Een dialoog voor toneel schrijven

Ik had deze week een schrijfworkshop van Eveline Broekhuizen. Twee uur aan de hand van opdrachten lekker schrijven. Ik vond het heerlijk, ik kom er eigenlijk gewoon niet aan toe, en dit was een mooie stok achter de deur. Eén opdracht waar ik me echt mee heb geamuseerd is een dialoog schrijven. Neem een zin die je in je omgeving (lees bureau) kan lezen en schrijf daar iets over. Mijn zin stond op een kaartje waarop een spinnetje was geplakt: ‘In de theaterwereld geven acteurs elkaar vaak een toi toi-tje in de vorm van een voorwerpje gerelateerd aan het stuk.’ In 2015 gekregen van Theatergroep ’t Kofschip, bij het bezoek van de voorstelling ‘Amateurs’ van Wannie de Wijn.

Dialoog

Hij: “Een spin als toi toi toi? Waarom een spin?”
Zij: “Omdat er een spin in het stuk voorkomt.”
Hij: “Welnee, wat een onzin! Waar is die spin dan?”
Zij: (zuchtend) “Er wordt een spinnetje doodgetrapt ergens in het tweede bedrijf.”
Hij: “Ik ben die spin nog nergens tegengekomen.”
Zij: “Dat komt omdat jij het tekstboek nog nauwelijks open hebt gehad.”
Hij: “Hoezo heb ik het boek niet opengehad? Ik ken het grootste gedeelte van mijn tekst al en ik ben nergens een spin tegengekomen.”
Zij: “Ik moet je driekwart van de tijd souffleren. En die spin zit in het tweede bedrijf en daar zou je toch van moeten weten.”
Hij: “Oh, maar dan hebben het over de mise-en-scène en daar is Frans nog steeds niet aan toegekomen. Ik vind die spin onzin.”
Zij: “Het is geen onzin.”
Hij: “Het is wel onzin. Ik ken mijn tekst! Er komt geen spin in voor!”
Zij: “Kijk, en dan loop ik voor op jou. Want omdat ik van jou zonodig moest gaan souffleren heb ik het hele stuk al tien keer gelezen en heb ik die spin al tien keer voorbij zien komen. En dat is tien keer meer dan jij, want jij bent nog niet eens door het eerste bedrijf heen.”
Hij: “Dat is ook onzin! Ik heb één zin in het eerste bedrijf!”
Zij: “Dat bedoel ik!”
Hij: “Wat bedoel je?”
Zij: “Dat ik me als een idioot uitsloof om dit stuk tot een goed einde te brengen en dat meneer de toneelspeler nog steeds in de flow moet komen! Over zes weken is de voorstelling!”
Hij: “Ik ken mijn tekst! Frans moet de mise-en-scène gaan zetten!”
Zij: “Begin niet over Frans en de mise-en-scène die hij allang heeft gezet en jij weer bent vergeten omdat je niets opschrijft! Je moet je tekst gaan leren! We staan volledig voor paal als je niet wat meer je best gaat doen.”
Hij: “We hebben nog nooit voor paal gestaan en dat gaat nu ook niet gebeuren! Ik doe dit langer dan jij hoor!”
Zij: “Ja, en dit is de laatste keer dat ik dit doe, want ik word er helemaal gek van. Laat mij maar lekker series bingen op jouw repetitieavond in plaats van ‘gezellig samen iets doen’.”
Hij: “Het is toch leuk om iets samen te doen. Dat doen we veel te weinig!”
Zij: “Ja, gezellig iets samen doen, net zoals de afwas elke avond? Dat jij ineens dringend moet bellen of naar de buurman moet? Het heeft een week geduurd voordat jij doorhad dat er een afwasmachine was geïnstalleerd.”
Hij: “Nou beginnen we over de afwas?”
Zij: “Ja, we beginnen over de afwas, omdat jij zonodig iets gezellig samen wilt doen en ik geen Siamese tweeling met je wil zijn. Ga alsjeblieft de toneelspeler uithangen zonder mij. Ik vind dat souffleren toch helemaal niets. Dat gezeik elke keer van iedereen, dat ik te snel ben met souffleren. Iedereen is te langzaam met tekst leren. Ga vanavond maar alleen. Ik heb er even geen zin in.”
Hij: “Ja maar lieve schat, wat moeten we zonder jou?”
Zij: (kijkt alleen maar)
Hij: (trekt een pruillip)
Zij: (vloekt en draait zich om)
Hij: (doet zijn armen om haar heen en kust haar in haar nek)
(Heel lange pauze)
Hij: Okee. Die toi toi toi. Daar moeten we nog wat mee. Waar komt die spin voor? Laat het even zien in de tekst. Ik kan wel een tekstje verzinnen voor het kaartje. Het is toch Jiddisch van oorsprong? Ik zoek wel even op internet.
Zij: (overhandigt hem zwijgend een kaartje)

20210219s_dialoog

Hoe vind ik dit?

Ik heb tot nu toe altijd verhalen geschreven. Dit is de eerste dialoog. De eerste versie van deze dialoog schreef ik bij de workshop en ik deed er tien minuten over. De tweede versie die je hier kunt lezen duurde iets langer. Dat kwam ook omdat ik bij de workshop net niet aan het einde toe was gekomen. Daar moest ik nog iets van maken. Ik vind het wel heel leuk om te doen en voor een eerste dialoog vind ik hem heel grappig.

Toneelstukken lezen

Jaren geleden ben ik uitgenodigd om met een groep King Lear te lezen. De beoogde regisseur was bezig met de regie opleiding. King Lear ging gebruikt worden voor de opleiding en dit was de start. Met een groep mensen die elkaar niet of nauwelijks kenden het stuk hardop lezen. Dat er geloof ik drie vrouwenrollen in dit stuk zitten en er maar twee mannen in deze onverwachte groep van ongeveer twaalf mensen zaten namen we op de koop toe. Het is een aparte ervaring. Het stuk gaat ervan leven en je leest beter dan als je het stuk voor jezelf leest.

De keuze van een toneelstuk

In mijn toneelgroep was er een commissie die stukken uitkoos en vervolgens las voor de groep. Daarbij werd gekeken naar de samenstelling van de groep, de voorkeuren van de regisseur en ook naar de reservelijst. We hadden altijd wel wat in voorraad. Zij lazen, presenteerden hun bevindingen, bevalen wat aan en vervolgens werd de keuze gemaakt. De eerste lezing was in de groep, hardop, waarbij er druk van rol gewisseld werd tijdens het lezen, want tijdens die eerste lezing werd al een ruwe rolverdeling gemaakt. Die kon tijdens de eerste repetities nog veranderen.

20200522s_tantalus

Toneelstukken zijn literatuur

Daar moest ik weer aan denken toen ik deze week de Volkskrant las. Vincent Kouters** gaf vier redenen om toneelteksten te gaan lezen. Hij stelt terecht dat toneelstukken tot de literatuur gerekend kunnen worden. De samenvatting van zijn artikel: je kan lekker binnen blijven, het is alleen maar dialoog, toneelschrijvers zijn literaire grootmeesters en theater levert gegarandeerd discussie op. En om vooral op die laatste twee in te gaan, toneelschrijvers als Eugene O’Neill, Elfriede Jelinek, Harold Pinter, en Peter Handke hebben Nobelprijzen gewonnen. Van Harold Pinter heb ik diverse stukken gezien, de man was een meester in situaties beschrijven. Het was een woordkunstenaar, doe het maar, in dialogen diep in de ziel van de mens kijken. En dan heb je het niet alleen over een man als William Shakespeare, een man die vierhonderd jaar na zijn overlijden nog talloze mensen weet te boeien. Maar ook over Maria Goos, die prachtige stukken schrijft, een thema als machtsmisbruik wordt weergaloos weergegeven in Cloaca.

