Hoe warm het was

Dineke tikte tegen de thermostaat, 29,5 graden, dat kon niet kloppen. De gordijnen waren dicht geweest, de ventilator stond constant te draaien, waar kwam dat vandaan?
‘Dat is warm’, zei Joris achter haar. Hij wilde haar omhelzen, maar kwam ervan terug toen hij aan haar bleef plakken. Ze keek pijnlijk, haar armen waren verbrand en voelden in het geheel niet lekker aan.
‘Zal ik nog maar een keer smeren?’ zei Joris. ‘Het moet vet blijven, dat is beter voor je huid.’
‘Ja, doe maar’, zei ze.
Ze had ‘s nachts nauwelijks geslapen vanwege die verbrande huid. En nu moest ze nog werken, wat ook niet alles was. Maar er waren een paar dingen die af moesten en tien minuten zat ze, ingesmeerd en wel achter haar laptop. Joris ging weg, zijn baas had vanmiddag uitgekozen voor een afspraak op het kantoor met airconditioning. Timing noemden ze dat. Ze legde de handdoek op het bureaublad en begon met haar werk.

zon

Avond

Tegen half zes was Joris weer terug en was zij net klaar. Hij stond bij de thermostaat met ongeloof op zijn gezicht, 31 graden was het inmiddels. Het zweet stond op haar rug, en ze kroop tegen hem aan in de hoop nog wat airconditioned lijf mee te kunnen pikken. Helaas, hij was al weer opgewarmd. Ze keken elkaar aan.
‘Wat doen we?, zei Joris, ‘naar het strand in de hoop dat het daar te harden is? Of blijven we hier en hopen we door heel stil te zitten, het te kunnen negeren?’
Ze geeuwde. ‘Gewoon hier blijven en iets koels te eten klaarmaken. We hebben nog watermeloen, iets van een salade is prima.’
Na het eten zaten ze met zijn tweeën op het balkon. Het werd wat koeler, er kwam een windje bij. Hij zat naar de vogels in de grote boom te kijken, zij zat met een boek op haar schoot. Ze gooide het met een klap op het krukje naast haar.
‘Boeit niet?, vroeg Joris.
‘Nee, boeit niet, gaat over een gezapig huisgezin en dat zie ik hier al, dus daar hoef ik niet over te lezen.’
Hij grinnikte. ‘Het is snel gegaan. Drie maanden samenwonen en we zijn al gezapig.’
‘Wil je dat?’ Hij grinnikte weer. ‘Vraag me dat morgen nog eens als het wat koeler is. Dan krijg ik wel energie om minder gezapig te zijn. Ze keek om zich heen, zoekend naar iets dat ze kon gooien. Joris was haar voor, hij had de wasmand naast zich en gooide een handdoek naar haar. ‘Opvouwen mens, gewoon doen wat een gezapig paar samen doet ter verstrooiing.’
Ze hoorden de buurman beneden lachen. Hij kwam onder het balkon vandaan. ‘Ik heb ook nog een was staan hoor, die kan je ook opvouwen.’
Dineke trok een gezicht, ‘zullen we dat maar niet doen?’ En ze stak haar tong naar hem uit. Hij lachte weer en ging zitten. Dineke keek Joris aan. ‘Kom maar op met die was, saaie man.’
Dollend vouwden ze de wasmand leeg. De gezapigheid trok de volgende dag weg, samen met het mooie weer.

Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.

Het gras is groen

Dineke geeuwde.
‘Nee Dineke, je hebt niet de aandacht erbij. Zorg ervoor dat je aandacht op je innerlijk gericht is. Nu denk je aan andere dingen, daarom geeuw je.’ De stem van de mindfulness instructrice was wat nasaal, en Dineke kon er niet tegen. Ze kon ook niet tegen deze mindful sessies, maar helaas waren ze verplicht. Haar baas had bedacht dat in deze coronatijd ze wel wat extra aandacht voor het innerlijk verdienden. Het enige wat ze op het ogenblik deed was nadenken of mindful nou met één of twee l-len was. Dat moest ze later maar opzoeken. Nu dacht ze aan het gras dat kriebelde, want ze was natuurlijk vergeten haar yogamat of een badhanddoek mee te nemen zoals de instructrice had gevraagd. Ze keek voorzichtig door een kiertje van haar ogen naar de anderen. Die zaten allemaal keurig op anderhalve meter afstand in meditatiehouding. Haar rug deed pijn, als ze ergens niet tegen kon, was het wel een tijd rechtop zitten. Ze zakte in. Er stond een schaduw naast haar. De instructrice.
‘Dineke, het moet geen martelpartij worden hoor. Als je last van je rug hebt, ga dan liggen. Het gaat echt om je mindfulness. Dus als je het niet erg vindt om in het gras te liggen, doe dat vooral.’

gras

In het gras

Met een zucht zakte Dineke onderuit. Dat was beter. Ze rekte zich even helemaal uit. ‘Handen naast je lichaam, Dineke’, hoorde ze de instructrice zeggen. Zij liep door naar een collega. Dineke deed haar ogen dicht. Ze voelde het gras kriebelen. Het rook fijn, vers gemaaid gras. Het zag even groen voor haar ogen. Ze was moe, het was de afgelopen weken best wel druk geweest en ze had veel werk verzet. Daar kwam bij dat ze heel erg moest wennen aan het thuis werken, en aan het gezelschap. Joris zat voor de quarantaine al vaak bij haar en ze hadden meteen besloten samen te gaan wonen, anders zouden ze elkaar nooit zien. Ze hoorde de instructrice aanwijzingen geven, ergens luisterde ze nog wel. Ze geeuwde weer. Boven haar hoofd vloog een hommel, ze bewoog vaag. Verder wist ze het niet meer. Ze werd pas wakker toen iemand naast haar ging liggen.
‘Wij vormen een huishouden’, hoorde ze Joris zeggen. Ze zag iets blauws naast zich.
‘Het gras is blauw. En hoog!’ Ze klonk verbaasd. Ze was ook verbaasd. Gras? Blauw?
‘Nee, gekkie, het gras is groen, jij bent een beetje blauw, was je zo moe, dat je bij zo’n interessante les mindfulness in slaap bent gevallen?’ Hij glimlachte naar haar.
Ze had haar ogen nu helemaal open en zag het nu, dat blauwe was zijn shirt en er zaten strepen op, daarom dacht ze dat het gras was. Ze ging overeind zitten.
‘Gaat het Dineke?’ De instructrice stond voor haar.
‘Ja hoor, sorry, ik ben echt in slaap gevallen’, ze lachte en beet op haar lip.
‘Geeft niet hoor, dat is ook ontspannen. Ik hoop dat je er wat aan hebt.’ De instructrice liep weg. Joris zat grinnikend naast haar.
‘Was jij nieuwsgierig? vroeg ze.
‘Ja, inderdaad. Op mijn werk schijnen ze te denken dat we er gewoon doorheen rollen, dus ik wilde eigenlijk wel weten wat je deed. Het zag er… interessant uit.’ Hij lachte nu ronduit.
Ze probeerde op te staan, maar was een beetje duizelig. Joris sprong op en trok haar overeind aan haar handen. Ze duizelde nu helemaal en hij sloeg zijn arm om haar heen en trok haar naar een bankje.
‘Zo, zitten, ik heb water bij me en die kleine eierkoeken die je zo lekker vindt. Picknick!’
Toen ze eenmaal wat had gedronken ging het weer beter.
‘Het is raar, weet je’, zei ze tegen Joris, ‘ik lag daar en alles was groen. Ik deed mijn ogen dicht, groen. En toen dacht ik dat ik mijn ogen open deed en… groen. Nog steeds. Het was alsmaar groen. Tijdens die hele mindfulness. Het gras kriebelde, ik wilde dat woord opzoeken om te kijken hoeveel l-len erin zitten, het was allemaal gewoon groen en het gras groeide ook alsmaar door en werd steeds hoger.’
Joris keek haar peinzend aan en nam een grote hap van zijn eierkoek.
‘En toen zag ik jou en dacht ik echt dat het gras blauw was geworden.’
Hij nam nog een hap. ‘Mindfulness is niets voor jou, hé?’
Ze keek hem een beetje suf aan. ‘Nee, ik geloof het niet, yoga vind ik lekker, maar dit? En dan ook mediteren. Ik kreeg last van mijn rug, daar kon ik alleen maar aan denken. En dat gras dat alsmaar groeide, ik kreeg echt de indruk dat ik helemaal in het gras verdwenen was.’
‘Open’, zei hij. Ze opende gehoorzaam haar mond en hij duwde de eierkoek erin.
‘Zo, niet groen, en vanavond krijg je geen groene groente, want je hebt teveel groen gehad vandaag.’
Ze giechelde en hij kuste haar op haar voorhoofd en maakte van de gelegenheid gebruik een hap uit haar eierkoek te nemen. Ze duwde hem weg, ‘Nee, blijf er af, die is van mij, neem er zelf maar één!’
Hij hield het lege zakje omhoog. Ze keken er allebei naar en begonnen te lachen.
‘Op het boodschappenlijstje!’
Hij grijnsde, ‘deze? Of wil je groene?’
Ze stond op en liep naar haar fiets, die van Joris stond er naast. Ze keek om.
‘Groene. Gekkie. Gras is groen, eierkoeken niet.’

Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.

Een verhaal in 20 afleveringen, #twentydaystory, de 2020 editie

Ik verdwaalde op mijn eigen site vandaag. Dat heb je met Pasen waarbij het devies is #blijfthuis. Tel daarbij dat ik me niet helemaal fit voel en het is compleet. En ik begon na te denken over een verhaal. Vorig jaar heb ik meegedaan aan de #twentydaystory van Martha. Dat vond ik zo leuk dat ik ook mee ging doen aan haar prompts voor verhalen. Kijk vooral op mijn site voor de verhalen die ik tot nu heb geschreven. Dat stopte in maart, door de c-crisis. Mijn concentratie was niet dusdanig dat het allemaal lukte. Maar nu wil ik het toch weer gaan doen, zo’n verhaal in afleveringen. De opzet? Waarschijnlijk gaat het weer net zo als vorig jaar, dat ik zit te zweten over de cliffhangers. Het wordt nog spannender omdat ik niet van plan ben op twintig achtereenvolgende dagen afleveringen te publiceren. Ga ik voortborduren op Dineke en Joris? Ze figureren. Want onderstaande eerste zin komt uit mijn #twentydaystory van vorig jaar.

