Een verhaal met zintuigen

schrijvenZaterdag heb ik een workshop bijgewoond die Martha Pelkman gaf: schrijven met je zintuigen. Deze workshop gaf ze ter gelegenheid van de presentatie van haar boek #ikbengepest: hoe je met creatief schrijven je pestverleden kunt overwinnen. In de workshop waar nog drie andere mensen aan deel namen, hebben we een aantal opdrachten gemaakt. In de eerste opdracht moest ik een held beschrijven aan de hand van story cubes. Dat werd Marieke, een tienjarige jongedame met vlechten, een broertje van drie en een papa en mama. In de workshop werden de zintuigen behandeld, gehoor, smaak, tast, reuk en zicht. En die zintuigen mochten we ook gebruiken in de laatste opdracht, een kort verhaal van maximaal 500 woorden. Natuurlijk was Marieke de held van dit verhaal. Het oorspronkelijke verhaal heb ik in 20 minuten geschreven, was ongeveer 310 woorden en had nog geen einde. Er zit nu wel een einde aan en ik heb het verhaal geredigeerd.

Het verhaal

Ze is misschien te ver weg gelopen want ze ziet het huis niet meer. Papa en mama waren druk bezig en ze mocht eigenlijk niet weg, maar ze wilde weten wat het rare kwakende geluid was. En nu loopt ze dus hier op deze weg en het is warm. De zon prikt en ze bedenkt dat ze eigenlijk zonnebrandcrème had moeten gebruiken, maar die is ze vergeten. Ze ziet in de verte het bos en ze ziet vogels, maar die maken het kwakende geluid niet. Ze voelt steentjes in haar sandaal en stopt om die eruit te halen. De weg voelt warm aan haar blote voet. Ze hoort het kwaken weer, nu in de sloot langs de weg en ze loopt erheen. De sloot ruikt raar, thuis in Nederland is het vaak de geur van rottende bladeren. Dat stinkt. Hier in Frankrijk ruikt het anders maar ze weet niet goed naar wat. Nu komt ze te dichtbij, want ze glijdt met één voet in de sloot. De modder zit tussen haar tenen en voelt aan als slijm en dat is vies. Ze trekt haar sandaal uit en spoelt haar voet en haar sandaal af. Met deze warmte zijn ze zo droog. Ze wil nu eigenlijk terug want het bos is wel interessant, maar door de warmte heeft ze dorst gekregen en voelt haar tong droog aan. Ze proeft nog het broodje kaas dat ze met de lunch heeft gekregen. Papa en mama zullen bovendien wel boos worden omdat ze weg is gelopen. Maar waar moet ze heen? Met al haar aandacht voor het gekwaak heeft ze niet opgelet waar ze liep. Ze draait zich om en voelt op haar gezicht het zachte windje dat ze net in haar rug had. Dus die kant moet ze op. Een eindje verderop weet ze het ineens weer want daar ruikt ze lavendel. Verderop ziet ze het lavendelveld waar ze omheen moet, dan moet ze omlaag en daar weet ze het ook weer. Want daar is een andere weg en het hek waar ze doorheen is gegaan. En daar staat mama ook al, want die was haar dochter gaan zoeken. Gelukkig kijkt ze niet al te boos. Ze neemt haar dochter mee naar het vakantiehuisje waar Marieke wat te drinken krijgt.

Het boek

Martha heeft een boek geschreven, een heel wat grotere prestatie dan het korte verhaal hierboven vind ik. Dat is zaterdag gepresenteerd. In het boek vind je verhalen, theorie en schrijfoefeningen die je kunnen helpen als je vroeger gepest bent en daarvan nu nog last hebt.
#ikbengepest: hoe je met creatief schrijven je pestverleden kunt overwinnen / Martha Pelkman. – Expertboek, 2018. ISBN 978-94-92926-32-6
Verkrijgbaar voor € 20,- op de website of in de boekhandel.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Pyjama: #WOT deel 18

