Gids voor het weekend

Ik ben een trouw lezer van de Volkskrant en het zaterdag magazine spel ik. Elke week is iemand een culturele gids en vertelt hij of zij wat hij allemaal leuk vindt. Vaak zijn het mensen waar ik nog nooit van gehoord heb. De gids van deze week is Corey Taylor van de band Slipknot, die ik echt niet ken. Maar die gids is wel leuk en maak ik deze week voor mezelf. Hier volgen veel dingen die ik leuk vind.

Routine

Ik lees de Volkskrant digitaal, maar die zaterdagkrant heb ik graag in papier. Zaterdagochtend, koffie, ontbijt, nog meer koffie, beginnen met het Magazine, doorgaan met de Zaterdagbijlage. Vervolgens de Wetenschaps- en boekenbijlage. De column van Ionica Smeets snap ik lang niet altijd, maar spel ik wel. Een aantal van de columns van Aleid Truijens hangen op het prikbord in de keuken. De afsluiting van dit ritueel kan ook nog wel op zondag gebeuren, dan lees ik de gewone krant. Op het moment minder interessant, want hoeveel coronanieuws kan je lezen, maar ik lees het wel.

Koeien

Ik heb iets met koeien. Een oud-collega, Rob Aspeslagh, schilderde niet onverdienstelijk uit liefhebberij en had een schilderij van het achterwerk van een koe in zijn werkkamer hangen. Toen hij met pensioen ging, mocht ik het hebben. Ik was er door gefascineerd. Daarna is het begonnen. Dat schilderij hangt in mijn woonkamer.Overal in mijn huis staan snuisterijtjes met koeien. Een paar koeienbeeldjes staan in mijn badkamer. De wc-borstel heeft een koeienuiterlijk. Ik heb een boter, kaas en eierenspel met koeien op de vensterbank staan. De laatste aanwinst is een muziekdoosje met twee koetjes die vrolijk rondtollen op vreselijke muziek. Ik kan er alleen maar vrolijk van worden.

20200404s_koe

Amerika

Ik vind het een fascinerend en een bevreemdend land: Amerika.De liefde voor het land stamt al uit mijn jeugd. Ik heb er heel veel over gelezen. Mijn geschiedenisstudie heb ik afgerond met een scriptie over president Eisenhower. Ik ben er drie keer op vakantie geweest en het is een prachtig land. Maar zeker de politieke geschiedenis van de laatste jaren is dusdanig merkwaardig, dat mijn mening steeds anders gekleurd wordt. Hoe meer ik ervan leer, hoe meer verbaasd ik erover ben. Ook nu, met de coronacrisis lijkt het erop dat Amerika door de dure gezondheidszorg gedegradeerd wordt tot een derdewereldland. En dat deels door de enorme politieke tegenstellingen in het land. Democraten en Republikeinen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Republikeinen die alles willen terugdraaien wat de democratische regering van Obama voor elkaar heeft gekregen. Het zal me benieuwen wat het dit verkiezingsjaar wordt.

TV serie

Jaren geleden raakte ik verzeild in de nieuwsgroep nl.kunst.sf+fantasy. Ik was altijd al een fan van het genre, maar daar raakte ik helemaal hooked. En daar maakte ik ook kennis met Buffy, the vampire slayer, een serie over een meisje dat een roeping had, namelijk het doden van vampiers. Die serie kreeg zeven seizoenen en kreeg een spin off, namelijk Angel, over haar vriend, de vampier. Niet alleen heb ik daar in die nieuwsgroep een heleboel vrienden en kennissen opgedaan met wie ik twintig jaar na dato nog steeds contact heb, maar ook heb ik al die seizoenen van beide series in dvd staan en heb ik ze meerdere malen gezien. Die vrienden zijn net zoals ik hooked aan sf en fantasy, ik kreeg er niet alleen kijkvoer, maar ook leesvoer. Ik kan niet meer noemen hoeveel tips voor boeken ik daar heb opgedaan. Mijn liefde voor fantasy is verdiept in die nieuwsgroep.

Boek

Ga me niet vragen wat mijn lievelingsboek is, dat wisselt namelijk. Ik ben groot fan van SF en fantasy en ben dol op David Eddings. Maar ik heb ook tijden gehad dat ik alles las van Stephen King tot die echt te eng werd. Nora Roberts heeft rijp en groen in haar repertoire. Maar HET boek dat gewoon klopte de laatste jaren was Lampje, van Annet Schaap. Een schrijfster die eerst illustreerde en vervolgens ging schrijven. Het boek is hartverwarmend en lief en schattig en noem maar wat je kan verzinnen. Voorlopig is dit mijn lievelingsboek en het boek dat ik iedereen aanraad als die persoon iets moois wil lezen.

Schrijven

Ik ben met dit stuk bezig en ik besef het weer. Ik word hier zo blij van. Schrijven. Mijn hoofd leeg laten lopen op een computerscherm. Zitten verzinnen over foto’s, ideeën over de inhoud laten rollen. Dingen wijzigen omdat op het uiteindelijke scherm het toch anders moet. En gewoon genieten. Verhalen verzinnen. Mijn grote favoriet sinds mijn vroegste jeugd.

Het wordt voor mij een uitdaging, deze maand, want ik heb besloten elke dag te bloggen. Voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog, dat ik normaal voor sport en voeding reserveer. Dit is aflevering 4, hier kan je aflevering 3 vinden.

Thuiswerken deel 2

Het is niet eens een grap. Het zat er natuurlijk dik in, en het gebeurt gewoon. Het kabinet beslist voor ons dat we nog even thuis mogen blijven. De deadline is ditmaal 28 april en het zit er dik in dat het uitgebreid gaat worden. Ik ga nog niet juichen. Het wordt gewoon nog een maand thuis werken. De mail van het werk kregen we vanochtend al.

Wordt het anders?

Het is deze weken redelijk gelukt, wel met uitglijders, want dan zat ik in het weekend iets af te maken en daar stop ik mee. Ik ga me – ook op aanraden van de baas – aan mijn werktijden houden. En ik ga me aan mijn routine houden, en dat betekent dus dat ik er in de ochtend op uit ga en in het Zuiderpark iets aan beweging ga doen. Ik heb dat park nog nooit zoveel gezien als in de laatste weken. Het kan allemaal contactloos met ongeveer anderhalve kilometer ertussen, want zo vroeg zijn daar niet zoveel mensen. Voor het werk ga ik mijn to do lijst eens serieus bekijken en er wat mee doen, want dat ding staat optimistisch vol, maar het is de vraag wat ik thuis kan doen.

20200401s_ali

Nog meer?

Het wordt voor mij een uitdaging, deze maand, want ik heb besloten elke dag te bloggen. Voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog, dat ik normaal voor sport en voeding reserveer. Dit is aflevering 1.

Thuiswerken 101

Maart 2020, iets wat we niet vaak meemaken gebeurt: een pandemie, het Coronavirus gaat door het land en zorgt voor een heel rustig Nederland. Iedereen wordt gevraagd thuis te werken als het maar enigszins mogelijk is. Bij mijn werk wordt snel gereageerd. De minister-president heeft op 12 maart nauwelijks zijn persconferentie beëindigd of het personeel van Fugro krijgt een mailtje. Iedereen mag thuiswerken. Bij mij heeft dat nog wat complicaties, want ik heb echt mijn laptop nodig en nog wat dingen die natuurlijk nog op het werk liggen. Ik werk namelijk nooit thuis.

Thuiswerken

Maandag moet ik eerst naar het kantoor om mijn laptop op te halen en te informeren wat ik nodig heb om thuis te werken. Pulse moet bijgewerkt worden en ik pak wat dingen in. Thuis heb ik de eettafel al leeg geruimd en richt ik mijn impro bureau in. De online verbinding wil even niet, maar het duurt niet lang en ik kan aan het werk. Mijn manager informeert even via de mail of ik thuis kan werken – ja – en ik kan de rest van de mail bekijken. Wijselijk houd ik het werk even op de laptop en de leuke dingen, Twitter, Facebook en eigen mail op mijn desktop. De eerste dag en een pijnlijke rug later besluit ik mijn bureaustoel bij de laptop te zetten. Mijn eetkamerstoelen zijn niet gebouwd op langdurig werken.
Het plan is eigenlijk elke dag vroeg te beginnen met yoga en dan om 8 uur achter mijn laptop te zitten, maar de eerste dag lukt dat al niet. Ietsje later dan de bedoeling zit ik achter mijn laptop de mail weg te werken. Zo’n eerste dag valt het mee. De tweede dag komt de uitdaging. Dan zit ik pas rond elf uur achter de laptop omdat ik eerst de enig overblijvende afspraak van deze week had. Met de mondhygiëniste.

20200320s_bureau
Mijn thuisbureau

Problemen

De tweede dag krijg ik de neiging mijn laptop het raam uit te gooien. Langzame mail, langzame netwerkverbindingen. Ik geef het op en ga wat anders doen. Een kantoor met een goede netwerkverbinding is een zegen.
Nog zoiets, normaal klets ik nog wel eens met collega’s en dat gaat niet, of ik moet via Skype gaan kletsen. Op kantoor loop ik heen en weer tussen mijn bureau en de pantry om mijn glas te vullen met koffie, thee, of water. Thuis vergeet ik het en denk ik einde van de dag, oh ja, nog even wat drinken.

Wat komt er allemaal bij?

Ik ben zo blij met Twitter, want ja, ik tweet veel meer en ik voer er complete gesprekken. Op het werk let ik er nauwelijks op, scroll ik er af en toe door als afleiding. Nu, megaproduktie. Facebook is ook geliefd. Mijn meest geliefde groep, de Supersocialgroep, heeft een dagelijkse live sessie en het ging onder andere al over LinkedIn, Pinterest en Instagram. Om iets van te leren dus. Op Instagram doe ik mee met een dagelijkse foto opdracht: #binnenkijken2020. Het zijn allemaal dingen waar je op een normale kantoorwerkdag niet aan toe komt. Sport is er niet bij want beide sportscholen waar ik kom zijn gesloten. Dus ook geen training met Pedro, ik mag het zelf oplossen met online lessen yoga en buiten sporten. Een nieuwe ervaring waar ik op mijn andere blog wel iets van zal vertellen.

