Blogkerstmis: verzamelblog voor de kerstverhalen

Het is een traditie voor me: het schrijven van een kerstverhaal. De laatste jaren met een onderwerp dat door Martha werd aangeleverd, maar dit jaar stopte ze ermee. Ik heb het overgenomen en ben begonnen met thema’s te verzinnen. Hieronder vind je de kerstverhalen met een korte omschrijving en een link naar het verhaal.

kerst
Afbeelding van Couleur via Pixabay

Alle kerstverhalen

  • Het elfje dat van kou houdt. Een verhaal van Cindy. Haar verhaal gaat over het elfje Gibby dat bij de kerstman op de Noordpool gaat werken. Maar haar eerste ervaringen in de werkplaats zijn niet geweldig.
  • Mars kerst. Mijn eigen verhaal over Pippa die met haar familie in 2221 naar Mars vertrekt, ze gaan de planeet koloniseren. Pippa wil blijven slapen tot ze op Mars aankomen, maar dat gaat niet door, want haar moeder wil kerst vieren met zijn allen.
  • Nu even niet – een kerstverhaal. Hendrik-Jan schrijft over een kerstelfje, maar wel met een eigenwijze twist eraan.

Kerstverhalen

Het zijn dit jaar drie kerstverhalen geworden, twee schrijvers hebben hetzelfde thema gekozen, maar zijn op heel verschillende verhalen uitgekomen. Dat is natuurlijk erg leuk. Veel leesplezier met deze verhalen.

Voor mijn andere kerstverhalen, kijk in het archief op de tag “kerstverhaal”.

Mars kerst – kerstverhaal 2021

Pippa

Pippa zweefde met haar ogen dicht door de gewichtloze ruimte, alleen door een koord verbonden aan het controlecentrum op de bodem. Haar lange haar met blauwgeverfde lokken zweefde om haar heen. Ze liet de muziek – twintigste-eeuwse musicalmuziek – random spelen op haar koptelefoon. Oliver Twist registreerde haar brein nu. Het gevoel van de gewichtloze ruimte was beter dan de kunstmatige zwaartekracht in het ruimteschip. Ze zuchtte en liet zich ondersteboven trekken door het koord. De muziek werd afgebroken en ze hoorde een stem in haar koptelefoon. “Pippa, liefje, kom je beneden?” Haar moeder. Crisis. Ze antwoordde niet en bleef doorzweven. Helaas, ze voelde dat het koord aan haar jumpsuit aangespannen werd en dat ze naar beneden werd getrokken. Ze hoorde nu ook een andere stem, “Emma, niet trekken, we kunnen het koord automatisch laten intrekken.” Even later lag ze op het plateau, de handen van haar moeder verwijderden haar koptelefoon. Ze keek boos naar haar moeder, ze wilde gewoon met rust gelaten worden.

“Pippa, schat. We moeten nog zoveel voorbereiden voor we kerst kunnen vieren. Je moet echt even komen helpen.”

“Wie zegt dat ik iets met kerst wil?” Ze stond op met de bedoeling weer van het plateau te stappen, de gewichtloze ruimte in. Haar moeder koppelde het koord los. “Mam! We zouden blijven slapen tot we op Mars zijn. Dat duurt nog drie maanden! Waarom liet je ons wakker maken!”

Haar moeder keek haar met een ernstige blik aan. “Omdat ik het nodig vind dat we met zijn allen kerst vieren. Je vader en je broer vinden het niet erg dat ze wakker zijn gemaakt, want dan kunnen ze werken. Maar die ga ik uit hun laboratorium wegtrekken. Want zij denken dat wij alle voorbereidingen gaan doen. Ze mogen helpen.”

Pippa trok een gezicht. Haar vader en haar broer Theo waren allebei biologen, voedingsdeskundigen, en als ze wakker waren, totale workaholics. Geen wonder dat die het niet erg vonden.

“Misschien is het wel leuk, kerst vieren.”

Pippa keek met een vernietigende blik de steward aan die het had gewaagd zijn mond open te doen. Hij bloosde. Ze liep het plateau af, de gang in. Haar moeder liep haar snel achterna.
“Kom schat, dan gaan wij naar het magazijn. Er zijn kleine kunstkerstbomen meegekomen, we kunnen er eentje uitzoeken.” Emma trok haar dochter mee.

“Mam! Geen kerst, alsjeblieft niet! Zeker niet met een domme kerstboom, met domme verlichting en domme ballen!”

Haar protest was nutteloos, want twee minuten later stonden ze voor het magazijn.

“Ik had gedacht aan zo’n kerstboom met veel gekleurde verlichting. Die vond je als baby al leuk, dan zat je bij Theo op schoot en probeerde je de lichtjes te pakken.”

Ze liet haar hoofd op de balie zakken. Haar moeder stond enthousiast tegen de steward te praten die het magazijn beheerde. De man dook het magazijn in en kwam terug met een boompje van ongeveer een meter hoog, met lichtjes erin. In een doos zat versiering.
“Dat er echt serieus ruimte wordt ingenomen door die onzin”, mopperde Pippa, “ik moest al mijn oude cd’s laten omzetten naar digitale muziek.”

“Maar je hebt die muziek nog steeds, schat”, merkte haar moeder op. Ze drukte de doos in de handen van haar dochter. Vijf minuten later waren ze in het appartement dat ze met zijn vieren deelden. Pippa’s vader en broer waren er al en ze keken niet echt blij.

“Schat”, zei haar vader tegen haar moeder, “het is wel handig dat je ons wakker hebt laten maken want dan kunnen we werken, maar kerst? Moeten we daar tijd aan verspillen?”

Haar moeder keek haar vader aan, “ja, Jacob, daar moeten we tijd aan besteden!”

Haar zoon stond al even mopperig als haar dochter naast zijn vader.

“Mam, we zijn met vreselijk belangrijk werk bezig!”

Emma keek Theo alleen maar aan. Ze liep met de boom naar een tafel in de hoek van de kamer en plaatste hem daar. Pippa was met doos en al in een stoel gezakt.

“Schatten, help even met versieren. Als het goed is zit er niet alleen versiering voor de boom in die doos, maar ook voor de kamer.” Ze deed de verlichting van de boom aan en keek vrolijk naar man en kinderen. “Kijk, dat is toch al leuk?”

ruimteschip
Afbeelding van Stefan Keller via Pixabay

Jordy

“Misschien is het wel leuk, kerst vieren. Van alle domme opmerkingen die ik kon maken, stond die wel op nummer één.”

Hij hing het laatste koord op de plek waar het hoorde. Hij had er zelf voor gekozen om wakker te blijven voor de reis naar Mars. Na de reis zou hij grotendeels op het schip blijven en dit gaf hem de gelegenheid het schip te leren kennen. En misschien ook wel leuke mensen. Pippa viel onder de leuke mensen, maar tot nu toe had hij nog geen vat op haar gekregen. Hij liep de gang in en ging naar het restaurant waar hij ongeïnteresseerd iets bestelde. Alles leek toch op elkaar. Hij ging bij een aantal andere stewards zitten die druk met elkaar aan het praten waren.

“Jordy”, riep één van hen, “nog leuke meisjes gezien?”

“Wel gezien, niets intelligents tegen ze gezegd”, dacht hij. “Nee”, zei hij tegen de steward, “er zijn maar weinig mensen wakker.”

