Blogkerstmis: verzamelblog voor de kerstverhalen

Het is een traditie voor me: het schrijven van een kerstverhaal. De laatste jaren met een onderwerp dat door Martha werd aangeleverd, maar dit jaar stopte ze ermee. Ik heb het overgenomen en ben begonnen met thema’s te verzinnen. Hieronder vind je de kerstverhalen met een korte omschrijving en een link naar het verhaal.

kerst
Afbeelding van Couleur via Pixabay

Alle kerstverhalen

  • Het elfje dat van kou houdt. Een verhaal van Cindy. Haar verhaal gaat over het elfje Gibby dat bij de kerstman op de Noordpool gaat werken. Maar haar eerste ervaringen in de werkplaats zijn niet geweldig.
  • Mars kerst. Mijn eigen verhaal over Pippa die met haar familie in 2221 naar Mars vertrekt, ze gaan de planeet koloniseren. Pippa wil blijven slapen tot ze op Mars aankomen, maar dat gaat niet door, want haar moeder wil kerst vieren met zijn allen.
  • Nu even niet – een kerstverhaal. Hendrik-Jan schrijft over een kerstelfje, maar wel met een eigenwijze twist eraan.

Kerstverhalen

Het zijn dit jaar drie kerstverhalen geworden, twee schrijvers hebben hetzelfde thema gekozen, maar zijn op heel verschillende verhalen uitgekomen. Dat is natuurlijk erg leuk. Veel leesplezier met deze verhalen.

Voor mijn andere kerstverhalen, kijk in het archief op de tag “kerstverhaal”.

Mars kerst – kerstverhaal 2021

Pippa

Pippa zweefde met haar ogen dicht door de gewichtloze ruimte, alleen door een koord verbonden aan het controlecentrum op de bodem. Haar lange haar met blauwgeverfde lokken zweefde om haar heen. Ze liet de muziek – twintigste-eeuwse musicalmuziek – random spelen op haar koptelefoon. Oliver Twist registreerde haar brein nu. Het gevoel van de gewichtloze ruimte was beter dan de kunstmatige zwaartekracht in het ruimteschip. Ze zuchtte en liet zich ondersteboven trekken door het koord. De muziek werd afgebroken en ze hoorde een stem in haar koptelefoon. “Pippa, liefje, kom je beneden?” Haar moeder. Crisis. Ze antwoordde niet en bleef doorzweven. Helaas, ze voelde dat het koord aan haar jumpsuit aangespannen werd en dat ze naar beneden werd getrokken. Ze hoorde nu ook een andere stem, “Emma, niet trekken, we kunnen het koord automatisch laten intrekken.” Even later lag ze op het plateau, de handen van haar moeder verwijderden haar koptelefoon. Ze keek boos naar haar moeder, ze wilde gewoon met rust gelaten worden.

“Pippa, schat. We moeten nog zoveel voorbereiden voor we kerst kunnen vieren. Je moet echt even komen helpen.”

“Wie zegt dat ik iets met kerst wil?” Ze stond op met de bedoeling weer van het plateau te stappen, de gewichtloze ruimte in. Haar moeder koppelde het koord los. “Mam! We zouden blijven slapen tot we op Mars zijn. Dat duurt nog drie maanden! Waarom liet je ons wakker maken!”

Haar moeder keek haar met een ernstige blik aan. “Omdat ik het nodig vind dat we met zijn allen kerst vieren. Je vader en je broer vinden het niet erg dat ze wakker zijn gemaakt, want dan kunnen ze werken. Maar die ga ik uit hun laboratorium wegtrekken. Want zij denken dat wij alle voorbereidingen gaan doen. Ze mogen helpen.”

Pippa trok een gezicht. Haar vader en haar broer Theo waren allebei biologen, voedingsdeskundigen, en als ze wakker waren, totale workaholics. Geen wonder dat die het niet erg vonden.

“Misschien is het wel leuk, kerst vieren.”

Pippa keek met een vernietigende blik de steward aan die het had gewaagd zijn mond open te doen. Hij bloosde. Ze liep het plateau af, de gang in. Haar moeder liep haar snel achterna.
“Kom schat, dan gaan wij naar het magazijn. Er zijn kleine kunstkerstbomen meegekomen, we kunnen er eentje uitzoeken.” Emma trok haar dochter mee.

“Mam! Geen kerst, alsjeblieft niet! Zeker niet met een domme kerstboom, met domme verlichting en domme ballen!”

Haar protest was nutteloos, want twee minuten later stonden ze voor het magazijn.

“Ik had gedacht aan zo’n kerstboom met veel gekleurde verlichting. Die vond je als baby al leuk, dan zat je bij Theo op schoot en probeerde je de lichtjes te pakken.”

Ze liet haar hoofd op de balie zakken. Haar moeder stond enthousiast tegen de steward te praten die het magazijn beheerde. De man dook het magazijn in en kwam terug met een boompje van ongeveer een meter hoog, met lichtjes erin. In een doos zat versiering.
“Dat er echt serieus ruimte wordt ingenomen door die onzin”, mopperde Pippa, “ik moest al mijn oude cd’s laten omzetten naar digitale muziek.”

“Maar je hebt die muziek nog steeds, schat”, merkte haar moeder op. Ze drukte de doos in de handen van haar dochter. Vijf minuten later waren ze in het appartement dat ze met zijn vieren deelden. Pippa’s vader en broer waren er al en ze keken niet echt blij.

“Schat”, zei haar vader tegen haar moeder, “het is wel handig dat je ons wakker hebt laten maken want dan kunnen we werken, maar kerst? Moeten we daar tijd aan verspillen?”

