Blogkerstmis: verzamelblog voor de kerstverhalen

Het is een traditie voor me: het schrijven van een kerstverhaal. De laatste jaren met een onderwerp dat door Martha werd aangeleverd, maar dit jaar stopte ze ermee. Ik heb het overgenomen en ben begonnen met thema’s te verzinnen. Hieronder vind je de kerstverhalen met een korte omschrijving en een link naar het verhaal.

kerst
Afbeelding van Couleur via Pixabay

Alle kerstverhalen

  • Het elfje dat van kou houdt. Een verhaal van Cindy. Haar verhaal gaat over het elfje Gibby dat bij de kerstman op de Noordpool gaat werken. Maar haar eerste ervaringen in de werkplaats zijn niet geweldig.
  • Mars kerst. Mijn eigen verhaal over Pippa die met haar familie in 2221 naar Mars vertrekt, ze gaan de planeet koloniseren. Pippa wil blijven slapen tot ze op Mars aankomen, maar dat gaat niet door, want haar moeder wil kerst vieren met zijn allen.
  • Nu even niet – een kerstverhaal. Hendrik-Jan schrijft over een kerstelfje, maar wel met een eigenwijze twist eraan.

Kerstverhalen

Het zijn dit jaar drie kerstverhalen geworden, twee schrijvers hebben hetzelfde thema gekozen, maar zijn op heel verschillende verhalen uitgekomen. Dat is natuurlijk erg leuk. Veel leesplezier met deze verhalen.

Voor mijn andere kerstverhalen, kijk in het archief op de tag “kerstverhaal”.

Mars kerst – kerstverhaal 2021

Pippa

Pippa zweefde met haar ogen dicht door de gewichtloze ruimte, alleen door een koord verbonden aan het controlecentrum op de bodem. Haar lange haar met blauwgeverfde lokken zweefde om haar heen. Ze liet de muziek – twintigste-eeuwse musicalmuziek – random spelen op haar koptelefoon. Oliver Twist registreerde haar brein nu. Het gevoel van de gewichtloze ruimte was beter dan de kunstmatige zwaartekracht in het ruimteschip. Ze zuchtte en liet zich ondersteboven trekken door het koord. De muziek werd afgebroken en ze hoorde een stem in haar koptelefoon. “Pippa, liefje, kom je beneden?” Haar moeder. Crisis. Ze antwoordde niet en bleef doorzweven. Helaas, ze voelde dat het koord aan haar jumpsuit aangespannen werd en dat ze naar beneden werd getrokken. Ze hoorde nu ook een andere stem, “Emma, niet trekken, we kunnen het koord automatisch laten intrekken.” Even later lag ze op het plateau, de handen van haar moeder verwijderden haar koptelefoon. Ze keek boos naar haar moeder, ze wilde gewoon met rust gelaten worden.

“Pippa, schat. We moeten nog zoveel voorbereiden voor we kerst kunnen vieren. Je moet echt even komen helpen.”

“Wie zegt dat ik iets met kerst wil?” Ze stond op met de bedoeling weer van het plateau te stappen, de gewichtloze ruimte in. Haar moeder koppelde het koord los. “Mam! We zouden blijven slapen tot we op Mars zijn. Dat duurt nog drie maanden! Waarom liet je ons wakker maken!”

Haar moeder keek haar met een ernstige blik aan. “Omdat ik het nodig vind dat we met zijn allen kerst vieren. Je vader en je broer vinden het niet erg dat ze wakker zijn gemaakt, want dan kunnen ze werken. Maar die ga ik uit hun laboratorium wegtrekken. Want zij denken dat wij alle voorbereidingen gaan doen. Ze mogen helpen.”

Pippa trok een gezicht. Haar vader en haar broer Theo waren allebei biologen, voedingsdeskundigen, en als ze wakker waren, totale workaholics. Geen wonder dat die het niet erg vonden.

“Misschien is het wel leuk, kerst vieren.”

Pippa keek met een vernietigende blik de steward aan die het had gewaagd zijn mond open te doen. Hij bloosde. Ze liep het plateau af, de gang in. Haar moeder liep haar snel achterna.
“Kom schat, dan gaan wij naar het magazijn. Er zijn kleine kunstkerstbomen meegekomen, we kunnen er eentje uitzoeken.” Emma trok haar dochter mee.

“Mam! Geen kerst, alsjeblieft niet! Zeker niet met een domme kerstboom, met domme verlichting en domme ballen!”

Haar protest was nutteloos, want twee minuten later stonden ze voor het magazijn.

“Ik had gedacht aan zo’n kerstboom met veel gekleurde verlichting. Die vond je als baby al leuk, dan zat je bij Theo op schoot en probeerde je de lichtjes te pakken.”

Ze liet haar hoofd op de balie zakken. Haar moeder stond enthousiast tegen de steward te praten die het magazijn beheerde. De man dook het magazijn in en kwam terug met een boompje van ongeveer een meter hoog, met lichtjes erin. In een doos zat versiering.
“Dat er echt serieus ruimte wordt ingenomen door die onzin”, mopperde Pippa, “ik moest al mijn oude cd’s laten omzetten naar digitale muziek.”

“Maar je hebt die muziek nog steeds, schat”, merkte haar moeder op. Ze drukte de doos in de handen van haar dochter. Vijf minuten later waren ze in het appartement dat ze met zijn vieren deelden. Pippa’s vader en broer waren er al en ze keken niet echt blij.

“Schat”, zei haar vader tegen haar moeder, “het is wel handig dat je ons wakker hebt laten maken want dan kunnen we werken, maar kerst? Moeten we daar tijd aan verspillen?”

Haar moeder keek haar vader aan, “ja, Jacob, daar moeten we tijd aan besteden!”

Haar zoon stond al even mopperig als haar dochter naast zijn vader.

“Mam, we zijn met vreselijk belangrijk werk bezig!”

Emma keek Theo alleen maar aan. Ze liep met de boom naar een tafel in de hoek van de kamer en plaatste hem daar. Pippa was met doos en al in een stoel gezakt.

“Schatten, help even met versieren. Als het goed is zit er niet alleen versiering voor de boom in die doos, maar ook voor de kamer.” Ze deed de verlichting van de boom aan en keek vrolijk naar man en kinderen. “Kijk, dat is toch al leuk?”

ruimteschip
Afbeelding van Stefan Keller via Pixabay

Jordy

“Misschien is het wel leuk, kerst vieren. Van alle domme opmerkingen die ik kon maken, stond die wel op nummer één.”

Hij hing het laatste koord op de plek waar het hoorde. Hij had er zelf voor gekozen om wakker te blijven voor de reis naar Mars. Na de reis zou hij grotendeels op het schip blijven en dit gaf hem de gelegenheid het schip te leren kennen. En misschien ook wel leuke mensen. Pippa viel onder de leuke mensen, maar tot nu toe had hij nog geen vat op haar gekregen. Hij liep de gang in en ging naar het restaurant waar hij ongeïnteresseerd iets bestelde. Alles leek toch op elkaar. Hij ging bij een aantal andere stewards zitten die druk met elkaar aan het praten waren.

“Jordy”, riep één van hen, “nog leuke meisjes gezien?”

“Wel gezien, niets intelligents tegen ze gezegd”, dacht hij. “Nee”, zei hij tegen de steward, “er zijn maar weinig mensen wakker.”

Eén van de meisjes zei lachend, “zijn wij niet leuk?”

“Leuk, maar niet leuk leuk, sorry”, lachte de steward die erover was begonnen. De hele tafel lachte.