Na de eerste week

Ik weet waarom ik nooit thuis ga werken. Als ik dat namelijk consequent wil doen, moet er iets aan mijn discipline veranderen. Wasjes draaien, afwas doen, de hele lijst huishoudelijke klussen moet je niet onder werk scharen. Thuis werken levert wel een heel andere creatieve dimensie op. Mijn to do lijst is aardig langer geworden en dat is eigenlijk een goede zaak, omdat er nu dingen op staan, waar ik thuis in alle rust aan kan werken.
Nog een aardige bijkomstigheid. Gezeur met de verbinding? Geef het op, ga yoga doen, of de afwas en probeer het ‘s avonds gewoon nog een keer als de rest van de collega’s thuis achter Netflix is gezakt. De verbinding is dan stukken beter. Wil je om 7 uur ‘s ochtends beginnen? Ga gerust je gang. Nederland in alle rust en jij al aan het werk. Met mijn uur reistijd doe ik dat niet op kantoor. Voorlopig mogen we tot 31 maart thuiswerken. Ik ga zien hoe het verder gaat. Als iemand verder nog nuttige tips heeft mag hij/zij het zeggen.

Schrijfprompt februari: confrontatie

Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan.

School

De bel ging. “Jongens, ik zet het huiswerk in de app-groep, let daar dus even op. En alsjeblieft me er niet weer uitgooien!”
Gideon liet zijn leerlingen de klas uitgaan. De laatste les van een heel lange dag. Hij maakte het bord schoon. Ouderwets krijt in dit deel van de school. Hij vond het altijd weer fijn.
“Gideon, goed dat ik je nog zie.”
De directeur kwam de klas inlopen, met achter hem een rijzige vrouw en een meisje met een enorme bos donkere krullen.
“Dit zijn Mieke Robben en haar dochter Suus. Ze zijn net hierheen verhuisd. Suus is 15, ze komt in 4 Havo en in jouw mentorklas.”
Gideon schudde de hand van Mieke Robben. Suus stond achter haar en Mieke draaide zich om en trok haar dochter naar voren.
“Suus, je leraar Engels en tevens je nieuwe mentor.”
Ze lachte en zei “leuk met u kennis te maken meneer van Buren.”
Gideon keek haar aan en zag alleen haar bruine ogen met gouden vlekjes erin. Ze babbelde vrolijk.
“Ik houd van Engels, en ik houd van lezen, en meneer de Vries zei dat uw leeslijst heel vrij is, dus ik verheug me erop.”
Gideon kon alleen maar naar haar ogen kijken, de ogen van zijn overleden zus. Suus babbelde door.
“Het laatste boek dat ik op mijn vorige school heb gelezen was Jane Eyre, mijn Engelse leraar ging alleen maar voor de klassieken. Ik geloof dat ik de enige was die het heeft gelezen. De rest heeft het gedaan met uittreksels.”
De directeur stootte Gideon aan, die had in de gaten dat hij er helemaal niet bij was. Mieke Robben keek nadenkend naar Gideon en naar haar dochter. Gideon herstelde zich, “nou Suus, er mogen van mij wel wat klassieken op de lijst, maar ik ga ook voor vrije invulling. Als je zelf een goed boek weet, moet je het maar vragen of je het op je lijst mag zetten.”
Hij kon zich net genoeg concentreren voor dit gesprek. Mieke Robben sprak, “ik heb begrepen dat ik een afspraak met u kan maken. Dat wil ik graag, dan kunnen we even rustig praten over mijn dochter. We hebben een wat enerverend jaar achter de rug. De vader van Suus is vrij plotseling overleden en dat moeten we allebei nog verwerken.”
Gideon knikte en zei, “natuurlijk kunnen we een afspraak maken. Hebt u komende week tijd? Op vrijdag heb ik in de ochtend vaak een paar uur vrij voor afspraken en dergelijke.”
Ze maakten een afspraak en moeder en dochter vertrokken. De directeur bleef nog even staan. “Gaat het goed met je Gideon? Je was ineens heel ver weg.”
Gideon haalde diep adem. “Ja, er is niets aan de hand. Drukke dag.”
De directeur knikte en liep ook weg. Gideon bleef staan en sloot zijn ogen. Hij kon zo het gezicht van Hannah voor zich trekken, de bruine ogen met gouden vlekjes, de bos krullen, de kleine neus. Hij opende zijn ogen en zag Suus weer voor zich, met het gezicht dat er zo op leek.

Avond

Die avond haalde Gideon de fotoboeken uit zijn jeugd tevoorschijn. In het derde boek vond hij de foto’s die hij zocht. De foto van toen Hannah 10 was en hij 18 en ze op zijn rug zat, beiden lachend. De schoolfoto: Hannah 14 jaar oud, in een hevige poging ernstig te kijken, wat mislukte. De brede lach was kenmerkend voor haar. En de laatste foto die hij van haar had. Toen was ze 17 jaar oud, ernstig vermagerd, de drugs in haar gezicht afgetekend en geen lach te bekennen. Het was ook de laatste foto die hij van haar had. Ze was verdwenen en nooit meer teruggekomen. Hij had in jaren niet naar de foto gekeken en miste zijn zus pijnlijk. Zijn ouders waren beiden overleden zonder dat ze wisten wat met hun dochter gebeurd was. En nu was er Suus die als twee druppels water op zijn zus leek, alleen haar huid was wat getinter dan die van Hannah. Hij zat nog lang naar de foto te kijken voor hij zich herinnerde dat hij nog proefwerken moest nakijken voor de volgende dag.

confrontatie

Het gesprek

Mieke Robben was stipt op tijd. Ze gingen zitten en ze keek hem aan. Het leek of ze even niets wilde zeggen maar opende toch het gesprek.
“Het is geen eenvoudig jaar geweest, het afgelopen jaar, de vader van Suus is plotseling overleden. Hij ging joggen en kwam niet terug, een hartaanval.”
Gideon keek haar ernstig aan, “dat is niet makkelijk voor Suus, maar ook niet voor u.”
“Nee”, vervolgde Mieke Robben, “en het was al een gecompliceerd jaar. We hadden Suus twee maanden daarvoor verteld dat we haar hadden geadopteerd. Daar was ze nog mee bezig. Het lijkt altijd wel zonneschijn bij haar, maar er was toch even een mist overheen getrokken. Die adoptie vond ze niet eenvoudig, zelfs al vermoedde ze het.”
Mieke voorzag de vragende blik van Gideon.
“Kijk naar haar krullen, haar bruine ogen, dat kuiltje in haar kin, met twee ouders met glad blond haar en grijze ogen. Dat kuiltje is erfelijk, dat heeft u vast ook wel gehoord. Ze is een slimme meid.”
Gideon voelde onwillekeurig aan het kuiltje in zijn kin en Mieke vervolgde haar verhaal.
“We hebben jaren in Duitsland gewoond, in Berlijn, voor het werk van mijn man. Met mijn werk als vertaler kan ik overal wonen. En daar hebben we Suus geadopteerd. Haar moeder is overleden door complicaties na de geboorte, ze heeft Suus twee weken meegemaakt, haar naam gegeven. Susannah heet ze voluit, dat wilde haar moeder. Wij hebben er Suus van gemaakt, de moeder van mijn man heette Suze.”
Ze kreeg het even te kwaad. Gideon stond op en haalde water voor Mieke. Mieke ging door, “we kregen haar toen we allebei 40 waren. Een cadeautje vonden we. En ze is nog steeds een cadeautje. Die mist bij haar is weggetrokken. We waren het er beiden over eens dat we naar Nederland terug wilden.”
Gideon kon niets zeggen. Ze zaten stil tegenover elkaar. Mieke Robben herstelde zich en de rest van de tijd konden ze over het schoolwerk van Suus praten. Maar het hart van Gideon was zwaar. Duitsland. Daar was ze dus heen gegaan, waarschijnlijk met dat vriendje van haar, die dealer. En daar was ze dus uit hun gezichtsveld verdwenen en was ze alleen geweest, had ze een zwangerschap meegemaakt en was ze overleden.

Avond

Die avond haalde hij de foto weer tevoorschijn en keek naar het magere gezichtje. Hij vroeg zich af wat hij moest doen. Zijn gevoel vertelde hem dat Suus de dochter van zijn zus was, dat die vrouw die haar baby Susannah had genoemd zijn zus was. Hannah had de naam in een boek gevonden toen ze 12 was en had toen verklaard dat het een prachtige naam was voor een dochter van een Hannah. Maar hij wist niet hoe hij Mieke Robben of haar dochter daarmee moest confronteren en of hij dat sowieso moest doen.

School

Werd het nou makkelijker? Suus elke dag zien? Bij de Engelse les, bij de mentoruren, bij huiswerkbegeleiding? Haar zien gieren van het lachen met haar vriendinnen. De concentratie op haar gezicht als hij haar Duitse accent verbeterde. De verwoede discussies over boeken. Hoe langer hij haar les gaf en haar zag, hoe meer de twijfel toesloeg. Wel, niet, wel, niet. Het hielp niet dat hij er met niemand over kon praten. Hij had geen broers of zussen en zijn relatie was een jaar daarvoor uitgegaan. Zijn ex-vriendin wist ook niets van zijn zus.
Op vrijdagochtend was hij bezig met een achterstand in werkstukken nakijken toen Mieke Robben zijn klas binnenkwam. Toen ze beiden zaten, begon ze. Dat ze de gelijkenis had gezien tussen Gideon en Suus en nu twijfelde. Want ze had ook de moeder van Suus gezien. Die was toen ziek en mager en haar haar was gekortwiekt, maar die ogen waren gebleven en het kuiltje en de gelijkenis. En nu twijfelde ze. Want het geboortebewijs van Suus, daar stond de naam van haar moeder op: Hannah Beuren. Iets dat was opgetekend uit haar mond aangezien ze totaal geen legitimatie bij zich had toen ze in het ziekenhuis kwam. En Beuren en Van Buren, hoeveel verschilde dat nou? Gideon zei niets, hij kon nauwelijks ademhalen. Hij stond op en pakte zijn tas. De foto van Hannah zat daarin, die had hij de laatste weken constant bij zich. Hij liet hem aan Mieke Robben zien. Hij vertelde haar dat dit zijn zus was. Ze snikte toen ze de foto zag. Gideon haalde zijn hand door zijn krullende haar en vertelde Mieke Robben dat hij de gelijkenis had gezien en er bijna zeker van was dat Suus de dochter van zijn zus was. Maar wat is wijsheid? Wat werd er gewonnen door haar te confronteren met iets wat net zo goed niet zo kon zijn? Ze nam een slok van haar water en knikte. Ze wisten het niet en wilden het niet weten.

