Het KNVI congres 2017: #knvi17

Het is typisch voor het jaarlijkse KNVI congres. Meestal ga ik erheen omdat ik hoop diverse mensen te zien en te spreken. Wat gebeurt er vervolgens? Je ziet een hoop mensen, je spreekt er veel en je mist er nog veel meer.

KNVI Congres

Het jaarlijkse congres van informatiespecialisten kenmerkt zich door de vele tracks over uiteenlopende onderwerpen die door enthousiaste vrijwilligers in elkaar worden gezet. Dit jaar waren er vijftien tracks met vier verschillende sessies. Zestig sessies waaruit je moet kiezen. Het overkoepelende onderwerp voor dit jaar is voor brede interpretatie vatbaar: informatie is m8 (macht). Dit jaar zijn er ‘s ochtends twee keynotes, namelijk van René ten Bos en Rik Maes. De prijsuitreikingen kan je niet missen, want de Victorine van Schaick prijzen worden uitgereikt tussen de twee ochtend-keynotes. En de Young Talent Award en de Prissma GO Infobattle Prijs worden ‘s middags uitgereikt voordat keynote spreker Marietje Schaake het podium opkomt.

Eenpitter

Ik ben de enige informatiespecialist in een internationaal bedrijf. Dat betekent dat ik het kort gezegd, allemaal zelf mag uitzoeken. Geen overleg met collega’s, geen brainstormsessies over wat “we” gaan doen met de informatiedienst, mag ik allemaal zelf over nadenken. Als ik dus naar het KNVI congres toega, zoek ik sessies uit waarvan ik verwacht dat ik er iets aan heb in mijn werk. Het levert bij voorbaat al keuzestress op. Het gaat om open data, de digitale samenleving, digital skills, fake news, de i-samenleving als collectie, persoonlijk leiderschap, young talent & smart libraries, leren voor onvoorziene toekomsten. Genoeg waar ik belangstelling voor heb, maar ik kan niet naar alle sessies. Dit jaar was ik enigszins voorbereid, ik had van tevoren al bepaald waar ik heen wilde. Bij sommige tracks leverde dat problemen op omdat ik op dezelfde tijd naar drie verschillende sessies wilde. Maar de ervaring leert dat dit zich meestal vanzelf oplost. In het verleden heb ik ook wel eens een sessie gemist omdat ik met iemand aan de praat was geraakt.

Het zelf doen

Voor de ochtend was het voor mij al snel bekeken. Er is dit jaar een track met de pakkende titel Dan doe ik het lekker zelf!? Daar zak ik neer. Niet bij de eerste sessie van Ger de Bruyn over attenderen, want daar zijn zoveel mensen aanwezig dat ik mag staan. Maar bij de volgende sessies van Guus van den Brekel zijn gelukkig wel voldoende zitplaatsen. Content curation and aggregation en Hoe krijg ik de pdf. Gelukkig zet Guus zijn powerpoint later op slideshare want er zitten absoluut nuttige tips tussen, waarvan ik er sommige wel wist en andere nieuw voor me waren. Voor de laatste sessie kies ik voor een sessie over kennis in een toevallig netwerk. Interessant en we mogen zelf fijn workshoppen, maar ik merk dat ik door mijn energie heen ben.

Borrelen

knviIk ben niet de enige die het wel fijn vindt dat de dag ten einde is. De borrel wordt druk bezocht, ik kan nog met diverse mensen spreken, maar op een gegeven moment is het wel goed. Ik ga de trein opzoeken. Het was een mooi congres, ik heb nuttige sessies bezocht, ik heb ook nuttige sessies gemist, maar met zestig sessies is dat niet zo raar.  De track over digital skills was bijvoorbeeld ook erg interessant. Eén ding was wel jammer, ik had gehoopt dat de goodie bag van dit jaar een vervanging zou bevatten van het KNVI zadeldekje van vorig jaar. Ik woon in Den Haag, het ding was binnen een maand gestolen. Maar helaas, we moesten het doen met een exemplaar van het blad AG Connect. Daar blijft mijn fiets niet droog van.

Bibliotheekblog: NVA bibliotheek

Op een vrijdagmiddag ga ik op bezoek in de Anemoonstraat in Den Haag bij Rita de Haas. Rita is coördinator voor de NVA-bibliotheek. Deze is gevestigd in een pand waarin onder andere een kinderdagverblijf zit en een repetitieruimte voor drie toneelverenigingen. Deze bibliotheek stelt toneelteksten beschikbaar voor het amateurtoneel en is daarmee uniek voor Nederland. Voor het Haagse amateurpubliek is de bibliotheek wel bekend aangezien er aardig wat toneelspelers als vrijwilliger in de bibliotheek werken. Rita vertelt wel dat het nog steeds voorkomt dat mensen contact opnemen die niets wisten van de bibliotheek.

