Het schrijven van een verhaal: #twentydaystory de bijlage

Het stond in de nieuwsbrief van Martha: doe je mee met een experiment? Zij wilde in twintig dagen een verhaal gaan schrijven. Elke dag schrijft ze tien minuten, na 200 minuten staat er een verhaal, in het Engels. Zij publiceert het op haar Facebookpagina, en daarna op haar nieuwe site. Wilde ik meedoen? Ja, eigenlijk wel, maar niet op mijn Facebook en ook niet in het Engels, maar gewoon in het Nederlands, op mijn eigen site. En wat ik ook wilde maken was het verhaal achter het verhaal, het schrijfproces en daar is deze bijlage voor.

schrijven

Het begin van het verhaal

Je hoofdpersoon wordt midden in de nacht wakker in een kamer en kan het nachtlampje niet vinden. Als hij/zij eindelijk de lichtschakelaar gevonden heeft, ziet hij/zij dat hij/zij in een compleet vreemde kamer is ontwaakt…

De eerste drie dagen

Die nieuwsbrief kreeg ik op 4 juni binnen, en op vijf juni moest de eerste aflevering er staan. De hele dag heb ik daarover zitten nadenken en ik wist al vrij snel dat ik door wilde met de hoofdpersoon uit mijn kerstverhaal, Dineke. Voor de rest wist ik nog helemaal niets. Mijn personage Dineke moest in een situatie terecht komen waardoor ze in een vreemde slaapkamer zou slapen. En dat lukte wel, bovendien wist ik het zo te schrijven dat ze die hele eerste aflevering in die slaapkamer was. Die tweede aflevering wist ik al zo’n beetje toen ik klaar was met die eerste. Die derde, dat leverde al wat problemen op. Er was een nieuw personage bijgekomen, Joris, en wat zouden we die nou eens laten doen? Het einde, daar heb ik me mee op glad ijs gewaagd. Avonturen beleven, ja ja. Je moet nog zeventien afleveringen Molenaar.

Na negen dagen

Ik heb geen ontknopingen, wel een idee waar het verhaal naar toe moet. Want natuurlijk bedoelt iedereen het goed, maar loopt het niet zo goed. Ik heb het nodig gevonden een nieuwe persoon erbij te halen. Of eigenlijk is het niet zo’n nieuw persoon maar is hij al lang bekend. Nog elf dagen puzzelen met dit verhaal. Mijn ervaring is nu dat ik een stukje schrijf en vervolgens even niet weet hoe ik verder moet. Maar gelukkig hoef ik daar pas een dag later weer over na te denken. Het moet ergens eindigen en daar ben ik geloof ik ook al uit. Maar we zullen zien. Nog elf dagen tot de ontknoping.

Mijn verhaal vind je hier en wordt elke dag bijgewerkt, twintig dagen lang. Ook deze bijlage wordt regelmatig bijgewerkt, maar niet elke dag. De foto is van congerdesign from Pixabay

Een verhaal in twintig dagen #twentydaystory

1.

Een licht gesnurk klonk in de slaapkamer. Dineke was verkouden en daar had ze vooral ‘s nachts last van. En nu werd ze wakker van haar eigen gesnurk. Slaapdronken reikte ze naar de lamp op het nachtkastje, en automatisch wilde ze het licht aandoen. In plaats daarvan klonk een luid gekletter. Er viel iets op de grond, maar wat dan? Ze zat ineens overeind, compleet wakker door het geluid. Het was aardedonker en ze zag niets. Ze zwaaide haar benen uit bed en zette haar voet precies op dat ding wat gevallen was. Vloekend ging ze weer zitten. Waar was dat lampje gebleven? Voorzichtig zette ze haar voeten weer op de grond en wilde naar de deur lopen, maar kwam na een meter een muur tegen waar die niet hoorde te zijn. Ze stond stil. Wat was er in godsnaam aan de hand in haar slaapkamer. Daar, een streepje licht. Ze liep naar het streepje, het was de deur. Ze trok hem open en gaf een enorme gil toen ze de vrouw aan de andere kant zag.

2

“Ja kind, we konden er ook echt niets aan doen hoor. Het gebeurde nou eenmaal zo. Het is altijd gezellig met je, maar dit keer ging het niet helemaal goed met de wijn geloof ik. Eerst werd je een beetje stil, maar je wilde nog wel wijn en vervolgens werd je heel vrolijk. En toen gingen we die nieuwe fles wijn halen en Joris hielp met openmaken en we kwamen terug en je lag met je hoofd op tafel en je was in slaap gevallen.”
Dineke keek duf naar tante Dina en haar buurvrouw. “Ik kan heel goed tegen wijn hoor.”
“Nou, je wordt meestal wel heel vrolijk, en dit keer viel het niet goed”, zei de buurvrouw. Dineke nam een slok van haar koffie en rilde. Ongelooflijk sterk, het lepeltje bleef zowat rechtop staan. Ze begon zich iets te herinneren. De verjaardag van tante Dina en de visite die één voor één weg was gegaan tot alleen zij, de buurvrouw en nog iemand was overgebleven. Joris? Wat had tante Dina nou gezegd? Dat Joris de fles openmaakte? “Tante Dina, wie is Joris?” Ze was op alles voorbereid. “Oh, dat is de buurjongen schat, hij woont hier naast, volgens mij vond hij jou erg leuk. Hij heeft je naar boven gedragen.” Oké, daar was ze niet op voorbereid.

