Minibiebs in Den Haag: deel 1: Monnickendamplein

Ik ben trouw bezoeker van de minibieb op het Monnickendamplein in Den Haag, het winkelcentrum waar ik boodschappen doe. Soms haal ik er wat uit, soms doe ik er wat in. Ik raad andere bezoekers wel eens wat aan, als ik iets spannends zie. Het doet me groot genoegen als dat boek dan vervolgens weg is. Ik moest eraan denken toen ik het miniboekenplog van collega Raymond las. Hij is van plan plogs te maken van minibiebs in Deventer, zijn woonplaats. Dat kan ik wel in Den Haag doen.

Minibiebs in Den Haag

Het leuke van minibiebs: het kan van alles zijn. Een grote ruimte met tien boekenkasten in een buurthuis is net zo goed een minibieb als een klein plankje bij iemand in de tuin. Ook vind je kasten tegen huizen aan. Het gaat erom dat de minibieb boeken uitleent aan mensen in de buurt of bezoekers van die plaats. Het is met elkaar en voor elkaar. Onderzoek levert een site over minibiebs op, die brengt me in eerste instantie in verwarring. Zoeken op ‘s-Gravenhage levert één zoekresultaat op. Een tweede zoektocht op Den Haag levert 83 zoekresultaten. Ook vind ik Indebuurt – Den Haag, deze website heeft in november 2018 een onderzoek gedaan naar de leukste minibiebs en daar staan inderdaad prachtige foto’s tussen. Een mooie basis voor mijn plogs.

Monnickendamplein

De locatie van deze minibieb: het Monnickendamplein in de wijk Leyenburg. Het plein grenst aan de Escamplaan en je kan er komen met tram 4 of 6. Bezoekers van buiten Den Haag: beide trams komen ook Den Haag Centraal Station. De minibieb staat ter hoogte van de Albert Heijn. Het aanbod varieert. Ik was er op zaterdag en toen stonden er nummers van het computertijdschrift Enter van het Seniorweb. Verder ook wat afgeschreven boeken van de “echte” bieb. En Tanith Lee, eentje die ik volgens mij thuis had staan, dus ik heb hem laten staan. Ik had bovendien niets meegenomen om erin te doen. Het ding is vrolijk geverfd met fragmenten uit boeken erop geschreven.

20190420_112737

20190420_112754

Het aanbod verandert bijna dagelijks, dus wellicht zit er iets van je gading bij als je gaat kijken. Tips voor leuke minibiebs in Den Haag zijn welkom. De foto’s in dit bericht staan in mijn Flickr photostream. Ik heb ze gemaakt op zaterdag 20 april 2019.

The Librarian van Larry Beinhart

Ik ben aan The Librarian van Larry Beinhart begonnen in het kader van de maand van het vergeten boek. Lees een boek uit je eigen boekenkast dat ooit met veel enthousiasme daar in is beland en nu dus eruit komt. Met dit boek moet ik echt goed nadenken hoe dat in mijn kast is beland, maar dat ligt denk ik aan het beroep van hoofdpersoon David Goldberg die bibliothecaris is bij een universiteit.

Het verhaal

Universiteitsbibliothecaris David Goldberg gaat werken voor miljonair Alan Carston Stowe. De bedoeling is dat David het archief van Stowe gaat bewerken voor het nageslacht. Onbedoeld raakt David in de problemen doordat rechtse politici ongerust zijn over wat David zou kunnen vinden. Stowe financiert veel van hun activiteiten. Ze zijn bang dat hun vuile trucjes om ervoor te zorgen dat de Republikeinse president Augustus Winthrop Scott voor een tweede termijn wordt herkozen, naar boven komen. Scott, zoon uit een rijk Republikeins gezin heeft alles in zijn leven in zijn schoot geworpen gekregen. Hij is uit Vietnam weg gebleven door zich aan te melden voor de National Guard in tegenstelling tot zijn democratische tegenstander Anne Lynn Murphy die als verpleegkundige in Vietnam is geweest. Goldberg rolt hier per ongeluk in, weet iets, maar eigenlijk ook niets, gaat eigenlijk pas onderzoeken als hij wordt achtervolgd door de boeven en komt dan dingen te weten. En daarbij speelt de bibliotheek van Stowe een grote rol: “He [Hoagland] suddenly understood, that’s what this business about the library and a librarian was for. Who would care about the Stowe Library or even the Collected Papers of Alan Carston Stowe unless he was the Man Who Stole the Presidency? Otherwise he was nothing, just another man who’d made lots and lots of money, not even the most money, in a time when lots of men had made lots and lots of money. For all the people who sucked up to him on a daily basis, there was hardly anybody who’d remember hij a year after he died.” (p. 185) Uiteindelijk draait het rommelen met de verkiezingen allemaal om de staat Idaho, de staat waar Murphy vandaan komt. Een kleine staat met weinig stemgerechtigden waar de opkomst onwaarschijnlijk hoog is en waar de meerderheid voor Murphy stemt. Waarop het toch gunstig wordt voor Murphy, denkt de onschuldige lezer met nog zo’n honderd pagina’s te gaan.