Haar moeder keek haar vader aan, “ja, Jacob, daar moeten we tijd aan besteden!”

Haar zoon stond al even mopperig als haar dochter naast zijn vader.

“Mam, we zijn met vreselijk belangrijk werk bezig!”

Emma keek Theo alleen maar aan. Ze liep met de boom naar een tafel in de hoek van de kamer en plaatste hem daar. Pippa was met doos en al in een stoel gezakt.

“Schatten, help even met versieren. Als het goed is zit er niet alleen versiering voor de boom in die doos, maar ook voor de kamer.” Ze deed de verlichting van de boom aan en keek vrolijk naar man en kinderen. “Kijk, dat is toch al leuk?”

ruimteschip
Afbeelding van Stefan Keller via Pixabay

Jordy

“Misschien is het wel leuk, kerst vieren. Van alle domme opmerkingen die ik kon maken, stond die wel op nummer één.”

Hij hing het laatste koord op de plek waar het hoorde. Hij had er zelf voor gekozen om wakker te blijven voor de reis naar Mars. Na de reis zou hij grotendeels op het schip blijven en dit gaf hem de gelegenheid het schip te leren kennen. En misschien ook wel leuke mensen. Pippa viel onder de leuke mensen, maar tot nu toe had hij nog geen vat op haar gekregen. Hij liep de gang in en ging naar het restaurant waar hij ongeïnteresseerd iets bestelde. Alles leek toch op elkaar. Hij ging bij een aantal andere stewards zitten die druk met elkaar aan het praten waren.

“Jordy”, riep één van hen, “nog leuke meisjes gezien?”

“Wel gezien, niets intelligents tegen ze gezegd”, dacht hij. “Nee”, zei hij tegen de steward, “er zijn maar weinig mensen wakker.”

Eén van de meisjes zei lachend, “zijn wij niet leuk?”

“Leuk, maar niet leuk leuk, sorry”, lachte de steward die erover was begonnen. De hele tafel lachte.

Een ander meisje stootte hem aan. “En dat meisje van vandaag?” Megs had Pippa ook gezien. Jordy zuchtte. Megs keek hem nadenkend aan. “Geen succes tot nu toe?” Hij schudde ontkennend zijn hoofd.

Theo

Theo stond met een sliert kerstverlichting in zijn handen en ontwarde deze. Echt niet te geloven, het was 2221, ze gingen Mars koloniseren, maar kerstverlichting raakte nog steeds in de war. Hij keek naar zijn zus die op een stoel bezig was met kerstballen. Hij wist niet of het zo’n goed plan was geweest Pippa te dwingen mee te gaan naar Mars. Zijn ouders en hij wisten wat ze konden doen, terwijl zijn zus nog druk bezig was te ontdekken wat ze nou eigenlijk wilde. Ja, ze wilde dat misselijke vriendje, dat al een andere vriendin had voor Pippa zelfs maar in quarantaine zat voor de reis. Maar misschien was het maar goed dat ze die kwijt was. Dat joch slikte de raarste dingen en Pippa had tot nu toe daar weerstand aan geboden, maar wat was er gebeurd als ze zonder familie op aarde was achtergebleven? Geen idee.

“Pipje!” riep hij, “kijk, kerstverlichting ontwarren, daar ben jij goed in!”

Ze bleef onderuitgezakt zitten.

“Kom Pippa” zei zijn moeder, “help Theo met dat ding. Hij is geniaal in biologie, maar geef hem iets praktisch als snoeren ontwarren, en dat lukt hem niet.”

Pippa keek alleen maar, ze stond op en ze liep het appartement uit.

“Pippa!” riep haar moeder. Haar vader zei “laat haar maar even. Ze moet zelf ontdekken hoe ze haar ei kwijt kan. Het is moeilijk voor haar. Ze heeft alleen ons, ze heeft nog geen vrienden gemaakt, laat haar even.”

Pippa en Jordy

Pippa liep door de gangen van het ruimteschip. Het ging mis bij een bocht, want daar liep ze met een vaartje tegen de steward aan die haar had geholpen in de gewichtloze kamer.

“Sukkel!” riep ze boos, “kan je niet uitkijken?”

“Kan jij niet uitkijken? Jij komt met een vaart de bocht door.”

Jordy raapte zijn muziekbox op, pakte de andere box die op de grond lag en gaf hem aan haar. “Voor jouw informatie, er hangen overal borden dat je niet moet rennen.”

Pippa zette boos haar koptelefoon op, zette haar muziek aan en liep weg. Tien meter verderop stopte ze en keek ze om. Ze kende de muziek op haar koptelefoon niet. Wel een musical, maar niet eentje die tussen haar muziek zat. Ze liep achter Jordy aan en trok aan de mouw van zijn jumpsuit. “Wat?” snauwde Jordy. Pippa haalde haar koptelefoon van de muziekbox af en ze hoorden nu beiden de muziek. “Dat is Scrooge”, zei Jordy, “dat moet ik iedereen uitleggen, dat is een musical uit de twintigste eeuw. Een kerstmusical.” En toen realiseerde hij het zich. “Je hebt mijn box!”

Tien minuten later zaten ze met zijn tweeën in het verlaten restaurant, waar ze de muziek op het geluidssysteem aansloten. En Jordy vertelde over de muziek, dat die al eeuwen in de familie werd gedraaid, dat ze met kerst altijd de musical vertoonden. Zijn ouders en zussen waren nu in slaap tot ze op Mars waren, dus zouden ze geen musical kijken dit jaar.
Pippa keek nadenkend. “Zou de film in de filmbibliotheek zitten?”

