Thuiswerken 101

Maart 2020, iets wat we niet vaak meemaken gebeurt: een pandemie, het Coronavirus gaat door het land en zorgt voor een heel rustig Nederland. Iedereen wordt gevraagd thuis te werken als het maar enigszins mogelijk is. Bij mijn werk wordt snel gereageerd. De minister-president heeft op 12 maart nauwelijks zijn persconferentie beëindigd of het personeel van Fugro krijgt een mailtje. Iedereen mag thuiswerken. Bij mij heeft dat nog wat complicaties, want ik heb echt mijn laptop nodig en nog wat dingen die natuurlijk nog op het werk liggen. Ik werk namelijk nooit thuis.

Thuiswerken

Maandag moet ik eerst naar het kantoor om mijn laptop op te halen en te informeren wat ik nodig heb om thuis te werken. Pulse moet bijgewerkt worden en ik pak wat dingen in. Thuis heb ik de eettafel al leeg geruimd en richt ik mijn impro bureau in. De online verbinding wil even niet, maar het duurt niet lang en ik kan aan het werk. Mijn manager informeert even via de mail of ik thuis kan werken – ja – en ik kan de rest van de mail bekijken. Wijselijk houd ik het werk even op de laptop en de leuke dingen, Twitter, Facebook en eigen mail op mijn desktop. De eerste dag en een pijnlijke rug later besluit ik mijn bureaustoel bij de laptop te zetten. Mijn eetkamerstoelen zijn niet gebouwd op langdurig werken.
Het plan is eigenlijk elke dag vroeg te beginnen met yoga en dan om 8 uur achter mijn laptop te zitten, maar de eerste dag lukt dat al niet. Ietsje later dan de bedoeling zit ik achter mijn laptop de mail weg te werken. Zo’n eerste dag valt het mee. De tweede dag komt de uitdaging. Dan zit ik pas rond elf uur achter de laptop omdat ik eerst de enig overblijvende afspraak van deze week had. Met de mondhygiëniste.

20200320s_bureau
Mijn thuisbureau

Problemen

De tweede dag krijg ik de neiging mijn laptop het raam uit te gooien. Langzame mail, langzame netwerkverbindingen. Ik geef het op en ga wat anders doen. Een kantoor met een goede netwerkverbinding is een zegen.
Nog zoiets, normaal klets ik nog wel eens met collega’s en dat gaat niet, of ik moet via Skype gaan kletsen. Op kantoor loop ik heen en weer tussen mijn bureau en de pantry om mijn glas te vullen met koffie, thee, of water. Thuis vergeet ik het en denk ik einde van de dag, oh ja, nog even wat drinken.

Wat komt er allemaal bij?

Ik ben zo blij met Twitter, want ja, ik tweet veel meer en ik voer er complete gesprekken. Op het werk let ik er nauwelijks op, scroll ik er af en toe door als afleiding. Nu, megaproduktie. Facebook is ook geliefd. Mijn meest geliefde groep, de Supersocialgroep, heeft een dagelijkse live sessie en het ging onder andere al over LinkedIn, Pinterest en Instagram. Om iets van te leren dus. Op Instagram doe ik mee met een dagelijkse foto opdracht: #binnenkijken2020. Het zijn allemaal dingen waar je op een normale kantoorwerkdag niet aan toe komt. Sport is er niet bij want beide sportscholen waar ik kom zijn gesloten. Dus ook geen training met Pedro, ik mag het zelf oplossen met online lessen yoga en buiten sporten. Een nieuwe ervaring waar ik op mijn andere blog wel iets van zal vertellen.

Na de eerste week

Ik weet waarom ik nooit thuis ga werken. Als ik dat namelijk consequent wil doen, moet er iets aan mijn discipline veranderen. Wasjes draaien, afwas doen, de hele lijst huishoudelijke klussen moet je niet onder werk scharen. Thuis werken levert wel een heel andere creatieve dimensie op. Mijn to do lijst is aardig langer geworden en dat is eigenlijk een goede zaak, omdat er nu dingen op staan, waar ik thuis in alle rust aan kan werken.
Nog een aardige bijkomstigheid. Gezeur met de verbinding? Geef het op, ga yoga doen, of de afwas en probeer het ‘s avonds gewoon nog een keer als de rest van de collega’s thuis achter Netflix is gezakt. De verbinding is dan stukken beter. Wil je om 7 uur ‘s ochtends beginnen? Ga gerust je gang. Nederland in alle rust en jij al aan het werk. Met mijn uur reistijd doe ik dat niet op kantoor. Voorlopig mogen we tot 31 maart thuiswerken. Ik ga zien hoe het verder gaat. Als iemand verder nog nuttige tips heeft mag hij/zij het zeggen.

Infodemie: #WOT deel 9, 2020

Irene zou Irene niet zijn als ze niet nieuwe woorden zou gebruiken voor de #WOT. Ze is zo gretig dat ze de #WOT voor infodemie al op woensdag publiceert, maar het is ook een prachtig nieuw woord.

Infodemie: te overvloedige, ‘ziekelijke’ hoeveelheid informatie over een bepaald onderwerp, die vaak niet helemaal of zelfs helemaal niet waar is. Het #neologisme van deze week, met dank aan @GVR73

Infodemie

Met alle informatie over het coronavirus kan je jezelf rustig afvragen wat nou wijsheid is. Dat vroeg ik me zeker af bij de dame die ik gisteren bij de tramhalte zag. Ze had een mondkapje op. We hebben twee besmette mensen in Nederland, twee! Wat je ziet is dat mensen onredelijk in paniek raken, en je dus humoristische situaties bij drogisten krijgt omdat de handgel is uitverkocht. Praktische tips voor als je de verschijnselen mag hebben (hoesten, koorts, spierpijn, hoofdpijn, etc.): was je handen regelmatig, hoest en nies in de binnenkant van je elleboog en gebruik papieren zakdoekjes. Blijf thuis als je ziek bent en loop met een boog om hoestende mensen heen. Dat heet dus juiste informatie.