Eén van de meisjes zei lachend, “zijn wij niet leuk?”

“Leuk, maar niet leuk leuk, sorry”, lachte de steward die erover was begonnen. De hele tafel lachte.

Een ander meisje stootte hem aan. “En dat meisje van vandaag?” Megs had Pippa ook gezien. Jordy zuchtte. Megs keek hem nadenkend aan. “Geen succes tot nu toe?” Hij schudde ontkennend zijn hoofd.

Theo

Theo stond met een sliert kerstverlichting in zijn handen en ontwarde deze. Echt niet te geloven, het was 2221, ze gingen Mars koloniseren, maar kerstverlichting raakte nog steeds in de war. Hij keek naar zijn zus die op een stoel bezig was met kerstballen. Hij wist niet of het zo’n goed plan was geweest Pippa te dwingen mee te gaan naar Mars. Zijn ouders en hij wisten wat ze konden doen, terwijl zijn zus nog druk bezig was te ontdekken wat ze nou eigenlijk wilde. Ja, ze wilde dat misselijke vriendje, dat al een andere vriendin had voor Pippa zelfs maar in quarantaine zat voor de reis. Maar misschien was het maar goed dat ze die kwijt was. Dat joch slikte de raarste dingen en Pippa had tot nu toe daar weerstand aan geboden, maar wat was er gebeurd als ze zonder familie op aarde was achtergebleven? Geen idee.

“Pipje!” riep hij, “kijk, kerstverlichting ontwarren, daar ben jij goed in!”

Ze bleef onderuitgezakt zitten.

“Kom Pippa” zei zijn moeder, “help Theo met dat ding. Hij is geniaal in biologie, maar geef hem iets praktisch als snoeren ontwarren, en dat lukt hem niet.”

Pippa keek alleen maar, ze stond op en ze liep het appartement uit.

“Pippa!” riep haar moeder. Haar vader zei “laat haar maar even. Ze moet zelf ontdekken hoe ze haar ei kwijt kan. Het is moeilijk voor haar. Ze heeft alleen ons, ze heeft nog geen vrienden gemaakt, laat haar even.”

Pippa en Jordy

Pippa liep door de gangen van het ruimteschip. Het ging mis bij een bocht, want daar liep ze met een vaartje tegen de steward aan die haar had geholpen in de gewichtloze kamer.

“Sukkel!” riep ze boos, “kan je niet uitkijken?”

“Kan jij niet uitkijken? Jij komt met een vaart de bocht door.”

Jordy raapte zijn muziekbox op, pakte de andere box die op de grond lag en gaf hem aan haar. “Voor jouw informatie, er hangen overal borden dat je niet moet rennen.”

Pippa zette boos haar koptelefoon op, zette haar muziek aan en liep weg. Tien meter verderop stopte ze en keek ze om. Ze kende de muziek op haar koptelefoon niet. Wel een musical, maar niet eentje die tussen haar muziek zat. Ze liep achter Jordy aan en trok aan de mouw van zijn jumpsuit. “Wat?” snauwde Jordy. Pippa haalde haar koptelefoon van de muziekbox af en ze hoorden nu beiden de muziek. “Dat is Scrooge”, zei Jordy, “dat moet ik iedereen uitleggen, dat is een musical uit de twintigste eeuw. Een kerstmusical.” En toen realiseerde hij het zich. “Je hebt mijn box!”

Tien minuten later zaten ze met zijn tweeën in het verlaten restaurant, waar ze de muziek op het geluidssysteem aansloten. En Jordy vertelde over de muziek, dat die al eeuwen in de familie werd gedraaid, dat ze met kerst altijd de musical vertoonden. Zijn ouders en zussen waren nu in slaap tot ze op Mars waren, dus zouden ze geen musical kijken dit jaar.
Pippa keek nadenkend. “Zou de film in de filmbibliotheek zitten?”

Jordy stond op, “dat kunnen we opzoeken.” Hij startte de bibliotheek en zocht de titel op. Ze stonden beiden naar het scherm te kijken waar de titel oplichtte. ‘Scrooge. Kerstmusical uit de twintigste eeuw. Naar A Christmas Carol van Charles Dickens.’

Jordy keek naar Pippa en Pippa keek naar Jordy. Een minuut later zaten ze met zijn tweeën voor het scherm en bekeken de beginleader.

Emma

Twee uur later vond Emma de twee in het restaurant waar de film net was afgelopen en zij druk bezig waren een scène na te spelen. Ze merkten haar niet eens op. Ze hoorde de discussie aan, “Nee, eigenlijk moet dit met drie mensen, dan kan je het pas echt doen.” “En je moet een grafkist hebben.” Die onbegrijpelijke opmerking kwam van haar dochter, die haar op dat moment ontdekte.

“Oh mam, Jordy heeft een kerstmusical op zijn box staan die ik niet ken. En hij zit ook in de filmbibliotheek! Die moeten wij ook kijken mam, hij is helemaal geweldig.”

Emma keek glimlachend naar haar dochter, dat was de Pippa die ze kende, blauwe lokken en al om haar heen dansend. Het kind was altijd dol geweest op musicals, had op aarde op de jeugdtheaterschool meegespeeld in musicals en had zelfs niet onverdienstelijk gezongen. Het enthousiasme dat ze had verloren met het mislukte vriendje, bruiste er weer vanaf. Jordy kwam dichterbij en ze herkende hem.

“Wat voor musical hebben we het over, Jordy?”, vroeg ze vriendelijk.

“Scrooge, Emma, naar A Christmas Carol, het is al generaties lang in mijn familie een traditie hem te bekijken met kerst.”

“Mam!”, Pippa’s haren bewogen enthousiast heen en weer, “kunnen wij hem ook niet kijken? En kan Jordy dan ook komen? Zijn ouders en zussen zijn nog in slaap!”

De blik van haar moeder verwonderde Pippa. “Mam?”

“Als Jordy dat ook leuk vindt, lijkt het me een prima idee. Je bent wel gewaarschuwd Jordy, mijn man en zoon zijn voedingsdeskundigen en willen iets nieuws op ons uitproberen.”

Jordy grijnsde, “alles beter dan het spul hier in het restaurant, alles smaakt naar rubber.”

“Ja”, lachte Emma, “dat moeten ze nog verbeteren.”

Jordy’s horloge gaf een alarm. “Oh, dat is het teken dat ze me in het magazijn willen, ik heb daar dienst.”

“Tot morgen, Jordy, om zes uur gaan we eten. Kom wat eerder, dan kun je kennis maken met mijn man en mijn zoon.” Emma gaf hem een hand.

“Dat lukt me wel”, zei hij opgeruimd. En weg was hij, rennend, ondanks alle borden die aangaven dat hij moest lopen.

Jacob

Jacob keek peinzend naar zijn dochter die met haar broer bezig was kerstverlichting door het hele appartement aan te brengen. Ze was vrolijk en plaagde Theo, die het kalmpjes accepteerde.

“Kom schat”, spoorde zijn vrouw hem aan.

“Was het zo eenvoudig?, zei hij tegen Emma.

Ze keek hem niet begrijpend aan.

“Pipje huilt, Pipje lacht?”

“Pipje moet zich nuttig voelen, en moet vrienden krijgen waarmee ze iets kan opbouwen. Dat is één van de redenen dat ik jullie wakker heb laten maken. Dát moet Pippa beseffen. En dat ze meer is dan wat dat vriendje van haar maakte.”