Die discussie

Kouters stelde in zijn artikel voor om met zijn allen een toneelstuk te gaan lezen en daarover te gaan discussiëren. Nou woon ik alleen, dus ik kan proberen in mijn eentje uit mijn leesdip te komen en een toneelstuk te gaan lezen. Maar je kan dit natuurlijk ook combineren met mensen uit een ander huis en dan via videobellen een discussie op zetten. Ik ga een poging doen uit mijn leesdip te komen met een toneelstuk, namelijk Tantalus van John Barton. De marathonvoorstelling heb ik jaren gelezen gezien bij de Appel. Wie voelt er wat voor? Het staat natuurlijk vrij een ander stuk in te dienen. Tantalus telt 717 pagina’s, dat is misschien wat veel en je moet maar net van zo’n klassieker houden. Ik heb Peer Wittenbols ook in de kast staan met zijn Trilogie van het verlies, dat kan ook een optie zijn. Laat het maar horen.

**Vincent Kouters, Vier redenen om, nu de theaters dicht zijn, gewoon de toneelteksten te gaan lezen. De Volkskrant, 17 mei 2020

Mijn culturele jaaroverzicht voor 2019

Net als in 2018 heb ik dit jaar alles genoteerd wat ik heb gezien aan toneelstukken en musicals. Hier en daar heb ik toch een waardeoordeel erin gegooid, onvermijdelijk. Ik vind ook dat het mag aangezien Haghespel niet meer bestaat.. Voor dit jaaroverzicht heb ik stukken met regisseur en groep genoteerd en onderscheid gemaakt tussen beroeps en amateurtoneel. Een korte omschrijving staat erbij.

  • The Tragedy of King Richard the Second, National Theatre, in Pathé (15 januari). Het eerste culturele ding van het jaar en meteen raak. Met Simon Russell Beale die twee jaar geleden ook Prospero in The Tempest speelde. Het decor, een grote kamer met drie wanden, geen deuren, geen ramen. Drie actrices, vijf acteurs in eenvoudige kleding met werkhandschoenen. En daar werd driftig mee gegooid, want vijf eeuwen geleden werd er geduelleerd als er wat mis was. Mooi gespeeld, bij tijd en wijlen erg grappig en wat modderig. Er werd met bloed gegooid, met grond en met water.
  • I’m not running van David Hare, National Theatre, in Pathé (31 januari). Vriendin J en ik hadden de aankondiging vorige keer gezien en we waren allebei nieuwsgierig. Het bleek een interessant stuk te zijn, waarbij we beiden af en toe vreselijk moesten lachen. Het stuk gaat over Pauline Gibson, een arts die als onafhankelijk lid in het Britse parlement zit. Gaat ze voor de functie van leider van Labour of niet? Het knappe van het stuk ligt hem in het feit dat het over politiek gaat, maar ook over het leven van Pauline. Hoe komt het zover? Waarom wil ze leider van Labour worden of niet natuurlijk. Jack Gould, haar Labour tegenstander is ook in dit leven betrokken. Ik heb genoten van deze twee acteurs die ik nooit had zien spelen. Siân Brooke als Pauline Gibson en Alex Hassell als Jack Gould. Het was de laatste voorstelling van een serie en je kon het zien aan het spel. De chemie spatte eraf, het samenspel van die twee was geweldig. Het grappige van het politieke onderwerp: er is nooit een vrouw leider geweest van Labour. Ik zeg het wel vaker: ga naar Pathé. Voor een luttel bedrag kan je geweldige stukken zien.
  • All about Eve van Joseph Mankiewicz, in Pathé (11 april) Een prachtige versie onder regie van Ivo Van Hove. De eerste keer dat ik iets van zijn hand zag. Gillian Anderson (X-files) en Lily James speelden de hoofdrollen en deden dat fenomenaal. Leeftijd speelt een rol in dit verhaal bij actrice Margo Channing (Anderson) die 50 wordt en daar problemen mee heeft. Eve Harrington (James) bewondert Margo en laat dat duidelijk merken. Margo neemt Eve op in haar huis, maar Eve neemt Margo’s leven ongeveer over. Pas laat blijkt dat Eve alles, letterlijk alles zal doen voor een rol in het theater. Qua decor was het overweldigend. Alleen een kamer waar geschoven werd met meubels, maar daar boven een enorm scherm waar een verfilming werd vertoond van andere kamers, bijvoorbeeld de badkamer, de keuken, de woonkamer. Ook zien we daar beelden van Margo in de spiegel waarbij haar gezicht ouder wordt. Prachtige vertolkingen van Anderson en James waar ik met genoegen naar heb zitten kijken, maar de ster van de show was voor mij Monica Dolan die de rol van Karen Richards speelt. Zij is de vrouw van toneelschrijver Lloyd Richards, zij is de verteller.
  • Op hoop van zegen, Oude Luxor Theater in Rotterdam (1 juni) Mijn eerste musical in tijden met onder andere Bill van Dijk, Mariska van Kolck en Joke de Kruif. En voor de rest allemaal leuke jonge mensen die ik totaal niet kende. Leuke avond gehad. We hebben zitten discussiëren over de jongedame in witte jurk met heel hoge pruik, ik hield het erop dat zij de symbolisering van de Op Hoop van Zegen was en inderdaad. Het boegbeeld van het schip, dat was ze. De musical had van mij mogen eindigen met de beroemde uitspraak, “De vis wordt duur betaald”, want het liedje van Mariska daarna was verreweg het zwakste liedje van allemaal.
  • De wraak van Ifigeneia van Erik Snel, Toneelgroep Rood (13 juli) Een heel snelle voorstelling van Rood, op 1 juli begonnen met repeteren, 5 juli de eerste voorstelling en wij zitten bij de laatste. Het verhaal van Klytaimnestra, de vrouw van legerleider Agamemnon die hun dochter Ifigeneia offert. Hij vaart uit voor een tienjarige oorlog, zij zint op wraak. Erik Snel heeft er een bittere komedie van gemaakt en dat was het ook. Vier spelers, waarbij ik vooral heb genoten van Marten van der Meijden die al jaren bij Rood speelt en goed is. De locatie was een knipoog naar Erik Snel die jarenlang verbonden was aan de Appel. De theaterbroedplaats Bureau Dégradé is gevestigd in de voormalige repetitieruimte van de Appel.
  • Hoekstenen van Roemer Lievaert, door ODIA (21 september). De eerste voorstelling van het seizoen. Een indringend stuk over drie zussen die in één huis wonen. Gaandeweg wordt duidelijk dat ze alle drie door hun vader zijn misbruikt. Deze heeft al het geld nagelaten aan jongste zus Dee, ze is geestelijk gehandicapt. Het was boeiend en voor het grootste gedeelte erg mooi, maar ik verloor de aandacht op een gegeven moment. Mij moet maar vergeven worden dat ik ging tellen hoeveel krukjes er op het toneel stonden: 48.
  • Blind Date door de Theatertrein (13 oktober). Zo’n kwestie van: wanneer kom je kijken? Patrick Bruijstens regisseerde, Sheranie Rikkert speelde mee. Beiden Haghespelmaatjes. En het viel niet tegen. Het bleek een zeer komische musical te zijn, waar ik smakelijk om heb gelachen, met mensen die stuk voor stuk konden zingen en acteren. Het draait om Aaron die op een blind date wordt gestuurd met Casey. De zus van Casey is getrouwd met een collega van Aaron. Wat voor verwikkelingen kan je krijgen op een eerste afspraakje? Veel dus. De musical is gebaseerd op First Date van Austin Winsberg, met muziek van Alan Zachary en Michael Weiner.
  • A Midsummernight’s Dream, van het National Theatre in Pathé (17 oktober) Het verhaal van Oberon en Titania en een amateurtoneelgroep die in het bos wil repeteren voor de bruiloft van de hertog en hertogin. Titania betovert Oberon en hij wordt verliefd op één van de mannelijke toneelspelers die een ezelhoofddeksel heeft gekregen van Puck. Dat is een grote verandering in het stuk, want oorspronkelijk is het Titania die verliefd wordt op de ezel. Het decor kon op en neer, er werd veelvuldig gespeeld op bedden en het publiek stond er omheen. En daar maakten de spelers ook gebruik van. Ik heb zonder meer genoten, geweldige voorstelling.
  • De Iedereen door Durf (20 oktober) Een hedendaagse vertaling en bewerking van de 15e-eeuwse oer-Hollandse moraliteit Elckerlijc, Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc – Hoe dat elckerlijc mensche wert ghedaecht Gode rekeninghe te doen. Volledig naar de zin van vriendin J die genoot van een enigszins filosofisch stuk waarin we verbaasd stonden van de hoeveelheid tekst die de spelers mochten onthouden. Het was op rijm, dat scheelde. Het decor bestond uit een groot aantal linten die dwars door de Kunsthut waren gespannen. Ik was het met haar eens dat dit het leven was. Alles wat verkeerd was gegaan in het leven van de Iedereen, was zo’n lint en met elke boetedoening verdween zo’n lint.
  • Midzomerstrandkomedie van Haye van der Heijden, door Toneellab (9 november). Eén van mijn lievelingsstukken, jaren geleden al eens gezien bij ODIA, nu bij Toneellab, een groep die goede spelers bij elkaar haalt en die hun kunstje laat uithalen. Jeanet Schurman-Vredeveld, Jasper Stoppelenburg, Niek Fassaert en Miriam de Hoogh speelden het stuk ongeveer fluitend en met veel plezier. Weinig op aan te merken. Ontzettend leuke avond gehad.