Informatiebubbel

In welke informatiebubbel zit je? Probeer je zoveel bronnen te lezen om dan tot de conclusie te komen dat het allemaal wel veel is? Of lees je alleen maar die bronnen die je overtuigen van het feit dat je ogenblikkelijk in isolatie moet en elke Aziatische persoon een bron van gevaar is? Internet heeft veel mooie dingen gedaan, maar dit is één van de minder fraaie kanten. Ongefundeerde rotzooi kan op internet geplaatst worden en iedereen kan het lezen. En met de naïeve aanname dat alles wat op internet staat ook waar is heb je het recept voor infodemie. Er wordt overal misbruik van gemaakt.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Irene een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Theater in romans: Dual Image

Een boek dat niet helemaal past in mijn serie van theater in romans, aangezien de hoofdrolspeelster een filmactrice is, maar ik heb al meer van dit soort overtredingen gemaakt.

De inhoud

Filmactrice Ariel Kirkwood heeft al jaren een hoofdrol in een soapserie waarin ze zich uitstekend amuseert, maar ze wil meer. Scriptschrijver Booth DeWitt schrijft een semi-autobiografische film en Ariel krijgt de rol van zijn berekenende ex-vrouw in deze film. Daarnaast heeft ze de nodige privéproblemen, haar broer en schoonzus zijn overleden in een auto-ongeluk en ze wil de voogdij over haar vierjarige neefje Scott. Dit houdt ze overigens geheim en dat levert later natuurlijk een probleem op. Er volgt een romance tussen Ariel en Booth, maar die is niet makkelijk. Zij is open, vrij en vrolijk, hij is “brooding” – is er een goede vertaling voor dat woord?

Dual image, omslag

Nora Roberts, Dual Image. Silhouette Books, 1985.

Wat vond ik ervan?

Dit was een hele vroege romance van Nora Roberts, waarvan ze er veel heeft geschreven. Je moet tenslotte meters maken met schrijven, en dat is een beetje te merken. Andere personages, maar je weet gewoon dat je dit eerder hebt gelezen. Los daarvan is het niet onaardig. Leuke sfeertekeningen over de opnames van de soapserie met spelers die elkaar onzichtbaar voor de camera’s plagen. Realistische beschrijvingen van de opnamen van de film. Jammer dat we de afloop van de film niet te lezen krijgen. Wordt het een succes? De berekenende bitchy ex-vrouw komt natuurlijk ook nog langs en gooit er wat konkelingen tussen door. Qua romance is het vrij plotseling afgelopen. Nora Roberts is toch beter als ze wat meer bladzijden ter beschikking krijgt.

Nora Roberts

Nora Roberts is de schrijfster van meer dan 200 boeken. Dat zijn onder andere romances, thrillers en fantasy titels. Titels van haar zijn onder andere Come Sundown, The Obsession, The Liar. Veel boeken van haar worden als serie gepubliceerd. Ze heeft als  J.D. Robb 48 boeken geschreven in de futuristische In Death series.

Meer boeken waarin theater een rol speelt? Kijk op mijn boekenpagina.

Blogtools: #WOT 2020, deel 8

Een tijdperk is voorbij. De Twitter chat #blogpraat beleefde op maandag 17 maart na tien jaar zijn laatste editie. Ik heb er wel wat aan te danken. Vele uren mijn Twitter volgers vervelen met tweets over bloggen bijvoorbeeld. Het was voor Irene aanleiding een #WOT over bloggen te doen. En de vraag is, welke blogtools gebruik ik?

Blogtools

Irene heeft een prachtig technisch lijstje gemaakt, waarvan ik er een aantal gebruik. Ik zou zeggen, ga vooral even kijken, ik heb er niets aan toe te voegen. Maar wat gebruik ik dan wel? Mijn notitieboek of boeken is/zijn onmisbaar. Ik heb een beetje een tic voor notitieboeken, ik ben er dol op en kan geen boekhandel inlopen zonder ook bij die sectie te kijken. Ik heb er dus standaard twee in mijn tas zitten. Een algemene, waarin ik het lijstje van de #WOT bijhoud en ook andere ideeën noteer. En een tweede boek waarin ik alle ideeën voor verhalen noteer. Dat is een beetje uit de hand gelopen sinds ik aan de schrijfprompts van Martha meedoe. Daar heb ik twee keer aan meegedaan, een keer over slechte voornemens, en de tweede over confrontatie. Een derde boekje zwerft overal rond, aangezien ik daar vaak in schrijf over mijn trainingen, maar niet alles daaruit wordt gepubliceerd.

bloggen

Plaatjes

Pixabay is één van vele sites waar je copyright vrije afbeeldingen kan vinden. Je moet als blogger daar wel op letten. Het is hier niet verplicht maar wel lief als je zegt waar je de afbeelding hebt gevonden. Bewerken doe ik nauwelijks, maar als ik dat doe, gebruik ik het gratis online programma Fotor.

Social media

Ik gebruik WordPress dat in staat is automatisch mijn bericht op Twitter te promoten. Dat is alvast een zorg minder. Ik publiceer het zelf wel op Facebook. Lang niet alles gaat op mijn eigen pagina. Wel gebruik ik veelvuldig groepen op Facebook die iets met bloggen doen en waar je ongestraft je blog mag spammen. In die groepen zie je pas hoeveel mensen aan het bloggen zijn. Instagram gebruik ik ook. Leuke foto, berichtje erbij, en een link in bio naar een aparte pagina, waar ik handmatig een lijst met mijn blogs bijhoud. Ik ben een fan van Hootsuite, daar kan je berichten in plannen en af en toe zet ik er een planning in voor het tweeten van blogs op beide sites.

Planning

Je ziet ze wel eens, bloggers die een kalender gebruiken met allerlei weetjes en daarover bloggen of zelfs een ingewikkeld programma gebruiken om hun planning te maken. Ik niet. Ik zet af en toe wat data in mijn agenda en gebruik een Word document om bij te houden wat ik het hele jaar wil doen. Als ik tenminste aan dat document denk. Het meeste zit toch in mijn hoofd. En ik heb concepten in WordPress staan waar ik af en toe met de bezem doorheen ga. Dat was het voor mij wel zo’n beetje. Ik ben er vrij zeker van dat ik dingen mis, maar aangezien deze #WOT al sinds vorige week donderdag in mijn hoofd zit, ga ik hem toch maar publiceren.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Irene een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Afbeelding van kalhh via Pixabay. En ik heb hem al eerder gebruikt, zie dit verhaal over elke dag bloggen.