Geschiedenis

De bibliotheek bestaat eigenlijk al vanaf 1953 en was oorspronkelijk onderdeel van de Stichting NCA. Toen deze stichting in 1997 failliet ging heeft de Nederlandse Vereniging voor Amateurtheater (NVA) de boekenverzameling gekocht en vanuit Amersfoort naar Den Haag gehaald. De bibliotheek werd verder beheerd door vrijwilligers. Vrijwilligers van het eerste uur waren onder andere Hannah Coli, Pierre Magnée, Noep van den Bemt, Jim Keulemans, Annelies van Woerden en Rita de Haas. Later was er ook nog de repertoire-advieslijn die door twee dramaturgen werd bemand.

In 2011 werd de NVA als vereniging opgeheven en dreigde de gehele verzameling teksten bij het grofvuil terecht te komen. Dankzij protesten van de vrijwilligers werd het toenmalig NVA-bestuur gedwongen die ene tak van de NVA over te dragen aan de vrijwilligers wat resulteerde in de NVA-bibliotheek. Er kwam een nieuwe website en een catalogus op internet. De kerntaak van de bibliotheek werd daarmee in stand gehouden. Als service naar de leden is de NVA-bibliotheek de speldjes voor jubilea tegen kostprijs beschikbaar blijven stellen.

20161214_NVA (1)

De bibliotheek verhuisde binnen het gebouw aan de Anemoonstraat naar een andere, grotere ruimte. Daardoor werd het mogelijk bezoekers te ontvangen. Je kan nu op afspraak langskomen en grasduinen in de collectie. Verder repeteren drie toneelverenigingen in deze ruimte.

De bibliotheek wordt in stand gehouden door een groep van ongeveer vijftien vrijwilligers die de boeken uitlenen, de ledenadministratie bijhouden en de website en de catalogus beheren. Voor die catalogus worden onder andere synopsissen geschreven van toneelteksten. Rita is coördinator voor de groep vrijwilligers en geeft samen met Mia Meester ook repertoire-advies.

Collectie

De collectie bestaat momenteel uit ongeveer 20.000 titels, waarvan 4000 studieboeken en naslagwerken. Die worden over het algemeen wel uitgeleend, alleen de grote, zware exemplaren moeten in de bibliotheek worden geraadpleegd. De deelcollectie toneelteksten is afkomstig van bekende uitgevers in Nederland. Ook komen nieuwe teksten binnen via de auteurs of via beroepstoneelgroepen. De bibliotheek heeft een abonnement op de teksten van de Nieuwe Toneelbibliotheek. Het overgrote deel van de collectie is Nederlandstalig of vertaald in het Nederlands. Er zijn wel Engelse en Franse teksten, maar die zijn vrij oud. De bibliotheek schaft teksten aan die voldoen aan de criteria: actualiteit, speelbaarheid, recent gespeeld door beroepstoneel en volgens behoefte van verenigingen. Boeken kunnen besteld worden via internet of telefonisch. Hiervoor moet je wel lid zijn. Er zijn ongeveer 1100 leden.

Toekomstplannen

Er zijn voldoende toekomstplannen. Het ledenbestand moet behouden worden en indien mogelijk groeien. Het plan is een ledenwerfactie te houden onder Hogescholen voor de kunst. Ook wil de bibliotheek meer gaan samenwerken met andere toneelbibliotheken. Zij heeft al een goed samenwerkingsverband met de toneelbibliotheek Open Doek in Vlaanderen.
Digitalisering van de collectie is ook een grote wens en daarvoor werkt men samen met bekende uitgeverijen als de Toneelcentrale en Almo in België.
Ook zijn de vrijwilligers druk bezig met het digitaliseren van een reeds bestaand toneelarchief en het uitbreiden daarvan. Hier worden onder andere recensies, foto’s, programmaboekjes en juryrapporten in opgenomen.

Contactgegevens

NVA-bibliotheek
Postbus 61143, 2506 AC Den Haag
Anemoonstraat 25, 2565 DD Den Haag
E-mail: info@nvabibliotheek.nl
Internet: www.nvabibliotheek.nl
Telefoon: voor informatie, lenen en hulp bij repertoirekeuze: 070-3602994

Verenigingen en personen kunnen lid worden.
Groot lidmaatschap: € 60,- per jaar, 15 boeken tegelijk.
Klein lidmaatschap: € 20,- per jaar, 5 boeken tegelijk.
Er is geen maximum per jaar. De bibliotheek betaalt het opsturen, de leden betalen zelf het terugsturen van de boeken. De leentermijn is zes weken.