3. Joris

“Dus je ziet, ik ben nooit zo eigenlijk. Het gebeurt me nooit, ik kan best wel tegen een wijntje. Maar gisteravond was zo gezellig en ik heb eigenlijk niet zo goed opgelet en mijn glas was elke keer vol, en ik heb niet zo geteld.”
Dineke ratelde, dat deed ze altijd als ze zenuwachtig was. En ze werd zenuwachtig van de doordringende blik van Joris die tegenover haar zat. Gek, hij was haar gisteravond niet zo opgevallen. Zij had zitten praten met de buurvrouw van tante Dina en hij zat bij tante Dina en was blijkbaar bijzonder grappig, want tante Dina en haar nicht waren allebei aan het gieren van het lachen.
“Want zie je, ik wil eigenlijk niet dat je denkt dat ik altijd zo ben, want zo ben ik niet, echt niet.”
Joris grijnsde en leunde voorover met zijn handen onder zijn kin. Hij was eigenlijk best wel leuk met dat donkere haar en dat halve baardje. Nee! Uitbannen die gedachte. Buurjongen van tante Dina! Hoe oud is ie eigenlijk?
“Het was bijzonder gezellig zie je en dat zit je te kletsen en dan valt gewoon niet op, hoeveel glazen je neemt op zo’n avond. En ik woon hier vlakbij, dus ik was lopend, dus ik had best naar huis gekund.”
Joris grijnsde nog meer, reikte over de tafel en pakte haar hand. “Liefje, je was in slaap gevallen, dat is lastig lopen. Ik ben blij dat ik je heb kunnen helpen.”
“Maar…” Hij stak zijn hand op, “nee, niet meer praten.” Dineke staarde hem aan. Hij schraapte zijn keel. “Zullen we een avontuur gaan beleven?”

verhaal

4.

Er klonk getsjilp in de slaapkamer, de wekker ging af. Een arm kwam onder het dekbed vandaan en drukte het knopje naar beneden. Het tsjilpen stopte. Dineke draaide zich op haar rug en rekte zich uit. Ze kwam overeind en geeuwde. Oké, meteen het bed uit, niet snoozen. Slaperig liep ze naar de andere kamer en trok wat kleren uit de kast. Terug in de slaapkamer kleedde ze zich aan, vervolgens liep ze naar de keuken en maakte ze haar ontbijt klaar. In de woonkamer deed ze de tv aan en keek naar het nieuws. Na haar koffie deed ze haar schoenen en jas aan, pakte de accu van haar elektrische fiets en ging ze haar fiets halen. Het was mooi weer om te fietsen, geen regen en weinig wind. Op haar werk aangekomen liep ze eerst naar het restaurant en haalde ze koffie en een theeglas. Bij haar bureau aangekomen haalde ze haar laptop uit de kast en sloot hem aan. Ze dronk haar koffie op terwijl het ding opstartte. Hmm, veel reclame in haar e-mail, die eerst maar eruit, vervolgens keek ze naar de vragen, een paar van die vragen zouden haar het grootste deel van de ochtend kosten. Ze geeuwde hartgrondig. “Dineke?”
Ze klikte op de volgende e-mail.
“Joehoe Dineke?”
Ze keek op, recht in het gezicht van Joris.
“Gaan we een avontuur beleven?”

5.

“Joris, ik ben niet van het avontuur.”
Ze waren naar buiten gegaan, naar het terras om de hoek, naar zeggen van Dineke om “wakker” te worden. Ze had er maar van gemaakt dat ze slaperig was, maar ze was even bevangen geweest door wat ze wilde. Avontuur, nee toch, gewoon dagelijkse routine, slapen, ontbijten, werken, naar huis, eten, tv bingen en de volgende dag hetzelfde rijtje.
Joris grijnsde: “Wijntje? Wijntje.”
Voor ze kon protesteren had hij de bestelling al doorgegeven. Dineke staarde hem aan met wantrouwige ogen.
“Oh kom Dineke, ik doe je niets. Het is alleen… Tante Dina vertelde dat je niet zoveel leuke dingen doet. Dat jouw idee van een spannende avond het lezen van een spannend boek is. En toen ik je zag gisteravond, zei ik tegen tante Dina dat je volgens mij best wel in was voor een avontuur. Iets leuks doen Dineke, iets wat niet tot je dagelijkse routine hoort.”
Ze staarde nog steeds naar hem. “Daar ben ik tevreden mee. En daar moet jij je niet mee bemoeien.”
“Dineke, gewoon één ding wat je nooit en te nimmer zou doen, één ding maar, niets gevaarlijks, gewoon iets leuks waarvan je voluit gaat lachen, waarvan je dubbel ligt.” Joris keek naar haar met die donkere hondenogen. Nee! Buurjongen! Ze zuchtte en liet haar hoofd in haar handen zakken en dacht erover na. Ze draaide naar hem toe, “Als ik dit doe, ben ik dan van je af?”
“Als jij dat wilt wel”, zei hij.
“Niet zo zelfverzekerd mannetje, ik ben van je af, klaar.”
“Als je dat wilt”, en hij grijnsde weer. Tandpastagrijns! Alarm!
Gelukkig kwam op dat moment het meisje met de wijn.

6. Afspreken

7.

Dineke was bijna vergeten dat Joris zou komen. Bijna kon ze wegzakken in dat gelukzalige gevoel van helemaal niets. Maar Joris stond met tandpastagrijns en al voor de deur toen ze thuis kwam om kwart over zes.
“Je bent te vroeg”, zei ze snibbig.
“Ik ben graag op tijd”, zei hij vrolijk, “kan ik je helpen?” Hij nam de fietsaccu over en ze liepen met zijn tweeën naar boven. Binnen liep ze meteen door naar de keuken. Het menu was makkelijk aangezien ze pasta wilde maken, ze verdubbelde gewoon alle hoeveelheden. Drie kwartier later zaten ze aan tafel. Joris had zich niet met het eten bemoeid, ze had hem vierkant de keuken uitgezet.
Toen ze klaar waren bracht Joris alles naar de keuken en spoelde de borden af, Dineke zette ondertussen koffie.
“Dineke, mag ik je wat vragen?” Wantrouwend keek ze hem aan. Onder het eten hadden ze het over koetjes en kalfjes gehad. En ze was op alles voorbereid, eigenlijk al vanaf die eerste dag toen ze van tante Dina had gehoord dat hij haar naar boven had gedragen. Ze knikte, wat aarzelend.
“Wat is jouw definitie van avontuur?”
Oké, niet op voorbereid.

