Een openbare repetitie bij Theatergroep Spot

Haghespel, het blad voor het Haagse amateurtoneel, waar ik hoofdredacteur van ben, kent een regelmatig terugkerende rubriek, “Een repetitieavond bij…”. Ik ga dan op bezoek bij een amateurtoneelgroep uit Den Haag en/of omstreken. Een mooie gelegenheid om een groep beter te leren kennen en iets te vertellen over het stuk dat ze gaan spelen. Dit bezoek was bij Theatergroep Spot, een groep die al vele musicals heeft gespeeld in het dertigjarig bestaan.

Theatergroep Spot

Theatergroep Spot gaat in september de musical ‘Petticoat’ op de planken van Theater de Regentes brengen. Ze hebben nog twee warme zomermaanden om te repeteren. Deze vrijdagavond mag ik op bezoek bij Spot, ze repeteren met publiek, want het is een openbare repetitie.

De musical

De musical ‘Petticoat’ is speciaal voor musicalster Chantal Janzen geschreven en de blonde zangeres speelde de hoofdrol in deze musical die in de jaren vijftig speelt. De teksten zijn in 2010 geschreven door André Breedland, de muziek is van Hennie Vrienten. Het is een feelgood musical die ik heb gezien en ik heb me er prima bij geamuseerd. Ik heb zelfs deze week huiswerk gedaan en de cd weer eens door het huis laten galmen. Patricia Jagersma, Pattie uit Winschoten gaat haar droom achterna om een échte zangeres te worden en trekt naar de grote stad. Pattie moet met vallen en opstaan ontdekken hoe ze uiteindelijk de tegenwinden kan trotseren. Want het maakt niet uit hoe je je droom waarmaakt, als je maar blijft luisteren naar je eigen hart.

De repetitie

Theatergroep Spot bestaat ruim dertig jaar en heeft een reputatie opgebouwd van gedegen musicals met een enthousiaste bezetting. Musical spelen is populair en dat blijkt ook bij de openbare repetitie. Het publiek wordt enthousiast onthaald door de spelers. Voorzitter Stijn Gijsbers heet het publiek van harte welkom, en vertelt hoe de avond in elkaar zit. We gaan een repetitie meemaken. De gasten mogen meedoen bij de opwarming en daar maken sommigen ook gebruik van. Ik – als toneelspeler – ben gewend aan toneelrepetities, dat betekent dat een regisseur als enige verantwoordelijke op het spel let, bij een musical is het andere koek. Hier bij Spot staat een team voor de groep. Laura Burgmans is regisseur, maar we hebben ook Anne Aerts als zangbegeleider en Tanya van der Kooij als choreograaf. Die drie disciplines komen vervolgens samen in de musical en daar is de regisseur de eindverantwoordelijke.

spot (5)Maar eerst de opwarming. De stemmen moeten opgewarmd worden, en er moeten een paar liedjes geoefend worden, want Laura wil straks met die scènes repeteren. De groep is jong, en daar zie ik een tegenstelling met toneelgroepen, want daar slaat de vergrijzing toe, maar niet bij Spot. De gemiddelde leeftijd zit voor zover ik kan zien dik onder de veertig. Verder zie ik overeenkomsten met toneelgroepen: veel dames en weinig heren, ik tel er zeven deze avond. De groep is overigens niet compleet.

Nog zo’n verschil met toneel, waar een toneelstuk spelers heeft, heeft een musical een ensemble met spelers die verschillende rollen spelen en van alle markten thuis moeten zijn. Dat ensemble wordt veelal als groep geregisseerd. Als er ergens tafels in weinig tijd de vloer op moeten en er weer van afgehaald moeten worden, doet het ensemble dat dus. En dat moet ook gerepeteerd worden, want die tafels moeten wel precies op de streepjes geplaatst worden. En je kan in het ensemble zitten, maar ook af en toe een rol hebben, daarom zie ik voorzitter Stijn met Pattie spelen, maar ook vrolijk in het ensemble rondlopen.

Het is wat Stijn me later vertelt: zang, dans en spel worden apart gerepeteerd, en later geïntegreerd. En dan kan het apart zo goed gaan, met de drie disciplines bij elkaar kan het af en toe nog mooi mis gaan, en dan moet het drie keer achter elkaar gerepeteerd worden.

Het publiek van vanavond ziet dat een repetitie voor een musical veelomvattend is. Want het liedje wat eerst puur op zang wordt gerepeteerd, wordt vervolgens in scène gezet, en dan wordt de dans er ook nog bij betrokken. De choreografie is al eerder gerepeteerd en wordt nu in de scène gezet en dat gaat niet helemaal probleemloos. Er moet bijvoorbeeld met paraplus gedraaid worden en niet iedereen heeft een paraplu bij zich. En dat treintje waar de dames op zo’n zakelijk koffertje moeten zitten? Dat koffertje moet in veel gevallen ook nog gevonden worden. Daar zie je weer een overeenkomst met toneel: musicalspelers krijgen in zo’n geval ook op hun kop. Er moet extra aan de dans geschaafd worden. Volgens de choreograaf is het de eenvoudigste dans van allemaal, maar het moet wel strak gedanst worden en dat gebeurt nog niet.

Ik zie deze avond twee scènes voor mijn ogen beter worden. Zang, dans en spel met enthousiaste jonge mensen op schoenen met hakken, sokken en blote voeten. Vanwege de warmte zie ik veel korte broeken. De actrice die Pattie speelt, heeft een vijftiger-jaren jurk aan met grote bloemen, maar heeft wel haar eigen zwarte lippenstift op. Dat wordt er straks in september allemaal uit gepolijst, maar nu tijdens de repetities mag ze.