Jordy stond op, “dat kunnen we opzoeken.” Hij startte de bibliotheek en zocht de titel op. Ze stonden beiden naar het scherm te kijken waar de titel oplichtte. ‘Scrooge. Kerstmusical uit de twintigste eeuw. Naar A Christmas Carol van Charles Dickens.’

Jordy keek naar Pippa en Pippa keek naar Jordy. Een minuut later zaten ze met zijn tweeën voor het scherm en bekeken de beginleader.

Emma

Twee uur later vond Emma de twee in het restaurant waar de film net was afgelopen en zij druk bezig waren een scène na te spelen. Ze merkten haar niet eens op. Ze hoorde de discussie aan, “Nee, eigenlijk moet dit met drie mensen, dan kan je het pas echt doen.” “En je moet een grafkist hebben.” Die onbegrijpelijke opmerking kwam van haar dochter, die haar op dat moment ontdekte.

“Oh mam, Jordy heeft een kerstmusical op zijn box staan die ik niet ken. En hij zit ook in de filmbibliotheek! Die moeten wij ook kijken mam, hij is helemaal geweldig.”

Emma keek glimlachend naar haar dochter, dat was de Pippa die ze kende, blauwe lokken en al om haar heen dansend. Het kind was altijd dol geweest op musicals, had op aarde op de jeugdtheaterschool meegespeeld in musicals en had zelfs niet onverdienstelijk gezongen. Het enthousiasme dat ze had verloren met het mislukte vriendje, bruiste er weer vanaf. Jordy kwam dichterbij en ze herkende hem.

“Wat voor musical hebben we het over, Jordy?”, vroeg ze vriendelijk.

“Scrooge, Emma, naar A Christmas Carol, het is al generaties lang in mijn familie een traditie hem te bekijken met kerst.”

“Mam!”, Pippa’s haren bewogen enthousiast heen en weer, “kunnen wij hem ook niet kijken? En kan Jordy dan ook komen? Zijn ouders en zussen zijn nog in slaap!”

De blik van haar moeder verwonderde Pippa. “Mam?”

“Als Jordy dat ook leuk vindt, lijkt het me een prima idee. Je bent wel gewaarschuwd Jordy, mijn man en zoon zijn voedingsdeskundigen en willen iets nieuws op ons uitproberen.”

Jordy grijnsde, “alles beter dan het spul hier in het restaurant, alles smaakt naar rubber.”

“Ja”, lachte Emma, “dat moeten ze nog verbeteren.”

Jordy’s horloge gaf een alarm. “Oh, dat is het teken dat ze me in het magazijn willen, ik heb daar dienst.”

“Tot morgen, Jordy, om zes uur gaan we eten. Kom wat eerder, dan kun je kennis maken met mijn man en mijn zoon.” Emma gaf hem een hand.

“Dat lukt me wel”, zei hij opgeruimd. En weg was hij, rennend, ondanks alle borden die aangaven dat hij moest lopen.

Jacob

Jacob keek peinzend naar zijn dochter die met haar broer bezig was kerstverlichting door het hele appartement aan te brengen. Ze was vrolijk en plaagde Theo, die het kalmpjes accepteerde.

“Kom schat”, spoorde zijn vrouw hem aan.

“Was het zo eenvoudig?, zei hij tegen Emma.

Ze keek hem niet begrijpend aan.

“Pipje huilt, Pipje lacht?”

“Pipje moet zich nuttig voelen, en moet vrienden krijgen waarmee ze iets kan opbouwen. Dat is één van de redenen dat ik jullie wakker heb laten maken. Dát moet Pippa beseffen. En dat ze meer is dan wat dat vriendje van haar maakte.”

De deurgong ging en Pippa rende naar de deur toe. Jordy stond voor de deur. Enthousiast babbelend trok Pippa Jordy mee en stelde hem voor aan haar vader en broer. Vervolgens trok ze hem mee naar de console van de filmbibliotheek.

“Onze amusementsleiders”, grijnsde Theo. Pippa keek hem verbaasd aan. “Ja zus, je kent veel oude muziek en oude films en je hebt nu blijkbaar een medenerd gevonden. Amusementsleiders!”

Jordy grijnsde, die was het er wel mee eens. Pippa keek nadenkend. “Als zoiets bestaat, waarom niet.”

“Zus, we gaan naar een nieuwe wereld. Als het nog niet bestaat, vind je het gewoon uit.”

“Ja hé? Dan kunnen we mensen ook dingen leren, zoals dansjes met drie mensen op een doodkist.” Jordy en Pippa keken beiden naar Theo die benauwd begon te kijken. Als zijn zus hem ergens mee op de kast kon krijgen, was het wel met dansen.

Emma en Jacob keken vanaf de zijlijn naar de anderen.

“Zie je schat? Nuttig.”

Jacob lachte luid.

Voor mijn andere kerstverhalen, kijk in het archief op de tag “kerstverhaal”.

Blogkerstmis: kerstverhaal 2021

December. Het wordt weer tijd om na te denken over een kerstverhaal. Vorige jaren heeft Martha een thema verzonnen en heb ik me uitgeleefd in kerstverhalen. Dit jaar heeft Martha het themastokje aan mij overgedragen.

Hoe gaan we het doen?