1

Onderweg naar huis gingen Dineke en Joris zo op in hun gesprek dat ze vergaten door te rijden bij groen licht.
Maaike stond achter ze te wachten. Ze gebruikte haar fietsbel toen de twee het groene licht lieten gaan. Ze keken beiden om. “Sorry”, riep de jongen, “we gaan opletten”.
Ze glimlachte. “Geeft niet” riep ze. Bij het volgende groene licht reden ze alle drie door. Ze was blij toen de twee een eindje verderop rechtsaf sloegen en zij rechtdoor moest. Ze bleef er moeite mee houden, andere mensen in haar nabijheid. Bij haar huis ging ze meteen achterom, haar fiets in het fietsenhok zetten. Ze had er helemaal geen zin in dat ‘s avonds laat te gaan doen. Dan kon het zo donker zijn, zelfs met de extra verlichting die een maand geleden was opgehangen. In de hal van de flat wachtte ze even tot de buurvrouw naar boven was gegaan. Ze nam de volgende lift en drukte de deur dicht voor er iemand bij kon komen. In de gang van haar huis was het licht al aan. Leve de app die haar toeliet het licht aan te doen voor ze thuis was. Ze deed haar deur op slot en hing haar jas op in de kast. De woonkamer was zonnig, licht en vrolijk, en ze stond stil om ervan te genieten. De beste beslissing die ze had genomen de laatste jaren was deze flat te kopen.

2

Ze liep door naar de keuken en zette thee voor zichzelf. Ze nam het glas mee naar haar stoel en zette het in de vensterbank. De stoel schoof ze schuin zodat ze naar buiten kon kijken. Ze dook erin weg. Het uitzicht was mooi deze avond. Een mooie heldere avond. Ze kon het park aan de overkant van het water goed zien. Er waren een paar mensen aan het sporten, er liepen joggers voorbij. Ze kon duidelijk de buurman van een paar flats verderop zien. Diens knalrode vest was herkenbaar uit duizenden. Zijn hond rende ook voorbij. Ze stond op, liep naar haar verrekijker en richtte deze op het park. Wie zat daar nou op het bankje? Een man in een donker trainingspak en sportschoenen zat er uit te rusten. Ze nam haar thee erbij en zwaaide haar verrekijker naar het sportparkje. En daar zag ze de vrouw die altijd samen met die man aan het sporten was. Zij was nog wel bezig. Ze keek nog steeds toen de vrouw ook stopte en naar de man op het bankje liep. Hij lachte en zij trok hem overeind en kuste hem. Samen liepen ze weg.

Het wordt voor mij een uitdaging, deze maand, want ik heb besloten elke dag te bloggen. Voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog, dat ik normaal voor sport en voeding reserveer. Dit zijn aflevering 12 en 13, hier kan je aflevering 11 vinden.
Ik ben begonnen aan dit verhaal op 12 april, de tweede aflevering is geschreven op 13 april.

Schrijfprompt februari: confrontatie

Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan.

School

De bel ging. “Jongens, ik zet het huiswerk in de app-groep, let daar dus even op. En alsjeblieft me er niet weer uitgooien!”
Gideon liet zijn leerlingen de klas uitgaan. De laatste les van een heel lange dag. Hij maakte het bord schoon. Ouderwets krijt in dit deel van de school. Hij vond het altijd weer fijn.
“Gideon, goed dat ik je nog zie.”
De directeur kwam de klas inlopen, met achter hem een rijzige vrouw en een meisje met een enorme bos donkere krullen.
“Dit zijn Mieke Robben en haar dochter Suus. Ze zijn net hierheen verhuisd. Suus is 15, ze komt in 4 Havo en in jouw mentorklas.”
Gideon schudde de hand van Mieke Robben. Suus stond achter haar en Mieke draaide zich om en trok haar dochter naar voren.
“Suus, je leraar Engels en tevens je nieuwe mentor.”
Ze lachte en zei “leuk met u kennis te maken meneer van Buren.”
Gideon keek haar aan en zag alleen haar bruine ogen met gouden vlekjes erin. Ze babbelde vrolijk.
“Ik houd van Engels, en ik houd van lezen, en meneer de Vries zei dat uw leeslijst heel vrij is, dus ik verheug me erop.”
Gideon kon alleen maar naar haar ogen kijken, de ogen van zijn overleden zus. Suus babbelde door.
“Het laatste boek dat ik op mijn vorige school heb gelezen was Jane Eyre, mijn Engelse leraar ging alleen maar voor de klassieken. Ik geloof dat ik de enige was die het heeft gelezen. De rest heeft het gedaan met uittreksels.”
De directeur stootte Gideon aan, die had in de gaten dat hij er helemaal niet bij was. Mieke Robben keek nadenkend naar Gideon en naar haar dochter. Gideon herstelde zich, “nou Suus, er mogen van mij wel wat klassieken op de lijst, maar ik ga ook voor vrije invulling. Als je zelf een goed boek weet, moet je het maar vragen of je het op je lijst mag zetten.”
Hij kon zich net genoeg concentreren voor dit gesprek. Mieke Robben sprak, “ik heb begrepen dat ik een afspraak met u kan maken. Dat wil ik graag, dan kunnen we even rustig praten over mijn dochter. We hebben een wat enerverend jaar achter de rug. De vader van Suus is vrij plotseling overleden en dat moeten we allebei nog verwerken.”
Gideon knikte en zei, “natuurlijk kunnen we een afspraak maken. Hebt u komende week tijd? Op vrijdag heb ik in de ochtend vaak een paar uur vrij voor afspraken en dergelijke.”
Ze maakten een afspraak en moeder en dochter vertrokken. De directeur bleef nog even staan. “Gaat het goed met je Gideon? Je was ineens heel ver weg.”
Gideon haalde diep adem. “Ja, er is niets aan de hand. Drukke dag.”
De directeur knikte en liep ook weg. Gideon bleef staan en sloot zijn ogen. Hij kon zo het gezicht van Hannah voor zich trekken, de bruine ogen met gouden vlekjes, de bos krullen, de kleine neus. Hij opende zijn ogen en zag Suus weer voor zich, met het gezicht dat er zo op leek.

Avond

Die avond haalde Gideon de fotoboeken uit zijn jeugd tevoorschijn. In het derde boek vond hij de foto’s die hij zocht. De foto van toen Hannah 10 was en hij 18 en ze op zijn rug zat, beiden lachend. De schoolfoto: Hannah 14 jaar oud, in een hevige poging ernstig te kijken, wat mislukte. De brede lach was kenmerkend voor haar. En de laatste foto die hij van haar had. Toen was ze 17 jaar oud, ernstig vermagerd, de drugs in haar gezicht afgetekend en geen lach te bekennen. Het was ook de laatste foto die hij van haar had. Ze was verdwenen en nooit meer teruggekomen. Hij had in jaren niet naar de foto gekeken en miste zijn zus pijnlijk. Zijn ouders waren beiden overleden zonder dat ze wisten wat met hun dochter gebeurd was. En nu was er Suus die als twee druppels water op zijn zus leek, alleen haar huid was wat getinter dan die van Hannah. Hij zat nog lang naar de foto te kijken voor hij zich herinnerde dat hij nog proefwerken moest nakijken voor de volgende dag.

confrontatie

Het gesprek

Mieke Robben was stipt op tijd. Ze gingen zitten en ze keek hem aan. Het leek of ze even niets wilde zeggen maar opende toch het gesprek.
“Het is geen eenvoudig jaar geweest, het afgelopen jaar, de vader van Suus is plotseling overleden. Hij ging joggen en kwam niet terug, een hartaanval.”
Gideon keek haar ernstig aan, “dat is niet makkelijk voor Suus, maar ook niet voor u.”
“Nee”, vervolgde Mieke Robben, “en het was al een gecompliceerd jaar. We hadden Suus twee maanden daarvoor verteld dat we haar hadden geadopteerd. Daar was ze nog mee bezig. Het lijkt altijd wel zonneschijn bij haar, maar er was toch even een mist overheen getrokken. Die adoptie vond ze niet eenvoudig, zelfs al vermoedde ze het.”
Mieke voorzag de vragende blik van Gideon.
“Kijk naar haar krullen, haar bruine ogen, dat kuiltje in haar kin, met twee ouders met glad blond haar en grijze ogen. Dat kuiltje is erfelijk, dat heeft u vast ook wel gehoord. Ze is een slimme meid.”
Gideon voelde onwillekeurig aan het kuiltje in zijn kin en Mieke vervolgde haar verhaal.
“We hebben jaren in Duitsland gewoond, in Berlijn, voor het werk van mijn man. Met mijn werk als vertaler kan ik overal wonen. En daar hebben we Suus geadopteerd. Haar moeder is overleden door complicaties na de geboorte, ze heeft Suus twee weken meegemaakt, haar naam gegeven. Susannah heet ze voluit, dat wilde haar moeder. Wij hebben er Suus van gemaakt, de moeder van mijn man heette Suze.”
Ze kreeg het even te kwaad. Gideon stond op en haalde water voor Mieke. Mieke ging door, “we kregen haar toen we allebei 40 waren. Een cadeautje vonden we. En ze is nog steeds een cadeautje. Die mist bij haar is weggetrokken. We waren het er beiden over eens dat we naar Nederland terug wilden.”
Gideon kon niets zeggen. Ze zaten stil tegenover elkaar. Mieke Robben herstelde zich en de rest van de tijd konden ze over het schoolwerk van Suus praten. Maar het hart van Gideon was zwaar. Duitsland. Daar was ze dus heen gegaan, waarschijnlijk met dat vriendje van haar, die dealer. En daar was ze dus uit hun gezichtsveld verdwenen en was ze alleen geweest, had ze een zwangerschap meegemaakt en was ze overleden.

Avond

Die avond haalde hij de foto weer tevoorschijn en keek naar het magere gezichtje. Hij vroeg zich af wat hij moest doen. Zijn gevoel vertelde hem dat Suus de dochter van zijn zus was, dat die vrouw die haar baby Susannah had genoemd zijn zus was. Hannah had de naam in een boek gevonden toen ze 12 was en had toen verklaard dat het een prachtige naam was voor een dochter van een Hannah. Maar hij wist niet hoe hij Mieke Robben of haar dochter daarmee moest confronteren en of hij dat sowieso moest doen.