Een ander meisje stootte hem aan. “En dat meisje van vandaag?” Megs had Pippa ook gezien. Jordy zuchtte. Megs keek hem nadenkend aan. “Geen succes tot nu toe?” Hij schudde ontkennend zijn hoofd.

Theo

Theo stond met een sliert kerstverlichting in zijn handen en ontwarde deze. Echt niet te geloven, het was 2221, ze gingen Mars koloniseren, maar kerstverlichting raakte nog steeds in de war. Hij keek naar zijn zus die op een stoel bezig was met kerstballen. Hij wist niet of het zo’n goed plan was geweest Pippa te dwingen mee te gaan naar Mars. Zijn ouders en hij wisten wat ze konden doen, terwijl zijn zus nog druk bezig was te ontdekken wat ze nou eigenlijk wilde. Ja, ze wilde dat misselijke vriendje, dat al een andere vriendin had voor Pippa zelfs maar in quarantaine zat voor de reis. Maar misschien was het maar goed dat ze die kwijt was. Dat joch slikte de raarste dingen en Pippa had tot nu toe daar weerstand aan geboden, maar wat was er gebeurd als ze zonder familie op aarde was achtergebleven? Geen idee.

“Pipje!” riep hij, “kijk, kerstverlichting ontwarren, daar ben jij goed in!”

Ze bleef onderuitgezakt zitten.

“Kom Pippa” zei zijn moeder, “help Theo met dat ding. Hij is geniaal in biologie, maar geef hem iets praktisch als snoeren ontwarren, en dat lukt hem niet.”

Pippa keek alleen maar, ze stond op en ze liep het appartement uit.

“Pippa!” riep haar moeder. Haar vader zei “laat haar maar even. Ze moet zelf ontdekken hoe ze haar ei kwijt kan. Het is moeilijk voor haar. Ze heeft alleen ons, ze heeft nog geen vrienden gemaakt, laat haar even.”

Pippa en Jordy

Pippa liep door de gangen van het ruimteschip. Het ging mis bij een bocht, want daar liep ze met een vaartje tegen de steward aan die haar had geholpen in de gewichtloze kamer.

“Sukkel!” riep ze boos, “kan je niet uitkijken?”

“Kan jij niet uitkijken? Jij komt met een vaart de bocht door.”

Jordy raapte zijn muziekbox op, pakte de andere box die op de grond lag en gaf hem aan haar. “Voor jouw informatie, er hangen overal borden dat je niet moet rennen.”

Pippa zette boos haar koptelefoon op, zette haar muziek aan en liep weg. Tien meter verderop stopte ze en keek ze om. Ze kende de muziek op haar koptelefoon niet. Wel een musical, maar niet eentje die tussen haar muziek zat. Ze liep achter Jordy aan en trok aan de mouw van zijn jumpsuit. “Wat?” snauwde Jordy. Pippa haalde haar koptelefoon van de muziekbox af en ze hoorden nu beiden de muziek. “Dat is Scrooge”, zei Jordy, “dat moet ik iedereen uitleggen, dat is een musical uit de twintigste eeuw. Een kerstmusical.” En toen realiseerde hij het zich. “Je hebt mijn box!”

Tien minuten later zaten ze met zijn tweeën in het verlaten restaurant, waar ze de muziek op het geluidssysteem aansloten. En Jordy vertelde over de muziek, dat die al eeuwen in de familie werd gedraaid, dat ze met kerst altijd de musical vertoonden. Zijn ouders en zussen waren nu in slaap tot ze op Mars waren, dus zouden ze geen musical kijken dit jaar.
Pippa keek nadenkend. “Zou de film in de filmbibliotheek zitten?”

Jordy stond op, “dat kunnen we opzoeken.” Hij startte de bibliotheek en zocht de titel op. Ze stonden beiden naar het scherm te kijken waar de titel oplichtte. ‘Scrooge. Kerstmusical uit de twintigste eeuw. Naar A Christmas Carol van Charles Dickens.’

Jordy keek naar Pippa en Pippa keek naar Jordy. Een minuut later zaten ze met zijn tweeën voor het scherm en bekeken de beginleader.

Emma

Twee uur later vond Emma de twee in het restaurant waar de film net was afgelopen en zij druk bezig waren een scène na te spelen. Ze merkten haar niet eens op. Ze hoorde de discussie aan, “Nee, eigenlijk moet dit met drie mensen, dan kan je het pas echt doen.” “En je moet een grafkist hebben.” Die onbegrijpelijke opmerking kwam van haar dochter, die haar op dat moment ontdekte.

“Oh mam, Jordy heeft een kerstmusical op zijn box staan die ik niet ken. En hij zit ook in de filmbibliotheek! Die moeten wij ook kijken mam, hij is helemaal geweldig.”

Emma keek glimlachend naar haar dochter, dat was de Pippa die ze kende, blauwe lokken en al om haar heen dansend. Het kind was altijd dol geweest op musicals, had op aarde op de jeugdtheaterschool meegespeeld in musicals en had zelfs niet onverdienstelijk gezongen. Het enthousiasme dat ze had verloren met het mislukte vriendje, bruiste er weer vanaf. Jordy kwam dichterbij en ze herkende hem.

“Wat voor musical hebben we het over, Jordy?”, vroeg ze vriendelijk.

“Scrooge, Emma, naar A Christmas Carol, het is al generaties lang in mijn familie een traditie hem te bekijken met kerst.”

“Mam!”, Pippa’s haren bewogen enthousiast heen en weer, “kunnen wij hem ook niet kijken? En kan Jordy dan ook komen? Zijn ouders en zussen zijn nog in slaap!”

De blik van haar moeder verwonderde Pippa. “Mam?”

“Als Jordy dat ook leuk vindt, lijkt het me een prima idee. Je bent wel gewaarschuwd Jordy, mijn man en zoon zijn voedingsdeskundigen en willen iets nieuws op ons uitproberen.”

Jordy grijnsde, “alles beter dan het spul hier in het restaurant, alles smaakt naar rubber.”

“Ja”, lachte Emma, “dat moeten ze nog verbeteren.”

Jordy’s horloge gaf een alarm. “Oh, dat is het teken dat ze me in het magazijn willen, ik heb daar dienst.”

“Tot morgen, Jordy, om zes uur gaan we eten. Kom wat eerder, dan kun je kennis maken met mijn man en mijn zoon.” Emma gaf hem een hand.

“Dat lukt me wel”, zei hij opgeruimd. En weg was hij, rennend, ondanks alle borden die aangaven dat hij moest lopen.

Jacob

Jacob keek peinzend naar zijn dochter die met haar broer bezig was kerstverlichting door het hele appartement aan te brengen. Ze was vrolijk en plaagde Theo, die het kalmpjes accepteerde.

“Kom schat”, spoorde zijn vrouw hem aan.

“Was het zo eenvoudig?, zei hij tegen Emma.

Ze keek hem niet begrijpend aan.

“Pipje huilt, Pipje lacht?”

“Pipje moet zich nuttig voelen, en moet vrienden krijgen waarmee ze iets kan opbouwen. Dat is één van de redenen dat ik jullie wakker heb laten maken. Dát moet Pippa beseffen. En dat ze meer is dan wat dat vriendje van haar maakte.”

De deurgong ging en Pippa rende naar de deur toe. Jordy stond voor de deur. Enthousiast babbelend trok Pippa Jordy mee en stelde hem voor aan haar vader en broer. Vervolgens trok ze hem mee naar de console van de filmbibliotheek.