Confrontatie

De volgende dag was hij na school in de zon op het muurtje bij het fietsenhok gaan zitten. Hij wilde nadenken. Toen ze hem op het muurtje zag zitten, nam ze naast hem plaats. Hij zat met zijn ogen dicht en merkte haar eerst niet op. Zij praatte tegen hem aan. “Ik wil een boek op mijn lijst zetten en wil zeker weten of het goed is, ziet u. Mijn moeder vond het boek geweldig, ik vind het ook geweldig. Zeker die verhouding tussen vader en dochter ziet u. Hij moet zijn dochter accepteren zoals ze is geworden, namelijk vampier. Of hij moet de confrontatie aangaan met haar, met haar praten over wat ze is, wat ze wordt.”
Hij liet haar praten.
“Dus er zit echt wel inhoud in, in die boeken, meneer van Buren.”
Hij keek haar aan en concentreerde zich op haar woorden. “Dan moet ik wel eerst weten over welke boeken je het hebt, Suus.”
Ze giechelde. “Oh, ik heb het over de Twilight boeken van Stephenie Meyer. Ik heb ze allemaal gelezen, en de films heb ik ook gezien. En ik wil Breaking Dawn op mijn lijst zetten. Het wordt op deze manier echt een leuke lijst. Daar komt mijn moeder.”
Ze stond op en keek hem aan met die bruine ogen met gouden vlekjes erin.
“Zie ik u morgen?”
Ze leek echt op een antwoord te wachten, op iets wat vanzelfsprekend was. Hij zweeg en keek haar aan.
“Meneer van Buren?”
Hij sloot zijn ogen en opende ze weer.
“Ja. Ik zie je morgen weer. Tot morgen Suus, en doe je moeder de groeten.”
Ze rende naar de auto van haar moeder, stapte in en zwaaide. Haar moeder zei iets tegen haar en ze lachte naar haar moeder. Haar moeder zwaaide. Hij zwaaide terug en bleef op het muurtje zitten. Pas tien minuten later stond hij op en liep naar het fietsenhok, naar zijn fiets.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay.
Mijn vorige verhaal voor de schrijfprompts vind je hier. Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.
Update 2 maart: het commentaar van Martha kan je hier vinden.

Schrijflessen 101

Vanochtend zat ik een interview te lezen met schrijver Jan Brokken. Zijn oeuvre telt 32 boeken, fictie en non-fictie. Het interview** was bijzonder interessant. Eén uitspraak van hem vond ik opvallend.

De laatste scène van een verhaal moet je in je hoofd hebben, want daar moet je naartoe werken. En de laatste zin moet je vrij nauwkeurig weten.

Voor de schrijfprompt van januari heb ik een verhaal geschreven waarvan ik het einde al vanaf het begin in mijn hoofd had. De meningen verschillen over wat werkt want twee andere schrijvers, Martha en Cindy werken zo nooit, zij werken met een idee dat zich ontwikkelt tijdens het schrijven. Ik ga toch voor die theorie van het einde in je hoofd hebben, want ook bij stukjes als dit geldt, waar gaat het heen? Het loont voor mij als ik een eind heb, waar ik naar toe wil.

schrijven

Het einde of het begin

Ik heb ook wel eens andersom gewerkt, namelijk met een opzet voor het begin en vervolgens ben ik naar het einde toe gaan werken. Dat was voor mijn #twentydaystory, twintig dagen achter elkaar schrijven en een verhaal produceren met alleen een aanzet. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ik verschillende keren in die periode met het zweet in de handen heb gezeten omdat ik geen idee had hoe ik verder moest. De gedachte aan een schema is me wel eens door het hoofd geschoten. Maar tot nu toe heb ik elk verhaal zonder schema geschreven. Ik heb hoogstens een enigszins omlijnd idee waar ik naar toe wil. En gelukkig, Brokken doet er ook niet aan.

En een schema?
‘Het is vreemd maar zo werk ik niet.’ Hij vertelt over Hella Haasse, die haar documentatie in twee plastic tassen bewaarde en zei: ik onthoud alleen wat ik kan gebruiken. Haar complexe historische romans ontstonden uit chaos. Jan Cremer daarentegen, van wie je zou verwachten dat hij de woorden er in een woeste bui in één keer uit ramt, maakt complexe schema’s vol kleurtjes en lijntjes. Maar voor Brokken geen schema. Hij schrijft zoals hij reist: zoekend.

De oorsprong

Het idee voor dit stuk begon met het interview met Jan Brokken, waarvan ik vond dat hij mooie dingen vertelde over het ambacht van schrijven. Door zoekende kwam ik tot de ontdekking dat hij meerdere boeken heeft geschreven over schrijven. Bijvoorbeeld Het hoe, gepubliceerd in 2011, en De wil en de weg, gepubliceerd in 2006. Boeken die ik zeker een keer wil lezen.
Ik ben overigens van plan meer te gaan publiceren over inspiratiebronnen voor het schrijven.

**Het interview: Elke dag vanaf pagina 1: interview met Jan Brokken / Sander Pleij, De Volkskrant, 8 februari 2020.
Afbeelding van cromaconceptovisual via Pixabay

Januari prompt: een slecht voornemen

Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan. Het is typisch voor mij dat ik die opdracht op de eerste vrijdag lees en op de laatste vrijdag indien. Enger is dat ik ook feedback kan krijgen. Er moet overal een eerste keer voor zijn.

Januari

Het was donker in de slaapkamer. Heleen duwde de deur voorzichtig open. “Vincent? Van je moeder mocht ik naar boven.”
Ze duwde de deur helemaal open, liep door naar het raam en trok het gordijn open.
“Ga weg!“ klonk het uit het bed. Heleen legde wat boeken van de bureaustoel op het al volle bureau. “Ik ga niet weg voordat je uit je bed komt, luilak. Je zou mee gaan hardlopen en dit is al de derde keer dat je te lui bent om mee te gaan.”
Het bed verroerde zich niet. Heleen duwde met een sportschoen tegen de vorm onder het dekbed. “Kom op! Uit bed, aankleden, douchen mag na het rennen. Het is heerlijk weer voor januari. Prima voor hardlopen.”
“Ga weg!” klonk het nogmaals, “ik kom tot en met december niet uit bed!”
Ze schoof de stoel naar achter tegen het bureau. De laptop werd wakker en ze zag de mail over het voornemen op het scherm staan. Ze giechelde. “Dus daarom sluit je je op. Het voornemen! Oh, wat ben ik blij dat ik dat vorig jaar allemaal heb gehad.” Ze gierde nu helemaal van het lachen. “Oh, en dat krijg jij nu! Baal jij even dat je drie weken jonger bent dan ik. Net in januari geboren!”
Vincent vond het helemaal niet leuk. Hij zat recht overeind in bed.
“Weet je wel wat dit betekent? Precies in het examenjaar en volgend schooljaar op de universiteit heb ik er ook last van. Ik doe het niet!”
Heleen hikte na. “Je kan het niet ontlopen, lukte mij ook niet. Ik ga hardlopen. Blijf jij maar hier, kan je alvast nadenken over je goede voornemen.” Ze liep de deur uit.
Vincent haalde een hand door zijn haar en dacht na.

Februari

De eerste bijeenkomst voor het voornemen. Vincent zat in het midden van de zaal. Zijn beste vriend Mark zat naast hem en praatte onophoudelijk door. Dat hij al zo’n goed idee had en dat straks wilde bespreken met de mentor en dat hij dan vast in één keer klaar was. Zijn vader had hem geholpen en het was het beste idee ooit. Hij kon de rest van het jaar op zijn lauweren rusten. Vincent reageerde nergens op. Toen de bijeenkomst afgelopen was, schoot Mark meteen naar de mentor. De volgende ochtend kreeg Vincent een enthousiast appje van Mark. Dat hij zijn idee had besproken, het die middag meteen had ingevoerd in het systeem en deze ochtend al een goedkeuring had gekregen. Hoezee! Kreunend legde Vincent zijn telefoon weg. Zijn moeder trok haar wenkbrauwen op, maar Vincent reageerde niet, pakte zijn rugzak en ging naar school.

Maart

“Je zal toch een keer iets moeten ondernemen, het is verplicht weet je.” Heleen en Vincent stonden te rekken en te strekken aan het eind van hun hardlooproute.
“Ik heb er echt moeite mee gehad en heb tot in december zitten rekken, maar ik ben zo blij dat het klaar is. Weet je wel in wat voor programma je terecht komt als je last minute voorstel niet goedgekeurd wordt? De neef van Mark zit daar nu in, die mag elke week een les volgen. Waarom denk je dat Mark zo snel was?”
Vincent zei niets.
“Ja, het is leuk Vin, maar wil je op de universiteit je tijd verdoen met dat voornemen? Met die druk van tegenwoordig heb je wel wat beters te doen.”
Heleen stopte met strekken en vouwde zichzelf voorover, haar vlechten doken met een wijde boog mee. Vincent deed onwillekeurig een stap naar achter. Ze kwam weer overeind.
“Vin, wat wil je nou? Ik ken je wel een beetje. Hoe stiller je bent, hoe meer er in je omgaat. En alles wat moet, ga je met een wijde boog omheen.”
Met twee vingers pakte ze zijn gezicht en trok het naar haar toe. “Bedenk iets, Vincent. Soms moet je met de stroom mee, weet je.”
Ze liet hem los en keek hem peinzend aan. “Tot morgen, ik zie je bij wiskunde.” Ze stak de weg over naar haar huis.
Vincent keek haar na en liep naar zijn huis. Na zijn douche ging hij achter zijn computer zitten en knakte zijn vingers. Hij logde in op het forum van de school, onderwerp voornemen.
“Lieve klasgenoten. We weten het. Dit jaar is het eerste jaar van de rest van ons leven. In de voorbereiding op ons volwassen leven moeten we een goed voornemen hebben en daar naar gaan leven. Ik zal de enige niet zijn die daar totaal geen zin in heeft. Maar ik ga er wel naar handelen! Een goed voornemen? Ik ga op de zeepkist staan en ik gooi het de deur uit! Geen goed voornemen voor mij! Mijn voornemen is een slecht voornemen te verzinnen en daar naar te leven. De maatschappij moet in evenwicht blijven, we moeten ook slechteriken hebben! Viva La Revolución!”
Hij plakte er handmatig wat rode vlaggetjes bij, en drukte op Send.
De volgende ochtend moest hij bij de directeur op het matje komen.