Dat was 2019

Acht toneelstukken en twee musicals. Het was cultureel gezien een rustig jaar. Ik ga niet beloven dat het volgend jaar beter wordt. Maar toneel en musicals kijken blijft een leuke hobby en die moet ik in 2020 toch beter bijhouden.

Gluren bij de buren

Op zondag 10 februari kon er in de hele stad gezellig gegluurd worden. Gluren bij de Buren is hét huiskamerfestival waarbij het vloerkleed het podium en de bank de tribune is. De huiskamers van Den Haag veranderden voor een dag in echte podia, voor zeer intieme optredens van verschillende lokale talenten. Door de hele stad kon je genieten van singer-songwriters, theatermakers, koren, noem maar op. De acts speelden tussen 12:00 en 17:00 uur meerdere optredens van 30 minuten, die je gratis kon bezoeken. Het is divers. In een huiskamer in Amersfoort stond een zangkoor van 35 mensen. De kleinste huiskamer kon je in een camper vinden. Dit evenement vond plaats in 23 steden. Het is de eerste keer dat dit evenement in Den Haag plaatsvindt en het is succesvol. Want in 81 huiskamers kon je optredens vinden van 81 acts, onder andere in mijn huiskamer, waar Alexander Franken, dichter, troubadour en kleinkunstenaar, kwam optreden. In totaal waren er 241 optredens.

huiskamerfestival gluren bij de buren

Een huiskamerfestival in mijn huiskamer

Het was hier in Den Haag vooral muziek, van alles van soloartiesten tot complete bands. Ook werd kleinschalig toneel opgevoerd en kon je verhalenvertellers gaan bekijken. Het centrum van Den Haag en ReVa was druk bevolkt met optredens, in mijn hoek van Den Haag Zuidwest was het wat rustiger. Het weer werkte niet echt mee deze zondag want het was druilerig en vochtig weer, en later op de middag regende het. Dat hield de bezoekers niet tegen, want die kwamen wel. Helaas bij mij niet zo vreselijk veel, want mijn huiskamer herbergde deze middag in totaal tien mensen. Het was niet zo’n probleem, Alexander had er geen moeite mee en zong toch wel. Het was nu zo kleinschalig dat er heel veel interactie plaats kan vinden tussen publiek en zanger. En dat maakte het reuze gezellig. Toevallige ontmoetingen zijn ook leuk, want twee dames die onafhankelijk van elkaar binnenkomen, blijken oud-klasgenoten te zijn van de middelbare school.

Wat vond ik ervan?

Ik heb mijn huiskamer opgegeven omdat ik dit een heel leuk concept vind. Het is een huiskamerfestival, heel laagdrempelig, waar je voor niets je een hele middag kan amuseren. Het is gevarieerd, want er is wel veel muziek, maar heel veel verschillende soorten muziek. Op één ding had ik me echter wel verkeken. Als er in je huiskamer gespeeld wordt kan je niet ergens anders gaan kijken. Daarom denk ik er nog over na of ik volgend jaar weer iemand in mijn huiskamer wil. Want het kan ook zijn dat ik volgend jaar in andermans huiskamer ga kijken. Dat ik dan afval, is niet erg want twee bezoekers van vanmiddag vertelden al dat zij volgend jaar hun huiskamer ter beschikking stellen. En daarmee is de basis gelegd voor een succesvol festival dat volgend jaar weer plaats kan vinden.

Jaaroverzicht voor toneel in 2018

Begin dit jaar begon ik met te noteren wat ik in 2018 allemaal op het toneel zou gaan zien aan toneelstukken en musicals. Ik probeer mijn waarde-oordeel eruit te houden, vooral ook omdat ik nog steeds recensies schrijf, maar dat is toch niet helemaal gelukt. Voor dit jaaroverzicht heb ik stukken met regisseur en groep genoteerd en onderscheid gemaakt tussen beroeps en amateurtoneel. Een korte omschrijving staat erbij.