School

Werd het nou makkelijker? Suus elke dag zien? Bij de Engelse les, bij de mentoruren, bij huiswerkbegeleiding? Haar zien gieren van het lachen met haar vriendinnen. De concentratie op haar gezicht als hij haar Duitse accent verbeterde. De verwoede discussies over boeken. Hoe langer hij haar les gaf en haar zag, hoe meer de twijfel toesloeg. Wel, niet, wel, niet. Het hielp niet dat hij er met niemand over kon praten. Hij had geen broers of zussen en zijn relatie was een jaar daarvoor uitgegaan. Zijn ex-vriendin wist ook niets van zijn zus.
Op vrijdagochtend was hij bezig met een achterstand in werkstukken nakijken toen Mieke Robben zijn klas binnenkwam. Toen ze beiden zaten, begon ze. Dat ze de gelijkenis had gezien tussen Gideon en Suus en nu twijfelde. Want ze had ook de moeder van Suus gezien. Die was toen ziek en mager en haar haar was gekortwiekt, maar die ogen waren gebleven en het kuiltje en de gelijkenis. En nu twijfelde ze. Want het geboortebewijs van Suus, daar stond de naam van haar moeder op: Hannah Beuren. Iets dat was opgetekend uit haar mond aangezien ze totaal geen legitimatie bij zich had toen ze in het ziekenhuis kwam. En Beuren en Van Buren, hoeveel verschilde dat nou? Gideon zei niets, hij kon nauwelijks ademhalen. Hij stond op en pakte zijn tas. De foto van Hannah zat daarin, die had hij de laatste weken constant bij zich. Hij liet hem aan Mieke Robben zien. Hij vertelde haar dat dit zijn zus was. Ze snikte toen ze de foto zag. Gideon haalde zijn hand door zijn krullende haar en vertelde Mieke Robben dat hij de gelijkenis had gezien en er bijna zeker van was dat Suus de dochter van zijn zus was. Maar wat is wijsheid? Wat werd er gewonnen door haar te confronteren met iets wat net zo goed niet zo kon zijn? Ze nam een slok van haar water en knikte. Ze wisten het niet en wilden het niet weten.

Confrontatie

De volgende dag was hij na school in de zon op het muurtje bij het fietsenhok gaan zitten. Hij wilde nadenken. Toen ze hem op het muurtje zag zitten, nam ze naast hem plaats. Hij zat met zijn ogen dicht en merkte haar eerst niet op. Zij praatte tegen hem aan. “Ik wil een boek op mijn lijst zetten en wil zeker weten of het goed is, ziet u. Mijn moeder vond het boek geweldig, ik vind het ook geweldig. Zeker die verhouding tussen vader en dochter ziet u. Hij moet zijn dochter accepteren zoals ze is geworden, namelijk vampier. Of hij moet de confrontatie aangaan met haar, met haar praten over wat ze is, wat ze wordt.”
Hij liet haar praten.
“Dus er zit echt wel inhoud in, in die boeken, meneer van Buren.”
Hij keek haar aan en concentreerde zich op haar woorden. “Dan moet ik wel eerst weten over welke boeken je het hebt, Suus.”
Ze giechelde. “Oh, ik heb het over de Twilight boeken van Stephenie Meyer. Ik heb ze allemaal gelezen, en de films heb ik ook gezien. En ik wil Breaking Dawn op mijn lijst zetten. Het wordt op deze manier echt een leuke lijst. Daar komt mijn moeder.”
Ze stond op en keek hem aan met die bruine ogen met gouden vlekjes erin.
“Zie ik u morgen?”
Ze leek echt op een antwoord te wachten, op iets wat vanzelfsprekend was. Hij zweeg en keek haar aan.
“Meneer van Buren?”
Hij sloot zijn ogen en opende ze weer.
“Ja. Ik zie je morgen weer. Tot morgen Suus, en doe je moeder de groeten.”
Ze rende naar de auto van haar moeder, stapte in en zwaaide. Haar moeder zei iets tegen haar en ze lachte naar haar moeder. Haar moeder zwaaide. Hij zwaaide terug en bleef op het muurtje zitten. Pas tien minuten later stond hij op en liep naar het fietsenhok, naar zijn fiets.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay.
Mijn vorige verhaal voor de schrijfprompts vind je hier. Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.
Update 2 maart: het commentaar van Martha kan je hier vinden.

Januari prompt: een slecht voornemen

Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan. Het is typisch voor mij dat ik die opdracht op de eerste vrijdag lees en op de laatste vrijdag indien. Enger is dat ik ook feedback kan krijgen. Er moet overal een eerste keer voor zijn.

Januari

Het was donker in de slaapkamer. Heleen duwde de deur voorzichtig open. “Vincent? Van je moeder mocht ik naar boven.”
Ze duwde de deur helemaal open, liep door naar het raam en trok het gordijn open.
“Ga weg!“ klonk het uit het bed. Heleen legde wat boeken van de bureaustoel op het al volle bureau. “Ik ga niet weg voordat je uit je bed komt, luilak. Je zou mee gaan hardlopen en dit is al de derde keer dat je te lui bent om mee te gaan.”
Het bed verroerde zich niet. Heleen duwde met een sportschoen tegen de vorm onder het dekbed. “Kom op! Uit bed, aankleden, douchen mag na het rennen. Het is heerlijk weer voor januari. Prima voor hardlopen.”
“Ga weg!” klonk het nogmaals, “ik kom tot en met december niet uit bed!”
Ze schoof de stoel naar achter tegen het bureau. De laptop werd wakker en ze zag de mail over het voornemen op het scherm staan. Ze giechelde. “Dus daarom sluit je je op. Het voornemen! Oh, wat ben ik blij dat ik dat vorig jaar allemaal heb gehad.” Ze gierde nu helemaal van het lachen. “Oh, en dat krijg jij nu! Baal jij even dat je drie weken jonger bent dan ik. Net in januari geboren!”
Vincent vond het helemaal niet leuk. Hij zat recht overeind in bed.
“Weet je wel wat dit betekent? Precies in het examenjaar en volgend schooljaar op de universiteit heb ik er ook last van. Ik doe het niet!”
Heleen hikte na. “Je kan het niet ontlopen, lukte mij ook niet. Ik ga hardlopen. Blijf jij maar hier, kan je alvast nadenken over je goede voornemen.” Ze liep de deur uit.
Vincent haalde een hand door zijn haar en dacht na.

Februari

De eerste bijeenkomst voor het voornemen. Vincent zat in het midden van de zaal. Zijn beste vriend Mark zat naast hem en praatte onophoudelijk door. Dat hij al zo’n goed idee had en dat straks wilde bespreken met de mentor en dat hij dan vast in één keer klaar was. Zijn vader had hem geholpen en het was het beste idee ooit. Hij kon de rest van het jaar op zijn lauweren rusten. Vincent reageerde nergens op. Toen de bijeenkomst afgelopen was, schoot Mark meteen naar de mentor. De volgende ochtend kreeg Vincent een enthousiast appje van Mark. Dat hij zijn idee had besproken, het die middag meteen had ingevoerd in het systeem en deze ochtend al een goedkeuring had gekregen. Hoezee! Kreunend legde Vincent zijn telefoon weg. Zijn moeder trok haar wenkbrauwen op, maar Vincent reageerde niet, pakte zijn rugzak en ging naar school.

Maart

“Je zal toch een keer iets moeten ondernemen, het is verplicht weet je.” Heleen en Vincent stonden te rekken en te strekken aan het eind van hun hardlooproute.
“Ik heb er echt moeite mee gehad en heb tot in december zitten rekken, maar ik ben zo blij dat het klaar is. Weet je wel in wat voor programma je terecht komt als je last minute voorstel niet goedgekeurd wordt? De neef van Mark zit daar nu in, die mag elke week een les volgen. Waarom denk je dat Mark zo snel was?”
Vincent zei niets.
“Ja, het is leuk Vin, maar wil je op de universiteit je tijd verdoen met dat voornemen? Met die druk van tegenwoordig heb je wel wat beters te doen.”
Heleen stopte met strekken en vouwde zichzelf voorover, haar vlechten doken met een wijde boog mee. Vincent deed onwillekeurig een stap naar achter. Ze kwam weer overeind.
“Vin, wat wil je nou? Ik ken je wel een beetje. Hoe stiller je bent, hoe meer er in je omgaat. En alles wat moet, ga je met een wijde boog omheen.”
Met twee vingers pakte ze zijn gezicht en trok het naar haar toe. “Bedenk iets, Vincent. Soms moet je met de stroom mee, weet je.”
Ze liet hem los en keek hem peinzend aan. “Tot morgen, ik zie je bij wiskunde.” Ze stak de weg over naar haar huis.
Vincent keek haar na en liep naar zijn huis. Na zijn douche ging hij achter zijn computer zitten en knakte zijn vingers. Hij logde in op het forum van de school, onderwerp voornemen.
“Lieve klasgenoten. We weten het. Dit jaar is het eerste jaar van de rest van ons leven. In de voorbereiding op ons volwassen leven moeten we een goed voornemen hebben en daar naar gaan leven. Ik zal de enige niet zijn die daar totaal geen zin in heeft. Maar ik ga er wel naar handelen! Een goed voornemen? Ik ga op de zeepkist staan en ik gooi het de deur uit! Geen goed voornemen voor mij! Mijn voornemen is een slecht voornemen te verzinnen en daar naar te leven. De maatschappij moet in evenwicht blijven, we moeten ook slechteriken hebben! Viva La Revolución!”
Hij plakte er handmatig wat rode vlaggetjes bij, en drukte op Send.
De volgende ochtend moest hij bij de directeur op het matje komen.

voornemen

April

De directeur was kwaad. Het hele programma liep juist zo lekker met een record aantal leerlingen waarvan het voornemen al was ingevuld. En dan kreeg ze nu te maken met eigengereide Vincent die zijn hele schooltijd precies het tegenovergestelde had gedaan dan wat van hem verwacht werd en ze kon er niet tegen. Hij kreeg de wind van voren. De mentor zat er bij en hield zijn mond. Hij kwam er ook gewoon niet tussen. Het moment dat de directeur naar adem snakte, kwam Vincent ertussen. “Was dat Viva la Revolución teveel? Ik dacht nog, zal ik wel, zal ik niet…”
Het gezicht van de directeur werd rood. De mentor kwam er snel tussen. “Zal ik Vincent overnemen mevrouw Troost? U heeft het zo druk met het reilen en zeilen van de school. En ik ben hier tenslotte om het programma voor het voornemen te ondersteunen.”
Hij nam Vincent mee naar zijn eigen kamer. “Wil je iets te drinken, Vincent?”
Vincent lag onderuit op een stoel. “Een briefje om me te verontschuldigen bij wiskunde is handiger denk ik.”
Hij grijnsde. De mentor grijnsde terug.
“Vincent, ik denk dat je heel goed in de gaten hebt waar dit programma eigenlijk over gaat. Ik denk ook, gezien je schoolverslagen, dat je daar dwars tegenin gaat.”
Vincent grijnsde nog steeds.
“Ik zit hier niet om je te straffen. Het programma is er met een reden, het hoort bij je, het hoort bij iedere leerling. En ik ben hier om je te laten zien dat je zelfs met tegen de stroom in gaan, je met de stroom mee kunt. De komende maanden gaan we eraan werken. Ik kan je vertellen dat zelfs als je de school verlaat mij als mentor houdt, want anders schiet het ook niet op natuurlijk. Ik ga een programma voor je in elkaar zetten. We gaan elkaar vaak zien de komende maanden.”
Vincent grijnsde niet meer.

