De schrijffase van #NaNoWriMo

De eerste week van de schrijffase van #NaNoWriMo is voorbij en het valt me niet tegen. Niet mee ook trouwens. Met werk erbij, bloggen en vrije tijd is het af en toe nog knap lastig om tijd vrij te maken voor schrijven. En dat terwijl ik zelfs tijd in mijn agenda heb gezet. Dagelijks een uur om te schrijven.

De woordtelling

Ik werk in Word en maak voor ieder hoofdstuk een apart bestand. Tot nu toe heb ik vijf hoofdstukken, waaronder het begin en het eind. Die hoofdstukken tellen tot nu toe 4742 woorden. Dan heb ik ook nog een stuk handgeschreven wat een subplotje is voor een hoofdstuk en ideeën voor andere hoofdstukken. Als ik het regime van #NaNoWriMo tot het laatste cijfer zou volgen, dan had ik nu op dag acht 13.336 woorden moeten hebben. Dat lukt dus niet, als ik het ga omrekenen heb ik genoeg woorden voor 2,8 dag. Jawel, cijfernerd in actie.

boek
Afbeelding van Markus Spiske via Pixabay

Schrijffase

De eerste dagen ging het prima, ik was helemaal enthousiast en had achter elkaar een paar hoofdstukken geschreven. En toen kwam er de klad in. Twee dagen achter elkaar had of nam ik geen tijd om te schrijven. Vervolgens schreef ik weer een dag en gisteren heb ik dus alleen iets in klad opgezet. Vandaag wordt het dit blog en niet veel meer. Want ik heb gewoon even geen zin, dat kan namelijk ook.
Komende week krijg ik dus ook iets dat helweek heet. Ik heb me ingeschreven bij NaNoWriMo en krijg regelmatig mail van de Nederlandse groep. Helweek werd daarin beschreven. Het verhaal loopt niet meer zo soepel, je krijgt tegenzin om te schrijven en blijkbaar zit je jezelf dus dwars. Want het is de week waarin je ‘inner editor’ opeens wakker wordt en doorheeft dat je bezig bent met schrijven! En daarbij nog wel schrijven met zo min mogelijk na te denken, waarbij je zoveel mogelijk woorden er uit probeert te knallen. Het zou zelfs kunnen dat je wil opgeven omdat je je eigen werk slecht vindt. We gaan het uitvinden.

Hoe ga ik verder?

Ik blijf gewoon schrijven, al is het maar tien woorden per dag. Ook laat ik me nog wel eens zien in Discord, een chatkanaal voor mensen die meedoen met #NaNoWriMo. Ik ben me er van bewust dat de plot en de ideeën die ik nu heb eigenlijk nog niet genoeg zijn voor een boek. Maar ik ga het wel zien. Het plezier dat ik er tot nu toe van heb is ook belangrijk.

Het vorige #NaNoWriMo stuk over de titel voor mijn boek is hier.

Voorbereiden op #nanowrimo: de titel voor mijn boek

Ttels zijn niet mijn ding, ik ben slecht in titels verzinnen. Ik kan het wel, maar het zijn geen goede titels. Het is één ding titels op te lepelen die ik goed vind. Het volgende is titels te verzinnen voor mijn eigen boek.

Titel voor mijn boek

De opdracht was tien titels te verzinnen. Daar ben ik gisteren mee begonnen. Ik ben tot nu toe tot vijf titels gekomen. En dan moet ik ook een beetje de plot vertellen, anders weten mijn lezers niet waar ik het over heb. Het draait om Dineke en Joris in coronatijden. Samenvatting in vijf woorden. Twee personen waar ik al meer over heb geschreven. Maar het gaat ook om Maarten, de broer van Joris en zijn Amerikaanse vriendin Nicole, tante Dina, Dineke’s broer Edwin en zijn vrouw Stella en de merkwaardige samenleving die Nederland in deze coronatijd is.