De lijst

  • Closer van Patrick Marber, door Theatergroep SPOT. De eerste toneelvoorstelling van een groep die tot nu toe alleen musicals heeft gemaakt, maar nu ook in het theater staat. Het viel helemaal niet tegen, was wat lastig te volgen omdat het vrij fragmentarisch was, maar ik heb geboeid zitten kijken naar vier mensen die prima konden acteren. (27 januari)
  • Was getekend Annie M.G. Schmidt, een musical met mijn geliefde Simone Kleinsma die een prachtige ontroerende rol speelde, en ook William Spaaij die de rol van de zoon van Annie met verve speelde. (2 maart)
  • Twelfth Night van de Royal Shakespeare Company, gefilmd en wel bekeken in Pathé Buitenhof die wel meer van dit soort dingen heeft. De RSC heeft het goed voor elkaar met dit soort dingen, want je krijgt niet alleen het uitstekend gespeelde toneelstuk, maar ook een toelichting, vaak een interview met de regisseur (8 maart)
  • Othello van het Nationale Toneel, in de HNT Studio’s in de Schouwburgstraat. Mooi, gestileerd en contrastrijk. Zwart en wit, letterlijk, alle spelers in het wit, alle witte spelers ook met witte pruiken op. De enige zwarte was Werner Kolf, de acteur die de rol van Othello speelde. (30 maart)
  • Augustus Oklahoma van Tracy Letts, door Toneelgroep ROOD. Op locatie gespeeld in Villa Ockenburgh. Een zinderende, krachtige, fantastische voorstelling. Geboeid zitten kijken naar het fantastische acteren van deze groep mensen die met elkaar tien jaar bezig zijn. ROOD viert dit jaar het tienjarig jubileum. (31 maart)
  • Hutkunstje III in de Kunsthut: een soort Open Podium zoals vroeger in de Poort was. Verhalen, onzindingen, zang, preview voor toneelstukken. Er zaten grappige dingen tussen, er zaten ook dingen tussen waar ik niets aan vond. (14 april)
  • Macbeth, National Theatre Live, in Pathé. Van genoten. Mooie voorstelling, geweldig acteerwerk. Dit is wel de meest depressieve Shakespeare die ik ken. Macbeth is gedoemd vanaf het moment dat hij de Weird Sisters ontmoet. (10 mei)
  • Gevaarlijke vrouwen van Durf. Mooie montagevoorstelling van een amateurgroep die ik alsmaar zie groeien. Ik vind lang niet alles leuk, kan me bijvoorbeeld God herinneren waar ik geen moer van begreep, maar dit was mooi. Gebaseerd op een boek van Beatrice de Graaf over vrouwen en terrorisme was dit het verhaal van Sara S. die in een samenleving geregeerd door extreem rechts een subversief blog schrijft en opgepakt wordt. (26 mei)
  • De Oresteia van het Nationale Theater, onder regie van Theu Boermans. “In deze oertekst van de westerse beschaving staat de machtsverhouding tussen mannen en vrouwen centraal”. Gekenmerkt door moord, wraak en bloed. Klytaimnestra die haar man Agamemnon en de Trojaanse prinses Kassandra vermoordt. Orestes die zijn moeder en haar minnaar vermoordt. Boeiend spel van geweldige acteurs. Anniek Pheifer die Klytaimnestra speelde, leek er in te moeten komen, want die vond ik echt niet goed in het begin, maar dat kwam goed. Het decor, een soort enorme golf plaat die ronddraaide, en een enorme straal bloed die in het midden terecht kwam, eerst op Klytaimnestra, later op Orestes, beide moordenaars. Beginpunt van de verankerde machtspositie van de man. Orestes komt door een idioot argument weg met de moord op zijn moeder. (31 mei)
  • Romeo and Juliet, Royal Shakespeare Company, in Pathé Buitenhof. Elke keer als ik dit stuk zie, verbaas ik me over de kinderlijke verliefdheid van de hoofdpersonen. Eén blik op elkaar laat ze smelten voor elkaar. Gedegen acteerwerk van de Engelse acteurs, gekleurd gezelschap. Romeo wordt gespeeld door een jonge acteur van Indiase afkomst. Er zijn verschillende zwarte acteurs in het gezelschap en meer mensen met een Indiase afkomst. Ook een groep heel jonge spelers, scholieren die kleine rolletjes mogen vervullen. Mooie uitvoering. (16 augustus)
  • Parade, van Spot een musical over een moeilijk onderwerp. Een Joodse man die in de jaren twintig van de negentiende eeuw verdacht wordt van moord op een meisje. En dat in het racistische en bepaald niet jodenminnende diepe zuiden van de Verenigde Staten. Hij wordt vermoord en de ware dader wordt nooit gevonden. Het was mooi, maar ik voelde de connectie niet helemaal met dit stuk. (15 september)
  • Macbeth, Royal Shakespeare Company. De tweede uitvoering en één die ik heel wat lastiger vond dan die eerste die ik heb gezien. Met Christopher Eccleston als Macbeth. Lady Macbeth was naar mijn idee wat hysterisch. De professor in de intermission had het ook nog over Lady Macbeth en “sexual incontinence”, waar ik me nou helemaal niets bij kon voorstellen. De drie Weird Sisters werden gespeeld door drie ongeveer tienjarige meisjes die vrijwel alles tegelijk zeiden hetgeen een heel grappig effect gaf. Het stuk werd gespeeld op een vloer die de indruk gaf een biljarttafel te zijn, met vilten vloer en houten randen. Er was een grote digitale klok op de achtergrond die twee uur lang aftelde tot de dood van Macbeth. Een mooie voorstelling, maar ik was niet compleet onder de indruk. Macbeth in scène 5, van de vijfde acte: “Out, out, brief candle! Life’s but a walking shadow, a poor player that struts and frets his hour upon the stage and then is heard no more. It is a tale told by an idiot, full of sound and fury, signifying nothing.” (4 oktober)
  • Neoptolemos van de Kraamkamer. Het tweede deel van de trilogie van Koos Terpstra. Ik was zwaar onder de indruk toen ik voor de eerste keer de Troje trilogie zag en volgens mij was dat toen een regie van Arne Sybren Postma. Ook ditmaal was het zijn regie, maar dit keer kwam ik er niet in. Twee acteurs waarvan ik vond dat ze niet helemaal de chemie hebben. Het was best een mooie voorstelling, maar niet optimaal. (6 oktober)
  • Doek, van Maria Goos, door Toneellab. Een stuk voor twee personen, in dit geval twee mensen die ik al heel vaak heb zien spelen, namelijk Ron Strijaards en Jeanet Schurman-Vredeveld. En wat een genot om die twee te zien spelen, de chemie spatte eraf en ook het spelplezier. Alle twee moesten ze diverse personages spelen en kwamen dan elke keer weer terug bij de basis. Ik weet nu wat een actrice is: een hoer met een goed geheugen. (13 oktober)
  • Na de regen, van Sergi Belbel, door Haag. Jaren geleden heb ik dit stuk al gezien van Hasteria en heb er toen zelfs foto’s van gemaakt. Een leuk stuk. Later heb ik het nog een keer gezien van Durf die er een heel andere versie van had gemaakt. De versie van vandaag was verrassend actueel. Alle rokers in een bedrijf gaan het dak op om te roken. Het is zo erg dat je bij de ingang wordt gecontroleerd of je sigaretten bij je hebt. Sigaretten bietsen van elkaar kan, maar die dingen zijn zo duur dat ze elkaar terug betalen. En dat is waar we met het huidige antirookbeleid van de regering naartoe gaan met zijn allen. Haag had er zijn best op gedaan, en goede zorg besteed aan kleding en alles. (21 oktober)
  • Godmother van Luuk Hoedemaekers door ’t Kofschip. Een verhaal over macht en verborgen agenda’s met twee mafia-families, met vrouwen aan het hoofd. Ik heb ongegeneerd zitten lachen om dit stuk. Het was vreselijk grappig. (28 oktober)
  • The merry wives of Windsor, van William Shakespeare, door de Royal Shakespeare Company weer in Pathé. Leuk stuk, wordt door sommigen als één van de minste van onze veelschrijver gezien. Falstaff zit aan de grond en moet ergens geld aanboren. Dat wil hij krijgen door twee dames te belagen. Die hebben hem door en houden hem vreselijk voor de gek. De dochter van één van de dames moet ook nog aan de man en daar mogen natuurlijk ook drie mannen om knokken. Veel plezier gehad, het was weer aangenaam verpozen. (1 november)
  • Apocalypso van Jibbe Willems, door ODIA. Weer zo’n filosofisch stuk waarbij je moet nadenken dat absoluut niet aan mij is besteed. Alles draait om Jesse, de hoerenzoon die na een open sollicitatie voor de vacature van verlosser tot zijn verbazing wordt aangenomen. Maar hoe verlos je de mensheid als niemand je vergiffenis lust? Ik was best wel gecharmeerd van de jongen die Jesse speelde. Kan een heel leuke acteur worden. (4 november)
  • Genesis van Sophie Kassies, door AdoDvs. Het stuk wordt gespeeld voor het 120-jarig jubileum van AdoDvs, en daarmee is het de oudste groep van Den Haag. Deze Genesis, de derde die ik heb gezien is wel een beetje uitgekleed. Deden het Nationale Toneel en Het Wilde Westen nog de complete marathon, bij deze versie was er behoorlijk geschrapt. De groep is één van de beste in Den Haag en ik vond dit mooi, maar vrienden J en G die ook mee waren, waren minder enthousiast, het was volgens hen meer verhalend dan spelend. En dat was ook wel zo, er werd meer verteld dan er gespeeld werd. (24 november)
  • Een Foyer, de laatste toneelvoorstelling van het jaar, vier spelers die fragmenten speelden uit toneelstukken. Het is een presentatie van hun lessen. Mooie stukken van spelers die er absoluut wat van kunnen. Mooie afsluiting van het jaar (23 december)

Dat was het dan

Twintig voorstellingen, elf amateur-, negen beroepsvoorstellingen, waarvan ik zes keer in de bioscoop heb gezeten. Ik heb twee musicals gezien. Ik ben zes keer naar een Shakespeare geweest, en Macbeth heb ik twee keer gezien. Het volgende jaar ga ik hopelijk weer veel toneelstukken bezoeken.