Schrijfprompt februari: confrontatie

Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan.

School

De bel ging. “Jongens, ik zet het huiswerk in de app-groep, let daar dus even op. En alsjeblieft me er niet weer uitgooien!”
Gideon liet zijn leerlingen de klas uitgaan. De laatste les van een heel lange dag. Hij maakte het bord schoon. Ouderwets krijt in dit deel van de school. Hij vond het altijd weer fijn.
“Gideon, goed dat ik je nog zie.”
De directeur kwam de klas inlopen, met achter hem een rijzige vrouw en een meisje met een enorme bos donkere krullen.
“Dit zijn Mieke Robben en haar dochter Suus. Ze zijn net hierheen verhuisd. Suus is 15, ze komt in 4 Havo en in jouw mentorklas.”
Gideon schudde de hand van Mieke Robben. Suus stond achter haar en Mieke draaide zich om en trok haar dochter naar voren.
“Suus, je leraar Engels en tevens je nieuwe mentor.”
Ze lachte en zei “leuk met u kennis te maken meneer van Buren.”
Gideon keek haar aan en zag alleen haar bruine ogen met gouden vlekjes erin. Ze babbelde vrolijk.
“Ik houd van Engels, en ik houd van lezen, en meneer de Vries zei dat uw leeslijst heel vrij is, dus ik verheug me erop.”
Gideon kon alleen maar naar haar ogen kijken, de ogen van zijn overleden zus. Suus babbelde door.
“Het laatste boek dat ik op mijn vorige school heb gelezen was Jane Eyre, mijn Engelse leraar ging alleen maar voor de klassieken. Ik geloof dat ik de enige was die het heeft gelezen. De rest heeft het gedaan met uittreksels.”
De directeur stootte Gideon aan, die had in de gaten dat hij er helemaal niet bij was. Mieke Robben keek nadenkend naar Gideon en naar haar dochter. Gideon herstelde zich, “nou Suus, er mogen van mij wel wat klassieken op de lijst, maar ik ga ook voor vrije invulling. Als je zelf een goed boek weet, moet je het maar vragen of je het op je lijst mag zetten.”
Hij kon zich net genoeg concentreren voor dit gesprek. Mieke Robben sprak, “ik heb begrepen dat ik een afspraak met u kan maken. Dat wil ik graag, dan kunnen we even rustig praten over mijn dochter. We hebben een wat enerverend jaar achter de rug. De vader van Suus is vrij plotseling overleden en dat moeten we allebei nog verwerken.”
Gideon knikte en zei, “natuurlijk kunnen we een afspraak maken. Hebt u komende week tijd? Op vrijdag heb ik in de ochtend vaak een paar uur vrij voor afspraken en dergelijke.”
Ze maakten een afspraak en moeder en dochter vertrokken. De directeur bleef nog even staan. “Gaat het goed met je Gideon? Je was ineens heel ver weg.”
Gideon haalde diep adem. “Ja, er is niets aan de hand. Drukke dag.”
De directeur knikte en liep ook weg. Gideon bleef staan en sloot zijn ogen. Hij kon zo het gezicht van Hannah voor zich trekken, de bruine ogen met gouden vlekjes, de bos krullen, de kleine neus. Hij opende zijn ogen en zag Suus weer voor zich, met het gezicht dat er zo op leek.

Avond

Die avond haalde Gideon de fotoboeken uit zijn jeugd tevoorschijn. In het derde boek vond hij de foto’s die hij zocht. De foto van toen Hannah 10 was en hij 18 en ze op zijn rug zat, beiden lachend. De schoolfoto: Hannah 14 jaar oud, in een hevige poging ernstig te kijken, wat mislukte. De brede lach was kenmerkend voor haar. En de laatste foto die hij van haar had. Toen was ze 17 jaar oud, ernstig vermagerd, de drugs in haar gezicht afgetekend en geen lach te bekennen. Het was ook de laatste foto die hij van haar had. Ze was verdwenen en nooit meer teruggekomen. Hij had in jaren niet naar de foto gekeken en miste zijn zus pijnlijk. Zijn ouders waren beiden overleden zonder dat ze wisten wat met hun dochter gebeurd was. En nu was er Suus die als twee druppels water op zijn zus leek, alleen haar huid was wat getinter dan die van Hannah. Hij zat nog lang naar de foto te kijken voor hij zich herinnerde dat hij nog proefwerken moest nakijken voor de volgende dag.

confrontatie

Het gesprek

Mieke Robben was stipt op tijd. Ze gingen zitten en ze keek hem aan. Het leek of ze even niets wilde zeggen maar opende toch het gesprek.
“Het is geen eenvoudig jaar geweest, het afgelopen jaar, de vader van Suus is plotseling overleden. Hij ging joggen en kwam niet terug, een hartaanval.”
Gideon keek haar ernstig aan, “dat is niet makkelijk voor Suus, maar ook niet voor u.”
“Nee”, vervolgde Mieke Robben, “en het was al een gecompliceerd jaar. We hadden Suus twee maanden daarvoor verteld dat we haar hadden geadopteerd. Daar was ze nog mee bezig. Het lijkt altijd wel zonneschijn bij haar, maar er was toch even een mist overheen getrokken. Die adoptie vond ze niet eenvoudig, zelfs al vermoedde ze het.”
Mieke voorzag de vragende blik van Gideon.
“Kijk naar haar krullen, haar bruine ogen, dat kuiltje in haar kin, met twee ouders met glad blond haar en grijze ogen. Dat kuiltje is erfelijk, dat heeft u vast ook wel gehoord. Ze is een slimme meid.”
Gideon voelde onwillekeurig aan het kuiltje in zijn kin en Mieke vervolgde haar verhaal.
“We hebben jaren in Duitsland gewoond, in Berlijn, voor het werk van mijn man. Met mijn werk als vertaler kan ik overal wonen. En daar hebben we Suus geadopteerd. Haar moeder is overleden door complicaties na de geboorte, ze heeft Suus twee weken meegemaakt, haar naam gegeven. Susannah heet ze voluit, dat wilde haar moeder. Wij hebben er Suus van gemaakt, de moeder van mijn man heette Suze.”
Ze kreeg het even te kwaad. Gideon stond op en haalde water voor Mieke. Mieke ging door, “we kregen haar toen we allebei 40 waren. Een cadeautje vonden we. En ze is nog steeds een cadeautje. Die mist bij haar is weggetrokken. We waren het er beiden over eens dat we naar Nederland terug wilden.”
Gideon kon niets zeggen. Ze zaten stil tegenover elkaar. Mieke Robben herstelde zich en de rest van de tijd konden ze over het schoolwerk van Suus praten. Maar het hart van Gideon was zwaar. Duitsland. Daar was ze dus heen gegaan, waarschijnlijk met dat vriendje van haar, die dealer. En daar was ze dus uit hun gezichtsveld verdwenen en was ze alleen geweest, had ze een zwangerschap meegemaakt en was ze overleden.