Schrijf een kerstverhaal en publiceer het op eerste kerstdag. Doe dat tussen 10 en 18 uur. Op die manier is er wat spreiding, want ik ga het niet voorschrijven. Geef de link aan mij door onder dit bericht, dan verzamel ik het in een speciaal verzamelblog. Heb wel even wat geduld, want net als iedereen heb ik plannen voor die eerste kerstdag.

Thema’s

  • Jij en je partner zijn net samen en jullie hebben afgesproken dat jullie met de kerst naar een feest gaan bij familie van je partner. Iedereen op zijn kerstbest. Je hebt eigenlijk een hekel aan het opgeprikte karakter van het feest, maar vooruit. Je partner zal eerst zijn/haar ouders ophalen, en jij krijgt het adres en zal er zelf naar toe gaan. Het duurt wel even voordat hij/zij er is. Wat is er gebeurd?
  • Je moeder wil het mooiste kerstfeest ooit organiseren, en dwingt de hele familie zich mooi aan te kleden en hun uiterste best te doen om er wat moois van te maken. Complicatie: het is het jaar 2221 en jullie zijn in een enorm ruimteschip onderweg naar Mars om deze planeet te koloniseren.
  • Kerst? Wat is dat? Je hebt jarenlang een baan gehad waarbij je steevast met de kerst moest werken en nu heb je een andere baan. Je partner wil van de gelegenheid gebruik maken zich helemaal uit te leven.
  • Jij bent een van de kerstelfjes van de Kerstman. Wat doet een elf eigenlijk tijdens de kerstdagen?
  • De erfenis van je oma is de doos met kerstversiersels die soms al jaren oud zijn. Je ontdekt iets in die doos dat opschudding veroorzaakt aan de kersttafel, wat is het?

Schrijf je mee?

Dit zijn de thema’s waar je uit kunt kiezen. Het verhaal zelf mag tussen de 300 en 2000 woorden tellen. Publiceer het op eerste Kerstdag op je eigen blog. Op 24 december plaats ik alvast het verzamelblog en dat werk ik op eerste en tweede kerstdag bij met de linkjes die hier binnenkomen. Ik zou het erg leuk vinden als je meedoet. Laat dat vóór 20 december weten in een reactie onder dit blog.

Verhaal: #WOT deel 27

Het is eigenlijk een verhaal, elke week weer. Dat #WOT woord kan op verschillende manieren ingevuld worden. Toen ik het woord nog niet verzon, heb ik zelfs wel met korte verhalen geantwoord. Ik heb bijvoorbeeld met veel plezier over president Trump en zijn covfefe geschreven. Niets leukers dan je fantasie los laten gaan.

Het #WOT woord van deze week is:

Verhaal = 1) Betoog 2) Fabel 3) Feuilleton 4) Folklore 5) Geschiedenis 6) Kroniek 7) Lang verslag 8) Legende 9) Letterkundig werk 10) Literair genre

Verhaal

Van een verhaal is het een kleine stap naar een boek, zou je zeggen. Dat dacht ik vorig jaar november ook met #NaNoWriMo, de National Novel Writing Month. De waarheid? Ik liep vast. Ik wil weer op gang komen, maar helaas gaat dat niet zomaar. Hoe je trek je een verhaal los, waar je geen idee meer bij hebt? Dat is dus de vraag. En meer ook, hoe zet je er weer energie in voor jezelf? Want dat is ook een beetje het eieren eten. Ik ben zo druk bezig met werk, blog, haken, lezen en wat ik maar voor afleiding kan verzinnen, dat het schrijven er bij in schiet. Hoe zorg je ervoor dat je boek niet afkomt? Leid jezelf af. En dat terwijl ik er toch echt wel plezier in had. Een boek over Dineke en Joris in coronatijd. Het tweetal waar ik al meerdere verhalen over heb geschreven. Wie heeft de ultieme tip om dit verhaal tot een einde te brengen?

Schrijf je mee?

En jij? Heb je je eigen verhaal? Ga je hier een heel ander verhaal van maken? Laat me horen wat je ervan vindt en laat een reactie achter.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Irene een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. Dit woord kun je hier vinden.

Een dialoog voor toneel schrijven

Ik had deze week een schrijfworkshop van Eveline Broekhuizen. Twee uur aan de hand van opdrachten lekker schrijven. Ik vond het heerlijk, ik kom er eigenlijk gewoon niet aan toe, en dit was een mooie stok achter de deur. Eén opdracht waar ik me echt mee heb geamuseerd is een dialoog schrijven. Neem een zin die je in je omgeving (lees bureau) kan lezen en schrijf daar iets over. Mijn zin stond op een kaartje waarop een spinnetje was geplakt: ‘In de theaterwereld geven acteurs elkaar vaak een toi toi-tje in de vorm van een voorwerpje gerelateerd aan het stuk.’ In 2015 gekregen van Theatergroep ’t Kofschip, bij het bezoek van de voorstelling ‘Amateurs’ van Wannie de Wijn.