voornemen

April

De directeur was kwaad. Het hele programma liep juist zo lekker met een record aantal leerlingen waarvan het voornemen al was ingevuld. En dan kreeg ze nu te maken met eigengereide Vincent die zijn hele schooltijd precies het tegenovergestelde had gedaan dan wat van hem verwacht werd en ze kon er niet tegen. Hij kreeg de wind van voren. De mentor zat er bij en hield zijn mond. Hij kwam er ook gewoon niet tussen. Het moment dat de directeur naar adem snakte, kwam Vincent ertussen. “Was dat Viva la Revolución teveel? Ik dacht nog, zal ik wel, zal ik niet…”
Het gezicht van de directeur werd rood. De mentor kwam er snel tussen. “Zal ik Vincent overnemen mevrouw Troost? U heeft het zo druk met het reilen en zeilen van de school. En ik ben hier tenslotte om het programma voor het voornemen te ondersteunen.”
Hij nam Vincent mee naar zijn eigen kamer. “Wil je iets te drinken, Vincent?”
Vincent lag onderuit op een stoel. “Een briefje om me te verontschuldigen bij wiskunde is handiger denk ik.”
Hij grijnsde. De mentor grijnsde terug.
“Vincent, ik denk dat je heel goed in de gaten hebt waar dit programma eigenlijk over gaat. Ik denk ook, gezien je schoolverslagen, dat je daar dwars tegenin gaat.”
Vincent grijnsde nog steeds.
“Ik zit hier niet om je te straffen. Het programma is er met een reden, het hoort bij je, het hoort bij iedere leerling. En ik ben hier om je te laten zien dat je zelfs met tegen de stroom in gaan, je met de stroom mee kunt. De komende maanden gaan we eraan werken. Ik kan je vertellen dat zelfs als je de school verlaat mij als mentor houdt, want anders schiet het ook niet op natuurlijk. Ik ga een programma voor je in elkaar zetten. We gaan elkaar vaak zien de komende maanden.”
Vincent grijnsde niet meer.

Mei

Heleen kon niet meer van het lachen. Vincent keek alleen maar boos.
“Hij is leuk, hij is leuk!” Ze kreunde bijna van de pijn in haar zij. Vincent gaf haar een duw. Hij had haar net het relaas gegeven van het eerste overleg met de mentor en dat was naar zijn idee niet zonnig.
“Weet je, je bent mijn beste vriendin en dan doe je zo. Ik vind het niet echt aardig.”
Heleen zat ineens overeind. “Ja, maar schat, wat wil je dan? We zijn vrienden, al vanaf de kleuterschool, maar jij bent af en toe ondoorgrondelijk voor mij. Dat dwarse van je, en toch ben je dan recht door zee. Ik begrijp het niet.”
Vincent keek stuurs. Aan de ene kant wilde hij het uitleggen, aan de andere kant niet. En hij werd boos en zei dat niet tegen Heleen, die zijn beste vriendin was. Het meisje waar hij gek op was, waar hij van hield, wat hij nooit had gezegd. Dat meisje stond nu tegenover hem, met haar handen in haar zij.
“Je moet echt beslissen wat je wilt, Vincent, en niet alleen voor dit moment.”
Ze draaide zich om en liep naar haar vriendinnen. Vincent stond zich te verbijten.

Juni

Juli

Augustus

September

Vincent las het bericht op zijn telefoon en zuchtte. Hij ontkwam echt niet aan de mentor, want die vertelde hem dat hij een wekelijks spreekuur had op de Universiteit Leiden. Heleen trok aan zijn arm. “Kom nou! Die hele El Cid week gaat nu pas echt van start. Even een week lol en dan moeten we hard gaan werken.” Ze stopte toen zijn ernstige gezicht op haar inwerkte. “De mentor heeft gemaild. Ik heb over twee weken een afspraak met hem.” De frons in zijn voorhoofd werd alsmaar dieper.
“Over twee weken, Vin, nu even lol, we hebben verschillende studies, hier zien we elkaar nog, later niet meer. Zet het even uit je hoofd.”
Ze greep zijn hand en trok hem mee.

Oktober

Vincent zei niets. De mentor ook niet, hij was zich er wel van bewust dat hij Vincent los moest trekken uit zijn gedachtenstroom.
“Bevalt politicologie je als studie, Vincent? Het is wel toepasselijk, politicologie, zeepkist.”
Vincent keek hem aan alsof hij net wakker werd.
“Helaas moeten we nog wel even iets doen aan het programma, ik kan me voorstellen dat je studie interessanter is. Zou ik ook vinden.”
Vincent keek hem nog steeds aan.
“Zullen we afspraken maken voor november en december?”
Vincent stond op en liep de deur uit. De mentor keek hem na.
“Ik ga denk ik die afspraken op de mail zetten.” In het luchtledige pratend liep hij naar zijn computer en opende de agenda. “En ik ga er denk ook aandachtspunten bijzetten, zeker voor november, dan kan je in december doorzetten met je voornemen.”
Een collega keek verbaasd de kamer in. De mentor grinnikte, “hij is al weg, bedenkt zelf al wat relevant is.” De collega knikte, niet helemaal overtuigd.

November

Vincent keek naar de vijftiende e-mail van de mentor op zijn telefoon, een herinnering om contact op te nemen. “Viva La Revolución”, dacht hij, en verwijderde de e-mail. Heleen kwam aanrennen. “Sorry, sorry, het college liep uit, ik wist niet dat je over de staatkundige geschiedenis van Nederland zo lang kon doorgaan.” Ze ging naast hem zitten. “Koffie?” Hij schudde zijn hoofd. “Lunch dan, het is wel vroeg, maar ik heb vanmiddag weer college.” Hij schudde zijn hoofd. Heleen keek geïrriteerd, dit was niet de eerste keer dat het zo ging. Ze snoof. “Revolutie?”
Hij keek haar aan.
“Ik ga lunchen met mijn studiegenoten. Jij bent namelijk niet te genieten. Voor iemand die niet bezig wilde zijn met dat voornemen ben je er verdomd veel mee bezig. En dat is nou niet bepaald interessant voor mij. Jij begreep vorig jaar niets van mij. Ik begrijp dit jaar niets van jou. Ik hoor wel van je als je eruit bent.”
Ze beende weg. Vincent zuchtte en zocht het telefoonnummer van de mentor op.

December

Vincent zuchtte. Waar ging het nou eigenlijk om? Het voornemen? Zijn gevoel? Overtuiging? Zijn dwarse natuur? Zijn vingers aarzelden boven het toetsenbord. De Skype pingde en hij klikte het scherm omhoog. Hij zag Heleen, lachend.
“De laatste loodjes hé? Invullen die hap! Kerstdiner, kom naar beneden.”
Hij stak zijn tong uit, sloot de Skype af en opende het voornemenscherm:
“Laten we even duidelijk zijn, ik wil niet. Ik ben niet zo iemand die met de stroom meegaat. Maar ik wil ook niet automatisch tegen de stroom ingaan en dat is dit jaar wel gebeurd. Noem het opgroeien. Ik wil niet moeten, maar af en toe moet ik wel. Mijn voornemen goed of slecht: tegen de stroom ingaan, nadenken over die stroom en daar een hekje inzetten als het nodig mocht zijn. Viva La Revolución! En nu realiseer ik me dat ik toch met dat programma ben meegegaan. Potverdriedubbeltjes!!!!”
Hij hoorde Heleens vader lachen en drukte op Send. Het kerstdiner wachtte.

Afbeelding van motihada via Pixabay.  Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.
Update 2 maart: het commentaar van Martha vind je hier.

Het schrijven van een verhaal: #twentydaystory de bijlage

Het stond in de nieuwsbrief van Martha: doe je mee met een experiment? Zij wilde in twintig dagen een verhaal gaan schrijven. Elke dag schrijft ze tien minuten, na 200 minuten staat er een verhaal, in het Engels. Zij publiceert het op haar Facebookpagina, en daarna op haar nieuwe site. Wilde ik meedoen? Ja, eigenlijk wel, maar niet op mijn Facebook en ook niet in het Engels, maar gewoon in het Nederlands, op mijn eigen site. En wat ik ook wilde maken was het verhaal achter het verhaal, het schrijfproces en daar is deze bijlage voor.

schrijven

Het begin van het verhaal

Je hoofdpersoon wordt midden in de nacht wakker in een kamer en kan het nachtlampje niet vinden. Als hij/zij eindelijk de lichtschakelaar gevonden heeft, ziet hij/zij dat hij/zij in een compleet vreemde kamer is ontwaakt…

De eerste drie dagen

Die nieuwsbrief kreeg ik op 4 juni binnen, en op vijf juni moest de eerste aflevering er staan. De hele dag heb ik daarover zitten nadenken en ik wist al vrij snel dat ik door wilde met de hoofdpersoon uit mijn kerstverhaal, Dineke. Voor de rest wist ik nog helemaal niets. Mijn personage Dineke moest in een situatie terecht komen waardoor ze in een vreemde slaapkamer zou slapen. En dat lukte wel, bovendien wist ik het zo te schrijven dat ze die hele eerste aflevering in die slaapkamer was. Die tweede aflevering wist ik al zo’n beetje toen ik klaar was met die eerste. Die derde, dat leverde al wat problemen op. Er was een nieuw personage bijgekomen, Joris, en wat zouden we die nou eens laten doen? Het einde, daar heb ik me mee op glad ijs gewaagd. Avonturen beleven, ja ja. Je moet nog zeventien afleveringen Molenaar.

Na negen dagen

Ik heb geen ontknopingen, wel een idee waar het verhaal naar toe moet. Want natuurlijk bedoelt iedereen het goed, maar loopt het niet zo goed. Ik heb het nodig gevonden een nieuwe persoon erbij te halen. Of eigenlijk is het niet zo’n nieuw persoon maar is hij al lang bekend. Nog elf dagen puzzelen met dit verhaal. Mijn ervaring is nu dat ik een stukje schrijf en vervolgens even niet weet hoe ik verder moet. Maar gelukkig hoef ik daar pas een dag later weer over na te denken. Het moet ergens eindigen en daar ben ik geloof ik ook al uit. Maar we zullen zien. Nog elf dagen tot de ontknoping.