Mijn leeservaring

Kort gezegd: het grappigste boek dat ik dit jaar heb gelezen. Het gebeurde me regelmatig dat ik in lachen uitbarstte over iets dat in het boek werd beschreven. Maar eigenlijk is het ook het meest droevige boek dat ik heb gelezen. Al in de eerste paar hoofdstukken kreeg ik de indruk dat ik dit boek op dit moment live beleef. De overeenkomsten tussen dit boek en de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 zijn wel heel groot. Ook hier een wat twijfelachtige Republikeinse kandidaat met het verschil dat Scott voor zijn tweede termijn bezig is. Zijn tegenstander is een vrouw, Anne Lynn Murphy is een voormalig verpleegster en voormalig arts die het tegen Scott opneemt. En dan ben ik ook bang dat, hoewel hier en daar overdreven, de niets ontziende moeite om de macht te veroveren redelijk waar wordt beschreven. Beinhart is goed in het beschrijven van personages met al hun merkwaardige karaktereigenschappen. Uiteindelijk is het een verhaal over helden, maar het kan ook over cynisme gaan, of over de heel kleine reden in een ver verleden waarom iemand iets zou doen. Het is een veel omvattend boek, met veel personages die ogenschijnlijk weinig met het verhaal te maken hebben, maar dat valt dan weer tegen. En waarom de ik-vorm in het boek? Het boek moet een schrijver hebben en David Goldberg geeft de reden waarom hij het boek ‘geschreven’ heeft: “And for myself. This time, this time, I was not just the keeper of the flame.” (p. 432)

Larry Beinhart

Larry Beinhart is het meest bekend als de schrijver van American Hero dat verfilmd is als Wag the Dog.

The Librarian / Larry Beinhart. – New York : Nation Books, 2004. – 432 p.
ISBN 1-56025-636-2

Het KNVI congres 2017: #knvi17

Het is typisch voor het jaarlijkse KNVI congres. Meestal ga ik erheen omdat ik hoop diverse mensen te zien en te spreken. Wat gebeurt er vervolgens? Je ziet een hoop mensen, je spreekt er veel en je mist er nog veel meer.

KNVI Congres

Het jaarlijkse congres van informatiespecialisten kenmerkt zich door de vele tracks over uiteenlopende onderwerpen die door enthousiaste vrijwilligers in elkaar worden gezet. Dit jaar waren er vijftien tracks met vier verschillende sessies. Zestig sessies waaruit je moet kiezen. Het overkoepelende onderwerp voor dit jaar is voor brede interpretatie vatbaar: informatie is m8 (macht). Dit jaar zijn er ‘s ochtends twee keynotes, namelijk van René ten Bos en Rik Maes. De prijsuitreikingen kan je niet missen, want de Victorine van Schaick prijzen worden uitgereikt tussen de twee ochtend-keynotes. En de Young Talent Award en de Prissma GO Infobattle Prijs worden ‘s middags uitgereikt voordat keynote spreker Marietje Schaake het podium opkomt.

Eenpitter

Ik ben de enige informatiespecialist in een internationaal bedrijf. Dat betekent dat ik het kort gezegd, allemaal zelf mag uitzoeken. Geen overleg met collega’s, geen brainstormsessies over wat “we” gaan doen met de informatiedienst, mag ik allemaal zelf over nadenken. Als ik dus naar het KNVI congres toega, zoek ik sessies uit waarvan ik verwacht dat ik er iets aan heb in mijn werk. Het levert bij voorbaat al keuzestress op. Het gaat om open data, de digitale samenleving, digital skills, fake news, de i-samenleving als collectie, persoonlijk leiderschap, young talent & smart libraries, leren voor onvoorziene toekomsten. Genoeg waar ik belangstelling voor heb, maar ik kan niet naar alle sessies. Dit jaar was ik enigszins voorbereid, ik had van tevoren al bepaald waar ik heen wilde. Bij sommige tracks leverde dat problemen op omdat ik op dezelfde tijd naar drie verschillende sessies wilde. Maar de ervaring leert dat dit zich meestal vanzelf oplost. In het verleden heb ik ook wel eens een sessie gemist omdat ik met iemand aan de praat was geraakt.

Het zelf doen

Voor de ochtend was het voor mij al snel bekeken. Er is dit jaar een track met de pakkende titel Dan doe ik het lekker zelf!? Daar zak ik neer. Niet bij de eerste sessie van Ger de Bruyn over attenderen, want daar zijn zoveel mensen aanwezig dat ik mag staan. Maar bij de volgende sessies van Guus van den Brekel zijn gelukkig wel voldoende zitplaatsen. Content curation and aggregation en Hoe krijg ik de pdf. Gelukkig zet Guus zijn powerpoint later op slideshare want er zitten absoluut nuttige tips tussen, waarvan ik er sommige wel wist en andere nieuw voor me waren. Voor de laatste sessie kies ik voor een sessie over kennis in een toevallig netwerk. Interessant en we mogen zelf fijn workshoppen, maar ik merk dat ik door mijn energie heen ben.

Borrelen

knviIk ben niet de enige die het wel fijn vindt dat de dag ten einde is. De borrel wordt druk bezocht, ik kan nog met diverse mensen spreken, maar op een gegeven moment is het wel goed. Ik ga de trein opzoeken. Het was een mooi congres, ik heb nuttige sessies bezocht, ik heb ook nuttige sessies gemist, maar met zestig sessies is dat niet zo raar.  De track over digital skills was bijvoorbeeld ook erg interessant. Eén ding was wel jammer, ik had gehoopt dat de goodie bag van dit jaar een vervanging zou bevatten van het KNVI zadeldekje van vorig jaar. Ik woon in Den Haag, het ding was binnen een maand gestolen. Maar helaas, we moesten het doen met een exemplaar van het blad AG Connect. Daar blijft mijn fiets niet droog van.