De deurgong ging en Pippa rende naar de deur toe. Jordy stond voor de deur. Enthousiast babbelend trok Pippa Jordy mee en stelde hem voor aan haar vader en broer. Vervolgens trok ze hem mee naar de console van de filmbibliotheek.

“Onze amusementsleiders”, grijnsde Theo. Pippa keek hem verbaasd aan. “Ja zus, je kent veel oude muziek en oude films en je hebt nu blijkbaar een medenerd gevonden. Amusementsleiders!”

Jordy grijnsde, die was het er wel mee eens. Pippa keek nadenkend. “Als zoiets bestaat, waarom niet.”

“Zus, we gaan naar een nieuwe wereld. Als het nog niet bestaat, vind je het gewoon uit.”

“Ja hé? Dan kunnen we mensen ook dingen leren, zoals dansjes met drie mensen op een doodkist.” Jordy en Pippa keken beiden naar Theo die benauwd begon te kijken. Als zijn zus hem ergens mee op de kast kon krijgen, was het wel met dansen.

Emma en Jacob keken vanaf de zijlijn naar de anderen.

“Zie je schat? Nuttig.”

Jacob lachte luid.

Voor mijn andere kerstverhalen, kijk in het archief op de tag “kerstverhaal”.

Blogkerstmis: kerstverhaal 2021

December. Het wordt weer tijd om na te denken over een kerstverhaal. Vorige jaren heeft Martha een thema verzonnen en heb ik me uitgeleefd in kerstverhalen. Dit jaar heeft Martha het themastokje aan mij overgedragen.

Hoe gaan we het doen?

Schrijf een kerstverhaal en publiceer het op eerste kerstdag. Doe dat tussen 10 en 18 uur. Op die manier is er wat spreiding, want ik ga het niet voorschrijven. Geef de link aan mij door onder dit bericht, dan verzamel ik het in een speciaal verzamelblog. Heb wel even wat geduld, want net als iedereen heb ik plannen voor die eerste kerstdag.

Thema’s

  • Jij en je partner zijn net samen en jullie hebben afgesproken dat jullie met de kerst naar een feest gaan bij familie van je partner. Iedereen op zijn kerstbest. Je hebt eigenlijk een hekel aan het opgeprikte karakter van het feest, maar vooruit. Je partner zal eerst zijn/haar ouders ophalen, en jij krijgt het adres en zal er zelf naar toe gaan. Het duurt wel even voordat hij/zij er is. Wat is er gebeurd?
  • Je moeder wil het mooiste kerstfeest ooit organiseren, en dwingt de hele familie zich mooi aan te kleden en hun uiterste best te doen om er wat moois van te maken. Complicatie: het is het jaar 2221 en jullie zijn in een enorm ruimteschip onderweg naar Mars om deze planeet te koloniseren.
  • Kerst? Wat is dat? Je hebt jarenlang een baan gehad waarbij je steevast met de kerst moest werken en nu heb je een andere baan. Je partner wil van de gelegenheid gebruik maken zich helemaal uit te leven.
  • Jij bent een van de kerstelfjes van de Kerstman. Wat doet een elf eigenlijk tijdens de kerstdagen?
  • De erfenis van je oma is de doos met kerstversiersels die soms al jaren oud zijn. Je ontdekt iets in die doos dat opschudding veroorzaakt aan de kersttafel, wat is het?

Schrijf je mee?

Dit zijn de thema’s waar je uit kunt kiezen. Het verhaal zelf mag tussen de 300 en 2000 woorden tellen. Publiceer het op eerste Kerstdag op je eigen blog. Op 24 december plaats ik alvast het verzamelblog en dat werk ik op eerste en tweede kerstdag bij met de linkjes die hier binnenkomen. Ik zou het erg leuk vinden als je meedoet. Laat dat vóór 20 december weten in een reactie onder dit blog.

De adventskalender

Het was tien uur voordat Vincent wakker werd en half elf voordat hij de moed had de douche te zoeken en daar een kwartier onder te blijven staan. Rond elf uur stond hij eindelijk beneden in de keuken. Bij de koffiekan lag een briefje van Jan, “De koffie is gezet om half negen, kijk of het nog lekker is. Ik ben naar het dorp, boodschappen doen. Als je naar buiten gaat, ga niet te ver weg. Je kan best wel verdwalen hier. Heb ik minstens drie keer gedaan toen ik klein was.”

Hij schonk de koffie in die nog acceptabel was en deed de keukendeur open. Het was fris buiten. Hij voelde zich in ieder geval beter nu. Gelukkig had Jan zijn luchtziekte al een keer eerder meegemaakt en had hem gewoon meegesleept en in de auto gezet. In het huis aangekomen had Jan hem in zijn bed geholpen. Hij ging op de bank op de veranda zitten en keek om zich heen. Hier en daar lag sneeuw, Jan had hem verteld dat ze goede kans op een witte Kerst hadden zo hoog in het noorden van Finland. Hij besloot te kijken of er iets te eten was en daarna een wandeling in de omgeving te maken. Dit huis van de familie Nurmi was het enige in de wijde omgeving. De naaste buren woonden vijftien kilometer verderop.

Hij liep de keuken weer in en trok de deur achter zich dicht. Een verkenningstocht in de grote koelkast leerde hem dat er wel degelijk wat te eten was. Tien minuten later liep hij met een nieuwe koffie en een bord met sandwiches de woonkamer binnen die naast de keuken lag. Het was een lange kamer van zeker tien meter die de hele lengte van het huis besloeg. Hij zette zijn bord en de koffie op tafel en keek nieuwsgierig in de kamer die naast de woonkamer lag. Het was een studeerkamer met een bureau en boekenkasten langs de muren. De titels waren overwegend Fins zag hij, maar er was ook een kast met Nederlandse en Engelse titels. Die waren vast door Jans familie hier terecht gekomen. Jans moeder sprak Fins, maar de taal lezen vond ze moeilijk.

Toen hij de studeerkamer weer uitliep zag hij de adventskalender op de muur tegenover de deur. Een groot ding in de vorm van een houten huis dat aan de muur hing. De nummers op de luikjes waren erin gebrand. Nadenkend voelde hij aan een donkere streep die over het luikje van nummer 14 liep, het luikje onder nummer 19. De eerste 23 nummers waren kleine luikjes, nummer 24 was een groter luik op de eerste laag, nummer 25 zat in het dak. Hij voelde aan de onderste luikjes met de laagste nummers. De eerste achttien nummers kon hij allemaal open krijgen. De ruimtes waren leeg. Hij had een onbestemd gevoel bij deze kalender. Hij zag dat het luikje van nummer 23 een beetje beschadigd was. Het was vandaag 23 december. Hij trok eraan, maar het ging niet open. Onwillekeurig liep er een rilling over zijn rug. Eten, dat ging hij eerst doen en dan ging hij wandelen. Jan had hem verteld dat de omgeving prachtig was en dat hij hier zijn hart kon ophalen met zijn natuurfotografie.