Mei

Heleen kon niet meer van het lachen. Vincent keek alleen maar boos.
“Hij is leuk, hij is leuk!” Ze kreunde bijna van de pijn in haar zij. Vincent gaf haar een duw. Hij had haar net het relaas gegeven van het eerste overleg met de mentor en dat was naar zijn idee niet zonnig.
“Weet je, je bent mijn beste vriendin en dan doe je zo. Ik vind het niet echt aardig.”
Heleen zat ineens overeind. “Ja, maar schat, wat wil je dan? We zijn vrienden, al vanaf de kleuterschool, maar jij bent af en toe ondoorgrondelijk voor mij. Dat dwarse van je, en toch ben je dan recht door zee. Ik begrijp het niet.”
Vincent keek stuurs. Aan de ene kant wilde hij het uitleggen, aan de andere kant niet. En hij werd boos en zei dat niet tegen Heleen, die zijn beste vriendin was. Het meisje waar hij gek op was, waar hij van hield, wat hij nooit had gezegd. Dat meisje stond nu tegenover hem, met haar handen in haar zij.
“Je moet echt beslissen wat je wilt, Vincent, en niet alleen voor dit moment.”
Ze draaide zich om en liep naar haar vriendinnen. Vincent stond zich te verbijten.

Juni

Juli

Augustus

September

Vincent las het bericht op zijn telefoon en zuchtte. Hij ontkwam echt niet aan de mentor, want die vertelde hem dat hij een wekelijks spreekuur had op de Universiteit Leiden. Heleen trok aan zijn arm. “Kom nou! Die hele El Cid week gaat nu pas echt van start. Even een week lol en dan moeten we hard gaan werken.” Ze stopte toen zijn ernstige gezicht op haar inwerkte. “De mentor heeft gemaild. Ik heb over twee weken een afspraak met hem.” De frons in zijn voorhoofd werd alsmaar dieper.
“Over twee weken, Vin, nu even lol, we hebben verschillende studies, hier zien we elkaar nog, later niet meer. Zet het even uit je hoofd.”
Ze greep zijn hand en trok hem mee.

Oktober

Vincent zei niets. De mentor ook niet, hij was zich er wel van bewust dat hij Vincent los moest trekken uit zijn gedachtenstroom.
“Bevalt politicologie je als studie, Vincent? Het is wel toepasselijk, politicologie, zeepkist.”
Vincent keek hem aan alsof hij net wakker werd.
“Helaas moeten we nog wel even iets doen aan het programma, ik kan me voorstellen dat je studie interessanter is. Zou ik ook vinden.”
Vincent keek hem nog steeds aan.
“Zullen we afspraken maken voor november en december?”
Vincent stond op en liep de deur uit. De mentor keek hem na.
“Ik ga denk ik die afspraken op de mail zetten.” In het luchtledige pratend liep hij naar zijn computer en opende de agenda. “En ik ga er denk ook aandachtspunten bijzetten, zeker voor november, dan kan je in december doorzetten met je voornemen.”
Een collega keek verbaasd de kamer in. De mentor grinnikte, “hij is al weg, bedenkt zelf al wat relevant is.” De collega knikte, niet helemaal overtuigd.

November

Vincent keek naar de vijftiende e-mail van de mentor op zijn telefoon, een herinnering om contact op te nemen. “Viva La Revolución”, dacht hij, en verwijderde de e-mail. Heleen kwam aanrennen. “Sorry, sorry, het college liep uit, ik wist niet dat je over de staatkundige geschiedenis van Nederland zo lang kon doorgaan.” Ze ging naast hem zitten. “Koffie?” Hij schudde zijn hoofd. “Lunch dan, het is wel vroeg, maar ik heb vanmiddag weer college.” Hij schudde zijn hoofd. Heleen keek geïrriteerd, dit was niet de eerste keer dat het zo ging. Ze snoof. “Revolutie?”
Hij keek haar aan.
“Ik ga lunchen met mijn studiegenoten. Jij bent namelijk niet te genieten. Voor iemand die niet bezig wilde zijn met dat voornemen ben je er verdomd veel mee bezig. En dat is nou niet bepaald interessant voor mij. Jij begreep vorig jaar niets van mij. Ik begrijp dit jaar niets van jou. Ik hoor wel van je als je eruit bent.”
Ze beende weg. Vincent zuchtte en zocht het telefoonnummer van de mentor op.

December

Vincent zuchtte. Waar ging het nou eigenlijk om? Het voornemen? Zijn gevoel? Overtuiging? Zijn dwarse natuur? Zijn vingers aarzelden boven het toetsenbord. De Skype pingde en hij klikte het scherm omhoog. Hij zag Heleen, lachend.
“De laatste loodjes hé? Invullen die hap! Kerstdiner, kom naar beneden.”
Hij stak zijn tong uit, sloot de Skype af en opende het voornemenscherm:
“Laten we even duidelijk zijn, ik wil niet. Ik ben niet zo iemand die met de stroom meegaat. Maar ik wil ook niet automatisch tegen de stroom ingaan en dat is dit jaar wel gebeurd. Noem het opgroeien. Ik wil niet moeten, maar af en toe moet ik wel. Mijn voornemen goed of slecht: tegen de stroom ingaan, nadenken over die stroom en daar een hekje inzetten als het nodig mocht zijn. Viva La Revolución! En nu realiseer ik me dat ik toch met dat programma ben meegegaan. Potverdriedubbeltjes!!!!”
Hij hoorde Heleens vader lachen en drukte op Send. Het kerstdiner wachtte.

Afbeelding van motihada via Pixabay.  Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.
Update 2 maart: het commentaar van Martha vind je hier.

Dit was 2019 en trouwens ook 2018

Ik was – weken geleden – dit blog gestart met een negatief verhaal van wat ik allemaal niet had gedaan in 2019. Eén van die dingen was een jaaroverzicht maken over 2018. Dat is dus de reden dat ik 2018 ook nog aanhaal in dit overzicht. Maar voor de rest stop ik met negatief doen. Wat heb ik allemaal gedaan? Veel gelezen en veel geschreven. Ik heb meegedaan aan leesacties, de Maand van de Klassieker in 2018, de Maand van de Surinaamse Literatuur in 2018 en 2019. In 2019 heb ik die zelf georganiseerd. In maart 2019 was het Nederlands wat ik las. Verder heb ik nog meegedaan aan leesacties voor boeken, bijvoorbeeld Anna Boom van Judith Koelemeijer en De paradox van geluk van Aminatta Forna.

20200101s_jaaroverzicht

De Russen

Het was ineens in de mode. Russische boeken. Dat kwam omdat de nieuwe vertaling van Anna Karenina door Hans Boland gepubliceerd werd. En daarvoor werd een leesactie georganiseerd. Leuk om mee te doen, en leuk om Anna Karenina te lezen, een verhaal dat ik wel globaal kende, maar nooit had gelezen. Hans Boland heeft ook een boek over zijn vertaling gepubliceerd.
Het maakte nieuwsgierig naar een ander Russisch meesterwerk, namelijk Oorlog en Vrede van Leo Tolstoj, een boek waar ik in mijn middelbare schooltijd ooit aan was begonnen, maar nooit had uitgelezen. Maar ik heb het nog niet uitgelezen, terwijl ik de besprekingen van deel één en twee wel heb gepubliceerd.
Fjodor Dostojevski, Misdaad en straf, was er ook zo’n Russische klassieker die door Hans Boland is vertaald. Ik was uitermate gecharmeerd van zijn vertaling van Anna Karenina, vandaar dat ik deze ook wilde lezen. Ik heb het in twee delen besproken, namelijk hier en hier. Het boek over de vertaling heb ik ook gelezen en die bespreking is hier te vinden.

Verhalen schrijven

Ik kreeg er zin in, in 2018 en 2019, verhalen schrijven. Stiekem was dat natuurlijk altijd de bedoeling geweest van dit blog. Nog stiekemer wil ik natuurlijk een boek schrijven, maar daar is nog even het probleem mee dat ik geen idee heb wat voor boek. Ik hou het even bij verhalen op dit blog. Ik heb de #WOT (Write on Thursday) er regelmatig voor gebruikt. In 2018 kreeg ik de smaak te pakken voor Dineke in mijn kerstverhaal bij Martha. Dineke kwam regelmatig terug, namelijk in mijn Een verhaal in twintig dagen #twentydaystory, in een #WOT over hitte, en in een #WOT over onderweg. Ze speelde een bijrol in mijn kerstverhaal van 2019.

Mijn favorieten van 2018 en 2019

  • Martha had een leuk idee: ze wilde in 20 dagen een verhaal gaan schrijven. Zij schreef in het Engels, ik ging in het Nederlands schrijven. Het verhaal wist ik nog niet, wel de hoofdpersoon, Dineke die ook de hoofdpersoon in mijn eerste kerstverhaal was.. Ik begon aan Een verhaal in twintig dagen #twentydaystory op 5 juni 2019. Alles bij elkaar heb ik er 22 dagen aan besteed. Op twee dagen lukte het niet te schrijven. Een andere favoriet hoort hier bij, namelijk de bijlage over het schrijfproces.
  • Mijn kerstverhalen. Ook dat was een schrijfopdracht van Martha, en de beide verhalen zijn op haar blog gepubliceerd. Die van 2018 met Dineke staat hier, en het verhaal van 2019 met Heleen hier.
  • Op de site van Hoofdstuk12 werd ik als boekblogger in het zonnetje gezet.
  • De eerste keer dat ik dit heb gedaan, 21 gewetensvragen beantwoord.
  • Mijn serie over minibiebs. Een blog van Raymond Snijders over minibiebs in zijn woonplaats Deventer leidde tot de inspiratie en drie blogs over minibiebs in Den Haag en Rijswijk. Ik wil de serie voortzetten in 2020.

Haghespel

Het zat er eigenlijk al een tijdje aan te komen. We zijn in 2019 gestopt met Haghespel. Het kwam er eigenlijk op neer dat we geen energie meer over hadden om erin te pompen. Iedereen was aan het weifelen over het hoe en waarom van recensies. We zaten te twijfelen of mensen het nog wilden lezen. De beslissing viel in mei, we hebben het toneelseizoen afgemaakt en dat was dat. Ruw geteld heb ik sinds december 2000 aan 150 nummers meegewerkt als eindredacteur / hoofdredacteur / recensent. Het was in het najaar even wennen dat ik niets te verzamelen en te schrijven had, maar het is goed geweest.