Avond

Die avond haalde hij de foto weer tevoorschijn en keek naar het magere gezichtje. Hij vroeg zich af wat hij moest doen. Zijn gevoel vertelde hem dat Suus de dochter van zijn zus was, dat die vrouw die haar baby Susannah had genoemd zijn zus was. Hannah had de naam in een boek gevonden toen ze 12 was en had toen verklaard dat het een prachtige naam was voor een dochter van een Hannah. Maar hij wist niet hoe hij Mieke Robben of haar dochter daarmee moest confronteren en of hij dat sowieso moest doen.

School

Werd het nou makkelijker? Suus elke dag zien? Bij de Engelse les, bij de mentoruren, bij huiswerkbegeleiding? Haar zien gieren van het lachen met haar vriendinnen. De concentratie op haar gezicht als hij haar Duitse accent verbeterde. De verwoede discussies over boeken. Hoe langer hij haar les gaf en haar zag, hoe meer de twijfel toesloeg. Wel, niet, wel, niet. Het hielp niet dat hij er met niemand over kon praten. Hij had geen broers of zussen en zijn relatie was een jaar daarvoor uitgegaan. Zijn ex-vriendin wist ook niets van zijn zus.
Op vrijdagochtend was hij bezig met een achterstand in werkstukken nakijken toen Mieke Robben zijn klas binnenkwam. Toen ze beiden zaten, begon ze. Dat ze de gelijkenis had gezien tussen Gideon en Suus en nu twijfelde. Want ze had ook de moeder van Suus gezien. Die was toen ziek en mager en haar haar was gekortwiekt, maar die ogen waren gebleven en het kuiltje en de gelijkenis. En nu twijfelde ze. Want het geboortebewijs van Suus, daar stond de naam van haar moeder op: Hannah Beuren. Iets dat was opgetekend uit haar mond aangezien ze totaal geen legitimatie bij zich had toen ze in het ziekenhuis kwam. En Beuren en Van Buren, hoeveel verschilde dat nou? Gideon zei niets, hij kon nauwelijks ademhalen. Hij stond op en pakte zijn tas. De foto van Hannah zat daarin, die had hij de laatste weken constant bij zich. Hij liet hem aan Mieke Robben zien. Hij vertelde haar dat dit zijn zus was. Ze snikte toen ze de foto zag. Gideon haalde zijn hand door zijn krullende haar en vertelde Mieke Robben dat hij de gelijkenis had gezien en er bijna zeker van was dat Suus de dochter van zijn zus was. Maar wat is wijsheid? Wat werd er gewonnen door haar te confronteren met iets wat net zo goed niet zo kon zijn? Ze nam een slok van haar water en knikte. Ze wisten het niet en wilden het niet weten.

Confrontatie

De volgende dag was hij na school in de zon op het muurtje bij het fietsenhok gaan zitten. Hij wilde nadenken. Toen ze hem op het muurtje zag zitten, nam ze naast hem plaats. Hij zat met zijn ogen dicht en merkte haar eerst niet op. Zij praatte tegen hem aan. “Ik wil een boek op mijn lijst zetten en wil zeker weten of het goed is, ziet u. Mijn moeder vond het boek geweldig, ik vind het ook geweldig. Zeker die verhouding tussen vader en dochter ziet u. Hij moet zijn dochter accepteren zoals ze is geworden, namelijk vampier. Of hij moet de confrontatie aangaan met haar, met haar praten over wat ze is, wat ze wordt.”
Hij liet haar praten.
“Dus er zit echt wel inhoud in, in die boeken, meneer van Buren.”
Hij keek haar aan en concentreerde zich op haar woorden. “Dan moet ik wel eerst weten over welke boeken je het hebt, Suus.”
Ze giechelde. “Oh, ik heb het over de Twilight boeken van Stephenie Meyer. Ik heb ze allemaal gelezen, en de films heb ik ook gezien. En ik wil Breaking Dawn op mijn lijst zetten. Het wordt op deze manier echt een leuke lijst. Daar komt mijn moeder.”
Ze stond op en keek hem aan met die bruine ogen met gouden vlekjes erin.
“Zie ik u morgen?”
Ze leek echt op een antwoord te wachten, op iets wat vanzelfsprekend was. Hij zweeg en keek haar aan.
“Meneer van Buren?”
Hij sloot zijn ogen en opende ze weer.
“Ja. Ik zie je morgen weer. Tot morgen Suus, en doe je moeder de groeten.”
Ze rende naar de auto van haar moeder, stapte in en zwaaide. Haar moeder zei iets tegen haar en ze lachte naar haar moeder. Haar moeder zwaaide. Hij zwaaide terug en bleef op het muurtje zitten. Pas tien minuten later stond hij op en liep naar het fietsenhok, naar zijn fiets.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay.
Mijn vorige verhaal voor de schrijfprompts vind je hier. Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.
Update 2 maart: het commentaar van Martha kan je hier vinden.