8.

Ze was er ook niet blij mee. Als Joris haar beter had gekend, was hij gewaarschuwd geweest door haar half gesloten ogen en de tanden die op haar onderlip stonden. ‘Not amused’ was wel het minste. Dineke stond op en Joris keek verbaasd hoe ze het eerste deel van de dikke Van Dale van haar kast haalde.
“Avontuur = iets ongewoons, onverwachts, zonderlings dat iemand overkomt. Of: op goed geluk, zonder bepaalde bestemming. Of: riskante onderneming. De rest komt niet in aanmerking. Avonturier = iemand die op avonturen uitgaat, vroeger vooral van rondzwervende krijgslieden gebezigd. Of: een Joris die door een tante Dina op een Dineke wordt afgeschoven! En Joris? Wat is het?” Ze was steeds harder gaan praten. Ze was nu echt gewoon zwaar geïrriteerd. Joris keek schaapachtig. “Sorry, tante Dina heeft er wel wat mee te maken, maar die wilde gewoon dat jij leuke dingen zou kunnen doen.”
Ze snoof. “En waarom zou ik in mijn eentje geen leuke dingen kunnen doen? Waar is dat waandenkbeeld bij haar ontstaan dat ik zielig ben? Zij doet ook allerlei dingen in haar eentje, waarom kan ik dat ineens niet meer?” Het begon haar ineens te dagen en ze ging langzamer spreken. Ze keek Joris zo vuil aan dat hij automatisch terugweek. “Ze wil ons koppelen! Tante Dina wil ons koppelen en jij werkt daar aan mee!”
Joris was nog nooit zo snel naar buiten gezet als op deze avond.

9.

“Je zal het haar toch moeten vertellen, Joris staat nu in een heel verkeerd daglicht.” Tante Dina was een beetje geïrriteerd. Ze was al niet zo blij geweest met het plan. En zoals het nu liep, was het volgens haar een mislukking. Joris zat een beetje sip naast haar. “Ze heeft me er gewoon uitgezet. Ik had echt geen woord meer in te brengen. Ze had het ineens door. Normaal vind ik dat wel leuk, vrouwen die weten wat ze willen, nu kwam het een beetje slecht uit.”
“Had gewoon doorgezet.” De derde persoon aan tafel was ook geïrriteerd. “Nou, dan ken je Dineke slecht. Hier was geen doorzetten aan. Hier was het heel gepast om op te hoepelen.”
Met zijn drieën zaten ze rond de tafel. Tante Dina had voor eten gezorgd, maar het had ze geen van drieën echt gesmaakt. Ze zaten in over Dineke. Die had nog een serie berichtjes naar Joris gestuurd, waaruit bleek dat hij het avontuur wel kon vergeten. Tante Dina had één lang bericht gekregen, Samenvatting: Dineke was niet blij. Tante Dina had een bericht terug gestuurd dat ze geen kwaad had willen doen en het echt goed meende, maar had geen antwoord gehad.
“Wat past nu nog?” zei ze tegen de mannen.
“Stella wist het wel, zei ze. Je moet gewoon om vergeving vragen.” Joris en tante Dina keken naar de derde persoon aan tafel. “En wie moet dat doen?” vroeg tante Dina lief en vinnig tegelijk.
“Dat wist Stella ook, ik dus.” Hij zuchtte. “En ik geloof dat ik dat morgenavond maar meteen ga doen.”
De volgende avond stond een man met een enorme bos bloemen voor Dinekes deur. Dineke deed open. Eerst zag ze alleen maar bloemen, vervolgens kwam haar broer Edwin daar achter vandaan. “Dineke, wil je me vergeven? Het is allemaal mijn schuld. Joris leek me heel leuk voor je.”
Ze keek hem lang aan en deed vervolgens heel rustig de deur voor zijn neus dicht.

10. Stella

De volgende avond zat Dineke sip naar een saaie vechtfilm te kijken. Ze amuseerde zich meestal wel met dit soort films, maar deze kon haar niet bekoren. De bel ging, ze zuchtte en pauzeerde de film.
“Verrassing!”
Dat was het zeker, schoonzus Stella stond voor de deur, met een fles wijn.
“Mag ik binnenkomen?”
Dineke zuchtte en ging opzij. Stella liep meteen door naar de woonkamer.
“Waar heb je wijnglazen Dineke?”
Dineke pakte wijnglazen. Stella schonk twee glazen in.
“Ik ben met de auto, dus ik hou het bij één glas. Jij mag je bezuipen, dat heb je wel verdiend na dat domme gedoe van Edwin.”
Dineke zuchtte.
“Lieverd, ga je nog wat zeggen?”
Dineke keek Stella aan. “Waarom zou ik?”
“Spui maar. Vertel wat je ervan vindt. Ik kan je zeggen wat ik ervan vind, maar ik heb die slimmeriken niet tegen kunnen houden. Dat maakt mij ook enigszins schuldig.”
Dineke nam een slok wijn. “Weet je dat je met een sukkel getrouwd bent? Mijn broer blijft denken dat ik zielig ben omdat ik geen relatie heb. Waarom denken mensen met relaties altijd dat je niet gelukkig kan zijn als je geen relatie hebt?”
Stella keek haar aan. “Omdat hij gelukkig is en niet ziet dat jij gelukkig bent op jouw manier.”
“En het ergste is dat ik Joris eigenlijk wel leuk vind, maar dit gedoe? Hij is ook een sukkel. En tante Dina wil ik geen sukkel noemen, maar heeft wel mee gewerkt met dit sukkelige gedoe. En wat moet ik nou doen?”
Stella nam een slok wijn en glimlachte. “Ik heb wel een idee.”