We hebben eerder over de bibliotheek gepubliceerd:
NVA bibliotheek jubileert dankzij p(a)rate HVA vrijwilligers. Haghespieghel, 6e jrg., nr. 3, maart 2003

Dit artikel is ook gepubliceerd in Haghespel, jrg, 11, nr. 9, december 2016.

Foto’s van de bibliotheek zijn te vinden in mijn Flickr-photostream.

E-books en DRM: frustratie

Mijn werk was vroeger zo eenvoudig. Bestel een boek voor je baas, vind het op een site, betaal het, het boek wordt in een envelop gestopt en naar je opgestuurd en klaar ben je.

Dat werkt dus niet zo als je alleen maar een e-pub versie van het boek kan vinden, zoals in mijn geval. Eenvoudig zou je denken. Alleen: bij aankoop merk ik dat er Adobe DRM op zit. Dat moet geen probleem zijn, want mijn baas heeft een Nook e-reader en heeft vast wel een Adobe ID. Ja, inderdaad, en hij belooft het te sturen. Maar ik werk niet op vrijdag en zie mijn baas pas maandag weer waarop hij weer belooft het te sturen. Dat zou hij vrijdag al doen, maar toen is hij het vergeten. Dinsdag mail ik hem maar weer, want hij vergeet het nog steeds. Nu krijg ik het ID en password van hem.

ereaderDownloaden dat boek. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want ik krijg een foutmelding. De virtuele assistent van de internetwinkel begrijpt me niet. Klantenservice dus maar. Na een kwartier in de wacht staan, krijg ik een vriendelijke dame aan de lijn die me belooft een handleiding toe te sturen. Een handleiding die dus niet op de site staat. Vervolgens moet ik Adobe Digital Editions 3.0 downloaden, de Adobe ID erin zetten, het boek downloaden en mijn baas blij maken…

Was het leven maar zo eenvoudig. Ik krijg weer een foutmelding. Screenshot van de foutmelding maken, klantenservice mailen met de mededeling dat mijn frustratie nu compleet is. Geen e-book, maar wel al een half uur bezig geweest met één e-book. Op twitter mijn frustratie geuit en bemoedigende tweets gekregen van een collega informatiespecialist. Ik krijg weer de klantenservice aan de telefoon die me vraagt ADE te de-installeren, opnieuw te installeren en het nogmaals te downloaden. Het zou ook kunnen dat mijn computer de problemen geeft want het is bekend dat als de tijd verkeerd staat het wel eens verkeerd wil gaan. Dat is een nieuwe en de meest merkwaardige reden voor een foutmelding die ik ooit heb gehoord. Bovendien is dat leuk om te horen aangezien ik bij een internationale firma werk waar mijn laptop Amerikaans staat ingesteld. Bij een programma van een Amerikaanse firma is het helemaal noemenswaardig.

Dan gaat het warempel wel lukken, lijkt het. Vol spanning wacht ik af, want het gaat wel erg langzaam. En ja, het groene streepje is na een half uur aan het eind: ADE geeft een foutmelding en crasht. Een nieuwe poging tot downloaden, nu gaat het wat sneller, maar tien minuten later moet ik toch mijn verlies toegeven. Een nieuwe foutmelding. Voor mij reden om op twitter het gesprek te hervatten en kort en krachtig te vertellen wat ik van DRM vind. Het is me een raadsel waarom iets dat zo slecht werkt nog steeds gebruikt wordt. Ik heb in de tussentijd ook de nodige fora gelezen waar men dezelfde klachten heeft als ik, en oh wonder, geen oplossing heeft: het werkt gewoon niet.

De enige oplossing die nog over is, mijn baas vragen het zelf thuis nog te proberen en anders ga ik die internetwinkel toch vragen het geld terug te geven. Het boek zelf – met DRM dus – heeft de megasom van € 4,02 gekost en heeft mij een veelvoud van dat bedrag aan tijd gekost.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik.

KNVI O&O studiereis naar Berlijn

In september 2015 werd het aangekondigd: de studiereis van mijn vakvereniging KNVI, afdeling O&O (Onderwijs & Onderzoek) naar Berlijn. Aangezien Berlijn één van mijn lievelingssteden is, was ik er als de kippen bij. De studiereis zou plaats vinden van 23 tot en met 30 april 2016. Het programma was indrukwekkend en druk. De veertig deelnemers zouden in de ochtend een gezamenlijk bezoek te brengen aan een bibliotheek en ‘s middags moesten er keuzes gemaakt worden. In november kregen we die keuze al voorgeschoteld en dat werd nog moeilijk, aangezien er zeer interessante bibliotheken tussen zaten. De nadruk zou gelegd worden op Research Support, Research Data Management, Open Access / Open Data, Maker Spaces, Information Literacy, Enhanced Publications en Architecture. Berlijn kent vier universiteiten, drie kunstacademies en zeven universiteiten van ‘applied science’. Er zijn meer dan zeventig non-universitaire onderzoeksinstituten.