  • Boek. Ja sorry, de folder op mijn laptop heet zo, ik heb niets anders gezegd dan; ik ga een boek schrijven. Een titel had ik echt niet in mijn hoofd.
  • Liefde in tijden van corona. Nee, er bestaat geen copyright op titels, dus je kan gewoon boeken hebben met dezelfde titel, of bijna dezelfde titel. Maar laten we nou even wel wezen, het is gewoon cheesy. Ga ik een titel van Gabriel Garcia Márquez misbruiken voor mijn lieve eerstelingetje. Nee.
  • Over grenzen. Het zegt iets en tegelijkertijd zegt het ook helemaal niets.
  • Het grote boek van avontuur. Ja, dat zou wat kunnen zijn in een merkwaardige, totaal niet avontuurlijke samenleving. Tegelijkertijd zegt het helemaal niets en lijkt het op de titel voor een kinderboek en dat wil ik nou juist niet schrijven.
  • Tussenjaar. Tot nu de titel waar ik het meeste voor voel, maar ik heb er mijn reserves bij. Want tussenjaar klinkt ook als iets wat jongeren doen na school en dan vervolgens gaan reizen. Wat het voor mij is, het klinkt als iets wat we met zijn allen nodig hebben. Een tussenjaar, een jaar waarin het leven even half stil stond en niemand even wist waar hij of zij mee bezig was. De wijsheid komt achteraf, de lontjes moeten gedoofd worden, mensen moeten weer leren te praten. Zie je? Toch de beste mogelijkheid.

December

#nanowrimo duurt officieel een maand. Ik weet niet of mensen dan echt een boek af krijgen. Ik heb vandaag voor het eerst geschreven, terwijl ik drie dagen geleden al had willen beginnen. Vanmiddag ben ik begonnen aan het laatste hoofdstuk, want dat eind had ik al een tijdje in mijn hoofd. Het eerste hoofdstuk ben ik ook aan begonnen. In totaal heb ik 1157 woorden geschreven aan die twee stukken. Daar komt dan nog ruim 400 woorden bij voor dit blog en dat vind ik dan wel genoeg voor vandaag. Morgen ga ik weer verder. Voorlopig beleef ik plezier met deze stukjes en het schrijven. Dubbelop dus.

Het vorige #nanowrimo stuk over titels is hier.

Voorbereiden op #nanowrimo: titels

Het gaat om actie deze week, de planning, de laatste loodjes en het doorbreken van de knipperende cursor op die maagdelijk witte pagina. En het gaat om de titel. Daar ben ik niet goed in. Mijn stukjes op dit blog hebben meestal geen fantasierijke titels. De stukjes op mijn andere blog zijn zo mogelijk nog saaier. Ik heb ze daar zelfs een tijdje genummerd, dat was toen ik een tijdje dagelijks blogde. Klik vanaf deze maar door. Ja, fantasie hoor.

Titels

De opdracht van Martha was zes boeken uit de kast te halen en daarvan te bedenken waarom je het zo’n goede titel vindt:
Pawn of Prophecy, David Eddings. Al vele malen genoemd in mijn blog, want ik heb de hele serie minstens drie keer gelezen. Over de eerste zin van dit boek heb ik geblogd. De titel dekt de lading. Er is een profetie en de hoofdpersoon Garion is een pion in die profetie.
Hotel, Arthur Hailey. Compacte titel die dit verhaal over een hotel in New Orleans dekt. En nog beter: het is heel makkelijk te vertalen, want in veel talen is hotel een hotel.
Morgen ben ik beter, Evert Hartman. Jaren geleden gelezen, het gaat over Marielle die ziek wordt en niemand weet wat ze mankeert. Er klinkt hoop in die titel, maar ook een beetje wanhoop.
Al de dagen van mijn leven, R.F. Delderfield. De Engelse titel is eigenlijk beter, To Serve them All my Days. Het boek over David Powlett-Jones die zwaar beschadigd uit WO I komt en als leraar op een school in Devon gaat werken. Hij eindigt als hoofd van de school.
Kruistocht in spijkerbroek, Thea Beckman. Dolf gaat met een tijdmachine terug naar de Middeleeuwen en komt in een kinderkruistocht terecht. Eén van de beste kinderboeken die ik heb gelezen en een geweldige titel voor dit boek.
Schoolidyllen, Top Naeff. Over de schoolperikelen van een groep meisjes. Met Jet gebeurt iets ergs. Het dekt de lading en eigenlijk weer niet, want het gaat bar weinig over school en veel meer over die meiden. De titel lijkt idyllisch en het leven is niet zo idyllisch, dat vind ik er wel mooi aan.

Het tweede deel van de opdracht

Er is nog een tweede deel van de opdracht, en dat is titels voor mijn eigen boek verzinnen. Maar laat ik dat nou net een mooi onderwerp vinden voor mijn blog van morgen. Wordt vervolgd.

Het vorige #nanowrimo stuk over de setting van het verhaal is hier.

