) / The slaying of the Shrew (2001) / Much ado about murder (2002) / The merchant of vengeance* (2003)
Simone de Beauvoir – Uitgenodigd (L’invitée, 1943)
Stephanie Lehmann – Thoughts while having sex (Kensington, 2003)
Steven Philip Jones – King of Harlem
Stewart Lewis – Relative Stranger (Alyson publications, 2008)
Sue Frost – Verander de tijd (Redeem the time, 1997)
Susan Elisabeth Phillips – What I did for love (Morrow, 2009)
Susan Sontag* – In Amerika (In America, 2001)
Suzanne Harper – The Juliet Club
Suzanne Selfors – Saving Juliet
Tad Williams* – Caliban’s wraak (Amsterdam: Luitingh-Sijthoff, 1995) (Caliban’s Hour)
Tamara McKinley* – Droomvlucht (Dreamscapes) (Baarn: De Kern, 2007)
Terry Pratchett – Wyrd sisters* (1988) (Discworld; 6), Lords and Ladies (1992) (Discworld; 14), Maskerade* (1995) (Discworld; 18)
Tessa de Loo* – Rookoffer (1987)
Theun de Vries – Baron. De wonderbaarlijke Michel Baron, zijn leermeester Molière en de praalzieke zonnekoning (1987)
Thomas Keneally – The playmaker (Touchstone, 1993)
Threes Anna – De kus van de weduwe (2003) (online te vinden op http://www.threesanna.com/nl/)
Timothy Findley* – Spadework: a novel (New York: HarperCollins, 2002)
Trudi Pacter – Wild child (New York: Pocket Books, 1996)
Ulla Berkéwicz – Adam (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1987)
Utta Danella – Liefde in de hoofdrol (Unter dem Zauberdach, 1976)
Virginia Tracy – Merely players: stories of stage life (1909)
Virginia Woolf* – Between the acts (London: Hogarth Press, 1970)
W. Somerset Maugham – Theatre (1937)
Wilfrid Sheed – Max Jamison: a novel (1986)
Willem Brakman* – De biograaf (1983)
Willem van Zadelhof* – Vuur stelen (Amsterdam: Meulenhoff, 2008)
Willy Corsari – Nummers: roman uit het cabaretleven (1932)

Boris Starling – Storm

Storm is het tweede deel uit een serie thrillers, geschreven door Boris Starling, een Britse schrijver. Messiah was het eerste deel waar inspecteur Kate Beauchamp een rol speelde. In deze roman is ze verhuisd naar Aberdeen met haar zoontje Leo. Hier is ze lid geworden van een amateurtoneelvereniging die een reis maakt naar Noorwegen om daar een serie voorstellingen te doen. Op de terugweg lijdt de veerboot Amphitrite waarop het gezelschap reist, schipbreuk. Kate overleeft de ramp samen met diverse leden van de groep.
Terug in Aberdeen gaat ze meteen weer aan het werk en krijgt de leiding van een moordonderzoek, een jonge vrouw is op gruwelijke wijze vermoord. Twee dagen later wordt een volgende vrouw op dezelfde wijze vermoord. Op hun lichamen is een levende adder vastgebonden. De moordenaar wordt door de politie Blackadder genoemd.
Haar vader Frank met wie ze al jaren geen contact had, is de leider van het onderzoek naar de ramp van de Amphitrite.

Voor iedereen die het boek wil lezen, en dat beveel ik absoluut aan bij deze spannende thriller, laat ik het bij deze korte bespreking.
De toneelconnectie is flinterdun met Kate’s lidmaatschap van een toneelvereniging die maar even wordt genoemd, maar het feit dat een amateurtoneelvereniging een rol speelt in een thriller is te leuk om te laten lopen.

Boris Starling, Storm (Amsterdam: *Mpact, 2001)

De Haagse canon: de toneelcompetitie

Tegenwoordig hebben we in Den Haag de HvA toneelcompetitie, maar deze heeft heel wat voorgangers gekend, niet alleen als competitie, maar ook belangenvereniging voor het Haagse amateurtoneel.

In 1946 werd de eerste toneelcompetitie georganiseerd en wel door de Haagse Amateur Toneel Organisatie (HATO) die in datzelfde jaar was opgericht.
De Combinatie Haagse Amateur Toneelverenigingen (CHAT) werd in 1948 opgericht en was een afscheiding van de HATO. Wedstrijdbeoordelingen zouden hieraan ten grondslag hebben gelegen.
De Federatie Haags Amateurtoneel (FHAT) werd in 1967 opgericht als overkoepelende organisatie voor het amateurtoneel in Den Haag.
Landelijk had je de Nederlandse Amateur Toneel Unie (NATU) die in 1940 werd opgericht en de Bond van Rooms Katholieke Toneelverenigingen, het Werkverband Katholieke Amateurs (WKA) die in 1946 werd opgericht. Deze twee verenigingen fuseerden in 1967 en werden het Nederlands Centrum voor Amateurtoneel (NCA), in datzelfde jaar ontstond de Haagse afdeling HCA.
Daarom waren er twee competities, namelijk van de CHAT, maar ook van de HCA. De verenigingen deden vaak aan beide competities mee. De juryleden zaten soms in beide jury’s. De competities werden per kalenderjaar gehouden.