Wie gingen er mee?

Aan deze O&O reis werd deelgenomen door medewerkers van Universiteits- en Hogeschoolbibliotheken, een medewerker van GO Opleidingen en medewerkers van twee bedrijfsbibliotheken. Voor zover ik kon nagaan was ik de enige deelnemer die in een eenpitter werkte, overigens was ik één van de twee bedrijfsinformatiespecialisten. Veel van de deelnemers reisden met collega’s. Ook reisde een Belgische collega mee. Veel collega´s waren al meerdere keren meegeweest, voor mij was het de eerste keer. Het was de derde keer dat de reis naar Berlijn ging.

Het programma

Maandag beginnen we met de Humboldt Universitätsbibliothek, Campus Mitte, een prachtig nieuw gebouw waarin twaalf bibliotheken zijn gefuseerd. Het is populair onder studenten van alle universiteiten dankzij de centrale ligging midden in Berlijn. Voor studenten van de HU zijn er daarom ruimtes gereserveerd. De bibliotheek is geopend van 8 uur ‘s morgens tot 12 uur ‘s avonds, tot 6 uur is er personeel aanwezig. Ter voorkoming van het Mallorca-effect liggen er bij alle studieplekken parkeerschijven waarmee je een studieplek maximaal twee uur mag reserveren. Nieuwe studieplekken inrichten is lastig: de klimaatsystemen zijn in de kasten ingebouwd.P4250042
Informatievaardigheden voor studenten worden vooral op bachelor of masterniveau onderwezen, niet voor 1e of 2e jaars studenten zoals in Nederland. Uit de discussie na de rondleiding bleek dat de HU vooral moeite heeft de onderzoekers te bereiken die veelal alles online raadplegen of hun studenten sturen.
In de middag de Kunstbibliothek der Staatlichen Museen Berlin, een bibliotheek die zich onder andere richt op architectuur, fotografie en kostuumgeschiedenis. De bibliotheek is één van vier vestigingen van de Prussian Heritage Foundation. Voor de plaatsing van de boeken gebruiken ze de Regensburger Verbund Klassifikation en dat blijkt door veel Duitse bibliotheken gebruikt te worden. Voor catalogisering gebruiken ze overigens PICA. Wat in deze bibliotheek vooral opviel was de aparte manier van financiering. In Duitsland is er nauwelijks financiering op nationaal niveau, maar mogen de federale staten dat doen. Ook is Europese financiering belangrijk. Bij de rondleiding kunnen we smullen van de prachtige collectie op modegebied.

Op dinsdag staat de enige Openbare Bibliotheek op het programma, de Zentral- und Landesbibliothek, Amerika Gedenkbibliothek, waar we worden ontvangen door twee enthousiaste medewerkers die hun enthousiasme het hele bezoek volhouden, ondanks het feit dat er voor hen echt wel minpuntjes zijn. De Berliner Stadtbibliothek en de Amerika Gedenkbibliothek zijn in 1995 samengevoegd tot de Zentral- und Landesbibliothek. Er zijn plannen voor een nieuw gebouw, maar dat duurt al jaren. Tot die nieuwbouw er is, zitten ze met een gebouw dat is berekend op 500 bezoekers per dag; er zijn er 4000 die soms hun eigen stoelen moeten meenemen. Aanpassingen zijn moeizaam, het gebouw is een monument en het meubilair helaas ook. De kinderafdeling is ‘s ochtends gesloten omdat er dan andere activiteiten zijn in de kinderafdeling. De financiering is een probleem in deze stad waar elk district het formaat heeft van een grote stad. Elk district bepaalt zelf hoeveel geld er naar de bibliotheek gaat. Het leuke van deze bibliotheek: er worden ook kunstwerken uitgeleend van kunstenaars die in Berlijn wonen en dat varieert van schilderijen tot beeldhouwwerkjes.P4260066

In de middag ga ik naar de bibliotheek van het Jüdisches Museum. Deze is gevestigd in een prachtig gebouw tegenover het Museum. Het is een wetenschappelijke bibliotheek die in 1976 is voortgekomen uit het Berlijns Museum. Het zwaartepunt van de collectie ligt op kunst en geesteswetenschappen. Verder is er ook veel grijze literatuur en kinder- en jeugdliteratuur. Er wordt ook retrospectief, vaak antiquarisch aangeschaft. Digitalisering is op dit moment zeer belangrijk, maar het kost veel moeite geld hiervoor te krijgen. Het geld moet verdeeld worden onder de diverse afdelingen in het museum en de bibliotheek heeft geen prioriteit. De gebruikers zijn wetenschappers, leden van het Freundenkreis, en ook scholieren. Vooral het archief wordt veel gebruikt.