Voorbereiden op #nanowrimo: de setting van je verhaal

Het schiet al op, zondag is het november en dan begint #nanowrimo officieel: de schrijffase van het boek. Ik ben nu nog volop bezig met de voorbereiding samen met Martha en drie andere hoopvolle schrijvers. Het thema van deze week is de verhaalwereld. Wat is de setting van je verhaal? waar woont je hoofdpersoon? Hoe is die daar terechtgekomen? Wat is er leuk aan? Zit je dicht bij je werk of bij winkels? Eén van de opdrachten is dat niet alleen voor mijn hoofdpersoon in te vullen, maar ook voor mezelf. En dat is voor vanavond een mooie opdracht.

De setting

De schrijfster geeuwde. Het was toch wel weer wennen. Na al die maanden thuis werken weer eens vroeg het bed uit, om te gaan sporten. Gisteravond had ze al besloten dat ze thuis zou blijven als het zou regenen, maar het was droog. Koffie dus op de rieten stoel bij het raam, vervolgens op de fiets en naar de sportschool. Ontbijt kwam wel na het sportuurtje. Om tien voor acht liep ze de deur uit en de trap af, rechtsaf richting fietsenhok. Het was eigenlijk een nadeel dat ze ongeveer in het midden van het blok woonde, want het was best wel een eindje lopen naar de fietsenhokken achter de huizen. Maar het uitzicht over de straat die haaks op haar straat liep, maakte het wel goed. De laatste twee jaar had ze vrij uitzicht gehad over de bouw van de school schuin tegenover haar. Het lege terrein was eigenlijk nog leuker omdat ze de kerk een aantal straten verderop en de flat bij het park had kunnen zien. Maar hé, je kan niet alles hebben.
Het fietstochtje naar de sportschool was altijd wel lekker en deed ze zoveel mogelijk binnendoor, want dat scheelde verkeerslichten. Op deze manier had ze alleen een licht vlakbij de sportschool. Bij de sportschool was het eigenlijk altijd druk, door het benzinestation dat ernaast zat. In de sportschool had ze snel genoeg haar schoenen aan en haar spullen in de locker. Rondje sporten, lekker.

Werk

Weer thuis kleedde ze zich om en deed ze alvast haar werklaptop aan. Dat ding deed er altijd lang over. Na de mail ging ze op zoek naar ontbijt en dat at ze op in haar rieten stoel bij het raam. Lekker naar buiten kijken, zich verbazen over mensen die echt niet konden parkeren. Bestraffend kijken als er weer iemand vanaf de richting van het ziekenhuis de straat inreed. Dat kon niet vanwege het eenrichtingsverkeer, maar het was niet te tellen hoe vaak het gebeurde. Het Post NL busje! Dat was de eerste keer deze week. Een fietser over de stoep, dat was niet de eerste keer deze week.
Het leven was ergens wel makkelijk deze thuiswerkperiode. Eerst sporten, vervolgens rustig aan het werk, rustig ontbijten. Dan ‘s middags uitgebreide lunch, pastasalade. Lekker. Vervolgens een online cursus in het kader van de Week of Learning, filmpjes kijken uit de Newsletter van de week. Wat een leven! En ze zou het achter elkaar weer inleveren als het gewoon mogelijk zou zijn op kantoor te werken. Zelfs met 13 kilometer heen en weer terug fietsen. In de stromende regen. Teams verving echt niet het sociale gebeuren op kantoor waar ze kon kletsen met collega’s, live kon overleggen, kon lunchen met gezelschap en bruine boterhammen. Gelukkig had ze een ruim huis met een lange woonkamer en een slaapkamer achter, zodat ze geen last had van de straat. Het plan van de rommelkamer voor een werkkamer te maken wilde ze ook nog steeds doorzetten. Deze week toch maar eens vriendin bezoeken die naar Wateringen was verhuisd. Thee drinken, weer eens live kletsen in plaats over de telefoon.