adelaarEen arend, dat was wat ik zag vliegen, ik wist het zeker, maar waarom zag ik dat beest? En dan zag ik ook nog allerlei felle kleuren en ik liep op een berg? Ik schudde mijn hoofd en liep door. Het was ook wel een beetje raar dat ik op blote voeten liep, bovenop een berg, in de sneeuw. Maar ik had het niet koud, dus ik liep gewoon door. Over de berg, richting volgende berg. Maar die kleuren waren wel erg fel. En ik zag die arend weer. Ik was toch wel benieuwd of ik dat ook kon, dat vliegen. Ik kon het proberen, ik had een pyjama aan met hele wijde mouwen. Oh, en wat grappig, er zaten kleine vogeltjes in de stof. Dat moest werken. Dat zou wat zijn, want dan kon ik veel verder komen. Ik begon te flapperen met mijn armen, het lukte nog niet echt. Ik werd nu echt verblind door die felle kleuren. Groen, blauw, rood, dan ineens weer wit en zo wit dat het echt licht gaf. Dat hielp niet. Ik moest me echt even kunnen concentreren en ik keek naar beneden. Toen werd ik afgeleid door mijn teennagels, waar de schoonheidsspecialiste een soort lichtgevend mintgroen op had gesmeerd. Dat moest ik er toch maar afhalen, dat viel een beetje tegen. En ik bukte en ging in de weer met nagellakremover. Oh ja, ik wilde vliegen. Ik begon weer te fladderen en stak nu ook één been uit en bewoog dat op en neer. En ik steeg op! En nu naar die arend toe vliegen. Maar dat was wat minder eenvoudig. Dat beest vloog links, en ik ging rechts en nog erger, ik ging richting een rotsblok. En even plotseling als het was begonnen, was het voorbij.

Wakker

Ik zat plotseling recht overeind in bed. Zie je wel, het klopte niet. In een pyjama? Ik had  al jaren geen pyjama meer aangehad, veel te warm. Ik stapte uit bed en liep richting keuken om wat water te drinken. Mijn hemdje zat zowat achterstevoren na al dat woelen, dat trok ik even recht en ik trok mijn broekje uit mijn bilnaad, want dat zat ook niet lekker. Ik droomde nog wat na met het water. Idioot, dromen, en altijd rare dingen. Een arend? Vliegen? Een pyjama? Ik kroop weer in bed, nog een paar uur voor de wekker ging, ik kon nog even doordromen.

Pyjama ~ 1) Babydoll 2) Bedkledij 3) Bedkleding 4) Bedkleren 5) Kledingstuk 6) Nachtgewaad 7) Nachtgewaad of nachtkleed 8) Nachtgoed 9) Nachtkledij 10) Nachtkleding 11) Nachtkleren 12) Slaapgoed 13) Slaapkledij 14) Slaapkleding 15) Slaapkleren.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Robot: #WOT deel 44

Maandag

“Weet je het zeker?” Dat is dus de vierde keer dat ik deze vraag krijg van A. Ik heb haar vanavond opgebeld omdat ik mijn verhaal toch ergens kwijt wil, maar A. helpt niet echt. Ik loop de keuken in en kreun zachtjes. De keuken is een grote chaos en de afwas moet nodig gedaan worden.

Dinsdag

Mijn broer is een typische man, geen gezeur, gewoon oplossingen aandragen. En hij komt daadwerkelijk en probeert me te helpen. Alleen kan hij ook niet bij dat ene plekje onder het bed waar het rotding zich heeft verstopt. De hark die hij heeft meegenomen helpt ook niet. Ja, met mijn laminaat vermoorden, daar helpt hij mee. Gedwongen door mij geeft hij het op en vertelt me onder het genot van een biertje dat ik maar moet wachten tot de accu leeg is. Want dan kan ik met behulp van die hark heel voorzichtig het ding onder het bed vandaan halen. Als ik hem slecht gehumeurd vraag te helpen met het schoonmaken van de badkamer heeft hij het plotseling heel druk en vertrekt hij.