Woensdag – Dresden

Op woensdag mogen we vroeg de deur uit, want we gaan naar Dresden, naar de Sächsische Landesbibliothek – Staats- und Universitätsbibliothek Dresden (SLUB). Het is een uitgebreid programma over de muziekafdeling, digitalisering, de SLUB als een informatiecentrum voor studenten en onderzoekers en de Makerspace, de enige bibliotheek in het rijtje met zo’n afdeling.
De SLUB krijgt voor de digitalisering van diverse muziekcollecties subsidie van de Deutsche Forschungsgemeinschaft (DFG) en krijgt weinig Europees geld. Dat hebben we elders wel anders gehoord. Het mooie is wel: de SLUB gebruikt Open Source software, en het materiaal is allemaal Open Access, de moeite waard om de website door te pluizen naar mooie muziekopnames.P4270105
De kern van de Makerspace: Wissen komt van Machen. De bibliotheek bemoeit zich er ook mee, omdat het niet alleen gaat om kennis, maar ook wat je ermee doet. Naar schatting zijn 90% va de gebruikers studenten, maar er komen ook bezoekers van buiten de universiteit.

Donderdag

De Staatsbibliothek zu Berlin – Preussischer Kulturbesitz is in 1661 opgericht. De Staatsbibliothek heeft twee vestigingen. Het Huis Potsdamer Straβe zullen we alleen van de buitenkant bekijken. Wij zijn op bezoek in het Haus Unter den Linden dat in 1914 als bibliotheek in gebruik werd genomen.
In de Tweede Wereldoorlog werd de centrale koepelleeszaal in dat achterste gedeelte zwaar beschadigd. Na de oorlog werd dit een boekenopslag en in de zijbeuken werden leeszalen gebouwd. Na de oorlog was de collectie verdeeld. In 1957 werd een nieuwe Staatsbibliotheek gebouwd in West Berlijn. Na de Wende werden de bibliotheken samengevoegd. Boeken worden tussen beide gebouwen verplaatst. Er is ook een magazijn buiten de gebouwen. Moderne boeken staan veelal in het andere gebouw, de historische boeken staan hier.2016-04-28 08.44.06

Het zwaartepunt van de collectie ligt op geestes- en sociale wetenschappen. Het bezit ligt rond de 11 miljoen banden, waaronder handgeschreven boeken, handgeschreven muziek, kaarten en zeldzame drukken. Voor de bezoekers: de leeszalen zijn geopend van maandag tot en met zaterdag: 69 openingsuren. Iedere persoon boven de 16 jaar met een geldige legitimatie mag de bibliotheek in. Er is één algemene leeszaal die vol zit. Onze gids krijgt zelfs nog een grote mond van een broekje van een jaar of twintig die vindt dat ze te veel praat. En er is een bijzondere leeszaal voor “Rara und Musikalien” met 48 studieplaatsen. Ook zijn er kamertjes die gereserveerd kunnen worden. Verder is er nog een kaartenleeszaal met tien plaatsen die we niet zien tijdens ons bezoek. De praktische uitvoering is weer anders, de Staatsbibliothek gebruikt het Thorische plaatsingssysteem, niet Regensburg dat we in veel andere bibliotheken hebben gezien. De bedoeling is dat er een volledig nieuw systeem komt. Verder moet er gekeken worden naar het uitleensysteem dat nu volledig gescheiden is van de catalogus. Er zijn geen automaten voor de uitlening, maar dat komt deels door het feit dat er heel veel historisch materiaal in het bezit is.

In de middag ga ik naar twee bibliotheken, namelijk die van de Technische Universität en de Universität der Kunste Berlin, hetgeen met stip de vreemdste combinatie ooit genoemd mag worden. Het heeft praktische redenen: de universiteiten zijn naast elkaar gevestigd. Plannen voor het huidige gebouw zijn al in 1975 gestart, in 1988 kwam er een architectuurwedstrijd en toen kwam de Wende. Vervolgens kwamen er nieuwe plannen en werd in 2002 eindelijk gestart met de bouw met de bibliotheek, met geld van Volkswagen. Daarom zijn we vandaag op bezoek in de Volkswagenbibliotheek. De universiteiten werken onder andere samen op het gebied van regels, uitlening, training van de medewerkers, openingsuren, PR, software, etc. Er zijn een aantal speciale afdelingen, namelijk een museum van architectuur, de German Horticultural Library, Universiteitspers en de archieven van de universiteit.

Waar in het bijzonder de Technische Universität zich mee bezig houdt is Open Access, niet alleen via de Universiteitspers maar ook via Repository Deposit Once, het Open Access Repository. De Universiteit verleent ook assistentie door workshops in copyright, OA en free licenses.