Een openbare repetitie bij Theatergroep Spot

Haghespel, het blad voor het Haagse amateurtoneel, waar ik hoofdredacteur van ben, kent een regelmatig terugkerende rubriek, “Een repetitieavond bij…”. Ik ga dan op bezoek bij een amateurtoneelgroep uit Den Haag en/of omstreken. Een mooie gelegenheid om een groep beter te leren kennen en iets te vertellen over het stuk dat ze gaan spelen. Dit bezoek was bij Theatergroep Spot, een groep die al vele musicals heeft gespeeld in het dertigjarig bestaan.

Theatergroep Spot

Theatergroep Spot gaat in september de musical ‘Petticoat’ op de planken van Theater de Regentes brengen. Ze hebben nog twee warme zomermaanden om te repeteren. Deze vrijdagavond mag ik op bezoek bij Spot, ze repeteren met publiek, want het is een openbare repetitie.

De musical

De musical ‘Petticoat’ is speciaal voor musicalster Chantal Janzen geschreven en de blonde zangeres speelde de hoofdrol in deze musical die in de jaren vijftig speelt. De teksten zijn in 2010 geschreven door André Breedland, de muziek is van Hennie Vrienten. Het is een feelgood musical die ik heb gezien en ik heb me er prima bij geamuseerd. Ik heb zelfs deze week huiswerk gedaan en de cd weer eens door het huis laten galmen. Patricia Jagersma, Pattie uit Winschoten gaat haar droom achterna om een échte zangeres te worden en trekt naar de grote stad. Pattie moet met vallen en opstaan ontdekken hoe ze uiteindelijk de tegenwinden kan trotseren. Want het maakt niet uit hoe je je droom waarmaakt, als je maar blijft luisteren naar je eigen hart.

De repetitie

Theatergroep Spot bestaat ruim dertig jaar en heeft een reputatie opgebouwd van gedegen musicals met een enthousiaste bezetting. Musical spelen is populair en dat blijkt ook bij de openbare repetitie. Het publiek wordt enthousiast onthaald door de spelers. Voorzitter Stijn Gijsbers heet het publiek van harte welkom, en vertelt hoe de avond in elkaar zit. We gaan een repetitie meemaken. De gasten mogen meedoen bij de opwarming en daar maken sommigen ook gebruik van. Ik – als toneelspeler – ben gewend aan toneelrepetities, dat betekent dat een regisseur als enige verantwoordelijke op het spel let, bij een musical is het andere koek. Hier bij Spot staat een team voor de groep. Laura Burgmans is regisseur, maar we hebben ook Anne Aerts als zangbegeleider en Tanya van der Kooij als choreograaf. Die drie disciplines komen vervolgens samen in de musical en daar is de regisseur de eindverantwoordelijke.

spot (5)Maar eerst de opwarming. De stemmen moeten opgewarmd worden, en er moeten een paar liedjes geoefend worden, want Laura wil straks met die scènes repeteren. De groep is jong, en daar zie ik een tegenstelling met toneelgroepen, want daar slaat de vergrijzing toe, maar niet bij Spot. De gemiddelde leeftijd zit voor zover ik kan zien dik onder de veertig. Verder zie ik overeenkomsten met toneelgroepen: veel dames en weinig heren, ik tel er zeven deze avond. De groep is overigens niet compleet.

Nog zo’n verschil met toneel, waar een toneelstuk spelers heeft, heeft een musical een ensemble met spelers die verschillende rollen spelen en van alle markten thuis moeten zijn. Dat ensemble wordt veelal als groep geregisseerd. Als er ergens tafels in weinig tijd de vloer op moeten en er weer van afgehaald moeten worden, doet het ensemble dat dus. En dat moet ook gerepeteerd worden, want die tafels moeten wel precies op de streepjes geplaatst worden. En je kan in het ensemble zitten, maar ook af en toe een rol hebben, daarom zie ik voorzitter Stijn met Pattie spelen, maar ook vrolijk in het ensemble rondlopen.

Het is wat Stijn me later vertelt: zang, dans en spel worden apart gerepeteerd, en later geïntegreerd. En dan kan het apart zo goed gaan, met de drie disciplines bij elkaar kan het af en toe nog mooi mis gaan, en dan moet het drie keer achter elkaar gerepeteerd worden.

Het publiek van vanavond ziet dat een repetitie voor een musical veelomvattend is. Want het liedje wat eerst puur op zang wordt gerepeteerd, wordt vervolgens in scène gezet, en dan wordt de dans er ook nog bij betrokken. De choreografie is al eerder gerepeteerd en wordt nu in de scène gezet en dat gaat niet helemaal probleemloos. Er moet bijvoorbeeld met paraplus gedraaid worden en niet iedereen heeft een paraplu bij zich. En dat treintje waar de dames op zo’n zakelijk koffertje moeten zitten? Dat koffertje moet in veel gevallen ook nog gevonden worden. Daar zie je weer een overeenkomst met toneel: musicalspelers krijgen in zo’n geval ook op hun kop. Er moet extra aan de dans geschaafd worden. Volgens de choreograaf is het de eenvoudigste dans van allemaal, maar het moet wel strak gedanst worden en dat gebeurt nog niet.

Ik zie deze avond twee scènes voor mijn ogen beter worden. Zang, dans en spel met enthousiaste jonge mensen op schoenen met hakken, sokken en blote voeten. Vanwege de warmte zie ik veel korte broeken. De actrice die Pattie speelt, heeft een vijftiger-jaren jurk aan met grote bloemen, maar heeft wel haar eigen zwarte lippenstift op. Dat wordt er straks in september allemaal uit gepolijst, maar nu tijdens de repetities mag ze.

Ik wens Spot voor de voorstelling in september veel plezier en succes.

Dit artikel is gepubliceerd in Haghespel, jrg. 12, nr. 5, juli 2017. De foto’s heb ik zelf gemaakt en staan in mijn Flickr photostream.

Een repetitieavond bij Theatergroep Voorburg

Haghespel, het blad voor het Haagse amateurtoneel, waar ik hoofdredacteur van ben, kent een regelmatig terugkerende rubriek, “Een repetitieavond bij…”. Ik ga dan op bezoek bij een amateurtoneelgroep uit Den Haag en/of omstreken. Een mooie gelegenheid om een groep beter te leren kennen en iets te vertellen over het stuk dat ze gaan spelen. Dit bezoek was bij Theatergroep Voorburg. De groep viert het zeventigjarig jubileum en Charles Abbing viert dat hij al zestig jaar bij het amateurtoneel en bij de groep zit.

Theatergroep Voorburg viert dit jaar zijn zeventigjarig jubileum met de voorstelling ‘Ja zuster, nee zuster’ van Annie M.G. Schmidt. Ook wordt het zestigjarig jubileum van Charles Abbing gevierd. Ter ere van beide gebeurtenissen ga ik op bezoek bij de groep.

Theatergroep Voorburg

Theatergroep Voorburg werd in 1947 opgericht als de Amateur Comedie (de AMCO). Het was een katholieke vereniging, en werd opgericht door onder andere kapelaan van Zeil en Herman Flaton. Het was één van de eerste gemengde verenigingen in het land, mannen en vrouwen mochten lid worden. Het was toentertijd een serieuze hobby. Je moest belijdend katholiek zijn om lid te worden en dat bleef zo tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Er werden typisch katholieke stukken gespeeld als bijvoorbeeld ‘De molen van Fatima’. Het was de eerste toneelvereniging in Voorburg. In 1997 werd de naam van de Amateur Comedie veranderd in Theatergroep Voorburg, overigens met instemming van Herman Flaton die toen nog steeds lid was van de groep. Er lag te veel nadruk op het ‘amateur’ in de naam.