Middag

Een half uur later liep hij buiten, wandelschoenen aan, camera en statief in zijn rugzak en verse koffie in een thermosfles. In zijn handen de kaart van de omgeving die Jan had achtergelaten met aantekeningen erop. Zijn doel was de plek waar Jan bij had geschreven “prachtig uitzichtpunt over het meer”. De plek was drie kilometer verderop en goed te bereiken. Er lag niet veel sneeuw, het was duidelijk een tijd geleden dat het had gesneeuwd. Op zijn bestemming aangekomen zag hij dat Jan gelijk had. Het was een prachtig uitzichtpunt. Het meertje was deels dichtgevroren, in diverse wakken waren eenden te vinden. In de sneeuw zag hij sporen van andere dieren. Toen hij zijn camera en statief had opgezet nam hij een kop koffie en keek uit over het meertje. Twee uur later had hij een aantal dieren gespot en gefotografeerd. Onder andere een paar konijnen en een klein hertje. Voor de rest had hij de natuur gefotografeerd en geëxperimenteerd met zijn telelens. Maar nu kreeg hij het koud en zijn koffie was op. Hij keek op zijn horloge, 3:15, tijd om terug te gaan. Zolang zou het niet licht blijven zover noordelijk en verdwalen was makkelijk in het donker. Terug in het huis verbaasde hij zich over Jan die nog niet terug was.

Hij maakte thee en liep daarmee de woonkamer in, en schopte ergens tegen aan dat vervolgens door de kamer heen rolde. Hij zette zijn thee op de salontafel, ging op zijn knieën en voelde onder de tafel. Daar lag dat ding. Hij bekeek het en liet het meteen uit zijn hand vallen. Het was een klein hoofdje van hout, met overal rode verf dat natuurlijk bloed moest uitbeelden. Onwillekeurig ging zijn blik naar de adventskalender en daar stond het luikje van nummer 19 open. Aan de binnenkant was ook rode verf aangebracht. Wacht, er zat een palletje. Toen Vincent daarop drukte klonk er een naargeestig gelach door de kamer. Hij sprong van schrik de lucht in. Klere! Wat was dat! Van een afstand keek hij naar de adventskalender. De rillingen liepen hem over de rug, wat was dit voor eng ding? Hij besloot het uit zijn hoofd te zetten, dit was gewoon een geintje van Jan, die had een soort morbide humor waar hij af en toe niet tegen kon.

Hij liep resoluut de studeerkamer in, misschien stond er nog wel wat leuks te lezen. Tien minuten later kwam hij met een stapeltje Engelstalige thrillers de woonkamer weer in en begon in een Elizabeth George. Hij had ze niet allemaal en deze had hij nog niet gelezen. Hij was snel verdiept in ‘With No One as Witness’. Na een tijdje werd hij uit zijn boek gehaald door een merkwaardig geluid. Waar deed dat hem aan denken? Hij ging rechtop zitten en realiseerde het zich toen. Voor hij met Jan naar Finland was vertrokken had hij met zijn vriendin Heleen de musical ‘Scrooge’ zitten kijken en dat was het. Geluid van kettingen, kettingen die over elkaar heen gingen. Waar kwam het vandaan? De adventskalender verspreidde het geluid. Nummer 20 was open. Hij drukte op het palletje in de ruimte. Het kettingengeratel hield op. Rotding. Hij dook weer in zijn boek, maar zijn concentratie was duidelijk minder.

Avond

Rond zes uur begon hij zich echt zorgen te maken over Jan. Hij had zijn telefoon al opgezocht, maar hij had totaal geen bereik. Het was geen optie op zoek te gaan naar Jan, die had hem gezegd dat het dorp op dertig km afstand lag, dat was niet aan te lopen in het donker. Hij besloot voor zijn avondeten te gaan zorgen. Rond zeven uur stond hij zijn groentemengsel te keuren toen het knipperen van het licht in de woonkamer hem opviel. Hij liep de woonkamer in. De schemerlamp knipperde. Hij keek naar de adventskalender, nummer 21 stond open, hier zat ook weer een palletje in. Toen hij het indrukte hield het knipperen op. Hij kreeg nu de neiging de kalender van de muur te rukken. Er moest stroom naar toe gaan, dat kon niet anders, maar waar vandaan dan? En waar de f*ck bleef Jan? Geagiteerd liep hij terug naar de keuken en deed zijn eten op een bord. In de woonkamer ging hij aan de eettafel zitten met uitzicht op de kalender. Hij kon Jan wel wat doen, wat was dat ding?

Na het eten pakte hij zijn camera en laptop en begon de foto’s te bekijken die hij die dag had genomen. Tien minuten later was hij volkomen verdiept in de foto’s. Hij schreef in het Wordbestand dat hij als dagboek had en daar gooide hij alle scheldwoorden voor Jan in. Tussen de regels door klonk wel zijn ongerustheid over de afwezigheid van zijn vriend. Jan en hij waren bevriend geraakt in het eerste jaar op de universiteit, en het was niets voor hem om zo maar weg te blijven. Het voorstel om de kerst door te brengen hier in het noorden van Finland in het familiehuis van Jan had hij vanaf het eerste moment leuk gevonden. Het enige dat hij jammer vond, was dat Heleen niet mee kon, maar die had al heel lang geleden een afspraak gemaakt met haar ouders en oudtante Dina. Om negen uur spuugde hokje 22 een afgehakte hand op zijn laptop. Vloekend schoot hij overeind, Jan naar het hiernamaals en terug wensend. Toen zijn hartslag enigszins terug naar normaal was bekeek hij de hand. Weer hout en die rode verf. Het ding was echt gedetailleerd.

Hij zette de kalender uit zijn hoofd en keerde terug naar zijn dagboek. Al snel was hij weer geconcentreerd bezig tot de volgende afleiding. Hij wilde niet kijken, maar deed het wel. Met zijn vingers nog op het toetsenbord keek hij naar de deur van de studeerkamer waar licht onder de deur kwam. Zijn blik ging naar de kalender aan de andere muur, nummer 23 was open. K*tkalender. Ook in nummer 23 was een palletje. Hij drukte erop, maar het licht ging niet uit. Hij nam een besluit en duwde de deur van de studeerkamer open. De grote lamp boven het bureau was aan. Er lag een stapeltje papier op het bureau dat hij eerder niet had gezien. Op het bovenste papier stond één regel: ‘Murhaaja talossa’. Humor! Fins! Geen bereik, geen Google Translate, geen Jan, die hij onderhand naar het hiernamaals wenste, maar niet meer terug. De rest van de stapel was ook in het Fins, bladzij na bladzij Finse woorden.

24 december

Op 24 december kwam hij dankzij een slapeloze nacht pas na tien uur beneden in de keuken. Hij zette koffie en met zijn hoofd op zijn armen wachtte hij tot de koffie was doorgelopen. Met zijn koffie in zijn hand liep hij naar buiten. Sneeuw! Lelijk woord! Geen wandeling. Terug in de keuken maakte hij zijn ontbijt klaar. In de woonkamer schoof hij een stoel recht voor de adventskalender en was dus helemaal klaar voor hokje nummer 24 dat om 12 uur half open ging. Achterdochtig trok hij het verder open en deinsde achteruit. Een houten poppetje zonder hoofd met één hand was vastgemaakt aan de achterwand. De rode verf was uitgeschoten in dit hokje. Hij gaf het op en liep naar buiten. Daar stopte net een auto waar Jan uitstapte. Vincent rende op hem toe, duwde hem een berg sneeuw in en begroef hem daar.