Vrijdag

De Freie Universität Berlin ligt in de buitenwijk Dahlem in een rustige wijk. De bibliotheek had in 1970 ongeveer 190 vestigingen, de kleinste daarvan telde 57 boeken. In 2015 telde men dertien vestigingen. In 1999 startte men met Aleph waarbij eerst alleen nieuwe records werden ingevoerd. De oude records werden van 2007-2011 geconverteerd. In 2010 voerde men het Library Portal Primo in.
Hier leren we dat de DGF onder andere ook verantwoordelijk is voor het aanschaffen van Nationallizenzen voor e-books. De bibliotheken maken er gebruik van.

Ook de FU houdt zich bezig met Open Access, onder andere met een SEP (Selbst-Erfassung der Publikationen der FU-Angehörigen) en een Repository voor papers, artikelen, boeken, bachelor en doctoral theses. De medewerkers en studenten uploaden zelf hun materiaal en kennen metadata toe. De bibliotheek geeft cursussen in OA en copyright en onderhoudt de contacten met de faculteiten. Verder is de bibliotheek datacentrum voor DOI.

Hier krijgen we ook een presentatie van een bijzonder enthousiaste medewerker die zich bezighoudt met restitutie van door de Nazi’s geconfisqueerde boeken. Het verschil tussen Raubgut en Beutegut wordt uitgelegd. Raubgut was binnen de grenzen van het Derde Rijk, Beutegut buiten de grenzen.

In de middag gaan we naar de bibliotheek van de Deutscher Bundestag. Deze wordt gebruikt door parlementariërs, leden van het Europees Parlement, de diplomatieke dienst en andere organisaties. Het hoofd van de bibliotheek vertelt dat ze dit jaar met pensioen gaat en dan hoopt meer tijd door te brengen met haar man. Hij is in Bonn blijven wonen toen de bibliotheek naar Berlijn verhuisde, zij gaat in het weekend naar Bonn. Onder de dienstverlening van de bibliotheek valt onder andere het samenstellen van dossiers met actuele topics. Deze worden in samenwerking met andere afdelingen opgezet. Zo’n dossier geeft een literatuurlijst, internetlinks, persartikelen en parlementaire documentatie. Het is een grote prachtige bibliotheek die heel rustig is. Daarna hebben we gelegenheid voor een bezoek aan de koepel, waar ik me op verheug. Bij een eerder bezoek aan Berlijn heb ik me daar kostelijk geamuseerd.P4280152

Waarom ging ik mee?

Tijdens de borrel op de eerste avond mochten we allemaal vertellen waarom we mee wilden en dat was een bont palet aan motivaties. Als eenpitter heb ik weinig contact met beroepsgenoten. Deze reis was voor mij een uitstekend moment om te praten met collega’s en te horen hoe andere bibliotheken in Nederland en in Duitsland het doen. Dat is uitstekend gelukt. Zeker ‘s avonds als we uit eten gingen, hadden we gelegenheid om te praten over het werk en onze werkkringen. Ook voor mij als bedrijfsinformatiespecialist was een bezoek aan universiteits- en hogeschoolbibliotheken interessant. Ik heb wel ideeën opgedaan tijdens de bezoeken en tijdens gesprekken met collega’s.

De foto’s die in dit verslag staan zijn door mij gemaakt en staan hier in Flickr.

Over UDC en andere dingen die voorbij gaan

Ik heb mijn opleiding genoten in een grijs verleden. Mijn opleiding was de Bibliotheek- en Documentatie Academie (BDA) in Den Haag, P.A. Tiele Academie geheten. Daar heb ik de tweejarige opleiding tot Assistent-Bibliothecaris (AB) gevolgd en daarna de vervolgopleiding Functionaris in Wetenschappelijke Bibliotheken (FWB). Allemaal afkortingen die niet meer bestaan. In het jaar nadat ik afgestudeerd was, werd het een ongedeelde vierjarige opleiding. Ik heb daar les gehad in dingen die de huidige informatiespecialist zich niet meer kan voorstellen. Niet alleen in alfabetiseren – twee systemen die ik nog altijd door elkaar haal – maar ook in titelbeschrijven. Die beschrijvingen van boeken, waardoor ze op een uniforme manier in de kaartcatalogus kwamen: ik kon en kan ze uitschrijven, met puntjes, komma’s, streepjes en spaties waar ze horen. Verder kregen we les in SISO, Schema voor de Indeling van de Systematische catalogus in Openbare bibliotheken – ik geef toe, ik moest de afkorting opzoeken. Ook UDC hoorde bij het vakkenpakket. UDC staat voor Universele Decimale Classificatie, een systeem bedacht door Paul Otlet en Henri La Fontaine aan het begin van de 20ste eeuw. De Dewey Decimale Classificatie staat aan de wieg van deze UDC. Het wordt gebruikt om boeken en tijdschriftartikelen te ontsluiten. Je kan er alles mee ontsluiten en vanuit verschillende gezichtspunten. Dat bewees de docent die het vak gaf op de Tiele Academie: hij ontsloot er zijn collectie treinkaartjes mee.