Herman Flaton was ook degene die in die beginjaren de groep heeft geregisseerd. In de speellijst prijkt zijn naam vanaf 1948 tot en met 1974 bijna onafgebroken. Andere regisseurs waren onder andere Paul van Gorcum en Gregg Palmer. Tegenwoordig wisselt de regie. Ruud Klootwijk regisseert de groep vaak, onder andere bij deze voorstelling.

Het Forum Theater in de Herenstraat was in de beginjaren het onderkomen voor de voorstellingen. Ook de Dalton Scholengemeenschap werd gebruikt voor voorstellingen. In 1982 werd de ruimte in de Lusthofstraat betrokken. In 2005 moest de groep verhuizen en nam men het huidige onderkomen aan het Burgemeester Feithplein in Voorburg in gebruik. Dat werd het AMCO-theater, een duidelijke verwijzing naar de oude groepsnaam. Daar zit de groep nu nog steeds, het theater is recentelijk verbouwd en heeft onder andere prachtige nieuwe stoelen gekregen die ik al heb uitgeprobeerd. Ze zitten prima.

Er worden drie tot vier producties per jaar gespeeld. De groep telt 28 leden, waarvan de jongste 20 is en de oudste (Paul Abbing) 85. De man-vrouwverdeling is fiftyfifty, dat is bij andere groepen wel anders. De verdeling over leeftijdsgroep is aardig gelijkmatig. Ik spreek vanavond met voorzitter Raymond Roodbol die op zijn twaalfde al techniek deed bij een voorstelling en op zijn achttiende lid is geworden. Paul Abbing is overigens de broer van jubilaris Charles Abbing en is zelf ook al 56 jaar lid van de vereniging. Hij heeft regelmatig de groep geregisseerd. En hij doet in de komende voorstellingsperiode mee aan alle voorstellingen van ‘Ja zuster, nee zuster’ in het ensemble.

Op projectbasis worden ook jeugdvoorstellingen gemaakt. In 2006 was de eerste ´Hilletje Jans´ en in 2015 de laatste ´Buutvrij´. Het is de bedoeling dat er weer jeugdvoorstellingen worden gespeeld.

Charles Abbing

Charles Abbing van Theatergroep Voorburg

De toen zeventienjarige Charles Abbing werd in 1953 aspirant lid van de Vereniging en mocht in 1954 lid worden. Een eenvoudig rekensommetje leert dat hij inderdaad al 63 jaar lid is van de vereniging, maar het zestigjarig jubileum wordt nu gevierd.

De 81 jarige jubilaris heeft in zijn carrière ruim 100 rollen gespeeld en weet zijn eerste tekst nog: “Taxi, hier besteld”. Dat was in ‘Een baby van 1000 weken’, een stuk van Hans Hesna. Ik stel hem ook een vraag op welke rol hij het meest trots is, maar met ruim 100 rollen achter de rug weet hij dat niet goed te benoemen. ‘Met blote voeten in het park’ vond hij een hoogtepunt, maar ook zijn veertigjarig jubileum was prachtig. Dat was ‘De vrek’ onder regie van George van Woerden. In dat stuk heeft hij vier verschillende rollen gespeeld. Hij heeft altijd gespeeld en één maal geregisseerd, dat was bij ´Pinokkio´ in 1985. Hij is nog steeds actief in de vereniging en speelt regelmatig een rol, dan wordt er wel rekening gehouden met zijn leeftijd en de hoeveelheid tekst.

De repetitieavond

Charles speelt in dit jubileumstuk de rol van opa. Het is zijn stukkeuze geweest. In ‘Ja zuster, nee zuster’ kan de hele groep meedoen. Naast de bekende rollen is er ook het ensemble waar de rest van de groep een rol in heeft. Tijdens de verbouwing heeft de groep meer ruimtes gekregen voor repetities, maar die ruimtes kunnen ook bij het speelvlak worden getrokken en dat is nu gedaan. Daarmee is ruimte gemaakt voor een straat en een huiskamer naast elkaar.

Iedereen is vanavond aanwezig en repeteert, daarmee de spelvloer behoorlijk vol makend. Maar er wordt mij verteld dat bij elke voorstelling een groep van acht mensen in het ensemble zit. Het is een doorloop vanavond en daar mag van regisseur Ruud Klootwijk best wat vaart in zitten, meer vaart dan nodig is. De techniek wordt ook uitgetest en dat gaat af en toe wat mis. De versterkers overstemmen de zangers wat niet helemaal de bedoeling is. Ruud loopt heen en weer tijdens de repetitie en dirigeert om de zang goed te houden. De doorloop gaat behoorlijk goed, af en toe hoor ik de souffleur maar niet veel. Ik amuseer me wel en moet me bedwingen om niet mee te gaan zingen met de overbekende liedjes. Vanaf 12 mei wordt er negen keer gespeeld in het AMCO-Theater. In de pauze neem ik afscheid en wens ze toitoitoi, maar het gaat wel goed komen met die voorstellingen.

Dit artikel is gepubliceerd in Haghespel, jrg. 12, nr. 3, april/mei 2017. De foto’s, bewogen en wel, heb ik zelf gemaakt en staan in mijn Flickr photostream.

Vijfentwintig jaar amateurtoneel: jubileum

Vijfentwintig jaar geleden ging ik in op de uitnodiging van een vriendin. Ze wist dat ik graag toneel keek en dacht dat regie-assistente bij haar toneelvereniging wel wat voor mij zou zijn. Dat klopte wel en nu ben ik al jaren lid van Inter Nos, ben regie-assistente geweest en heb veel rollen gespeeld. Dit ‘interview’, een serie vragen die ik zelf mocht invullen, heeft in het maartnummer van Haghespel gestaan.

Wie is Ali Molenaar

Import-Haagse, maar inmiddels woon ik al langer in Den Haag dan ik in mijn geboorteplaats Barendrecht heb gewoond. In het werkend leven ben ik informatiespecialist bij Fugro, een groot internationaal bedrijf dat zich specialiseert in onshore en offshore grondonderzoek.

Hoe ben je met theater in aanraking gekomen?

Op de middelbare school ging ik wel eens naar toneel. Ik vond het leuk om te kijken, maar de kriebel om zelf te spelen was er nog niet. Toen ik op mijn 25ste naar Den Haag verhuisde voor mijn werk raakte ik bevriend met Monica Resowidjojo die toen voorzitter was van Inter Nos. Ik ging natuurlijk kijken bij de voorstellingen. Op een gegeven moment vroeg ze of ik niet regieassistente wilde worden, dat vond ze wel wat voor me. Dat regelen lag me inderdaad wel en ik heb met veel plezier een paar voorstellingen regie-assistentie gedaan en heb ook gesouffleerd.

Wat heeft jou tot zelf spelen aangezet?

Zien spelen doet spelen en daar was wel ruimte voor bij Inter Nos. Ik wilde het een keer proberen om te zien of het iets voor mij was, of dat ik het bij regie-assistentie zou moeten houden. Ik vond het enorm spannend, maar ook ontzettend leuk.

Wat was je eerste rol en hoe beviel die?

Mevrouw Toothe in Alles voor de tuin van Edward Albee. “Dat lijkt me wel een leuke rol”, zei ik toen. Een wel wat makkelijke motivatie voor een meer dan pittige rol. Voor de niet-kenners: mevrouw Toothe was een hoerenmadam. Achteraf gezien had ik als eerste rol misschien beter een kleinere rol kunnen kiezen, maar ik heb er wel de smaak van te pakken gekregen.

