Hoe warm het was

Dineke tikte tegen de thermostaat, 29,5 graden, dat kon niet kloppen. De gordijnen waren dicht geweest, de ventilator stond constant te draaien, waar kwam dat vandaan?
‘Dat is warm’, zei Joris achter haar. Hij wilde haar omhelzen, maar kwam ervan terug toen hij aan haar bleef plakken. Ze keek pijnlijk, haar armen waren verbrand en voelden in het geheel niet lekker aan.
‘Zal ik nog maar een keer smeren?’ zei Joris. ‘Het moet vet blijven, dat is beter voor je huid.’
‘Ja, doe maar’, zei ze.
Ze had ‘s nachts nauwelijks geslapen vanwege die verbrande huid. En nu moest ze nog werken, wat ook niet alles was. Maar er waren een paar dingen die af moesten en tien minuten zat ze, ingesmeerd en wel achter haar laptop. Joris ging weg, zijn baas had vanmiddag uitgekozen voor een afspraak op het kantoor met airconditioning. Timing noemden ze dat. Ze legde de handdoek op het bureaublad en begon met haar werk.

zon

Avond

Tegen half zes was Joris weer terug en was zij net klaar. Hij stond bij de thermostaat met ongeloof op zijn gezicht, 31 graden was het inmiddels. Het zweet stond op haar rug, en ze kroop tegen hem aan in de hoop nog wat airconditioned lijf mee te kunnen pikken. Helaas, hij was al weer opgewarmd. Ze keken elkaar aan.
‘Wat doen we?, zei Joris, ‘naar het strand in de hoop dat het daar te harden is? Of blijven we hier en hopen we door heel stil te zitten, het te kunnen negeren?’
Ze geeuwde. ‘Gewoon hier blijven en iets koels te eten klaarmaken. We hebben nog watermeloen, iets van een salade is prima.’
Na het eten zaten ze met zijn tweeën op het balkon. Het werd wat koeler, er kwam een windje bij. Hij zat naar de vogels in de grote boom te kijken, zij zat met een boek op haar schoot. Ze gooide het met een klap op het krukje naast haar.
‘Boeit niet?, vroeg Joris.
‘Nee, boeit niet, gaat over een gezapig huisgezin en dat zie ik hier al, dus daar hoef ik niet over te lezen.’
Hij grinnikte. ‘Het is snel gegaan. Drie maanden samenwonen en we zijn al gezapig.’
‘Wil je dat?’ Hij grinnikte weer. ‘Vraag me dat morgen nog eens als het wat koeler is. Dan krijg ik wel energie om minder gezapig te zijn. Ze keek om zich heen, zoekend naar iets dat ze kon gooien. Joris was haar voor, hij had de wasmand naast zich en gooide een handdoek naar haar. ‘Opvouwen mens, gewoon doen wat een gezapig paar samen doet ter verstrooiing.’
Ze hoorden de buurman beneden lachen. Hij kwam onder het balkon vandaan. ‘Ik heb ook nog een was staan hoor, die kan je ook opvouwen.’
Dineke trok een gezicht, ‘zullen we dat maar niet doen?’ En ze stak haar tong naar hem uit. Hij lachte weer en ging zitten. Dineke keek Joris aan. ‘Kom maar op met die was, saaie man.’
Dollend vouwden ze de wasmand leeg. De gezapigheid trok de volgende dag weg, samen met het mooie weer.

Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.

Het gras is groen

Dineke geeuwde.
‘Nee Dineke, je hebt niet de aandacht erbij. Zorg ervoor dat je aandacht op je innerlijk gericht is. Nu denk je aan andere dingen, daarom geeuw je.’ De stem van de mindfulness instructrice was wat nasaal, en Dineke kon er niet tegen. Ze kon ook niet tegen deze mindful sessies, maar helaas waren ze verplicht. Haar baas had bedacht dat in deze coronatijd ze wel wat extra aandacht voor het innerlijk verdienden. Het enige wat ze op het ogenblik deed was nadenken of mindful nou met één of twee l-len was. Dat moest ze later maar opzoeken. Nu dacht ze aan het gras dat kriebelde, want ze was natuurlijk vergeten haar yogamat of een badhanddoek mee te nemen zoals de instructrice had gevraagd. Ze keek voorzichtig door een kiertje van haar ogen naar de anderen. Die zaten allemaal keurig op anderhalve meter afstand in meditatiehouding. Haar rug deed pijn, als ze ergens niet tegen kon, was het wel een tijd rechtop zitten. Ze zakte in. Er stond een schaduw naast haar. De instructrice.
‘Dineke, het moet geen martelpartij worden hoor. Als je last van je rug hebt, ga dan liggen. Het gaat echt om je mindfulness. Dus als je het niet erg vindt om in het gras te liggen, doe dat vooral.’

