#50books vraag 12: de oudste

Vraag 12: Wat is het oudste boek in jouw verzameling?

Het is weer een leuke vraag in de #50books serie van @petepel. Heb ik oude boeken? Een vraag waarbij Librarything me kan helpen. Boekengek die ik ben heb ik mijn hele verzameling in Librarything gezet en moet het heel makkelijk te vinden zijn.
Ik kwam bedrogen uit. ‘De Katjangs’ van J.B. Schuil meldt Librarything me, dat is in 1912 gepubliceerd. Ja, tot ik het uit de kast haal: ik heb een elfde druk, de Koninklijke Bibliotheek kan me vertellen dat de tiende druk uit 1962 stamt, die elfde druk is waarschijnlijk ongeveer even oud als ik.
‘A history of Europe’ dan? Die is uit 1935. Nee dus, het is een herdruk uit 1979.
‘Rebecca’ van Daphne du Maurier dan, 1938. Weer mis: Nederlandse vertaling zonder jaar.

Gelukkig is de volgende greep in mijn digitale boekenkast wel goed: ‘Het scherm gaat op’ van Cas van Dijk. Een boek dat ik in 2009 op de boekenmarkt op het Voorhout in Den Haag heb gevonden. Ik zoek altijd romans die over toneel en theater gaan, een tic van me die ik als redacteur van een amateurtoneelblad heb opgepikt. Dit was een leukerdje die de paar euro wel waard was. En dat is dus het oudste boek uit mijn verzameling.

Cas van Dijk - Het scherm gaat op

Eleanor Catton – De repetitie

‘De repetitie’ is het debuut van Eleanor Catton. De leerlingen van een meisjesschool raken volledig in de ban van een affaire tussen een docent en een van hun medeleerlingen, Victoria. Het meisje wordt geschorst en haar vriendinnen worden door de schoolleiding naar de psycholoog gestuurd. Terwijl de school en de ouders de onschuld van de jonge meisjes willen bewaren, zijn de leerlingen verontwaardigd over het feit dat Victoria niets over haar liefde heeft verteld.
De verhalen over de affaire maken het steeds onduidelijker wat er eigenlijk is gebeurd. Studenten van de nabijgelegen toneelschool brengen het incident op de planken en dan gaat het verhaal van de affaire zijn eigen leven leiden.
De personen in dit verhaal spelen rollen. Leerlingen van de meisjesschool worden nagespeeld door studenten van de toneelschool, hetgeen het boek niet duidelijker maakt. het is een uitdaging voor de lezer. Tijds- en verhaallijnen lopen dwars door elkaar.
Voortdurend houden de scholieren zich bezig met de vraag hoe hun gedrag bij de ander overkomt. Bij enkele docenten kunnen de leerlingen hun frustraties kwijt. Zoals bij een saxofoonlerares, die van mening is dat wanhopige pubers de beste muzikanten worden, omdat zij meer passie in hun lichaam hebben.
Het verhaal is altijd belangrijk, maar niet in dit boek, waar de psychologische verwikkelingen tussen de jongeren belangrijker blijken.
Fragmenten die deel lijken uit te maken van de verhaallijn, blijken scènes uit het toneelstuk. Het heeft voor dit blog de beste vorm die je maar kan hebben; het leven lijkt één groot toneelstuk.
Voor jongeren is het een perfecte roman, waar ze veel psychologische inzichten uit kunnen halen.

Eleanor Catton – De repetitie (The rehearsal) (Amsterdam: Anthos, 2009)

A.C. Crispin with Deborah Marshall – Serpent’s gift

Naast de serieuze literatuur die compleet over actrices gaat en door actrices geschreven wordt, hebben we ook nog luchtige tussendoortjes. Dit is er één van. Serpent’s gift is een SF-romannetje over een school die in de ruimte is gevestigd, en waar scholieren van allerlei werelden naar toe gaan, om opgeleid te worden tot diplomaat. De centrale figuren in deze roman zijn Serge LaRoche, wiens carrière als musicus teloor is gegaan door het verlies van zijn handen, Heather Farley, een elfjarige tiener die als gave telepathie heeft, en Hing Oun, een van oorsprong Cambodjaanse jonge vrouw. Hing heeft als hobby toneel, ze speelt en is assistent-regisseur. Het stuk dat zijdelings ter sprake komt is They don’t make pennies anymore van Eunice Goldberg. Stuk en schrijver zijn volledig verzonnen, ik heb het nog gegoogled.

A.C. Crispin with Deborah Marshall – Serpent’s gift (Starbridge; book 4) (New York: Ace Books, 1992)

Het scherm gaat op

Een prachtige vondst op een zonnige zondagmiddag op de boekenmarkt op het Voorhout in Den Haag. Een jeugdroman over een toneelclub van een HBS die blijft hangen in pret maken. Om te voorkomen dat ze voor gek staan op een schoolavond halen ze hun klasgenoot Rein Brouwer erbij als regisseur. Rein is de zoon van een beeldhouwer, wiens moeder vroeg is overleden. Hij heeft niet veel vrienden. Hij blijkt een gouden greep, zorgt voor een nieuw stuk, zorgt ervoor dat iedereen zijn rol serieus opvat en het stuk voor de schoolavond is een succes.Het scherm gaat op Cas van Dijk
Daarna gaan ze door met hun club en verzorgen ze met een vereniging een liefdadigheidsavond voor een noodlijdend gezin. De humor komt ook nog om de hoek kijken bij de geïmproviseerde Sinterklaasviering, waarbij drie Sinterklazen met bijbehorende Zwarte Pieten langs komen.
Het boek is opvoedend, want de 16-jarige scholieren zijn altijd verstandig. Hedendaagse puberproblemen zijn ver te zoeken. De romance komt ook om de hoek kijken, want Rein vindt Pauli, één van de meisjes, wel heel erg leuk, maar tot meer dan vriendelijke woordenwisselingen komt het toch niet. Het is erg leuk om te lezen, ook met het ouderwetse taalgebruik.

Cas van Dijk – Het scherm gaat op (Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, [1939])

Laat me maar – Dolf de Vries

De achttienjarige Boukje herleest haar dagboek dat ze op dertienjarige leeftijd is begonnen. Toen was ze een puber die met haar ouders en haar leven overhoop lag. Nu kan ze er evenwichtiger op terugkijken. Het dagboek is ze begonnen omdat een schrijver die op haar school op bezoek kwam vertelde dat je schrijven moest zien als praten met papier, iets dat ze nodig had met een egocentrische vader en een moeder die wel lief was, maar haar niet volledig begreep. Ze werd zelfs uit huis geplaatst.

We leren veel kennen van Boukje, ook van de passie die ze als dertienjarige ontdekt en waardoor ze haar problemen tijdelijk kon ontvluchten, en dat is toneel. Eerst komt ze in een schoolproductie terecht waar ze haar ei kwijt kan, vervolgens zorgt haar leraar ervoor dat ze bij een amateurtoneelgroep terecht komt, waar ze in Ons stadje van Thornton Wilder speelt. Het belangrijkste voor haar is wel dat ze ineens gewaardeerd wordt. Haar moeder en broer en zus zijn wild enthousiast over haar prestaties. Haar vader vindt het minder, maar het blijkt dat hij jaloers is omdat ze in het middelpunt van belangstelling staat.
Het boek eindigt met haar inschrijving bij een toneelschool.
Voor de doelgroep: pubers tussen de twaalf en de achttien een juweel van een boekje.

Dolf de Vries, Laat me maar (Amsterdam: Leopold, 1993)