Ik wens Spot voor de voorstelling in september veel plezier en succes.

Dit artikel is gepubliceerd in Haghespel, jrg. 12, nr. 5, juli 2017. De foto’s heb ik zelf gemaakt en staan in mijn Flickr photostream.

Een repetitieavond bij Theatergroep Voorburg

Haghespel, het blad voor het Haagse amateurtoneel, waar ik hoofdredacteur van ben, kent een regelmatig terugkerende rubriek, “Een repetitieavond bij…”. Ik ga dan op bezoek bij een amateurtoneelgroep uit Den Haag en/of omstreken. Een mooie gelegenheid om een groep beter te leren kennen en iets te vertellen over het stuk dat ze gaan spelen. Dit bezoek was bij Theatergroep Voorburg. De groep viert het zeventigjarig jubileum en Charles Abbing viert dat hij al zestig jaar bij het amateurtoneel en bij de groep zit.

Theatergroep Voorburg viert dit jaar zijn zeventigjarig jubileum met de voorstelling ‘Ja zuster, nee zuster’ van Annie M.G. Schmidt. Ook wordt het zestigjarig jubileum van Charles Abbing gevierd. Ter ere van beide gebeurtenissen ga ik op bezoek bij de groep.

Theatergroep Voorburg

Theatergroep Voorburg werd in 1947 opgericht als de Amateur Comedie (de AMCO). Het was een katholieke vereniging, en werd opgericht door onder andere kapelaan van Zeil en Herman Flaton. Het was één van de eerste gemengde verenigingen in het land, mannen en vrouwen mochten lid worden. Het was toentertijd een serieuze hobby. Je moest belijdend katholiek zijn om lid te worden en dat bleef zo tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Er werden typisch katholieke stukken gespeeld als bijvoorbeeld ‘De molen van Fatima’. Het was de eerste toneelvereniging in Voorburg. In 1997 werd de naam van de Amateur Comedie veranderd in Theatergroep Voorburg, overigens met instemming van Herman Flaton die toen nog steeds lid was van de groep. Er lag te veel nadruk op het ‘amateur’ in de naam.

Herman Flaton was ook degene die in die beginjaren de groep heeft geregisseerd. In de speellijst prijkt zijn naam vanaf 1948 tot en met 1974 bijna onafgebroken. Andere regisseurs waren onder andere Paul van Gorcum en Gregg Palmer. Tegenwoordig wisselt de regie. Ruud Klootwijk regisseert de groep vaak, onder andere bij deze voorstelling.

Het Forum Theater in de Herenstraat was in de beginjaren het onderkomen voor de voorstellingen. Ook de Dalton Scholengemeenschap werd gebruikt voor voorstellingen. In 1982 werd de ruimte in de Lusthofstraat betrokken. In 2005 moest de groep verhuizen en nam men het huidige onderkomen aan het Burgemeester Feithplein in Voorburg in gebruik. Dat werd het AMCO-theater, een duidelijke verwijzing naar de oude groepsnaam. Daar zit de groep nu nog steeds, het theater is recentelijk verbouwd en heeft onder andere prachtige nieuwe stoelen gekregen die ik al heb uitgeprobeerd. Ze zitten prima.

Er worden drie tot vier producties per jaar gespeeld. De groep telt 28 leden, waarvan de jongste 20 is en de oudste (Paul Abbing) 85. De man-vrouwverdeling is fiftyfifty, dat is bij andere groepen wel anders. De verdeling over leeftijdsgroep is aardig gelijkmatig. Ik spreek vanavond met voorzitter Raymond Roodbol die op zijn twaalfde al techniek deed bij een voorstelling en op zijn achttiende lid is geworden. Paul Abbing is overigens de broer van jubilaris Charles Abbing en is zelf ook al 56 jaar lid van de vereniging. Hij heeft regelmatig de groep geregisseerd. En hij doet in de komende voorstellingsperiode mee aan alle voorstellingen van ‘Ja zuster, nee zuster’ in het ensemble.

Op projectbasis worden ook jeugdvoorstellingen gemaakt. In 2006 was de eerste ´Hilletje Jans´ en in 2015 de laatste ´Buutvrij´. Het is de bedoeling dat er weer jeugdvoorstellingen worden gespeeld.

Charles Abbing

Charles Abbing van Theatergroep Voorburg

De toen zeventienjarige Charles Abbing werd in 1953 aspirant lid van de Vereniging en mocht in 1954 lid worden. Een eenvoudig rekensommetje leert dat hij inderdaad al 63 jaar lid is van de vereniging, maar het zestigjarig jubileum wordt nu gevierd.

De 81 jarige jubilaris heeft in zijn carrière ruim 100 rollen gespeeld en weet zijn eerste tekst nog: “Taxi, hier besteld”. Dat was in ‘Een baby van 1000 weken’, een stuk van Hans Hesna. Ik stel hem ook een vraag op welke rol hij het meest trots is, maar met ruim 100 rollen achter de rug weet hij dat niet goed te benoemen. ‘Met blote voeten in het park’ vond hij een hoogtepunt, maar ook zijn veertigjarig jubileum was prachtig. Dat was ‘De vrek’ onder regie van George van Woerden. In dat stuk heeft hij vier verschillende rollen gespeeld. Hij heeft altijd gespeeld en één maal geregisseerd, dat was bij ´Pinokkio´ in 1985. Hij is nog steeds actief in de vereniging en speelt regelmatig een rol, dan wordt er wel rekening gehouden met zijn leeftijd en de hoeveelheid tekst.