Thuis

Na het eten was het tijd voor het persmoment van de premier, waar dus eigenlijk niets werd gezegd wat niet bekend was. Vervolgens de wekelijkse Facebook live voor de begeleiding van de #nanowrimo, die wilde ze wel bijwonen. Ondertussen zat ze ook te bedenken of ze de volgende dag nog boodschappen moest doen. De AH zat op vijf minuten fietsen afstand en in dat winkelcentrum zat ook nog een Etos en een Gall & Gall, erg handig, alles bij elkaar. In normale tijden wilde ze nog wel eens de tram nemen – één halte – maar die had ze nu al maanden niet genomen. Daarna nog bloggen. Het moment van concentratie van elke dag. Vanaf 1 april was het haar gelukt. Elke dag bloggen. Elke dag aan haar #twentydaystory schrijven – in april begonnen – was niet gelukt en ze kreunde terwijl ze eraan dacht. Dat had ze dus uit de weg willen hebben vóór 1 november. Dat ging dus mooi niet lukken. Morgen. Echt morgen! Ze wilde weg van haar laptop. Nog even Eva Jinek kijken en dan naar bed.

De setting

Redactie is het woord. En daar heb ik nooit genoeg tijd voor met het dagelijkse bloggen. Vaak genoeg kom ik pas overdag op een idee, werk ik het ‘s avonds uit en heb ik geen tijd om het een nachtje te laten liggen. Vandaar dus dit stuk over de setting waar ik deels tevreden over ben. Ik zet het stuk meestal even in voorbeeld en lees het dan nog een keer door. Daar komen wel veranderingen uit voort. Hoe zou het worden als ik er meer tijd voor nam?

Het vorige #nanowrimo stuk over personages vind je hier.

Voorbereiden op #nanowrimo: de personages

Toen ik nog toneel speelde, vond elke regisseur het belangrijk dat de spelers ook een achtergrond bij de personages bedachten. Wie zit er achter Marietje? Heeft ze een lievelingskleur? Is ze getrouwd, wat voor karakter heeft ze? Gaat ze naar de kerk? Daarmee vormde je het personage, voorkwam je dat er een levenloos figuur op het toneel stond. Je kon met die achtergrond bedenken waarom Marietje iets zei. Haar motivatie achter haar woorden. Die hele achtergrond haalde ik vaak al uit het geschreven woord, de dialogen die door een toneelschrijver waren bedacht. De vaart waarop iets werd geschreven, de woorden waarmee iets gezegd werd, de weinige regie-aanwijzingen die in een tekst al waren opgenomen. Sommige regisseurs schrapten die regie-aanwijzingen trouwens.

A Great Deliverance

Ik ben een groot liefhebber van lezen. Ik wil niet voor niets een boek schrijven, stukjes voor mijn blog schrijven lukt me, bewijs ik al bijna zeven maanden. Een tijdje terug had ik drie boeken van Elizabeth George uit de minibieb gehaald, A Great Deliverance, A Traitor to Memory en With No One as Witness. De schrijfster zei me wel iets, vaag dan. Gisteren ben ik begonnen in A Great Deliverance, maar moest het ‘s middags opzij leggen toen ik met vrienden wegging. Gisteravond kwam ik thuis, heb eerst nog wat tv gekeken, ben naar bed gegaan en dacht, ik lees nog een half uurtje. Om half drie heb ik uiteindelijk het licht uitgedaan. Ik moest van mezelf gaan slapen. Vanochtend was het koffie en boek en heb ik het uitgelezen. Vijf sterren op Goodreads.

 a great deliverance

Personages

George is een Amerikaanse schrijfster en beschrijft door en door Britse personages. Dit is het eerste deel van de Inspecteur Linley boeken, iets dat ik pas halverwege het boek in de gaten had. De eerste twee hoofdstukken van het boek leggen niet alleen de basis voor het verhaal, maar vooral voor de personages Thomas Linley en Barbara Havers. Want hier heb je de beschrijving van die twee niet alleen in woord maar ook in tegenstellingen. Wat ik het knappe ervan vind is dat de sfeer van het boek in die eerste twee hoofdstukken wordt gevangen. Barbara Havers, een jonge vrouw van 30 die bij de politie werkt, uit de recherche in uniformdienst is gezet en teruggehaald wordt voor een moordzaak. Zij wordt toegevoegd aan Thomas Linley en die leren we kennen door het verhaal van Barbara. Uit haar woede en haar gedachten over Linley leren we niet alleen hem kennen maar ook haar. En haar gedachten zijn in eerste instantie niet gunstig. “So they’ve given you the golden boy, she thought. What a treat for you, Barb! After eight miserable months, they bring you back from the street ‘for another chance’ – and all the while it’s Linley! ‘I will not,’ she muttered. ‘I will not do it! I will not work with that sodding little fop!'”
Petje af voor die eerste twee hoofdstukken, achtergrond en geschiedenis van de hoofdpersonen. En petje af voor de rest van het boek, want de moordzaak zelf lijkt eenvoudig, maar er komt heel veel menselijk leed naar boven.