gras

In het gras

Met een zucht zakte Dineke onderuit. Dat was beter. Ze rekte zich even helemaal uit. ‘Handen naast je lichaam, Dineke’, hoorde ze de instructrice zeggen. Zij liep door naar een collega. Dineke deed haar ogen dicht. Ze voelde het gras kriebelen. Het rook fijn, vers gemaaid gras. Het zag even groen voor haar ogen. Ze was moe, het was de afgelopen weken best wel druk geweest en ze had veel werk verzet. Daar kwam bij dat ze heel erg moest wennen aan het thuis werken, en aan het gezelschap. Joris zat voor de quarantaine al vaak bij haar en ze hadden meteen besloten samen te gaan wonen, anders zouden ze elkaar nooit zien. Ze hoorde de instructrice aanwijzingen geven, ergens luisterde ze nog wel. Ze geeuwde weer. Boven haar hoofd vloog een hommel, ze bewoog vaag. Verder wist ze het niet meer. Ze werd pas wakker toen iemand naast haar ging liggen.
‘Wij vormen een huishouden’, hoorde ze Joris zeggen. Ze zag iets blauws naast zich.
‘Het gras is blauw. En hoog!’ Ze klonk verbaasd. Ze was ook verbaasd. Gras? Blauw?
‘Nee, gekkie, het gras is groen, jij bent een beetje blauw, was je zo moe, dat je bij zo’n interessante les mindfulness in slaap bent gevallen?’ Hij glimlachte naar haar.
Ze had haar ogen nu helemaal open en zag het nu, dat blauwe was zijn shirt en er zaten strepen op, daarom dacht ze dat het gras was. Ze ging overeind zitten.
‘Gaat het Dineke?’ De instructrice stond voor haar.
‘Ja hoor, sorry, ik ben echt in slaap gevallen’, ze lachte en beet op haar lip.
‘Geeft niet hoor, dat is ook ontspannen. Ik hoop dat je er wat aan hebt.’ De instructrice liep weg. Joris zat grinnikend naast haar.
‘Was jij nieuwsgierig? vroeg ze.
‘Ja, inderdaad. Op mijn werk schijnen ze te denken dat we er gewoon doorheen rollen, dus ik wilde eigenlijk wel weten wat je deed. Het zag er… interessant uit.’ Hij lachte nu ronduit.
Ze probeerde op te staan, maar was een beetje duizelig. Joris sprong op en trok haar overeind aan haar handen. Ze duizelde nu helemaal en hij sloeg zijn arm om haar heen en trok haar naar een bankje.
‘Zo, zitten, ik heb water bij me en die kleine eierkoeken die je zo lekker vindt. Picknick!’
Toen ze eenmaal wat had gedronken ging het weer beter.
‘Het is raar, weet je’, zei ze tegen Joris, ‘ik lag daar en alles was groen. Ik deed mijn ogen dicht, groen. En toen dacht ik dat ik mijn ogen open deed en… groen. Nog steeds. Het was alsmaar groen. Tijdens die hele mindfulness. Het gras kriebelde, ik wilde dat woord opzoeken om te kijken hoeveel l-len erin zitten, het was allemaal gewoon groen en het gras groeide ook alsmaar door en werd steeds hoger.’
Joris keek haar peinzend aan en nam een grote hap van zijn eierkoek.
‘En toen zag ik jou en dacht ik echt dat het gras blauw was geworden.’
Hij nam nog een hap. ‘Mindfulness is niets voor jou, hé?’
Ze keek hem een beetje suf aan. ‘Nee, ik geloof het niet, yoga vind ik lekker, maar dit? En dan ook mediteren. Ik kreeg last van mijn rug, daar kon ik alleen maar aan denken. En dat gras dat alsmaar groeide, ik kreeg echt de indruk dat ik helemaal in het gras verdwenen was.’
‘Open’, zei hij. Ze opende gehoorzaam haar mond en hij duwde de eierkoek erin.
‘Zo, niet groen, en vanavond krijg je geen groene groente, want je hebt teveel groen gehad vandaag.’
Ze giechelde en hij kuste haar op haar voorhoofd en maakte van de gelegenheid gebruik een hap uit haar eierkoek te nemen. Ze duwde hem weg, ‘Nee, blijf er af, die is van mij, neem er zelf maar één!’
Hij hield het lege zakje omhoog. Ze keken er allebei naar en begonnen te lachen.
‘Op het boodschappenlijstje!’
Hij grijnsde, ‘deze? Of wil je groene?’
Ze stond op en liep naar haar fiets, die van Joris stond er naast. Ze keek om.
‘Groene. Gekkie. Gras is groen, eierkoeken niet.’

Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.

Terug naar de bibliotheek

We mogen weer. Na acht weken gesloten te zijn, mogen de bibliotheken weer open. Voor beperkte dienstverlening weliswaar, maar ze zijn weer open.

Voorraad

Al die tijd had ik tien boeken liggen en gelukkig had de bibliotheek Den Haag besloten tijdelijk de boete stop te zetten, want ze waren binnen gelopen. Nou heb ik weinig gelezen de laatste tijd. Iets te veel corona aan mijn hoofd. Niet alle boeken waren dus gelezen, maar ik heb wel nieuwe voorraad, zeer bewust gekozen.

Andy McDermott

Ik was op zoek naar Madeline Miller bij de Engelstalige boeken, maar vond haar niet. Dat gaat ook voorlopig niet lukken, want hij staat op ‘gereserveerd’. Maar bij de M kwam ik wel een hele reeks Andy McDermott tegen. Een schrijver die ik vaag kende, de achterkanten spraken me wel aan. Avontuur! Geschiedenis! Spannende dingen! Ik ben met The Secret of Excalibur naar huis gegaan. Niet het eerste deel van de serie over Nina Wilde en Eddie Chase, want die stond er niet. The Hunt for Atlantis is uitgeleend, maar ik denk wel dat ik daar achteraan ga. Ik ben op pagina 111 en ik vind het nu al leuk.

Verhalenbundel

Lang geleden had ik op een kaartje titels geschreven van verhalenbundels, want die wilde ik toch meer gaan lezen. Van die vijf titels vond ik er één: De pier stort in en andere verhalen, van Mark Haddon. Ik heb hem meegenomen omdat de eerste bladzijde me al aansprak. Ik ben benieuwd. Tips voor andere verhalenbundels zijn ook welkom.

Stephenie Meyer

Ik heb het Twilight kwartet gelezen, ik heb The Host gelezen, en deze kende ik niet: The Chemist. Meegenomen uit pure nieuwsgierigheid. Ik heb Twilight met veel plezier gelezen, maar dat was niet allemaal even goed. Dus ik ben benieuwd

Stephen King – On Writing

Oh schande, deze staat namelijk al tijden in mijn ‘Currently Reading’ lijst op Goodreads. Dat komt omdat ik hem toen uit de bibliotheek had gehaald, om de één of andere reden hem weer heb terug gebracht voor ik hem uit had en hem nooit heb teruggehaald. Terwijl het me wel fascineerde. Dus ditmaal wil ik hem uitlezen, een tijd terug had ik al een bespreking gelezen van Nanneke van Drunen, en daardoor werd ik weer nieuwsgierig. Deze vakantie wil ik één van de lessen van Stephen King doorvoeren: stop met tv kijken, lees zoveel mogelijk. Ik ben toch door Star Trek Voyager heen. En jij? Ook weer naar de bibliotheek geweest?

Een nieuwe ervaring: luisterverhalen

Ik kwam ze tegen bij het opruimen, twee cd’s met luisterverhalen. Ik had ze nooit beluisterd. Vanmiddag kwam het er dus eindelijk van. Het zijn twee cd’s met romantische verhalen.

Rosita Steenbeek – Roberto

Een vrouw vertelt over haar leven met Roberto. Naarmate het verhaal vordert blijkt dat hij psychiater is. Ze vieren oud en nieuw in een hotel met vrienden van hem. De relatie gaat niet goed en het stel gaat uit elkaar. Ik heb ondertussen al begrepen dat deze Roberto een rol speelt in meerdere boeken van Rosita Steenbeek. Vind ik het verhaal leuk? Nee, deze bevalt niet zo. Ik vind de vrouwelijke hoofdpersoon ietwat hysterisch en onsympathiek, Roberto vind ik ook niet geweldig.

Vrouwkje Tuinman – Wolf

Een verhaal dat zo weinig indruk maakt dat ik een paar uur na het luisteren weinig meer van af weet. Dat is niet zo goed. Wolf is de bijnaam van een jonge man, waar de vrouwelijke hoofdpersoon helemaal gek van is.

Fiona Rempt – Aan de andere kant van de muur

Madelief krijgt een nieuwe buurman, Thierry, en is daar vanaf de eerste minuut stapel verliefd op. We krijgen het hele verhaal te horen hoe ze hem aan de haak wil slaan. Leuke personages, en verreweg het beste verhaal van de drie. Spoil ik als ik zeg dat ze elkaar krijgen na een stevig misverstand? Dat is toch niet spoilen bij romantische verhalen toch? Rempt is trouwens een schrijfster van kinderboeken, wat verklaart waarom ik nog nooit van haar gehoord heb, en heeft ook verhalen geschreven.