De les van het verhaal

Was het moeilijk? In zekere zin wel, want wat Martha had aangegeven in het begin, klopte niet helemaal. Zij vertelde namelijk dat je tien minuten moest schrijven en dat was het dan. Wat ze er niet bij vertelde was dat het rond dag vijftien zo’n obsessie werd dat ik er de hele dag over nadacht. Het lukte me meestal ‘s avonds pas te gaan schrijven en dan kostte het inderdaad tien minuten. Maar ja, het denkproces was de hele dag al doorgegaan. Ook zoiets, ik had niet echt nagedacht over een verhaallijn en dat brak me ook een beetje op. Ongeveer op de helft wist ik wel ongeveer waar ik heen wilde, maar op wat voor manier was me op dat moment volslagen onduidelijk. Als ik dit nog een keer doe – op dit moment ga ik daar niet over nadenken – is het handig een verhaallijn te maken. Nu heb ik ook wat losse eindjes laten zitten. Het merkwaardige ervan was dat ik eigenlijk een hoofdstuk te weinig heb. Want op dag 18 heb ik even inspiratieloos over mijn hoofdpersonen, over de “schrijfster” geschreven. Die ruimte had ik later nodig voor die losse eindjes.

Mijn verhaal vind je hier en wordt elke dag bijgewerkt, twintig dagen lang. Ook deze bijlage wordt regelmatig bijgewerkt, maar niet elke dag. De foto is van congerdesign from Pixabay

Een verhaal in twintig dagen #twentydaystory

1.

Een licht gesnurk klonk in de slaapkamer. Dineke was verkouden en daar had ze vooral ‘s nachts last van. En nu werd ze wakker van haar eigen gesnurk. Slaapdronken reikte ze naar de lamp op het nachtkastje, en automatisch wilde ze het licht aandoen. In plaats daarvan klonk een luid gekletter. Er viel iets op de grond, maar wat dan? Ze zat ineens overeind, compleet wakker door het geluid. Het was aardedonker en ze zag niets. Ze zwaaide haar benen uit bed en zette haar voet precies op dat ding wat gevallen was. Vloekend ging ze weer zitten. Waar was dat lampje gebleven? Voorzichtig zette ze haar voeten weer op de grond en wilde naar de deur lopen, maar kwam na een meter een muur tegen waar die niet hoorde te zijn. Ze stond stil. Wat was er in godsnaam aan de hand in haar slaapkamer. Daar, een streepje licht. Ze liep naar het streepje, het was de deur. Ze trok hem open en gaf een enorme gil toen ze de vrouw aan de andere kant zag.

2

“Ja kind, we konden er ook echt niets aan doen hoor. Het gebeurde nou eenmaal zo. Het is altijd gezellig met je, maar dit keer ging het niet helemaal goed met de wijn geloof ik. Eerst werd je een beetje stil, maar je wilde nog wel wijn en vervolgens werd je heel vrolijk. En toen gingen we die nieuwe fles wijn halen en Joris hielp met openmaken en we kwamen terug en je lag met je hoofd op tafel en je was in slaap gevallen.”
Dineke keek duf naar tante Dina en haar buurvrouw. “Ik kan heel goed tegen wijn hoor.”
“Nou, je wordt meestal wel heel vrolijk, en dit keer viel het niet goed”, zei de buurvrouw. Dineke nam een slok van haar koffie en rilde. Ongelooflijk sterk, het lepeltje bleef zowat rechtop staan. Ze begon zich iets te herinneren. De verjaardag van tante Dina en de visite die één voor één weg was gegaan tot alleen zij, de buurvrouw en nog iemand was overgebleven. Joris? Wat had tante Dina nou gezegd? Dat Joris de fles openmaakte? “Tante Dina, wie is Joris?” Ze was op alles voorbereid. “Oh, dat is de buurjongen schat, hij woont hier naast, volgens mij vond hij jou erg leuk. Hij heeft je naar boven gedragen.” Oké, daar was ze niet op voorbereid.

3. Joris

“Dus je ziet, ik ben nooit zo eigenlijk. Het gebeurt me nooit, ik kan best wel tegen een wijntje. Maar gisteravond was zo gezellig en ik heb eigenlijk niet zo goed opgelet en mijn glas was elke keer vol, en ik heb niet zo geteld.”
Dineke ratelde, dat deed ze altijd als ze zenuwachtig was. En ze werd zenuwachtig van de doordringende blik van Joris die tegenover haar zat. Gek, hij was haar gisteravond niet zo opgevallen. Zij had zitten praten met de buurvrouw van tante Dina en hij zat bij tante Dina en was blijkbaar bijzonder grappig, want tante Dina en haar nicht waren allebei aan het gieren van het lachen.
“Want zie je, ik wil eigenlijk niet dat je denkt dat ik altijd zo ben, want zo ben ik niet, echt niet.”
Joris grijnsde en leunde voorover met zijn handen onder zijn kin. Hij was eigenlijk best wel leuk met dat donkere haar en dat halve baardje. Nee! Uitbannen die gedachte. Buurjongen van tante Dina! Hoe oud is ie eigenlijk?
“Het was bijzonder gezellig zie je en dat zit je te kletsen en dan valt gewoon niet op, hoeveel glazen je neemt op zo’n avond. En ik woon hier vlakbij, dus ik was lopend, dus ik had best naar huis gekund.”
Joris grijnsde nog meer, reikte over de tafel en pakte haar hand. “Liefje, je was in slaap gevallen, dat is lastig lopen. Ik ben blij dat ik je heb kunnen helpen.”
“Maar…” Hij stak zijn hand op, “nee, niet meer praten.” Dineke staarde hem aan. Hij schraapte zijn keel. “Zullen we een avontuur gaan beleven?”

verhaal

4.

Er klonk getsjilp in de slaapkamer, de wekker ging af. Een arm kwam onder het dekbed vandaan en drukte het knopje naar beneden. Het tsjilpen stopte. Dineke draaide zich op haar rug en rekte zich uit. Ze kwam overeind en geeuwde. Oké, meteen het bed uit, niet snoozen. Slaperig liep ze naar de andere kamer en trok wat kleren uit de kast. Terug in de slaapkamer kleedde ze zich aan, vervolgens liep ze naar de keuken en maakte ze haar ontbijt klaar. In de woonkamer deed ze de tv aan en keek naar het nieuws. Na haar koffie deed ze haar schoenen en jas aan, pakte de accu van haar elektrische fiets en ging ze haar fiets halen. Het was mooi weer om te fietsen, geen regen en weinig wind. Op haar werk aangekomen liep ze eerst naar het restaurant en haalde ze koffie en een theeglas. Bij haar bureau aangekomen haalde ze haar laptop uit de kast en sloot hem aan. Ze dronk haar koffie op terwijl het ding opstartte. Hmm, veel reclame in haar e-mail, die eerst maar eruit, vervolgens keek ze naar de vragen, een paar van die vragen zouden haar het grootste deel van de ochtend kosten. Ze geeuwde hartgrondig. “Dineke?”
Ze klikte op de volgende e-mail.
“Joehoe Dineke?”
Ze keek op, recht in het gezicht van Joris.
“Gaan we een avontuur beleven?”

5.

“Joris, ik ben niet van het avontuur.”
Ze waren naar buiten gegaan, naar het terras om de hoek, naar zeggen van Dineke om “wakker” te worden. Ze had er maar van gemaakt dat ze slaperig was, maar ze was even bevangen geweest door wat ze wilde. Avontuur, nee toch, gewoon dagelijkse routine, slapen, ontbijten, werken, naar huis, eten, tv bingen en de volgende dag hetzelfde rijtje.
Joris grijnsde: “Wijntje? Wijntje.”
Voor ze kon protesteren had hij de bestelling al doorgegeven. Dineke staarde hem aan met wantrouwige ogen.
“Oh kom Dineke, ik doe je niets. Het is alleen… Tante Dina vertelde dat je niet zoveel leuke dingen doet. Dat jouw idee van een spannende avond het lezen van een spannend boek is. En toen ik je zag gisteravond, zei ik tegen tante Dina dat je volgens mij best wel in was voor een avontuur. Iets leuks doen Dineke, iets wat niet tot je dagelijkse routine hoort.”
Ze staarde nog steeds naar hem. “Daar ben ik tevreden mee. En daar moet jij je niet mee bemoeien.”
“Dineke, gewoon één ding wat je nooit en te nimmer zou doen, één ding maar, niets gevaarlijks, gewoon iets leuks waarvan je voluit gaat lachen, waarvan je dubbel ligt.” Joris keek naar haar met die donkere hondenogen. Nee! Buurjongen! Ze zuchtte en liet haar hoofd in haar handen zakken en dacht erover na. Ze draaide naar hem toe, “Als ik dit doe, ben ik dan van je af?”
“Als jij dat wilt wel”, zei hij.
“Niet zo zelfverzekerd mannetje, ik ben van je af, klaar.”
“Als je dat wilt”, en hij grijnsde weer. Tandpastagrijns! Alarm!
Gelukkig kwam op dat moment het meisje met de wijn.

6. Afspreken

7.

Dineke was bijna vergeten dat Joris zou komen. Bijna kon ze wegzakken in dat gelukzalige gevoel van helemaal niets. Maar Joris stond met tandpastagrijns en al voor de deur toen ze thuis kwam om kwart over zes.
“Je bent te vroeg”, zei ze snibbig.
“Ik ben graag op tijd”, zei hij vrolijk, “kan ik je helpen?” Hij nam de fietsaccu over en ze liepen met zijn tweeën naar boven. Binnen liep ze meteen door naar de keuken. Het menu was makkelijk aangezien ze pasta wilde maken, ze verdubbelde gewoon alle hoeveelheden. Drie kwartier later zaten ze aan tafel. Joris had zich niet met het eten bemoeid, ze had hem vierkant de keuken uitgezet.
Toen ze klaar waren bracht Joris alles naar de keuken en spoelde de borden af, Dineke zette ondertussen koffie.
“Dineke, mag ik je wat vragen?” Wantrouwend keek ze hem aan. Onder het eten hadden ze het over koetjes en kalfjes gehad. En ze was op alles voorbereid, eigenlijk al vanaf die eerste dag toen ze van tante Dina had gehoord dat hij haar naar boven had gedragen. Ze knikte, wat aarzelend.
“Wat is jouw definitie van avontuur?”
Oké, niet op voorbereid.