Dialoog

Hij: “Een spin als toi toi toi? Waarom een spin?”
Zij: “Omdat er een spin in het stuk voorkomt.”
Hij: “Welnee, wat een onzin! Waar is die spin dan?”
Zij: (zuchtend) “Er wordt een spinnetje doodgetrapt ergens in het tweede bedrijf.”
Hij: “Ik ben die spin nog nergens tegengekomen.”
Zij: “Dat komt omdat jij het tekstboek nog nauwelijks open hebt gehad.”
Hij: “Hoezo heb ik het boek niet opengehad? Ik ken het grootste gedeelte van mijn tekst al en ik ben nergens een spin tegengekomen.”
Zij: “Ik moet je driekwart van de tijd souffleren. En die spin zit in het tweede bedrijf en daar zou je toch van moeten weten.”
Hij: “Oh, maar dan hebben het over de mise-en-scène en daar is Frans nog steeds niet aan toegekomen. Ik vind die spin onzin.”
Zij: “Het is geen onzin.”
Hij: “Het is wel onzin. Ik ken mijn tekst! Er komt geen spin in voor!”
Zij: “Kijk, en dan loop ik voor op jou. Want omdat ik van jou zonodig moest gaan souffleren heb ik het hele stuk al tien keer gelezen en heb ik die spin al tien keer voorbij zien komen. En dat is tien keer meer dan jij, want jij bent nog niet eens door het eerste bedrijf heen.”
Hij: “Dat is ook onzin! Ik heb één zin in het eerste bedrijf!”
Zij: “Dat bedoel ik!”
Hij: “Wat bedoel je?”
Zij: “Dat ik me als een idioot uitsloof om dit stuk tot een goed einde te brengen en dat meneer de toneelspeler nog steeds in de flow moet komen! Over zes weken is de voorstelling!”
Hij: “Ik ken mijn tekst! Frans moet de mise-en-scène gaan zetten!”
Zij: “Begin niet over Frans en de mise-en-scène die hij allang heeft gezet en jij weer bent vergeten omdat je niets opschrijft! Je moet je tekst gaan leren! We staan volledig voor paal als je niet wat meer je best gaat doen.”
Hij: “We hebben nog nooit voor paal gestaan en dat gaat nu ook niet gebeuren! Ik doe dit langer dan jij hoor!”
Zij: “Ja, en dit is de laatste keer dat ik dit doe, want ik word er helemaal gek van. Laat mij maar lekker series bingen op jouw repetitieavond in plaats van ‘gezellig samen iets doen’.”
Hij: “Het is toch leuk om iets samen te doen. Dat doen we veel te weinig!”
Zij: “Ja, gezellig iets samen doen, net zoals de afwas elke avond? Dat jij ineens dringend moet bellen of naar de buurman moet? Het heeft een week geduurd voordat jij doorhad dat er een afwasmachine was geïnstalleerd.”
Hij: “Nou beginnen we over de afwas?”
Zij: “Ja, we beginnen over de afwas, omdat jij zonodig iets gezellig samen wilt doen en ik geen Siamese tweeling met je wil zijn. Ga alsjeblieft de toneelspeler uithangen zonder mij. Ik vind dat souffleren toch helemaal niets. Dat gezeik elke keer van iedereen, dat ik te snel ben met souffleren. Iedereen is te langzaam met tekst leren. Ga vanavond maar alleen. Ik heb er even geen zin in.”
Hij: “Ja maar lieve schat, wat moeten we zonder jou?”
Zij: (kijkt alleen maar)
Hij: (trekt een pruillip)
Zij: (vloekt en draait zich om)
Hij: (doet zijn armen om haar heen en kust haar in haar nek)
(Heel lange pauze)
Hij: Okee. Die toi toi toi. Daar moeten we nog wat mee. Waar komt die spin voor? Laat het even zien in de tekst. Ik kan wel een tekstje verzinnen voor het kaartje. Het is toch Jiddisch van oorsprong? Ik zoek wel even op internet.
Zij: (overhandigt hem zwijgend een kaartje)

20210219s_dialoog

Hoe vind ik dit?

Ik heb tot nu toe altijd verhalen geschreven. Dit is de eerste dialoog. De eerste versie van deze dialoog schreef ik bij de workshop en ik deed er tien minuten over. De tweede versie die je hier kunt lezen duurde iets langer. Dat kwam ook omdat ik bij de workshop net niet aan het einde toe was gekomen. Daar moest ik nog iets van maken. Ik vind het wel heel leuk om te doen en voor een eerste dialoog vind ik hem heel grappig.

2020: een jaar in woorden

Een nieuw jaaroverzicht voor een jaar dat een beetje merkwaardig was, maar waarin ik veel, vooral veel heb geblogd. Hier komt het dan, mijn jaar in woorden.

Elke dag bloggen

Het was maart, we zaten met zijn allen thuis, ik was hevig aan het wennen aan het thuiswerken dat ik eigenlijk nooit gedaan had. En ik had iets nodig om me af te leiden. Eind maart kwam ik op het idee, en op 1 april startte mijn plan. Ik ging elke dag bloggen. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog. Het gaf me de gelegenheid hier redelijk serieus te blijven en te bloggen over thuiswerken, boeken, schrijven, #NaNoWriMo, minibiebs en nog veel meer. Ik heb het een half jaar volgehouden. Een half jaar waarin ik meestal met heel veel plezier aan het bloggen was, maar op het laatst werd het een moetje. Toen ben ik gestopt met dagelijks bloggen met het plan nog wel regelmatig te bloggen, maar daar kwam minder van terecht. In dat halve jaar heb ik wel ontzettend leuke stukken geschreven, al zeg ik het zelf. Ik heb over thuiswerken geblogd, heb een brief aan de koning geschreven, heb geblogd over bloggen, over het songfestival, en er zijn een paar beschrijvingen van minibiebs bijgekomen.