Woensdag

Te laat op mijn werk, want het rotding dat nog steeds onder mijn bed ligt heeft de stekkers van allebei mijn wekkers eruit getrokken. Ik ren de hele dag achter mezelf aan, ga niet lunchen, want geen tijd, draaf na het werk de snackbar in, want geen tijd en moet dan repeteren voor het toneelstuk. Mijn script ligt ook ergens onder het bed, dus ik moet spieken bij iemand anders.

Donderdag

Weer te laat op mijn werk, maar nu omdat ik door mijn wekkers heen was geslapen omdat het rotding dit keer de hele nacht rare geluidjes maakte. Het moment dat ik in slaap viel, piepte het ding keihard. Ja, daar word je niet blij van. Ik overleef de dag, maar daar is ook alles mee gezegd. Ik hoop dat de rare geluidjes betekenen dat de accu bijna leeg is. Gelukkig hoef ik morgen niet te werken.

Vrijdag

robotIk loop de winkel in en leg met veel drama de chip op de toonbank. De man van de winkel kijkt me argwanend aan, ik heb deze week tenslotte maar vijftien keer gebeld. “Ik wil een andere chip” meld ik hem. “Ik ben het helemaal zat, je kon het zo mooi vertellen. Neem een robot zei je, dat is zo handig in de huishouding. En neem er dan één met een gevoels-chip zei je, want zo’n robot doet fluitend de huishouding. Je had er alleen niet bij gezegd dat ie ook verliefd kon worden. Op de stofzuigerrobot van de buurvrouw. Ik heb de hele week in één grote chaos geleefd, omdat de buurvrouw haar robot de deur had uitgedaan en mijn robot liefdesverdriet had.”

Robot ~ 1) Androïde 2) Automaat 3) Automaat in mensengedaante 4) Automatisch mens 5) Automatische mens 6) Beweegbare ledenpop 7) Beweegbare pop 8) Elektronische pop 9) Geprogrammeerd toestel 10) IJzeren man 11) Kunstmatig mens 12) Kunstmatige mens 13) Kunstmens 14) Machinaal wezen 15) Machine 16) Machinemens 17) Mechanisch mens.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Tekening: Pixabay, CC0 gebruik

Covfefe: #WOT deel 23

Het was stil in het grote witte gebouw. Iedereen die niet meer nodig was, was vertrokken. En zo was het ook wel naar de zin van de man met dat vreemde oranje haar en die grote teddy badjas aan. Zijn vrouw had een uur geleden gebeld vanuit New York om hem te manen op tijd naar bed te gaan. Maar ze kon het toch niet controleren, dus hier liep hij nog rond. Hij had tot zijn grote vreugde zijn telefoon weten te redden. Normaal nam zijn dochter deze mee, nu was ze het vergeten. kittensHij was er voortdurend mee bezig. Youtube kijken, alle kattenfilmpjes die hij bij zijn favorieten had gezet. Natuurlijk wel onder een verzonnen naam, stel je voor dat mensen er achter kwamen dat hij naar kattenfilmpjes keek. Instagram bekijken, waar hij eigenlijk niets liever deed dan foto’s van zichzelf bekijken. Onder dezelfde verzonnen naam gaf hij veel van die foto’s een hartje, zeker die foto’s waar hij niet zo oranje leek. Op zwart wit foto’s zag hij er eigenlijk veel knapper uit. Die zogenaamd grappige foto’s waarop zijn dassen met Photoshop waren verlengd, wilde hij eigenlijk het liefst weggooien, maar dat kon helaas niet. Bijtende commentaren achterlaten onder zijn verzonnen naam kon wel. Om weer wat vrolijker te worden na al die lelijke commentaren, keek hij ook nog even foto’s van kittens.