“Vincent, lieverd!” Hij voelde handen aan zijn schouders. Hij liet zich overeind trekken. Heleen. Ze trok hem naar zich toe en kuste hem. Hij gaf zich aan haar over. Hij hoorde Jan lachen op de achtergrond. Binnen begon Jan met uitleggen. “Sorry man, ik had gisteren pech met de auto en dat duurde gewoon te lang, anders was ik gisteravond al terug gekomen. Het bereik is hier 0,0, anders had ik wel gebeld. En ik moest natuurlijk op je verrassing wachten, want Heleen kwam vandaag aan.”

Vincent was zwaar geïrriteerd. “Man! Jij niet hier! En dat duurde idioot lang! Die adventkalender, wat een f*cking eng ding is dat! Lachen, kettingen, hoofdjes, handen, what the f*ck man!”

Heleen streek haar hand over de arm van Vincent, “Rustig liefje.” Hij legde zijn hoofd in haar schoot en kwam tot rust.

Middag

Ze zaten met zijn drieën in de woonkamer en keken naar de kalender. Jan vertelde over zijn grootvader, een thrillerschrijver die enorm populair was in Finland. Zijn uitgever had hem de kalender als cadeau gegeven bij de vijfentwintigste thriller. Jan vertelde over zijn jeugdjaren waarin hij elk uur enthousiast naar de hokjes keek die iets uitspuugden. De hokjes moesten met de hand gevuld worden, dus het was elke keer een verrassing wat wanneer tevoorschijn kwam.

“Je mag me nog één ding uitleggen”, zei hij naar Jan kijkend.

“En dat is?”

“Die stapel papier met ‘Murhaaja’ whatever op de eerste pagina? Wie heeft dat in de studeerkamer gelegd? Die stapel was er namelijk niet de eerste keer dat ik in die kamer kwam.”

Jan keek Vincent nadenkend aan. “Mijn tante heeft dit allemaal voorbereid, maar ze gaat echt niet ergens zitten rillen tot ze een stapel papier kan neerleggen, man. Dus waar heb je het over?”

Ze draaiden alle drie naar de deur van de studeerkamer en voelden een koude vlaag over zich heen gaan.

Dit kerstverhaal is gepubliceerd op de site van Martha Pelkman op 25 december 2020. Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.

Een goed voornemen

Januari

“Gefeliciteerd! Je wordt dit jaar achttien!”
Op haar lange donkere vlecht kauwend zat Heleen de mail in de overheidsbox te bekijken. Ze wist dat dit ging komen, vrienden hadden het vorig jaar al gekregen. Zuchtend las ze verder.
“Dit wordt een belangrijk jaar. Vanaf eerste kerstdag mag je namelijk met je goede voornemen gaan werken. Een belangrijke stap in je ontwikkeling tot volwassen burger van dit land!”
Het enthousiasme droop eraf.
“Uit onze gegevens blijkt dat je op school zit, daar zal je extra lessen krijgen om je voor te bereiden op je goede voornemen. Deze lessen zijn verplicht en zullen vanaf februari in je rooster worden opgenomen.”
Extra lessen. Of ze het nog niet druk genoeg had. Volgend schooljaar examenjaar, en dit schooljaar was het met schoolwerk, sport en sociaal leven behoorlijk druk. Ze sloot haar berichtenbox af. Hier had ze nog even geen zin in.

Februari

De eerste voornemenles was in de aula met alle leerlingen die dat jaar 18 zouden worden of al waren. De rector stond voor de groep met een hun onbekende man, die ze voorstelde als de mentor. Deze man mochten ze bezoeken als ze vragen hadden. Ook zou hij deze introductieles geven. Heleen zat weggedoken tussen haar vriendinnen die allen zeker niet aan het opletten waren. Het verhaal ging totaal langs iedereen heen, niemand was geïnteresseerd. De mentor zag eruit alsof hij daar zich totaal niet druk over maakte. Eén opmerking maakte wel iedereen wakker. “Sorry meneer, wat zei u precies?” Eén van de jongens uit haar klas keek bezorgd naar de mentor. “Ik zei, dat als jullie je keus niet invult, de regering voor jullie een keus maakt. Niet iedereen is blij met eens per week koffievisites bij bejaarden.” Hij glimlachte, “Maar het kan natuurlijk iets heel anders worden.”

Maart

“Afgekeurd. Gewoon afgekeurd.” Marieke zat te balen en Heleen schonk thee voor haar in, ze voelde mee. “Ik dacht dat ik het handig deed, door gewoon in één keer dat stomme voornemen in te vullen. Krijg ik een dag later een mail dat het is afgekeurd.” Marieke liet haar hoofd op haar armen zakken. Chocolade, besloot Heleen, dat moest helpen. “Heb jij al wat ingevuld?” Heleen schudde haar hoofd, “ik heb ook echt nog geen idee.” Marieke zuchtte, “Daar gaat het ook helemaal niet om. Het is gewoon onzin. Mijn vader zei dat het allemaal komt door die wormen en maden van Balkenende.” Heleen schoof zwijgend de mok thee naar haar vriendin toe.

April

“Het is toch heel anders dan in onze tijd.” Heleen liep de trap af en hoorde haar tante Dineke. “Wij deden maar wat met dat voornemen. Maar die kinderen van tegenwoordig, zoals Heleen, zijn er het hele jaar mee bezig.” Heleen zakte neer op de trap. Praten over dat voornemen had ze helemaal geen zin in. Automatisch verhuisde het uiteinde van haar lange vlecht naar haar mond. Ze hoorde nu haar vader. “Het is ook niet makkelijk voor haar. Ze is best wel zwaar op de hand, dat heeft ze van haar oma Dineke, daar lijk jij ook op.” Dineke lachte, “Ja, dat klopt wel. Ik herken dat wel. Ze is een binnenvetter. Ik voorspel je, je gaat niet veel van haar horen over dat voornemen tijdens dit jaar.”

Mei

Heleen zat met een saggerijnig gezicht aan de ontbijttafel. “Het punt is, lieve schat, je mag niet verzuimen met die lessen. Ik begrijp dat het niet echt handig is, twee tussenuren en dan die voornemenles, maar misschien kan je alvast huiswerk doen?” Heleen keek haar moeder woedend aan. Stella trok zich er weinig van aan, ze was wel wat gewend van haar dochter. “Dan vraag ik het wel aan pappa!” Haar vader kwam op dat moment binnen. “Wat wil je mij vragen schat?”
“Ik heb vanmiddag twee tussenuren en dan pas die stomme voornemenles en ik mag niet verzuimen van mamma. Van jou wel, hé?” Ze keek haar vader smekend aan. Edwin keek peinzend naar zijn dochter. Zijn vrouw reikte hem koffie aan. Ze had een waarschuwende blik in haar ogen. Edwin nam een slok koffie, zuchtte en zei, “Nee. Je zal er echt heen moeten, het is wettelijk verplicht. Wij kunnen er een boete voor krijgen als je niet gaat. En die gaat dus van je zakgeld af.”
Heleen rende boos naar haar kamer. Stella keek opgewekt naar haar man. “Ik ben trots op je. Gebakken ei of roerei?”