Instagram

Ik heb al jaren een Instagram account, dat ik wisselend gebruik. Dan weer weken niet, dan weer een paar achter elkaar. Sinds een paar maanden plaats ik elke woensdag een foto, hetgeen me de waarde heeft laten inzien van een voorraad foto’s aanleggen. Het kost af en toe moeite. Hier hoop ik trouwens wel mee door te gaan in 2020.

Toekomstplannen

Verhalen schrijven, minibiebs bekijken, recensies van boeken, Oorlog en Vrede uitlezen, mee blijven doen aan de #WOT die in 2020 door Irene georganiseerd gaat worden. En verder ga ik gewoon zien. Ik wil proberen wat meer te schrijven dan afgelopen jaren, want het was niet veel. Ik geloof toch dat je bezoekers op je site binnenhaalt door regelmatig te publiceren. Voornemen dus. Maak een mooi jaar van 2020.

Onderweg: #WOT 2019, deel 48

Ze stond te geeuwen in de keuken. Het was laat geworden de vorige avond, Joris was pas om half een weggegaan. En nu was ze laat, ze moest heel snel wegwezen. Om 8.30 een vergadering, waarom had ze daarin toegestemd? Gehaast maakte ze haar lunch klaar en had drie happen van haar ontbijt binnen voor ze op de klok keek en de beker afsloot en in haar rugzak stopte. Ze stond al voor de deur van haar fietsenhok voor ze doorhad dat ze de accu van haar fiets was vergeten. Zuchtend fietste ze naar haar huis, rende naar binnen, haalde de accu en fietste door. Bij het park moest ze zeker vijf minuten wachten, er was een ongeluk gebeurd, en de politie stond de situatie op te nemen. Ondanks de haast stond ze toch nieuwsgierig te kijken. Ze keek op haar horloge, ze kon het nog halen als ze zich haastte. Ze hoorde haar telefoon piepen en keek. Een appje van Joris, “Lieve Dineke, je leest dit pas als je op je werk bent, want onderweg hoor je die telefoon niet, maar ik wens je een dag met heel veel energie toe. Kus, Joris.” Ze giechelde en appte terug: “Ik sta stil. Kus, Dineke.” De smiley met de zonnebril deed ze er ook bij. Ah, ze mocht doorrijden.

Onderweg

Dineke fietste snel door. Normaal was ze onderweg nog wel bezig met om zich heen te kijken, nu nam ze daar geen tijd voor. Het was druk onderweg en op diverse plekken werd ze opgehouden door het verkeer. Mopperend pakte ze hier en daar een rood licht en dat kwam haar duur te staan. Bij het derde rode licht zag ze de agent niet aan de andere kant van de weg. Zwijgend wees die waar ze aan de kant kon staan. Zuchtend stond ze naast haar fiets. Ja agent, ik weet het, ik moet niet door rood rijden, geef me nou maar een bon, dan kan ik verder. Het volgende licht wachtte ze keurig op groen, want ze was nog in zijn gezichtsveld, maar daarna was ze weer burgerlijk ongehoorzaam. Ze kon het nog halen en dat bleef ze denken tot ze in Voorburg voor de brug stond en niet verder kon. Het ding stond omhoog. Dat was het. Mislukt. Ze keek omhoog naar de punt van de brug en haalde haar telefoon tevoorschijn. Appje 1 ging richting de collega van de vergadering van 8.30 die ze dus om 8.29 appte dat ze onderweg was, maar het helaas niet ging halen, want de brug was dicht of open. Het tweede appje was richting de collega die meestal naast haar zat of hij haar flexbureau voor haar kon reserveren, want ze was onderweg maar het ging wat later worden. Appje 3 was naar Joris, dat ze onderweg was, maar nu toch vette pech had omdat ze opgehouden werd door de open of dichte brug.

Stilstaan

Ze stond naast haar fiets en had haar telefoon weer opgeborgen. Ze genoot van het koude windje en de rust. Vanaf het moment dat ze wakker was geworden, had ze moeten rennen. Dit moment van rust was wat ze nodig had. Het was de laatste tijd alleen maar rennen geweest. Er was een tijd geweest dat ze onderweg haar tijd nam en zich uit liet waaien, maar ergens was ze dat kwijt geraakt. En nu stond ze hier bij de open of dichte brug en liet alles over zich heen komen. Ze hoorde haar telefoon piepen en liet hem gaan. Hoogstwaarschijnlijk de collega van de vergadering. Hij mocht boos worden als ze op kantoor was. Nog een piepje. Joris met een kus, vermoedde ze en lachte. Als ze op haar werk was, zou ze hem appen dat hij maar weer moest komen die avond. Het gesprek van de vorige avond was nog lang niet voorbij.

Onderweg ~ 1) Bijwoord 2) In aantocht 3) Op pad 4) Op weg 5) Reeds vertrokken 6) Reizend 7) Terwijl men ergens naar toe is 8) Terwijl men op weg is 9 Tijdens de verplaatsing 10) Zwanger.

Dineke is natuurlijk dezelfde van het Kerstverhaal en van het verhaal in twintig dagen. Ik kan nog geen afscheid van haar nemen.

Iedere donderdag publiceert @itsMarthaP een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Hitte: #WOT 2019, deel 30

Het was heet. De hitte was niet meer buiten het huis te houden en Dineke sliep niet zo geweldig door de warmte. Met de ventilator erbij was het in haar slaapkamer nog net uit te houden. Maar nu was ze toch wakker geworden. Ze ging maar even wat water drinken. Joris sliep gewoon door. Ze nam het glas mee naar de woonkamer en ging daar even zitten en uit het raam kijken. Er was wel wat raars op straat. Het leek alsof er een vijver was midden op het kruispunt. Ze staarde uit het raam en deed het af als onzin. Ze was gewoon moe. Die hitte hield al een paar dagen aan en ze zag spoken. Ze dronk haar water en stond op om terug naar bed te gaan. Maar ineens liep ze door water. Ze keek er niet eens vreemd van op. Zeker dat glas water niet helemaal leeg gedronken en iets te scheef gehouden. Het klopte alleen niet dat het pad naar de keuken nat was.
“Hee, ben je wakker geworden?” Joris stond bij de ingang van de keuken. Er was iets vreemds. Ze zag zijn voeten niet, die leken onder water te staan. “Joris? Heb je iets laten vallen?”
“Nee, waarom?”
Hij liep naar haar toe, maar leek te krimpen. Toen stond hij voor haar, een kop kleiner dan zij, terwijl hij normaal ruim boven haar uitstak. Ze keek naar zijn benen, hij leek nu tot zijn knieën in het water te staan.
“Ga je mee terug naar bed?” Hij draaide zich om en trok haar mee, maar leek met elke stap meer te krimpen. En het ergste, ze kromp mee. Ze keek naar haar eigen benen die ook in het water leken te staan. Het water was warm. Ze stond stil, maar dat hielp niet. Joris draaide zich om, hij was al twee koppen kleiner dan zij. Hij lachte naar haar en ze zag hem wegzakken in het gesmolten zeil van de keuken. Ze gilde.

Hitte

“Stil maar, haal maar adem.”
Joris zat naast naar in bed en hield zijn arm om haar schouders. Ze zat zwetend rechtop in bed en haalde hijgend adem. Afgrijselijk, ze zag zichzelf nog wegzakken. Ze zette voorzichtig haar benen buiten bed. Geen water. Ze stond op en liep naar de keuken, Joris liep achter haar aan. Geen water en een Joris die boven haar uitstak. Hij was niet weggesmolten door de hitte, het was gewoon een maffe droom. Joris keek haar onderzoekend aan en gaf haar een glas water.
“Even op het balkon, daar zal het nu een stuk koeler zijn dan overdag. Wat was er nou Dineke, je gilde ineens, ik werd er wakker van.”
“Het was de hitte. Ik droomde zo raar, de weg was gesmolten en de woonkamer was aan het smelten en jij was aan het smelten.”
Joris lachte. “Zo makkelijk raak je me niet kwijt hoor!”
Ze keken uit over de tuinen. Het was donker, ze zagen niets maar hoorden ergens twee katten naar elkaar blazen. Joris trok haar tegen zich aan. “Gaan we nog even terug naar bed? Ik heb morgen een lange dag.”
Ze keek hem recht in de ogen. Recht in de ogen? Oh nee. Ze keek naar zijn voeten en zag die al niet meer. Ze begon nu zelf ook te zakken. Ze deed haar ogen dicht.

hitte

Hitte ~ 1) Drift 2) Gloed 3) Grote warmte 4) Heetheid 5) Hevige begeerte 6) Hevige warmte 7) Natuurverschijnsel 8) Onstuimigheid 9) Overmatige warmte 10) Sterke warmte 11) Temperatuur 12) Vuurverschijnsel 13) Warmte 14) Warmtestraling 15) Weersverschijnsel

Afbeelding van Pete Linforth via Pixabay

Dineke en Joris kan je hier ook terugvinden, in het verhaal in 20 delen.
Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Het schrijven van een verhaal: #twentydaystory de bijlage

Het stond in de nieuwsbrief van Martha: doe je mee met een experiment? Zij wilde in twintig dagen een verhaal gaan schrijven. Elke dag schrijft ze tien minuten, na 200 minuten staat er een verhaal, in het Engels. Zij publiceert het op haar Facebookpagina, en daarna op haar nieuwe site. Wilde ik meedoen? Ja, eigenlijk wel, maar niet op mijn Facebook en ook niet in het Engels, maar gewoon in het Nederlands, op mijn eigen site. En wat ik ook wilde maken was het verhaal achter het verhaal, het schrijfproces en daar is deze bijlage voor.

schrijven

Het begin van het verhaal

Je hoofdpersoon wordt midden in de nacht wakker in een kamer en kan het nachtlampje niet vinden. Als hij/zij eindelijk de lichtschakelaar gevonden heeft, ziet hij/zij dat hij/zij in een compleet vreemde kamer is ontwaakt…

De eerste drie dagen

Die nieuwsbrief kreeg ik op 4 juni binnen, en op vijf juni moest de eerste aflevering er staan. De hele dag heb ik daarover zitten nadenken en ik wist al vrij snel dat ik door wilde met de hoofdpersoon uit mijn kerstverhaal, Dineke. Voor de rest wist ik nog helemaal niets. Mijn personage Dineke moest in een situatie terecht komen waardoor ze in een vreemde slaapkamer zou slapen. En dat lukte wel, bovendien wist ik het zo te schrijven dat ze die hele eerste aflevering in die slaapkamer was. Die tweede aflevering wist ik al zo’n beetje toen ik klaar was met die eerste. Die derde, dat leverde al wat problemen op. Er was een nieuw personage bijgekomen, Joris, en wat zouden we die nou eens laten doen? Het einde, daar heb ik me mee op glad ijs gewaagd. Avonturen beleven, ja ja. Je moet nog zeventien afleveringen Molenaar.