De repetitieavond

Charles speelt in dit jubileumstuk de rol van opa. Het is zijn stukkeuze geweest. In ‘Ja zuster, nee zuster’ kan de hele groep meedoen. Naast de bekende rollen is er ook het ensemble waar de rest van de groep een rol in heeft. Tijdens de verbouwing heeft de groep meer ruimtes gekregen voor repetities, maar die ruimtes kunnen ook bij het speelvlak worden getrokken en dat is nu gedaan. Daarmee is ruimte gemaakt voor een straat en een huiskamer naast elkaar.

Iedereen is vanavond aanwezig en repeteert, daarmee de spelvloer behoorlijk vol makend. Maar er wordt mij verteld dat bij elke voorstelling een groep van acht mensen in het ensemble zit. Het is een doorloop vanavond en daar mag van regisseur Ruud Klootwijk best wat vaart in zitten, meer vaart dan nodig is. De techniek wordt ook uitgetest en dat gaat af en toe wat mis. De versterkers overstemmen de zangers wat niet helemaal de bedoeling is. Ruud loopt heen en weer tijdens de repetitie en dirigeert om de zang goed te houden. De doorloop gaat behoorlijk goed, af en toe hoor ik de souffleur maar niet veel. Ik amuseer me wel en moet me bedwingen om niet mee te gaan zingen met de overbekende liedjes. Vanaf 12 mei wordt er negen keer gespeeld in het AMCO-Theater. In de pauze neem ik afscheid en wens ze toitoitoi, maar het gaat wel goed komen met die voorstellingen.

Dit artikel is gepubliceerd in Haghespel, jrg. 12, nr. 3, april/mei 2017. De foto’s, bewogen en wel, heb ik zelf gemaakt en staan in mijn Flickr photostream.

Vijfentwintig jaar amateurtoneel: jubileum

Vijfentwintig jaar geleden ging ik in op de uitnodiging van een vriendin. Ze wist dat ik graag toneel keek en dacht dat regie-assistente bij haar toneelvereniging wel wat voor mij zou zijn. Dat klopte wel en nu ben ik al jaren lid van Inter Nos, ben regie-assistente geweest en heb veel rollen gespeeld. Dit ‘interview’, een serie vragen die ik zelf mocht invullen, heeft in het maartnummer van Haghespel gestaan.

Wie is Ali Molenaar

Import-Haagse, maar inmiddels woon ik al langer in Den Haag dan ik in mijn geboorteplaats Barendrecht heb gewoond. In het werkend leven ben ik informatiespecialist bij Fugro, een groot internationaal bedrijf dat zich specialiseert in onshore en offshore grondonderzoek.

Hoe ben je met theater in aanraking gekomen?

Op de middelbare school ging ik wel eens naar toneel. Ik vond het leuk om te kijken, maar de kriebel om zelf te spelen was er nog niet. Toen ik op mijn 25ste naar Den Haag verhuisde voor mijn werk raakte ik bevriend met Monica Resowidjojo die toen voorzitter was van Inter Nos. Ik ging natuurlijk kijken bij de voorstellingen. Op een gegeven moment vroeg ze of ik niet regieassistente wilde worden, dat vond ze wel wat voor me. Dat regelen lag me inderdaad wel en ik heb met veel plezier een paar voorstellingen regie-assistentie gedaan en heb ook gesouffleerd.

Wat heeft jou tot zelf spelen aangezet?

Zien spelen doet spelen en daar was wel ruimte voor bij Inter Nos. Ik wilde het een keer proberen om te zien of het iets voor mij was, of dat ik het bij regie-assistentie zou moeten houden. Ik vond het enorm spannend, maar ook ontzettend leuk.

Wat was je eerste rol en hoe beviel die?

Mevrouw Toothe in Alles voor de tuin van Edward Albee. “Dat lijkt me wel een leuke rol”, zei ik toen. Een wel wat makkelijke motivatie voor een meer dan pittige rol. Voor de niet-kenners: mevrouw Toothe was een hoerenmadam. Achteraf gezien had ik als eerste rol misschien beter een kleinere rol kunnen kiezen, maar ik heb er wel de smaak van te pakken gekregen.

Hoe is het verloop van jouw theaterloopbaan tot nu toe geweest?

Ik ben in 1992 bij Inter Nos begonnen, ben daar ook secretaris geweest en ben in 2003 met een aantal vrienden een eigen groep begonnen, Theatergroep Ei. Daar heb ik mijn eerste en enige regie gedaan van Bedden van Dimitri Frenkel Frank. Ei is in 2008 gestopt. We konden met de vier overgebleven leden geen producties meer maken. Toen heb ik een tijdje bij TVO gezeten, maar die vereniging stopte ook. SCAT Cameleon vroeg me voor een gastrol en daar ben ik toen ook weer een paar jaar blijven hangen. Na Cameleon ben ik weer bij Inter Nos terecht gekomen. De voorzitter van Inter Nos, Herman Poelsma, is ook mijn bowlmaatje en hij vroeg me in 2013 voor een gastrol bij Inter Nos. Tijdens die productie – De aangekondigde moord van Agatha Christie – heb ik zo’n lol gehad dat ik weer lid ben geworden. En nu vier ik dus mijn vijfentwintigjarig toneeljubileum.
Verder ben ik in 2000 door Bert van Zeeland bij Haghespel gehaald. Ik ben begonnen als eindredacteur a.i. en ben nu al jaren hoofdredacteur. Veel regelen, kopij verzamelen en schrijven, tegenwoordig wel voornamelijk verslagen van repetitie-avonden en impressies van bijvoorbeeld het Dialogenfestival.