De luisterervaring

Bij luisterverhalen is het belangrijk welke stem je in je oren krijgt. Dat vond ik bij deze wat tegenvallen. Drie verhalen waarin een vrouw de hoofdpersoon is en ze worden alle drie door een man voorgelezen. Ik zou dan eerder een vrouw verwachten. Verder vond ik de scheiding tussen de verhalen slecht op te vangen. Drie keer dezelfde man, je hoort nauwelijks wanneer een nieuw verhaal begint. Ik vind het wel fijn te luisteren als ik ondertussen iets anders doe. Een haakwerkje erbij is prima te doen, terwijl een boek lezen en haken niet te doen is. Je moet er wel bij blijven. Even dat bliepje onderzoeken op je computer en chats lezen is niet te verenigen met een luisterverhaal. Ook de keuken inlopen om iets te pakken moet je niet doen. Ik raakte echt de draad kwijt op dat moment. Het was geen slechte ervaring en misschien een aanleiding om nu ook podcasts te gaan luisteren. Ik weet niet of ik nu boeken ga luisteren, de tweede cd met verhalen ga ik nog wel luisteren.

Boeken voor de te lezen stapel

Ik mag wel zeggen dat het een kleine verslaving is. Ik mag graag in boekhandels rond lopen en het gebeurt niet vaak, maar soms loop ik zonder boeken weg. Afgelopen week was het raak, want ik had een boek besteld, liep nog even rond in de winkel en ging uiteindelijk met drie boeken de deur weer uit.

Oorlog in onderzoek

Volgens het NIOD: Dit boek laat de onderzoekers van het NIOD zelf aan het woord en beschrijft de complexiteit van de manier waarop we omgaan met de oorlog.Ik zag het boek aangeprezen op Twitter door een collega informatiespecialist en heb het eigenlijk meteen besteld. Ik heb zelf al jaren belangstelling voor WOII en heb er veel over gelezen. Dit boek, over het enige Instituut in Nederland dat zich met de studie van oorlogen bezighoudt, leek me erg interessant.

oorlog in onderzoek

Oorlog in onderzoek: 75 jaar NIOD / Red. Marjo Bakker, Petra Drenth, Jeroen Kemperman, Hinke Piersma. – Amsterdam: Boom, 2020.
ISBN 9789024430932

Grip

Met het boek van Rick Pastoor, binnenbaas van het journalistieke platform Blendle, heb ik al meer in handen gestaan. Hij deelt zijn persoonlijke werkmethode en heeft volgens de blurb een verrassend praktische aanpak. Daardoor krijg je ruimte in je hoofd voor grotere plannen en levensdromen. Nou, kom maar op Rick. Ik denk dat het er voor mij op neerkomt, dat ik hier inderdaad praktische dingen eruit haal en de rest naast me neerleg. Wat voor Rick werkt hoeft niet voor mij te werken.

grip

Grip: het geheim van slim werken / Rick Pastoor. – Amsterdam: Uitgeverij NZ, 2020. 12e dr.
ISBN 978-90-8288-1226

Cursed

Dit boek zag ik liggen en de eerste naam die ik las, was die van Neil Gaiman. Neil Gaiman! Fan! Het zijn korte verhalen, niet alleen van Neil Gaiman, maar ook van andere schrijvers die ik niet ken. Alleen voor Neil heb ik het dus gekocht. Het zijn ‘twists’, varianten op vloeken, in sprookjes, maar ook in verhalen van de moderne wereld.

Fairy tales take a weird twist in this anthology compiling stories from an all-star cast of fantasy writers, including stories from Neil Gaiman, Charlie Jane Anders and Alison Littlewood.
Here in this book you’ll find unique twists on the fairy tale conceit of the curse, from the more traditional to the modern – giving us brand new mythologies as well as new approaches to well-loved fables. Some might shock you, some might make you laugh, but they will all impress you with their originality.

cursed

Cursed: an Anthology of Dark Fairy Tales / ed. by Marie O’Regan and Paul Kane. – London: Titan Books, 2020.
ISBN 9781789091502

Ik verheug me op deze boeken, zeker Cursed wil ik graag in beginnen. Uitstekend boek voor ‘s avonds. Nog even een verhaal lezen voor het slapen gaan.

Over een varen en zijn huisgenoten

De varen ritselde rustig. Twee dagen was hij nu in dit nieuwe huis en het begon al te wennen. Mooie grote zonnige kamer, veel gezelschap en dat waren ook best wel grote planten. Die grote tegenover hem had nog geen woord gezegd, maar de plant om de hoek, die in de kerstbak, had al gezegd dat de grote wat eenkennig was. En de kerstbak had ook verteld dat de eigenares van het huis niet zo scheutig was met water. Eens in de twee weken liep er een andere vrouw rond die schoonmaakte en ook de planten water gaf. Maar die was al een tijdje niet geweest.

Verhuizing

De varen had de verhuizing als enigszins traumatisch ervaren. Niet alleen was hij in het plastic verpakt zodat al zijn bladeren dicht opeen zaten, maar ook zat hij in een doos met negen andere planten. Twee dagen lang! Op donderdag ingepakt en dankzij een bezorger die drie keer de weg was kwijtgeraakt, pas vrijdagmiddag laat aangekomen in het nieuwe huis. De vetplant had er bladeren van verloren, zo traumatisch was het geweest. Het kleine roze mini plantje stond ernaast en troostte hem. De Calathea kwinkeleerde, die had het naar zijn zin. Hij stond in een ouderwetse pot met zwarte en gele strepen, en vond zichzelf geweldig. Ja, hij had een naamkaartje, net als de bananenplant. Zij hadden hun identiteit, maar de rest was uit de kas gehaald en had geen naamkaartje gekregen. Ze stonden allemaal enigszins beduusd te zijn.

De oude bewoners

De varen rekte zijn bladeren. Dat waren toch Kalanchoë’s in de vensterbank? Makkelijke plantjes, konden in de zon, daarom stonden ze daar natuurlijk. Maar wel ongezellig, want zij wisten natuurlijk meer van dit huishouden. Op de kast stond een kleine broer van de grote tegenover de varen. Niet zo goed gegroeid? Te weinig in het licht gestaan. Nu stond hij wel goed. Er zat wel een bruin blad in, dat moest er wel uit. De varen ritselde ongerust. Het was maar afwachten hoe de verzorging zou worden. Te weinig water was niet goed, maar teveel water ook niet. Zeker niet voor het vetplantje dat nog stond te acclimatiseren op de tafel. Hij had vandaag nog geen blad verloren, dat was een goed teken. De varen schraapte zijn keel en vroeg aan de grote bol met lange bladeren, “Wat denk je? Krijgen we vandaag water?” De bol keek hem aan, “ik denk het niet, wij oudgedienden hebben begin van de week water gekregen, ze is er niet scheutig mee. Beetje vergeetachtig.” De beide vetplantjes in de rekje in de hoek beaamden het, maar zij vonden het niet erg. Die werkster eens in de twee weken, die voelde ook niet of ze nog water hadden. Dat was wel erg. Gelukkig gooide het vrouwtje het overtollige water er wel uit. De varen zuchtte verlicht. Dat viel mee. Toen werd het rustig in huis, want ze ging de deur uit.