11. Afspreken (2)

12. Tante Dina en Joris

“Nee, Edwin, je mag je zus niet bellen!”
Tante Dina zuchtte geërgerd.
“Daarom niet! Ze heeft je gezegd dat je haar met rust moet laten. Dat zij wel belt als ze de behoefte heeft je weer te spreken en je te vergeven.”
Ze luisterde ongeduldig naar Edwin en gebaarde naar Joris die haar koffiemok omhoog hield. Ja, ze wilde nog wel. Joris liep naar de keuken voor koffie en tante Dina luisterde met een half oor naar Edwin die zichzelf erg zielig vond.
“Nee, schat, ik heb ook niets van haar gehoord. Wat zeg je? Joris? Weet ik niet, hij is hier, ik zal het even vragen.”
Ze hield haar hand voor de telefoon. “Joris, heb jij iets gehoord van Dineke?”
Hij schudde ijverig van nee en kleurde langzaam dieprood.
“Edwin, kalmeer nou. Nee, Joris heeft ook niets van haar gehoord. Je zegt toch dat Stella wel met haar heeft gesproken? Wat zegt die? Die wil niets zeggen? Alleen maar dat ze gelijk had? Nou, ze had ook gelijk. We zijn bemoeizuchtige idioten die dit nooit hadden moeten doen. Waarom ik dat zeg? Omdat het zo is. Dit is de 21ste eeuw, een meisje mag zelf bepalen wat ze met haar leven doet. Je gaat toch bellen? Ga je gang, ze neemt toch niet op als ze je nummer herkent, je staat nu waarschijnlijk onder sukkel in haar contactenlijst.”
Ze verbrak de verbinding en legde de telefoon neer. Ze keek Joris nadenkend aan. Hij was wat lichter rood geworden, maar had nog steeds een heftige blos.
“Charmant Joris, zo’n blos, vertel eens?”

13. Edwin en Stella

“Sukkel?” Edwin legde zijn telefoon neer. Stella keek op. “Sukkel? Waar heb je het over?”
Edwin keek haar verongelijkt aan. “Tante Dina zegt dat ik waarschijnlijk onder sukkel in Dinekes contactenlijst sta.”
Stella lachte voluit. “Daar kan ze wel eens gelijk in hebben.”
“En Joris had ook niets gehoord. Ik had gedacht dat ze met Joris nog wel contact op zou nemen. Volgens tante Dina vond Dineke hem leuk. Ik maak me echt wel een beetje zorgen over haar. Tante Dina kan wel zeggen dat ze zelf mag bepalen met haar leven doet, maar ik ben haar broer en zo ongeveer haar enige familielid. Een beetje bemoeizuchtig mag ik toch wel zijn. Ik gun haar geluk, net zoals ik geluk ken.”
Hoopvol keek Edwin naar Stella die niet eens opkeek van haar e-reader en “slijmbal” tegen hem zei.
“Maar als mijn lieve vrouw nou zou bellen en nog een keer met haar zou praten en haar zou vragen of ze met mij wil praten?” Edwin zat met een brede grijns op de bank. Hij kende zijn vrouw wel een beetje. Maar dit keer viel het tegen. Stella keek op en zei, “gebeurt niet. Je wacht maar af. Heb je verdiend mannetje.”
De grijns ging van zijn gezicht af. “Waar moet ik dan op wachten?”
Nu was het Stella’s beurt om te grijnzen. “Op de uitwerking van het fantastische plan dat ik samen met Dineke heb verzonnen. Waar jij niets van mag weten tot je er mee wordt geconfronteerd.”

Wat is dit?

Een verhaal in 20 dagen schrijven is opgezet door Martha Pelkman. Zij schrijft haar #twentydaystory op haar Facebookpagina, en later verschijnt het op haar blog. De eerste tien afleveringen kan je hier lezen.
Over Dineke heb ik al eerder geschreven, namelijk in het Kerstverhaal dat op 25 december 2018 is gepubliceerd.
Ik schrijf ook een bijlage over het schrijfproces van dit verhaal.
De foto: Jonny Lindner from Pixabay

Galantofiel: #WOT 2019, deel 10

Galantofiel. Stomverbaasd staarde ik naar mijn telefoon. Het woord van deze week was galantofiel. En wat is dat dan in godsnaam? Een liefhebber of verzamelaar van sneeuwklokjes. Natuurlijk. Hee, dat wist ik. Zucht. Ik doe al jaren mee met die #WOT, mijn eerste was over Pasen, maar dit is toch met stip de moeilijkste. Ik borg mijn telefoon maar weer op, er moest nog werk gedaan worden. Bestanden kopiëren, niet direct hoogstaand werk en werk waarbij je rustig kan nadenken over een galantofiel. Maar het kwam niet echt van nadenken. De slapeloze nacht brak me op en om half 5 zat ik geeuwend in de metro. Dat schrijven van die #WOT moet voor de zoveelste keer even wachten.