Boekplanning: #50books vraag 42

Ik lees veel, heel veel, bij vlagen. Mijn vakantie ben ik doorgekomen met een respectabel aantal gelezen boeken: het waren er 10, ruwweg een boek per dag. Na de vakantie zit ik weer op een boek per twee weken.

Vraag 42: Maak jij een planning voor het lezen van je boeken?

Het is ditmaal een vraag waar ik eigenlijk vrij kort over kan zijn. Ik maak namelijk geen planning voor mijn boeken. Ik lees gewoon waar ik zin in heb. Als dat toevallig een boek is dat ik al drie keer heb gelezen, dan moet dat gewoon kunnen. Maar toen realiseerde ik me dat wel iets van een planning heb.

Bibliotheek

leenbonIk leen namelijk regelmatig boeken uit de bibliotheek, en aangezien ik weet dat je geen lijfstraffen krijgt als je boeken te laat inlevert, ben ik dus slecht in het op tijd inleveren van boeken. Om geen geld te verspillen dat ik beter aan boeken kan uitgeven, heeft de uitleenbon een prominente plaats gekregen. Ik heb het ding op een kastdeurtje geplakt. Dat kastje zit naast mijn beeldscherm, ik zie het dus dagelijks. Als ik de uitleentermijn van boeken heb verlengd, kan ik het noteren en ik kan het in de gaten houden wanneer boeken terug moeten. Dat houdt me nog niet tegen om te laat in de gaten te hebben dat ik moet verlengen. Dat is met deze boeken bijvoorbeeld gebeurd. Twee dagen te laat. Aangezien de Haagse OB nog boetes hanteert, kost dat me dus gewoon geld. Ik mag maar twee keer verlengen, dus ik moet die boeken een keer gaan lezen. Maar dat is dus de enige planning die ik hanteer.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter. Hij heeft de vragen in 2013 en 2015 gesteld. Martha stelde ze in 2014, Hendrik Jan in 2016. Dit jaar worden de vragen door Martha gesteld. Deze vraag staat hier.

Bibliotheekblog: NVA bibliotheek

Op een vrijdagmiddag ga ik op bezoek in de Anemoonstraat in Den Haag bij Rita de Haas. Rita is coördinator voor de NVA-bibliotheek. Deze is gevestigd in een pand waarin onder andere een kinderdagverblijf zit en een repetitieruimte voor drie toneelverenigingen. Deze bibliotheek stelt toneelteksten beschikbaar voor het amateurtoneel en is daarmee uniek voor Nederland. Voor het Haagse amateurpubliek is de bibliotheek wel bekend aangezien er aardig wat toneelspelers als vrijwilliger in de bibliotheek werken. Rita vertelt wel dat het nog steeds voorkomt dat mensen contact opnemen die niets wisten van de bibliotheek.

Geschiedenis

De bibliotheek bestaat eigenlijk al vanaf 1953 en was oorspronkelijk onderdeel van de Stichting NCA. Toen deze stichting in 1997 failliet ging heeft de Nederlandse Vereniging voor Amateurtheater (NVA) de boekenverzameling gekocht en vanuit Amersfoort naar Den Haag gehaald. De bibliotheek werd verder beheerd door vrijwilligers. Vrijwilligers van het eerste uur waren onder andere Hannah Coli, Pierre Magnée, Noep van den Bemt, Jim Keulemans, Annelies van Woerden en Rita de Haas. Later was er ook nog de repertoire-advieslijn die door twee dramaturgen werd bemand.

In 2011 werd de NVA als vereniging opgeheven en dreigde de gehele verzameling teksten bij het grofvuil terecht te komen. Dankzij protesten van de vrijwilligers werd het toenmalig NVA-bestuur gedwongen die ene tak van de NVA over te dragen aan de vrijwilligers wat resulteerde in de NVA-bibliotheek. Er kwam een nieuwe website en een catalogus op internet. De kerntaak van de bibliotheek werd daarmee in stand gehouden. Als service naar de leden is de NVA-bibliotheek de speldjes voor jubilea tegen kostprijs beschikbaar blijven stellen.

20161214_NVA (1)

De bibliotheek verhuisde binnen het gebouw aan de Anemoonstraat naar een andere, grotere ruimte. Daardoor werd het mogelijk bezoekers te ontvangen. Je kan nu op afspraak langskomen en grasduinen in de collectie. Verder repeteren drie toneelverenigingen in deze ruimte.

De bibliotheek wordt in stand gehouden door een groep van ongeveer vijftien vrijwilligers die de boeken uitlenen, de ledenadministratie bijhouden en de website en de catalogus beheren. Voor die catalogus worden onder andere synopsissen geschreven van toneelteksten. Rita is coördinator voor de groep vrijwilligers en geeft samen met Mia Meester ook repertoire-advies.

Collectie

De collectie bestaat momenteel uit ongeveer 20.000 titels, waarvan 4000 studieboeken en naslagwerken. Die worden over het algemeen wel uitgeleend, alleen de grote, zware exemplaren moeten in de bibliotheek worden geraadpleegd. De deelcollectie toneelteksten is afkomstig van bekende uitgevers in Nederland. Ook komen nieuwe teksten binnen via de auteurs of via beroepstoneelgroepen. De bibliotheek heeft een abonnement op de teksten van de Nieuwe Toneelbibliotheek. Het overgrote deel van de collectie is Nederlandstalig of vertaald in het Nederlands. Er zijn wel Engelse en Franse teksten, maar die zijn vrij oud. De bibliotheek schaft teksten aan die voldoen aan de criteria: actualiteit, speelbaarheid, recent gespeeld door beroepstoneel en volgens behoefte van verenigingen. Boeken kunnen besteld worden via internet of telefonisch. Hiervoor moet je wel lid zijn. Er zijn ongeveer 1100 leden.

Toekomstplannen

Er zijn voldoende toekomstplannen. Het ledenbestand moet behouden worden en indien mogelijk groeien. Het plan is een ledenwerfactie te houden onder Hogescholen voor de kunst. Ook wil de bibliotheek meer gaan samenwerken met andere toneelbibliotheken. Zij heeft al een goed samenwerkingsverband met de toneelbibliotheek Open Doek in Vlaanderen.
Digitalisering van de collectie is ook een grote wens en daarvoor werkt men samen met bekende uitgeverijen als de Toneelcentrale en Almo in België.
Ook zijn de vrijwilligers druk bezig met het digitaliseren van een reeds bestaand toneelarchief en het uitbreiden daarvan. Hier worden onder andere recensies, foto’s, programmaboekjes en juryrapporten in opgenomen.

Contactgegevens

NVA-bibliotheek
Postbus 61143, 2506 AC Den Haag
Anemoonstraat 25, 2565 DD Den Haag
E-mail: info@nvabibliotheek.nl
Internet: www.nvabibliotheek.nl
Telefoon: voor informatie, lenen en hulp bij repertoirekeuze: 070-3602994

Verenigingen en personen kunnen lid worden.
Groot lidmaatschap: € 60,- per jaar, 15 boeken tegelijk.
Klein lidmaatschap: € 20,- per jaar, 5 boeken tegelijk.
Er is geen maximum per jaar. De bibliotheek betaalt het opsturen, de leden betalen zelf het terugsturen van de boeken. De leentermijn is zes weken.

We hebben eerder over de bibliotheek gepubliceerd:
NVA bibliotheek jubileert dankzij p(a)rate HVA vrijwilligers. Haghespieghel, 6e jrg., nr. 3, maart 2003

Dit artikel is ook gepubliceerd in Haghespel, jrg, 11, nr. 9, december 2016.

Foto’s van de bibliotheek zijn te vinden in mijn Flickr-photostream.

Mijn eigen bibliotheek: #50books, vraag 35

Iedere informatiespecialist zal het cliché wel eens hebben gehoord. “Oh, je werkt in een bibliotheek? Dan houd je zeker van lezen?”

Ja, ik ben gek op lezen, ik kan hele middagen en avonden er mee doorbrengen. Het is me heel vaak gebeurd dat ik om half 3 ‘s nachts dacht, nu moet ik toch maar eens gaan slapen. Ik heb dus ook een grote collectie boeken.

Vraag 35: Leen jij weleens je boeken uit?

Het is een lastige vraag. Aan de ene kant wil ik best mijn boeken uitlenen, ik heb mooie boeken vind ik zelf. Aan de andere kant: die paar keer dat ik het heb gedaan moest ik zeuren om ze terug te krijgen. En zoals ik al zei: ik heb mooie boeken. En ik vind het heerlijk om mijn boekenkast door te gaan op zoek naar dat ene boek met die ene passage of hoofdstuk. Beetje lastig als precies dat ene boek dan bij iemand ligt, en ik weet niet meer wie.

Werk

Ik werk in een bibliotheek. Mijn eigen eenpersoons toko, aangezien ik informatiespecialist ben in een groot internationaal bedrijf. De bibliotheek is al jaren oud en heeft mooie prachtige boeken over het vak, namelijk geotechniek, geologie en aanverwanten. Ik moedig mijn collega’s aan vooral te lenen en te lezen. Ik wijs ze ook op de bijbehorende administratie – kaartje invullen graag – aangezien ik geen zin heb later uren te zoeken. ik heb hier dus geen enkel probleem met boeken uitlenen, wel met terug krijgen. Ik heb chronisch ruimtegebrek, ik wil die boeken niet eens terug, gebruik ze alsjeblieft.

2016-04-28 09.57.44

Functie

Daar heb je het verschil dus. De functie van mijn eigen bibliotheek is er voor mij aanwezig te zijn. Ik kan er boeken uittrekken en lezen. De functie van mijn werkbibliotheek is om gebruikt te worden.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Hendrik Jan heeft het overgenomen in 2016. Deze vraag staat hier.

Foto: mijn eigen collectie op Flickr, dit is de Staatsbibliothek zu Berlin. Ik heb helaas geen foto van mijn werkbibliotheek.

KNVI O&O studiereis naar Berlijn

In september 2015 werd het aangekondigd: de studiereis van mijn vakvereniging KNVI, afdeling O&O (Onderwijs & Onderzoek) naar Berlijn. Aangezien Berlijn één van mijn lievelingssteden is, was ik er als de kippen bij. De studiereis zou plaats vinden van 23 tot en met 30 april 2016. Het programma was indrukwekkend en druk. De veertig deelnemers zouden in de ochtend een gezamenlijk bezoek te brengen aan een bibliotheek en ‘s middags moesten er keuzes gemaakt worden. In november kregen we die keuze al voorgeschoteld en dat werd nog moeilijk, aangezien er zeer interessante bibliotheken tussen zaten. De nadruk zou gelegd worden op Research Support, Research Data Management, Open Access / Open Data, Maker Spaces, Information Literacy, Enhanced Publications en Architecture. Berlijn kent vier universiteiten, drie kunstacademies en zeven universiteiten van ‘applied science’. Er zijn meer dan zeventig non-universitaire onderzoeksinstituten.

Wie gingen er mee?

Aan deze O&O reis werd deelgenomen door medewerkers van Universiteits- en Hogeschoolbibliotheken, een medewerker van GO Opleidingen en medewerkers van twee bedrijfsbibliotheken. Voor zover ik kon nagaan was ik de enige deelnemer die in een eenpitter werkte, overigens was ik één van de twee bedrijfsinformatiespecialisten. Veel van de deelnemers reisden met collega’s. Ook reisde een Belgische collega mee. Veel collega´s waren al meerdere keren meegeweest, voor mij was het de eerste keer. Het was de derde keer dat de reis naar Berlijn ging.

Het programma

Maandag beginnen we met de Humboldt Universitätsbibliothek, Campus Mitte, een prachtig nieuw gebouw waarin twaalf bibliotheken zijn gefuseerd. Het is populair onder studenten van alle universiteiten dankzij de centrale ligging midden in Berlijn. Voor studenten van de HU zijn er daarom ruimtes gereserveerd. De bibliotheek is geopend van 8 uur ‘s morgens tot 12 uur ‘s avonds, tot 6 uur is er personeel aanwezig. Ter voorkoming van het Mallorca-effect liggen er bij alle studieplekken parkeerschijven waarmee je een studieplek maximaal twee uur mag reserveren. Nieuwe studieplekken inrichten is lastig: de klimaatsystemen zijn in de kasten ingebouwd.P4250042
Informatievaardigheden voor studenten worden vooral op bachelor of masterniveau onderwezen, niet voor 1e of 2e jaars studenten zoals in Nederland. Uit de discussie na de rondleiding bleek dat de HU vooral moeite heeft de onderzoekers te bereiken die veelal alles online raadplegen of hun studenten sturen.
In de middag de Kunstbibliothek der Staatlichen Museen Berlin, een bibliotheek die zich onder andere richt op architectuur, fotografie en kostuumgeschiedenis. De bibliotheek is één van vier vestigingen van de Prussian Heritage Foundation. Voor de plaatsing van de boeken gebruiken ze de Regensburger Verbund Klassifikation en dat blijkt door veel Duitse bibliotheken gebruikt te worden. Voor catalogisering gebruiken ze overigens PICA. Wat in deze bibliotheek vooral opviel was de aparte manier van financiering. In Duitsland is er nauwelijks financiering op nationaal niveau, maar mogen de federale staten dat doen. Ook is Europese financiering belangrijk. Bij de rondleiding kunnen we smullen van de prachtige collectie op modegebied.

Op dinsdag staat de enige Openbare Bibliotheek op het programma, de Zentral- und Landesbibliothek, Amerika Gedenkbibliothek, waar we worden ontvangen door twee enthousiaste medewerkers die hun enthousiasme het hele bezoek volhouden, ondanks het feit dat er voor hen echt wel minpuntjes zijn. De Berliner Stadtbibliothek en de Amerika Gedenkbibliothek zijn in 1995 samengevoegd tot de Zentral- und Landesbibliothek. Er zijn plannen voor een nieuw gebouw, maar dat duurt al jaren. Tot die nieuwbouw er is, zitten ze met een gebouw dat is berekend op 500 bezoekers per dag; er zijn er 4000 die soms hun eigen stoelen moeten meenemen. Aanpassingen zijn moeizaam, het gebouw is een monument en het meubilair helaas ook. De kinderafdeling is ‘s ochtends gesloten omdat er dan andere activiteiten zijn in de kinderafdeling. De financiering is een probleem in deze stad waar elk district het formaat heeft van een grote stad. Elk district bepaalt zelf hoeveel geld er naar de bibliotheek gaat. Het leuke van deze bibliotheek: er worden ook kunstwerken uitgeleend van kunstenaars die in Berlijn wonen en dat varieert van schilderijen tot beeldhouwwerkjes.P4260066

In de middag ga ik naar de bibliotheek van het Jüdisches Museum. Deze is gevestigd in een prachtig gebouw tegenover het Museum. Het is een wetenschappelijke bibliotheek die in 1976 is voortgekomen uit het Berlijns Museum. Het zwaartepunt van de collectie ligt op kunst en geesteswetenschappen. Verder is er ook veel grijze literatuur en kinder- en jeugdliteratuur. Er wordt ook retrospectief, vaak antiquarisch aangeschaft. Digitalisering is op dit moment zeer belangrijk, maar het kost veel moeite geld hiervoor te krijgen. Het geld moet verdeeld worden onder de diverse afdelingen in het museum en de bibliotheek heeft geen prioriteit. De gebruikers zijn wetenschappers, leden van het Freundenkreis, en ook scholieren. Vooral het archief wordt veel gebruikt.

Woensdag – Dresden

Op woensdag mogen we vroeg de deur uit, want we gaan naar Dresden, naar de Sächsische Landesbibliothek – Staats- und Universitätsbibliothek Dresden (SLUB). Het is een uitgebreid programma over de muziekafdeling, digitalisering, de SLUB als een informatiecentrum voor studenten en onderzoekers en de Makerspace, de enige bibliotheek in het rijtje met zo’n afdeling.
De SLUB krijgt voor de digitalisering van diverse muziekcollecties subsidie van de Deutsche Forschungsgemeinschaft (DFG) en krijgt weinig Europees geld. Dat hebben we elders wel anders gehoord. Het mooie is wel: de SLUB gebruikt Open Source software, en het materiaal is allemaal Open Access, de moeite waard om de website door te pluizen naar mooie muziekopnames.P4270105
De kern van de Makerspace: Wissen komt van Machen. De bibliotheek bemoeit zich er ook mee, omdat het niet alleen gaat om kennis, maar ook wat je ermee doet. Naar schatting zijn 90% va de gebruikers studenten, maar er komen ook bezoekers van buiten de universiteit.

Donderdag

De Staatsbibliothek zu Berlin – Preussischer Kulturbesitz is in 1661 opgericht. De Staatsbibliothek heeft twee vestigingen. Het Huis Potsdamer Straβe zullen we alleen van de buitenkant bekijken. Wij zijn op bezoek in het Haus Unter den Linden dat in 1914 als bibliotheek in gebruik werd genomen.
In de Tweede Wereldoorlog werd de centrale koepelleeszaal in dat achterste gedeelte zwaar beschadigd. Na de oorlog werd dit een boekenopslag en in de zijbeuken werden leeszalen gebouwd. Na de oorlog was de collectie verdeeld. In 1957 werd een nieuwe Staatsbibliotheek gebouwd in West Berlijn. Na de Wende werden de bibliotheken samengevoegd. Boeken worden tussen beide gebouwen verplaatst. Er is ook een magazijn buiten de gebouwen. Moderne boeken staan veelal in het andere gebouw, de historische boeken staan hier.2016-04-28 08.44.06

Het zwaartepunt van de collectie ligt op geestes- en sociale wetenschappen. Het bezit ligt rond de 11 miljoen banden, waaronder handgeschreven boeken, handgeschreven muziek, kaarten en zeldzame drukken. Voor de bezoekers: de leeszalen zijn geopend van maandag tot en met zaterdag: 69 openingsuren. Iedere persoon boven de 16 jaar met een geldige legitimatie mag de bibliotheek in. Er is één algemene leeszaal die vol zit. Onze gids krijgt zelfs nog een grote mond van een broekje van een jaar of twintig die vindt dat ze te veel praat. En er is een bijzondere leeszaal voor “Rara und Musikalien” met 48 studieplaatsen. Ook zijn er kamertjes die gereserveerd kunnen worden. Verder is er nog een kaartenleeszaal met tien plaatsen die we niet zien tijdens ons bezoek. De praktische uitvoering is weer anders, de Staatsbibliothek gebruikt het Thorische plaatsingssysteem, niet Regensburg dat we in veel andere bibliotheken hebben gezien. De bedoeling is dat er een volledig nieuw systeem komt. Verder moet er gekeken worden naar het uitleensysteem dat nu volledig gescheiden is van de catalogus. Er zijn geen automaten voor de uitlening, maar dat komt deels door het feit dat er heel veel historisch materiaal in het bezit is.

In de middag ga ik naar twee bibliotheken, namelijk die van de Technische Universität en de Universität der Kunste Berlin, hetgeen met stip de vreemdste combinatie ooit genoemd mag worden. Het heeft praktische redenen: de universiteiten zijn naast elkaar gevestigd. Plannen voor het huidige gebouw zijn al in 1975 gestart, in 1988 kwam er een architectuurwedstrijd en toen kwam de Wende. Vervolgens kwamen er nieuwe plannen en werd in 2002 eindelijk gestart met de bouw met de bibliotheek, met geld van Volkswagen. Daarom zijn we vandaag op bezoek in de Volkswagenbibliotheek. De universiteiten werken onder andere samen op het gebied van regels, uitlening, training van de medewerkers, openingsuren, PR, software, etc. Er zijn een aantal speciale afdelingen, namelijk een museum van architectuur, de German Horticultural Library, Universiteitspers en de archieven van de universiteit.

Waar in het bijzonder de Technische Universität zich mee bezig houdt is Open Access, niet alleen via de Universiteitspers maar ook via Repository Deposit Once, het Open Access Repository. De Universiteit verleent ook assistentie door workshops in copyright, OA en free licenses.

Vrijdag

De Freie Universität Berlin ligt in de buitenwijk Dahlem in een rustige wijk. De bibliotheek had in 1970 ongeveer 190 vestigingen, de kleinste daarvan telde 57 boeken. In 2015 telde men dertien vestigingen. In 1999 startte men met Aleph waarbij eerst alleen nieuwe records werden ingevoerd. De oude records werden van 2007-2011 geconverteerd. In 2010 voerde men het Library Portal Primo in.
Hier leren we dat de DGF onder andere ook verantwoordelijk is voor het aanschaffen van Nationallizenzen voor e-books. De bibliotheken maken er gebruik van.

Ook de FU houdt zich bezig met Open Access, onder andere met een SEP (Selbst-Erfassung der Publikationen der FU-Angehörigen) en een Repository voor papers, artikelen, boeken, bachelor en doctoral theses. De medewerkers en studenten uploaden zelf hun materiaal en kennen metadata toe. De bibliotheek geeft cursussen in OA en copyright en onderhoudt de contacten met de faculteiten. Verder is de bibliotheek datacentrum voor DOI.

Hier krijgen we ook een presentatie van een bijzonder enthousiaste medewerker die zich bezighoudt met restitutie van door de Nazi’s geconfisqueerde boeken. Het verschil tussen Raubgut en Beutegut wordt uitgelegd. Raubgut was binnen de grenzen van het Derde Rijk, Beutegut buiten de grenzen.

In de middag gaan we naar de bibliotheek van de Deutscher Bundestag. Deze wordt gebruikt door parlementariërs, leden van het Europees Parlement, de diplomatieke dienst en andere organisaties. Het hoofd van de bibliotheek vertelt dat ze dit jaar met pensioen gaat en dan hoopt meer tijd door te brengen met haar man. Hij is in Bonn blijven wonen toen de bibliotheek naar Berlijn verhuisde, zij gaat in het weekend naar Bonn. Onder de dienstverlening van de bibliotheek valt onder andere het samenstellen van dossiers met actuele topics. Deze worden in samenwerking met andere afdelingen opgezet. Zo’n dossier geeft een literatuurlijst, internetlinks, persartikelen en parlementaire documentatie. Het is een grote prachtige bibliotheek die heel rustig is. Daarna hebben we gelegenheid voor een bezoek aan de koepel, waar ik me op verheug. Bij een eerder bezoek aan Berlijn heb ik me daar kostelijk geamuseerd.P4280152

Waarom ging ik mee?

Tijdens de borrel op de eerste avond mochten we allemaal vertellen waarom we mee wilden en dat was een bont palet aan motivaties. Als eenpitter heb ik weinig contact met beroepsgenoten. Deze reis was voor mij een uitstekend moment om te praten met collega’s en te horen hoe andere bibliotheken in Nederland en in Duitsland het doen. Dat is uitstekend gelukt. Zeker ‘s avonds als we uit eten gingen, hadden we gelegenheid om te praten over het werk en onze werkkringen. Ook voor mij als bedrijfsinformatiespecialist was een bezoek aan universiteits- en hogeschoolbibliotheken interessant. Ik heb wel ideeën opgedaan tijdens de bezoeken en tijdens gesprekken met collega’s.

De foto’s die in dit verslag staan zijn door mij gemaakt en staan hier in Flickr.

Over UDC en andere dingen die voorbij gaan

Ik heb mijn opleiding genoten in een grijs verleden. Mijn opleiding was de Bibliotheek- en Documentatie Academie (BDA) in Den Haag, P.A. Tiele Academie geheten. Daar heb ik de tweejarige opleiding tot Assistent-Bibliothecaris (AB) gevolgd en daarna de vervolgopleiding Functionaris in Wetenschappelijke Bibliotheken (FWB). Allemaal afkortingen die niet meer bestaan. In het jaar nadat ik afgestudeerd was, werd het een ongedeelde vierjarige opleiding. Ik heb daar les gehad in dingen die de huidige informatiespecialist zich niet meer kan voorstellen. Niet alleen in alfabetiseren – twee systemen die ik nog altijd door elkaar haal – maar ook in titelbeschrijven. Die beschrijvingen van boeken, waardoor ze op een uniforme manier in de kaartcatalogus kwamen: ik kon en kan ze uitschrijven, met puntjes, komma’s, streepjes en spaties waar ze horen. Verder kregen we les in SISO, Schema voor de Indeling van de Systematische catalogus in Openbare bibliotheken – ik geef toe, ik moest de afkorting opzoeken. Ook UDC hoorde bij het vakkenpakket. UDC staat voor Universele Decimale Classificatie, een systeem bedacht door Paul Otlet en Henri La Fontaine aan het begin van de 20ste eeuw. De Dewey Decimale Classificatie staat aan de wieg van deze UDC. Het wordt gebruikt om boeken en tijdschriftartikelen te ontsluiten. Je kan er alles mee ontsluiten en vanuit verschillende gezichtspunten. Dat bewees de docent die het vak gaf op de Tiele Academie: hij ontsloot er zijn collectie treinkaartjes mee.

Boeken op UDCDe bibliotheek waar ik kwam te werken na mijn afstuderen, had een kaartcatalogus en gebruikte UDC voor de ontsluiting van boeken en tijdschriftartikelen. Ik had veel plezier van mijn titelbeschrijflessen, van alfabetiseren en van mijn UDC-lessen. De boeken in die bibliotheek – toentertijd zo’n 15.000 – werden ook volgens het UDC-systeem geplaatst. En dan werd niet alleen de systematische code gebruikt, maar ook de geografische codes. Enigszins begrijpelijk, dit was namelijk de bibliotheek van Instituut Clingendael, gespecialiseerd in internationale politiek, maar ook enigszins vreselijk. Kast na kast op de systematische code 327 (internationale politiek) met een geografische code, waarbij de Verenigde Staten (73) en de Sovjet Unie (47) oververtegenwoordigd waren. Maar de relatie tussen beide landen werd ook op de boeksticker geplaatst (73:47) of (47:73) waarbij ik met droge ogen niet meer kan navertellen waarom het ene land voor het andere ging. Omdat de plaatsing op onderwerp was, moest er nogal eens doorgeschoven worden. Als je dan verkeerd inschatte hoeveel ruimte een rubriek nodig had, kon je overnieuw beginnen. Om de verwarring compleet te maken: de collectie bestond uit twee bibliotheken die waren samengevoegd, maar fysiek gezien nog niet. Er waren dus twee kaartcatalogi en de UDC-plaatsing begon ergens midden in de bibliotheek overnieuw. Oh, en die tweede collectie gebruikte geen geografische codes bij de plaatsing. Iedereen was erg blij toen we gingen automatiseren en – door voortdurend ruimtegebrek gedwongen – op een magazijnplaatsing overgingen.

Aan alles komt een einde, dus ook aan mijn carrière bij Clingendael. Na wat omzwervingen kwam ik in een bedrijfsbibliotheek terecht die niet alleen voor de ontsluiting, maar – tot mijn minder grote vreugde – ook voor de plaatsing UDC gebruikte.
Gelukkig wat pragmatischer, dus vrijwel zonder geografische codes. Ook waren sommige codes voor de plaatsing wat aangepast, waardoor het allemaal wat leesbaarder werd.
Is dat nou bruikbaar? Ik hoor het mensen zeggen. Natuurlijk is het bruikbaar, voor een grote bibliotheek die van alles wat heeft, want zoals mijn docent dertig jaar geleden al zei: je kan er alles mee ontsluiten.
Maar ja, ik werk in een bedrijfsbibliotheek die gespecialiseerd is in geotechniek en geologie en dan werk je met een klein gedeelte van de UDC en gebruik je een beperkt aantal codes. Ik gebruik hoofdzakelijk twee rubrieken, namelijk rubriek 5, en daarin voornamelijk 55 (geologie), en in rubriek 6 voornamelijk 62 (ingenieurswezen) en specifiek 623 (civiele techniek) en in mindere mate de andere sub-rubrieken.

Boeken met geografische UDC code

Voor plaatsing van boeken is dat eigenlijk totaal ongeschikt. Codes van negen cijfers voor plaatsing, om de drie cijfers gescheiden door punten en soms – door specifieke aanpassingen – door komma’s.

Alleen in de geologie-rubriek worden geografische codes gebruikt en dat is voor de gebruikers vaak ook niet te volgen omdat het soms codes van vijf cijfers zijn: Noordzee (261.26). Ik werk er dagelijks mee, en zelfs ik kan soms boeken niet vinden.
Daar komt nog bij dat de UDC al jaren wordt gebruikt en er wijzigingen zijn doorgevoerd, maar oude codes niet zijn verwijderd in de plaatsing van boeken. Er is niet terug te vinden hoe dat zat. Opzoeken is wat lastig, die oude UDC-map heb ik tijdens mijn opleiding al weggedaan en mis ik nu eigenlijk wel.
Daar komt mijn vraag dus, is er ergens een bibliotheek die UDC nog gebruikt en mij de rubrieken 5 en 6 kan sturen? Of heeft iemand die map nog? Hoeft niet eens een nieuwe editie te zijn, omdat ik juist de oude codes wil zien.

UPDATE 9 september: met hulp van een oud-Tieliaan voorzien van een Engelstalige UDC, wat helemaal niet erg is, omdat de voertaal op mijn werk Engels is. Dank!

Managing the One-Person Library

Managing the One-Person LibraryLarry Cooperman (2015), “Managing the one-person library”, Amsterdam: Chandos Publishing (Chandos Information Professional Series)

Dit boekje richt zich op solo-bibliothecarissen die een kleine bibliotheek moeten runnen en onderhouden. Onderwerpen van de hoofdstukken van dit werkje zijn bijvoorbeeld marketing, professionele ontwikkeling, collectievorming, IT, catalogiseren en tijdschriften (in hetzelfde hoofdstuk) en personeel. Die laatste is een vreemde eend in de bijt in een boek over solobibliothecarissen, maar is ook weer gericht op vrijwilligers.
Cooperman – een ervaren solo-bibliothecaris – wilde zijn ervaringen delen met andere solo-bibliothecarissen.

Als solo-informatiespecialist in een groot commercieel bedrijf zou dit voor mij een nuttig boekje moeten zijn. En dat was het op zich wel, maar eigenlijk ook niet. Het boek zet keurig netjes op een rijtje waar het in het werk allemaal om gaat. Maar het gaat meer over het beheer van een bibliotheek en niet zo zeer over de inhoud, namelijk informatiemanagement. Het beheer van de bibliotheek is voor mij een bijzaak. Een bijzaak die ik wel moest leren toen ik in deze baan begon, maar niet het belangrijkste is in mijn werk. Mijn doel is mijn collega’s duidelijk te maken welke informatie we in huis hebben en kunnen krijgen.

Nog een nadeel van dit boek: het is uitstekend te gebruiken als je net begint als solo-bibliothecaris/informatiespecialist/informatiemanager. Werk je zoals ik, al jaren bijna alleen of alleen, dan is het minder goed te gebruiken, want dan worden er toch een aantal open deuren ingegooid.
“Learn to adapt to change” (p. 5) dat moet je niet alleen doen als solopersoon, maar ook als één van vele informatiespecialisten. Ik geloof niet dat ik een beroep kan opnoemen waar in twintig jaar tijd zoveel veranderingen zijn opgetreden als in dit werk.
Een ander nadeel: de case studies zijn niet altijd nuttig omdat het niet mijn ‘line of work’ is. Cooperman noemt wel diverse voorbeelden voor solobibliotheken, zoals openbare, school- en universiteitsbibliotheken, maar zijn casestudies komen bijvoorbeeld niet uit bedrijfsbibliotheken waar mijn werkkring en dus interesse ligt. Dat is niet te verwonderen, want hij is zelf solobibliothecaris in een academische bibliotheek, dus zijn netwerk ligt ook daar, maar voor het zijn wel heel andere situaties.

Was het nou nuttig, kan ik mezelf afvragen? Ja, want ik had wel wat aan de literatuurverwijzingen in het boek die me verwezen naar tijdschriften die ik niet kende, artikelen die bijzonder interessant waren en ook blogs waar ik nog veel meer nuttige informatie kan vinden. Want die regel van Larry Cooperman hanteerde ik al: blijven leren. Het internet is rijk aan informatieve blogs, zeker voor informatiespecialisten.

Een artikel met infographic over het boek kun je hier vinden.
Elsevier verkoopt het boek hier als boek en e-pub en hier in hoofdstukken.