plantjes (1)

Gewenning

Uren later kwam ze weer terug. Alle planten waren tot rust gekomen, het wende wel dit nieuwe huis. De oudgedienden waren benieuwd naar hun nieuwe maatjes en het geklets was niet van de lucht geweest. Maar nu was iedereen weer stil, tot ze met een gieter rond begon te lopen en alle nieuwe plantjes water ging geven. Ook haalde ze bruine bladeren weg bij alle planten. De varen ritselde tevreden met zijn bladeren en strekte zich uit. Dit zou gewoon maar eens een goed huis kunnen worden. De plant in de kerstbak stak al zijn blaadjes blij de hoogte in, want hij kreeg ook water. Dat had hij ook wel nodig, want hij zag er niet heel gezond uit. En ze begon te praten tegen haar plantjes. Uit alles bleek dat zij het ook heerlijk vond. Nieuwe plantenkindertjes, nieuwe aanwinsten waar ze goed voor zou zorgen. Natuurlijk ook uitzoeken wat ze nou waren, zodat ze de goede verzorging zou kunnen aanbieden. Het kwam allemaal goed.

De planten in dit verhaal zijn bij plantje.nl gekocht. Tien planten in een kneusjesbox, het is een verrassing wat je krijgt, maar ik geniet ervan. Klik vooral door naar de foto’s op Flickr, want daar staan ze alle tien.

Het wordt voor mij een uitdaging, deze maand, want ik heb besloten elke dag te bloggen. Voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog, dat ik normaal voor sport en voeding reserveer. Dit is aflevering 26, hier kan je aflevering 25 vinden.

Een verhaal in 20 afleveringen, #twentydaystory, de 2020 editie

Ik verdwaalde op mijn eigen site vandaag. Dat heb je met Pasen waarbij het devies is #blijfthuis. Tel daarbij dat ik me niet helemaal fit voel en het is compleet. En ik begon na te denken over een verhaal. Vorig jaar heb ik meegedaan aan de #twentydaystory van Martha. Dat vond ik zo leuk dat ik ook mee ging doen aan haar prompts voor verhalen. Kijk vooral op mijn site voor de verhalen die ik tot nu heb geschreven. Dat stopte in maart, door de c-crisis. Mijn concentratie was niet dusdanig dat het allemaal lukte. Maar nu wil ik het toch weer gaan doen, zo’n verhaal in afleveringen. De opzet? Waarschijnlijk gaat het weer net zo als vorig jaar, dat ik zit te zweten over de cliffhangers. Het wordt nog spannender omdat ik niet van plan ben op twintig achtereenvolgende dagen afleveringen te publiceren. Ga ik voortborduren op Dineke en Joris? Ze figureren. Want onderstaande eerste zin komt uit mijn #twentydaystory van vorig jaar.

1

Onderweg naar huis gingen Dineke en Joris zo op in hun gesprek dat ze vergaten door te rijden bij groen licht.
Maaike stond achter ze te wachten. Ze gebruikte haar fietsbel toen de twee het groene licht lieten gaan. Ze keken beiden om. “Sorry”, riep de jongen, “we gaan opletten”.
Ze glimlachte. “Geeft niet” riep ze. Bij het volgende groene licht reden ze alle drie door. Ze was blij toen de twee een eindje verderop rechtsaf sloegen en zij rechtdoor moest. Ze bleef er moeite mee houden, andere mensen in haar nabijheid. Bij haar huis ging ze meteen achterom, haar fiets in het fietsenhok zetten. Ze had er helemaal geen zin in dat ‘s avonds laat te gaan doen. Dan kon het zo donker zijn, zelfs met de extra verlichting die een maand geleden was opgehangen. In de hal van de flat wachtte ze even tot de buurvrouw naar boven was gegaan. Ze nam de volgende lift en drukte de deur dicht voor er iemand bij kon komen. In de gang van haar huis was het licht al aan. Leve de app die haar toeliet het licht aan te doen voor ze thuis was. Ze deed haar deur op slot en hing haar jas op in de kast. De woonkamer was zonnig, licht en vrolijk, en ze stond stil om ervan te genieten. De beste beslissing die ze had genomen de laatste jaren was deze flat te kopen.

2

Ze liep door naar de keuken en zette thee voor zichzelf. Ze nam het glas mee naar haar stoel en zette het in de vensterbank. De stoel schoof ze schuin zodat ze naar buiten kon kijken. Ze dook erin weg. Het uitzicht was mooi deze avond. Een mooie heldere avond. Ze kon het park aan de overkant van het water goed zien. Er waren een paar mensen aan het sporten, er liepen joggers voorbij. Ze kon duidelijk de buurman van een paar flats verderop zien. Diens knalrode vest was herkenbaar uit duizenden. Zijn hond rende ook voorbij. Ze stond op, liep naar haar verrekijker en richtte deze op het park. Wie zat daar nou op het bankje? Een man in een donker trainingspak en sportschoenen zat er uit te rusten. Ze nam haar thee erbij en zwaaide haar verrekijker naar het sportparkje. En daar zag ze de vrouw die altijd samen met die man aan het sporten was. Zij was nog wel bezig. Ze keek nog steeds toen de vrouw ook stopte en naar de man op het bankje liep. Hij lachte en zij trok hem overeind en kuste hem. Samen liepen ze weg.

Het wordt voor mij een uitdaging, deze maand, want ik heb besloten elke dag te bloggen. Voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog, dat ik normaal voor sport en voeding reserveer. Dit zijn aflevering 12 en 13, hier kan je aflevering 11 vinden.
Ik ben begonnen aan dit verhaal op 12 april, de tweede aflevering is geschreven op 13 april.

Schrijfprompt februari: confrontatie

Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan.