Boeken

Ik heb best veel gelezen, want ik heb 2020 geëindigd met 136 boeken en dat is minder dan vorig jaar. Nu had ik ook best wel andere dingen te doen, want ik ben dit jaar ook druk aan het haken geweest en Netflix was ook aantrekkelijk. Kijk rustig op mijn Goodreads en voeg me toe als je me wilt volgen. Daar kun je alles vinden wat ik heb gelezen. Hier plaats ik alleen maar wat vijf sterren van heeft gekregen

  • To Be Taught, If Fortunate, Becky Chambers
  • This Body of Death (Inspector Lynley, #16), Elizabeth George
  • Careless in Red (Inspector Lynley, #15), Elizabeth George
  • What Came Before He Shot Her (Inspector Lynley, #14), Elizabeth George
  • With No One as Witness (Inspector Lynley, #13), Elizabeth George
  • A Place of Hiding (Inspector Lynley, #12), Elizabeth George
  • A Traitor to Memory (Inspector Lynley, #11), Elizabeth George
  • In Pursuit of the Proper Sinner (Inspector Lynley, #10), Elizabeth George
  • Deception on His Mind (Inspector Lynley, #9), Elizabeth George
  • In the Presence of the Enemy (Inspector Lynley, #8), Elizabeth George
  • Playing for the Ashes (Inspector Lynley, #7), Elizabeth George
  • Missing Joseph (Inspector Lynley, #6), Elizabeth George
  • For the Sake of Elena (Inspector Lynley, #5), Elizabeth George
  • A Suitable Vengeance (Inspector Lynley, #4), Elizabeth George
  • Well-Schooled in Murder (Inspector Lynley, #3), Elizabeth George
  • Payment in Blood (Inspector Lynley, #2), Elizabeth George
  • A Great Deliverance (Inspector Lynley, #1), Elizabeth George
  • On Writing: A Memoir of the Craft, Stephen King
  • The Obsession, Nora Roberts

Binge lezen

elizabeth george

In oktober kwam ik in een minibieb drie delen van de Inspector Lynley boeken van Elizabeth George tegen. Onder andere het eerste deel A Great Deliverance lag daar. Ik was instant verslaafd. Dat eerste deel heb ik meteen twee keer gelezen, ik kon niet wachten op de andere delen en heb vanaf oktober weinig anders meer gelezen. Het enige nadeel van die boeken is dat ze alsmaar dikker worden en uitnodigen tot diep in de nacht blijven lezen. Het tweede deel, Payment in Blood, over de moord op een toneelschrijfster, kon zelfs in mijn serie Theater in romans. Al die delen hebben vijf sterren van me gekregen op Goodreads.

Dit jaar in mijn collectie gekomen: de complete Euro-5 serie. Een jeugdboekenserie die zich grotendeels in een ruimteschip afspeelt. De bemanning van de Euro-5 beleeft spannende avonturen. In het verleden een aantal van gelezen, maar nooit de complete serie. Er bleek zelfs een serie voor de nieuwe Euro-5 te zijn, die ik nog nooit had gelezen. Het was binge-lezen en genieten.

andy mcdermott

Er was dit jaar nog zo’n serie die uitnodigde tot binge lezen, namelijk Nina Wilde en Eddie Chase, van Andy McDermott. De archeologe en ex-SAS soldaat beleven vijftien avonturen met elkaar, trouwen ook nog en krijgen een dochter. In de echte bieb gevonden ditmaal. Best wel spannend en soms zelfs wel wat gewelddadig.

Write on Thursday – #WOT

Al jaren schrijf ik af en toe mee met de #WOT, Martha schreef elke donderdag een stukje waarover anderen dan konden schrijven. Begin dit jaar stopte ze ermee en toen nam Irene het over. In april stopte ze ermee, haar hoofd zat iets te vol met corona-gerelateerde volheid. Het eerste woord was overdracht. Ik ben er elke week in geslaagd een woord te produceren en hoop dit in 2021 voort te zetten.

Verhalen en boeken schrijven

Ik heb dit jaar niet alleen verhalen geschreven, maar heb ook meegedaan aan #NaNoWriMo en ben begonnen aan een boek. De eerste tienduizend woorden staan op papier. Maar dat is een project wat nog wel even gaat duren, want het is nog lang geen boek en nog lang niet gepubliceerd. Wat ik wel heb gepubliceerd zijn verhalen. In januari en februari heb ik de schrijfprompt van Martha gebruikt en twee verhalen geschreven. Tijdens mijn dagelijkse bloggen ben ik gestart aan een #twentydaystory, maar dat is aan het eind van het jaar een #tendaystory geworden. Op de een of andere manier lukte het niet elke dag iets te schrijven. Natuurlijk heb ik weer een kerstverhaal geschreven, en dat is eerst op de site van Martha gepubliceerd maar staat nu op mijn eigen site. Een spannend verhaal over een adventskalender.

Cijfers

Voor één ding is dagelijks bloggen goed: de statistieken. Een gemiddelde van zo’n vijftien berichten per maand en dat zeven maanden lang, het leverde 132 berichten op, ik zit dik over de 500 berichten. Het gaat nu wat kalmer want de laatste twee maanden heb ik vrijwel alleen de #WOT gedaan. Het duizendste bericht (beide blogs bij elkaar) wacht dus nog even, maar dat gaat zeker dit jaar gebeuren en dat na zeventien jaar bloggen.

Het hoeveelste jaaroverzicht is dit? Ik heb begin 2020 een overzicht voor 2019 en 2018 gemaakt, 2017 kan ik ook vinden, ik heb een overzicht van 2016 gemaakt. Dat overzicht van 2015 is ook te vinden, maar dat is het eerste geweest. Op mijn andere site zijn ook jaaroverzichten te vinden.