Vrijdag

Uitgeslapen zat ik vrijdagochtend aan de koffie. Om half 11 stond ik in de sportschool. Pedro, mijn personal trainer heeft volgens mij helemaal niets met sneeuwklokjes. Bovendien sta ik in die sportschool met een ander doel. Deadlifts van 50 kg bijvoorbeeld, een gokje wagen naar een deadlift van 60 kg. Die heb ik dus niet gehaald, maar dan heb ik dus iets om naar te streven. Mezelf optrekken en twee seconden blijven hangen. Ik mag van geluk spreken dat ik los kom van de grond. Vrijdagmiddag: boodschappen en inspiratie opdoen voor de week zonder vlees waar ik vorig jaar ook aan heb meegedaan. Geen galantofiel te bekennen in de winkel, ook geen sneeuwklokjes trouwens. Vrijdagavond zat ik gewoon mindless The Voice Kids te bekijken. Ik heb het gevoel dat de toekomstige winnaar vorige week al is geweest, maar het blijft leuk.

sneeuwklokje

Zaterdag

Bestaat het wel? Martha is gewoon al haar #WOT lezers voor de gek aan het houden, het kan niet anders. Maar nee, een zoektocht op internet levert onder andere een woordpost op Onze Taal op… van 28 februari. Ja, daar krijgt ze haar inspiratie van. En ik vind een blog over sneeuwklokjes. Ja leuk, dat lost nog niet op dat ik erover wil schrijven en totaal geen inspiratie heb. Zucht. In ieder geval wel een mooie foto gevonden van sneeuwklokjes. Een afbeelding is het halve werk. Het verhaal de andere helft.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Image by congerdesign on Pixabay

Talent: #WOT 2019, deel 8

De stapel handdoeken vloog door het huis heen, door de gang, naar de kast in de voorkamer en daar… belanden de handdoeken op de grond. Ik vloekte hartgrondig. Ik was de kastdeuren vergeten. In de voorkamer raapte ik de handdoeken op, vouwde ze opnieuw en legde ze in de kast. Miranda kon mooi vertellen dat ik een talent had dingen te laten vliegen, maar dat talent moest nog wel even bijleren.

Miranda

Het was begonnen in de Albert Heijn, daar was ik op een drukke vrijdagmiddag naar toe gegaan en daar kreeg ik een alsmaar slechter humeur. Geen bananen. Geen kiwi’s. De jongen die ik erover aansprak, liep weg en kwam nooit meer terug. Bij het broodbeleg zag ik van alles, behalve die rosbief die ik mee had willen nemen. Bovendien werd ik daar gehinderd door een oudere vrouw die met een enorme kar het broodbeleg blokkeerde. Bij de koeling met boter kwam ik haar weer tegen. Bij de melk had ik er genoeg van, ze slaagde er in haar eentje in drie koelingen te blokkeren. Ik wenste haar en haar kar aan de andere kant van de winkel. En plotseling stond de kar een eind verderop. Ze keek er stomverbaasd naar en ik ook. Miranda niet. Zij giechelde en zei tegen mij, “ik voelde het opbouwen van je energie aan de andere kant van de winkel”.

Talent

Ik had een talent, vertelde Miranda me bij een kop thee bij de lunchroom in het winkelcentrum. En zij herkende het omdat ze het ook had. Ze liet de suiker vanaf een ander tafeltje naar ons vliegen. Ik keek alleen nog maar naar de suiker. “Maar” zei ze “je moet het wel ontwikkelen. Je was boos, daardoor kwam het los. En als het nu weer los komt omdat je boos wordt, kan het wel eens uit de hand vliegen. Begin klein, met de suiker.” Ik slaagde erin mijn ogen los te maken van de suiker. “Ontwikkelen? Hoe dan?” Ze pakte de suiker op “nou, leren te concentreren op wat je wilt. Want je hebt het vast gevoeld toen je bezig was, die energie. En die moet je richten. Kijk naar de suiker. Ik voel je energie nog steeds, die is aan het borrelen. Richt hem op de suiker.” “Ik wil geen suiker”, mompelde ik en keek er naar. Ik had vage hoofdpijn en deed mijn ogen dicht en vervolgens weer open. De suiker hing op ooghoogte en ik voelde mijn energie door mijn lijf gaan.

talent

Saga van toen naar nergens

En zo begon het. Ik had er dromen over. Het huishouden dat zo makkelijk zou worden met dit talent. Geen afwas waar ik mijn handen nog nat voor moest maken. De was die zichzelf zou doen. De bank die met één gedachte opzij zou gaan voor de stofzuiger. Mijn werk dat een stuk makkelijker zou worden met zwevende stapels boeken. Maar voorlopig leek het te eindigen met de suiker en de handdoeken, want dat kreeg ik voor elkaar maar verder niets. En dat terwijl ik niet eens suiker wilde. Misschien was dit een nuttig talent maar ik kon er voorlopig niets van maken.

Talent ~ 1) Aangeboren aanleg 2) Gave 3) Aangeboren geschiktheid 4) Aanleg 5) Begaafdheid 6) Bekwaamheid 7) Bekwaamheid tot iets 8) Bijzondere aanleg 9) Capaciteit 10) Een natuurlijke begaafdheid 11) Eigenschap.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik.

Schrijven #WOT deel 51

Schrijven ~ Het vormen of produceren van letters om ideeën vast te leggen die worden uitgedrukt door karakters of woorden, of door ideeën over te brengen door zichtbare tekenen.