8.

Ze was er ook niet blij mee. Als Joris haar beter had gekend, was hij gewaarschuwd geweest door haar half gesloten ogen en de tanden die op haar onderlip stonden. ‘Not amused’ was wel het minste. Dineke stond op en Joris keek verbaasd hoe ze het eerste deel van de dikke Van Dale van haar kast haalde.
“Avontuur = iets ongewoons, onverwachts, zonderlings dat iemand overkomt. Of: op goed geluk, zonder bepaalde bestemming. Of: riskante onderneming. De rest komt niet in aanmerking. Avonturier = iemand die op avonturen uitgaat, vroeger vooral van rondzwervende krijgslieden gebezigd. Of: een Joris die door een tante Dina op een Dineke wordt afgeschoven! En Joris? Wat is het?” Ze was steeds harder gaan praten. Ze was nu echt gewoon zwaar geïrriteerd. Joris keek schaapachtig. “Sorry, tante Dina heeft er wel wat mee te maken, maar die wilde gewoon dat jij leuke dingen zou kunnen doen.”
Ze snoof. “En waarom zou ik in mijn eentje geen leuke dingen kunnen doen? Waar is dat waandenkbeeld bij haar ontstaan dat ik zielig ben? Zij doet ook allerlei dingen in haar eentje, waarom kan ik dat ineens niet meer?” Het begon haar ineens te dagen en ze ging langzamer spreken. Ze keek Joris zo vuil aan dat hij automatisch terugweek. “Ze wil ons koppelen! Tante Dina wil ons koppelen en jij werkt daar aan mee!”
Joris was nog nooit zo snel naar buiten gezet als op deze avond.

9.

“Je zal het haar toch moeten vertellen, Joris staat nu in een heel verkeerd daglicht.” Tante Dina was een beetje geïrriteerd. Ze was al niet zo blij geweest met het plan. En zoals het nu liep, was het volgens haar een mislukking. Joris zat een beetje sip naast haar. “Ze heeft me er gewoon uitgezet. Ik had echt geen woord meer in te brengen. Ze had het ineens door. Normaal vind ik dat wel leuk, vrouwen die weten wat ze willen, nu kwam het een beetje slecht uit.”
“Had gewoon doorgezet.” De derde persoon aan tafel was ook geïrriteerd. “Nou, dan ken je Dineke slecht. Hier was geen doorzetten aan. Hier was het heel gepast om op te hoepelen.”
Met zijn drieën zaten ze rond de tafel. Tante Dina had voor eten gezorgd, maar het had ze geen van drieën echt gesmaakt. Ze zaten in over Dineke. Die had nog een serie berichtjes naar Joris gestuurd, waaruit bleek dat hij het avontuur wel kon vergeten. Tante Dina had één lang bericht gekregen, Samenvatting: Dineke was niet blij. Tante Dina had een bericht terug gestuurd dat ze geen kwaad had willen doen en het echt goed meende, maar had geen antwoord gehad.
“Wat past nu nog?” zei ze tegen de mannen.
“Stella wist het wel, zei ze. Je moet gewoon om vergeving vragen.” Joris en tante Dina keken naar de derde persoon aan tafel. “En wie moet dat doen?” vroeg tante Dina lief en vinnig tegelijk.
“Dat wist Stella ook, ik dus.” Hij zuchtte. “En ik geloof dat ik dat morgenavond maar meteen ga doen.”
De volgende avond stond een man met een enorme bos bloemen voor Dinekes deur. Dineke deed open. Eerst zag ze alleen maar bloemen, vervolgens kwam haar broer Edwin daar achter vandaan. “Dineke, wil je me vergeven? Het is allemaal mijn schuld. Joris leek me heel leuk voor je.”
Ze keek hem lang aan en deed vervolgens heel rustig de deur voor zijn neus dicht.

10. Stella

De volgende avond zat Dineke sip naar een saaie vechtfilm te kijken. Ze amuseerde zich meestal wel met dit soort films, maar deze kon haar niet bekoren. De bel ging, ze zuchtte en pauzeerde de film.
“Verrassing!”
Dat was het zeker, schoonzus Stella stond voor de deur, met een fles wijn.
“Mag ik binnenkomen?”
Dineke zuchtte en ging opzij. Stella liep meteen door naar de woonkamer.
“Waar heb je wijnglazen Dineke?”
Dineke pakte wijnglazen. Stella schonk twee glazen in.
“Ik ben met de auto, dus ik hou het bij één glas. Jij mag je bezuipen, dat heb je wel verdiend na dat domme gedoe van Edwin.”
Dineke zuchtte.
“Lieverd, ga je nog wat zeggen?”
Dineke keek Stella aan. “Waarom zou ik?”
“Spui maar. Vertel wat je ervan vindt. Ik kan je zeggen wat ik ervan vind, maar ik heb die slimmeriken niet tegen kunnen houden. Dat maakt mij ook enigszins schuldig.”
Dineke nam een slok wijn. “Weet je dat je met een sukkel getrouwd bent? Mijn broer blijft denken dat ik zielig ben omdat ik geen relatie heb. Waarom denken mensen met relaties altijd dat je niet gelukkig kan zijn als je geen relatie hebt?”
Stella keek haar aan. “Omdat hij gelukkig is en niet ziet dat jij gelukkig bent op jouw manier.”
“En het ergste is dat ik Joris eigenlijk wel leuk vind, maar dit gedoe? Hij is ook een sukkel. En tante Dina wil ik geen sukkel noemen, maar heeft wel mee gewerkt met dit sukkelige gedoe. En wat moet ik nou doen?”
Stella nam een slok wijn en glimlachte. “Ik heb wel een idee.”

11. Afspreken (2)

12. Tante Dina en Joris

“Nee, Edwin, je mag je zus niet bellen!”
Tante Dina zuchtte geërgerd.
“Daarom niet! Ze heeft je gezegd dat je haar met rust moet laten. Dat zij wel belt als ze de behoefte heeft je weer te spreken en je te vergeven.”
Ze luisterde ongeduldig naar Edwin en gebaarde naar Joris die haar koffiemok omhoog hield. Ja, ze wilde nog wel. Joris liep naar de keuken voor koffie en tante Dina luisterde met een half oor naar Edwin die zichzelf erg zielig vond.
“Nee, schat, ik heb ook niets van haar gehoord. Wat zeg je? Joris? Weet ik niet, hij is hier, ik zal het even vragen.”
Ze hield haar hand voor de telefoon. “Joris, heb jij iets gehoord van Dineke?”
Hij schudde ijverig van nee en kleurde langzaam dieprood.
“Edwin, kalmeer nou. Nee, Joris heeft ook niets van haar gehoord. Je zegt toch dat Stella wel met haar heeft gesproken? Wat zegt die? Die wil niets zeggen? Alleen maar dat ze gelijk had? Nou, ze had ook gelijk. We zijn bemoeizuchtige idioten die dit nooit hadden moeten doen. Waarom ik dat zeg? Omdat het zo is. Dit is de 21ste eeuw, een meisje mag zelf bepalen wat ze met haar leven doet. Je gaat toch bellen? Ga je gang, ze neemt toch niet op als ze je nummer herkent, je staat nu waarschijnlijk onder sukkel in haar contactenlijst.”
Ze verbrak de verbinding en legde de telefoon neer. Ze keek Joris nadenkend aan. Hij was wat lichter rood geworden, maar had nog steeds een heftige blos.
“Charmant Joris, zo’n blos, vertel eens?”

13. Edwin en Stella

“Sukkel?” Edwin legde zijn telefoon neer. Stella keek op. “Sukkel? Waar heb je het over?”
Edwin keek haar verongelijkt aan. “Tante Dina zegt dat ik waarschijnlijk onder sukkel in Dinekes contactenlijst sta.”
Stella lachte voluit. “Daar kan ze wel eens gelijk in hebben.”
“En Joris had ook niets gehoord. Ik had gedacht dat ze met Joris nog wel contact op zou nemen. Volgens tante Dina vond Dineke hem leuk. Ik maak me echt wel een beetje zorgen over haar. Tante Dina kan wel zeggen dat ze zelf mag bepalen met haar leven doet, maar ik ben haar broer en zo ongeveer haar enige familielid. Een beetje bemoeizuchtig mag ik toch wel zijn. Ik gun haar geluk, net zoals ik geluk ken.”
Hoopvol keek Edwin naar Stella die niet eens opkeek van haar e-reader en “slijmbal” tegen hem zei.
“Maar als mijn lieve vrouw nou zou bellen en nog een keer met haar zou praten en haar zou vragen of ze met mij wil praten?” Edwin zat met een brede grijns op de bank. Hij kende zijn vrouw wel een beetje. Maar dit keer viel het tegen. Stella keek op en zei, “gebeurt niet. Je wacht maar af. Heb je verdiend mannetje.”
De grijns ging van zijn gezicht af. “Waar moet ik dan op wachten?”
Nu was het Stella’s beurt om te grijnzen. “Op de uitwerking van het fantastische plan dat ik samen met Dineke heb verzonnen. Waar jij niets van mag weten tot je er mee wordt geconfronteerd.”

14.

Fluitend trok Joris zijn fiets uit zijn fietsenhok. Fluitend klom hij erop en fietste hij richting Kijkduin. Vandaag ging het toch gebeuren. Een afspraak met Dineke. Tante Dina had het verhaal over de afspraak uit hem gekregen, maar had beloofd haar mond dicht te houden. Zou hij nog bloemen meenemen? Hij kwam langs het winkelcentrum. Maar nee, ze zouden gaan wandelen over het strand, dan was dat niet handig. Een andere keer. Hij had zijn rugzak bij zich, een handdoek voor als ze op het strand wilden zitten en een fles water. Wat wil je nog meer?
Het was druk onderweg. Mooi weer, er zouden wel meer mensen op het idee zijn gekomen. Hij stopte even om zijn zonnebril uit zijn rugzak te halen en ontdekte dat zijn telefoon er niet in zat. Nou ja, ze hadden een duidelijke afspraak en het was te laat om terug te gaan en zijn telefoon op te halen. Hij fietste gewoon door.
In Kijkduin zette hij zijn fiets tussen alle fietsen op het onbewaakte middenstuk van de weg. Er was nog een nietje vrij, daar zette hij hem aan vast. Voor het hotel ging hij op een bankje zitten. Hij werd afgeleid door een bandje dat op het vrije deel van het plein muziek aan het maken was. Toen het bandje wegging viel het hem pas op dat het al kwart over drie was. Dineke was er nog niet. Zou ze niet komen?