Na negen dagen

Ik heb geen ontknopingen, wel een idee waar het verhaal naar toe moet. Want natuurlijk bedoelt iedereen het goed, maar loopt het niet zo goed. Ik heb het nodig gevonden een nieuwe persoon erbij te halen. Of eigenlijk is het niet zo’n nieuw persoon maar is hij al lang bekend. Nog elf dagen puzzelen met dit verhaal. Mijn ervaring is nu dat ik een stukje schrijf en vervolgens even niet weet hoe ik verder moet. Maar gelukkig hoef ik daar pas een dag later weer over na te denken. Het moet ergens eindigen en daar ben ik geloof ik ook al uit. Maar we zullen zien. Nog elf dagen tot de ontknoping.

De les van het verhaal

Was het moeilijk? In zekere zin wel, want wat Martha had aangegeven in het begin, klopte niet helemaal. Zij vertelde namelijk dat je tien minuten moest schrijven en dat was het dan. Wat ze er niet bij vertelde was dat het rond dag vijftien zo’n obsessie werd dat ik er de hele dag over nadacht. Het lukte me meestal ‘s avonds pas te gaan schrijven en dan kostte het inderdaad tien minuten. Maar ja, het denkproces was de hele dag al doorgegaan. Ook zoiets, ik had niet echt nagedacht over een verhaallijn en dat brak me ook een beetje op. Ongeveer op de helft wist ik wel ongeveer waar ik heen wilde, maar op wat voor manier was me op dat moment volslagen onduidelijk. Als ik dit nog een keer doe – op dit moment ga ik daar niet over nadenken – is het handig een verhaallijn te maken. Nu heb ik ook wat losse eindjes laten zitten. Het merkwaardige ervan was dat ik eigenlijk een hoofdstuk te weinig heb. Want op dag 18 heb ik even inspiratieloos over mijn hoofdpersonen, over de “schrijfster” geschreven. Die ruimte had ik later nodig voor die losse eindjes.

Mijn verhaal vind je hier en wordt elke dag bijgewerkt, twintig dagen lang. Ook deze bijlage wordt regelmatig bijgewerkt, maar niet elke dag. De foto is van congerdesign from Pixabay

Een verhaal in twintig dagen #twentydaystory

1.

Een licht gesnurk klonk in de slaapkamer. Dineke was verkouden en daar had ze vooral ‘s nachts last van. En nu werd ze wakker van haar eigen gesnurk. Slaapdronken reikte ze naar de lamp op het nachtkastje, en automatisch wilde ze het licht aandoen. In plaats daarvan klonk een luid gekletter. Er viel iets op de grond, maar wat dan? Ze zat ineens overeind, compleet wakker door het geluid. Het was aardedonker en ze zag niets. Ze zwaaide haar benen uit bed en zette haar voet precies op dat ding wat gevallen was. Vloekend ging ze weer zitten. Waar was dat lampje gebleven? Voorzichtig zette ze haar voeten weer op de grond en wilde naar de deur lopen, maar kwam na een meter een muur tegen waar die niet hoorde te zijn. Ze stond stil. Wat was er in godsnaam aan de hand in haar slaapkamer. Daar, een streepje licht. Ze liep naar het streepje, het was de deur. Ze trok hem open en gaf een enorme gil toen ze de vrouw aan de andere kant zag.

2

“Ja kind, we konden er ook echt niets aan doen hoor. Het gebeurde nou eenmaal zo. Het is altijd gezellig met je, maar dit keer ging het niet helemaal goed met de wijn geloof ik. Eerst werd je een beetje stil, maar je wilde nog wel wijn en vervolgens werd je heel vrolijk. En toen gingen we die nieuwe fles wijn halen en Joris hielp met openmaken en we kwamen terug en je lag met je hoofd op tafel en je was in slaap gevallen.”
Dineke keek duf naar tante Dina en haar buurvrouw. “Ik kan heel goed tegen wijn hoor.”
“Nou, je wordt meestal wel heel vrolijk, en dit keer viel het niet goed”, zei de buurvrouw. Dineke nam een slok van haar koffie en rilde. Ongelooflijk sterk, het lepeltje bleef zowat rechtop staan. Ze begon zich iets te herinneren. De verjaardag van tante Dina en de visite die één voor één weg was gegaan tot alleen zij, de buurvrouw en nog iemand was overgebleven. Joris? Wat had tante Dina nou gezegd? Dat Joris de fles openmaakte? “Tante Dina, wie is Joris?” Ze was op alles voorbereid. “Oh, dat is de buurjongen schat, hij woont hier naast, volgens mij vond hij jou erg leuk. Hij heeft je naar boven gedragen.” Oké, daar was ze niet op voorbereid.

3. Joris

“Dus je ziet, ik ben nooit zo eigenlijk. Het gebeurt me nooit, ik kan best wel tegen een wijntje. Maar gisteravond was zo gezellig en ik heb eigenlijk niet zo goed opgelet en mijn glas was elke keer vol, en ik heb niet zo geteld.”
Dineke ratelde, dat deed ze altijd als ze zenuwachtig was. En ze werd zenuwachtig van de doordringende blik van Joris die tegenover haar zat. Gek, hij was haar gisteravond niet zo opgevallen. Zij had zitten praten met de buurvrouw van tante Dina en hij zat bij tante Dina en was blijkbaar bijzonder grappig, want tante Dina en haar nicht waren allebei aan het gieren van het lachen.
“Want zie je, ik wil eigenlijk niet dat je denkt dat ik altijd zo ben, want zo ben ik niet, echt niet.”
Joris grijnsde en leunde voorover met zijn handen onder zijn kin. Hij was eigenlijk best wel leuk met dat donkere haar en dat halve baardje. Nee! Uitbannen die gedachte. Buurjongen van tante Dina! Hoe oud is ie eigenlijk?
“Het was bijzonder gezellig zie je en dat zit je te kletsen en dan valt gewoon niet op, hoeveel glazen je neemt op zo’n avond. En ik woon hier vlakbij, dus ik was lopend, dus ik had best naar huis gekund.”
Joris grijnsde nog meer, reikte over de tafel en pakte haar hand. “Liefje, je was in slaap gevallen, dat is lastig lopen. Ik ben blij dat ik je heb kunnen helpen.”
“Maar…” Hij stak zijn hand op, “nee, niet meer praten.” Dineke staarde hem aan. Hij schraapte zijn keel. “Zullen we een avontuur gaan beleven?”

verhaal

4.

Er klonk getsjilp in de slaapkamer, de wekker ging af. Een arm kwam onder het dekbed vandaan en drukte het knopje naar beneden. Het tsjilpen stopte. Dineke draaide zich op haar rug en rekte zich uit. Ze kwam overeind en geeuwde. Oké, meteen het bed uit, niet snoozen. Slaperig liep ze naar de andere kamer en trok wat kleren uit de kast. Terug in de slaapkamer kleedde ze zich aan, vervolgens liep ze naar de keuken en maakte ze haar ontbijt klaar. In de woonkamer deed ze de tv aan en keek naar het nieuws. Na haar koffie deed ze haar schoenen en jas aan, pakte de accu van haar elektrische fiets en ging ze haar fiets halen. Het was mooi weer om te fietsen, geen regen en weinig wind. Op haar werk aangekomen liep ze eerst naar het restaurant en haalde ze koffie en een theeglas. Bij haar bureau aangekomen haalde ze haar laptop uit de kast en sloot hem aan. Ze dronk haar koffie op terwijl het ding opstartte. Hmm, veel reclame in haar e-mail, die eerst maar eruit, vervolgens keek ze naar de vragen, een paar van die vragen zouden haar het grootste deel van de ochtend kosten. Ze geeuwde hartgrondig. “Dineke?”
Ze klikte op de volgende e-mail.
“Joehoe Dineke?”
Ze keek op, recht in het gezicht van Joris.
“Gaan we een avontuur beleven?”

5.

“Joris, ik ben niet van het avontuur.”
Ze waren naar buiten gegaan, naar het terras om de hoek, naar zeggen van Dineke om “wakker” te worden. Ze had er maar van gemaakt dat ze slaperig was, maar ze was even bevangen geweest door wat ze wilde. Avontuur, nee toch, gewoon dagelijkse routine, slapen, ontbijten, werken, naar huis, eten, tv bingen en de volgende dag hetzelfde rijtje.
Joris grijnsde: “Wijntje? Wijntje.”
Voor ze kon protesteren had hij de bestelling al doorgegeven. Dineke staarde hem aan met wantrouwige ogen.
“Oh kom Dineke, ik doe je niets. Het is alleen… Tante Dina vertelde dat je niet zoveel leuke dingen doet. Dat jouw idee van een spannende avond het lezen van een spannend boek is. En toen ik je zag gisteravond, zei ik tegen tante Dina dat je volgens mij best wel in was voor een avontuur. Iets leuks doen Dineke, iets wat niet tot je dagelijkse routine hoort.”
Ze staarde nog steeds naar hem. “Daar ben ik tevreden mee. En daar moet jij je niet mee bemoeien.”
“Dineke, gewoon één ding wat je nooit en te nimmer zou doen, één ding maar, niets gevaarlijks, gewoon iets leuks waarvan je voluit gaat lachen, waarvan je dubbel ligt.” Joris keek naar haar met die donkere hondenogen. Nee! Buurjongen! Ze zuchtte en liet haar hoofd in haar handen zakken en dacht erover na. Ze draaide naar hem toe, “Als ik dit doe, ben ik dan van je af?”
“Als jij dat wilt wel”, zei hij.
“Niet zo zelfverzekerd mannetje, ik ben van je af, klaar.”
“Als je dat wilt”, en hij grijnsde weer. Tandpastagrijns! Alarm!
Gelukkig kwam op dat moment het meisje met de wijn.

6. Afspreken

7.