Hoe is het verloop van jouw theaterloopbaan tot nu toe geweest?

Ik ben in 1992 bij Inter Nos begonnen, ben daar ook secretaris geweest en ben in 2003 met een aantal vrienden een eigen groep begonnen, Theatergroep Ei. Daar heb ik mijn eerste en enige regie gedaan van Bedden van Dimitri Frenkel Frank. Ei is in 2008 gestopt. We konden met de vier overgebleven leden geen producties meer maken. Toen heb ik een tijdje bij TVO gezeten, maar die vereniging stopte ook. SCAT Cameleon vroeg me voor een gastrol en daar ben ik toen ook weer een paar jaar blijven hangen. Na Cameleon ben ik weer bij Inter Nos terecht gekomen. De voorzitter van Inter Nos, Herman Poelsma, is ook mijn bowlmaatje en hij vroeg me in 2013 voor een gastrol bij Inter Nos. Tijdens die productie – De aangekondigde moord van Agatha Christie – heb ik zo’n lol gehad dat ik weer lid ben geworden. En nu vier ik dus mijn vijfentwintigjarig toneeljubileum.
Verder ben ik in 2000 door Bert van Zeeland bij Haghespel gehaald. Ik ben begonnen als eindredacteur a.i. en ben nu al jaren hoofdredacteur. Veel regelen, kopij verzamelen en schrijven, tegenwoordig wel voornamelijk verslagen van repetitie-avonden en impressies van bijvoorbeeld het Dialogenfestival.

Welke rol was je het meest dierbaar en welke het minst?

Een nogal ingrijpend ongeluk, foto Henk van der MeerHet meest dierbaar was Mathilde in Een nogal ingrijpend ongeluk van Peter Aten. Dat was bij SCAT Cameleon. Prachtig stuk, geweldige regie van Manon Barthels, geweldige medespelers. Ik speelde dat stuk samen met Lies Oldenhof en Lia van Alenburg.
Het minst dierbaar: geen idee, ik heb met ieder stuk waarin ik heb gespeeld wel goede herinneringen.

Welke rol staat nog op je verlanglijstje?

Geen specifieke rol, maar ik zou best wel eens in een stuk van Shakespeare willen spelen. En Koppen dicht (Noises off) van Michael Frayn. Geweldig stuk waar ik een hilarische verfilming van heb gezien met onder andere Michael Caine en Carol Burnett. Ik zou het best graag willen spelen, maar technisch is het enorm lastig om uit te voeren met die twee totaal verschillende decors. Haag heeft het een keer gedaan, en zeker niet onverdienstelijk.

Wat was je grootste blunder op het toneel?

Echte blunders heb ik gelukkig niet gemaakt, maar ik kan me wel een stuk herinneren waarin ik een smetzieke dame moest spelen. Ik legde overal tissues op stoelen voordat ik ging zitten. Ik ben blij dat ik pas veel later te horen kreeg dat die tissues aan mijn jas bleven plakken als ik weer ging staan.

Hoe bereid jij een rol voor?

Lezen, veel lezen. Het verband ontdekken met de andere rollen. Kijken wat de achtergrond is, met wie heeft het personage een band, wat is de sociale achtergrond. Ik heb wel eens een regisseur gehad die ook wilde weten wat de lievelingskleur was van het personage. Zo ver ga ik niet meer. Verder: veel spelen, met elkaar praten hoe de rol in elkaar steekt. En proberen de tekst zo snel mogelijk in mijn hoofd te krijgen, maar tekst uit mijn hoofd leren is niet mijn sterkste punt. Voordat ik het kan dromen ben ik wel even bezig.

Hoe zie jij de toekomst van het verenigingsleven/amateurtoneel?

De bomen met geld reiken niet meer tot in de hemel zoals 25 jaar geleden, maar het is zeker niet hopeloos. Ik zie nog voldoende nieuwe initiatieven en nieuwe groepen ontstaan. Er is zelfs een theatertje bijgekomen. Nee, ik blijf enthousiast over het Haagse amateurtheater. Er is minder geld beschikbaar, maar het is zeker niet zo dat de creativiteit daardoor minder is geworden. Dat lijkt wel juist meer geworden. Iedereen gaat er met volle passie in. Het is wel zo dat je tegenwoordig er hard aan moet trekken om volle zalen te krijgen. Niet alleen omdat er nog steeds veel keuze is aan voorstellingen, maar ook omdat alle voorstellingen geconcentreerd zitten in een paar maanden. Dat was overigens 25 jaar geleden ook al de grootste klacht.

Welk genre theater vind je het meest interessant, en welk genre het minst?

De anti-acteershow, foto: Joost Hubeek

Ik vind alles wel leuk, maar ben niet gek op Russische schrijvers. Op de een of andere manier vallen die stukken me nooit mee. Ik ben gek op musicals, misschien wel omdat ik zelf moeite moet doen om een toon recht mijn mond uit te krijgen. Ik heb Aïda zeven keer gezien. Les Miserables is mijn lievelingsmusical, die heb ik geloof ik drie keer gezien en ik heb ook de filmversie. Naar Soldaat van Oranje ben ik ook al twee keer geweest. Ik ben zelfs zo gek dat ik van veel musicals de Broadway-versie en de Nederlandse versie op cd heb. Met Inter Nos hebben we De Anti-Acteer Show van Michael Green gedaan, daarin kwam ook een stukje opera voor. Ik mocht tot mijn grote vreugde ook zingen.

Heb je een lievelingstoneelschrijver?

Ik ben erg blij dat we bij Inter Nos nu Gebroken ijs van Haye van der Heijden spelen, want dat is toch wel een lievelingsschrijver van me.

Wat zijn je toekomstplannen?

Toneel is leuk. Ik wil blijven spelen en blijven schrijven, niet alleen voor Haghespel, maar ook op mijn eigen site.

Een repetitieavond bij Spelegast

Haghespel, het blad voor het Haagse amateurtoneel, waar ik hoofdredacteur van ben, kent een regelmatig terugkerende rubriek, “Een repetitieavond bij…”. Ik ga dan op bezoek bij een amateurtoneelgroep uit Den Haag en/of omstreken. Een mooie gelegenheid om een groep beter te leren kennen en iets te vertellen over het stuk dat ze gaan spelen. Voor Spelegast was dit een speciale gelegenheid. Dit is het laatste stuk dat ze spelen. Hierna houdt de groep op te bestaan. Het eind van een geschiedenis van bijna veertig jaar.

Op maandagavond ga ik op bezoek bij Spelegast. Het is een bijzondere avond omdat dit de Grande Finale wordt van Spelegast. Dit was een moeilijke beslissing, maar onhoudbaar. De vaste kern van Spelegast bestaat tegenwoordig uit twee mensen, Nel van Someren en Pierre Magnée. Ze hebben om assistentie gevraagd aan de oud-leden en hebben nu een groep bijeengekregen om ‘Af’ van John Chapman te spelen, onder regie van Marian Pankow. Mieke Pauwels, Wim Gerrits, Eveline Coster, Ronald Tellekamp, Hans-Peter Ligthart, Hans de Graaf, Ingrid van de Sande en Nel spelen. Pierre organiseert. Veel van deze mensen spelen nog, maar bij andere groepen. Ingrid en Wim spelen eigenlijk niet meer, maar zijn teruggekomen bij Spelegast voor deze laatste productie.

De repetitie

Voor de repetitie wordt er koffie en thee gedronken en wisselen de spelers trucjes uit voor tekst leren. Ik spits mijn oren, want dat is ook niet mijn sterkste punt. Iedereen heeft zijn eigen manier, blijkt wel weer. Het tweede bedrijf is vanavond aan de beurt en dat wordt de eerste keer dat zonder boekje wordt gespeeld. Dat betekent dat de stem van souffleuse Yvonne Prins-van den Bemt vaak te horen is. Vanwege tekstmissers mag er een paar keer opnieuw worden begonnen, maar dan loopt het beter. Marian vindt dat het goed gaat, maar er moet nog wel een tandje bij. Voor haar zou het in dit stadium finetunen moeten zijn, maar daar gaat het nog te vaak voor mis.