In 1993 was er al sprake van samenvoeging van CHAT en HCA, zo bleek uit de toespraak van toenmalig HCA voorzitter Koos Borsboom. De bestuursleden kwamen niet op elkaars feestelijke prijsuitreiking. De CHAT competitie telde twee klasses.

Schak en FHAT werden samengevoegd tot Centrum voor Amateurkunst met ingang van 1 januari 1995.
CHAT en HCA gingen in 1995 samen tot de belangenvereniging Haghespel. In de Haghespel van juni 1995 werd een toelichting gegeven op de prijzen van de toneelcompetitie die door het CvA en Haghespel zal worden georganiseerd.
Kennen we ze nog? De 1e prijs Jan Bernard trofee, de 2e prijs het Zilveren Masker, de 3e prijs de Han Driessen trofee. De hoofdrol dames en heren kregen zilveren schalen, de bijrol dames en heren kregen de Tourniaire bekers. De eerste regieprijs was een sculptuur, de 2e regieprijs: Piet Borsboom beker.
De 1e decorprijs was de Ton de Booy trofee, voor een bijzondere prestatie werd de Piet Cornet beker uitgereikt. Prijzen die allemaal waren genoemd naar Hagenaars die bekend zijn uit het amateurtoneel, veelal beschikbaar gesteld door verenigingen of personen.

De CvA-Haghespel toneelcompetitie 2000-2001 was de eerste competitie die een seizoen besloeg in plaats van een kalenderjaar en heeft anderhalf jaar geduurd.
De toneelcompetitie 2002-2003 was de eerste onder de bezielende leiding van Karen-Else Sluizer. Zij zorgde ervoor dat de winnaars een masterclass krijgen aangeboden. De eerste werd door actrice Wil van Kralingen verzorgd. Latere masterclasses waren van Peter Tuinman, Stephan de Walle, Aus Greidanus, Geert de Jong en Peter de Baan.
Het aantal deelnemende verenigingen werd groter. Deze competitie 19, het seizoen erop 23.
In 2005 werd Stichting Culturalis opgericht als opvolger van het Centrum voor Amateurkunst. De toneelcompetitie 2006-2007 zal volledig door HvA worden georganiseerd, Culturalis zal een subsidie verstrekken.
De toneelcompetitie 2006-2007 was het laatste seizoen onder leiding van Karen-Else, die het stokje doorgaf aan Guus Vervaart.
Peter Luiten, voorzitter van HvA, kondigde aan dat het Zilveren Masker (2e verenigingsprijs) voortaan de ‘Karen-Else Sluizer prijs’ zal worden genoemd.

Dit artikel is verschenen in nr. 7 (2009) van Haghespel.
Zie ook Haghespel.

Het scherm gaat op

Een prachtige vondst op een zonnige zondagmiddag op de boekenmarkt op het Voorhout in Den Haag. Een jeugdroman over een toneelclub van een HBS die blijft hangen in pret maken. Om te voorkomen dat ze voor gek staan op een schoolavond halen ze hun klasgenoot Rein Brouwer erbij als regisseur. Rein is de zoon van een beeldhouwer, wiens moeder vroeg is overleden. Hij heeft niet veel vrienden. Hij blijkt een gouden greep, zorgt voor een nieuw stuk, zorgt ervoor dat iedereen zijn rol serieus opvat en het stuk voor de schoolavond is een succes.Het scherm gaat op Cas van Dijk
Daarna gaan ze door met hun club en verzorgen ze met een vereniging een liefdadigheidsavond voor een noodlijdend gezin. De humor komt ook nog om de hoek kijken bij de geïmproviseerde Sinterklaasviering, waarbij drie Sinterklazen met bijbehorende Zwarte Pieten langs komen.
Het boek is opvoedend, want de 16-jarige scholieren zijn altijd verstandig. Hedendaagse puberproblemen zijn ver te zoeken. De romance komt ook om de hoek kijken, want Rein vindt Pauli, één van de meisjes, wel heel erg leuk, maar tot meer dan vriendelijke woordenwisselingen komt het toch niet. Het is erg leuk om te lezen, ook met het ouderwetse taalgebruik.

Cas van Dijk – Het scherm gaat op (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, [1939])

Laat me maar – Dolf de Vries

De achttienjarige Boukje herleest haar dagboek dat ze op dertienjarige leeftijd is begonnen. Toen was ze een puber die met haar ouders en haar leven overhoop lag. Nu kan ze er evenwichtiger op terugkijken. Het dagboek is ze begonnen omdat een schrijver die op haar school op bezoek kwam vertelde dat je schrijven moest zien als praten met papier, iets dat ze nodig had met een egocentrische vader en een moeder die wel lief was, maar haar niet volledig begreep. Ze werd zelfs uit huis geplaatst.