Evaluatie van mijn #NaNoWriMo maand

Het is 1 december en #NaNoWriMo is voorbij. Betekent dat mijn boek klaar is? Nou nee, bij lange na niet. Want na een enthousiaste start en een paar dagen hoofdstukken schrijven ging het moeizaam en ben ik uiteindelijk geëindigd met 10.062 woorden. Toch niet slecht vind ik. Maar het is wel tijd voor een evaluatie van mijn voorbereiding en van de schrijfmaand zelf.

Wat is goed gegaan?

Als ik eenmaal schreef ging het als een trein, want de eerste paar hoofdstukken had ik echt in een paar avonden geschreven. Er zaten een paar hoofdstukken bij, waar ik zelf breed om heb zitten lachen. Ook gisteravond toen ik per sé boven die 10.000 woorden wilde eindigen ging het eigenlijk prima. Die kotsversie had ik nog wel goed vertrouwen in zo halverwege de maand. Maar voor de rest was het lastig. Achteraf gezien heb ik er te weinig tijd voor genomen. Wel tijd in mijn agenda zetten en die vervolgens niet gebruiken.

Wat kan ik verbeteren?

Mijn voorbereiding zou ik wel kunnen verbeteren. Ik had de handicap dat ik eigenlijk tot het eind toe een vaag beeld had van waar ik over zou willen schrijven. Mijn plot was eigenlijk non-existent en is nu nog steeds vaag. Voor verbetering vatbaar dus. Aan de voorbereiding van Martha mankeerde eigenlijk niets, behalve haar terugkerende ruzie met Facebook Live 😃. Het was mijn gebruik van die voorbereiding waarin het een beetje schortte. Alles bij elkaar had ik een heel goed idee over mijn boek kunnen opbouwen als ik alle voorbereidende opdrachten had gemaakt. Maar daar had of nam ik te weinig tijd voor. En dat is dan jammer.

Afbeelding van Tumisu via Pixabay

Hoe nu verder?

Gaat het een boek worden? Geen idee nog. Mijn plan is nu alle hoofdstukken naast elkaar te leggen, die in een volgorde te zetten en dan eens te bedenken wat ik mis, wat ik uit zou kunnen bouwen en wat wellicht er uit gegooid moet worden. En dan toch doorschrijven. Kijken of ik er iets van kan maken dat andere mensen met plezier zouden kunnen lezen.

Het vorige #NaNoWriMo stuk over de schrijffase is hier.

De schrijffase van #NaNoWriMo

De eerste week van de schrijffase van #NaNoWriMo is voorbij en het valt me niet tegen. Niet mee ook trouwens. Met werk erbij, bloggen en vrije tijd is het af en toe nog knap lastig om tijd vrij te maken voor schrijven. En dat terwijl ik zelfs tijd in mijn agenda heb gezet. Dagelijks een uur om te schrijven.

De woordtelling

Ik werk in Word en maak voor ieder hoofdstuk een apart bestand. Tot nu toe heb ik vijf hoofdstukken, waaronder het begin en het eind. Die hoofdstukken tellen tot nu toe 4742 woorden. Dan heb ik ook nog een stuk handgeschreven wat een subplotje is voor een hoofdstuk en ideeën voor andere hoofdstukken. Als ik het regime van #NaNoWriMo tot het laatste cijfer zou volgen, dan had ik nu op dag acht 13.336 woorden moeten hebben. Dat lukt dus niet, als ik het ga omrekenen heb ik genoeg woorden voor 2,8 dag. Jawel, cijfernerd in actie.

boek
Afbeelding van Markus Spiske via Pixabay

Schrijffase

De eerste dagen ging het prima, ik was helemaal enthousiast en had achter elkaar een paar hoofdstukken geschreven. En toen kwam er de klad in. Twee dagen achter elkaar had of nam ik geen tijd om te schrijven. Vervolgens schreef ik weer een dag en gisteren heb ik dus alleen iets in klad opgezet. Vandaag wordt het dit blog en niet veel meer. Want ik heb gewoon even geen zin, dat kan namelijk ook.
Komende week krijg ik dus ook iets dat helweek heet. Ik heb me ingeschreven bij NaNoWriMo en krijg regelmatig mail van de Nederlandse groep. Helweek werd daarin beschreven. Het verhaal loopt niet meer zo soepel, je krijgt tegenzin om te schrijven en blijkbaar zit je jezelf dus dwars. Want het is de week waarin je ‘inner editor’ opeens wakker wordt en doorheeft dat je bezig bent met schrijven! En daarbij nog wel schrijven met zo min mogelijk na te denken, waarbij je zoveel mogelijk woorden er uit probeert te knallen. Het zou zelfs kunnen dat je wil opgeven omdat je je eigen werk slecht vindt. We gaan het uitvinden.

Hoe ga ik verder?

Ik blijf gewoon schrijven, al is het maar tien woorden per dag. Ook laat ik me nog wel eens zien in Discord, een chatkanaal voor mensen die meedoen met #NaNoWriMo. Ik ben me er van bewust dat de plot en de ideeën die ik nu heb eigenlijk nog niet genoeg zijn voor een boek. Maar ik ga het wel zien. Het plezier dat ik er tot nu toe van heb is ook belangrijk.

Het vorige #NaNoWriMo stuk over de titel voor mijn boek is hier.

Voorbereiden op #nanowrimo: de titel voor mijn boek

Ttels zijn niet mijn ding, ik ben slecht in titels verzinnen. Ik kan het wel, maar het zijn geen goede titels. Het is één ding titels op te lepelen die ik goed vind. Het volgende is titels te verzinnen voor mijn eigen boek.