Welke rol was je het meest dierbaar en welke het minst?

Een nogal ingrijpend ongeluk, foto Henk van der MeerHet meest dierbaar was Mathilde in Een nogal ingrijpend ongeluk van Peter Aten. Dat was bij SCAT Cameleon. Prachtig stuk, geweldige regie van Manon Barthels, geweldige medespelers. Ik speelde dat stuk samen met Lies Oldenhof en Lia van Alenburg.
Het minst dierbaar: geen idee, ik heb met ieder stuk waarin ik heb gespeeld wel goede herinneringen.

Welke rol staat nog op je verlanglijstje?

Geen specifieke rol, maar ik zou best wel eens in een stuk van Shakespeare willen spelen. En Koppen dicht (Noises off) van Michael Frayn. Geweldig stuk waar ik een hilarische verfilming van heb gezien met onder andere Michael Caine en Carol Burnett. Ik zou het best graag willen spelen, maar technisch is het enorm lastig om uit te voeren met die twee totaal verschillende decors. Haag heeft het een keer gedaan, en zeker niet onverdienstelijk.

Wat was je grootste blunder op het toneel?

Echte blunders heb ik gelukkig niet gemaakt, maar ik kan me wel een stuk herinneren waarin ik een smetzieke dame moest spelen. Ik legde overal tissues op stoelen voordat ik ging zitten. Ik ben blij dat ik pas veel later te horen kreeg dat die tissues aan mijn jas bleven plakken als ik weer ging staan.

Hoe bereid jij een rol voor?

Lezen, veel lezen. Het verband ontdekken met de andere rollen. Kijken wat de achtergrond is, met wie heeft het personage een band, wat is de sociale achtergrond. Ik heb wel eens een regisseur gehad die ook wilde weten wat de lievelingskleur was van het personage. Zo ver ga ik niet meer. Verder: veel spelen, met elkaar praten hoe de rol in elkaar steekt. En proberen de tekst zo snel mogelijk in mijn hoofd te krijgen, maar tekst uit mijn hoofd leren is niet mijn sterkste punt. Voordat ik het kan dromen ben ik wel even bezig.

Hoe zie jij de toekomst van het verenigingsleven/amateurtoneel?

De bomen met geld reiken niet meer tot in de hemel zoals 25 jaar geleden, maar het is zeker niet hopeloos. Ik zie nog voldoende nieuwe initiatieven en nieuwe groepen ontstaan. Er is zelfs een theatertje bijgekomen. Nee, ik blijf enthousiast over het Haagse amateurtheater. Er is minder geld beschikbaar, maar het is zeker niet zo dat de creativiteit daardoor minder is geworden. Dat lijkt wel juist meer geworden. Iedereen gaat er met volle passie in. Het is wel zo dat je tegenwoordig er hard aan moet trekken om volle zalen te krijgen. Niet alleen omdat er nog steeds veel keuze is aan voorstellingen, maar ook omdat alle voorstellingen geconcentreerd zitten in een paar maanden. Dat was overigens 25 jaar geleden ook al de grootste klacht.

Welk genre theater vind je het meest interessant, en welk genre het minst?

De anti-acteershow, foto: Joost Hubeek

Ik vind alles wel leuk, maar ben niet gek op Russische schrijvers. Op de een of andere manier vallen die stukken me nooit mee. Ik ben gek op musicals, misschien wel omdat ik zelf moeite moet doen om een toon recht mijn mond uit te krijgen. Ik heb Aïda zeven keer gezien. Les Miserables is mijn lievelingsmusical, die heb ik geloof ik drie keer gezien en ik heb ook de filmversie. Naar Soldaat van Oranje ben ik ook al twee keer geweest. Ik ben zelfs zo gek dat ik van veel musicals de Broadway-versie en de Nederlandse versie op cd heb. Met Inter Nos hebben we De Anti-Acteer Show van Michael Green gedaan, daarin kwam ook een stukje opera voor. Ik mocht tot mijn grote vreugde ook zingen.

Heb je een lievelingstoneelschrijver?

Ik ben erg blij dat we bij Inter Nos nu Gebroken ijs van Haye van der Heijden spelen, want dat is toch wel een lievelingsschrijver van me.

Wat zijn je toekomstplannen?

Toneel is leuk. Ik wil blijven spelen en blijven schrijven, niet alleen voor Haghespel, maar ook op mijn eigen site.

Een repetitieavond bij Spelegast

Haghespel, het blad voor het Haagse amateurtoneel, waar ik hoofdredacteur van ben, kent een regelmatig terugkerende rubriek, “Een repetitieavond bij…”. Ik ga dan op bezoek bij een amateurtoneelgroep uit Den Haag en/of omstreken. Een mooie gelegenheid om een groep beter te leren kennen en iets te vertellen over het stuk dat ze gaan spelen. Voor Spelegast was dit een speciale gelegenheid. Dit is het laatste stuk dat ze spelen. Hierna houdt de groep op te bestaan. Het eind van een geschiedenis van bijna veertig jaar.

Op maandagavond ga ik op bezoek bij Spelegast. Het is een bijzondere avond omdat dit de Grande Finale wordt van Spelegast. Dit was een moeilijke beslissing, maar onhoudbaar. De vaste kern van Spelegast bestaat tegenwoordig uit twee mensen, Nel van Someren en Pierre Magnée. Ze hebben om assistentie gevraagd aan de oud-leden en hebben nu een groep bijeengekregen om ‘Af’ van John Chapman te spelen, onder regie van Marian Pankow. Mieke Pauwels, Wim Gerrits, Eveline Coster, Ronald Tellekamp, Hans-Peter Ligthart, Hans de Graaf, Ingrid van de Sande en Nel spelen. Pierre organiseert. Veel van deze mensen spelen nog, maar bij andere groepen. Ingrid en Wim spelen eigenlijk niet meer, maar zijn teruggekomen bij Spelegast voor deze laatste productie.