“Onze amusementsleiders”, grijnsde Theo. Pippa keek hem verbaasd aan. “Ja zus, je kent veel oude muziek en oude films en je hebt nu blijkbaar een medenerd gevonden. Amusementsleiders!”

Jordy grijnsde, die was het er wel mee eens. Pippa keek nadenkend. “Als zoiets bestaat, waarom niet.”

“Zus, we gaan naar een nieuwe wereld. Als het nog niet bestaat, vind je het gewoon uit.”

“Ja hé? Dan kunnen we mensen ook dingen leren, zoals dansjes met drie mensen op een doodkist.” Jordy en Pippa keken beiden naar Theo die benauwd begon te kijken. Als zijn zus hem ergens mee op de kast kon krijgen, was het wel met dansen.

Emma en Jacob keken vanaf de zijlijn naar de anderen.

“Zie je schat? Nuttig.”

Jacob lachte luid.

Voor mijn andere kerstverhalen, kijk in het archief op de tag “kerstverhaal”.

Prinses: #WOT deel 49, 2021

“Moet het echt? Ik had me er zo op verheugd om gewoon even niets te doen.”

Ze stond te stampvoeten. Haar hondje sprong enthousiast blaffend om haar heen. Haar moeder stond te wachten tot dochterlief weer rustig werd. Dat gebeurde na een paar minuten.

“Ik heb hier zo ontzettend geen zin in. Ik hoopte zo dat dit kon wachten tot na mijn studie. Voorlopig weet ik niet eens wat ik wil studeren, dus dat had nog even kunnen duren.”

Ze jammerde gewoon door.

“Kind, je zeurt”, zei haar moeder. “Serieus, dit hebben we al verteld bij dat gesprek twee jaar geleden toen je wilde weten wat je te wachten stond. Er zijn van die dingen die nu eenmaal moeten gebeuren.”

“Papa steunt me wel! Hij had er ook helemaal geen zin in!”

Haar vader kwam ondertussen de kamer binnen lopen, nieuwsgierig geworden door het lawaai.

“Pap! Help me! Ik wil niet officieel doen! Ik krijg ook geen vergoeding omdat ik die zonodig terug moest geven, dus ik wil ook geen officiële verplichtingen!

Haar vader trok een wenkbrauw op. “Waar hebben we het over?” zei hij tegen zijn vrouw.

“Mevrouw de prinses wil niet naar de Raad van State. Stuffy, noemt ze de raad. Verspilling van tijd. En de toespraak… Ze zegt dat ze haar oma wel plagieert, dat is wel voldoende, en dan mag iemand anders – jij bijvoorbeeld – die voorlezen.” De koningin vertelde het enigszins vermaakt aan haar man.

De koning ging naast zijn dochter zitten. “Lieverd. Er zijn van die dingen waar je niet onderuit komt, en daarom mag je onbetaald naar de Raad van State. Zie het als vrijwilligerswerk. Kennismaken met de Raad waar echt wel blitse mensen werken, je eerste toespraak. Geloof me, oefenen is goed voor toespraken. Hoe meer je er doet, hoe beter het gaat.”

Ze keek met een schuin oog naar haar vader die na jaren toespraken nog steeds niet echt vlot was met zijn toespraken. En ze voelde haar opstandige bui wegzakken. Kreunend kwam ze overeind.

“Okee, heeft iemand dat ding al geschreven?”

“Iemand heeft je oma geplagieerd”, zei haar vader, “en je mag ook een grapje maken.”

Ze stak een tong uit naar het grijnzende gezicht van haar vader, wat haar een berisping van haar moeder opleverde.

“Amalia, dat heb ik je al meerdere keren gezegd, dat wil ik niet.”

Amalia trok zich er niets van aan, joelde en maakte een rondedansje met de koningin die allang blij was dat de boze bui van haar dochter was weggetrokken

Het #WOT woord van deze week is

Prinses = 1) Adellijke titel 2) Dochter van een koning 3) Dochter van een vorst 4) Koningsdochter 5) Sprookjesfiguur 6) Vorstenkind

Afbeelding van amypointer via Pixabay

Prinses

Onze kroonprinses Amalia is deze week 18 jaar geworden. Met die prille leeftijd is ze volgens de grondwet oud genoeg om koningin te worden. Griezels! Ik zou er persoonlijk niet aan moeten denken. Toen ik achttien was, wist ik net wat ik wilde worden en ging ik naar Den Haag om daar aan de Bibliotheek- en Documentatie Academie te studeren. Ik werk nu al jaren in de bibliotheekwereld. Geloof me, stukken beter dan koningin moeten worden omdat je wieg toevallig in een paleis stond. Wat dat betreft is dat koningshuis romantisch, maar wel archaïsch.

Schrijf je mee?

En jij? Hoe is het met je innerlijke prinses? Of ben je lid van het Republikeins Genootschap? Laat het me weten en laat een reactie achter.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Irene een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. Dit woord kun je hier vinden.

Verhaal: #WOT deel 27

Het is eigenlijk een verhaal, elke week weer. Dat #WOT woord kan op verschillende manieren ingevuld worden. Toen ik het woord nog niet verzon, heb ik zelfs wel met korte verhalen geantwoord. Ik heb bijvoorbeeld met veel plezier over president Trump en zijn covfefe geschreven. Niets leukers dan je fantasie los laten gaan.

Het #WOT woord van deze week is:

Verhaal = 1) Betoog 2) Fabel 3) Feuilleton 4) Folklore 5) Geschiedenis 6) Kroniek 7) Lang verslag 8) Legende 9) Letterkundig werk 10) Literair genre

Verhaal

Van een verhaal is het een kleine stap naar een boek, zou je zeggen. Dat dacht ik vorig jaar november ook met #NaNoWriMo, de National Novel Writing Month. De waarheid? Ik liep vast. Ik wil weer op gang komen, maar helaas gaat dat niet zomaar. Hoe je trek je een verhaal los, waar je geen idee meer bij hebt? Dat is dus de vraag. En meer ook, hoe zet je er weer energie in voor jezelf? Want dat is ook een beetje het eieren eten. Ik ben zo druk bezig met werk, blog, haken, lezen en wat ik maar voor afleiding kan verzinnen, dat het schrijven er bij in schiet. Hoe zorg je ervoor dat je boek niet afkomt? Leid jezelf af. En dat terwijl ik er toch echt wel plezier in had. Een boek over Dineke en Joris in coronatijd. Het tweetal waar ik al meerdere verhalen over heb geschreven. Wie heeft de ultieme tip om dit verhaal tot een einde te brengen?

Schrijf je mee?

En jij? Heb je je eigen verhaal? Ga je hier een heel ander verhaal van maken? Laat me horen wat je ervan vindt en laat een reactie achter.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Irene een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. Dit woord kun je hier vinden.

Een dialoog voor toneel schrijven

Ik had deze week een schrijfworkshop van Eveline Broekhuizen. Twee uur aan de hand van opdrachten lekker schrijven. Ik vond het heerlijk, ik kom er eigenlijk gewoon niet aan toe, en dit was een mooie stok achter de deur. Eén opdracht waar ik me echt mee heb geamuseerd is een dialoog schrijven. Neem een zin die je in je omgeving (lees bureau) kan lezen en schrijf daar iets over. Mijn zin stond op een kaartje waarop een spinnetje was geplakt: ‘In de theaterwereld geven acteurs elkaar vaak een toi toi-tje in de vorm van een voorwerpje gerelateerd aan het stuk.’ In 2015 gekregen van Theatergroep ’t Kofschip, bij het bezoek van de voorstelling ‘Amateurs’ van Wannie de Wijn.

Dialoog

Hij: “Een spin als toi toi toi? Waarom een spin?”
Zij: “Omdat er een spin in het stuk voorkomt.”
Hij: “Welnee, wat een onzin! Waar is die spin dan?”
Zij: (zuchtend) “Er wordt een spinnetje doodgetrapt ergens in het tweede bedrijf.”
Hij: “Ik ben die spin nog nergens tegengekomen.”
Zij: “Dat komt omdat jij het tekstboek nog nauwelijks open hebt gehad.”
Hij: “Hoezo heb ik het boek niet opengehad? Ik ken het grootste gedeelte van mijn tekst al en ik ben nergens een spin tegengekomen.”
Zij: “Ik moet je driekwart van de tijd souffleren. En die spin zit in het tweede bedrijf en daar zou je toch van moeten weten.”
Hij: “Oh, maar dan hebben het over de mise-en-scène en daar is Frans nog steeds niet aan toegekomen. Ik vind die spin onzin.”
Zij: “Het is geen onzin.”
Hij: “Het is wel onzin. Ik ken mijn tekst! Er komt geen spin in voor!”
Zij: “Kijk, en dan loop ik voor op jou. Want omdat ik van jou zonodig moest gaan souffleren heb ik het hele stuk al tien keer gelezen en heb ik die spin al tien keer voorbij zien komen. En dat is tien keer meer dan jij, want jij bent nog niet eens door het eerste bedrijf heen.”
Hij: “Dat is ook onzin! Ik heb één zin in het eerste bedrijf!”
Zij: “Dat bedoel ik!”
Hij: “Wat bedoel je?”
Zij: “Dat ik me als een idioot uitsloof om dit stuk tot een goed einde te brengen en dat meneer de toneelspeler nog steeds in de flow moet komen! Over zes weken is de voorstelling!”
Hij: “Ik ken mijn tekst! Frans moet de mise-en-scène gaan zetten!”
Zij: “Begin niet over Frans en de mise-en-scène die hij allang heeft gezet en jij weer bent vergeten omdat je niets opschrijft! Je moet je tekst gaan leren! We staan volledig voor paal als je niet wat meer je best gaat doen.”
Hij: “We hebben nog nooit voor paal gestaan en dat gaat nu ook niet gebeuren! Ik doe dit langer dan jij hoor!”
Zij: “Ja, en dit is de laatste keer dat ik dit doe, want ik word er helemaal gek van. Laat mij maar lekker series bingen op jouw repetitieavond in plaats van ‘gezellig samen iets doen’.”
Hij: “Het is toch leuk om iets samen te doen. Dat doen we veel te weinig!”
Zij: “Ja, gezellig iets samen doen, net zoals de afwas elke avond? Dat jij ineens dringend moet bellen of naar de buurman moet? Het heeft een week geduurd voordat jij doorhad dat er een afwasmachine was geïnstalleerd.”
Hij: “Nou beginnen we over de afwas?”
Zij: “Ja, we beginnen over de afwas, omdat jij zonodig iets gezellig samen wilt doen en ik geen Siamese tweeling met je wil zijn. Ga alsjeblieft de toneelspeler uithangen zonder mij. Ik vind dat souffleren toch helemaal niets. Dat gezeik elke keer van iedereen, dat ik te snel ben met souffleren. Iedereen is te langzaam met tekst leren. Ga vanavond maar alleen. Ik heb er even geen zin in.”
Hij: “Ja maar lieve schat, wat moeten we zonder jou?”
Zij: (kijkt alleen maar)
Hij: (trekt een pruillip)
Zij: (vloekt en draait zich om)
Hij: (doet zijn armen om haar heen en kust haar in haar nek)
(Heel lange pauze)
Hij: Okee. Die toi toi toi. Daar moeten we nog wat mee. Waar komt die spin voor? Laat het even zien in de tekst. Ik kan wel een tekstje verzinnen voor het kaartje. Het is toch Jiddisch van oorsprong? Ik zoek wel even op internet.
Zij: (overhandigt hem zwijgend een kaartje)

20210219s_dialoog

Hoe vind ik dit?

Ik heb tot nu toe altijd verhalen geschreven. Dit is de eerste dialoog. De eerste versie van deze dialoog schreef ik bij de workshop en ik deed er tien minuten over. De tweede versie die je hier kunt lezen duurde iets langer. Dat kwam ook omdat ik bij de workshop net niet aan het einde toe was gekomen. Daar moest ik nog iets van maken. Ik vind het wel heel leuk om te doen en voor een eerste dialoog vind ik hem heel grappig.

2020: een jaar in woorden

Een nieuw jaaroverzicht voor een jaar dat een beetje merkwaardig was, maar waarin ik veel, vooral veel heb geblogd. Hier komt het dan, mijn jaar in woorden.

Elke dag bloggen

Het was maart, we zaten met zijn allen thuis, ik was hevig aan het wennen aan het thuiswerken dat ik eigenlijk nooit gedaan had. En ik had iets nodig om me af te leiden. Eind maart kwam ik op het idee, en op 1 april startte mijn plan. Ik ging elke dag bloggen. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog. Het gaf me de gelegenheid hier redelijk serieus te blijven en te bloggen over thuiswerken, boeken, schrijven, #NaNoWriMo, minibiebs en nog veel meer. Ik heb het een half jaar volgehouden. Een half jaar waarin ik meestal met heel veel plezier aan het bloggen was, maar op het laatst werd het een moetje. Toen ben ik gestopt met dagelijks bloggen met het plan nog wel regelmatig te bloggen, maar daar kwam minder van terecht. In dat halve jaar heb ik wel ontzettend leuke stukken geschreven, al zeg ik het zelf. Ik heb over thuiswerken geblogd, heb een brief aan de koning geschreven, heb geblogd over bloggen, over het songfestival, en er zijn een paar beschrijvingen van minibiebs bijgekomen.

Boeken

Ik heb best veel gelezen, want ik heb 2020 geëindigd met 136 boeken en dat is minder dan vorig jaar. Nu had ik ook best wel andere dingen te doen, want ik ben dit jaar ook druk aan het haken geweest en Netflix was ook aantrekkelijk. Kijk rustig op mijn Goodreads en voeg me toe als je me wilt volgen. Daar kun je alles vinden wat ik heb gelezen. Hier plaats ik alleen maar wat vijf sterren van heeft gekregen

  • To Be Taught, If Fortunate, Becky Chambers
  • This Body of Death (Inspector Lynley, #16), Elizabeth George
  • Careless in Red (Inspector Lynley, #15), Elizabeth George
  • What Came Before He Shot Her (Inspector Lynley, #14), Elizabeth George
  • With No One as Witness (Inspector Lynley, #13), Elizabeth George
  • A Place of Hiding (Inspector Lynley, #12), Elizabeth George
  • A Traitor to Memory (Inspector Lynley, #11), Elizabeth George
  • In Pursuit of the Proper Sinner (Inspector Lynley, #10), Elizabeth George
  • Deception on His Mind (Inspector Lynley, #9), Elizabeth George
  • In the Presence of the Enemy (Inspector Lynley, #8), Elizabeth George
  • Playing for the Ashes (Inspector Lynley, #7), Elizabeth George
  • Missing Joseph (Inspector Lynley, #6), Elizabeth George
  • For the Sake of Elena (Inspector Lynley, #5), Elizabeth George
  • A Suitable Vengeance (Inspector Lynley, #4), Elizabeth George
  • Well-Schooled in Murder (Inspector Lynley, #3), Elizabeth George
  • Payment in Blood (Inspector Lynley, #2), Elizabeth George
  • A Great Deliverance (Inspector Lynley, #1), Elizabeth George
  • On Writing: A Memoir of the Craft, Stephen King
  • The Obsession, Nora Roberts

Binge lezen

elizabeth george

In oktober kwam ik in een minibieb drie delen van de Inspector Lynley boeken van Elizabeth George tegen. Onder andere het eerste deel A Great Deliverance lag daar. Ik was instant verslaafd. Dat eerste deel heb ik meteen twee keer gelezen, ik kon niet wachten op de andere delen en heb vanaf oktober weinig anders meer gelezen. Het enige nadeel van die boeken is dat ze alsmaar dikker worden en uitnodigen tot diep in de nacht blijven lezen. Het tweede deel, Payment in Blood, over de moord op een toneelschrijfster, kon zelfs in mijn serie Theater in romans. Al die delen hebben vijf sterren van me gekregen op Goodreads.

Dit jaar in mijn collectie gekomen: de complete Euro-5 serie. Een jeugdboekenserie die zich grotendeels in een ruimteschip afspeelt. De bemanning van de Euro-5 beleeft spannende avonturen. In het verleden een aantal van gelezen, maar nooit de complete serie. Er bleek zelfs een serie voor de nieuwe Euro-5 te zijn, die ik nog nooit had gelezen. Het was binge-lezen en genieten.

andy mcdermott

Er was dit jaar nog zo’n serie die uitnodigde tot binge lezen, namelijk Nina Wilde en Eddie Chase, van Andy McDermott. De archeologe en ex-SAS soldaat beleven vijftien avonturen met elkaar, trouwen ook nog en krijgen een dochter. In de echte bieb gevonden ditmaal. Best wel spannend en soms zelfs wel wat gewelddadig.

Write on Thursday – #WOT

Al jaren schrijf ik af en toe mee met de #WOT, Martha schreef elke donderdag een stukje waarover anderen dan konden schrijven. Begin dit jaar stopte ze ermee en toen nam Irene het over. In april stopte ze ermee, haar hoofd zat iets te vol met corona-gerelateerde volheid. Het eerste woord was overdracht. Ik ben er elke week in geslaagd een woord te produceren en hoop dit in 2021 voort te zetten.

Verhalen en boeken schrijven

Ik heb dit jaar niet alleen verhalen geschreven, maar heb ook meegedaan aan #NaNoWriMo en ben begonnen aan een boek. De eerste tienduizend woorden staan op papier. Maar dat is een project wat nog wel even gaat duren, want het is nog lang geen boek en nog lang niet gepubliceerd. Wat ik wel heb gepubliceerd zijn verhalen. In januari en februari heb ik de schrijfprompt van Martha gebruikt en twee verhalen geschreven. Tijdens mijn dagelijkse bloggen ben ik gestart aan een #twentydaystory, maar dat is aan het eind van het jaar een #tendaystory geworden. Op de een of andere manier lukte het niet elke dag iets te schrijven. Natuurlijk heb ik weer een kerstverhaal geschreven, en dat is eerst op de site van Martha gepubliceerd maar staat nu op mijn eigen site. Een spannend verhaal over een adventskalender.

Cijfers

Voor één ding is dagelijks bloggen goed: de statistieken. Een gemiddelde van zo’n vijftien berichten per maand en dat zeven maanden lang, het leverde 132 berichten op, ik zit dik over de 500 berichten. Het gaat nu wat kalmer want de laatste twee maanden heb ik vrijwel alleen de #WOT gedaan. Het duizendste bericht (beide blogs bij elkaar) wacht dus nog even, maar dat gaat zeker dit jaar gebeuren en dat na zeventien jaar bloggen.

Het hoeveelste jaaroverzicht is dit? Ik heb begin 2020 een overzicht voor 2019 en 2018 gemaakt, 2017 kan ik ook vinden, ik heb een overzicht van 2016 gemaakt. Dat overzicht van 2015 is ook te vinden, maar dat is het eerste geweest. Op mijn andere site zijn ook jaaroverzichten te vinden.

De adventskalender

Het was tien uur voordat Vincent wakker werd en half elf voordat hij de moed had de douche te zoeken en daar een kwartier onder te blijven staan. Rond elf uur stond hij eindelijk beneden in de keuken. Bij de koffiekan lag een briefje van Jan, “De koffie is gezet om half negen, kijk of het nog lekker is. Ik ben naar het dorp, boodschappen doen. Als je naar buiten gaat, ga niet te ver weg. Je kan best wel verdwalen hier. Heb ik minstens drie keer gedaan toen ik klein was.”

Hij schonk de koffie in die nog acceptabel was en deed de keukendeur open. Het was fris buiten. Hij voelde zich in ieder geval beter nu. Gelukkig had Jan zijn luchtziekte al een keer eerder meegemaakt en had hem gewoon meegesleept en in de auto gezet. In het huis aangekomen had Jan hem in zijn bed geholpen. Hij ging op de bank op de veranda zitten en keek om zich heen. Hier en daar lag sneeuw, Jan had hem verteld dat ze goede kans op een witte Kerst hadden zo hoog in het noorden van Finland. Hij besloot te kijken of er iets te eten was en daarna een wandeling in de omgeving te maken. Dit huis van de familie Nurmi was het enige in de wijde omgeving. De naaste buren woonden vijftien kilometer verderop.

Hij liep de keuken weer in en trok de deur achter zich dicht. Een verkenningstocht in de grote koelkast leerde hem dat er wel degelijk wat te eten was. Tien minuten later liep hij met een nieuwe koffie en een bord met sandwiches de woonkamer binnen die naast de keuken lag. Het was een lange kamer van zeker tien meter die de hele lengte van het huis besloeg. Hij zette zijn bord en de koffie op tafel en keek nieuwsgierig in de kamer die naast de woonkamer lag. Het was een studeerkamer met een bureau en boekenkasten langs de muren. De titels waren overwegend Fins zag hij, maar er was ook een kast met Nederlandse en Engelse titels. Die waren vast door Jans familie hier terecht gekomen. Jans moeder sprak Fins, maar de taal lezen vond ze moeilijk.

Toen hij de studeerkamer weer uitliep zag hij de adventskalender op de muur tegenover de deur. Een groot ding in de vorm van een houten huis dat aan de muur hing. De nummers op de luikjes waren erin gebrand. Nadenkend voelde hij aan een donkere streep die over het luikje van nummer 14 liep, het luikje onder nummer 19. De eerste 23 nummers waren kleine luikjes, nummer 24 was een groter luik op de eerste laag, nummer 25 zat in het dak. Hij voelde aan de onderste luikjes met de laagste nummers. De eerste achttien nummers kon hij allemaal open krijgen. De ruimtes waren leeg. Hij had een onbestemd gevoel bij deze kalender. Hij zag dat het luikje van nummer 23 een beetje beschadigd was. Het was vandaag 23 december. Hij trok eraan, maar het ging niet open. Onwillekeurig liep er een rilling over zijn rug. Eten, dat ging hij eerst doen en dan ging hij wandelen. Jan had hem verteld dat de omgeving prachtig was en dat hij hier zijn hart kon ophalen met zijn natuurfotografie.

Middag

Een half uur later liep hij buiten, wandelschoenen aan, camera en statief in zijn rugzak en verse koffie in een thermosfles. In zijn handen de kaart van de omgeving die Jan had achtergelaten met aantekeningen erop. Zijn doel was de plek waar Jan bij had geschreven “prachtig uitzichtpunt over het meer”. De plek was drie kilometer verderop en goed te bereiken. Er lag niet veel sneeuw, het was duidelijk een tijd geleden dat het had gesneeuwd. Op zijn bestemming aangekomen zag hij dat Jan gelijk had. Het was een prachtig uitzichtpunt. Het meertje was deels dichtgevroren, in diverse wakken waren eenden te vinden. In de sneeuw zag hij sporen van andere dieren. Toen hij zijn camera en statief had opgezet nam hij een kop koffie en keek uit over het meertje. Twee uur later had hij een aantal dieren gespot en gefotografeerd. Onder andere een paar konijnen en een klein hertje. Voor de rest had hij de natuur gefotografeerd en geëxperimenteerd met zijn telelens. Maar nu kreeg hij het koud en zijn koffie was op. Hij keek op zijn horloge, 3:15, tijd om terug te gaan. Zolang zou het niet licht blijven zover noordelijk en verdwalen was makkelijk in het donker. Terug in het huis verbaasde hij zich over Jan die nog niet terug was.

Hij maakte thee en liep daarmee de woonkamer in, en schopte ergens tegen aan dat vervolgens door de kamer heen rolde. Hij zette zijn thee op de salontafel, ging op zijn knieën en voelde onder de tafel. Daar lag dat ding. Hij bekeek het en liet het meteen uit zijn hand vallen. Het was een klein hoofdje van hout, met overal rode verf dat natuurlijk bloed moest uitbeelden. Onwillekeurig ging zijn blik naar de adventskalender en daar stond het luikje van nummer 19 open. Aan de binnenkant was ook rode verf aangebracht. Wacht, er zat een palletje. Toen Vincent daarop drukte klonk er een naargeestig gelach door de kamer. Hij sprong van schrik de lucht in. Klere! Wat was dat! Van een afstand keek hij naar de adventskalender. De rillingen liepen hem over de rug, wat was dit voor eng ding? Hij besloot het uit zijn hoofd te zetten, dit was gewoon een geintje van Jan, die had een soort morbide humor waar hij af en toe niet tegen kon.

Hij liep resoluut de studeerkamer in, misschien stond er nog wel wat leuks te lezen. Tien minuten later kwam hij met een stapeltje Engelstalige thrillers de woonkamer weer in en begon in een Elizabeth George. Hij had ze niet allemaal en deze had hij nog niet gelezen. Hij was snel verdiept in ‘With No One as Witness’. Na een tijdje werd hij uit zijn boek gehaald door een merkwaardig geluid. Waar deed dat hem aan denken? Hij ging rechtop zitten en realiseerde het zich toen. Voor hij met Jan naar Finland was vertrokken had hij met zijn vriendin Heleen de musical ‘Scrooge’ zitten kijken en dat was het. Geluid van kettingen, kettingen die over elkaar heen gingen. Waar kwam het vandaan? De adventskalender verspreidde het geluid. Nummer 20 was open. Hij drukte op het palletje in de ruimte. Het kettingengeratel hield op. Rotding. Hij dook weer in zijn boek, maar zijn concentratie was duidelijk minder.

Avond

Rond zes uur begon hij zich echt zorgen te maken over Jan. Hij had zijn telefoon al opgezocht, maar hij had totaal geen bereik. Het was geen optie op zoek te gaan naar Jan, die had hem gezegd dat het dorp op dertig km afstand lag, dat was niet aan te lopen in het donker. Hij besloot voor zijn avondeten te gaan zorgen. Rond zeven uur stond hij zijn groentemengsel te keuren toen het knipperen van het licht in de woonkamer hem opviel. Hij liep de woonkamer in. De schemerlamp knipperde. Hij keek naar de adventskalender, nummer 21 stond open, hier zat ook weer een palletje in. Toen hij het indrukte hield het knipperen op. Hij kreeg nu de neiging de kalender van de muur te rukken. Er moest stroom naar toe gaan, dat kon niet anders, maar waar vandaan dan? En waar de f*ck bleef Jan? Geagiteerd liep hij terug naar de keuken en deed zijn eten op een bord. In de woonkamer ging hij aan de eettafel zitten met uitzicht op de kalender. Hij kon Jan wel wat doen, wat was dat ding?

Na het eten pakte hij zijn camera en laptop en begon de foto’s te bekijken die hij die dag had genomen. Tien minuten later was hij volkomen verdiept in de foto’s. Hij schreef in het Wordbestand dat hij als dagboek had en daar gooide hij alle scheldwoorden voor Jan in. Tussen de regels door klonk wel zijn ongerustheid over de afwezigheid van zijn vriend. Jan en hij waren bevriend geraakt in het eerste jaar op de universiteit, en het was niets voor hem om zo maar weg te blijven. Het voorstel om de kerst door te brengen hier in het noorden van Finland in het familiehuis van Jan had hij vanaf het eerste moment leuk gevonden. Het enige dat hij jammer vond, was dat Heleen niet mee kon, maar die had al heel lang geleden een afspraak gemaakt met haar ouders en oudtante Dina. Om negen uur spuugde hokje 22 een afgehakte hand op zijn laptop. Vloekend schoot hij overeind, Jan naar het hiernamaals en terug wensend. Toen zijn hartslag enigszins terug naar normaal was bekeek hij de hand. Weer hout en die rode verf. Het ding was echt gedetailleerd.

Hij zette de kalender uit zijn hoofd en keerde terug naar zijn dagboek. Al snel was hij weer geconcentreerd bezig tot de volgende afleiding. Hij wilde niet kijken, maar deed het wel. Met zijn vingers nog op het toetsenbord keek hij naar de deur van de studeerkamer waar licht onder de deur kwam. Zijn blik ging naar de kalender aan de andere muur, nummer 23 was open. K*tkalender. Ook in nummer 23 was een palletje. Hij drukte erop, maar het licht ging niet uit. Hij nam een besluit en duwde de deur van de studeerkamer open. De grote lamp boven het bureau was aan. Er lag een stapeltje papier op het bureau dat hij eerder niet had gezien. Op het bovenste papier stond één regel: ‘Murhaaja talossa’. Humor! Fins! Geen bereik, geen Google Translate, geen Jan, die hij onderhand naar het hiernamaals wenste, maar niet meer terug. De rest van de stapel was ook in het Fins, bladzij na bladzij Finse woorden.

24 december

Op 24 december kwam hij dankzij een slapeloze nacht pas na tien uur beneden in de keuken. Hij zette koffie en met zijn hoofd op zijn armen wachtte hij tot de koffie was doorgelopen. Met zijn koffie in zijn hand liep hij naar buiten. Sneeuw! Lelijk woord! Geen wandeling. Terug in de keuken maakte hij zijn ontbijt klaar. In de woonkamer schoof hij een stoel recht voor de adventskalender en was dus helemaal klaar voor hokje nummer 24 dat om 12 uur half open ging. Achterdochtig trok hij het verder open en deinsde achteruit. Een houten poppetje zonder hoofd met één hand was vastgemaakt aan de achterwand. De rode verf was uitgeschoten in dit hokje. Hij gaf het op en liep naar buiten. Daar stopte net een auto waar Jan uitstapte. Vincent rende op hem toe, duwde hem een berg sneeuw in en begroef hem daar.

“Vincent, lieverd!” Hij voelde handen aan zijn schouders. Hij liet zich overeind trekken. Heleen. Ze trok hem naar zich toe en kuste hem. Hij gaf zich aan haar over. Hij hoorde Jan lachen op de achtergrond. Binnen begon Jan met uitleggen. “Sorry man, ik had gisteren pech met de auto en dat duurde gewoon te lang, anders was ik gisteravond al terug gekomen. Het bereik is hier 0,0, anders had ik wel gebeld. En ik moest natuurlijk op je verrassing wachten, want Heleen kwam vandaag aan.”

Vincent was zwaar geïrriteerd. “Man! Jij niet hier! En dat duurde idioot lang! Die adventkalender, wat een f*cking eng ding is dat! Lachen, kettingen, hoofdjes, handen, what the f*ck man!”

Heleen streek haar hand over de arm van Vincent, “Rustig liefje.” Hij legde zijn hoofd in haar schoot en kwam tot rust.

Middag

Ze zaten met zijn drieën in de woonkamer en keken naar de kalender. Jan vertelde over zijn grootvader, een thrillerschrijver die enorm populair was in Finland. Zijn uitgever had hem de kalender als cadeau gegeven bij de vijfentwintigste thriller. Jan vertelde over zijn jeugdjaren waarin hij elk uur enthousiast naar de hokjes keek die iets uitspuugden. De hokjes moesten met de hand gevuld worden, dus het was elke keer een verrassing wat wanneer tevoorschijn kwam.

“Je mag me nog één ding uitleggen”, zei hij naar Jan kijkend.

“En dat is?”

“Die stapel papier met ‘Murhaaja’ whatever op de eerste pagina? Wie heeft dat in de studeerkamer gelegd? Die stapel was er namelijk niet de eerste keer dat ik in die kamer kwam.”

Jan keek Vincent nadenkend aan. “Mijn tante heeft dit allemaal voorbereid, maar ze gaat echt niet ergens zitten rillen tot ze een stapel papier kan neerleggen, man. Dus waar heb je het over?”

Ze draaiden alle drie naar de deur van de studeerkamer en voelden een koude vlaag over zich heen gaan.

Dit kerstverhaal is gepubliceerd op de site van Martha Pelkman op 25 december 2020. Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.

#tendaystory in bewerking

Op 1 april begon ik met dagelijks bloggen, puur voor de lol en mijn eigen concentratie. Ik begon ook met een #twentydaystory net als in 2019. Alleen maakte ik een klein foutje. Ik vond het namelijk niet nodig op twintig achtereenvolgende dagen afleveringen te publiceren en daarmee heb ik mijn hoofdpersoon Maaike lang laten bungelen. Op 12 en 13 april publiceerde ik twee afleveringen, vervolgens haalde ik het uit mijn eigen dagelijkse cyclus van bloggen en kwam er niets meer van. Arme Maaike moest tot 19 september wachten tot ik eindelijk weer wat verzon voor haar. Dat moet beter worden.

Wordingsproces

Vorig jaar gedaan, en dit jaar wilde ik dat ook weer doen. Een blog over het wordingsproces van het verhaal waarmee ik eigenlijk vooral lessen voor mezelf wilde formuleren. Als je twintig dagen met een verhaal bezig bent, leer je wel wat goed of fout is. De eerste fout is al genoteerd. Beterschap is beloofd. Ik ga mijn best doen, ook met dit stuk. Eén van de fouten van vorig jaar hoop ik te voorkomen met de verhaallijn die ik al deels heb.

Goede voornemens

Het zou zo mooi kunnen zijn als je voornemens ook uitvoerde. Het verhaal van Maaike in twintig afleveringen had al afgerond kunnen zijn als ik tenminste in september had doorgezet. Maar nee. Ik heb zojuist (8 oktober) een nieuwe aflevering gepubliceerd en heb me ernstig voorgenomen het nu door te zetten en elke dag een aflevering te publiceren. Tot morgen dus.

Nog meer goede voornemens

Tot morgen was leuk, maar is niet gelukt. Nou wilde ik heel graag dit verhaal af krijgen voor het eind van oktober, maar dat wordt zeker anderhalve week in november nog doorploeteren en dubbelen. Vanaf 1 november ga ik meedoen aan #nanowrimo, National Novel Writing Month. Daar zou een boek uit moeten komen, tenminste, dat ga ik proberen. Ik heb me heel oktober al voorbereid. Het wordt leuk, want dat wordt dus de #twentydaystory, dagelijks bloggen en het boek.

#tendaystory

Het is eind december, ik heb net mijn kerstverhaal gepubliceerd en ik zit nadenkend naar mijn #twentydaystory te kijken. Ik wilde dat verhaal afhebben voor het eind van december en dat gaat dus gewoon niet lukken als ik op 26 december 9 afleveringen heb gepubliceerd. Ik heb dus een beslissing gemaakt, het wordt een #tendaystory. Met een beetje geluk heb ik morgen genoeg inspiratie voor het laatste deel.

De moraal van het verhaal

Bezint eer ge begint. Het was misschien niet zo handig dit te beginnen in een periode dat ik druk was met dagelijks bloggen, thuis werken, jongleren met buiten sporten, een beetje op mezelf letten en van alles en nog wat. Volgende keer – als die er komt – ga ik gewoon weer mee op een opdracht, in mijn eentje was het blijkbaar teveel. Het is uiteindelijk een aaneenschakeling van goede voornemens en te weinig discipline geworden, waardoor het verhaal uiteindelijk op 30 december is afgerond. Maaike blijft in portefeuille, dat heb ik haar beloofd.

Waar vind je alles?

Hier vind je mijn 2020 editie van de #tendaystory. Mijn eerdere #twentydaystory vind je hier. De bijlage over het schrijven van dat verhaal vind je hier. Wil je meer verhalen lezen? Dat kan hoor want elk verhaal heeft de tag ‘eigen verhalen’ gekregen. Veel leesplezier.

Hoe warm het was

Dineke tikte tegen de thermostaat, 29,5 graden, dat kon niet kloppen. De gordijnen waren dicht geweest, de ventilator stond constant te draaien, waar kwam dat vandaan?
‘Dat is warm’, zei Joris achter haar. Hij wilde haar omhelzen, maar kwam ervan terug toen hij aan haar bleef plakken. Ze keek pijnlijk, haar armen waren verbrand en voelden in het geheel niet lekker aan.
‘Zal ik nog maar een keer smeren?’ zei Joris. ‘Het moet vet blijven, dat is beter voor je huid.’
‘Ja, doe maar’, zei ze.
Ze had ’s nachts nauwelijks geslapen vanwege die verbrande huid. En nu moest ze nog werken, wat ook niet alles was. Maar er waren een paar dingen die af moesten en tien minuten zat ze, ingesmeerd en wel achter haar laptop. Joris ging weg, zijn baas had vanmiddag uitgekozen voor een afspraak op het kantoor met airconditioning. Timing noemden ze dat. Ze legde de handdoek op het bureaublad en begon met haar werk.

zon

Avond

Tegen half zes was Joris weer terug en was zij net klaar. Hij stond bij de thermostaat met ongeloof op zijn gezicht, 31 graden was het inmiddels. Het zweet stond op haar rug, en ze kroop tegen hem aan in de hoop nog wat airconditioned lijf mee te kunnen pikken. Helaas, hij was al weer opgewarmd. Ze keken elkaar aan.
‘Wat doen we?, zei Joris, ‘naar het strand in de hoop dat het daar te harden is? Of blijven we hier en hopen we door heel stil te zitten, het te kunnen negeren?’
Ze geeuwde. ‘Gewoon hier blijven en iets koels te eten klaarmaken. We hebben nog watermeloen, iets van een salade is prima.’
Na het eten zaten ze met zijn tweeën op het balkon. Het werd wat koeler, er kwam een windje bij. Hij zat naar de vogels in de grote boom te kijken, zij zat met een boek op haar schoot. Ze gooide het met een klap op het krukje naast haar.
‘Boeit niet?, vroeg Joris.
‘Nee, boeit niet, gaat over een gezapig huisgezin en dat zie ik hier al, dus daar hoef ik niet over te lezen.’
Hij grinnikte. ‘Het is snel gegaan. Drie maanden samenwonen en we zijn al gezapig.’
‘Wil je dat?’ Hij grinnikte weer. ‘Vraag me dat morgen nog eens als het wat koeler is. Dan krijg ik wel energie om minder gezapig te zijn. Ze keek om zich heen, zoekend naar iets dat ze kon gooien. Joris was haar voor, hij had de wasmand naast zich en gooide een handdoek naar haar. ‘Opvouwen mens, gewoon doen wat een gezapig paar samen doet ter verstrooiing.’
Ze hoorden de buurman beneden lachen. Hij kwam onder het balkon vandaan. ‘Ik heb ook nog een was staan hoor, die kan je ook opvouwen.’
Dineke trok een gezicht, ‘zullen we dat maar niet doen?’ En ze stak haar tong naar hem uit. Hij lachte weer en ging zitten. Dineke keek Joris aan. ‘Kom maar op met die was, saaie man.’
Dollend vouwden ze de wasmand leeg. De gezapigheid trok de volgende dag weg, samen met het mooie weer.

Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.

Het gras is groen

Dineke geeuwde.
‘Nee Dineke, je hebt niet de aandacht erbij. Zorg ervoor dat je aandacht op je innerlijk gericht is. Nu denk je aan andere dingen, daarom geeuw je.’ De stem van de mindfulness instructrice was wat nasaal, en Dineke kon er niet tegen. Ze kon ook niet tegen deze mindful sessies, maar helaas waren ze verplicht. Haar baas had bedacht dat in deze coronatijd ze wel wat extra aandacht voor het innerlijk verdienden. Het enige wat ze op het ogenblik deed was nadenken of mindful nou met één of twee l-len was. Dat moest ze later maar opzoeken. Nu dacht ze aan het gras dat kriebelde, want ze was natuurlijk vergeten haar yogamat of een badhanddoek mee te nemen zoals de instructrice had gevraagd. Ze keek voorzichtig door een kiertje van haar ogen naar de anderen. Die zaten allemaal keurig op anderhalve meter afstand in meditatiehouding. Haar rug deed pijn, als ze ergens niet tegen kon, was het wel een tijd rechtop zitten. Ze zakte in. Er stond een schaduw naast haar. De instructrice.
‘Dineke, het moet geen martelpartij worden hoor. Als je last van je rug hebt, ga dan liggen. Het gaat echt om je mindfulness. Dus als je het niet erg vindt om in het gras te liggen, doe dat vooral.’

gras

In het gras

Met een zucht zakte Dineke onderuit. Dat was beter. Ze rekte zich even helemaal uit. ‘Handen naast je lichaam, Dineke’, hoorde ze de instructrice zeggen. Zij liep door naar een collega. Dineke deed haar ogen dicht. Ze voelde het gras kriebelen. Het rook fijn, vers gemaaid gras. Het zag even groen voor haar ogen. Ze was moe, het was de afgelopen weken best wel druk geweest en ze had veel werk verzet. Daar kwam bij dat ze heel erg moest wennen aan het thuis werken, en aan het gezelschap. Joris zat voor de quarantaine al vaak bij haar en ze hadden meteen besloten samen te gaan wonen, anders zouden ze elkaar nooit zien. Ze hoorde de instructrice aanwijzingen geven, ergens luisterde ze nog wel. Ze geeuwde weer. Boven haar hoofd vloog een hommel, ze bewoog vaag. Verder wist ze het niet meer. Ze werd pas wakker toen iemand naast haar ging liggen.
‘Wij vormen een huishouden’, hoorde ze Joris zeggen. Ze zag iets blauws naast zich.
‘Het gras is blauw. En hoog!’ Ze klonk verbaasd. Ze was ook verbaasd. Gras? Blauw?
‘Nee, gekkie, het gras is groen, jij bent een beetje blauw, was je zo moe, dat je bij zo’n interessante les mindfulness in slaap bent gevallen?’ Hij glimlachte naar haar.
Ze had haar ogen nu helemaal open en zag het nu, dat blauwe was zijn shirt en er zaten strepen op, daarom dacht ze dat het gras was. Ze ging overeind zitten.
‘Gaat het Dineke?’ De instructrice stond voor haar.
‘Ja hoor, sorry, ik ben echt in slaap gevallen’, ze lachte en beet op haar lip.
‘Geeft niet hoor, dat is ook ontspannen. Ik hoop dat je er wat aan hebt.’ De instructrice liep weg. Joris zat grinnikend naast haar.
‘Was jij nieuwsgierig? vroeg ze.
‘Ja, inderdaad. Op mijn werk schijnen ze te denken dat we er gewoon doorheen rollen, dus ik wilde eigenlijk wel weten wat je deed. Het zag er… interessant uit.’ Hij lachte nu ronduit.
Ze probeerde op te staan, maar was een beetje duizelig. Joris sprong op en trok haar overeind aan haar handen. Ze duizelde nu helemaal en hij sloeg zijn arm om haar heen en trok haar naar een bankje.
‘Zo, zitten, ik heb water bij me en die kleine eierkoeken die je zo lekker vindt. Picknick!’
Toen ze eenmaal wat had gedronken ging het weer beter.
‘Het is raar, weet je’, zei ze tegen Joris, ‘ik lag daar en alles was groen. Ik deed mijn ogen dicht, groen. En toen dacht ik dat ik mijn ogen open deed en… groen. Nog steeds. Het was alsmaar groen. Tijdens die hele mindfulness. Het gras kriebelde, ik wilde dat woord opzoeken om te kijken hoeveel l-len erin zitten, het was allemaal gewoon groen en het gras groeide ook alsmaar door en werd steeds hoger.’
Joris keek haar peinzend aan en nam een grote hap van zijn eierkoek.
‘En toen zag ik jou en dacht ik echt dat het gras blauw was geworden.’
Hij nam nog een hap. ‘Mindfulness is niets voor jou, hé?’
Ze keek hem een beetje suf aan. ‘Nee, ik geloof het niet, yoga vind ik lekker, maar dit? En dan ook mediteren. Ik kreeg last van mijn rug, daar kon ik alleen maar aan denken. En dat gras dat alsmaar groeide, ik kreeg echt de indruk dat ik helemaal in het gras verdwenen was.’
‘Open’, zei hij. Ze opende gehoorzaam haar mond en hij duwde de eierkoek erin.
‘Zo, niet groen, en vanavond krijg je geen groene groente, want je hebt teveel groen gehad vandaag.’
Ze giechelde en hij kuste haar op haar voorhoofd en maakte van de gelegenheid gebruik een hap uit haar eierkoek te nemen. Ze duwde hem weg, ‘Nee, blijf er af, die is van mij, neem er zelf maar één!’
Hij hield het lege zakje omhoog. Ze keken er allebei naar en begonnen te lachen.
‘Op het boodschappenlijstje!’
Hij grijnsde, ‘deze? Of wil je groene?’
Ze stond op en liep naar haar fiets, die van Joris stond er naast. Ze keek om.
‘Groene. Gekkie. Gras is groen, eierkoeken niet.’

Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.