Titel voor mijn boek

De opdracht was tien titels te verzinnen. Daar ben ik gisteren mee begonnen. Ik ben tot nu toe tot vijf titels gekomen. En dan moet ik ook een beetje de plot vertellen, anders weten mijn lezers niet waar ik het over heb. Het draait om Dineke en Joris in coronatijden. Samenvatting in vijf woorden. Twee personen waar ik al meer over heb geschreven. Maar het gaat ook om Maarten, de broer van Joris en zijn Amerikaanse vriendin Nicole, tante Dina, Dineke’s broer Edwin en zijn vrouw Stella en de merkwaardige samenleving die Nederland in deze coronatijd is.

  • Boek. Ja sorry, de folder op mijn laptop heet zo, ik heb niets anders gezegd dan; ik ga een boek schrijven. Een titel had ik echt niet in mijn hoofd.
  • Liefde in tijden van corona. Nee, er bestaat geen copyright op titels, dus je kan gewoon boeken hebben met dezelfde titel, of bijna dezelfde titel. Maar laten we nou even wel wezen, het is gewoon cheesy. Ga ik een titel van Gabriel Garcia Márquez misbruiken voor mijn lieve eerstelingetje. Nee.
  • Over grenzen. Het zegt iets en tegelijkertijd zegt het ook helemaal niets.
  • Het grote boek van avontuur. Ja, dat zou wat kunnen zijn in een merkwaardige, totaal niet avontuurlijke samenleving. Tegelijkertijd zegt het helemaal niets en lijkt het op de titel voor een kinderboek en dat wil ik nou juist niet schrijven.
  • Tussenjaar. Tot nu de titel waar ik het meeste voor voel, maar ik heb er mijn reserves bij. Want tussenjaar klinkt ook als iets wat jongeren doen na school en dan vervolgens gaan reizen. Wat het voor mij is, het klinkt als iets wat we met zijn allen nodig hebben. Een tussenjaar, een jaar waarin het leven even half stil stond en niemand even wist waar hij of zij mee bezig was. De wijsheid komt achteraf, de lontjes moeten gedoofd worden, mensen moeten weer leren te praten. Zie je? Toch de beste mogelijkheid.

December

#nanowrimo duurt officieel een maand. Ik weet niet of mensen dan echt een boek af krijgen. Ik heb vandaag voor het eerst geschreven, terwijl ik drie dagen geleden al had willen beginnen. Vanmiddag ben ik begonnen aan het laatste hoofdstuk, want dat eind had ik al een tijdje in mijn hoofd. Het eerste hoofdstuk ben ik ook aan begonnen. In totaal heb ik 1157 woorden geschreven aan die twee stukken. Daar komt dan nog ruim 400 woorden bij voor dit blog en dat vind ik dan wel genoeg voor vandaag. Morgen ga ik weer verder. Voorlopig beleef ik plezier met deze stukjes en het schrijven. Dubbelop dus.

Het vorige #nanowrimo stuk over titels is hier.

Voorbereiden op #nanowrimo: titels

Het gaat om actie deze week, de planning, de laatste loodjes en het doorbreken van de knipperende cursor op die maagdelijk witte pagina. En het gaat om de titel. Daar ben ik niet goed in. Mijn stukjes op dit blog hebben meestal geen fantasierijke titels. De stukjes op mijn andere blog zijn zo mogelijk nog saaier. Ik heb ze daar zelfs een tijdje genummerd, dat was toen ik een tijdje dagelijks blogde. Klik vanaf deze maar door. Ja, fantasie hoor.

Titels

De opdracht van Martha was zes boeken uit de kast te halen en daarvan te bedenken waarom je het zo’n goede titel vindt:
Pawn of Prophecy, David Eddings. Al vele malen genoemd in mijn blog, want ik heb de hele serie minstens drie keer gelezen. Over de eerste zin van dit boek heb ik geblogd. De titel dekt de lading. Er is een profetie en de hoofdpersoon Garion is een pion in die profetie.
Hotel, Arthur Hailey. Compacte titel die dit verhaal over een hotel in New Orleans dekt. En nog beter: het is heel makkelijk te vertalen, want in veel talen is hotel een hotel.
Morgen ben ik beter, Evert Hartman. Jaren geleden gelezen, het gaat over Marielle die ziek wordt en niemand weet wat ze mankeert. Er klinkt hoop in die titel, maar ook een beetje wanhoop.
Al de dagen van mijn leven, R.F. Delderfield. De Engelse titel is eigenlijk beter, To Serve them All my Days. Het boek over David Powlett-Jones die zwaar beschadigd uit WO I komt en als leraar op een school in Devon gaat werken. Hij eindigt als hoofd van de school.
Kruistocht in spijkerbroek, Thea Beckman. Dolf gaat met een tijdmachine terug naar de Middeleeuwen en komt in een kinderkruistocht terecht. Eén van de beste kinderboeken die ik heb gelezen en een geweldige titel voor dit boek.
Schoolidyllen, Top Naeff. Over de schoolperikelen van een groep meisjes. Met Jet gebeurt iets ergs. Het dekt de lading en eigenlijk weer niet, want het gaat bar weinig over school en veel meer over die meiden. De titel lijkt idyllisch en het leven is niet zo idyllisch, dat vind ik er wel mooi aan.

Het tweede deel van de opdracht

Er is nog een tweede deel van de opdracht, en dat is titels voor mijn eigen boek verzinnen. Maar laat ik dat nou net een mooi onderwerp vinden voor mijn blog van morgen. Wordt vervolgd.

Het vorige #nanowrimo stuk over de setting van het verhaal is hier.