De repetitie

Voor de repetitie wordt er koffie en thee gedronken en wisselen de spelers trucjes uit voor tekst leren. Ik spits mijn oren, want dat is ook niet mijn sterkste punt. Iedereen heeft zijn eigen manier, blijkt wel weer. Het tweede bedrijf is vanavond aan de beurt en dat wordt de eerste keer dat zonder boekje wordt gespeeld. Dat betekent dat de stem van souffleuse Yvonne Prins-van den Bemt vaak te horen is. Vanwege tekstmissers mag er een paar keer opnieuw worden begonnen, maar dan loopt het beter. Marian vindt dat het goed gaat, maar er moet nog wel een tandje bij. Voor haar zou het in dit stadium finetunen moeten zijn, maar daar gaat het nog te vaak voor mis.

Af van John Chapman

‘Af’ van John Chapman is een stuk in een stuk. Als je zoals ik bij het tweede bedrijf begint, dan is het wel wat lastig dat te doorgronden. Ik mis de introductie nog. In dit stuk lopen werkelijk leven en een toneelstuk door elkaar. De spelers spelen zichzelf, maar ook in een toneelstuk. De titel is overigens veranderd. De oorspronkelijke Engelse titel ‘Will you leave the stage?’ is vrij vertaald naar ‘Af’, een titel die je op meerdere manieren kan opvatten. De spelers discussiëren ook nog over de namen, moeten ze elkaar aanspreken met de toneel- in toneelnamen, of de toneelnamen, of de eigen namen. Die laatste mogelijkheid wordt vrij snel afgeschoten, niemand ziet dat zitten.

Geschiedenis

Na de pauze ga ik met Nel en Pierre apart zitten, want een stukje geschiedenis van een groep die bijna veertig jaar bestaat mag er ook bij.
Spelegast werd opgericht op 3 maart 1978 in Den Haag. De oprichters Ed Venekamp, Wies Pols, Fred Kreiss, Jaap Koning en Ard IJssel de Schepper speelden gezamenlijk bij een andere groep en besloten een eigen groep op te richten. Nel zit er vanaf 1982 bij, Pierre vanaf de oprichting. Nel is nu voorzitter, eerdere voorzitters waren onder andere Jaap Boersma, Henk Postma, Jaap de Die en Kees Klop.
Het eerste stuk was ‘Onder het melkwoud’ van Dylan Thomas. De groep heeft onder andere gespeeld in de theaterzaal van het Congresgebouw, later ook in Diligentia, de Koninklijke Schouwburg, de Rijswijkse Schouwburg, het voormalige Waag theater, Korzo, het Spuitheater en natuurlijk in het voormalige Theater De Poort aan de Paviljoensgracht. Het 25-jarig toneeljubileum is gevierd in theater Merlijn.
2017-02-06 23.26.15In de gouden tijd hebben ze vaak hun nek uitgestoken. Vaak werden er nieuwe stukken gespeeld met onbekende nieuwe regisseurs. In vroege tijden was het relatief eenvoudig om extra fondsen te krijgen voor een productie. De groep speelde gemiddeld twee maal per jaar, met een regisseur uit het professionele of het amateur-circuit. Juist voor de afwisseling is het leuk, een andere regisseur werkt anders, kiest anders en je kan er iets anders van leren. De keuze van het stuk werd bepaald door de leescommissie, maar was vaak ook een keuze van de regisseur. Stukken die gespeeld zijn: ‘Tosca’ (25-jarig jubileum van Noep van den Bemt), ‘De Spaanse Hoer’ (40-jarig jubileum Noep van den Bemt) en ‘Ons kent ons’, waarmee ze naar het theaterfestival in Elsloo zijn geweest. Bij het noemen van de namen en stukken doe je snel mensen te kort omdat er in bijna veertig jaar heel veel regisseurs zijn geweest en ongeveer zeventig stukken zijn gespeeld. Er is een speellijst op de website van Spelegast te vinden.

Het einde

Spelegast is heel lang een bloeiende vereniging geweest, maar het werd heel lastig om jonge mensen binnen de groep te houden. Ook waren er relatief veel ouderen, en dat is helaas een bekend probleem bij verenigingen. Toen de penningmeester vertrok hebben Nel en Pierre de kwestie aan de overige leden voorgelegd. Niemand wilde in het bestuur. Vervolgens is er eerst over fusie met andere verenigingen gesproken maar daar is niets uitgekomen. Uiteindelijk is in onderling overleg besloten nog één keer een stuk te spelen onder regie van Marian Pankow. Ze zijn blij dat zoveel oud-leden mee wilden spelen.
Spelegast heeft van veel leden afscheid moeten nemen. Onder andere Noep van den Bemt, Dorine Levert, Kitty Ivens, die altijd zorg heeft gedragen voor de kleding, en Peter Blumenthal. Mensen met wie ze prachtige producties hebben gemaakt. De groep heeft altijd veel vaste bezoekers gehad en veel donateurs en daar zijn ze dankbaar voor.

Het is wel verdrietig om te bedenken dat dit het laatste stuk wordt. ‘Af’, de laatste productie, speelt 24 t/m 26 maart in Theater De Vaillant. Zondagmiddag wordt het glas geheven op Spelegast.