Juni

Edwin klopte op de deur van de slaapkamer van zijn dochter. Er kwam een kort ja uit de kamer. Hij stak zijn hoofd om de deur. Heleen was alleen, gelukkig. “Mag ik binnenkomen?” Heleen keek op. “Tuurlijk pap, wat is er?”
“Nou”, zei Edwin en legde wat kleding op bed, zodat hij op de stoel kon zitten. “Uhm, ik wilde eigenlijk met je praten over je voornemen.” Heleen kreunde. “Ja schat, het moet. Ik heb er een e-mail en een telefoontje over gekregen. Het bureau vertelt me dat je wel bij de lessen bent, maar dat je geen enkele vooruitgang hebt ingevuld. Je moet ze eens per maand invullen. Het is allemaal wel veel ingewikkelder dan toen wij het moesten doen. We waren de eerste lichting. Wij kregen een maand de tijd en een bijeenkomst die niet eens verplicht was. De voornemens waren er ook naar. Weet je dat je oom Joris had ingevuld dat hij goed voor zijn konijn zou gaan zorgen?” Heleen lachte, dat had ze nooit gehoord. “En dat werd nog lastig ook, want het beestje lag dood in zijn hok op 2 januari.” Heleen lag nu helemaal dubbel van het lachen. “Bij de eerste evaluatie had hij dat keurig ingevuld en toen moest hij meteen een nieuw voornemen maken. Hij zit dus nu bij de dierenbescherming omdat hij toen had ingevuld dat hij goed voor dieren wilde zorgen.” Edwin keek ernstig, “ik wil maar zeggen schat, het is belangrijk dat je er goed over nadenkt. Dat je niet blijft zitten met iets wat niet goed voelt. Focus op wat je raakt.” Heleen keek haar vader aan. Af en toe zei hij iets dat ze totaal niet verwachtte. “Dat is het nou juist, pap, ik ben er niet over uit wat me dan raakt.” Haar ogen vulden zich met tranen. Edwin gaf haar zijn zakdoek. “Ik weet zeker dat als je erover nadenkt, jezelf even de tijd geeft, er wel uit komt. Zo ben je. Het moet zich allemaal vormen bij je, maar het komt allemaal goed. De komende twee maanden heb je vakantie. Beloof je me dat je erover nadenkt?” Heleen snoot haar neus. “Ik beloof het pap. Denken. Vooruitgang invullen. Ik zal het doen.”

Juli

Augustus

September

“Yesssssss!” Marieke sloeg met haar hand op de tafel. Heleen schrok ervan. Ze zaten samen in het huiswerklokaal waar ze van de computers gebruik mochten maken. “Het is geaccepteerd! Mijn voornemen! Het is geaccepteerd! Nu hoef ik de rest van het jaar geen lessen meer te volgen. En ik ben van die stomme vooruitgang af!” Marieke was zo blij dat ze Heleen omhelsde en haar een dikke zoen gaf. Vervolgens rende ze naar buiten om andere vrienden te zoeken. Heleen bleef in het lokaal achter en keek op het scherm naar haar eigen vooruitgang. Alles was rood. Ze had nog niets ingevuld.

Oktober

Heleen staarde naar haar computerscherm. Ze had de overheidsbox open en daar stond het. Die genieperd van een mail. Dat ze de vooruitgang niet had ingevuld. Dat het toch echt wel de bedoeling was dat ze het invulde omdat het zou helpen met haar voornemen. Dat ze de enige in haar klas was die nog helemaal niets had ingevuld. Dat ze een gesprek met de mentor zou moeten hebben als ze aan het einde van de maand nog niets had ingevuld. Ze sloot de berichtenbox af.

November

Heleen klopte op de deur. “Binnen” klonk het. Ze liep naar binnen. De mentor begroette haar. “Goedemorgen Heleen, ga zitten, wil je iets te drinken?” Ze schudde haar hoofd. Hij nam thee voor zichzelf en ging ook zitten. “Ik zal maar de deur in huis vallen. Je loopt ernstig achter met je lesprogramma voor het voornemen. Je volgt de lessen wel, maar je vult de vooruitgang niet in. Ik heb nog niets van je gezien. En het is eigenlijk wel belangrijk.” Hij liet een stilte vallen en keek haar aan. Ze zei niets. Het uiteinde van haar lange paardestaart verhuisde automatisch naar haar mond. “Heleen? Het is eigenlijk de bedoeling dat je nu wat zegt.” Hij keek haar glimlachend aan. “Al is het maar dat je het nog niet weet.” Ze zweeg nog steeds. “Moet ik een voorzetje doen? Dat helpt soms wel. Sommige mensen zitten heel groots te denken, terwijl ik vind, verbeter de wereld, begin bij jezelf.” De tranen stonden bij Heleen in de ogen. De mentor gaf haar zwijgend de doos zakdoekjes aan. Ze snoot luidruchtig haar neus. “Ik weet het gewoon niet. Ik kan hele mooie dingen verzinnen en dan denk ik weer, laat maar.” De woorden kwamen er ineens uit bij haar. De mentor pakte een glas water voor haar en zette dat op het tafeltje voor haar neus. “Omdat je het zelf niet goed vindt? Omdat je niet weet wat je ermee moet? Want dat is eigenlijk de bedoeling van die invuloefeningen elke maand weet je. Ermee spelen, erover nadenken. Ideeën tegenover elkaar zetten, tegen elkaar afstrepen. En daar verder mee gaan. De ervaring leert dat het bij de meeste mensen werkt.”
Heleen zakte weg in haar stoel. De mentor keek ernstig, “Ik ben hier om je te helpen. Dat was mijn voornemen namelijk, weet je, mensen helpen. En dat doe ik nu tot mijn grote tevredenheid.”
Heleen keek hem aan, “Daar heb je het. En wat dan? Wat volgt er dan? Leuk zo’n voornemen, maar ik twijfel al het hele jaar erover. Ik heb best wel wat in mijn hoofd, maar het probleem is, niemand vertelt hoe het je nou invulling geeft in je leven.” Ze zat nu echt te huilen. Ze had haar best gedaan, maar blokkeerde volledig. De mentor gaf haar nieuwe zakdoekjes aan, “Dat komt wel. Je kan een heel abstract voornemen hebben en daar op heel vrije manier invulling aan geven. Dat zie je met je oom Joris, met zijn konijn. Hij zit nu bij de dierenbescherming.” Ze keek hem verbaasd aan. “Je oom Joris en ik waren buren in de tijd dat wij onze voornemens moesten invullen.” Hij grijnsde, “Niet iedereen nam het even serieus.” Ze keek hem aan. Hij vervolgde, “het punt is, houd het bij de basis. Je kan wel zeggen dat je de wereld wil redden, maar jij in je eentje gaat dat niet lukken. Dat konijn lukte ook niet, maar je ziet wel waar het je oom heeft gebracht. Op een plek waar hij tot zijn recht komt. Dat gun ik jou ook.” Heleen keek hem aan, de eerste keer in het gesprek dat ze dat deed. Ze knikte, “Ik geloof dat ik er wel uit ben. Dank u wel.”
De mentor lachte, “Graag gedaan Heleen.”