Boeken op UDCDe bibliotheek waar ik kwam te werken na mijn afstuderen, had een kaartcatalogus en gebruikte UDC voor de ontsluiting van boeken en tijdschriftartikelen. Ik had veel plezier van mijn titelbeschrijflessen, van alfabetiseren en van mijn UDC-lessen. De boeken in die bibliotheek – toentertijd zo’n 15.000 – werden ook volgens het UDC-systeem geplaatst. En dan werd niet alleen de systematische code gebruikt, maar ook de geografische codes. Enigszins begrijpelijk, dit was namelijk de bibliotheek van Instituut Clingendael, gespecialiseerd in internationale politiek, maar ook enigszins vreselijk. Kast na kast op de systematische code 327 (internationale politiek) met een geografische code, waarbij de Verenigde Staten (73) en de Sovjet Unie (47) oververtegenwoordigd waren. Maar de relatie tussen beide landen werd ook op de boeksticker geplaatst (73:47) of (47:73) waarbij ik met droge ogen niet meer kan navertellen waarom het ene land voor het andere ging. Omdat de plaatsing op onderwerp was, moest er nogal eens doorgeschoven worden. Als je dan verkeerd inschatte hoeveel ruimte een rubriek nodig had, kon je overnieuw beginnen. Om de verwarring compleet te maken: de collectie bestond uit twee bibliotheken die waren samengevoegd, maar fysiek gezien nog niet. Er waren dus twee kaartcatalogi en de UDC-plaatsing begon ergens midden in de bibliotheek overnieuw. Oh, en die tweede collectie gebruikte geen geografische codes bij de plaatsing. Iedereen was erg blij toen we gingen automatiseren en – door voortdurend ruimtegebrek gedwongen – op een magazijnplaatsing overgingen.

Aan alles komt een einde, dus ook aan mijn carrière bij Clingendael. Na wat omzwervingen kwam ik in een bedrijfsbibliotheek terecht die niet alleen voor de ontsluiting, maar – tot mijn minder grote vreugde – ook voor de plaatsing UDC gebruikte.
Gelukkig wat pragmatischer, dus vrijwel zonder geografische codes. Ook waren sommige codes voor de plaatsing wat aangepast, waardoor het allemaal wat leesbaarder werd.
Is dat nou bruikbaar? Ik hoor het mensen zeggen. Natuurlijk is het bruikbaar, voor een grote bibliotheek die van alles wat heeft, want zoals mijn docent dertig jaar geleden al zei: je kan er alles mee ontsluiten.
Maar ja, ik werk in een bedrijfsbibliotheek die gespecialiseerd is in geotechniek en geologie en dan werk je met een klein gedeelte van de UDC en gebruik je een beperkt aantal codes. Ik gebruik hoofdzakelijk twee rubrieken, namelijk rubriek 5, en daarin voornamelijk 55 (geologie), en in rubriek 6 voornamelijk 62 (ingenieurswezen) en specifiek 623 (civiele techniek) en in mindere mate de andere sub-rubrieken.

Boeken met geografische UDC code

Voor plaatsing van boeken is dat eigenlijk totaal ongeschikt. Codes van negen cijfers voor plaatsing, om de drie cijfers gescheiden door punten en soms – door specifieke aanpassingen – door komma’s.

Alleen in de geologie-rubriek worden geografische codes gebruikt en dat is voor de gebruikers vaak ook niet te volgen omdat het soms codes van vijf cijfers zijn: Noordzee (261.26). Ik werk er dagelijks mee, en zelfs ik kan soms boeken niet vinden.
Daar komt nog bij dat de UDC al jaren wordt gebruikt en er wijzigingen zijn doorgevoerd, maar oude codes niet zijn verwijderd in de plaatsing van boeken. Er is niet terug te vinden hoe dat zat. Opzoeken is wat lastig, die oude UDC-map heb ik tijdens mijn opleiding al weggedaan en mis ik nu eigenlijk wel.
Daar komt mijn vraag dus, is er ergens een bibliotheek die UDC nog gebruikt en mij de rubrieken 5 en 6 kan sturen? Of heeft iemand die map nog? Hoeft niet eens een nieuwe editie te zijn, omdat ik juist de oude codes wil zien.

UPDATE 9 september: met hulp van een oud-Tieliaan voorzien van een Engelstalige UDC, wat helemaal niet erg is, omdat de voertaal op mijn werk Engels is. Dank!