Dit artikel is gepubliceerd in Haghespel, jrg. 12, nr. 2, februari 2017.
Meer foto’s in mijn photostream en op de website van Spelegast.

De hartslag van De Appel

De laatste voorstelling van De Appel: Hamlet, een start met David Geysen als eerste op het toneel. Muziek van Carl Beukman op de achtergrond, een hartslag, zo lijkt het. Na David Geysen volgen de andere acteurs van De Appel. Ze beginnen gezamenlijk met de beroemde monoloog “To be or not to be” midden uit het stuk.

Geschiedenis

De Appel

De programmaboekjes

Toneelgroep De Appel is een stukje toneelgeschiedenis na deze serie voorstellingen. De gemeente Den Haag heeft in al zijn wijsheid of gebrek daaraan, besloten de groep geen subsidie meer te geven. Bestaan of niet bestaan, voor De Appel is het de laatste mogelijkheid geworden. Na deze serie komt het theater in Scheveningen leeg te staan. Saillant detail: alle voorstellingen waren uitverkocht, ik zat gistermiddag in een extra ingelaste voorstelling.

Toneelgek

Woon in Den Haag, ga naar de plaatselijke toneelgroepen. Dus naast alle amateurvoorstellingen die ik heb bezocht ben ik ook in de Koninklijke Schouwburg geweest en was ik een trouw bezoeker van De Appel. Bij elke nieuwe voorstelling belde ik een vriendin die net zo toneelgek is als ik en planden we een datum om de nieuwe voorstelling te bezoeken. We waren allebei Appelvriendin. Tantalus, Herakles, Odysseus, we zijn er geweest. Dan kwam je ook wel eens bij een voorstelling die tegenviel. Over Don Quichote hebben we het nog steeds, maar helaas niet omdat we die zo goed vonden.

Terug naar die hartslag

Ik zat er gistermiddag en het viel me meteen op. De muziek, het was bijna een hartslag. Wat is de hartslag van een toneelgroep? Het gebouw? De regisseur? De acteurs? Kijk naar die tendens in de kunstwereld, dat er alsmaar minder acteurs in vaste dienst zijn. En dat worden er nog minder nu De Appel ophoudt te bestaan. Maar die acteurs maken wel voor een groot deel het beeld van een toneelstuk uit. De regisseur heeft een duidelijke stem, maar zonder acteurs doet hij niets. Die acteurs zijn de hartslag van De Appel en zullen straks de hartslag vormen van een andere groep. David Geysen, acteur en regisseur sloot deze voorstelling in De Appel af: “Ik ben dood, u leeft verder. De rest is stilte.” Voor hem wordt de rest niet stilte. Met muziekvriend Carl Beukman gaat hij verder in Degradé. Acteur Bob Schwarze is al jaren artistiek leider van Theater Branoul en heeft na jarenlang touwtrekken wel subsidie gekregen. Actrices Isabella Chapel en Saskia Mees zetten hun werkzaamheden voort onder de naam Claudine & Claudette. Dramaturg Alain Pringels is bezig een eigen gezelschap op te richten onder de naam Compagnie couRage.

Van De Appel blijven de herinneringen.

Controle: #WOT deel 12

Een paar weken geleden fietste ik naar mijn werk, het was een mooie ochtend en het fietstochtje was heerlijk. Op mijn werk, toen ik mijn kast wilde openen, ontdekte ik dat ik hoogstwaarschijnlijk mijn sleutels in mijn schuurdeur had laten zitten. Nou is het pad bij de schuur afgesloten, maar dan nog, de sleutels van mijn huis, van mijn schuur en van die kast op het werk zaten aan de bos. Het zorgde voor lichte paniek. Ik heb mijn buren opgebeld die gingen kijken en de sleutels terugvonden. Ik had de controle weer terug. Sindsdien ben ik een beetje neurotisch over die sleutels. Ik ben in staat om terug te lopen om te checken of ik mijn voordeur op slot heb gedaan. Voor ik het hek van het pad achter me sluit, kijk ik of mijn sleutels in mijn tas zitten. Dan nog wil ik 500 meter verder stoppen om te kijken of die sleutels er zijn.

sleutelsControle = 1) Beheer 2) Beheersing 3) Bescherming 4) Bewaking 5) Bewind 6) Bestuur 7) Check 8) Deel van fabricage 9) Echtheidsonderzoek 10) Herexamen 11) Hoede 12) Inspektie 13) Inspectie 14) Kaartcontrole 15) Keuring 16) Nagaan 17) Nazicht 18) Op zicht 19) Onderhoudsmiddel (crypt.) 20) Surveillance 21) Schouwing 22) Schouw 23) Toetsing 24) Toezicht.

Ook in mijn hobby wil ik graag in de hand hebben wat ik doe en wat anderen doen. Ik ben al jaren hoofdredacteur van een amateurtoneelblad voor Den Haag en omstreken, Haghespel en in die functie verzamel ik alle kopij en zorg ervoor dat die bij een andere redacteur komt die het geheel corrigeert. We hebben een deadline, een verschijningsdatum, compleet onder controle zou je denken.
Laat me niet lachen. Redacteuren leveren hun kopij na de deadline in, of beloven zelfs op de vergadering – een week voor verschijnen – echt zo snel mogelijk hun stukken in te leveren. Ook kunnen ze rustig vergeten die kopij in te leveren, zodat je er weer achteraan kan. Ik ben – met tegenzin – er zen over geworden.