Dineke was bijna vergeten dat Joris zou komen. Bijna kon ze wegzakken in dat gelukzalige gevoel van helemaal niets. Maar Joris stond met tandpastagrijns en al voor de deur toen ze thuis kwam om kwart over zes.
“Je bent te vroeg”, zei ze snibbig.
“Ik ben graag op tijd”, zei hij vrolijk, “kan ik je helpen?” Hij nam de fietsaccu over en ze liepen met zijn tweeën naar boven. Binnen liep ze meteen door naar de keuken. Het menu was makkelijk aangezien ze pasta wilde maken, ze verdubbelde gewoon alle hoeveelheden. Drie kwartier later zaten ze aan tafel. Joris had zich niet met het eten bemoeid, ze had hem vierkant de keuken uitgezet.
Toen ze klaar waren bracht Joris alles naar de keuken en spoelde de borden af, Dineke zette ondertussen koffie.
“Dineke, mag ik je wat vragen?” Wantrouwend keek ze hem aan. Onder het eten hadden ze het over koetjes en kalfjes gehad. En ze was op alles voorbereid, eigenlijk al vanaf die eerste dag toen ze van tante Dina had gehoord dat hij haar naar boven had gedragen. Ze knikte, wat aarzelend.
“Wat is jouw definitie van avontuur?”
Oké, niet op voorbereid.

8.

Ze was er ook niet blij mee. Als Joris haar beter had gekend, was hij gewaarschuwd geweest door haar half gesloten ogen en de tanden die op haar onderlip stonden. ‘Not amused’ was wel het minste. Dineke stond op en Joris keek verbaasd hoe ze het eerste deel van de dikke Van Dale van haar kast haalde.
“Avontuur = iets ongewoons, onverwachts, zonderlings dat iemand overkomt. Of: op goed geluk, zonder bepaalde bestemming. Of: riskante onderneming. De rest komt niet in aanmerking. Avonturier = iemand die op avonturen uitgaat, vroeger vooral van rondzwervende krijgslieden gebezigd. Of: een Joris die door een tante Dina op een Dineke wordt afgeschoven! En Joris? Wat is het?” Ze was steeds harder gaan praten. Ze was nu echt gewoon zwaar geïrriteerd. Joris keek schaapachtig. “Sorry, tante Dina heeft er wel wat mee te maken, maar die wilde gewoon dat jij leuke dingen zou kunnen doen.”
Ze snoof. “En waarom zou ik in mijn eentje geen leuke dingen kunnen doen? Waar is dat waandenkbeeld bij haar ontstaan dat ik zielig ben? Zij doet ook allerlei dingen in haar eentje, waarom kan ik dat ineens niet meer?” Het begon haar ineens te dagen en ze ging langzamer spreken. Ze keek Joris zo vuil aan dat hij automatisch terugweek. “Ze wil ons koppelen! Tante Dina wil ons koppelen en jij werkt daar aan mee!”
Joris was nog nooit zo snel naar buiten gezet als op deze avond.

9.

“Je zal het haar toch moeten vertellen, Joris staat nu in een heel verkeerd daglicht.” Tante Dina was een beetje geïrriteerd. Ze was al niet zo blij geweest met het plan. En zoals het nu liep, was het volgens haar een mislukking. Joris zat een beetje sip naast haar. “Ze heeft me er gewoon uitgezet. Ik had echt geen woord meer in te brengen. Ze had het ineens door. Normaal vind ik dat wel leuk, vrouwen die weten wat ze willen, nu kwam het een beetje slecht uit.”
“Had gewoon doorgezet.” De derde persoon aan tafel was ook geïrriteerd. “Nou, dan ken je Dineke slecht. Hier was geen doorzetten aan. Hier was het heel gepast om op te hoepelen.”
Met zijn drieën zaten ze rond de tafel. Tante Dina had voor eten gezorgd, maar het had ze geen van drieën echt gesmaakt. Ze zaten in over Dineke. Die had nog een serie berichtjes naar Joris gestuurd, waaruit bleek dat hij het avontuur wel kon vergeten. Tante Dina had één lang bericht gekregen, Samenvatting: Dineke was niet blij. Tante Dina had een bericht terug gestuurd dat ze geen kwaad had willen doen en het echt goed meende, maar had geen antwoord gehad.
“Wat past nu nog?” zei ze tegen de mannen.
“Stella wist het wel, zei ze. Je moet gewoon om vergeving vragen.” Joris en tante Dina keken naar de derde persoon aan tafel. “En wie moet dat doen?” vroeg tante Dina lief en vinnig tegelijk.
“Dat wist Stella ook, ik dus.” Hij zuchtte. “En ik geloof dat ik dat morgenavond maar meteen ga doen.”
De volgende avond stond een man met een enorme bos bloemen voor Dinekes deur. Dineke deed open. Eerst zag ze alleen maar bloemen, vervolgens kwam haar broer Edwin daar achter vandaan. “Dineke, wil je me vergeven? Het is allemaal mijn schuld. Joris leek me heel leuk voor je.”
Ze keek hem lang aan en deed vervolgens heel rustig de deur voor zijn neus dicht.

10. Stella

De volgende avond zat Dineke sip naar een saaie vechtfilm te kijken. Ze amuseerde zich meestal wel met dit soort films, maar deze kon haar niet bekoren. De bel ging, ze zuchtte en pauzeerde de film.
“Verrassing!”
Dat was het zeker, schoonzus Stella stond voor de deur, met een fles wijn.
“Mag ik binnenkomen?”
Dineke zuchtte en ging opzij. Stella liep meteen door naar de woonkamer.
“Waar heb je wijnglazen Dineke?”
Dineke pakte wijnglazen. Stella schonk twee glazen in.
“Ik ben met de auto, dus ik hou het bij één glas. Jij mag je bezuipen, dat heb je wel verdiend na dat domme gedoe van Edwin.”
Dineke zuchtte.
“Lieverd, ga je nog wat zeggen?”
Dineke keek Stella aan. “Waarom zou ik?”
“Spui maar. Vertel wat je ervan vindt. Ik kan je zeggen wat ik ervan vind, maar ik heb die slimmeriken niet tegen kunnen houden. Dat maakt mij ook enigszins schuldig.”
Dineke nam een slok wijn. “Weet je dat je met een sukkel getrouwd bent? Mijn broer blijft denken dat ik zielig ben omdat ik geen relatie heb. Waarom denken mensen met relaties altijd dat je niet gelukkig kan zijn als je geen relatie hebt?”
Stella keek haar aan. “Omdat hij gelukkig is en niet ziet dat jij gelukkig bent op jouw manier.”
“En het ergste is dat ik Joris eigenlijk wel leuk vind, maar dit gedoe? Hij is ook een sukkel. En tante Dina wil ik geen sukkel noemen, maar heeft wel mee gewerkt met dit sukkelige gedoe. En wat moet ik nou doen?”
Stella nam een slok wijn en glimlachte. “Ik heb wel een idee.”

11. Afspreken (2)

12. Tante Dina en Joris

“Nee, Edwin, je mag je zus niet bellen!”
Tante Dina zuchtte geërgerd.
“Daarom niet! Ze heeft je gezegd dat je haar met rust moet laten. Dat zij wel belt als ze de behoefte heeft je weer te spreken en je te vergeven.”
Ze luisterde ongeduldig naar Edwin en gebaarde naar Joris die haar koffiemok omhoog hield. Ja, ze wilde nog wel. Joris liep naar de keuken voor koffie en tante Dina luisterde met een half oor naar Edwin die zichzelf erg zielig vond.
“Nee, schat, ik heb ook niets van haar gehoord. Wat zeg je? Joris? Weet ik niet, hij is hier, ik zal het even vragen.”
Ze hield haar hand voor de telefoon. “Joris, heb jij iets gehoord van Dineke?”
Hij schudde ijverig van nee en kleurde langzaam dieprood.
“Edwin, kalmeer nou. Nee, Joris heeft ook niets van haar gehoord. Je zegt toch dat Stella wel met haar heeft gesproken? Wat zegt die? Die wil niets zeggen? Alleen maar dat ze gelijk had? Nou, ze had ook gelijk. We zijn bemoeizuchtige idioten die dit nooit hadden moeten doen. Waarom ik dat zeg? Omdat het zo is. Dit is de 21ste eeuw, een meisje mag zelf bepalen wat ze met haar leven doet. Je gaat toch bellen? Ga je gang, ze neemt toch niet op als ze je nummer herkent, je staat nu waarschijnlijk onder sukkel in haar contactenlijst.”
Ze verbrak de verbinding en legde de telefoon neer. Ze keek Joris nadenkend aan. Hij was wat lichter rood geworden, maar had nog steeds een heftige blos.
“Charmant Joris, zo’n blos, vertel eens?”

13. Edwin en Stella

“Sukkel?” Edwin legde zijn telefoon neer. Stella keek op. “Sukkel? Waar heb je het over?”
Edwin keek haar verongelijkt aan. “Tante Dina zegt dat ik waarschijnlijk onder sukkel in Dinekes contactenlijst sta.”
Stella lachte voluit. “Daar kan ze wel eens gelijk in hebben.”
“En Joris had ook niets gehoord. Ik had gedacht dat ze met Joris nog wel contact op zou nemen. Volgens tante Dina vond Dineke hem leuk. Ik maak me echt wel een beetje zorgen over haar. Tante Dina kan wel zeggen dat ze zelf mag bepalen met haar leven doet, maar ik ben haar broer en zo ongeveer haar enige familielid. Een beetje bemoeizuchtig mag ik toch wel zijn. Ik gun haar geluk, net zoals ik geluk ken.”
Hoopvol keek Edwin naar Stella die niet eens opkeek van haar e-reader en “slijmbal” tegen hem zei.
“Maar als mijn lieve vrouw nou zou bellen en nog een keer met haar zou praten en haar zou vragen of ze met mij wil praten?” Edwin zat met een brede grijns op de bank. Hij kende zijn vrouw wel een beetje. Maar dit keer viel het tegen. Stella keek op en zei, “gebeurt niet. Je wacht maar af. Heb je verdiend mannetje.”
De grijns ging van zijn gezicht af. “Waar moet ik dan op wachten?”
Nu was het Stella’s beurt om te grijnzen. “Op de uitwerking van het fantastische plan dat ik samen met Dineke heb verzonnen. Waar jij niets van mag weten tot je er mee wordt geconfronteerd.”

14.

Fluitend trok Joris zijn fiets uit zijn fietsenhok. Fluitend klom hij erop en fietste hij richting Kijkduin. Vandaag ging het toch gebeuren. Een afspraak met Dineke. Tante Dina had het verhaal over de afspraak uit hem gekregen, maar had beloofd haar mond dicht te houden. Zou hij nog bloemen meenemen? Hij kwam langs het winkelcentrum. Maar nee, ze zouden gaan wandelen over het strand, dan was dat niet handig. Een andere keer. Hij had zijn rugzak bij zich, een handdoek voor als ze op het strand wilden zitten en een fles water. Wat wil je nog meer?
Het was druk onderweg. Mooi weer, er zouden wel meer mensen op het idee zijn gekomen. Hij stopte even om zijn zonnebril uit zijn rugzak te halen en ontdekte dat zijn telefoon er niet in zat. Nou ja, ze hadden een duidelijke afspraak en het was te laat om terug te gaan en zijn telefoon op te halen. Hij fietste gewoon door.
In Kijkduin zette hij zijn fiets tussen alle fietsen op het onbewaakte middenstuk van de weg. Er was nog een nietje vrij, daar zette hij hem aan vast. Voor het hotel ging hij op een bankje zitten. Hij werd afgeleid door een bandje dat op het vrije deel van het plein muziek aan het maken was. Toen het bandje wegging viel het hem pas op dat het al kwart over drie was. Dineke was er nog niet. Zou ze niet komen?