We leren veel kennen van Boukje, ook van de passie die ze als dertienjarige ontdekt en waardoor ze haar problemen tijdelijk kon ontvluchten, en dat is toneel. Eerst komt ze in een schoolproductie terecht waar ze haar ei kwijt kan, vervolgens zorgt haar leraar ervoor dat ze bij een amateurtoneelgroep terecht komt, waar ze in Ons stadje van Thornton Wilder speelt. Het belangrijkste voor haar is wel dat ze ineens gewaardeerd wordt. Haar moeder en broer en zus zijn wild enthousiast over haar prestaties. Haar vader vindt het minder, maar het blijkt dat hij jaloers is omdat ze in het middelpunt van belangstelling staat.
Het boek eindigt met haar inschrijving bij een toneelschool.
Voor de doelgroep: pubers tussen de twaalf en de achttien een juweel van een boekje.

Dolf de Vries, Laat me maar (Amsterdam: Leopold, 1993)

Terug in de tijd – DOSAST

In het kader van werk in uitvoering hier mijn concept-artikel over DOSAST, een Haagse amateurgroep die jaren terug al zachtjes in slaap is gevallen. T.z.t. wordt dit artikel in Haghespel geplaatst.
Waarom DOSAST? Ik heb maanden terug een oproep in Haghespel geplaatst en daar enkele reacties op gehad, onder andere van Gerard Rotteveel, een vriend van me, die in DOSAST had gespeeld en zei er nog wel wat van te weten.
Verdere reacties zijn natuurlijk altijd welkom.

DOSAST (DOor SAmenwerking STerk)

DOSAST heeft ruim 40 jaar bestaan. De groep, opgericht op 27 juli 1951, beleefde in 1993 zijn laatste voorstelling.
Het was een amateurgroep die als zoveel groepen twee stukken per jaar speelde, onder één regisseur. Harry de Jong was niet alleen de oprichter van de groep, maar ook de vaste regisseur en voorzitter van het bestuur.
Harry Heidt was altijd de inspeciënt en verzorgde ook bij elke voorstelling de techniek. De voorstellingen waren vrijwel altijd in het Congresgebouw. Soms was er dan een nazit in Theater De Poort, maar daar zijn nooit voorstellingen geweest. De laatste jaren waren de voorstellingen in verzorgingstehuizen of in de aula van het VCL of in De Haard, het wijkgebouw in de Copernicusstraat. De groep heeft ook diverse malen aan de CHAT-competitie deelgenomen en daar onder andere met de regie van Harry hoge ogen gegooid. Hij zat ook in het bestuur van de CHAT.

Spelers

De spelers zijn uitgezwermd naar andere verenigingen. Anneke Plus, nu al jaren spelend bij De Gezellen, begon bij DOSAST. Gerard Rotteveel, in 1983 via Dindua bij DOSAST gekomen, ging in 1994 naar Inter Nos en speelt nu bij Operettevereniging ODES. Arthur Lutterman, nu spelend bij TVO, is ook een oud-DOSAST speler.
Verschillende spelers van DOSAST, waaronder Frans en Loes Bleijenga, richtten in 1983 toneelgroep Venster op.
DOSAST is nooit officieel opgeheven. Harry de Jong overleed rond 2000.

Gespeelde stukken (niet volledig)
Een bruid in de morgen van Hugo Claus (november 1979)
Liefde is geen speelgoed van Willem van Boxtel (november 1980)
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet van Noël Coward (april 1983)
My fair Lady van Pygmalion (december 1984)
Eigen haard is goud waard van J. Hemmink-Kamp (april 1985)
De kinderen van Eduard van Marc-Gilbert Sauvajon (april 1986)
Getrouwd of niet van Ephraim Kishon (maart 1989)
En krijgen is de kunst van Peter Coke (november 1989)
Miranda van Peter Blackmore (oktober 1991) voor het 40-jarig bestaan
Bloemen voor Barbara van Dick van Maasland (oktober 1992)

Twee nieuwe boeken

Hoe kon ik hem vergeten: Jan van der Mast, Mijn Hamlet! Ik heb hem zelf nog besproken in Haghespieghel.
Het uitermate grappige verhaal over de Delftse amateurtoneelgroep die voor een jubileum zich inlaat met de Poolse regisseur Malinowski. Deze wil Hamlet met de groep gaan spelen en voor de rol van Hamlet mag de kleinzoon van één van de leden zich gaan klaarmaken. Hoe een vrijblijvende hobby als toneelspelen kan uitmonden in een tragedie.

Verder las ik in een heel oude Haghespel in een column van Jim Keulemans over Harry Mulisch: De Hoogste Tijd, hetgeen blijkbaar ook over een amateurtoneelgroep gaat die Maria Stuart van Schiller instudeert.