School

De bel ging. “Jongens, ik zet het huiswerk in de app-groep, let daar dus even op. En alsjeblieft me er niet weer uitgooien!”
Gideon liet zijn leerlingen de klas uitgaan. De laatste les van een heel lange dag. Hij maakte het bord schoon. Ouderwets krijt in dit deel van de school. Hij vond het altijd weer fijn.
“Gideon, goed dat ik je nog zie.”
De directeur kwam de klas inlopen, met achter hem een rijzige vrouw en een meisje met een enorme bos donkere krullen.
“Dit zijn Mieke Robben en haar dochter Suus. Ze zijn net hierheen verhuisd. Suus is 15, ze komt in 4 Havo en in jouw mentorklas.”
Gideon schudde de hand van Mieke Robben. Suus stond achter haar en Mieke draaide zich om en trok haar dochter naar voren.
“Suus, je leraar Engels en tevens je nieuwe mentor.”
Ze lachte en zei “leuk met u kennis te maken meneer van Buren.”
Gideon keek haar aan en zag alleen haar bruine ogen met gouden vlekjes erin. Ze babbelde vrolijk.
“Ik houd van Engels, en ik houd van lezen, en meneer de Vries zei dat uw leeslijst heel vrij is, dus ik verheug me erop.”
Gideon kon alleen maar naar haar ogen kijken, de ogen van zijn overleden zus. Suus babbelde door.
“Het laatste boek dat ik op mijn vorige school heb gelezen was Jane Eyre, mijn Engelse leraar ging alleen maar voor de klassieken. Ik geloof dat ik de enige was die het heeft gelezen. De rest heeft het gedaan met uittreksels.”
De directeur stootte Gideon aan, die had in de gaten dat hij er helemaal niet bij was. Mieke Robben keek nadenkend naar Gideon en naar haar dochter. Gideon herstelde zich, “nou Suus, er mogen van mij wel wat klassieken op de lijst, maar ik ga ook voor vrije invulling. Als je zelf een goed boek weet, moet je het maar vragen of je het op je lijst mag zetten.”
Hij kon zich net genoeg concentreren voor dit gesprek. Mieke Robben sprak, “ik heb begrepen dat ik een afspraak met u kan maken. Dat wil ik graag, dan kunnen we even rustig praten over mijn dochter. We hebben een wat enerverend jaar achter de rug. De vader van Suus is vrij plotseling overleden en dat moeten we allebei nog verwerken.”
Gideon knikte en zei, “natuurlijk kunnen we een afspraak maken. Hebt u komende week tijd? Op vrijdag heb ik in de ochtend vaak een paar uur vrij voor afspraken en dergelijke.”
Ze maakten een afspraak en moeder en dochter vertrokken. De directeur bleef nog even staan. “Gaat het goed met je Gideon? Je was ineens heel ver weg.”
Gideon haalde diep adem. “Ja, er is niets aan de hand. Drukke dag.”
De directeur knikte en liep ook weg. Gideon bleef staan en sloot zijn ogen. Hij kon zo het gezicht van Hannah voor zich trekken, de bruine ogen met gouden vlekjes, de bos krullen, de kleine neus. Hij opende zijn ogen en zag Suus weer voor zich, met het gezicht dat er zo op leek.

Avond

Die avond haalde Gideon de fotoboeken uit zijn jeugd tevoorschijn. In het derde boek vond hij de foto’s die hij zocht. De foto van toen Hannah 10 was en hij 18 en ze op zijn rug zat, beiden lachend. De schoolfoto: Hannah 14 jaar oud, in een hevige poging ernstig te kijken, wat mislukte. De brede lach was kenmerkend voor haar. En de laatste foto die hij van haar had. Toen was ze 17 jaar oud, ernstig vermagerd, de drugs in haar gezicht afgetekend en geen lach te bekennen. Het was ook de laatste foto die hij van haar had. Ze was verdwenen en nooit meer teruggekomen. Hij had in jaren niet naar de foto gekeken en miste zijn zus pijnlijk. Zijn ouders waren beiden overleden zonder dat ze wisten wat met hun dochter gebeurd was. En nu was er Suus die als twee druppels water op zijn zus leek, alleen haar huid was wat getinter dan die van Hannah. Hij zat nog lang naar de foto te kijken voor hij zich herinnerde dat hij nog proefwerken moest nakijken voor de volgende dag.

confrontatie

Het gesprek

Mieke Robben was stipt op tijd. Ze gingen zitten en ze keek hem aan. Het leek of ze even niets wilde zeggen maar opende toch het gesprek.
“Het is geen eenvoudig jaar geweest, het afgelopen jaar, de vader van Suus is plotseling overleden. Hij ging joggen en kwam niet terug, een hartaanval.”
Gideon keek haar ernstig aan, “dat is niet makkelijk voor Suus, maar ook niet voor u.”
“Nee”, vervolgde Mieke Robben, “en het was al een gecompliceerd jaar. We hadden Suus twee maanden daarvoor verteld dat we haar hadden geadopteerd. Daar was ze nog mee bezig. Het lijkt altijd wel zonneschijn bij haar, maar er was toch even een mist overheen getrokken. Die adoptie vond ze niet eenvoudig, zelfs al vermoedde ze het.”
Mieke voorzag de vragende blik van Gideon.
“Kijk naar haar krullen, haar bruine ogen, dat kuiltje in haar kin, met twee ouders met glad blond haar en grijze ogen. Dat kuiltje is erfelijk, dat heeft u vast ook wel gehoord. Ze is een slimme meid.”
Gideon voelde onwillekeurig aan het kuiltje in zijn kin en Mieke vervolgde haar verhaal.
“We hebben jaren in Duitsland gewoond, in Berlijn, voor het werk van mijn man. Met mijn werk als vertaler kan ik overal wonen. En daar hebben we Suus geadopteerd. Haar moeder is overleden door complicaties na de geboorte, ze heeft Suus twee weken meegemaakt, haar naam gegeven. Susannah heet ze voluit, dat wilde haar moeder. Wij hebben er Suus van gemaakt, de moeder van mijn man heette Suze.”
Ze kreeg het even te kwaad. Gideon stond op en haalde water voor Mieke. Mieke ging door, “we kregen haar toen we allebei 40 waren. Een cadeautje vonden we. En ze is nog steeds een cadeautje. Die mist bij haar is weggetrokken. We waren het er beiden over eens dat we naar Nederland terug wilden.”
Gideon kon niets zeggen. Ze zaten stil tegenover elkaar. Mieke Robben herstelde zich en de rest van de tijd konden ze over het schoolwerk van Suus praten. Maar het hart van Gideon was zwaar. Duitsland. Daar was ze dus heen gegaan, waarschijnlijk met dat vriendje van haar, die dealer. En daar was ze dus uit hun gezichtsveld verdwenen en was ze alleen geweest, had ze een zwangerschap meegemaakt en was ze overleden.

Avond

Die avond haalde hij de foto weer tevoorschijn en keek naar het magere gezichtje. Hij vroeg zich af wat hij moest doen. Zijn gevoel vertelde hem dat Suus de dochter van zijn zus was, dat die vrouw die haar baby Susannah had genoemd zijn zus was. Hannah had de naam in een boek gevonden toen ze 12 was en had toen verklaard dat het een prachtige naam was voor een dochter van een Hannah. Maar hij wist niet hoe hij Mieke Robben of haar dochter daarmee moest confronteren en of hij dat sowieso moest doen.