Ik was de afgelopen dagen druk bezig met het schrijven van een kerstverhaal dat op eerste kerstdag bij Martha gaat verschijnen. Dat was hard werken. De opdracht is leuk: Je zit aan het kerstdiner met je hele familie: ooms, tantes, nichtjes, neefjes en al hun aanhang en kinderen. Het is een flinke tafel, maar jij komt precies naast je meest excentrieke familielid te zitten. Beschrijf dat familielid: hoe heet hij/zij, hoe ziet hij/zij eruit, hoe ruikt hij/zij, klinkt hij/zij, wat zegt of doet dit familielid en wat vind jij daarvan? Hoe reageer je erop? Het bleek op Twitter al vrij snel dat meer mensen aan het schrijven waren geslagen en daar kon ik dus mijn frustraties kwijt. De allerlaatste was vanmiddag.

Verhalen schrijven

Een verhaal is een verhaal zou je zeggen. Ik heb in het verleden voor de #WOT wel meer verhalen geschreven, namelijk over covfefe, en over een robot. En daar had ik minder moeite mee. Het kan aan de lengte liggen, die twee verhalen hoefden namelijk geen 2000 woorden te tellen zoals dit kerstverhaal. En die twee verhalen heb ik er in een uurtje in geknald. Nou, met dit kerstverhaal ben ik al drie dagen bezig. Ik wil meer verhalen gaan schrijven, maar daar moet ik duidelijk wel tijd voor uittrekken.

Wat schrijf ik nog meer?

Ik blijf schrijven leuk vinden, dus ik schrijf stukjes voor dit blog, stukjes voor mijn andere blog, ik schrijf nog steeds voor Haghespel, voor mijn werk mag ik af en toe wel eens wat schrijven. In het kader van vergankelijker materiaal schrijf ik ook tweets en stukjes op Facebook. Ja, ik weet het, het blijft allemaal bestaan, maar zakt wel weg. Ik weet echt niet de inhoud van al mijn ruim 15.000 tweets. Maar: wie schrijft die blijft, dus ik blijf rustig doorgaan met deze hobby.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Een verhaal met zintuigen

schrijvenZaterdag heb ik een workshop bijgewoond die Martha Pelkman gaf: schrijven met je zintuigen. Deze workshop gaf ze ter gelegenheid van de presentatie van haar boek #ikbengepest: hoe je met creatief schrijven je pestverleden kunt overwinnen. In de workshop waar nog drie andere mensen aan deel namen, hebben we een aantal opdrachten gemaakt. In de eerste opdracht moest ik een held beschrijven aan de hand van story cubes. Dat werd Marieke, een tienjarige jongedame met vlechten, een broertje van drie en een papa en mama. In de workshop werden de zintuigen behandeld, gehoor, smaak, tast, reuk en zicht. En die zintuigen mochten we ook gebruiken in de laatste opdracht, een kort verhaal van maximaal 500 woorden. Natuurlijk was Marieke de held van dit verhaal. Het oorspronkelijke verhaal heb ik in 20 minuten geschreven, was ongeveer 310 woorden en had nog geen einde. Er zit nu wel een einde aan en ik heb het verhaal geredigeerd.

Het verhaal

Ze is misschien te ver weg gelopen want ze ziet het huis niet meer. Papa en mama waren druk bezig en ze mocht eigenlijk niet weg, maar ze wilde weten wat het rare kwakende geluid was. En nu loopt ze dus hier op deze weg en het is warm. De zon prikt en ze bedenkt dat ze eigenlijk zonnebrandcrème had moeten gebruiken, maar die is ze vergeten. Ze ziet in de verte het bos en ze ziet vogels, maar die maken het kwakende geluid niet. Ze voelt steentjes in haar sandaal en stopt om die eruit te halen. De weg voelt warm aan haar blote voet. Ze hoort het kwaken weer, nu in de sloot langs de weg en ze loopt erheen. De sloot ruikt raar, thuis in Nederland is het vaak de geur van rottende bladeren. Dat stinkt. Hier in Frankrijk ruikt het anders maar ze weet niet goed naar wat. Nu komt ze te dichtbij, want ze glijdt met één voet in de sloot. De modder zit tussen haar tenen en voelt aan als slijm en dat is vies. Ze trekt haar sandaal uit en spoelt haar voet en haar sandaal af. Met deze warmte zijn ze zo droog. Ze wil nu eigenlijk terug want het bos is wel interessant, maar door de warmte heeft ze dorst gekregen en voelt haar tong droog aan. Ze proeft nog het broodje kaas dat ze met de lunch heeft gekregen. Papa en mama zullen bovendien wel boos worden omdat ze weg is gelopen. Maar waar moet ze heen? Met al haar aandacht voor het gekwaak heeft ze niet opgelet waar ze liep. Ze draait zich om en voelt op haar gezicht het zachte windje dat ze net in haar rug had. Dus die kant moet ze op. Een eindje verderop weet ze het ineens weer want daar ruikt ze lavendel. Verderop ziet ze het lavendelveld waar ze omheen moet, dan moet ze omlaag en daar weet ze het ook weer. Want daar is een andere weg en het hek waar ze doorheen is gegaan. En daar staat mama ook al, want die was haar dochter gaan zoeken. Gelukkig kijkt ze niet al te boos. Ze neemt haar dochter mee naar het vakantiehuisje waar Marieke wat te drinken krijgt.