Toch vind ik mezelf geen controlfreak. Bij andere zaken laat ik gewoon de boel, de boel en laat ik mensen fijn in hun sop gaar koken. Als ze het anders willen? Be my guest. Ik heb het moeten leren, maar ik kan dingen loslaten.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Uitgebreide hobby*

Maandag na een drukke week, vrije dag en natuurlijk snipverkouden. Natuurlijk omdat ik de afgelopen week met mijn geliefde hobby heb doorgebracht, namelijk toneel. Van de twaalf die op het toneel rondliepen waren er vier verkouden, was er één net verkouden geweest (moi) en liep de rest behoorlijk kans verkouden te worden.
Toneel is een tijdrovende hobby, je kan er de hele week mee bezig zijn. Naast repetities moet er ook aan het decor gewerkt worden, moeten er kostuums geregeld/gemaakt worden en mag er ook wat aan de PR gedaan worden. Bij een amateurtoneelgroep komt dat allemaal op de schouders van de leden van de vereniging. Ook bij mijn toneelgroep Inter Nos, waar ik met een onderbreking al 23 jaar lid van ben. Afgelopen weekend hebben we onze jaarlijkse voorstelling gehad, een speciaal stuk voor het zestigjarig jubileum van de groep. We speelden ‘De anti-acteer show’ van Michael Green. Vier aparte scènes van ongeveer twintig minuten elk, een thriller, een opera, een stukje volkstoneel en een Shakespeare. Vanaf december aan gewerkt en nu in drie dagen achter de rug. We zijn allemaal aan het afkicken. En dat mag niet te lang duren, want in het voorjaar willen we weer een voorstelling op de planken brengen.

Voordat we zo ver waren, moest er eerst veel decor gebouwd worden, werd een complete naaiploeg opgetrommeld en zaten we met zijn vijven om de tafel om te kijken hoe we de PR gingen doen. Oh, en repeteren hebben we ook gedaan. Elke woensdag en ook enkele zondagen in de repetitieruimte in het wijkcentrum, waar we ook hebben gespeeld.

gebreide sjaalRekwisieten moesten er ook komen. De regisseur vroeg me ergens in december of ik kon breien, hetgeen een wat merkwaardige vraag is in een toneelvereniging, maar het kwam wel ergens vandaan. Hij wilde namelijk dat ik in mijn glansrol als kamenierster in de opera niet alleen zou zingen, maar ook zou breien. Ik vroeg hem toen wat ik dan moest breien. Ja, dat gaf niet, het moest lang zijn en het gaf niet als het lelijk was. Ik ben gaan breien, heb aan iedereen wol gevraagd en kreeg die ook in alle kleuren en soorten. Grote stappen snel thuis, dus met naalden nr. 7 en wol voor naalden nr. 4 schoot het aardig op. Na een paar weken deed het geheel – toen al zo’n 60 cm – pijn aan ieders ogen. Dit weekend tijdens de voorstelling heb ik ook gebreid, en dat heeft voor wat gaten gezorgd, want hier en daar heb ik wel een steekje laten vallen, gelukkig niet in mijn tekst.

De grootste vraag wordt wel wat ik er nu mee ga doen. Het is lang, zie de foto: twee en een halve meter breisel. Lang genoeg voor een sjaal, maar heel eerlijk, ook gewoon lelijk. Dat wordt een leuke advertentie bij Marktplaats: in de aanbieding, breisel van ongeveer twee en een halve meter, maar drie keer gebruikt tijdens een toneelvoorsteling. Voor alle doelen bruikbaar, sjaal, wikkelbaar vest of deken voor een heel smal persoon.
*ja, ik heb er al eerder over geschreven in het kader van de wekelijkse WOT 

#WOT deel 37: hobby

Een bijzonder leuke #WOT deze week, namelijk hobby. En net als @drspee zit ik met: waar moet ik beginnen?
Ik lees graag, schrijf, doe aan sport. Mijn werk als informatiespecialist is ook mijn hobby. Ik ben gek op musicals en doe niets liever dan ernaar luisteren en ze bezoeken. Ik ben zeven keer bij Aïda geweest.

Maar de hobby met de meeste impact is wel toneel. In 1992 vroeg een vriendin me of ik misschien regieassistente wilde worden bij haar toneelvereniging.
Dat wilde ik wel. Het duurde niet zo lang of ik ging ook spelen. Mijn eerste rol? Een hoerenmadam in ‘Alles voor de tuin’ van Alan Ayckbourn. Sindsdien heb ik van alles gespeeld, dienstmeisjes, secretaresses en excentrieke oude dames (die leeftijd heb ik nu).
Toneel is een veel tijd eisende hobby, want je bent niet alleen bezig op die ene repetitieavond in de week, maar ook op andere avonden, die tekst moet bijvoorbeeld in je hoofd gestampt worden. Verder moet er decor gebouwd worden, moeten de rekwisieten geregeld worden – mijn halve huisraad is al eens op toneel geweest – en zijn er nog veel meer dingen die moeten gebeuren. De voorstellingsweek is helemaal leuk, want dan kan je net zo goed een kampeerbedje neerzetten in het theater. Vanaf maandagavond repeteren in de zaal, donderdagavond bij sommige groepen al première, zondagmiddag de laatste voorstelling, zondagavond uit eten met zijn allen, en maandagochtend met zijn allen bij het grof vuil, want dan heb ik het echt wel gehad.
anti-acteershowEn toch… is het leuk, is het repeteren fijn, is zelfs het leren fijn en genieten we van het resultaat. Ons publiek wordt blij van ons.