School

Werd het nou makkelijker? Suus elke dag zien? Bij de Engelse les, bij de mentoruren, bij huiswerkbegeleiding? Haar zien gieren van het lachen met haar vriendinnen. De concentratie op haar gezicht als hij haar Duitse accent verbeterde. De verwoede discussies over boeken. Hoe langer hij haar les gaf en haar zag, hoe meer de twijfel toesloeg. Wel, niet, wel, niet. Het hielp niet dat hij er met niemand over kon praten. Hij had geen broers of zussen en zijn relatie was een jaar daarvoor uitgegaan. Zijn ex-vriendin wist ook niets van zijn zus.
Op vrijdagochtend was hij bezig met een achterstand in werkstukken nakijken toen Mieke Robben zijn klas binnenkwam. Toen ze beiden zaten, begon ze. Dat ze de gelijkenis had gezien tussen Gideon en Suus en nu twijfelde. Want ze had ook de moeder van Suus gezien. Die was toen ziek en mager en haar haar was gekortwiekt, maar die ogen waren gebleven en het kuiltje en de gelijkenis. En nu twijfelde ze. Want het geboortebewijs van Suus, daar stond de naam van haar moeder op: Hannah Beuren. Iets dat was opgetekend uit haar mond aangezien ze totaal geen legitimatie bij zich had toen ze in het ziekenhuis kwam. En Beuren en Van Buren, hoeveel verschilde dat nou? Gideon zei niets, hij kon nauwelijks ademhalen. Hij stond op en pakte zijn tas. De foto van Hannah zat daarin, die had hij de laatste weken constant bij zich. Hij liet hem aan Mieke Robben zien. Hij vertelde haar dat dit zijn zus was. Ze snikte toen ze de foto zag. Gideon haalde zijn hand door zijn krullende haar en vertelde Mieke Robben dat hij de gelijkenis had gezien en er bijna zeker van was dat Suus de dochter van zijn zus was. Maar wat is wijsheid? Wat werd er gewonnen door haar te confronteren met iets wat net zo goed niet zo kon zijn? Ze nam een slok van haar water en knikte. Ze wisten het niet en wilden het niet weten.

Confrontatie

De volgende dag was hij na school in de zon op het muurtje bij het fietsenhok gaan zitten. Hij wilde nadenken. Toen ze hem op het muurtje zag zitten, nam ze naast hem plaats. Hij zat met zijn ogen dicht en merkte haar eerst niet op. Zij praatte tegen hem aan. “Ik wil een boek op mijn lijst zetten en wil zeker weten of het goed is, ziet u. Mijn moeder vond het boek geweldig, ik vind het ook geweldig. Zeker die verhouding tussen vader en dochter ziet u. Hij moet zijn dochter accepteren zoals ze is geworden, namelijk vampier. Of hij moet de confrontatie aangaan met haar, met haar praten over wat ze is, wat ze wordt.”
Hij liet haar praten.
“Dus er zit echt wel inhoud in, in die boeken, meneer van Buren.”
Hij keek haar aan en concentreerde zich op haar woorden. “Dan moet ik wel eerst weten over welke boeken je het hebt, Suus.”
Ze giechelde. “Oh, ik heb het over de Twilight boeken van Stephenie Meyer. Ik heb ze allemaal gelezen, en de films heb ik ook gezien. En ik wil Breaking Dawn op mijn lijst zetten. Het wordt op deze manier echt een leuke lijst. Daar komt mijn moeder.”
Ze stond op en keek hem aan met die bruine ogen met gouden vlekjes erin.
“Zie ik u morgen?”
Ze leek echt op een antwoord te wachten, op iets wat vanzelfsprekend was. Hij zweeg en keek haar aan.
“Meneer van Buren?”
Hij sloot zijn ogen en opende ze weer.
“Ja. Ik zie je morgen weer. Tot morgen Suus, en doe je moeder de groeten.”
Ze rende naar de auto van haar moeder, stapte in en zwaaide. Haar moeder zei iets tegen haar en ze lachte naar haar moeder. Haar moeder zwaaide. Hij zwaaide terug en bleef op het muurtje zitten. Pas tien minuten later stond hij op en liep naar het fietsenhok, naar zijn fiets.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay.
Mijn vorige verhaal voor de schrijfprompts vind je hier. Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.
Update 2 maart: het commentaar van Martha kan je hier vinden.

Januari prompt: een slecht voornemen

Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan. Het is typisch voor mij dat ik die opdracht op de eerste vrijdag lees en op de laatste vrijdag indien. Enger is dat ik ook feedback kan krijgen. Er moet overal een eerste keer voor zijn.

Januari

Het was donker in de slaapkamer. Heleen duwde de deur voorzichtig open. “Vincent? Van je moeder mocht ik naar boven.”
Ze duwde de deur helemaal open, liep door naar het raam en trok het gordijn open.
“Ga weg!“ klonk het uit het bed. Heleen legde wat boeken van de bureaustoel op het al volle bureau. “Ik ga niet weg voordat je uit je bed komt, luilak. Je zou mee gaan hardlopen en dit is al de derde keer dat je te lui bent om mee te gaan.”
Het bed verroerde zich niet. Heleen duwde met een sportschoen tegen de vorm onder het dekbed. “Kom op! Uit bed, aankleden, douchen mag na het rennen. Het is heerlijk weer voor januari. Prima voor hardlopen.”
“Ga weg!” klonk het nogmaals, “ik kom tot en met december niet uit bed!”
Ze schoof de stoel naar achter tegen het bureau. De laptop werd wakker en ze zag de mail over het voornemen op het scherm staan. Ze giechelde. “Dus daarom sluit je je op. Het voornemen! Oh, wat ben ik blij dat ik dat vorig jaar allemaal heb gehad.” Ze gierde nu helemaal van het lachen. “Oh, en dat krijg jij nu! Baal jij even dat je drie weken jonger bent dan ik. Net in januari geboren!”
Vincent vond het helemaal niet leuk. Hij zat recht overeind in bed.
“Weet je wel wat dit betekent? Precies in het examenjaar en volgend schooljaar op de universiteit heb ik er ook last van. Ik doe het niet!”
Heleen hikte na. “Je kan het niet ontlopen, lukte mij ook niet. Ik ga hardlopen. Blijf jij maar hier, kan je alvast nadenken over je goede voornemen.” Ze liep de deur uit.
Vincent haalde een hand door zijn haar en dacht na.

Februari

De eerste bijeenkomst voor het voornemen. Vincent zat in het midden van de zaal. Zijn beste vriend Mark zat naast hem en praatte onophoudelijk door. Dat hij al zo’n goed idee had en dat straks wilde bespreken met de mentor en dat hij dan vast in één keer klaar was. Zijn vader had hem geholpen en het was het beste idee ooit. Hij kon de rest van het jaar op zijn lauweren rusten. Vincent reageerde nergens op. Toen de bijeenkomst afgelopen was, schoot Mark meteen naar de mentor. De volgende ochtend kreeg Vincent een enthousiast appje van Mark. Dat hij zijn idee had besproken, het die middag meteen had ingevoerd in het systeem en deze ochtend al een goedkeuring had gekregen. Hoezee! Kreunend legde Vincent zijn telefoon weg. Zijn moeder trok haar wenkbrauwen op, maar Vincent reageerde niet, pakte zijn rugzak en ging naar school.