15.

Om kwart voor vier was Joris ervan overtuigd dat Dineke niet meer zou komen. Sip besloot hij zijn fiets te gaan halen en naar huis te gaan. Het moment dat hij wegliep kwam Dineke haastig aanlopen.
“Oh gelukkig, je bent er nog! Sorry, dit was helemaal de bedoeling niet, maar ik was vergeten de accu van mijn fiets op te laden, en mijn andere fiets had een lekke band en ik mocht de fiets van een vriendin lenen, maar daar moest ik eerst heen lopen. En ik was al laat. En je nam je telefoon niet op!”
Joris straalde meteen weer en verontschuldigde zich. “Daar moet ik sorry voor zeggen, ik had hem thuis laten liggen en daar kwam ik onderweg pas achter.”
Dineke lachte. “Dan zijn we gelukkig allebei schuldig. Zullen we?”
Ze liepen richting boulevard en daar draafde Dineke enthousiast richting viskraam. “Een nieuwe haring! Lekker! Joris, jij ook eentje?”
Al haring happend liepen ze verder richting strand en daar gingen ze richting Scheveningen. Joris grijnsde om de enorme zonnehoed die Dineke uit haar rugzak haalde en opzette. Zij gierde van het lachen om de kwakken zonnebrandcrème die hij op zijn gezicht deed en niet goed uitsmeerde. Ze hielp hem met de gemiste plekken. Twee uur later bij een strandtent was het alsof ze elkaar al tien jaar kenden. Ze praten honderd uit over van alles en nog wat. Ze proosten met de bestelde glazen wijn. “Op een mooie avond.”

16.

Het was laat toen Dineke en Joris eindelijk besloten naar huis te gaan. Na enig gekibbel besloten ze de rekening te delen. Toen liepen ze terug naar hun fietsen. Dineke moest giechelen toen bleek dat ze haar fiets naast die van Joris had gezet. Heel galant zei hij dat hij naar huis bracht.
Ten huize van Edwin en Stella probeerde Edwin nog steeds Stella uit te horen over het fantastische plan. Zij had alleen maar een serene glimlach voor hem, wat hem enorm ergerde, en dat was natuurlijk precies haar bedoeling.
Onderweg naar huis gingen Dineke en Joris zo op in hun gesprek dat ze vergaten door te rijden bij groen licht.
Ten huize van tante Dina zat zij zich af te vragen hoe het ging met Joris en Dineke. Ze had beloofd niet te bellen, morgenochtend zou Joris langskomen voor koffie en haar op de hoogte brengen. Ze kon wel een geheim bewaren.
Edwin zei ondertussen tegen zijn vrouw dat hij naar Dineke toeging. Ze glimlachte en liet hem de autosleutels zien die meteen weer in haar tas verdwenen. Hij snoof en probeerde zich te herinneren waar de reservesleutels waren.
Dineke en Joris stonden ondertussen voor haar huis. Ze nodigde hem uit voor een afzakkertje. Hij hield met moeite zijn brede grijns in en accepteerde de uitnodiging. De deur sloot achter hen beiden.

17.

Joris was zenuwachtig. Hij kon er niets aan doen, dit was iets wat hij niet elke dag deed en ook niet vaak wilde doen. Een “once in a lifetime” om zo maar te zeggen, ondanks alle statistieken. Maar die das knelde wel hoor. Het was maar goed dat hij zo’n ding in het dagelijks leven niet droeg. Zijn broer maakte het nog erger door te flirten met de vriendin van Dineke. “Maarten! Kappen!” Hij had er even geen zin in. Maarten grinnikte. “Jij liever dan ik, broertje. Maar het duurt wel lang hoor.”
Joris wist het. Het zou wel door Edwin komen. Die was de laatste maanden alsmaar sentimenteler geworden tot hij voorbij het punt was dat Dineke en hij hem gezamenlijk in een kast wilden opsluiten. Maar het zou wel overgaan en deze dag zou voorbij gaan en dan was alles goed. En hij sloot even zijn ogen om tot rust te komen.
Voor hij het wist zwierde hij over de dansvloer met Dineke en deden ze alles wat erbij hoorde. Inclusief de taart en de champagne. Met zijn tweeën sneden ze de taart aan en aten ze een stukje. Dineke reikte hem een glas champagne aan.
“Joris, wil je koffie?” Vreemd, hij rook koffie. “Joris! Wakker worden! Koffie!”
Verbaasd deed hij zijn ogen open en zag Dineke die een mok koffie in haar handen had.

18.

Verdwaasd zat de schrijfster af te koelen in de wind van de ventilator. Hoezo inspiratie? Kreeg je dat dan van tropische temperaturen? Ze geeuwde en ging maar eens naar de keuken. Thee maken, misschien hielp dat.
En waarom vond ze het ook alweer leuk, verhalen schrijven? En dan ook nog dwaasheid als een verhaal in twintig delen. Ze kon Martha wel wat doen. En zichzelf ook trouwens, waarom zei ze altijd “leuk” met dit soort dingen? De ventilator gaf gelukkig iets van koelte. Ze wist nu in ieder geval alles van cliffhangers, want er waren wel heel veel afleveringen mee geëindigd. Helaas waren dat ook voor haar cliffhangers, want ze moest elke keer wel heel diep graven voor een vervolg. Les voor de volgende keer: een verhaallijn uitzetten. Volgende keer? Nee, geen volgende keer, dat was de les! En dan die tien minuten die ze erover mocht doen. Wat een lol. Tien minuten schrijven, als ze eenmaal bezig was, ja, en vervolgens de hele dag over het vervolg nadenken. Die laatste twee delen zouden wel gaan. En dat einde zat wel goed, dat had ze dagen geleden al grotendeels in elkaar gezet, maar dit 18e deel… Zuchtend schreef ze de eerste zin, zwetend en wel.

19.

Joris zat te geeuwen in de stoel bij het raam.
“Je was in slaap gevallen, en aangezien ik je niet kon tillen, heb ik je een duwtje gegeven en toen lag je en heb ik een deken over je heen gegooid. Je snurkt heel schattig.” Dineke giechelde en Joris krabbelde aan zijn kin. “Ik was moe en dacht, één drankje en dan ga ik naar huis. Nou, dat is dus niet gelukt.” Hij geeuwde weer en nam een slok koffie. Zijn kin irriteerde en hij krabbelde weer.
“Nee, stop nou, dat zag ik je gisteren ook al doen!”, zei Dineke.
“Ik kan er niets aan doen, het irriteert, er zit iets.”
Dineke boog zich voorover en keek naar zijn kin. “Er zitten een paar ingegroeide haren, die moeten eruit. Ik weet daar wel wat op.” Ze stond op, liep naar de badkamer en kwam terug met een pincet. Joris deinsde terug. “Baby! Even dapper zijn hoor.” Ze ging op de leuning van de bank zitten en bekeek zijn kin. “Ah, daar zitten ze.” Ze legde haar linkerhand op zijn wang en pakte met de pincet een haar en trok.
“Auw.” Joris keek pijnlijk.
“Kom, dat is er maar eentje, hier nog één”, en ze trok de tweede haar eruit. Nog een pijnkreet van Joris. Dineke keek naar hem en gaf hem een plagerige zoen op zijn kin. Joris keek naar haar met half gesloten ogen. Ze trok een derde haar uit zijn kin. Hij zei niets, maar wees op de plek en keek zielig. Ze gaf hem ook daar een zoen. Hij wees op zijn wang en ook daar zoende ze hem. Hij wees op zijn mond en ze aarzelde even, maar zoende hem toen op zijn mond. En hij kwam overeind, pakte haar gezicht met beide handen en kuste haar terug en duwde haar naar achteren, zodat ze met zijn tweeën op de bank rolden. Ze lachten beiden.

20. Einde

Ja ja, de schrijfster weet het. Losse eindjes. Edwin die zielig rondloopt en niet weet hoe het met zijn zus gaat. Tante Dineke hebben we ook al niet gezien vanaf het zestiende deel. Stella? Ook kwijt, vermoedelijk bezig met Edwin in toom te houden.
Maar we hebben te maken met Dineke en Joris die zich nu net van de bank los worstelen. Behoefte aan meer koffie en ontbijt. En daar staan ze dan in de keuken. Joris met een paar boterhammen, Dineke met een bak fruit en kwark. Twee koffiepads in de Senseo. Twee koffiekommen naast elkaar. En Dineke die tegen Joris zegt, “Vind je dit nou niet een fantastisch avontuur? Gewoon uitgaan, elkaar leren kennen, elkaar ontdekken? Kijken of je elkaar leuk vindt, in plaats van je te laten koppelen door twee eigenzinnige mensen die denken dat ze het beter weten?” Joris likte zijn beboterde vingers af, grinnikte en knikte instemmend.

En ze leefden nog lang en gelukkig? Welnee, het is geen sprookje. Dit is de 21ste eeuw, een meisje ontmoet een jongen, hij draagt haar naar haar slaapkamer als ze iets te veel heeft gedronken. Haar tante en haar broer willen haar koppelen. Maar voor de rest is het net een relatie. Ze gaan uit, ze verschillen van mening. Hij vindt romantische films vreselijk, zij vindt het heerlijk een knokfilm met hem te kijken. Hij vindt koken vreselijk en wil de was wel doen. Zij vindt koken leuk. Wie weet, gaan ze samenwonen, en misschien ook wel niet. Vinden ze het leuk waarmee ze bezig zijn, maar is het het net niet. De toekomst zal het leren.

Wat is dit?