December

Heleen zat peinzend voor haar computer met het voornemenscherm voor haar neus. De deadline was vandaag en het voornemen moest dus echt ingevuld worden. Haar Skype scherm pingde. Ze klikte het scherm omhoog, het was haar vader. “Schat, Dineke en Joris zijn er en tante Dina is meegekomen. Kom je naar beneden?” Op slag keek ze vrolijker, ze was dol op haar tante en oom en tante Dina was een schatje. Altijd grappig om te zien dat haar moeder een beetje bang voor haar was. “Ja, ik moet even snel iets afmaken, want dat kan alleen nog vandaag. Vijf minuten, dan ben ik beneden.”
Beneden keek Edwin in de lachende gezichten van zijn zus en zwager en tante Dina. “Wat nou? Ik mag van mijn dochter niet meer burgerlijk naar de eerste verdieping brullen. Dan maar zo.”
Heleen klikte het Skype scherm weg en knakte vervolgens haar vingers. Tijd voor actie. Zonder te aarzelen vulde ze dat ene hokje in dat ze het hele jaar had weten te vermijden. Ze klikte op verzenden en zwaaide naar het lachende gezicht dat in haar scherm verscheen. “Gefeliciteerd! Je hebt je voornemen ingevuld. We wensen je veel succes met dit voornemen. Vergeet vooral niet nu fijn kerst te vieren met je familie.”
Ze liep naar beneden waar ze tante Dina al hoorde lachen.

Dit kerstverhaal is gepubliceerd op de site van Martha Pelkman op 25 december 2019. Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.

Tante Dina

Het was rustig in de trein. Dineke zat naar buiten te kijken. Ze ging naar het kerstdiner van haar broer en schoonzus en er was niets waar ze minder zin in had. Drie jaar geleden was haar broer getrouwd met Stella en het was de eerste keer dat ze geen smoes had kunnen verzinnen voor het kerstdiner. De zielige vriendin smoes werkte dit jaar niet omdat haar vriendin nu samenwoonde en ze dat helaas tegen haar broer had gezegd. Nu moest ze dus naar het opgeprikte kerstdiner van haar snobschoonzus Stella.

Bij haar broer ontdekte ze dat Stella haar snobouders ook had uitgenodigd. “Tineke!” kreeg ze enthousiast te horen van Stella’s vader. “Dineke” zei ze automatisch, ondertussen haar arm recht voor zich uit stekend. Zo kon ze de onvermijdelijke omhelzing vermijden. Stella’s moeder keek ondertussen of ze Dineke nog nooit had gezien. Toen zag ze eindelijk haar broer en schoonzus. Edwin zag er ontspannen en vrolijk uit. Hij wel. Stella gaf haar een paar luchtkussen. Edwin omhelsde haar. “Dineke van me” zei hij, “ik ben blij dat je er bent.” Hij trok haar mee naar de bar en vroeg wat ze wilde drinken. “Cola”, zei ze. Ze kreeg het in haar handen gedrukt. “Dineke” zei haar broer, “Stella heeft een tafelschikking gemaakt en daar kon ik helaas niet tussenkomen. We zijn met zijn zestienen, en jij en een oudtante van Stella zijn de enige eenlingen.”
Ze zuchtte, ze zag het al aankomen. “Ik zit dus naast een stokoude tante, die waarschijnlijk nog doof is ook, dus ik kan kiezen, of helemaal niet praten, of schreeuwen.”
“Nee” zei Edwin, “ze is oud, maar absoluut niet doof en goed bij ook, alleen…”
Hij hield iets te lang pauze. Ze keek hem wantrouwend aan. “Wat? Wat alleen Edwin? Waar zadelt Stella me mee op?”
“Nou” zei Edwin “ik heb haar nog nooit ontmoet, maar ze schijnt wat excentriek te zijn. Stella nodigt haar elk jaar uit, maar ze kwam nooit. En dit jaar wel, tot afgrijzen van Stella. Ze schijnt wat excentriek te zijn.” Hij grijnsde verontschuldigend.
“Dus” zei Dineke, “de maffe tante van Stella komt op bezoek en haar onhandige schoonzusje en die tante kunnen wel naast elkaar zitten? Ik wilde al niet komen. Ik ga naar huis, ik heb hier helemaal geen zin in. Ik had gewoon meteen moeten zeggen dat ik de kerst wel zou doorkomen met stamppot en kerstfilms.”
“Nee” zei Edwin, “want ik vind het veel te leuk dat je hier bent.” En hij pakte haar arm en trok haar mee. “Tante Dina” zei hij tegen een vrouw met grijze krullen gekleed in een paarse blouse en een veelkleurige rok, “dit is mijn zus Dineke.” De vrouw keek wat achterdochtig over de rand van haar brilletje. “We hadden zo gedacht, tante Dina, dat het leuk zou zijn voor u en Dineke om kennis te maken. Jullie hebben zoveel overeenkomsten.” Nu was het Dinekes beurt om achterdochtig te kijken. Was dit Edwins gewone mateloze enthousiasme of meende hij het serieus? Maar ze had geen keus, Edwin trok een stoel naar hen toe en duwde Dineke neer. “Tante Dina, nog iets te drinken? Zal ik nog wat water halen?” En weg was hij weer, Dineke enigszins beduusd achterlatend.

“Zo” zei de grijze dame, “je bent Edwins zus? Ben je net zo’n wervelwind als die jongen?” Dineke kreeg geen kans te antwoorden, want daar was Edwin al weer. “Dames, alsjeblieft, een glas water voor tante Dina en ik heb een bordje met heerlijkheden voor jullie verzameld. Dineke, ik heb zalmsoesjes voor je, die vind jij zo lekker. Veel plezier dames.” En weg was wervelwind Edwin. Totaal overdonderd zat ze in haar stoel en propte een zalmsoesje in haar mond. “En” zei tante Dina, “wat heb jij verkeerd gedaan dat je hier moest komen opdraven?”
Ze propte van pure verbazing een tweede zalmsoesje in haar mond. Tante Dina wachtte rustig af en pakte ondertussen een ober bij zijn arm. Een ober! Voor het snobkerstdiner van haar snobschoonzus! “Zou je een schat willen zijn en twee witte wijn willen regelen?” Met een glimlach stuurde ze de jongen naar de bar. Dinekes ogen popten ongeveer uit haar hoofd. “Ja, van je schoonzus krijg ik water, en je broer is daar automatisch mee doorgegaan, maar hoeveel water kan een mens hebben?” Ze pakte een toastje met filet van het bord. Twee glazen met wijn werden neergezet op het tafeltje tussen hen in. “Mijn zielige vriendin” kon Dineke eindelijk uitbrengen. Vragend keek tante Dina haar aan. “Ik heb de afgelopen drie jaar mijn vriendin als smoes gebruikt. Ze kan niet alleen zijn met de kerst en we brengen hem dus samen door. En dit jaar ging ze samenwonen. Ik heb de fout gemaakt dat aan Edwin te vertellen en toen hing ik. Ik kon zo snel geen nieuwe smoes bedenken.” Tante Dina glimlachte. Dineke ging door “Ik heb Edwin eigenlijk nooit verteld dat we alleen eerste kerstdag met zijn tweeën zijn en de tweede allebei in eigen huis zitten met de restjes van de eerste dag en een kerstfilm.” Tante Dina lachte nu voluit. “Ik ben meestal op een cruise in de kerstvakantie” vertelde ze, “maar ja, dan moet je wel op tijd boeken. Stella’s moeder kwam het te weten en voor ik het wist werd ik verplicht hier te komen.” Ze pakte de twee glazen en gaf er één aan Dineke, “proost, op zielige vriendinnen en cruises.” Dineke nam een enorme slok en verslikte zich prompt in de wijn. Dina klopte haar op haar rug. “Rustig aan, kleine slokjes. Stella koopt gelukkig geen bocht van de Hema, dus we zijn goed voorzien.”
“Ik drink eigenlijk heel weinig” zei Dineke. “Ik hou het hier wel bij.”
“Welnee kind, een kerst waarbij je niet kan doen wat je zelf wil, moet je leuk maken. Bij voorkeur met de drank van een ander.” En tante Dina nam nog een slok.