Het boek

Martha heeft een boek geschreven, een heel wat grotere prestatie dan het korte verhaal hierboven vind ik. Dat is zaterdag gepresenteerd. In het boek vind je verhalen, theorie en schrijfoefeningen die je kunnen helpen als je vroeger gepest bent en daarvan nu nog last hebt.
#ikbengepest: hoe je met creatief schrijven je pestverleden kunt overwinnen / Martha Pelkman. – Expertboek, 2018. ISBN 978-94-92926-32-6
Verkrijgbaar voor € 20,- op de website of in de boekhandel.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Pyjama: #WOT deel 18

adelaarEen arend, dat was wat ik zag vliegen, ik wist het zeker, maar waarom zag ik dat beest? En dan zag ik ook nog allerlei felle kleuren en ik liep op een berg? Ik schudde mijn hoofd en liep door. Het was ook wel een beetje raar dat ik op blote voeten liep, bovenop een berg, in de sneeuw. Maar ik had het niet koud, dus ik liep gewoon door. Over de berg, richting volgende berg. Maar die kleuren waren wel erg fel. En ik zag die arend weer. Ik was toch wel benieuwd of ik dat ook kon, dat vliegen. Ik kon het proberen, ik had een pyjama aan met hele wijde mouwen. Oh, en wat grappig, er zaten kleine vogeltjes in de stof. Dat moest werken. Dat zou wat zijn, want dan kon ik veel verder komen. Ik begon te flapperen met mijn armen, het lukte nog niet echt. Ik werd nu echt verblind door die felle kleuren. Groen, blauw, rood, dan ineens weer wit en zo wit dat het echt licht gaf. Dat hielp niet. Ik moest me echt even kunnen concentreren en ik keek naar beneden. Toen werd ik afgeleid door mijn teennagels, waar de schoonheidsspecialiste een soort lichtgevend mintgroen op had gesmeerd. Dat moest ik er toch maar afhalen, dat viel een beetje tegen. En ik bukte en ging in de weer met nagellakremover. Oh ja, ik wilde vliegen. Ik begon weer te fladderen en stak nu ook één been uit en bewoog dat op en neer. En ik steeg op! En nu naar die arend toe vliegen. Maar dat was wat minder eenvoudig. Dat beest vloog links, en ik ging rechts en nog erger, ik ging richting een rotsblok. En even plotseling als het was begonnen, was het voorbij.

Wakker

Ik zat plotseling recht overeind in bed. Zie je wel, het klopte niet. In een pyjama? Ik had  al jaren geen pyjama meer aangehad, veel te warm. Ik stapte uit bed en liep richting keuken om wat water te drinken. Mijn hemdje zat zowat achterstevoren na al dat woelen, dat trok ik even recht en ik trok mijn broekje uit mijn bilnaad, want dat zat ook niet lekker. Ik droomde nog wat na met het water. Idioot, dromen, en altijd rare dingen. Een arend? Vliegen? Een pyjama? Ik kroop weer in bed, nog een paar uur voor de wekker ging, ik kon nog even doordromen.

Pyjama ~ 1) Babydoll 2) Bedkledij 3) Bedkleding 4) Bedkleren 5) Kledingstuk 6) Nachtgewaad 7) Nachtgewaad of nachtkleed 8) Nachtgoed 9) Nachtkledij 10) Nachtkleding 11) Nachtkleren 12) Slaapgoed 13) Slaapkledij 14) Slaapkleding 15) Slaapkleren.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Robot: #WOT deel 44

Maandag

“Weet je het zeker?” Dat is dus de vierde keer dat ik deze vraag krijg van A. Ik heb haar vanavond opgebeld omdat ik mijn verhaal toch ergens kwijt wil, maar A. helpt niet echt. Ik loop de keuken in en kreun zachtjes. De keuken is een grote chaos en de afwas moet nodig gedaan worden.

Dinsdag

Mijn broer is een typische man, geen gezeur, gewoon oplossingen aandragen. En hij komt daadwerkelijk en probeert me te helpen. Alleen kan hij ook niet bij dat ene plekje onder het bed waar het rotding zich heeft verstopt. De hark die hij heeft meegenomen helpt ook niet. Ja, met mijn laminaat vermoorden, daar helpt hij mee. Gedwongen door mij geeft hij het op en vertelt me onder het genot van een biertje dat ik maar moet wachten tot de accu leeg is. Want dan kan ik met behulp van die hark heel voorzichtig het ding onder het bed vandaan halen. Als ik hem slecht gehumeurd vraag te helpen met het schoonmaken van de badkamer heeft hij het plotseling heel druk en vertrekt hij.

Woensdag

Te laat op mijn werk, want het rotding dat nog steeds onder mijn bed ligt heeft de stekkers van allebei mijn wekkers eruit getrokken. Ik ren de hele dag achter mezelf aan, ga niet lunchen, want geen tijd, draaf na het werk de snackbar in, want geen tijd en moet dan repeteren voor het toneelstuk. Mijn script ligt ook ergens onder het bed, dus ik moet spieken bij iemand anders.

Donderdag

Weer te laat op mijn werk, maar nu omdat ik door mijn wekkers heen was geslapen omdat het rotding dit keer de hele nacht rare geluidjes maakte. Het moment dat ik in slaap viel, piepte het ding keihard. Ja, daar word je niet blij van. Ik overleef de dag, maar daar is ook alles mee gezegd. Ik hoop dat de rare geluidjes betekenen dat de accu bijna leeg is. Gelukkig hoef ik morgen niet te werken.

Vrijdag

robotIk loop de winkel in en leg met veel drama de chip op de toonbank. De man van de winkel kijkt me argwanend aan, ik heb deze week tenslotte maar vijftien keer gebeld. “Ik wil een andere chip” meld ik hem. “Ik ben het helemaal zat, je kon het zo mooi vertellen. Neem een robot zei je, dat is zo handig in de huishouding. En neem er dan één met een gevoels-chip zei je, want zo’n robot doet fluitend de huishouding. Je had er alleen niet bij gezegd dat ie ook verliefd kon worden. Op de stofzuigerrobot van de buurvrouw. Ik heb de hele week in één grote chaos geleefd, omdat de buurvrouw haar robot de deur had uitgedaan en mijn robot liefdesverdriet had.”