Theater in romans: Stad van meisjes

New York, 1940. De negentienjarige Vivian Morris heeft het eerste jaar van de universiteit niet gehaald, omdat ze werkelijk niets heeft uitgevoerd. Haar ouders besluiten dat ze bij haar tante Peg in New York moet gaan wonen. Haar tante is de eigenaar van het Lily Playhouse, een roemrucht maar vervallen theater in Manhattan, en Vivian voelt zich meteen thuis in de extravagante en onconventionele wereld van acteurs en showgirls. Ze voelt zich thuis in het theaterleven. Ze mag achter de schermen werken en de kostuums ontwerpen, daar wordt ze heel goed in. Maar als ze een schandaal veroorzaakt staat haar wereld op zijn kop en zal ze pas jaren later alle gevolgen kunnen overzien.

Elizabeth Gilbert

Elizabeth Gilbert, Stad van meisjes. – Amsterdam: Cargo, 2019.
ISBN 978-94-031-5820-4
Vert. van City of Girls

Wat vond ik ervan?

Dat vind ik wat moeilijk te vertellen. Ik had moeite met de vorm waarin het boek is gegoten, namelijk een lange brief. De oude Vivian Morris vertelt in 2010 aan Angela wat ze voor de vader van Angela heeft betekend. Dan krijg je als lezer vervolgens een lang relaas over het leven van Vivian, het verwende kind dat naar New York wordt gestuurd door haar ouders en daar een leven opbouwt in het theater van haar tante. Is dat leven interessant, ja, absoluut wel. Het relaas over jonge mensen in het New York van 1940 is de moeite waard, zeker als je enigszins door het losbandige karakter heen prikt. Voor meisjes van 20 is alleen de lol belangrijk. En de seks wordt er los doorheen gegooid, want die meiden leven voor de seks, en niet alleen met mannen. Het schandaal waar we het over hebben, heeft ook alles met seks te maken. Het was interessant genoeg. Maar was dit allemaal nodig om vervolgens Frank Grecco, de vader van Angela ten tonele te voeren? Want dit hele relaas duurt dus bijna 450 pagina’s van de 525. Ja, in eerlijkheid, hij is een figurant met één zin ergens op pagina 327, maar dat heeft dan nog geen impact. Het lijken twee verschillende verhalen. En apart zijn die verhalen heel interessant, maar de verbinding tussen de verhalen was me niet helemaal duidelijk. Het evenwicht tussen de verhalen was zoek.

Enkele citaten

Vivian leeft een losbandig leven in New York. Maar ze schaamt zich diep over haar aandeel in het schandaal dat haar in eerste instantie weer thuis bij haar ouders brengt. “Als we jong zijn, Angela, kunnen we de dupe worden van de misvatting dat de tijd alle wonden heelt en dat alles uiteindelijk vanzelf op z’n pootjes terechtkomt. Maar als we ouder worden, leren we deze treurige waarheid: sommige dingen kunnen nooit rechtgezet worden. Sommige vergissingen kunnen nooit goed gemaakt worden, niet door het verstrijken van de tijd en ook niet door onze vurigste wensen.” (p. 383)
Een levensles die ze pas na jaren inziet: “En hoe dan ook komt er in een vrouwenleven een moment waarop ze het beu is zich voortdurend te schamen. Daarna is ze vrij om te worden wat ze echt is.” (p. 422)
En dat is ongeveer waar het boek over gaat.

De theaterconnectie

Niet te missen natuurlijk. Het Lily Playhouse, het theater van Vivians tante Peg, dat amusement levert voor arbeiders. Korte stukken die allemaal hetzelfde inhouden, en voor weinig geld opgevoerd worden. Dat verandert pas als Edna Parker Watson in het Lily Playhouse intrekt. Edna is een Engelse actrice die een vriendin is van Peg. Zij komt naar New York gedwongen door de oorlog. Haar huis in Londen is gebombardeerd. Edna is getrouwd met de veel jongere Arthur. Peg vindt dat Edna moet kunnen spelen en zorgt ervoor dat haar man Billy naar New York komt. Ze leven al jaren gescheiden van elkaar. Billy schrijft een toneelstuk voor Edna, Stad van Meisjes, waar Edna in gaat spelen. Het stuk wordt een enorm succes. Vivian is stapelverliefd op de mannelijke hoofdrolspeler Anthony Roccella. Het theaterleven is een belangrijk onderdeel van dit boek.

Over Elizabeth Gilbert

Het boek waarmee Elizabeth Gilbert doorbrak was Eat, Pray, Love, een boek dat is verfilmd met Julia Roberts in de hoofdrol. Het boek kwam uit in 2006, maar voor die tijd had ze al enkele boeken gepubliceerd. Ze heeft niet alleen romans gepubliceerd, maar ook verhalenbundels.

Meer boeken waarin theater een rol speelt? Kijk op mijn boekenpagina.

Schrijflessen 101

Vanochtend zat ik een interview te lezen met schrijver Jan Brokken. Zijn oeuvre telt 32 boeken, fictie en non-fictie. Het interview** was bijzonder interessant. Eén uitspraak van hem vond ik opvallend.

De laatste scène van een verhaal moet je in je hoofd hebben, want daar moet je naartoe werken. En de laatste zin moet je vrij nauwkeurig weten.

Voor de schrijfprompt van januari heb ik een verhaal geschreven waarvan ik het einde al vanaf het begin in mijn hoofd had. De meningen verschillen over wat werkt want twee andere schrijvers, Martha en Cindy werken zo nooit, zij werken met een idee dat zich ontwikkelt tijdens het schrijven. Ik ga toch voor die theorie van het einde in je hoofd hebben, want ook bij stukjes als dit geldt, waar gaat het heen? Het loont voor mij als ik een eind heb, waar ik naar toe wil.

schrijven

Het einde of het begin

Ik heb ook wel eens andersom gewerkt, namelijk met een opzet voor het begin en vervolgens ben ik naar het einde toe gaan werken. Dat was voor mijn #twentydaystory, twintig dagen achter elkaar schrijven en een verhaal produceren met alleen een aanzet. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ik verschillende keren in die periode met het zweet in de handen heb gezeten omdat ik geen idee had hoe ik verder moest. De gedachte aan een schema is me wel eens door het hoofd geschoten. Maar tot nu toe heb ik elk verhaal zonder schema geschreven. Ik heb hoogstens een enigszins omlijnd idee waar ik naar toe wil. En gelukkig, Brokken doet er ook niet aan.

En een schema?
‘Het is vreemd maar zo werk ik niet.’ Hij vertelt over Hella Haasse, die haar documentatie in twee plastic tassen bewaarde en zei: ik onthoud alleen wat ik kan gebruiken. Haar complexe historische romans ontstonden uit chaos. Jan Cremer daarentegen, van wie je zou verwachten dat hij de woorden er in een woeste bui in één keer uit ramt, maakt complexe schema’s vol kleurtjes en lijntjes. Maar voor Brokken geen schema. Hij schrijft zoals hij reist: zoekend.

De oorsprong

Het idee voor dit stuk begon met het interview met Jan Brokken, waarvan ik vond dat hij mooie dingen vertelde over het ambacht van schrijven. Door zoekende kwam ik tot de ontdekking dat hij meerdere boeken heeft geschreven over schrijven. Bijvoorbeeld Het hoe, gepubliceerd in 2011, en De wil en de weg, gepubliceerd in 2006. Boeken die ik zeker een keer wil lezen.
Ik ben overigens van plan meer te gaan publiceren over inspiratiebronnen voor het schrijven.

**Het interview: Elke dag vanaf pagina 1: interview met Jan Brokken / Sander Pleij, De Volkskrant, 8 februari 2020.
Afbeelding van cromaconceptovisual via Pixabay

Rebelleren: #WOT 2020, deel 6

Af en toe denk ik het wel eens, stilstaand bij het rode verkeerslicht, met links en rechts inhalende fietsers, ik ga er doorheen! Ik ga rebelleren! En dan blijf ik weer staan, hoofdzakelijk omdat er een file auto’s aankomt die van het groene licht gebruik maakt.

Rebelleren: dwarsliggen, herrieschoppen, in opstand komen, muiten, opstaan

Rebelleren

Bij sommige mensen zit het in het bloed. Rebelleren, tegendraads zijn. Bij mij niet. Je kan mij rustig de braafste van de klas noemen. Wie heeft al zijn boeken gelezen voor zijn examenlijst? Uw ondergetekende. Ik heb zelfs nog extra boeken gelezen. Wie deed altijd braaf het huiswerk? Ja, het is al bekend. Het zit er bij mij gewoon niet in. Leven en laten leven denk ik altijd. Doe niet zo moeilijk. Ik zit er niet mee. Ik doe ook niet mee aan Twitterfitties. Mensen moeten dat zelf maar weten, maar ik snap werkelijk niet waarom je een conflict met iemand uitknokt op zo’n publiek terrein.

verkeerslicht

Toch eentje

Eén ding kan mij wel op tilt laten slaan en dat zijn de software updates bij mij op het werk. Die cruciale, die volslagen noodzakelijke update waar je altijd een melding voor krijgt en die je haast niet durft uit te stellen. Behalve dan als je de ervaring hebt dat die updates meer mislukken dan lukken. Ik druk dus op “postpone”, daar ben ik dan even heel rebels in.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Irene een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Afbeelding van WikimediaImages via Pixabay

Klussen: #WOT 2020, deel 5

De was opvouwen, dat is nou typisch zo’n klus waar ik een hekel aan heb. Wassen, was ophangen, geen probleem mee, maar opvouwen? Het is dat ik de krat nodig heb voor een nieuwe was. Boodschappen, vooral het sjouwen, hoeft voor mij niet. Leve de bezorgdienst van de AH.

Klussen

In de tijd dat ik werkeloos was, inmiddels ook al bijna zes jaar geleden, had ik een Word-document met allerlei klussen die gedaan moesten worden. Je zou denken, werkeloos, tijd zat. Ik heb dat document nog, en er staan klussen op die er toen ook al op stonden. Wat zal ik zeggen? Uitstellen is mijn middle name. Schilderijen ophangen, lampje in de gang herstellen dat al minstens drie jaar op half zeven hangt, vriezer ontdooien waar wel heel weinig ruimte in zit door het ijs. Het zijn allemaal van die dingen waar ik geen enthousiasme voor kan opbrengen. Het beste is dat soort dingen meteen door een klusjesman te laten doen. Het huishouden heb ik geen moeite mee, want daar heb ik een werkster voor.

lijst

Werk

Op het werk ligt het wat anders. Tenslotte word ik er daar voor betaald. Dan komen er wel eens klussen langs waarvan je denkt, moet dat nou? Ja, dat moet en als je even je schouders eronder zet is het zo gedaan. Thuis werkt dat niet zo is mijn ervaring. Komt denk ik ook omdat ik thuis de enige ben die de schouders eronder zet. Op mijn werk kan ik nog wel eens collega’s inschakelen. Ook daar heb ik een to do lijst in Word. In Outlook gebruik ik een taak als ik een mail later moet afhandelen. Post-its willen ook nog wel eens op mijn bureau rondzwerven, maar dat is nooit lang, aangezien ik elke avond mijn bureau moet leegruimen. Het ideale systeem heb ik nog niet gevonden. Tips zijn welkom

Klussen : 1) doe-het-zelven 2) een karwei verrichten 3) karweien 4) karweitjes opknappen 5) kleine reparaties uitvoeren 6) snabbelen 7) werken.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Irene een woord waar je over mee kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Afbeelding van Alexas_Fotos via Pixabay

Januari prompt: een slecht voornemen

Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan. Het is typisch voor mij dat ik die opdracht op de eerste vrijdag lees en op de laatste vrijdag indien. Enger is dat ik ook feedback kan krijgen. Er moet overal een eerste keer voor zijn.

Januari

Het was donker in de slaapkamer. Heleen duwde de deur voorzichtig open. “Vincent? Van je moeder mocht ik naar boven.”
Ze duwde de deur helemaal open, liep door naar het raam en trok het gordijn open.
“Ga weg!“ klonk het uit het bed. Heleen legde wat boeken van de bureaustoel op het al volle bureau. “Ik ga niet weg voordat je uit je bed komt, luilak. Je zou mee gaan hardlopen en dit is al de derde keer dat je te lui bent om mee te gaan.”
Het bed verroerde zich niet. Heleen duwde met een sportschoen tegen de vorm onder het dekbed. “Kom op! Uit bed, aankleden, douchen mag na het rennen. Het is heerlijk weer voor januari. Prima voor hardlopen.”
“Ga weg!” klonk het nogmaals, “ik kom tot en met december niet uit bed!”
Ze schoof de stoel naar achter tegen het bureau. De laptop werd wakker en ze zag de mail over het voornemen op het scherm staan. Ze giechelde. “Dus daarom sluit je je op. Het voornemen! Oh, wat ben ik blij dat ik dat vorig jaar allemaal heb gehad.” Ze gierde nu helemaal van het lachen. “Oh, en dat krijg jij nu! Baal jij even dat je drie weken jonger bent dan ik. Net in januari geboren!”
Vincent vond het helemaal niet leuk. Hij zat recht overeind in bed.
“Weet je wel wat dit betekent? Precies in het examenjaar en volgend schooljaar op de universiteit heb ik er ook last van. Ik doe het niet!”
Heleen hikte na. “Je kan het niet ontlopen, lukte mij ook niet. Ik ga hardlopen. Blijf jij maar hier, kan je alvast nadenken over je goede voornemen.” Ze liep de deur uit.
Vincent haalde een hand door zijn haar en dacht na.

Februari

De eerste bijeenkomst voor het voornemen. Vincent zat in het midden van de zaal. Zijn beste vriend Mark zat naast hem en praatte onophoudelijk door. Dat hij al zo’n goed idee had en dat straks wilde bespreken met de mentor en dat hij dan vast in één keer klaar was. Zijn vader had hem geholpen en het was het beste idee ooit. Hij kon de rest van het jaar op zijn lauweren rusten. Vincent reageerde nergens op. Toen de bijeenkomst afgelopen was, schoot Mark meteen naar de mentor. De volgende ochtend kreeg Vincent een enthousiast appje van Mark. Dat hij zijn idee had besproken, het die middag meteen had ingevoerd in het systeem en deze ochtend al een goedkeuring had gekregen. Hoezee! Kreunend legde Vincent zijn telefoon weg. Zijn moeder trok haar wenkbrauwen op, maar Vincent reageerde niet, pakte zijn rugzak en ging naar school.

Maart

“Je zal toch een keer iets moeten ondernemen, het is verplicht weet je.” Heleen en Vincent stonden te rekken en te strekken aan het eind van hun hardlooproute.
“Ik heb er echt moeite mee gehad en heb tot in december zitten rekken, maar ik ben zo blij dat het klaar is. Weet je wel in wat voor programma je terecht komt als je last minute voorstel niet goedgekeurd wordt? De neef van Mark zit daar nu in, die mag elke week een les volgen. Waarom denk je dat Mark zo snel was?”
Vincent zei niets.
“Ja, het is leuk Vin, maar wil je op de universiteit je tijd verdoen met dat voornemen? Met die druk van tegenwoordig heb je wel wat beters te doen.”
Heleen stopte met strekken en vouwde zichzelf voorover, haar vlechten doken met een wijde boog mee. Vincent deed onwillekeurig een stap naar achter. Ze kwam weer overeind.
“Vin, wat wil je nou? Ik ken je wel een beetje. Hoe stiller je bent, hoe meer er in je omgaat. En alles wat moet, ga je met een wijde boog omheen.”
Met twee vingers pakte ze zijn gezicht en trok het naar haar toe. “Bedenk iets, Vincent. Soms moet je met de stroom mee, weet je.”
Ze liet hem los en keek hem peinzend aan. “Tot morgen, ik zie je bij wiskunde.” Ze stak de weg over naar haar huis.
Vincent keek haar na en liep naar zijn huis. Na zijn douche ging hij achter zijn computer zitten en knakte zijn vingers. Hij logde in op het forum van de school, onderwerp voornemen.
“Lieve klasgenoten. We weten het. Dit jaar is het eerste jaar van de rest van ons leven. In de voorbereiding op ons volwassen leven moeten we een goed voornemen hebben en daar naar gaan leven. Ik zal de enige niet zijn die daar totaal geen zin in heeft. Maar ik ga er wel naar handelen! Een goed voornemen? Ik ga op de zeepkist staan en ik gooi het de deur uit! Geen goed voornemen voor mij! Mijn voornemen is een slecht voornemen te verzinnen en daar naar te leven. De maatschappij moet in evenwicht blijven, we moeten ook slechteriken hebben! Viva La Revolución!”
Hij plakte er handmatig wat rode vlaggetjes bij, en drukte op Send.
De volgende ochtend moest hij bij de directeur op het matje komen.

voornemen

April

De directeur was kwaad. Het hele programma liep juist zo lekker met een record aantal leerlingen waarvan het voornemen al was ingevuld. En dan kreeg ze nu te maken met eigengereide Vincent die zijn hele schooltijd precies het tegenovergestelde had gedaan dan wat van hem verwacht werd en ze kon er niet tegen. Hij kreeg de wind van voren. De mentor zat er bij en hield zijn mond. Hij kwam er ook gewoon niet tussen. Het moment dat de directeur naar adem snakte, kwam Vincent ertussen. “Was dat Viva la Revolución teveel? Ik dacht nog, zal ik wel, zal ik niet…”
Het gezicht van de directeur werd rood. De mentor kwam er snel tussen. “Zal ik Vincent overnemen mevrouw Troost? U heeft het zo druk met het reilen en zeilen van de school. En ik ben hier tenslotte om het programma voor het voornemen te ondersteunen.”
Hij nam Vincent mee naar zijn eigen kamer. “Wil je iets te drinken, Vincent?”
Vincent lag onderuit op een stoel. “Een briefje om me te verontschuldigen bij wiskunde is handiger denk ik.”
Hij grijnsde. De mentor grijnsde terug.
“Vincent, ik denk dat je heel goed in de gaten hebt waar dit programma eigenlijk over gaat. Ik denk ook, gezien je schoolverslagen, dat je daar dwars tegenin gaat.”
Vincent grijnsde nog steeds.
“Ik zit hier niet om je te straffen. Het programma is er met een reden, het hoort bij je, het hoort bij iedere leerling. En ik ben hier om je te laten zien dat je zelfs met tegen de stroom in gaan, je met de stroom mee kunt. De komende maanden gaan we eraan werken. Ik kan je vertellen dat zelfs als je de school verlaat mij als mentor houdt, want anders schiet het ook niet op natuurlijk. Ik ga een programma voor je in elkaar zetten. We gaan elkaar vaak zien de komende maanden.”
Vincent grijnsde niet meer.

Mei

Heleen kon niet meer van het lachen. Vincent keek alleen maar boos.
“Hij is leuk, hij is leuk!” Ze kreunde bijna van de pijn in haar zij. Vincent gaf haar een duw. Hij had haar net het relaas gegeven van het eerste overleg met de mentor en dat was naar zijn idee niet zonnig.
“Weet je, je bent mijn beste vriendin en dan doe je zo. Ik vind het niet echt aardig.”
Heleen zat ineens overeind. “Ja, maar schat, wat wil je dan? We zijn vrienden, al vanaf de kleuterschool, maar jij bent af en toe ondoorgrondelijk voor mij. Dat dwarse van je, en toch ben je dan recht door zee. Ik begrijp het niet.”
Vincent keek stuurs. Aan de ene kant wilde hij het uitleggen, aan de andere kant niet. En hij werd boos en zei dat niet tegen Heleen, die zijn beste vriendin was. Het meisje waar hij gek op was, waar hij van hield, wat hij nooit had gezegd. Dat meisje stond nu tegenover hem, met haar handen in haar zij.
“Je moet echt beslissen wat je wilt, Vincent, en niet alleen voor dit moment.”
Ze draaide zich om en liep naar haar vriendinnen. Vincent stond zich te verbijten.

Juni

Juli

Augustus

September

Vincent las het bericht op zijn telefoon en zuchtte. Hij ontkwam echt niet aan de mentor, want die vertelde hem dat hij een wekelijks spreekuur had op de Universiteit Leiden. Heleen trok aan zijn arm. “Kom nou! Die hele El Cid week gaat nu pas echt van start. Even een week lol en dan moeten we hard gaan werken.” Ze stopte toen zijn ernstige gezicht op haar inwerkte. “De mentor heeft gemaild. Ik heb over twee weken een afspraak met hem.” De frons in zijn voorhoofd werd alsmaar dieper.
“Over twee weken, Vin, nu even lol, we hebben verschillende studies, hier zien we elkaar nog, later niet meer. Zet het even uit je hoofd.”
Ze greep zijn hand en trok hem mee.

Oktober

Vincent zei niets. De mentor ook niet, hij was zich er wel van bewust dat hij Vincent los moest trekken uit zijn gedachtenstroom.
“Bevalt politicologie je als studie, Vincent? Het is wel toepasselijk, politicologie, zeepkist.”
Vincent keek hem aan alsof hij net wakker werd.
“Helaas moeten we nog wel even iets doen aan het programma, ik kan me voorstellen dat je studie interessanter is. Zou ik ook vinden.”
Vincent keek hem nog steeds aan.
“Zullen we afspraken maken voor november en december?”
Vincent stond op en liep de deur uit. De mentor keek hem na.
“Ik ga denk ik die afspraken op de mail zetten.” In het luchtledige pratend liep hij naar zijn computer en opende de agenda. “En ik ga er denk ook aandachtspunten bijzetten, zeker voor november, dan kan je in december doorzetten met je voornemen.”
Een collega keek verbaasd de kamer in. De mentor grinnikte, “hij is al weg, bedenkt zelf al wat relevant is.” De collega knikte, niet helemaal overtuigd.

November

Vincent keek naar de vijftiende e-mail van de mentor op zijn telefoon, een herinnering om contact op te nemen. “Viva La Revolución”, dacht hij, en verwijderde de e-mail. Heleen kwam aanrennen. “Sorry, sorry, het college liep uit, ik wist niet dat je over de staatkundige geschiedenis van Nederland zo lang kon doorgaan.” Ze ging naast hem zitten. “Koffie?” Hij schudde zijn hoofd. “Lunch dan, het is wel vroeg, maar ik heb vanmiddag weer college.” Hij schudde zijn hoofd. Heleen keek geïrriteerd, dit was niet de eerste keer dat het zo ging. Ze snoof. “Revolutie?”
Hij keek haar aan.
“Ik ga lunchen met mijn studiegenoten. Jij bent namelijk niet te genieten. Voor iemand die niet bezig wilde zijn met dat voornemen ben je er verdomd veel mee bezig. En dat is nou niet bepaald interessant voor mij. Jij begreep vorig jaar niets van mij. Ik begrijp dit jaar niets van jou. Ik hoor wel van je als je eruit bent.”
Ze beende weg. Vincent zuchtte en zocht het telefoonnummer van de mentor op.

December

Vincent zuchtte. Waar ging het nou eigenlijk om? Het voornemen? Zijn gevoel? Overtuiging? Zijn dwarse natuur? Zijn vingers aarzelden boven het toetsenbord. De Skype pingde en hij klikte het scherm omhoog. Hij zag Heleen, lachend.
“De laatste loodjes hé? Invullen die hap! Kerstdiner, kom naar beneden.”
Hij stak zijn tong uit, sloot de Skype af en opende het voornemenscherm:
“Laten we even duidelijk zijn, ik wil niet. Ik ben niet zo iemand die met de stroom meegaat. Maar ik wil ook niet automatisch tegen de stroom ingaan en dat is dit jaar wel gebeurd. Noem het opgroeien. Ik wil niet moeten, maar af en toe moet ik wel. Mijn voornemen goed of slecht: tegen de stroom ingaan, nadenken over die stroom en daar een hekje inzetten als het nodig mocht zijn. Viva La Revolución! En nu realiseer ik me dat ik toch met dat programma ben meegegaan. Potverdriedubbeltjes!!!!”
Hij hoorde Heleens vader lachen en drukte op Send. Het kerstdiner wachtte.

Afbeelding van motihada via Pixabay.  Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.
Update 2 maart: het commentaar van Martha vind je hier.