Mijn eigen personages

Het volgende element in de #nanowrimo begeleiding is planning, en dat heb ik wel nodig ook, want de personages waren aan de beurt in de tweede week en daar ben ik nog steeds mee aan het worstelen. Want Dineke en Joris krijgen een rol, maar wie nog meer? En hoe zit het met die plot – derde week – waar ik ook nog weinig van heb? Genoeg werk aan de winkel. En eigenlijk geen tijd om te lezen, maar dat doe ik wel.

Mijn vorige #nanowrimo stuk over de brainstormfase vind je hier.

Voorbereiden op #nanowrimo – brainstorm fase

Het heeft wat, de wereld vertellen dat ik een boek ga schrijven. Maar vervolgens moet ik ook wat doen. De afgelopen tien dagen heb ik door tijdgebrek weinig kunnen doen, en dat is wel jammer. En dat terwijl ik wel aan Facebook Lives kan meedoen die Martha organiseert om ons aan het werk en aan het brainstormen te helpen. De andere deelnemers hebben volgens mij wel al een idee wat ze willen doen. Dat is voor mij een probleem. Ik heb een vaag idee, gebaseerd op Dineke en Joris, over wie ik al eerder verhalen heb geschreven, maar wil er nu ook een broer van Joris bijhalen. Maarten kwam trouwens al in de #twentydaystory voor. En hij wordt dan eigenlijk de hoofdpersoon, maar het blijft een beetje vaag en dat kan je met een verhaal doen, maar een heel boek wordt wat lastig op deze manier. De brainstorm is nog niet echt op gang. Dat moet nog wat gestuurd worden en dat hoop ik met deze stukjes te bereiken.

Afbeelding van Engin Akyurt via Pixabay

Brainstorm

Zelfs in mijn privéleven krijg ik Zoom meetings, want vanmiddag was er eentje met Martha en nog een deelnemer. We hebben met zijn drieën zitten brainstormen over de twee verhalen. Ik was ergens, namelijk bij Dineke en Joris en wilde broer Maarten erbij halen. Oorspronkelijk dacht ik Maarten de hoofdpersoon te laten worden met model-vriendin maar dankzij het brainstormen wordt het idee nu toch wat meer omlijnd. De coronacrisis en de lockdown gaat er ook een rol bij spelen. Tante Dineke erbij? Kan allemaal. Nu even verder denken over wat ik ga schrijven. Door het gebrainstorm van vanmiddag heb ik zelfs al een idee over de opzet.

Veel leesplezier en tot later, want er komt een vervolg hierop.

Ik ga een boek schrijven

Goed hé? Het staat er zomaar. Een boek schrijven. Stilletjes heb ik vaak over gedacht en nooit uitgevoerd omdat ik al blokkeerde als ik dan bedacht dat iemand zou gaan lezen wat ik had geschreven. Of nog erger, dat iemand het vreselijk zou vinden. Daar heb ik me geloof ik een beetje overheen gezet. En daarom heb ik me ingeschreven voor het #nanowrimo project van Martha. In een maand een boek schrijven.

#nanowrimo

National Novel Writing Month, oftewel #nanowrimo is in 1999 begonnen met 21 deelnemers. en nu in 2020 bestaat het nog steeds met veel meer deelnemers. Die deelnemers denken allemaal dat het makkelijk is, zo’n boek. Dat betekent dus ongeveer 50.000 woorden per maand. Dat zijn echt heel veel woorden. En dan zit ik hier echt te twijfelen welke smiley ik hier in gooi.
Het is moeilijk, niet alleen omdat het serieus moeilijk is, maar ook omdat het gros van de mensen die hieraan beginnen, bij het eerste hoofdstuk blijven steken. Schrijven is een vak.

Het onderwerp

Ik heb er wel over nagedacht, wat doe ik, fictie, of non-fictie? Non-fictie zit ik te denken aan Haghespel, een geschiedenis van het blad schrijven. Bijna 20 jaar ben ik hoofdredacteur geweest, ik weet er best veel van. Wat kan ik te weten komen van de jaren daarvoor?
Maar fictie? Wat doe ik? Dineke en Joris? Iets anders? Tempted. Maar ik weet het nog niet. Heeft iemand een idee? Vertel het!