Robot ~ 1) Androïde 2) Automaat 3) Automaat in mensengedaante 4) Automatisch mens 5) Automatische mens 6) Beweegbare ledenpop 7) Beweegbare pop 8) Elektronische pop 9) Geprogrammeerd toestel 10) IJzeren man 11) Kunstmatig mens 12) Kunstmatige mens 13) Kunstmens 14) Machinaal wezen 15) Machine 16) Machinemens 17) Mechanisch mens.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Tekening: Pixabay, CC0 gebruik

Covfefe: #WOT deel 23

Het was stil in het grote witte gebouw. Iedereen die niet meer nodig was, was vertrokken. En zo was het ook wel naar de zin van de man met dat vreemde oranje haar en die grote teddy badjas aan. Zijn vrouw had een uur geleden gebeld vanuit New York om hem te manen op tijd naar bed te gaan. Maar ze kon het toch niet controleren, dus hier liep hij nog rond. Hij had tot zijn grote vreugde zijn telefoon weten te redden. Normaal nam zijn dochter deze mee, nu was ze het vergeten. kittensHij was er voortdurend mee bezig. Youtube kijken, alle kattenfilmpjes die hij bij zijn favorieten had gezet. Natuurlijk wel onder een verzonnen naam, stel je voor dat mensen er achter kwamen dat hij naar kattenfilmpjes keek. Instagram bekijken, waar hij eigenlijk niets liever deed dan foto’s van zichzelf bekijken. Onder dezelfde verzonnen naam gaf hij veel van die foto’s een hartje, zeker die foto’s waar hij niet zo oranje leek. Op zwart wit foto’s zag hij er eigenlijk veel knapper uit. Die zogenaamd grappige foto’s waarop zijn dassen met Photoshop waren verlengd, wilde hij eigenlijk het liefst weggooien, maar dat kon helaas niet. Bijtende commentaren achterlaten onder zijn verzonnen naam kon wel. Om weer wat vrolijker te worden na al die lelijke commentaren, keek hij ook nog even foto’s van kittens.

Twitter

De dag afsluiten deed hij het liefst met Twitter. Eerst zijn time line doorlezen met alle commentaren erbij. Hij had twee officiële accounts, maar had ook nog een geheim account. Op zijn eigen officiële account keek hij naar de tweets van zijn geliefde ochtendshow Fox and Friends. Ah, daar zag hij er één over zijn schoonzoon, die kon hij retweeten, altijd goed. De andere nieuwssites gaven zijn politiek niet goed weer. Dat wilde hij in een tweet weergeven en hij begon te typen: “Despite the constant negative press cov”. Op dat moment werd hij onderbroken door een vrouwenstem: “Vader?”. Hij schoof zijn telefoon onder een kussen en riep: “Ja kindje?”. “Ah, daar ben je.” Een jonge blonde vrouw keek om de hoek van de deur. “Ik ga naar huis, misschien heb ik geluk en wordt één van mijn kinderen nog wakker, welterusten.” “Welterusten, kindje.” Ze ging weg en hij pakte zijn telefoon weer, want wat had hij nou getypt voor hij in allerijl op het tweetknopje drukte? Toch niet zijn geheime tweetnaam? Ach nee! Ivanka had de schermbeveiliging weer gewijzigd. Hij kon niet meer tweeten!

Covfefe ~ 1) als je in slaap valt tijdens het tweeten van onzin 2) Uitroep 3) Tussenwerpsel 4) Cryptisch slotwoord van een president 5) Tweet van Trump op 31 mei 2017 6)…

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Theater in verhalen: A Question of Patronage

In mijn serie besprekingen van romans waar het theater een rol in speelt, wil ik af en toe een uitstapje maken naar korte verhalen. In de bundel The Mammoth Book of Vampire Stories by Women die ik op dit moment lees, komt een verhaal voor van Chelsea Quinn Yarbro, A Question of Patronage. Ze heeft een serie historische horrorromans geschreven die om de vampier Saint-Germain draaien. Deze vampier speelt ook in dit verhaal een rol.

Het verhaal

Het verhaal speelt in de negentiende eeuw in een Engelse stad. John Henry Brodribb, jongste bediende in een administratiekantoor, ontmoet graaf Ragoczy, een klant van zijn kantoor. Hij kopieert het accountboek van deze klant en vertelt hem dat hij onregelmatigheden heeft ontdekt. Er wordt geld gestolen van de graaf. Deze komt ‘s avonds naar het kantoor om deze dingen te bekijken en ontdekt dan het geheim van John. Hij wil acteur worden en besteedt de avonduren aan het uit het hoofd leren van toneelstukken. John en graaf Ragoczy vinden samen uit wie achter de onregelmatigheden zit. Hij wordt door de graaf beloond met geld waarvoor hij zich inkoopt in een toneelgezelschap en de rol van Romeo kan spelen in Romeo en Julia. Het is overigens opmerkelijk dat in een verhaal dat in een bundel over vampieren wordt opgenomen, het woord ‘vampier’ geen enkele keer valt.

Henry Irving

De jonge John verandert zijn naam naar Henry Irving. Deze acteur was in de Victoriaanse tijd een bekend acteur met een eigen theater. Irving was de inspiratie voor graaf Dracula, hoofdpersoon van de roman van Bram Stoker, Dracula. Bram Stoker heeft enige tijd voor Irving gewerkt in het Lyceum Theater en heeft zelfs een biografie geschreven van Irving.

Chelsea Quinn Yarbro, A Question of Patronage, a Saint Germain Story. In Stephen Jones, Ed. The Mammoth Book of Vampire Stories by Women. London: Robinson, 2001.