Maart

“Je zal toch een keer iets moeten ondernemen, het is verplicht weet je.” Heleen en Vincent stonden te rekken en te strekken aan het eind van hun hardlooproute.
“Ik heb er echt moeite mee gehad en heb tot in december zitten rekken, maar ik ben zo blij dat het klaar is. Weet je wel in wat voor programma je terecht komt als je last minute voorstel niet goedgekeurd wordt? De neef van Mark zit daar nu in, die mag elke week een les volgen. Waarom denk je dat Mark zo snel was?”
Vincent zei niets.
“Ja, het is leuk Vin, maar wil je op de universiteit je tijd verdoen met dat voornemen? Met die druk van tegenwoordig heb je wel wat beters te doen.”
Heleen stopte met strekken en vouwde zichzelf voorover, haar vlechten doken met een wijde boog mee. Vincent deed onwillekeurig een stap naar achter. Ze kwam weer overeind.
“Vin, wat wil je nou? Ik ken je wel een beetje. Hoe stiller je bent, hoe meer er in je omgaat. En alles wat moet, ga je met een wijde boog omheen.”
Met twee vingers pakte ze zijn gezicht en trok het naar haar toe. “Bedenk iets, Vincent. Soms moet je met de stroom mee, weet je.”
Ze liet hem los en keek hem peinzend aan. “Tot morgen, ik zie je bij wiskunde.” Ze stak de weg over naar haar huis.
Vincent keek haar na en liep naar zijn huis. Na zijn douche ging hij achter zijn computer zitten en knakte zijn vingers. Hij logde in op het forum van de school, onderwerp voornemen.
“Lieve klasgenoten. We weten het. Dit jaar is het eerste jaar van de rest van ons leven. In de voorbereiding op ons volwassen leven moeten we een goed voornemen hebben en daar naar gaan leven. Ik zal de enige niet zijn die daar totaal geen zin in heeft. Maar ik ga er wel naar handelen! Een goed voornemen? Ik ga op de zeepkist staan en ik gooi het de deur uit! Geen goed voornemen voor mij! Mijn voornemen is een slecht voornemen te verzinnen en daar naar te leven. De maatschappij moet in evenwicht blijven, we moeten ook slechteriken hebben! Viva La Revolución!”
Hij plakte er handmatig wat rode vlaggetjes bij, en drukte op Send.
De volgende ochtend moest hij bij de directeur op het matje komen.

voornemen

April

De directeur was kwaad. Het hele programma liep juist zo lekker met een record aantal leerlingen waarvan het voornemen al was ingevuld. En dan kreeg ze nu te maken met eigengereide Vincent die zijn hele schooltijd precies het tegenovergestelde had gedaan dan wat van hem verwacht werd en ze kon er niet tegen. Hij kreeg de wind van voren. De mentor zat er bij en hield zijn mond. Hij kwam er ook gewoon niet tussen. Het moment dat de directeur naar adem snakte, kwam Vincent ertussen. “Was dat Viva la Revolución teveel? Ik dacht nog, zal ik wel, zal ik niet…”
Het gezicht van de directeur werd rood. De mentor kwam er snel tussen. “Zal ik Vincent overnemen mevrouw Troost? U heeft het zo druk met het reilen en zeilen van de school. En ik ben hier tenslotte om het programma voor het voornemen te ondersteunen.”
Hij nam Vincent mee naar zijn eigen kamer. “Wil je iets te drinken, Vincent?”
Vincent lag onderuit op een stoel. “Een briefje om me te verontschuldigen bij wiskunde is handiger denk ik.”
Hij grijnsde. De mentor grijnsde terug.
“Vincent, ik denk dat je heel goed in de gaten hebt waar dit programma eigenlijk over gaat. Ik denk ook, gezien je schoolverslagen, dat je daar dwars tegenin gaat.”
Vincent grijnsde nog steeds.
“Ik zit hier niet om je te straffen. Het programma is er met een reden, het hoort bij je, het hoort bij iedere leerling. En ik ben hier om je te laten zien dat je zelfs met tegen de stroom in gaan, je met de stroom mee kunt. De komende maanden gaan we eraan werken. Ik kan je vertellen dat zelfs als je de school verlaat mij als mentor houdt, want anders schiet het ook niet op natuurlijk. Ik ga een programma voor je in elkaar zetten. We gaan elkaar vaak zien de komende maanden.”
Vincent grijnsde niet meer.

Mei

Heleen kon niet meer van het lachen. Vincent keek alleen maar boos.
“Hij is leuk, hij is leuk!” Ze kreunde bijna van de pijn in haar zij. Vincent gaf haar een duw. Hij had haar net het relaas gegeven van het eerste overleg met de mentor en dat was naar zijn idee niet zonnig.
“Weet je, je bent mijn beste vriendin en dan doe je zo. Ik vind het niet echt aardig.”
Heleen zat ineens overeind. “Ja, maar schat, wat wil je dan? We zijn vrienden, al vanaf de kleuterschool, maar jij bent af en toe ondoorgrondelijk voor mij. Dat dwarse van je, en toch ben je dan recht door zee. Ik begrijp het niet.”
Vincent keek stuurs. Aan de ene kant wilde hij het uitleggen, aan de andere kant niet. En hij werd boos en zei dat niet tegen Heleen, die zijn beste vriendin was. Het meisje waar hij gek op was, waar hij van hield, wat hij nooit had gezegd. Dat meisje stond nu tegenover hem, met haar handen in haar zij.
“Je moet echt beslissen wat je wilt, Vincent, en niet alleen voor dit moment.”
Ze draaide zich om en liep naar haar vriendinnen. Vincent stond zich te verbijten.

Juni

Juli

Augustus

September

Vincent las het bericht op zijn telefoon en zuchtte. Hij ontkwam echt niet aan de mentor, want die vertelde hem dat hij een wekelijks spreekuur had op de Universiteit Leiden. Heleen trok aan zijn arm. “Kom nou! Die hele El Cid week gaat nu pas echt van start. Even een week lol en dan moeten we hard gaan werken.” Ze stopte toen zijn ernstige gezicht op haar inwerkte. “De mentor heeft gemaild. Ik heb over twee weken een afspraak met hem.” De frons in zijn voorhoofd werd alsmaar dieper.
“Over twee weken, Vin, nu even lol, we hebben verschillende studies, hier zien we elkaar nog, later niet meer. Zet het even uit je hoofd.”
Ze greep zijn hand en trok hem mee.

Oktober

Vincent zei niets. De mentor ook niet, hij was zich er wel van bewust dat hij Vincent los moest trekken uit zijn gedachtenstroom.
“Bevalt politicologie je als studie, Vincent? Het is wel toepasselijk, politicologie, zeepkist.”
Vincent keek hem aan alsof hij net wakker werd.
“Helaas moeten we nog wel even iets doen aan het programma, ik kan me voorstellen dat je studie interessanter is. Zou ik ook vinden.”
Vincent keek hem nog steeds aan.
“Zullen we afspraken maken voor november en december?”
Vincent stond op en liep de deur uit. De mentor keek hem na.
“Ik ga denk ik die afspraken op de mail zetten.” In het luchtledige pratend liep hij naar zijn computer en opende de agenda. “En ik ga er denk ook aandachtspunten bijzetten, zeker voor november, dan kan je in december doorzetten met je voornemen.”
Een collega keek verbaasd de kamer in. De mentor grinnikte, “hij is al weg, bedenkt zelf al wat relevant is.” De collega knikte, niet helemaal overtuigd.