Twitter

De dag afsluiten deed hij het liefst met Twitter. Eerst zijn time line doorlezen met alle commentaren erbij. Hij had twee officiële accounts, maar had ook nog een geheim account. Op zijn eigen officiële account keek hij naar de tweets van zijn geliefde ochtendshow Fox and Friends. Ah, daar zag hij er één over zijn schoonzoon, die kon hij retweeten, altijd goed. De andere nieuwssites gaven zijn politiek niet goed weer. Dat wilde hij in een tweet weergeven en hij begon te typen: “Despite the constant negative press cov”. Op dat moment werd hij onderbroken door een vrouwenstem: “Vader?”. Hij schoof zijn telefoon onder een kussen en riep: “Ja kindje?”. “Ah, daar ben je.” Een jonge blonde vrouw keek om de hoek van de deur. “Ik ga naar huis, misschien heb ik geluk en wordt één van mijn kinderen nog wakker, welterusten.” “Welterusten, kindje.” Ze ging weg en hij pakte zijn telefoon weer, want wat had hij nou getypt voor hij in allerijl op het tweetknopje drukte? Toch niet zijn geheime tweetnaam? Ach nee! Ivanka had de schermbeveiliging weer gewijzigd. Hij kon niet meer tweeten!

Covfefe ~ 1) als je in slaap valt tijdens het tweeten van onzin 2) Uitroep 3) Tussenwerpsel 4) Cryptisch slotwoord van een president 5) Tweet van Trump op 31 mei 2017 6)…

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Theater in verhalen: A Question of Patronage

In mijn serie besprekingen van romans waar het theater een rol in speelt, wil ik af en toe een uitstapje maken naar korte verhalen. In de bundel The Mammoth Book of Vampire Stories by Women die ik op dit moment lees, komt een verhaal voor van Chelsea Quinn Yarbro, A Question of Patronage. Ze heeft een serie historische horrorromans geschreven die om de vampier Saint-Germain draaien. Deze vampier speelt ook in dit verhaal een rol.

Het verhaal

Het verhaal speelt in de negentiende eeuw in een Engelse stad. John Henry Brodribb, jongste bediende in een administratiekantoor, ontmoet graaf Ragoczy, een klant van zijn kantoor. Hij kopieert het accountboek van deze klant en vertelt hem dat hij onregelmatigheden heeft ontdekt. Er wordt geld gestolen van de graaf. Deze komt ‘s avonds naar het kantoor om deze dingen te bekijken en ontdekt dan het geheim van John. Hij wil acteur worden en besteedt de avonduren aan het uit het hoofd leren van toneelstukken. John en graaf Ragoczy vinden samen uit wie achter de onregelmatigheden zit. Hij wordt door de graaf beloond met geld waarvoor hij zich inkoopt in een toneelgezelschap en de rol van Romeo kan spelen in Romeo en Julia. Het is overigens opmerkelijk dat in een verhaal dat in een bundel over vampieren wordt opgenomen, het woord ‘vampier’ geen enkele keer valt.

Henry Irving

De jonge John verandert zijn naam naar Henry Irving. Deze acteur was in de Victoriaanse tijd een bekend acteur met een eigen theater. Irving was de inspiratie voor graaf Dracula, hoofdpersoon van de roman van Bram Stoker, Dracula. Bram Stoker heeft enige tijd voor Irving gewerkt in het Lyceum Theater en heeft zelfs een biografie geschreven van Irving.

Chelsea Quinn Yarbro, A Question of Patronage, a Saint Germain Story. In Stephen Jones, Ed. The Mammoth Book of Vampire Stories by Women. London: Robinson, 2001.

Herman Pieter de Boer – De artiestenuitgang (1987)

Een verhalenbundel van Herman Pieter de Boer. Het bevat een oude bekende: het verhaal van de vader die alsmaar naampjes verzint voor alles en iedereen, maar niets weet voor zijn dochter die in haar geboortekostuum op het toneel staat.
Amusante verhalen met leuke tekeningen die hier en daar een beetje gedateerd zijn. Tussen de verhalen door de ware namen van allerlei filmsterren. Doris Day bekt inderdaad beter dan Doris Van Kappelhoff.
Let ook op de losse kreten: Houders van vrijkaarten bij een toneelvoorstelling hebben er altijd het meest op aan te merken. Een Chinees spreekwoord. Dat mag ik me als recensent persoonlijk aantrekken.
Het meest amusante verhaal waar ik mezelf ook wel in kon vinden, De dame die niet van staande ovaties hield. Wie ooit heeft verzonnen dat je bij elke voorstelling, hoe slecht ook, een staande ovatie moet geven, moet ogenblikkelijk opgesloten worden.