Het Haagse amateurtoneel was vroeger zo gelukkig dat het een eigen zaal had, maar die is jaren geleden al gesloten en de groepen zijn verspreid over de stad.
Mijn eigen groep Inter Nos repeteert en speelt in een buurthuis en voor ons is het ook bijna zover. En dit is dus het moment dat ik mijn eigen voorstelling schaamteloos ga pluggen. Voor iedereen die 9, 10 of 11 oktober a.s. in de buurt van Den Haag is, we spelen ‘De anti-acteer show’ van Michael Green. En degenen die me niet kennen zijn gewaarschuwd: ik ga zingen.

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen.
Het woord van deze week: http://www.drspee.nl/wot-deel-37-hobby/

Geschiedenis van het Haagse amateurtoneel

Wat een verhaal op een blog al niet te weeg kan brengen. Op 18 augustus 2009 schreef ik een artikel over de Haagse Canon en de toneelcompetitie op mijn blog dat ook in het augustusnummer van Haghespel werd gepubliceerd. Dat artikel werd in 2013 gelezen door Frans van Rooij, die voor het Haags Gemeentearchief een website beheert over Haagse ontspannings-, sport- en muziekverenigingen. Hierin wordt geprobeerd de geschiedenis van de verenigingen te geven, een overzicht van documentatiemateriaal en zo veel mogelijk fotomateriaal te tonen.
Er zijn zo’n 450 Haagse amateurtoneelverenigingen geïdentificeerd, maar slechts van zes verenigingen heeft het archief ook groepsfoto’s in de collecties: Campanula, Eendracht en Vriendschap, Haags Jeugdtheater, Ons Doel, St Agnes en Visie. Van de laatste groep vrij veel.
En daar komt natuurlijk de grote vraag. Het Gemeentearchief wil graag weten of er fotocollecties bestaan met betrekking tot de Haagse toneelverenigingen en of verenigingen bereid zouden (scans van) fotomateriaal aan het Gemeentearchief beschikbaar te stellen.

Op de website www.haagseverenigingen.nl is te zien welke verenigingen allemaal in het archief zitten. Filter hier op categorie ‘toneel’ en er komen 447 resultaten tevoorschijn van Haagse toneelverenigingen.
Ook op Facebook is het Gemeentearchief actief.

Bijdragen voor de website kunnen opgestuurd worden naar Haags Gemeentearchief, Antwoordnummer 1011, 2506 WB Den Haag
Goede scans van de foto’s (tenminste 300 dpi) kunnen naar E‑mailadres: haagseverenigingen@denhaag.nl gestuurd worden.
Voor nadere inlichtingen kunt u bellen met Frans van Rooijen, 070-3537019 of 3537013

Over stoelen en luchtkokers in de Koninklijke Schouwburg

‘Levenslang theater’ van David Mamet
Gezien dinsdag 17 september in de Koninklijke Schouwburg

De hele zomer heb ik de Koninklijke Schouwburg op twitter gevolgd, normaal is een theater in de zomer erg rustig met twitter, niet deze zomer. De KS was aan een opknapbeurt toe en tweette daar druk over met bijbehorende foto’s. De stoelen zijn vervangen waarbij de zichtlijnen werden geoptimaliseerd, de oorspronkelijke plafondverlichting is in ere hersteld en de vloerbedekking is vernieuwd. Een foto van die vernieuwing liet mij tweeten wat de man in de foto eigenlijk aan het doen was. De KS antwoordde dat de man gaten in de vloerbedekking aan het snijden was voor de luchtkokers. Verder dacht ik er niet meer over na tot ik een Direct Message (DM) kreeg, of ik even wilde mailen als ik de vernieuwde zaal wilde zien. Het resultaat: twee vrijkaarten voor een try-out van ‘Levenslang theater’ met Eric en Beau Schneider, een voorstelling die ik toch al wilde zien, benieuwd als ik was naar de interactie tussen vader en zoon.

Gisteravond was het zover: stoelen: check. Vloerbedekking: check. Zichtlijnen: check. Plafondverlichting: check. Vader en zoon Schneider: check.
Het verhaal: een oude en een jonge acteur gunnen het publiek een blik achter de schermen van het theater. Ze praten in hun kleedkamer over de voorstelling, over andere acteurs en over elkaar. Typische acteursgesprekken vol humor, jaloezie, ijdelheid en twijfel, waarin Beau de jonge, niet zo zelfverzekerde acteur speelt en Eric de oudere ervaren acteur. Een stuk waar zeker Eric even in moest komen, maar een 78-jarige acteur mag van mij af en toe even twijfelen aan zijn tekst. De rest van het stuk boeide mij, je zag het groeiproces bij de jonge acteur en het minder worden en bijna over de top heen gaan van de oude acteur. De nieuwe stoelen en de vloerbedekking waren al snel vergeten. Zoon Beau Schneider speelde goed, zijn zelfverzekerdheid groeide, niet alleen in zijn rol, maar ook in zijn spel. Hij is vooral bekend van ‘Goede tijden, slechte tijden’ dat ik nooit zie, dus ik was niet besmet met het GTST-virus. Een deel van het publiek duidelijk wel, dat waren heel jonge mensen die deels voor het eerst in het theater kwamen.

De conversatie van de twee ongeveer twintigjarige Beau-fans achter ons was onvergetelijk: “Is dit nou hét theater?” “Nee, dit is een theater, de Koninklijke Schouwburg.” “Wat is dan hét theater?” “Misschien het Circustheater. Daar gaan de meeste mensen heen.”
Ach, als ze door GTST naar een theater gaan, is dat alleen maar goed.