#WOT deel 30: googelen

googelenDe gevleugelde uitspraak bij Twee voor Twaalf: dat zoeken we op. Ik gebruik de kreet zelf vaak in mijn werk. Zaten de kandidaten vroeger – ik ook trouwens – met een encyclopedie en andere handige boeken, tegenwoordig is Google de uitkomst.

Als informatiespecialist is mijn lievelingswerkwoord googelen. Ja, natuurlijk weet ik van het bestaan van andere zoekmachines als DuckDuckGo en weet ik dat Google graag alles van me wil weten. Maar het blijft wel de zoekmachine die ik het meest gebruik omdat ik er gewoon de beste resultaten mee krijg. Ook Google Scholar is een geliefde site. Google Afbeeldingen is vaak in beeld als ik bezig ben voor dit blog. Google Maps gebruik ik voor routebeschrijvingen, maar ook vaak voor mijn werk, als ik een onbekend plekje moet vinden. Google Earth is dan trouwens ook geweldig.
En ik heb GMail, wie niet zou ik bijna willen zeggen.

Het wordt pas erg als Google het besluit neemt iets af te sluiten en het googelen wat minder wordt. Google Reader bijvoorbeeld. Ik gebruikte hem graag en veel en moest noodgedwongen een andere feeds reader kiezen. Feedly is gelukkig ook heerlijk om mee te werken, maar triest blijft het wel. Je bent toch afhankelijk van een commercieel bedrijf voor iets dat je dagelijks gebruikt.

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen.
Het woord van deze week: http://www.drspee.nl/wot-deel-30-googelen/

Managing the One-Person Library

Managing the One-Person LibraryLarry Cooperman (2015), “Managing the one-person library”, Amsterdam: Chandos Publishing (Chandos Information Professional Series)

Dit boekje richt zich op solo-bibliothecarissen die een kleine bibliotheek moeten runnen en onderhouden. Onderwerpen van de hoofdstukken van dit werkje zijn bijvoorbeeld marketing, professionele ontwikkeling, collectievorming, IT, catalogiseren en tijdschriften (in hetzelfde hoofdstuk) en personeel. Die laatste is een vreemde eend in de bijt in een boek over solobibliothecarissen, maar is ook weer gericht op vrijwilligers.
Cooperman – een ervaren solo-bibliothecaris – wilde zijn ervaringen delen met andere solo-bibliothecarissen.

Als solo-informatiespecialist in een groot commercieel bedrijf zou dit voor mij een nuttig boekje moeten zijn. En dat was het op zich wel, maar eigenlijk ook niet. Het boek zet keurig netjes op een rijtje waar het in het werk allemaal om gaat. Maar het gaat meer over het beheer van een bibliotheek en niet zo zeer over de inhoud, namelijk informatiemanagement. Het beheer van de bibliotheek is voor mij een bijzaak. Een bijzaak die ik wel moest leren toen ik in deze baan begon, maar niet het belangrijkste is in mijn werk. Mijn doel is mijn collega’s duidelijk te maken welke informatie we in huis hebben en kunnen krijgen.

Nog een nadeel van dit boek: het is uitstekend te gebruiken als je net begint als solo-bibliothecaris/informatiespecialist/informatiemanager. Werk je zoals ik, al jaren bijna alleen of alleen, dan is het minder goed te gebruiken, want dan worden er toch een aantal open deuren ingegooid.
“Learn to adapt to change” (p. 5) dat moet je niet alleen doen als solopersoon, maar ook als één van vele informatiespecialisten. Ik geloof niet dat ik een beroep kan opnoemen waar in twintig jaar tijd zoveel veranderingen zijn opgetreden als in dit werk.
Een ander nadeel: de case studies zijn niet altijd nuttig omdat het niet mijn ‘line of work’ is. Cooperman noemt wel diverse voorbeelden voor solobibliotheken, zoals openbare, school- en universiteitsbibliotheken, maar zijn casestudies komen bijvoorbeeld niet uit bedrijfsbibliotheken waar mijn werkkring en dus interesse ligt. Dat is niet te verwonderen, want hij is zelf solobibliothecaris in een academische bibliotheek, dus zijn netwerk ligt ook daar, maar voor het zijn wel heel andere situaties.

Was het nou nuttig, kan ik mezelf afvragen? Ja, want ik had wel wat aan de literatuurverwijzingen in het boek die me verwezen naar tijdschriften die ik niet kende, artikelen die bijzonder interessant waren en ook blogs waar ik nog veel meer nuttige informatie kan vinden. Want die regel van Larry Cooperman hanteerde ik al: blijven leren. Het internet is rijk aan informatieve blogs, zeker voor informatiespecialisten.

Een artikel met infographic over het boek kun je hier vinden.
Elsevier verkoopt het boek hier als boek en e-pub en hier in hoofdstukken.