Af van John Chapman

‘Af’ van John Chapman is een stuk in een stuk. Als je zoals ik bij het tweede bedrijf begint, dan is het wel wat lastig dat te doorgronden. Ik mis de introductie nog. In dit stuk lopen werkelijk leven en een toneelstuk door elkaar. De spelers spelen zichzelf, maar ook in een toneelstuk. De titel is overigens veranderd. De oorspronkelijke Engelse titel ‘Will you leave the stage?’ is vrij vertaald naar ‘Af’, een titel die je op meerdere manieren kan opvatten. De spelers discussiëren ook nog over de namen, moeten ze elkaar aanspreken met de toneel- in toneelnamen, of de toneelnamen, of de eigen namen. Die laatste mogelijkheid wordt vrij snel afgeschoten, niemand ziet dat zitten.

Geschiedenis

Na de pauze ga ik met Nel en Pierre apart zitten, want een stukje geschiedenis van een groep die bijna veertig jaar bestaat mag er ook bij.
Spelegast werd opgericht op 3 maart 1978 in Den Haag. De oprichters Ed Venekamp, Wies Pols, Fred Kreiss, Jaap Koning en Ard IJssel de Schepper speelden gezamenlijk bij een andere groep en besloten een eigen groep op te richten. Nel zit er vanaf 1982 bij, Pierre vanaf de oprichting. Nel is nu voorzitter, eerdere voorzitters waren onder andere Jaap Boersma, Henk Postma, Jaap de Die en Kees Klop.
Het eerste stuk was ‘Onder het melkwoud’ van Dylan Thomas. De groep heeft onder andere gespeeld in de theaterzaal van het Congresgebouw, later ook in Diligentia, de Koninklijke Schouwburg, de Rijswijkse Schouwburg, het voormalige Waag theater, Korzo, het Spuitheater en natuurlijk in het voormalige Theater De Poort aan de Paviljoensgracht. Het 25-jarig toneeljubileum is gevierd in theater Merlijn.
2017-02-06 23.26.15In de gouden tijd hebben ze vaak hun nek uitgestoken. Vaak werden er nieuwe stukken gespeeld met onbekende nieuwe regisseurs. In vroege tijden was het relatief eenvoudig om extra fondsen te krijgen voor een productie. De groep speelde gemiddeld twee maal per jaar, met een regisseur uit het professionele of het amateur-circuit. Juist voor de afwisseling is het leuk, een andere regisseur werkt anders, kiest anders en je kan er iets anders van leren. De keuze van het stuk werd bepaald door de leescommissie, maar was vaak ook een keuze van de regisseur. Stukken die gespeeld zijn: ‘Tosca’ (25-jarig jubileum van Noep van den Bemt), ‘De Spaanse Hoer’ (40-jarig jubileum Noep van den Bemt) en ‘Ons kent ons’, waarmee ze naar het theaterfestival in Elsloo zijn geweest. Bij het noemen van de namen en stukken doe je snel mensen te kort omdat er in bijna veertig jaar heel veel regisseurs zijn geweest en ongeveer zeventig stukken zijn gespeeld. Er is een speellijst op de website van Spelegast te vinden.

Het einde

Spelegast is heel lang een bloeiende vereniging geweest, maar het werd heel lastig om jonge mensen binnen de groep te houden. Ook waren er relatief veel ouderen, en dat is helaas een bekend probleem bij verenigingen. Toen de penningmeester vertrok hebben Nel en Pierre de kwestie aan de overige leden voorgelegd. Niemand wilde in het bestuur. Vervolgens is er eerst over fusie met andere verenigingen gesproken maar daar is niets uitgekomen. Uiteindelijk is in onderling overleg besloten nog één keer een stuk te spelen onder regie van Marian Pankow. Ze zijn blij dat zoveel oud-leden mee wilden spelen.
Spelegast heeft van veel leden afscheid moeten nemen. Onder andere Noep van den Bemt, Dorine Levert, Kitty Ivens, die altijd zorg heeft gedragen voor de kleding, en Peter Blumenthal. Mensen met wie ze prachtige producties hebben gemaakt. De groep heeft altijd veel vaste bezoekers gehad en veel donateurs en daar zijn ze dankbaar voor.

Het is wel verdrietig om te bedenken dat dit het laatste stuk wordt. ‘Af’, de laatste productie, speelt 24 t/m 26 maart in Theater De Vaillant. Zondagmiddag wordt het glas geheven op Spelegast.

Dit artikel is gepubliceerd in Haghespel, jrg. 12, nr. 2, februari 2017.
Meer foto’s in mijn photostream en op de website van Spelegast.

De hartslag van De Appel

De laatste voorstelling van De Appel: Hamlet, een start met David Geysen als eerste op het toneel. Muziek van Carl Beukman op de achtergrond, een hartslag, zo lijkt het. Na David Geysen volgen de andere acteurs van De Appel. Ze beginnen gezamenlijk met de beroemde monoloog “To be or not to be” midden uit het stuk.

Geschiedenis

De Appel

De programmaboekjes

Toneelgroep De Appel is een stukje toneelgeschiedenis na deze serie voorstellingen. De gemeente Den Haag heeft in al zijn wijsheid of gebrek daaraan, besloten de groep geen subsidie meer te geven. Bestaan of niet bestaan, voor De Appel is het de laatste mogelijkheid geworden. Na deze serie komt het theater in Scheveningen leeg te staan. Saillant detail: alle voorstellingen waren uitverkocht, ik zat gistermiddag in een extra ingelaste voorstelling.

Toneelgek

Woon in Den Haag, ga naar de plaatselijke toneelgroepen. Dus naast alle amateurvoorstellingen die ik heb bezocht ben ik ook in de Koninklijke Schouwburg geweest en was ik een trouw bezoeker van De Appel. Bij elke nieuwe voorstelling belde ik een vriendin die net zo toneelgek is als ik en planden we een datum om de nieuwe voorstelling te bezoeken. We waren allebei Appelvriendin. Tantalus, Herakles, Odysseus, we zijn er geweest. Dan kwam je ook wel eens bij een voorstelling die tegenviel. Over Don Quichote hebben we het nog steeds, maar helaas niet omdat we die zo goed vonden.

Terug naar die hartslag

Ik zat er gistermiddag en het viel me meteen op. De muziek, het was bijna een hartslag. Wat is de hartslag van een toneelgroep? Het gebouw? De regisseur? De acteurs? Kijk naar die tendens in de kunstwereld, dat er alsmaar minder acteurs in vaste dienst zijn. En dat worden er nog minder nu De Appel ophoudt te bestaan. Maar die acteurs maken wel voor een groot deel het beeld van een toneelstuk uit. De regisseur heeft een duidelijke stem, maar zonder acteurs doet hij niets. Die acteurs zijn de hartslag van De Appel en zullen straks de hartslag vormen van een andere groep. David Geysen, acteur en regisseur sloot deze voorstelling in De Appel af: “Ik ben dood, u leeft verder. De rest is stilte.” Voor hem wordt de rest niet stilte. Met muziekvriend Carl Beukman gaat hij verder in Degradé. Acteur Bob Schwarze is al jaren artistiek leider van Theater Branoul en heeft na jarenlang touwtrekken wel subsidie gekregen. Actrices Isabella Chapel en Saskia Mees zetten hun werkzaamheden voort onder de naam Claudine & Claudette. Dramaturg Alain Pringels is bezig een eigen gezelschap op te richten onder de naam Compagnie couRage.

Van De Appel blijven de herinneringen.