November

Vincent keek naar de vijftiende e-mail van de mentor op zijn telefoon, een herinnering om contact op te nemen. “Viva La Revolución”, dacht hij, en verwijderde de e-mail. Heleen kwam aanrennen. “Sorry, sorry, het college liep uit, ik wist niet dat je over de staatkundige geschiedenis van Nederland zo lang kon doorgaan.” Ze ging naast hem zitten. “Koffie?” Hij schudde zijn hoofd. “Lunch dan, het is wel vroeg, maar ik heb vanmiddag weer college.” Hij schudde zijn hoofd. Heleen keek geïrriteerd, dit was niet de eerste keer dat het zo ging. Ze snoof. “Revolutie?”
Hij keek haar aan.
“Ik ga lunchen met mijn studiegenoten. Jij bent namelijk niet te genieten. Voor iemand die niet bezig wilde zijn met dat voornemen ben je er verdomd veel mee bezig. En dat is nou niet bepaald interessant voor mij. Jij begreep vorig jaar niets van mij. Ik begrijp dit jaar niets van jou. Ik hoor wel van je als je eruit bent.”
Ze beende weg. Vincent zuchtte en zocht het telefoonnummer van de mentor op.

December

Vincent zuchtte. Waar ging het nou eigenlijk om? Het voornemen? Zijn gevoel? Overtuiging? Zijn dwarse natuur? Zijn vingers aarzelden boven het toetsenbord. De Skype pingde en hij klikte het scherm omhoog. Hij zag Heleen, lachend.
“De laatste loodjes hé? Invullen die hap! Kerstdiner, kom naar beneden.”
Hij stak zijn tong uit, sloot de Skype af en opende het voornemenscherm:
“Laten we even duidelijk zijn, ik wil niet. Ik ben niet zo iemand die met de stroom meegaat. Maar ik wil ook niet automatisch tegen de stroom ingaan en dat is dit jaar wel gebeurd. Noem het opgroeien. Ik wil niet moeten, maar af en toe moet ik wel. Mijn voornemen goed of slecht: tegen de stroom ingaan, nadenken over die stroom en daar een hekje inzetten als het nodig mocht zijn. Viva La Revolución! En nu realiseer ik me dat ik toch met dat programma ben meegegaan. Potverdriedubbeltjes!!!!”
Hij hoorde Heleens vader lachen en drukte op Send. Het kerstdiner wachtte.

Afbeelding van motihada via Pixabay.  Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.
Update 2 maart: het commentaar van Martha vind je hier.

Onderweg: #WOT 2019, deel 48

Ze stond te geeuwen in de keuken. Het was laat geworden de vorige avond, Joris was pas om half een weggegaan. En nu was ze laat, ze moest heel snel wegwezen. Om 8.30 een vergadering, waarom had ze daarin toegestemd? Gehaast maakte ze haar lunch klaar en had drie happen van haar ontbijt binnen voor ze op de klok keek en de beker afsloot en in haar rugzak stopte. Ze stond al voor de deur van haar fietsenhok voor ze doorhad dat ze de accu van haar fiets was vergeten. Zuchtend fietste ze naar haar huis, rende naar binnen, haalde de accu en fietste door. Bij het park moest ze zeker vijf minuten wachten, er was een ongeluk gebeurd, en de politie stond de situatie op te nemen. Ondanks de haast stond ze toch nieuwsgierig te kijken. Ze keek op haar horloge, ze kon het nog halen als ze zich haastte. Ze hoorde haar telefoon piepen en keek. Een appje van Joris, “Lieve Dineke, je leest dit pas als je op je werk bent, want onderweg hoor je die telefoon niet, maar ik wens je een dag met heel veel energie toe. Kus, Joris.” Ze giechelde en appte terug: “Ik sta stil. Kus, Dineke.” De smiley met de zonnebril deed ze er ook bij. Ah, ze mocht doorrijden.

Onderweg

Dineke fietste snel door. Normaal was ze onderweg nog wel bezig met om zich heen te kijken, nu nam ze daar geen tijd voor. Het was druk onderweg en op diverse plekken werd ze opgehouden door het verkeer. Mopperend pakte ze hier en daar een rood licht en dat kwam haar duur te staan. Bij het derde rode licht zag ze de agent niet aan de andere kant van de weg. Zwijgend wees die waar ze aan de kant kon staan. Zuchtend stond ze naast haar fiets. Ja agent, ik weet het, ik moet niet door rood rijden, geef me nou maar een bon, dan kan ik verder. Het volgende licht wachtte ze keurig op groen, want ze was nog in zijn gezichtsveld, maar daarna was ze weer burgerlijk ongehoorzaam. Ze kon het nog halen en dat bleef ze denken tot ze in Voorburg voor de brug stond en niet verder kon. Het ding stond omhoog. Dat was het. Mislukt. Ze keek omhoog naar de punt van de brug en haalde haar telefoon tevoorschijn. Appje 1 ging richting de collega van de vergadering van 8.30 die ze dus om 8.29 appte dat ze onderweg was, maar het helaas niet ging halen, want de brug was dicht of open. Het tweede appje was richting de collega die meestal naast haar zat of hij haar flexbureau voor haar kon reserveren, want ze was onderweg maar het ging wat later worden. Appje 3 was naar Joris, dat ze onderweg was, maar nu toch vette pech had omdat ze opgehouden werd door de open of dichte brug.

Stilstaan

Ze stond naast haar fiets en had haar telefoon weer opgeborgen. Ze genoot van het koude windje en de rust. Vanaf het moment dat ze wakker was geworden, had ze moeten rennen. Dit moment van rust was wat ze nodig had. Het was de laatste tijd alleen maar rennen geweest. Er was een tijd geweest dat ze onderweg haar tijd nam en zich uit liet waaien, maar ergens was ze dat kwijt geraakt. En nu stond ze hier bij de open of dichte brug en liet alles over zich heen komen. Ze hoorde haar telefoon piepen en liet hem gaan. Hoogstwaarschijnlijk de collega van de vergadering. Hij mocht boos worden als ze op kantoor was. Nog een piepje. Joris met een kus, vermoedde ze en lachte. Als ze op haar werk was, zou ze hem appen dat hij maar weer moest komen die avond. Het gesprek van de vorige avond was nog lang niet voorbij.

Onderweg ~ 1) Bijwoord 2) In aantocht 3) Op pad 4) Op weg 5) Reeds vertrokken 6) Reizend 7) Terwijl men ergens naar toe is 8) Terwijl men op weg is 9 Tijdens de verplaatsing 10) Zwanger.

Dineke is natuurlijk dezelfde van het Kerstverhaal en van het verhaal in twintig dagen. Ik kan nog geen afscheid van haar nemen.

Iedere donderdag publiceert @itsMarthaP een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.