15.

Om kwart voor vier was Joris ervan overtuigd dat Dineke niet meer zou komen. Sip besloot hij zijn fiets te gaan halen en naar huis te gaan. Het moment dat hij wegliep kwam Dineke haastig aanlopen.
“Oh gelukkig, je bent er nog! Sorry, dit was helemaal de bedoeling niet, maar ik was vergeten de accu van mijn fiets op te laden, en mijn andere fiets had een lekke band en ik mocht de fiets van een vriendin lenen, maar daar moest ik eerst heen lopen. En ik was al laat. En je nam je telefoon niet op!”
Joris straalde meteen weer en verontschuldigde zich. “Daar moet ik sorry voor zeggen, ik had hem thuis laten liggen en daar kwam ik onderweg pas achter.”
Dineke lachte. “Dan zijn we gelukkig allebei schuldig. Zullen we?”
Ze liepen richting boulevard en daar draafde Dineke enthousiast richting viskraam. “Een nieuwe haring! Lekker! Joris, jij ook eentje?”
Al haring happend liepen ze verder richting strand en daar gingen ze richting Scheveningen. Joris grijnsde om de enorme zonnehoed die Dineke uit haar rugzak haalde en opzette. Zij gierde van het lachen om de kwakken zonnebrandcrème die hij op zijn gezicht deed en niet goed uitsmeerde. Ze hielp hem met de gemiste plekken. Twee uur later bij een strandtent was het alsof ze elkaar al tien jaar kenden. Ze praten honderd uit over van alles en nog wat. Ze proosten met de bestelde glazen wijn. “Op een mooie avond.”

16.

Het was laat toen Dineke en Joris eindelijk besloten naar huis te gaan. Na enig gekibbel besloten ze de rekening te delen. Toen liepen ze terug naar hun fietsen. Dineke moest giechelen toen bleek dat ze haar fiets naast die van Joris had gezet. Heel galant zei hij dat hij naar huis bracht.
Ten huize van Edwin en Stella probeerde Edwin nog steeds Stella uit te horen over het fantastische plan. Zij had alleen maar een serene glimlach voor hem, wat hem enorm ergerde, en dat was natuurlijk precies haar bedoeling.
Onderweg naar huis gingen Dineke en Joris zo op in hun gesprek dat ze vergaten door te rijden bij groen licht.
Ten huize van tante Dina zat zij zich af te vragen hoe het ging met Joris en Dineke. Ze had beloofd niet te bellen, morgenochtend zou Joris langskomen voor koffie en haar op de hoogte brengen. Ze kon wel een geheim bewaren.
Edwin zei ondertussen tegen zijn vrouw dat hij naar Dineke toeging. Ze glimlachte en liet hem de autosleutels zien die meteen weer in haar tas verdwenen. Hij snoof en probeerde zich te herinneren waar de reservesleutels waren.
Dineke en Joris stonden ondertussen voor haar huis. Ze nodigde hem uit voor een afzakkertje. Hij hield met moeite zijn brede grijns in en accepteerde de uitnodiging. De deur sloot achter hen beiden.

17.

Joris was zenuwachtig. Hij kon er niets aan doen, dit was iets wat hij niet elke dag deed en ook niet vaak wilde doen. Een “once in a lifetime” om zo maar te zeggen, ondanks alle statistieken. Maar die das knelde wel hoor. Het was maar goed dat hij zo’n ding in het dagelijks leven niet droeg. Zijn broer maakte het nog erger door te flirten met de vriendin van Dineke. “Maarten! Kappen!” Hij had er even geen zin in. Maarten grinnikte. “Jij liever dan ik, broertje. Maar het duurt wel lang hoor.”
Joris wist het. Het zou wel door Edwin komen. Die was de laatste maanden alsmaar sentimenteler geworden tot hij voorbij het punt was dat Dineke en hij hem gezamenlijk in een kast wilden opsluiten. Maar het zou wel overgaan en deze dag zou voorbij gaan en dan was alles goed. En hij sloot even zijn ogen om tot rust te komen.
Voor hij het wist zwierde hij over de dansvloer met Dineke en deden ze alles wat erbij hoorde. Inclusief de taart en de champagne. Met zijn tweeën sneden ze de taart aan en aten ze een stukje. Dineke reikte hem een glas champagne aan.
“Joris, wil je koffie?” Vreemd, hij rook koffie. “Joris! Wakker worden! Koffie!”
Verbaasd deed hij zijn ogen open en zag Dineke die een mok koffie in haar handen had.

18.

Verdwaasd zat de schrijfster af te koelen in de wind van de ventilator. Hoezo inspiratie? Kreeg je dat dan van tropische temperaturen? Ze geeuwde en ging maar eens naar de keuken. Thee maken, misschien hielp dat.
En waarom vond ze het ook alweer leuk, verhalen schrijven? En dan ook nog dwaasheid als een verhaal in twintig delen. Ze kon Martha wel wat doen. En zichzelf ook trouwens, waarom zei ze altijd “leuk” met dit soort dingen? De ventilator gaf gelukkig iets van koelte. Ze wist nu in ieder geval alles van cliffhangers, want er waren wel heel veel afleveringen mee geëindigd. Helaas waren dat ook voor haar cliffhangers, want ze moest elke keer wel heel diep graven voor een vervolg. Les voor de volgende keer: een verhaallijn uitzetten. Volgende keer? Nee, geen volgende keer, dat was de les! En dan die tien minuten die ze erover mocht doen. Wat een lol. Tien minuten schrijven, als ze eenmaal bezig was, ja, en vervolgens de hele dag over het vervolg nadenken. Die laatste twee delen zouden wel gaan. En dat einde zat wel goed, dat had ze dagen geleden al grotendeels in elkaar gezet, maar dit 18e deel… Zuchtend schreef ze de eerste zin, zwetend en wel.

19.

Joris zat te geeuwen in de stoel bij het raam.
“Je was in slaap gevallen, en aangezien ik je niet kon tillen, heb ik je een duwtje gegeven en toen lag je en heb ik een deken over je heen gegooid. Je snurkt heel schattig.” Dineke giechelde en Joris krabbelde aan zijn kin. “Ik was moe en dacht, één drankje en dan ga ik naar huis. Nou, dat is dus niet gelukt.” Hij geeuwde weer en nam een slok koffie. Zijn kin irriteerde en hij krabbelde weer.
“Nee, stop nou, dat zag ik je gisteren ook al doen!”, zei Dineke.
“Ik kan er niets aan doen, het irriteert, er zit iets.”
Dineke boog zich voorover en keek naar zijn kin. “Er zitten een paar ingegroeide haren, die moeten eruit. Ik weet daar wel wat op.” Ze stond op, liep naar de badkamer en kwam terug met een pincet. Joris deinsde terug. “Baby! Even dapper zijn hoor.” Ze ging op de leuning van de bank zitten en bekeek zijn kin. “Ah, daar zitten ze.” Ze legde haar linkerhand op zijn wang en pakte met de pincet een haar en trok.
“Auw.” Joris keek pijnlijk.
“Kom, dat is er maar eentje, hier nog één”, en ze trok de tweede haar eruit. Nog een pijnkreet van Joris. Dineke keek naar hem en gaf hem een plagerige zoen op zijn kin. Joris keek naar haar met half gesloten ogen. Ze trok een derde haar uit zijn kin. Hij zei niets, maar wees op de plek en keek zielig. Ze gaf hem ook daar een zoen. Hij wees op zijn wang en ook daar zoende ze hem. Hij wees op zijn mond en ze aarzelde even, maar zoende hem toen op zijn mond. En hij kwam overeind, pakte haar gezicht met beide handen en kuste haar terug en duwde haar naar achteren, zodat ze met zijn tweeën op de bank rolden. Ze lachten beiden.

20. Einde

Ja ja, de schrijfster weet het. Losse eindjes. Edwin die zielig rondloopt en niet weet hoe het met zijn zus gaat. Tante Dineke hebben we ook al niet gezien vanaf het zestiende deel. Stella? Ook kwijt, vermoedelijk bezig met Edwin in toom te houden.
Maar we hebben te maken met Dineke en Joris die zich nu net van de bank los worstelen. Behoefte aan meer koffie en ontbijt. En daar staan ze dan in de keuken. Joris met een paar boterhammen, Dineke met een bak fruit en kwark. Twee koffiepads in de Senseo. Twee koffiekommen naast elkaar. En Dineke die tegen Joris zegt, “Vind je dit nou niet een fantastisch avontuur? Gewoon uitgaan, elkaar leren kennen, elkaar ontdekken? Kijken of je elkaar leuk vindt, in plaats van je te laten koppelen door twee eigenzinnige mensen die denken dat ze het beter weten?” Joris likte zijn beboterde vingers af, grinnikte en knikte instemmend.

En ze leefden nog lang en gelukkig? Welnee, het is geen sprookje. Dit is de 21ste eeuw, een meisje ontmoet een jongen, hij draagt haar naar haar slaapkamer als ze iets te veel heeft gedronken. Haar tante en haar broer willen haar koppelen. Maar voor de rest is het net een relatie. Ze gaan uit, ze verschillen van mening. Hij vindt romantische films vreselijk, zij vindt het heerlijk een knokfilm met hem te kijken. Hij vindt koken vreselijk en wil de was wel doen. Zij vindt koken leuk. Wie weet, gaan ze samenwonen, en misschien ook wel niet. Vinden ze het leuk waarmee ze bezig zijn, maar is het het net niet. De toekomst zal het leren.

Wat is dit?

Een verhaal in 20 dagen schrijven is opgezet door Martha Pelkman. Zij schrijft haar #twentydaystory op haar Facebookpagina, en later verschijnt het op haar blog. De eerste tien afleveringen kan je hier lezen.
Over Dineke heb ik al eerder geschreven, namelijk in het Kerstverhaal dat op 25 december 2018 is gepubliceerd.
Ik schrijf ook een bijlage over het schrijfproces van dit verhaal.
De foto: Jonny Lindner from Pixabay
De tweede foto: nihan güzel daştan from Pixabay