Een verhaal in 20 dagen schrijven is opgezet door Martha Pelkman. Zij schrijft haar #twentydaystory op haar Facebookpagina, en later verschijnt het op haar blog. De eerste tien afleveringen kan je hier lezen.
Over Dineke heb ik al eerder geschreven, namelijk in het Kerstverhaal dat op 25 december 2018 is gepubliceerd.
Ik schrijf ook een bijlage over het schrijfproces van dit verhaal.
De foto: Jonny Lindner from Pixabay
De tweede foto: nihan güzel daştan from Pixabay

21 gewetensvragen over 2018

Eind van het jaar: tijd voor bezinning. Ik kwam deze lijst met gewetensvragen tegen op twitter. Nicole Offenberg heeft ze samengesteld en ik heb er een tijdje over moeten broeden, maar heb ze toch beantwoord. Hierover ging het:

1 – Wat heeft je enorm geraakt?
En eigenlijk moet ik dan vraag 4 als eerste beantwoorden, want waar werd ik het meest door geraakt? Ga dus eerst naar 4 en kom dan hier in 1 terug.
Ik werd geraakt door mijn vrienden en familie die me allemaal steunden in een heel moeilijke periode. Bellen, mailen, appen, een vriendin die elke keer met me meeging naar het ziekenhuis, een andere vriendin die me vaak kwam opzoeken, het hield niet op.

2 – Wat was je stoerste moment in 2018?
De eerste keer sporten, acht weken na de operatie. Ik lag daarna ongeveer op apegapen op de mat, en kreeg een stevige high five van mijn personal trainer, maar ik had het wel gedaan. En het was zo lekker!

3 – Op wie was je stiekem jaloers en waarom?
Klein beetje jaloers op alle gezonde mensen. Geen gedoe aan je hoofd, geen doktersbezoeken, geen bestralingen, geen operaties.

4 – Waarover heb je teveel gepiekerd?
In mei 2018 kreeg ik een totaal onverwachte mededeling, namelijk dat ik darmkanker had. Daar zit ik dan, in een kliniek waar ik net een darmonderzoek had gehad, en een dokter tegenover me die me vertelde dat hij een kwaadaardige poliep had gezien. De grond zakte weg onder mijn voeten. En dan nog anderhalve week wachten op de uitslag van aanvullende onderzoeken.

5 – Op welke nee was je heel erg trots?
Ik zat dit jaar niet echt in een positie om ergens nee op te zeggen.

6 – Wat was het mooiste moment van 2018?
Na die operatie, na die geneesperiode, lekker in het warme weer buiten zijn, genieten van het leven.

7 – Welk nieuws maakte je dit jaar blij?
Een week na de operatie kreeg ik van de chirurg te horen dat er geen uitzaaiingen waren, dat ze alles weg hadden kunnen nemen van de tumor. De weggehaalde lymfeklieren waren allemaal schoon. Ik heb daarna een feestje gevierd.

8 Wat heb je geleerd over jezelf in 2018?
Ik heb altijd gehoord dat ik best wel een bijtertje kan zijn, dat ik kan doorzetten. Het was iets waarvan ik wist dat mensen dat van me dachten, maar dat heb ik wel voor mezelf bewezen dit jaar.

9 – Wat was je stoutste moment in 2018?
Uhhh, geen idee eigenlijk. Heb ik er tijd voor gehad? Ben ik in de gelegenheid geweest? Niet echt.

10 – Voor wie of wat was je dit jaar dankbaar?
Daarvoor ga ik weer even terug naar 1, naar die vriendin die naast me zat in de kliniek en meteen zei, ik ga elke keer met je mee naar het ziekenhuis. Als zij niet kon, ging haar man mee, hij is ook een goede vriend van me. Dat heeft enorm geholpen.

11 – Wat is er anders als je 2018 vergelijkt met vijf jaar geleden?
2013 en 2018 verschillen niet zoveel als ik bedenk dat mijn leven in beide jaren opgeschud werd. In 2013 was ik werkeloos en was ik druk aan het solliciteren. Het had een fijner jaar kunnen wezen.

12 – Wie of wat heb je losgelaten in het afgelopen jaar?
Gek genoeg heb ik mijn gezondheid losgelaten. Wat mij overkomen is het afgelopen jaar is botte pech. Toen ik daar eenmaal over uit was, heb ik het losgelaten.

13 – Wat was het beste besluit in het afgelopen jaar?
Het hele jaar is een opeenhoping geweest van besluiten over mijn gezondheid. Allemaal goed, besluit ik achteraf.

14 – Welke keuze pakte dit jaar niet uit zoals je wilde?
Alle keuzes waren goed, ga ik vanuit. Ik heb iets te veel keuzes moeten maken.

15 – Op welk moment kwam de strijder in jou naar boven?
Daar kan ik geen specifiek moment voor aanwijzen. Ik weet dat ik de eerste twee weken na die uitslag totaal uit het lood was, pas toen ik hoorde dat er heel goed iets aan gedaan kon worden, ging het beter.

16 – Wat was de grootste verleiding in het afgelopen jaar?
Eten. Ik ben vier jaar bezig geweest met afvallen, ben in die periode ruim twintig kg afgevallen maar dit jaar heb ik het er even bij laten zitten. Ik kreeg wel complimenten dat ik was afgevallen, maar voor de operatie mocht er niets meer af. Er is ook niets meer afgegaan. En daarna heb ik nergens op gelet. Dat ik redelijk op gewicht ben gebleven is meer geluk dan wijsheid.

17 – Met welk gevoel luid jij 2018 uit?
Ben blij dat ik het kan afsluiten. Het is een enerverend jaar geweest, er is veel gebeurd, beetje veel om allemaal te behappen en het is wel goed geweest.

18 – Wie kwam met stip binnen in de categorie ‘leuke, nieuwe mensen’?
Collega E die heel goed was in het aanhoren van alle verhalen over het ziekenhuis en alle behandelingen. We hebben bovendien wat gemeen, we zijn allebei fitness fanaten.

19 – Waar kijk je enorm naar uit in 2019?
Een normaal jaar. De week in Wenen met beste vriendin, zijn we pas drie jaar over bezig of zo, maar nu wordt het concreet. Mijn verjaardag, vorig jaar niet gevierd aangezien ik toen net rotnieuws had gekregen. Dit jaar word ik 55, dat mag gevierd worden.

20 – Met wie wil je in 2019 een keer heel graag uit eten?
Kweenie. Een filmster? De koning? Een paar andere beroemdheden? Oh, en dan tot de ontdekking komen dat ik volslagen stilval omdat ik vreselijk verlegen kan zijn. Doe maar een paar goede vrienden.

21 – Wat wens je jezelf toe in het nieuwe jaar?
Mezelf terugvinden, ik ben ergens mezelf een beetje kwijt geraakt. Gezondheid. Een saai jaar.

Een verhaal met zintuigen

schrijvenZaterdag heb ik een workshop bijgewoond die Martha Pelkman gaf: schrijven met je zintuigen. Deze workshop gaf ze ter gelegenheid van de presentatie van haar boek #ikbengepest: hoe je met creatief schrijven je pestverleden kunt overwinnen. In de workshop waar nog drie andere mensen aan deel namen, hebben we een aantal opdrachten gemaakt. In de eerste opdracht moest ik een held beschrijven aan de hand van story cubes. Dat werd Marieke, een tienjarige jongedame met vlechten, een broertje van drie en een papa en mama. In de workshop werden de zintuigen behandeld, gehoor, smaak, tast, reuk en zicht. En die zintuigen mochten we ook gebruiken in de laatste opdracht, een kort verhaal van maximaal 500 woorden. Natuurlijk was Marieke de held van dit verhaal. Het oorspronkelijke verhaal heb ik in 20 minuten geschreven, was ongeveer 310 woorden en had nog geen einde. Er zit nu wel een einde aan en ik heb het verhaal geredigeerd.

Het verhaal

Ze is misschien te ver weg gelopen want ze ziet het huis niet meer. Papa en mama waren druk bezig en ze mocht eigenlijk niet weg, maar ze wilde weten wat het rare kwakende geluid was. En nu loopt ze dus hier op deze weg en het is warm. De zon prikt en ze bedenkt dat ze eigenlijk zonnebrandcrème had moeten gebruiken, maar die is ze vergeten. Ze ziet in de verte het bos en ze ziet vogels, maar die maken het kwakende geluid niet. Ze voelt steentjes in haar sandaal en stopt om die eruit te halen. De weg voelt warm aan haar blote voet. Ze hoort het kwaken weer, nu in de sloot langs de weg en ze loopt erheen. De sloot ruikt raar, thuis in Nederland is het vaak de geur van rottende bladeren. Dat stinkt. Hier in Frankrijk ruikt het anders maar ze weet niet goed naar wat. Nu komt ze te dichtbij, want ze glijdt met één voet in de sloot. De modder zit tussen haar tenen en voelt aan als slijm en dat is vies. Ze trekt haar sandaal uit en spoelt haar voet en haar sandaal af. Met deze warmte zijn ze zo droog. Ze wil nu eigenlijk terug want het bos is wel interessant, maar door de warmte heeft ze dorst gekregen en voelt haar tong droog aan. Ze proeft nog het broodje kaas dat ze met de lunch heeft gekregen. Papa en mama zullen bovendien wel boos worden omdat ze weg is gelopen. Maar waar moet ze heen? Met al haar aandacht voor het gekwaak heeft ze niet opgelet waar ze liep. Ze draait zich om en voelt op haar gezicht het zachte windje dat ze net in haar rug had. Dus die kant moet ze op. Een eindje verderop weet ze het ineens weer want daar ruikt ze lavendel. Verderop ziet ze het lavendelveld waar ze omheen moet, dan moet ze omlaag en daar weet ze het ook weer. Want daar is een andere weg en het hek waar ze doorheen is gegaan. En daar staat mama ook al, want die was haar dochter gaan zoeken. Gelukkig kijkt ze niet al te boos. Ze neemt haar dochter mee naar het vakantiehuisje waar Marieke wat te drinken krijgt.

Het boek

Martha heeft een boek geschreven, een heel wat grotere prestatie dan het korte verhaal hierboven vind ik. Dat is zaterdag gepresenteerd. In het boek vind je verhalen, theorie en schrijfoefeningen die je kunnen helpen als je vroeger gepest bent en daarvan nu nog last hebt.
#ikbengepest: hoe je met creatief schrijven je pestverleden kunt overwinnen / Martha Pelkman. – Expertboek, 2018. ISBN 978-94-92926-32-6
Verkrijgbaar voor € 20,- op de website of in de boekhandel.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik