Voorbereiden op #nanowrimo: de personages

Toen ik nog toneel speelde, vond elke regisseur het belangrijk dat de spelers ook een achtergrond bij de personages bedachten. Wie zit er achter Marietje? Heeft ze een lievelingskleur? Is ze getrouwd, wat voor karakter heeft ze? Gaat ze naar de kerk? Daarmee vormde je het personage, voorkwam je dat er een levenloos figuur op het toneel stond. Je kon met die achtergrond bedenken waarom Marietje iets zei. Haar motivatie achter haar woorden. Die hele achtergrond haalde ik vaak al uit het geschreven woord, de dialogen die door een toneelschrijver waren bedacht. De vaart waarop iets werd geschreven, de woorden waarmee iets gezegd werd, de weinige regie-aanwijzingen die in een tekst al waren opgenomen. Sommige regisseurs schrapten die regie-aanwijzingen trouwens.

A Great Deliverance

Ik ben een groot liefhebber van lezen. Ik wil niet voor niets een boek schrijven, stukjes voor mijn blog schrijven lukt me, bewijs ik al bijna zeven maanden. Een tijdje terug had ik drie boeken van Elizabeth George uit de minibieb gehaald, A Great Deliverance, A Traitor to Memory en With No One as Witness. De schrijfster zei me wel iets, vaag dan. Gisteren ben ik begonnen in A Great Deliverance, maar moest het ‘s middags opzij leggen toen ik met vrienden wegging. Gisteravond kwam ik thuis, heb eerst nog wat tv gekeken, ben naar bed gegaan en dacht, ik lees nog een half uurtje. Om half drie heb ik uiteindelijk het licht uitgedaan. Ik moest van mezelf gaan slapen. Vanochtend was het koffie en boek en heb ik het uitgelezen. Vijf sterren op Goodreads.

 a great deliverance

Personages

George is een Amerikaanse schrijfster en beschrijft door en door Britse personages. Dit is het eerste deel van de Inspecteur Linley boeken, iets dat ik pas halverwege het boek in de gaten had. De eerste twee hoofdstukken van het boek leggen niet alleen de basis voor het verhaal, maar vooral voor de personages Thomas Linley en Barbara Havers. Want hier heb je de beschrijving van die twee niet alleen in woord maar ook in tegenstellingen. Wat ik het knappe ervan vind is dat de sfeer van het boek in die eerste twee hoofdstukken wordt gevangen. Barbara Havers, een jonge vrouw van 30 die bij de politie werkt, uit de recherche in uniformdienst is gezet en teruggehaald wordt voor een moordzaak. Zij wordt toegevoegd aan Thomas Linley en die leren we kennen door het verhaal van Barbara. Uit haar woede en haar gedachten over Linley leren we niet alleen hem kennen maar ook haar. En haar gedachten zijn in eerste instantie niet gunstig. “So they’ve given you the golden boy, she thought. What a treat for you, Barb! After eight miserable months, they bring you back from the street ‘for another chance’ – and all the while it’s Linley! ‘I will not,’ she muttered. ‘I will not do it! I will not work with that sodding little fop!'”
Petje af voor die eerste twee hoofdstukken, achtergrond en geschiedenis van de hoofdpersonen. En petje af voor de rest van het boek, want de moordzaak zelf lijkt eenvoudig, maar er komt heel veel menselijk leed naar boven.

Mijn eigen personages

Het volgende element in de #nanowrimo begeleiding is planning, en dat heb ik wel nodig ook, want de personages waren aan de beurt in de tweede week en daar ben ik nog steeds mee aan het worstelen. Want Dineke en Joris krijgen een rol, maar wie nog meer? En hoe zit het met die plot – derde week – waar ik ook nog weinig van heb? Genoeg werk aan de winkel. En eigenlijk geen tijd om te lezen, maar dat doe ik wel.

Mijn vorige #nanowrimo stuk over de brainstormfase vind je hier.

Wollig: #WOT deel 43, 2020

Premier Rutte strak geen woord Frans toen hij over supporters had die hun enthousiasme voor hun cluppie niet onder stille stoelen of banken hadden gestoken. Ze moesten gewoon hun bek houden. Zijn excuus na die woorden was heel wat wolliger. Hij had het niet zo mogen zeggen vertelde hij in keurige bewoordingen. Premiers van honderd jaar geleden hebben echt niet over hun burgers gezegd dat die hun bek moesten houden. Wie dat heel saai wil nazoeken kan in de handelingen van de Staten Generaal kijken. Wie nog meer prachtige woorden wil zien, moet vooral het Twitter account Nieuw in de Kamer volgen. De woorden worden bedacht waar je bij staat.

Het #WOT woord van deze week is

Wollig = 1) Bedekt 2) Onduidelijk 3) Verdoezelend 4) Verhullend en nietszeggend 5) Wolachtig

Afbeelding van PDPics via Pixabay

Wollig

Ik moest er vanochtend over nadenken toen ik een stukje las over wollig taalgebruik bij advocaten. Die hebben een reden om wollig te zijn, want hun taalgebruik moet niet voor twee inzichten vatbaar zijn. Of zoals zo mooi wordt gezegd in dit stukje “dubbel gestikt houdt beter”. Het deed me denken aan mijn eigen beroep: informatiespecialist. Nu moet ik wel aan heel veel mensen uitleggen wat dat nou eigenlijk is: denk aan de vroegere bibliothecaris mensen. Maar wollig taalgebruik? Nee, eigenlijk niet. Wel hebben we natuurlijk vaktermen die we te pas en te onpas gebruiken. Want weet iedereen wat metadata zijn? En een titelbeschrijving? En kan iemand zomaar vertellen wat UDC is? Wat verstaan we onder een collectie? En wat doe je eigenlijk als je een literatuuronderzoek doet?

Schrijf je mee?

En jij? Schrijf je wollig? Spreek je wollig? Ben je wollig? Of zit er bij jouw net als bij premier Rutte geen woord Frans bij? Laat me horen wat je ervan vindt en laat een reactie achter.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Voorbereiden op #nanowrimo – brainstorm fase

Het heeft wat, de wereld vertellen dat ik een boek ga schrijven. Maar vervolgens moet ik ook wat doen. De afgelopen tien dagen heb ik door tijdgebrek weinig kunnen doen, en dat is wel jammer. En dat terwijl ik wel aan Facebook Lives kan meedoen die Martha organiseert om ons aan het werk en aan het brainstormen te helpen. De andere deelnemers hebben volgens mij wel al een idee wat ze willen doen. Dat is voor mij een probleem. Ik heb een vaag idee, gebaseerd op Dineke en Joris, over wie ik al eerder verhalen heb geschreven, maar wil er nu ook een broer van Joris bijhalen. Maarten kwam trouwens al in de #twentydaystory voor. En hij wordt dan eigenlijk de hoofdpersoon, maar het blijft een beetje vaag en dat kan je met een verhaal doen, maar een heel boek wordt wat lastig op deze manier. De brainstorm is nog niet echt op gang. Dat moet nog wat gestuurd worden en dat hoop ik met deze stukjes te bereiken.

Afbeelding van Engin Akyurt via Pixabay

Brainstorm

Zelfs in mijn privéleven krijg ik Zoom meetings, want vanmiddag was er eentje met Martha en nog een deelnemer. We hebben met zijn drieën zitten brainstormen over de twee verhalen. Ik was ergens, namelijk bij Dineke en Joris en wilde broer Maarten erbij halen. Oorspronkelijk dacht ik Maarten de hoofdpersoon te laten worden met model-vriendin maar dankzij het brainstormen wordt het idee nu toch wat meer omlijnd. De coronacrisis en de lockdown gaat er ook een rol bij spelen. Tante Dineke erbij? Kan allemaal. Nu even verder denken over wat ik ga schrijven. Door het gebrainstorm van vanmiddag heb ik zelfs al een idee over de opzet.

Veel leesplezier en tot later, want er komt een vervolg hierop.

Route: #WOT deel 42, 2020

Vanochtend werd ik gebeld door Teresa van de sportschool, zij meldde me dat de buitensportles niet doorging vanwege de coronamaatregelen en dat ik in plaats daarvan binnen een les kon volgen. Het was maar goed dat ze belde, want anders had ik automatisch de route naar het Zuiderpark gevolgd, waar we normaal sporten. Het was niet tot me doorgedrongen. Ergens is het natuurlijk een beetje merkwaardig, die routekaart. Een buitentraining met een groep van 15 mensen die lekker fit willen blijven, mag niet. Diezelfde groep die naar binnen gaat en daar in een sportzaal staat, mag wel.

Het #WOT woord van deze week is

Route = 1) Af te leggen weg 2) Baan 3) Etappe 4) Gespecificeerde scheepvaartweg 5) Koers 6) Pad 7) Reisplan 8) Richting 9) Traject.

Route

Wat doe je normaal als je onderweg bent? Je neemt waarschijnlijk de kortste route. Mijn route van het laatste half jaar is kort geweest. Normaal breng ik mijn weken door met naar en van mijn werk reizen en tussendoor werken. In de avond wilde ik nog wel eens omrijden via de sportschool. Op vrijdagavond en zaterdagavond had ik vaak genoeg een leuke avond in het theater en een etentje. In het weekend ging ik langs vrienden en deed leuke dingen, zoals Catan spelen. Vakantie in binnen- of buitenland hoorde er ook bij. Kortom, niet echt de kortste route in het leven, maar wel een leuke die afwisselend was.
In het afgelopen half jaar was mijn langste rit naar De Lier waar ik met Pedro sportte. Het was voornamelijk thuis werken. Voor de rest moest ik mijn route maar uitvogelen en dat heeft in deze onzekere crisistijden best wel wat voeten in de aarde gehad. De route van het komende half jaar is zo mogelijk nog onduidelijker. Wat gaan we doen met zijn allen? Hoe bewaar je de moed in zo’n crisisperiode? Ik geef toe, het is een cliché, maar de tijd zal het leren. Zijn we er over een half jaar uit met zijn allen? Ik hoop het.

Afbeelding van PublicDomainPictures via Pixabay

Schrijf je mee?

Met die route ben ik wel bezig. Jij ook? Of neem je een heel andere route? Loop je met de kaart in de handen, of laat je het op je afkomen? Laat me horen wat je ervan vindt en laat een reactie achter.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Bloggen voor het werk (het vervolg)

Op mijn werk wordt een “Week of learning” georganiseerd. Mijn collega’s weten dat ik een blog heb en ik werd gevraagd een stukje te schrijven over bloggen. Dat is het volgende geworden. Dit heb ik overigens ook in het Engels vertaald. Mijn collega’s krijgen natuurlijk ook een literatuurlijst over schrijven en bloggen, en een lijst met voorbeelden van geotechnische en geologische blogs.

Over bloggen

Ik blog. Ik schrijf graag over van alles. Iedereen kan bloggen. Een blog (afkorting van weblog) is een stukje internet dat je naar jouw smaak en wensen kunt inrichten. In de begintijd zag men het als een dagboek op internet, maar het is al snel meer geworden. Het is een manier om met anderen je verhalen en interesses te delen. We kunnen gelijkgestemden bereiken, onze meningen kenbaar maken, onze expertise tentoon spreiden, wat we maar willen. Als informatiespecialist ben ik nieuwsgierig naar nieuwe ontwikkelingen en wil ik graag leren. Zeker in mijn vak zijn de ontwikkelingen in de laatste twintig jaar razend snel gegaan.
Zeventien jaar geleden ben ik begonnen met een gratis blog op blogger.com, tegenwoordig heb ik een eigen website in WordPress.org met bijbehorende domeinnaam en twee blogs op dat domein. Op het ene blog schrijf ik over boeken, toneel, bloggen, mijn vak, en nog veel meer. Het andere blog ben ik begonnen in een tijd dat ik wilde afvallen en veel bezig was met gezond eten en sport. Je ziet, mijn belangstelling is breed.

Elke dag bloggen

Mijn frequentie van bloggen wisselde nogal eens. Er zijn jaren geweest dat ik nauwelijks iets heb gepubliceerd, er zijn ook drukkere jaren. Dat veranderde dit jaar toen we met zijn allen thuis kwamen te zitten vanwege de coronacrisis. Ik besloot elke dag te gaan bloggen, voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Ik wilde het een maand proberen en begon gewoon, op 1 april. Nu, midden oktober, ben ik nog steeds elke dag aan het bloggen. Is het allemaal van even goede kwaliteit? Nee, daar ben ik me wel van bewust, maar dat vind ik geen probleem. Maar het wordt wel beter omdat ik zoveel schrijf. Met schrijven moet je meters maken. Ik vind het leuk om te doen en het is inderdaad een goede concentratie-oefening. En ik heb wel plezier van het feit dat ik niet echt in een niche blog. Juist omdat het over van alles kan gaan, kan ik mijn inspiratie overal vandaan halen.

bloggen

Tips voor aanstaande bloggers

Breng ik je op een idee? Wil je zelf gaan bloggen? Dan heb ik wel wat tips voor je.

  1. Wat is je niche? Dat is iets wat ik zelf heb nagelaten met mijn brede belangstelling. Ik heb niet echt een niche. Ik ben er wel achter gekomen dat weinig geotechnische ingenieurs of geologen een blog hebben. Deel je kennis.
  2. Wat wil je bereiken met je blog? Bezint eer je begint. Denk goed na wat je wil bereiken. Bedenk vijftig vragen over je onderwerp en je doelgroep. Je hebt meteen vijftig berichten op je blog.
  3. Kies je blogplatform. Blogger is leuk om mee te beginnen en heel eenvoudig voor mensen die er weinig van af weten.
    Als je meer wilt raad ik je echt aan met WordPress te beginnen. Gebruik WordPress.org, niet com, met die versie gebruik je een stukje hosting van WordPress.com zelf en je hebt geen eigen domeinnaam. Jouw website heet dan niet websitenaam.nl maar websitenaam.wordpress.com. Met WordPress.org moet je zelf een host en een domeinnaam regelen, maar dat is voor heel weinig geld te doen. Het heeft grote voordelen, je kan namelijk technisch gezien meer dan met de gratis versie. Overigens: als je in Blogger bent begonnen kunnen die berichten makkelijk geïmporteerd worden in WordPress, weet ik uit ervaring.
    Leer WordPress, het is niet echt moeilijk, je moet de weg leren kennen binnen het systeem. Ik heb zelf een webgoeroe die me met ingewikkelde dingen ondersteunt, maar als je het zelf wilt doen: voor hulp zitten er bijvoorbeeld op Facebook heel veel groepen. En er zijn heel veel mensen die bloggen over bloggen.
  4. Regel een host en een domeinnaam. Vraag rond naar ervaringen. Ik zit bij Justhost.nl en daar heb ik absoluut niets over te klagen. Goede service, als je wat vraagt is het zo geregeld. Denk na over die domeinnaam. Ikhebveelplezier.nl staat niet geweldig als je serieus over wilt komen. Ook moet je erover nadenken of je een -nl of een -com domein wilt hebben.
  5. Ga je inlezen over SEO (Search Engine Optimization). Dat is zeker belangrijk als je bij Google bovenaan wilt komen. Zorg voor goede titels en kopjes die aansluiten op vragen van mensen, zorg dat je artikelen doorlinken binnen en buiten je blog. Gebruik een opmaak die ook mobiel goed leesbaar is.
  6. Blog frequent. Zeker in het begin is dat belangrijk. Je moet een bereik opbouwen. Maak een voorraad berichten, in WordPress kan je makkelijk iets in concept opzetten.
  7. Wil je gelezen worden? Zorg voor aanwezigheid op social media. Ik zit zelf op Twitter, LinkedIn, Facebook en Instagram en krijg het meeste verkeer toch nog steeds uit Twitter. Maar dat heb ik wel opgebouwd in de loop der jaren. Ik zit al ruim negen jaar op Twitter en heb daar veel gelezen, veel gevolgd en heb gereageerd op mensen en op berichten. Nu heb ik een vaste groep volgers. In WordPress kan je instellen dat je bericht automatisch gedeeld wordt op social media.
  8. Lees andere bloggers. En reageer op hun berichten. Interactie is belangrijk en vooral leuk.
  9. Beeld is belangrijk. Maar let wel op copyright. Omdat het op internet staat, betekent het niet dat je het zomaar mag gebruiken. Er zijn diverse beeldbanken waar je ‘gratis’ beeldmateriaal kunt vinden, vaak is attributie niet eens een vereiste, maar wel beleefd. Het is veel handiger eigen foto’s te gebruiken. Zorg voor een voorraad.
  10. De ultieme tip? Die is er niet. Houd vol, wil ik zeggen. Ik blog al zeventien jaar en vind het nog steeds leuk. Bezin eer je begint. Vind je schrijven leuk? Denk je het vol te houden regelmatig te schrijven? Ga het doen.

Is bloggen dood?

Want dat wordt vaak gezegd omdat andere social media als Instagram, Facebook en LinkedIn meer aandacht krijgen. Ook kan je op deze media tegenwoordig microblogs maken. Ik denk niet dat bloggen dood is. Instagram, Facebook, LinkedIn hebben hetzelfde kenmerk, het is vluchtig en een onbekend algoritme bepaalt of je te zien bent. Op je eigen site ben jij het. Jij bepaalt je inhoud. En dat moet je volhouden.

Online workshops en lezingen

Eén voordeel van de corona crisis: iedereen doet zijn workshop of lezing online. En toevallig heb ik er een aantal achter elkaar gehad over allerlei onderwerpen.

VOGIN/IP – LexisNexis workshop over opiniepeilingen (22 september)

Op 22 september vond dit webinar plaats. Geen beeld, alleen geluid met een presentatie, dus ik zat op mijn laptopje te kijken naar echt wel interessante dingen die LexisNexis liet zien. De titel was “De strijd om de lijsttrekkers in aanloop naar de 2021 verkiezingen”. Het was interessant, maar waar ik de draad kwijtraakte in het verhaal, was wat voor gevolgtrekkingen je kan maken uit opiniepeilingen. Het zal niet geholpen hebben dat ik drie keer ben gezakt voor het vak statistieken. Ik had geen idee, het hielp ook niet dat ik met hoofdpijn achter het scherm zat en dat die alsmaar erger werd.

VOGIN/IP “Smart Queries for Smart Searching” (30 september)

Een workshop van Arno Reuser. Dit is de eerste keer dat ik een workshop van hem volgde. Over Booleaans zoeken, je weet wel, AND OR NOT. En dat was nog knap ingewikkeld ook. Een handicap voor mij was dat die andere deelnemers allemaal wel een databank tot hun beschikking hebben waar ze dit kunnen gebruiken en ik dus niet. In Georef kan ik geleid zoeken en heb ik Booleaans zoeken eigenlijk niet nodig. In Google is het vrijwel overbodig. Wel interessant. De laatste keer dat ik er zo uitgebreid naar had gekeken, was geloof ik tijdens mijn opleiding.

OCLC contactdag (1 oktober)

De OCLC is een wereldwijd samenwerkingsverband van bibliotheken. Ik heb er mee te maken gehad omdat het OCLC ook het interbibliothecaire leenverkeer regelt, nationaal en internationaal. Helaas heb ik dat moeten opzeggen omdat het weinige gebruik echt niet het abonnementsgeld rechtvaardigde, maar ik krijg nog steeds uitnodigingen. Dus ook voor de contactdag die normaal één dag beslaat en nu uit diverse online evenementen bestaat. Op 1 oktober de ontvangst met koffie en brownies – die ik pas een paar dagen later in mijn eigen brievenbus vond, dank receptiedames van Fugro – was interessant en gaf het algemene verhaal. Het was een filmpje met twee medewerkers die het niet onaardig deden, gelikt opgenomen in het eigen kantoor van OCLC. Vervolgens o.a. een interview met Saskia Leferink en Eric van Lubeek over wat het OCLC allemaal doet. Heel slim, er zaten verwijzingen naar volgende sessies in.

OCLC Sessie over bibliotheken en Wikipedia (6 oktober)

Deze sessie was een uiteenzetting over Wikipedia, Wikimedia Commons en Wikidata. Nou weet ik daar weinig van, dus elke aanvulling op mijn kennis is nuttig. Wat ik zeker interessant vond was het verhaal van Jos Damen, bibliothecaris van het Afrika Studiecentrum die onder andere vertelde wat hij had gedaan met geërfde glasdia’s die in de jaren dertig van de twintigste eeuw in Afrika waren gemaakt. Die beelden maken nu deel uit van de Wikimedia en kunnen daar gebruikt worden.

OCLC Sessie over privacy en security (7 oktober)

Deze sessie was interessant, maar voor mij als eenpersoonsbibliotheek niet erg toepasselijk, het was meer gericht op grotere bibliotheken. Dit soort zaken wordt bij mij door de IT-afdeling geregeld. Verder zijn ze bij ons ook zeer actief in ons voorlichten over dit soort zaken. Overigens heeft OCLC een eigen events app waar alle sessies op werden vertoond en ook teruggevonden kunnen worden. Het enige nadeel daarvan is dat het weinig interactief is. Eventuele vragen kunnen in een chat geplaatst worden. Ook wordt het nagesprek live uitgezonden, dat geeft af en toe wel slecht beeld.

VOGIN-IP lezing over metadata – bouwstenen van een open wetenschap

VOGIN werkt al vanaf het begin met Zoom, maar zegt erbij als het niet echt nodig is om jezelf in beeld te krijgen, dus ik heb deze sessie op 8 oktober op een groot scherm bekeken. Bianca Kramer gaf deze lezing over open metadata, waaronder niet alleen citations worden verstaan, maar ook abstracts. Reuze interessant met dingen waar ik me echt in wil gaan verdiepen omdat ze voor mijn eigen werk ook interessant zijn. Crossref bijvoorbeeld. Hun missie: Crossref makes research outputs easy to find, cite, link, assess, and reuse. De moeite waard om er volgende week verder in te duiken. Beetje jammer was dat de geluidskwaliteit van Bianca’s kant rondom blikkerig, krakerig en slecht was en ze er niet in slaagde dat beter te krijgen. Ondertussen heb ik wel al een belofte gekregen van VOGIN-IP dat Bianca het opnieuw opneemt. Vervolgens zal het op YouTube geplaatst worden.

De slotsom na drie weken en zes workshops

Het heeft zijn voordelen, je gaat achter je computer zitten, je zoekt de digitale aansluiting en daar ga je. Geen reistijd, geen treinen die te laat kunnen zijn. Heel gemakkelijk allemaal. Eén les die ik heb geleerd: kom er van tevoren achter of het nodig is je webcam te gebruiken. Ik moet dan namelijk mijn laptop gebruiken, zonder groot scherm en dat is niet altijd handig. Het nadeel is voor mij eigenlijk ook wel duidelijk. Als je bij iets terechtkomt dat je niet helemaal interesseert is het heel makkelijk afleiding te zoeken bij je telefoon of iets anders. Dat ga je niet doen in een zaal, daar doe je alsof je aandachtig blijft luisteren, maar dat gebeurt dus niet in je eigen huiskamer. Dat gebeurde dus niet bij Arno, waar je echt bij de les getrokken werd, maar wel bij sessies die minder interactief waren. Al met al wel interessant allemaal.

Mondkapje: #WOT deel 41, 2020

Gisteren had ik voor het eerst zo’n mondkapje om en snapte meteen waarom wordt aangeraden het ding na één keer dragen in de was te gooien. Adem in, adem uit, mondkapje tegen je gezicht aan, zweet achter de oortjes, het was allemaal niet zo makkelijk. Tel daarbij dat ik brildrager ben en je ziet de problemen. Of liever gezegd, je ziet ze niet, want die bril beslaat.

Het #WOT woord van deze week is

Mondkapje = 1) beschermingsgerei 2) kapje dat over neus en mond valt en in coronatijd geadviseerd wordt

Mondkapje

Het is de doorsnee Nederlander wel toevertrouwd over dat mondkapje een fikse boom op te zetten. Eigenwijs? Welnee. Met Jaap van Dissel op de eerste rij is maanden lang vol gehouden dat een niet-medisch mondkapje niet nuttig was. De tegenpartij hield vol dat we naar het buitenland moeten kijken waar dat mondkapje al tijden verplicht is. Maar dat verplichten gebeurt in Nederland dan weer niet, wij worden geadviseerd het ding te dragen en de winkeliers mogen het handhaven. Een typische schuif-de-verantwoordelijkheid-maar-af-actie van de regering. Het ligt in de lijn der verwachting dat de gemiddelde supermarkt dit echt niet gaat handhaven.
Ondertussen is er wel een nieuwe markt ontstaan voor mondkapjes. Al in de eerste week van de coronacrisis kon ik bij de Etos vijf niet-wasbare exemplaren kopen. En natuurlijk kekke wasbare kapjes met leuke patroontjes, dubbelzijdig bruikbaar, daarvan heb ik ik er nu ook drie in het bezit.

mondkapje

Schrijf je mee?

Ik ben een makkelijke Nederlander, ik denk, baat het niet, dan schaadt het ook niet. Dus jawel, ik doe zo’n ding op. Maar jij? Doe je hem op net als ik? Of word je activist en wil je naar Den Haag afreizen om een discussie op te zetten met premier Rutte? Laat me horen wat je ervan vindt en laat een reactie achter.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Ik ga een boek schrijven

Goed hé? Het staat er zomaar. Een boek schrijven. Stilletjes heb ik vaak over gedacht en nooit uitgevoerd omdat ik al blokkeerde als ik dan bedacht dat iemand zou gaan lezen wat ik had geschreven. Of nog erger, dat iemand het vreselijk zou vinden. Daar heb ik me geloof ik een beetje overheen gezet. En daarom heb ik me ingeschreven voor het #nanowrimo project van Martha. In een maand een boek schrijven.

#nanowrimo

National Novel Writing Month, oftewel #nanowrimo is in 1999 begonnen met 21 deelnemers. en nu in 2020 bestaat het nog steeds met veel meer deelnemers. Die deelnemers denken allemaal dat het makkelijk is, zo’n boek. Dat betekent dus ongeveer 50.000 woorden per maand. Dat zijn echt heel veel woorden. En dan zit ik hier echt te twijfelen welke smiley ik hier in gooi.
Het is moeilijk, niet alleen omdat het serieus moeilijk is, maar ook omdat het gros van de mensen die hieraan beginnen, bij het eerste hoofdstuk blijven steken. Schrijven is een vak.

Het onderwerp

Ik heb er wel over nagedacht, wat doe ik, fictie, of non-fictie? Non-fictie zit ik te denken aan Haghespel, een geschiedenis van het blad schrijven. Bijna 20 jaar ben ik hoofdredacteur geweest, ik weet er best veel van. Wat kan ik te weten komen van de jaren daarvoor?
Maar fictie? Wat doe ik? Dineke en Joris? Iets anders? Tempted. Maar ik weet het nog niet. Heeft iemand een idee? Vertel het!

Jeugdboeken uit de minibieb

Ik ben er vandaag op uit getrokken voor een fietstochtje, puur om even wat beweging en frisse lucht te hebben. Het was droog, een heel goede reden om de deur uit te gaan. Op de terugweg heb ik even in de minibieb op het Monnickendamplein gekeken. En vandaag waren er leuke jeugdboeken te vinden.

Het luipaardmasker

Het boek viel me op omdat het vrij klein was en een illustratie had van een man met een luipaardmasker. Het werd aangeprezen als een spannend jongensboek en dat was het inderdaad. Roy Palmer breekt zijn verlof in Engeland onmiddellijk af als hij na een brand een kistje vindt met een luipaardmasker. Het masker is de oorzaak van voortdurende onlusten onder negerstammen in het hartje van Afrika, maar het kan een einde daaraan maken. Dat masker is door de vader van Mary naar Engeland gebracht. Roy belooft Mary terug te gaan naar Nigeria om daar het masker bij de eigenaar te brengen. Na een reis vol avonturen lukt hem dat.
Het boekje is uitgegeven in samenwerking met de Nederlandse Padvinders. De serie Junior – Jongensboeken wordt aangeprezen als spannend, avontuurlijk en romantisch. Het zijn indianen-, woudlopers-, ontdekking-, detective-, piraten- en ruimtevaartverhalen. Boeken voor 95 cent met een witmetalen verzamelcassette ad fl 1,25, een sieraad voor de jongenskamer. Het klinkt wel heel schattig.

jeugdboeken

Swing

Een verhaal over tover, een trompet, een klein jongetje en een slim klein meisje die met zijn tweeën avonturen beleven in Afrika. Het avontuur begint op een eilandje midden in het Victoriameer en eindigt in het eerste dorpje waar het jongetje Joshua optrad met zijn trompet. Maar dat loopt wat anders af dan je zou denken. Wat heb ik me geamuseerd hiermee! Een toppertje uit de minibieb. Paul Biegel schreef op een prachtige manier, met heel veel fantasie. Het boekje was het KInderboekenweekgeschenk in 2004.

De heksen

Roald Dahl is altijd een succes. Van dit boek kon ik me vaag herinneren dat er een verfilming van was, met Anjelica Huston in de hoofdrol. Het toeval wil dat er dit jaar een nieuwe verfilming van dit verhaal in de bioscopen komt. Dit keer met Anne Hathaway in de hoofdrol. Ik ben benieuwd. De vorige film was leuk, maar als ik de trailers vergelijk, wordt dit een heel andere film. Ik smokkel een beetje, want ik ben in het boek begonnen en heb hem nog niet uit. Dit boek is een verhaal – een verbazingwekkend verhaal – over ECHTE HEKSEN, dat je kan helpen een ECHTE HEKS te herkennen voor het geval je het ongeluk hebt er een te ontmoeten. Het ziet er in ieder geval al geweldig uit vanwege de geweldige illustraties van Quentin Blake.

Dat was het, een leuke verzameling jeugdboeken die na lezing fijn weer terug gaan naar de minibieb, zodat anderen ervan kunnen genieten. Behalve misschien dat luipaardmasker met zijn missende pagina’s.

Het luipaardmasker / James Shaw. – Baarn: De Verkenner, 1959?. – 159 p.
Vert. van: The leopard men.
Swing / Paul Biegel. – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 2004. 92 p.
ISBN 90-5965-005-0
De heksen / Roald Dahl ; tekeningen van Quentin Blake. – Baarn: Fontein, 1984. 194 p.
Vert. van: The witches.
ISBN 90-261-1281-5

Koffie: #WOT deel 40, 2020

Ik kwam er vanochtend achter, toen ik lodderig om kwart over zes een bak koffie naar binnen werkte. Het is vandaag de Internationale Dag van de Koffie. Pas bij de tweede bak was ik wakker genoeg om te besluiten er een #WOT van te maken. Om zeven uur zat ik aan mijn laptop en was ik aan mijn derde bak bezig.

Het #WOT woord van deze week is

Koffie = 1) Aftreksel 2) Alcoholvrije drank 3) Bakkie troost 4) Bruine drank 5) Genotmiddel 6) Geurige drank 7) Leut 8) Nagerecht 9) Slaapwerend middel 10) Slemp 11) Troost 12) Bakkie pleur.

Koffie

Ik drink thuis veel meer koffie nu ik alle dagen thuis zit. Zeker op dagen als deze. Ik was om kwart over zes wakker en zat om 7 uur te werken. Dan heb ik tegen 9 uur wel een bak of vijf op. Daarna ga ik over op thee. Vaak neem ik rond half 12 een cup a souppie. Bij de lunch neem ik melk en daarna ga ik weer over op koffie. Vandaag zeker, want het kostte toch op een gegeven moment wat moeite wakker te blijven. In de middag neem ik weer thee. En dan te bedenken dat ik het vroeger niet eens lustte. Ik ben eigenlijk pas koffie gaan drinken toen ik ging werken en ben zelfs een koffieleut geworden. Ik ben niet veeleisend trouwens, ik heb een Senseo en dat vind ik best.

koffie
Afbeelding van fancycrave1 via Pixabay

Schrijf je mee?

En jij? Ben je een koffieleut? Hou je van langdurig koffie leuteren? Ga je voor het echte bruine vocht of vind je net als ik een Senseo prima? Laat me horen wat je ervan vindt en laat een reactie achter.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.