Arthur Japin – De klank van sneeuw (2006)

Arthur Japin speelde diverse rollen voor radio en televisie en op toneel bij onder andere Toneelgroep Centrum en de Theaterunie. Ook zong hij een kleine rol bij de Nederlandse Opera. In 1987 stopte hij met acteren en begon met schrijven. In 1996 brak hij echt door met het verhaal over twee Afrikaanse prinsjes die in het negentiende-eeuwse Nederland als Hollanders werden opgevoed, de roman De zwarte met het witte hart. Zijn roman Een schitterend gebrek werd bekroond met de Libris Literatuurprijs. Het boekenweekgeschenk 2006 De grote wereld was van zijn hand.
De klank van sneeuw is geen roman, maar twee novelles over muziek en theater. Zien en gezien worden. De vrouwelijke hoofdpersonen spelen en worstelen met de consequenties van het bekeken worden en het jezelf tentoonstellen.
Dooi gaat over de zangeres die jaren lang niet gezongen heeft, maar dan ingaat op de uitnodiging van haar broer een kerst-oratorium te komen zingen. Ze overnacht in een volautomatisch hotel, in de kamer naast haar logeert een man die ze door een gat in de wand kan zien. Het verhaal is op een afstandelijke manier geschreven waardoor je geen band krijgt met de vrouw.
Zeep gaat over de actrice die – om haar zelfvertrouwen hoog te houden – een rol accepteert in het artistiek ongelooflijk verantwoorde stuk van haar vriend. Normaal speelt ze in een soap. De vriend is onuitstaanbaar, maar natuurlijk zeer aantrekkelijk.
Beide novellen hebben een open einde. Goed geschreven en goed leesbaar.

15 Theaterverhalen (1989)

15 theaterverhalen, uitgegeven door het Theater Instituut Nederland, toen (1989) nog Nederlands Theater Instituut geheten.
Verhalen van J. Bernlef, Herman Pieter de Boer, Ethel Portnoy, Ward Ruyslinck, Remco Campert, Jenny Pisuisse, Maartje Luccioni, Henk Romijn Meijer, K. Schippers, Simon Carmiggelt, Adriaan van Dis, Jaap Harten, Kester Freriks, J.M.A. Biesheuvel en Harry Mulisch.
In de verhalen en romanfragmenten komt het thema theater in de meest brede zin van het woord aan de orde.

Inhoud: Totaaltheater, Herman Pieter de Boer; Heer en knecht, Harry Mulisch; De toneelspeler, J.M.A. Biesheuvel; De bal, Remco Campert; Playboy, Ethel Portnoy, Naar de schouwburg, Maartje Luccioni; Else Mauhs (en collega’s), Jaap Harten; Kermistheater, K. Schippers; Een vreemde tinteling, Adriaan van Dis; Na het concert, Henk Romijn Meijer; Met kinderogen, Jenny Pisuisse; De pogrom, Ward Ruyslinck; Soevereine actrice, Kester Freriks; Naar de revue, Simon Carmiggelt; Gewoon toneel, J. Bernlef.
Leuk boekje, de opbrengst was toendertijd bestemd voor de activiteiten van het Theater Instituut bestemd.
Mijn absolute favoriet is het verhaal van Herman Pieter de Boer: Totaaltheater, over de heer Maggi die voor alles en nog wat bijnamen verzint, maar niet voor het totaaltheater van dochter Ina die in een experimenteel stuk in haar blote niksje mag acteren.
Het enige dat nog rest is een naam voor hemzelf: Piet Preuts.

15 Theaterverhalen. – Nederlands Theater Instituut, Uniepers, 1989.
ISBN 90-6825073-6