Wervelwind Edwin kwam langs rennen. “Dames, we gaan aan tafel, komen jullie ook? Er staan naambordjes bij de borden.” En weg was hij weer. Tante Dina stond op en bood Dineke een arm aan. Ze schoven aan. Het verste hoekje was voor hen. Een grote plant naast tante Dina die aan een hoofdeinde zat, en een pilaar naast Dineke, hen effectief afschermend van de rest van het gezelschap. Tante Dina lachte en zwaaide naar Stella die aan het andere hoofdeinde zat. “Kijk, de lastige gasten hebben hun eigen hoekje. Heeft als voordeel dat niemand ons in de gaten houdt. Vertel eens wat over jezelf kind. Waarom denkt Edwin dat we zoveel overeenkomsten hebben?” Dineke keek voor het eerst tante Dina echt aan. “Ik heb eigenlijk geen idee. Hij vertelde dat wij tweeën de enige eenlingen zijn en dat we daarom naast elkaar zitten. Maar verder?”
“Hij is ouder dan jij?”
“Ja, zes jaar, hij is altijd al beschermend geweest, maar onze ouders zijn een paar jaar geleden kort na elkaar overleden en sindsdien is het helemaal erg. Hij belt elke week op en wil dan weten hoe het met me gaat en of ik niet eenzaam ben. Ik kan mezelf best wel redden, ook zonder lastig vriendje, want dat wil hij dan ook weten. Of ik nog geen vriendje heb.” Dineke trok een gezicht.
Tante Dina zei, “ja, het is makkelijker als je een man hebt, of weduwe bent zoals ik. Nog veel makkelijker, niemand verwacht op mijn leeftijd dat ik nog een vent oppik. Mijn man is twintig jaar geleden overleden en liet me toen beloven dat ik het leven zou vieren. En dat heb ik wel gedaan. Alles uitgeprobeerd, tot ergernis van Stella’s moeder die de erfenis voor haar neus ziet verdwijnen. Maar dat is niet mijn probleem.” Ze lachte en nam een slok wijn. De ober zette de eerste gang voor hun neus. Dineke trok haar neus op. Vissoep. Wat een vreselijke geur. Tante Dina zag het en hield de ober tegen. “Zou je die soep kunnen weghalen? We houden er geen van beiden van.”
De ober haalde de borden weg en Dineke lachte dankbaar. “Edwin weet wel dat ik vissoep niet kan uitstaan, maar Stella heeft zelfs nooit gevraagd wat ik lekker vind.”
“Ik hou niet van soep, punt, dus van mij mocht het meteen weg. Vertel eens kind, wat doe je in het dagelijks leven?” Dineke vertelde over haar werk in een bedrijfsbibliotheek waar ze de enige informatiespecialist was.

Toen Edwin tien minuten later kwam inspecteren hoe met Dineke en tante Dina was, lagen de twee net dubbel over een verhaal dat tante Dina aan het vertellen was. “En dan zit je op zo’n cruise in de Middellandse zee en dan lopen drie van die obers zich te pletter voor je” giechelde tante Dina en veegde haar bril schoon aan haar veelkleurige rok. “Dat is wat hoor, als je midden 70 bent en er lopen nog drie van die jongens achter je aan.” Dineke veegde haar neus af aan haar servet en nam nog een slok wijn. “Dineke, zou je dat wel doen?” vroeg Edwin bezorgd, zijn zus kennende.
“Ja, dat zou ik zeker wel doen” vertelde Dineke haar broer en giechelde, “en ja, ik ben aangeschoten en het kan me geen moer schelen.” “Ja maar schat, we zijn pas bij het voorgerecht.” Hij zag nu pas dat de dames geen van beiden een bord voor zich hadden en herinnerde zich meteen dat zijn zus niet van vissoep hield. Met moeite hield hij een vloek binnen en trok het bord met hapjes naar zich toe. “Eet in ieder geval wat van de hapjes, straks krijg je het hoofdgerecht.”
Tante Dina klopte hem op zijn hand. “Het komt allemaal wel goed Edwin, we amuseren ons hier wel.” Dineke kreeg een giechelaanval. “Zalmsoesjes in plaats van soep.” Ze gooide er eentje op en probeerde die op te vangen in haar mond. Mis. Natuurlijk. Ze rolde bijna van haar stoel van het lachen. Edwin pakte het soesje van de grond en legde het ding op een servet. “Schat, zal ik wat water voor je halen?”
“Edwin, ga, ik zorg wel voor je zus” en tante Dina dirigeerde met de ene hand Edwin weg en met de andere hand wenkte ze de ober, die vrolijk de glazen weer kwam vullen.
Dineke hikte nu. “Even je adem inhouden schat.” Het zorgde voor een nieuwe giechelaanval. De hik was meteen weg. Maar nu drupten plotseling tranen over Dinekes wangen. Tante Dina zei niets, maar pakte een zakdoek uit haar tasje en depte de tranen weg. “Wat is dat nu, schat?” Dineke snufte. “Ik herinnerde me ineens hoe we vroeger thuis kerst vierden. We mochten allebei vertellen wat we het liefste aten. En dan kregen we stamppot, want daar was ik gek op. Edwin wilde aardbeienijs. En ik was jaloers toen hij achttien werd, want toen mocht hij wijn drinken. Toen werd ik achttien en ik werd misselijk, omdat ik te veel wijn dronk.”

Tante Dina pakte Dinekes hand. “Het is ook vreselijk dat je ouders al zo jong zijn overleden, kind. Je mist ze, dat is kerst, je mist de mensen die je lief hebt.” Dineke keek tante Dina aan met betraande ogen en legde haar andere hand over hun beide handen. “En uw man? Mist u hem? Mocht u uitkiezen wat u at met de kerst?” Tante Dina lachte. “Hij is degene die is begonnen met de cruises, we zaten meestal op een schip en boden elkaar een cocktail aan. En ik mis hem. Drie van die obers, het is leuk, maar niet hetzelfde als mijn man.” Ze zuchtte. “Maar uiteindelijk moet je er toch zelf wat van maken. Daar moeten we zelf voor zorgen, dat we geen zielige vriendinnen worden.”
Dineke bloosde, ondanks de tranen. Tante Dina had het door, want wie was de zielige vriendin? Dineke had het altijd heel leuk gevonden dat haar vriendin met haar kerst vierde, en nu dat was afgelopen nu ze samenwoonde. Edwin was zo lief om haar uit te nodigen, maar Stella was haar duidelijk liever kwijt.
“Weet je wat?” zei tante Dina en ze lachte. “Ik weet dat als je hier de straat uitloopt, bij een heel leuk restaurant komt. Ik denk dat we daar beter zitten dan hier achter de pilaar.”
“Dat kunnen we toch niet doen” zei Dineke verschrikt. “Je zal eens zien wat we allemaal kunnen als we het gewoon doen” zei tante Dina.
Tien minuten later kreeg Edwin een appje van zijn zus: “Zitten in het restaurant, hebben net een cocktail besteld. In het nieuwe jaar gaan wij tweeën stamppot en aardbeienijs eten. Je bent een lieverd.”

Dit kerstverhaal is gepubliceerd op de site van Martha Pelkman op 25 december 2018. Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.