Het roer kan nog zesmaal om, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. Ik heb er al één gelezen, zie Heren van de thee en hier is de volgende.

Het roer kan nog zesmaal om

Dit boek bevat de voorlopige herinneringen van de schrijver Maarten ’t Hart. Hij beschrijft zijn jeugd, zijn studentenjaren, en zijn carrière als auteur. Omschreven op de flaptekst als “met de warmte en vrolijkheid die herinneringen bij hem opwekken, maar tevens met een behoorlijke dosis venijn.”

Waar gaat het over

Het roer kan nog zesmaal omHet boek is in 1984 verschenen. De schrijver is in 1944 geboren. Op veertigjarige leeftijd beschrijft hij zijn herinneringen. Okee. Gestructureerd is het, daar kan menig schrijver nog wat van leren. Elk hoofdstuk behandelt een onderdeel van zijn leven tot dan toe. Zijn jeugd komt ter sprake, een jeugd waarin de godsdienst een grote rol speelde. Dezelfde godsdienst die hij jaren later opzij zette, in het najaar van 1965 verloor hij zijn laatste restje geloof (p. 192). Een citaat uit het boek:

Een kind voedt zichzelf op, zeker zo’n koppige, eigenwijze eenling als ik er één was, die alles zelf lezen en ondervinden wilde. Wat men al die dominees die in mijn jeugd voorbij trokken hoogstens kan verwijten is dat zij mij zoveel bruikbaar materiaal voor al mijn  kinderangsten, ja die angsten zo gretig voedden met hun vaak bizarre bijbelse voorstellingen. (p. 217)

Leeservaring

Was het wat Ali? Ja, best wel. Het boek staat al jaren in mijn kast, maar ik kan me eigenlijk niet herinneren dat ik het ooit gelezen heb. Wellicht omdat het makkelijk leest en er niet iets opzienbarends in voorkomt. Hij is naïef en laat dat wel heel erg duidelijk naar voren komen. En het is pedant, hij is heel erg overtuigd van zijn eigen gelijk en vindt zichzelf geweldig. En dat is wellicht wat me tegenstaat in het boek, gecombineerd met dat venijn van ’t Hart. Over de schrijver J.M.A. (Maarten) Biesheuvel zegt hij dat het nooit wat kan worden met zijn schrijverschap. Biesheuvel kreeg tot verdriet van ’t Hart fantastische recensies voor zijn debuut, de verhalenbundel In de bovenkooi terwijl Stenen voor een ransuil niet zulke mooie recensies haalde. Het is niet aardig, wat hij zelf ook zegt. En het roer kan nog zesmaal om? Ja, dat zou kunnen, maar is niet gebeurd, getuige het vervolg op zijn biografie Dienstreizen van een thuisblijver. Daarin wordt verteld dat er in feite weinig is gebeurd behalve dan dat zijn werk vooral in Duitsland grote opgang heeft gemaakt.

Over Maarten ’t Hart

Maarten ’t Hart is geboren in Maassluis in 1944. Hij studeerde biologie in Leiden, deed daar ook zijn promotie en werkte als etholoog. Hij debuteerde in 1971 onder de naam Martin Hart met Stenen voor een ransuil. Een belangrijk thema in zijn werk is zijn Calvinistische jeugd en de afstand die hij daarvan neemt. Ook de natuur en de muziek nemen een belangrijke plaats in. Hij brak door met de roman Een vlucht regenwulpen, dit werk is ook verfilmd met Jeroen Krabbé in de hoofdrol. Hij kreeg in 1975 voor Het vrome volk de Multatuliprijs. In 1994 kreeg hij de Gouden Strop voor Het woeden van de gehele wereld. In 2003 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Maarten ’t Hart – Het roer kan nog zesmaal om. – Amsterdam: Arbeiderspers, 1984. – Privé Domein; 100

2 gedachten over “Het roer kan nog zesmaal om, een klassieker voor #MKA2018

  1. Ok Ali, ik kan begrijpen dat je de autobiografische boeken niet zo geweldig vindt. Maar misschien de romans wel? Een vluchtregenwulpen, bv. Of Het psalmenoproer? Of De steile helling? Of, wel heel ironisch, de verhalenbundel De moeder van Ikabod, waar hij in 2015 de J.M.A. Biesheuvelprijs mee won;-) De boeken uit het Privédomein zijn niet altijd de meest spannende of lezenswaardigste. Je leert er wel de mens achter de auteur een beetje van kennen. Maar van ’t Hart is milder geworden in de loop der jaren en speelt graag met zijn opstandigheid en recalcitrantie. In de TV-serie over zijn moestuin was het gewoon een aardige oude baas….

  2. Yay, je tweede klassieker al!
    Ik sluit mij aan bij Jannie, ik vond bijv. Een vlucht regenwulpen geweldig (en ik las het boek nadat ik de film zag).

    De autobiografische boeken vond ik niet heel bijzonder, ik erger mij ook aan zijn pedante manier van doen maar zijn tv-serie over de moestuin vond ik juist superleuk, hij gaat er helemaal in op 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *