Theater in romans: Genuine Lies

Genuine Lies

Hollywood actrice Eve Benedict, was jarenlang de grande dame van het witte doek. Tijdens haar carrière van bijna vijftig jaar heeft ze twee Oscars gewonnen. Ze is vier maal getrouwd geweest en heeft de nodige minnaars gehad. Nu is ze eindelijk bereid haar levensverhaal te vertellen. Julia Summers, een gerenommeerd journaliste wordt hiervoor gevraagd. Julia verhuist met zoontje Brandon naar Californië. Paul Winthrop is Eves stiefzoon en een gevierd schrijver. Julia’s komst zint hem niet en hij lijkt Eve en Julia koste wat kost te willen dwarsbomen.

Leeservaring

genuine liesIk ben groot fan van Nora Roberts. Ze heeft een enorme hoeveelheid aan romans geschreven die uitstekend leesbaar zijn. Ze schrijft onder andere romances, waar dit boek onder zou kunnen vallen. De romance tussen Julia en Paul zit er natuurlijk vanaf de eerste bladzijde aan te komen. We krijgen het nodige over Julia te horen, onder andere dat ze geadopteerd is en dat haar ouders zijn overleden. Haar tienjarige zoon Brandon is geboren toen zij achttien jaar oud was. Ze heeft nooit verteld wie de vader was. Maar waar het echt over gaat in dit boek is de biografie van Eve. Eve wil alle geheimen uit haar leven erin hebben. En daar worden de mensen uit haar omgeving niet blij van. Tijdens haar onderzoek naar Eve komt Julia heel veel dingen tegen die mensen het liefst verborgen zouden willen houden. Iemand laat briefjes met bedreigingen voor haar achter. En Eve heeft ook voor Julia de nodige geheimen. Het boek is geschreven in 1991 en dat merk je aan sommige dingen. Mensen die roken bijvoorbeeld. In latere boeken van Nora Roberts kom je dat niet meer tegen. Julia die haar aantekeningen gewoon met pen en papier maakt. De computer die nog niet zo ingeburgerd is. De beschrijving van de sportkleding van Eve en Julia, ze dragen “leotards”, denk de gympakjes van de jaren tachtig. Wat helemaal niet 1991 is, is de seks in het boek. Af en toe denk ik wel eens, hallo, voorbehoedsmiddelen, condoom? We hebben het hier wel over een tijd waarin de aids-angst hoogtij vierde. Maar het is wel typisch Nora Roberts die vrij makkelijk schrijft over seks. Ook dit boek was weer zeer aangenaam om te lezen.

Theaterconnectie

Eve is actrice en heeft een carrière van bijna vijftig jaar achter de rug. Als 67-jarige is ze nog steeds aan het werk, nu als actrice in een mini-serie. Ze heeft ook in het theater gestaan. Het is voor haar belangrijk. “For Eve, there was nothing quite like filming to jolt the mind and body to full alert.” Een actrice in hart en nieren.

Nora Roberts

Nora Roberts is de schrijfster van meer dan 200 boeken. Dat zijn onder andere romances, thrillers en fantasy. Titels van haar zijn onder andere Come Sundown, The Obsession, The Liar. Veel boeken van haar worden als serie gepubliceerd. Ze heeft als  J.D. Robb 48 boeken geschreven in de futuristische In Death series. Dit boek is in Nederland vertaald als Droomwereld, hetgeen een wat cliché titel is vergeleken met Genuine Lies, echte, ongeveinsde leugens.

Genuine Lies, Nora Roberts. – Bantam, 2010, first published 1991.
ISBN 978-0-5533-8642-4
Meer theater in romans? Kijk op mijn boekenpagina.

Theater in romans: De beste van alle mogelijke werelden

De beste van alle mogelijke werelden

Dit boek is het verhaal van Aurelia, ze is geboren in 1989, het jaar van de val van de Berlijnse muur en is even oud als de vrije wereld. Drie jaar later vond een familietragedie plaats die zij niet onder ogen wil zien. In plaats daarvan bouwt ze een muur om zichzelf heen en stort ze zich op haar theatercarrière. Juist daar op het toneel komen haar herinneringen weer tot leven. Wat is er precies gebeurd in Berlijn toen ze een klein meisje was?

Leeservaring

de beste van alle mogelijke wereldenLaat ik maar meteen tot de conclusie komen, ik vond het een lastig boek. Het boek wordt verteld uit twee perspectieven, namelijk dat van Aurelia en dat van haar moeder. Haar moeders perspectief is één lang verhaal naar Aurelia, wat is er gebeurd in het verleden? Hoe zijn haar ouders bij elkaar gekomen? Hoe heeft ze het verlies van haar dochter verwerkt? De essentie van het boek is terug te brengen tot Aurelia, haar ouders en Annabella. De rest is bijzaak. Joachim, het verlies van zijn zus. Het hele verhaal hoe haar ouders elkaar hebben leren kennen. Zelfs het toneelstuk. Bijzaak. En daarom was het ook zo lastig. Pulkkinen heeft er enorm veel personen bij gehaald, veel verhalen in één boek samen gelegd, verhalen die er naar mijn idee uit konden.
Dan wat ik niet kon plaatsen. Aurelia die zichzelf in haar jeugd als een jongen ziet, een thema dat verdwijnt in het boek. Het denkbeeldige vriendinnetje uit haar jeugd, Veronika. Ik besefte langzaam dat het Annabella moest zijn. Het feit dat Veronika er nog steeds is in haar volwassenheid, ik zag het als een manier om het verlies van haar zusje te verwerken. En ook de filosofische vraag die zich aandient: was Annabella er wel? En dat door de buurvrouw die niet besefte dat er twee kinderen waren. Gemengde gevoelens dus over een boek dat naar mijn idee wel wat verwikkelingen had mogen verliezen.

Theaterconnectie

Aurelia is actrice en speelt in een toneelstuk met als onderwerp “de laatste dagen van de Berlijnse muur, alles wat er gebeurde en ook dat wat had kunnen gebeuren” (p. 10). En dat alles zonder tekst. Regisseur Joachim wil het stuk laten gebeuren, laten ontstaan uit repetitie-ervaringen. Uit eigen ervaring weet ik dat dit soort stukken stukken prachtig kunnen worden, maar ook volslagen kunnen mislukken. Deze theaterervaring brengt Aurelia aan het denken, ook over het verleden.

Riikka Pulkkinen

Riikka Pulkkinen, geboren in 1980 in Tampere, Finland, behoort tot de top van de Scandinavische literatuur. Ze debuteerde in 2006 met De grens, een boek dat in 2009 in Nederland verscheen. Deze roman schreef ze met in haar achterhoofd de vraag in welke wereld ze haar kinderen wil opvoeden, het Europa van na de val van de Muur of Europa met een nieuwe muur eromheen?

De beste van alle mogelijke werelden – Riikka Pulkkinen. – Amsterdam: De Arbeiderspers, 2017. ISBN 978-90-295-1451-4

Theater in romans: Hollywood Baby Affair

Anna DePaloHollywood actrice Chiara Feran moet haar reputatie beschermen onder andere tegen haar gokverslaafde vader en een stalker. Entree Rick Serenghetti, stuntman in de film waar ze op dat ogenblik in acteert. Rick wordt haar bodyguard en haar nep-vriendje. Wat ze niet weet is dat Rick stinkend rijk is en een deel van de film heeft gefinancierd. So far, so good, maar we hebben het over een boeketreeksje. En niet meer die dingen van dertig jaar geleden waar man en vrouw wel mochten zoenen, maar geen seks hadden. Dat gedeelte wordt ruimschoots goed gemaakt in dit heerlijk weglezende niemendalletje waarin natuurlijk alles goedkomt met Chiara’s vader en de stalker wordt opgesloten. De beide nep gelieven worden natuurlijk stapel verliefd op elkaar, gaan uit elkaar door een misverstand, want ook dat hoort er nog bij, maar komen natuurlijk weer bij elkaar als Chiara zwanger blijkt te zijn.

Boeketreeksjes

Ik heb ze verslonden in mijn jeugd, die boeketreeksjes. Heerlijk vond ik het. Makkelijk om te lezen, leuke tussendoortjes en een beetje wegdromen mag. Die boekjes waren allemaal in dezelfde structuur geschreven. Man en vrouw komen elkaar tegen, mogen elkaar niet, maar kussen binnen twee hoofdstukken, krijgen slaande ruzie in hoofdstuk 6 en in het laatste hoofdstuk krijgen ze elkaar. Het meest sensuele wat er 30 jaar geleden in voorkwam was een zoen, de rest moest je er maar bij denken. De boekjes van tegenwoordig kennen wel seks, en mannen en vrouwen waar de stoom van afkomt en vaak ook baby’s voor het boek uit is. Een overblijfsel uit die oude boekjes: de mannen zijn vaak stinkend rijk, de vrouwen zijn zonder uitzondering knap. Die ene die ik een tijdje geleden las, waarin een soort plain Jane voorkwam: uitzondering. En bovendien werd plain Jane een prachtige mooie zwaan. Deze boeketreeks is in ieder geval een luchtige aanvulling op mijn theater in romans lijst.

Anna DePalo – Hollywood Baby Affair. – Harlequin Desire, 2017.

Gal: #WOT deel 26

De #WOT van deze week is met permissie van Martha dit maal op zaterdag. Haar donderdag werd enigszins vergald door haar gal.

Gal ~ 1) Bijbelboek (afk.) 2) Bitter lichaamsvocht 3) Bitter vocht 4) Bittere gemoedsstemming 5) Bittere stof 6) Bittere vloeistof 7) Bitterheid 8) Boosheid 9) Boze stemming 10) Deel van het lichaam 11) Dier 12) Door de lever afgescheiden vloeistof 13) Eenheid van versnelling 14) Fransman 15) Gezwel op planten 16) Haat 17) Inwendig lichaamsdeel.

Gal is niet alleen iets dat lichamelijk ongemak kan veroorzaken, het blijkt ook een voornaam te zijn. Afgelopen week ben ik naar de film Wonderwoman geweest en wie kwam ik daar tegen, de Israëlische actrice Gal Gadot. Ik heb me kostelijk geamuseerd bij de film over deze superheldin en was onder de indruk van deze actrice. Acteren kan ze wel. IMDB is zo vriendelijk een verklaring te geven van haar naam: Her first name is pronounced like ”doll” and her last name rhymes with “a float”. Dat helpt, ik dacht aan een Franse uitspraak, waarbij ik die ‘t’ aan het eind niet uitsprak. Mij was ze nog niet opgevallen terwijl ze al in een indrukwekkende rij films heeft geacteerd. Bij Wonderwoman heb ik wel veelvuldig op haar ogen gelet, want zeg nou zelf, ze heeft prachtige ogen.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Vijfentwintig jaar amateurtoneel: jubileum

Vijfentwintig jaar geleden ging ik in op de uitnodiging van een vriendin. Ze wist dat ik graag toneel keek en dacht dat regie-assistente bij haar toneelvereniging wel wat voor mij zou zijn. Dat klopte wel en nu ben ik al jaren lid van Inter Nos, ben regie-assistente geweest en heb veel rollen gespeeld. Dit ‘interview’, een serie vragen die ik zelf mocht invullen, heeft in het maartnummer van Haghespel gestaan.

Wie is Ali Molenaar

Import-Haagse, maar inmiddels woon ik al langer in Den Haag dan ik in mijn geboorteplaats Barendrecht heb gewoond. In het werkend leven ben ik informatiespecialist bij Fugro, een groot internationaal bedrijf dat zich specialiseert in onshore en offshore grondonderzoek.

Hoe ben je met theater in aanraking gekomen?

Op de middelbare school ging ik wel eens naar toneel. Ik vond het leuk om te kijken, maar de kriebel om zelf te spelen was er nog niet. Toen ik op mijn 25ste naar Den Haag verhuisde voor mijn werk raakte ik bevriend met Monica Resowidjojo die toen voorzitter was van Inter Nos. Ik ging natuurlijk kijken bij de voorstellingen. Op een gegeven moment vroeg ze of ik niet regieassistente wilde worden, dat vond ze wel wat voor me. Dat regelen lag me inderdaad wel en ik heb met veel plezier een paar voorstellingen regie-assistentie gedaan en heb ook gesouffleerd.

Wat heeft jou tot zelf spelen aangezet?

Zien spelen doet spelen en daar was wel ruimte voor bij Inter Nos. Ik wilde het een keer proberen om te zien of het iets voor mij was, of dat ik het bij regie-assistentie zou moeten houden. Ik vond het enorm spannend, maar ook ontzettend leuk.

Wat was je eerste rol en hoe beviel die?

Mevrouw Toothe in Alles voor de tuin van Edward Albee. “Dat lijkt me wel een leuke rol”, zei ik toen. Een wel wat makkelijke motivatie voor een meer dan pittige rol. Voor de niet-kenners: mevrouw Toothe was een hoerenmadam. Achteraf gezien had ik als eerste rol misschien beter een kleinere rol kunnen kiezen, maar ik heb er wel de smaak van te pakken gekregen.

Hoe is het verloop van jouw theaterloopbaan tot nu toe geweest?

Ik ben in 1992 bij Inter Nos begonnen, ben daar ook secretaris geweest en ben in 2003 met een aantal vrienden een eigen groep begonnen, Theatergroep Ei. Daar heb ik mijn eerste en enige regie gedaan van Bedden van Dimitri Frenkel Frank. Ei is in 2008 gestopt. We konden met de vier overgebleven leden geen producties meer maken. Toen heb ik een tijdje bij TVO gezeten, maar die vereniging stopte ook. SCAT Cameleon vroeg me voor een gastrol en daar ben ik toen ook weer een paar jaar blijven hangen. Na Cameleon ben ik weer bij Inter Nos terecht gekomen. De voorzitter van Inter Nos, Herman Poelsma, is ook mijn bowlmaatje en hij vroeg me in 2013 voor een gastrol bij Inter Nos. Tijdens die productie – De aangekondigde moord van Agatha Christie – heb ik zo’n lol gehad dat ik weer lid ben geworden. En nu vier ik dus mijn vijfentwintigjarig toneeljubileum.
Verder ben ik in 2000 door Bert van Zeeland bij Haghespel gehaald. Ik ben begonnen als eindredacteur a.i. en ben nu al jaren hoofdredacteur. Veel regelen, kopij verzamelen en schrijven, tegenwoordig wel voornamelijk verslagen van repetitie-avonden en impressies van bijvoorbeeld het Dialogenfestival.

Welke rol was je het meest dierbaar en welke het minst?

Een nogal ingrijpend ongeluk, foto Henk van der MeerHet meest dierbaar was Mathilde in Een nogal ingrijpend ongeluk van Peter Aten. Dat was bij SCAT Cameleon. Prachtig stuk, geweldige regie van Manon Barthels, geweldige medespelers. Ik speelde dat stuk samen met Lies Oldenhof en Lia van Alenburg.
Het minst dierbaar: geen idee, ik heb met ieder stuk waarin ik heb gespeeld wel goede herinneringen.

Welke rol staat nog op je verlanglijstje?

Geen specifieke rol, maar ik zou best wel eens in een stuk van Shakespeare willen spelen. En Koppen dicht (Noises off) van Michael Frayn. Geweldig stuk waar ik een hilarische verfilming van heb gezien met onder andere Michael Caine en Carol Burnett. Ik zou het best graag willen spelen, maar technisch is het enorm lastig om uit te voeren met die twee totaal verschillende decors. Haag heeft het een keer gedaan, en zeker niet onverdienstelijk.

Wat was je grootste blunder op het toneel?

Echte blunders heb ik gelukkig niet gemaakt, maar ik kan me wel een stuk herinneren waarin ik een smetzieke dame moest spelen. Ik legde overal tissues op stoelen voordat ik ging zitten. Ik ben blij dat ik pas veel later te horen kreeg dat die tissues aan mijn jas bleven plakken als ik weer ging staan.

Hoe bereid jij een rol voor?

Lezen, veel lezen. Het verband ontdekken met de andere rollen. Kijken wat de achtergrond is, met wie heeft het personage een band, wat is de sociale achtergrond. Ik heb wel eens een regisseur gehad die ook wilde weten wat de lievelingskleur was van het personage. Zo ver ga ik niet meer. Verder: veel spelen, met elkaar praten hoe de rol in elkaar steekt. En proberen de tekst zo snel mogelijk in mijn hoofd te krijgen, maar tekst uit mijn hoofd leren is niet mijn sterkste punt. Voordat ik het kan dromen ben ik wel even bezig.

Hoe zie jij de toekomst van het verenigingsleven/amateurtoneel?

De bomen met geld reiken niet meer tot in de hemel zoals 25 jaar geleden, maar het is zeker niet hopeloos. Ik zie nog voldoende nieuwe initiatieven en nieuwe groepen ontstaan. Er is zelfs een theatertje bijgekomen. Nee, ik blijf enthousiast over het Haagse amateurtheater. Er is minder geld beschikbaar, maar het is zeker niet zo dat de creativiteit daardoor minder is geworden. Dat lijkt wel juist meer geworden. Iedereen gaat er met volle passie in. Het is wel zo dat je tegenwoordig er hard aan moet trekken om volle zalen te krijgen. Niet alleen omdat er nog steeds veel keuze is aan voorstellingen, maar ook omdat alle voorstellingen geconcentreerd zitten in een paar maanden. Dat was overigens 25 jaar geleden ook al de grootste klacht.

Welk genre theater vind je het meest interessant, en welk genre het minst?

De anti-acteershow, foto: Joost Hubeek

Ik vind alles wel leuk, maar ben niet gek op Russische schrijvers. Op de een of andere manier vallen die stukken me nooit mee. Ik ben gek op musicals, misschien wel omdat ik zelf moeite moet doen om een toon recht mijn mond uit te krijgen. Ik heb Aïda zeven keer gezien. Les Miserables is mijn lievelingsmusical, die heb ik geloof ik drie keer gezien en ik heb ook de filmversie. Naar Soldaat van Oranje ben ik ook al twee keer geweest. Ik ben zelfs zo gek dat ik van veel musicals de Broadway-versie en de Nederlandse versie op cd heb. Met Inter Nos hebben we De Anti-Acteer Show van Michael Green gedaan, daarin kwam ook een stukje opera voor. Ik mocht tot mijn grote vreugde ook zingen.

Heb je een lievelingstoneelschrijver?

Ik ben erg blij dat we bij Inter Nos nu Gebroken ijs van Haye van der Heijden spelen, want dat is toch wel een lievelingsschrijver van me.

Wat zijn je toekomstplannen?

Toneel is leuk. Ik wil blijven spelen en blijven schrijven, niet alleen voor Haghespel, maar ook op mijn eigen site.

Succes: #WOT deel 23

Het #WOT woord van deze week is

Succes = 1) Aftrek 2) Bestseller 3) Bijval 4) Bereikte 5) Carrière 6) Furore 7) Goede afloop 8) Gelukkige afloop 9) Goede uitslag 10) Geluk 11) Hit 12) Kasstuk 13) Klapper 14) Kraker 15) Knaller 16) Opgang 17) Resultaat 18) Schlager 19) Succesnummer 20) Successtuk 21) Topper 22) Treffer 23) Triomf 24) Voorspoedigheid 25) Victorie 26) Voorspoed.

We wensen elkaar bij alles succes. Eindexamen, rijexamen, sollicitatiegesprekken, noem het maar op. Dat is meetbaar succes. Er hangt iets van af, je kan een papiertje krijgen, of – zoals in Martha’s geval – een medaille.

Toi-toi-toi

Toen ik bijna 25 jaar geleden in het amateurtoneel terecht kwam, maakte ik kennis met een heel leuke gewoonte, namelijk de toi-toi-toi wens. Bijgelovig als acteurs zijn is het namelijk een ontzettende no go om elkaar in het theater succes te wensen. Dat kan niet. In plaats daarvan wensen we elkaar toi toi toi, een wens die klanknabootsend is voor afkloppen op ongeverfd hout. In het Jiddisch werd het voorafgegaan door onberoefen of onbesjriën, een bezweringsformule om de uitgesproken gedachte terstond weer te annuleren. In het Duits wordt Hals- und Beinbruch gebruikt; Britse acteurs zeggen break a leg. We geven elkaar ook een to-toi-toitje, een cadeautje in de vorm van een voorwerpje gerelateerd aan het stuk. Het is een charmante gewoonte die me in de loop der jaren heel wat hoofdbrekens heeft gekost, want wat moest ik nu weer doen. toi-toi-toi
Het heeft me ook een kast vol met voorwerpen opgeleverd, allemaal in de loop der jaren gekregen bij toneelvoorstellingen. Sommige tois hebben hun weg gevonden in mijn servieskast, want ik heb geloof ik drie mokken gekregen met teksten die er toch helaas af waren na drie keer afwassen. Eén kaartje met een klein spinnetje erop, hangt aan een kastdeurtje op mijn bureau. Gekregen bij een voorstelling die ik bezocht. In het stuk Amateurs van Wannie de Wijn loopt een spinnetje rond op de toneelvloer. Dat spinnetje overleeft het helaas niet, het kaartje hangt hier nog steeds.
Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Theater in romans: Octopus

OctopusMichael Gallagher is de schrijver van twee series van boeken die in het Victoriaanse tijdperk spelen. Deze roman Octopus is de tweede in de series Send for Octavius Guy over de veertienjarige dief en zakkenroller Gooseberry die een nieuwe carrière van detective wil opbouwen. Deze tweede zaak betreft de moord op de steractrice op het toneel tijdens het opvoeren van The Duchess of Malfi in het Sadler’s Wells Theatre. Het boek was door toeval in mijn handen gekomen, als krijgertje in Librarything’s Early Reviewers. Ik kan me alleen inschrijven voor e-books, en dit was er een van. Het is een amusant werkje, wel het tweede deel in een serie, maar het kan los gelezen worden. Gooseberry, of Octavius Guy is een veertienjarige dief die een eerlijke carrière probeert op te bouwen als detective en daarbij alle technieken, geleerd in zijn oneerlijke periode, kan gebruiken. Voor zichzelf maakt hij een hele serie regels die hem helpen bij zijn detectivewerk. Zie bijvoorbeeld Guy’s Tenth Rule of Detection: Sometimes Justice needs to come before Law, just as it would be in a dictionary.

Ik hou wel van dit soort boeken, historische detectives, waarbij iedereen niet wordt gehinderd door de tegenwoordige techniek en de detective in kwestie het van zijn hersens moet hebben. Het heeft voor mij helaas wel iets van Agatha Christie, bij haar snapte ik ook werkelijk nooit hoe Miss Marple aan de moordenaar kwam. En dat gebeurt ook met Gooseberry die via wonderlijke wegen en gedachtengangen bij de moordenaar van de actrice terechtkomt. Enige kennis van het Victoriaanse Londen is wel handig in dit boek.

The Duchess of Malfi is een toneelstuk dat in 1613 door John Webster is geschreven. Michael Gallagher is niet de enige die het stuk als onderwerp van een boek heeft genomen. Ook detective schrijvers P.D. James en Agatha Christie gebruikten het toneelstuk voor hun boeken.

Octopus or Octavius Guy and the Case of the Throttled Tragedienne: a Revenge Tragedy (of sorts) in (roughly, very roughly) Three Acts by Michael Gallagher. – London: Smashwords, 2016.

Theater in romans: een uit de hand gelopen hobby

Op 1 juni 2006 begon ik ermee: “Nieuw projectje. Ik ga een artikel schrijven over toneel en romans. Wat voor voorstelling wordt er gemaakt van toneel, theater, etc. in romans en verhalen.”
Oorspronkelijk had ik het bedoeld voor Haghespel, het Haagse blad voor amateurtoneel waar ik al jaren hoofdredacteur van ben. In elk nummer zou ik één of twee boeken bespreken. De praktijk was dat het vulling werd voor de niet zo volle nummers. Wat ik niet had voorzien was dat de lijst wel erg lang zou worden. Van de simpele lijst met ongeveer vijftien boeken uit 2006 is het uitgegroeid tot een lijst van ongeveer 275 boeken die ik ook heb gelinkt naar de besprekingen.

Update

Van een blog is deze lijst uitgegroeid tot een pagina in het menu van mijn blog. Ik werkte dit blog altijd nog blij, maar het zakte steeds dieper weg in het archief, gezien het feit dat ik de lijst voor het eerst had gepubliceerd op 30 juli 2015.

Andere lijsten

Ik heb ook nog een lijst met kleuter-, kinder- en jeugdboeken die allemaal met theater te maken hebben. Het is een niet echt actieve lijst, ik heb hem in augustus 2009 gepubliceerd en sindsdien niet bijgewerkt. Dat komt ook omdat ik niet echt van plan ben deze boeken te bespreken. En de eerste lijst die ik in 2012 gepubliceerd heb, nog op volgorde van de voornaam van de auteur.

Tips

Elke keer lijkt het of de voorraad is uitgeput en vervolgens verschijnen er weer boeken. Tips zijn dus nog altijd welkom.

Beeldvorming: #50books, vraag 28

Vraag 28:
In hoeverre is het belangrijk voor jou dat je een hoofdpersoon kunt visualiseren op basis van de aanwijzingen in de tekst?

Het is voor mij erg belangrijk dat ik een hoofdpersoon kan visualiseren, omdat het voor mij een teken is dat ik gegrepen word door het boek. Eventuele aanwijzingen zijn dan wel aardig. En ik heb bij uitstek het boek gevonden waarbij dat voor mij totaal onmogelijk was.
Het gaat om Gene Wolfe, “An Evil Guest”.

Ik heb toch heel veel gelezen, maar dit moet bij uitstek het vreemdste boek zijn dat ik ooit heb gelezen. Het verhaal lijkt heel leuk. Een Science Fiction verhaal dat 100 jaar in de toekomst speelt en vertelt over Cassie Casey. Ze is actrice en speelt redelijk succesvol in toneelstukken. Zij wordt verliefd op twee mannen, een mysterieuze privé detective en een machtige rijke man. Deze rijke man is op een planeet geweest waar een volk van intelligente buitenaardse wezens woont en daar heeft hij vreemde dingen geleerd. Tot zover is het verhaal toch redelijk duidelijk. En dan ga je lezen en wordt het volslagen onbegrijpelijk.

Gene Wolfe An Evil Guest boekomslagGene Wolfe wordt op Goodreads geroemd om zijn beschrijvingen van personages. Die heb ik dan toch even gemist. Dit boek blinkt uit door het totaal niet beschrijven van personages. Er wordt nog geen haarkleur genoemd. Ik word als lezer in het verhaal gegooid, krijg er geen beeld bij en daardoor worden de personages volstrekt niet interessant.

Het boek wordt geroemd als een mix van genres, maar dan nog, dat beeld, dat heb ik dus niet. Dat krijg ik wel een beetje met één van de aanprijzingen, namelijk “pulp thriller”. Dat beeld wordt versterkt door de omslag, waarop een femme fatale staat in een zwoele pose. Jean Luc Picard kwam bij me op met zijn voorliefde voor detectives uit de jaren dertig. En dat beeld houd ik dus over van een Science Fiction verhaal dat 100 jaar in de toekomst speelt.

#50books is in 2013 begonnen door @petepel, in 2014 voortgezet door @drspee en in 2015 weer overgenomen door @petepel.

Theater in romans: resultaat van zes jaar verzamelen

Op 1 juni 2006 begon ik ermee: “Nieuw projectje. Ik ga een artikel schrijven over toneel en romans. Wat voor voorstelling wordt er gemaakt van toneel, theater, etc. in romans en verhalen.”

Het was voor Haghespel. In elk nummer zou ik één of twee boeken bespreken. De praktijk was dat het vulling werd voor de niet zo volle nummers en dat er dus wel eens nummers werden overgeslagen door de grote hoeveelheid recensies. Wat ik niet had voorzien was dat de lijst wel erg lang zou worden. Ruim zes jaar later ben ik er nog steeds mee bezig. Ik kom van alles tegen, prachtige boeken die ik nooit tegen zou zijn gekomen zonder dit project, maar ook boeken die ik na een hoofdstuk heb weggelegd en dan is internet een geweldige bron voor samenvattingen. Elke keer als ik denk, het is nu wel op, komen er weer nieuwe boeken uit. Daar komt bij dat ik het onderwerp iets heb uitgebreid: films in romans vallen er nu ook onder. Hieronder de lange, lange lijst. Het zijn ongeveer 250 boeken. De boeken met sterretjes zijn de boeken die ik op dit blog en in Haghespel heb besproken. Overigens zijn tips nog altijd welkom.

UPDATE: voor een meer volledige lijst met hyperlinks naar de besprekingen zie deze lijst.
A.C. Crispin with Deborah Marshall* – Serpent’s gift (Starbridge; book 4) (New York: Ace Books, 1992)
A.S. Byatt* – The virgin in the garden (New York: Vintage Books, 1978)
Ad Vervuurt – 130 jaar Schinderhannes in Roermond, 1865–1995 (1995)
Adriana Trigiani* – Lucia, Lucia (New York: Random House, 2003)
Alan Ford – Thin ice (London: Weidenfeld & Nicolson, 2006)
Alan Gordon – Thirteenth night (1999)
Alan Gratz – Something Rotten
Alison Lurie* – Foreign affairs (1984)
Amanda Ooms – Noodzaak (Amsterdam: Prometheus, 1993) (Vert. van: Nödvändighet)
Angela Carter – Wise Children
Anne Cuneo – Objets de splendeur: Mr. Shakespeare amoureux (Paris: Denoël, 1997)
Anne Hébert – De verboden stad (Le premier jardin) (Paris: Seuil, 1988)
Anne Wiazemsky – Canines (1993)
Anthony Burgess* – A dead man in Deptford (London: Hutchinson, 1993)
Aphra Behn – Oroonoko, The rover, and other works
Arjen Lubach* – Magnus (Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2011)
Arnon Grunberg* – Figuranten (Amsterdam: Singel Pocket, 2002
Arthur Japin* – De klank van sneeuw: twee novellen (Amsterdam [etc.]: De Arbeiderspers, 2006)
Arthur Nersenian – Unlubricated (HarperCollins, 2004)
Barbara Taylor Bradford – Angel* (New York: Ballantine Books, 1993), The triumph of Katie Byrne* (New York: Doubleday, 2001)
Barry Unsworth* – Zinnespel (Morality play, 1995)
Belinda Alexandra* – Wild lavender (London: HarperCollins, 2006)
Bep Otten – De open plaats (Amsterdam: Nederlandsche Keurboekerij, 1944)
Beryl Bainbridge* – Een ongelooflijk groot avontuur (An awfully big adventure) (Den Haag BZZToh, 1991)
Bevan Amberhill – The bloody man: a Jean-Claude Keyes Mystery (Mercury Press, 1993)
Boris Starling* – Storm (Amsterdam: *Mpact, 2001)
Bruce Jay Friedman – Violencia!: a musical novel (Grove/Atlantic, 2001)
Bryher – The player’s boy (Consortium, 2006, 1953)
Carla de Jong – Outcast (2010)
Carla de Jong* – Outcast (Amsterdam: Arbeiderspers, 2010)
Carol Goodman* – The sonnet lover (London: Piatkus, 2007)
Caroline B. Cooney – Enter Three Witches
Carolyn Haines – Ham bones (Kensington, 2008)
Caryl Brahms – No Bed for Bacon
Cas van Dijk* – Het scherm gaat op (Amsterdam: Van Holkema & Warendorff, [1939])
Catherine Cookson* – Riley (Amsterdam: De Boekerij, 2003)
Christopher Bram – Lives of the circus animals (HarperCollins, 2004)
Christopher Frank – Josepha: roman (Paris: Seuil, 1979)
Christopher Moore – Fool (2009)
Christopher Whyte* – The cloud machinery (2000)
Damian Lanigan – The chancers (London: HarperCollins, 2003)
Dan Simmons – Ilium; Olympos
Daphne Meijer – Het plezier van de duivel (1995)
David Huggins – Me me me (London: Faber and Faber, 2001)
David Nicholls* – The understudy (2005)
Dexter Dale – Death in the theatre (1935)
Dick Francis* – Wild horses (1994)
Dimitri Frenkel Frank – Een vrouw uit de provincie (1987), Hamlet’s whisky (Amsterdam: Manteau, 1984)
Dirk Verbruggen – De liefdeseter (1993)
Dolf de Vries* – Laat me maar (Amsterdam: Leopold, 1993)
Don Duyns* – Buigen (Amsterdam: Contact, 2007)
Doris Lessing* – Terug naar de liefde (Love, again, 1995)
Doris Maye Heffner – Destiny’s detour (Buy Books on the Web.com, 2006)
Ed Macbain* – Het doek valt (The last dance) (Weert: Van Buuren, 2000)
Eduard Veterman – Naakte maskers: tooneel–roman (1926)
Edward Marston – The amoureus nightingale* (2001), The Queen’s Head; The Merry Devils; The Trip to Jerusalem; The Nine Giants; The Mad Courtesan; The Silent Woman; The Roaring Boy; The Laughing Hangman; The Fair Maid of Bohemia; The Wanton Angel; The Devil’s Apprentice; The Bawdy Basket; The Vagabond Clown; The Counterfeit Crank; The Malevolent Comedy; The Princess of Denmark; The king’s evil (2000)
Edzard Mik* – Bleke hemel (Amsterdam: Contact, 2007)
Eleanor Catton* – De repetitie (The rehearsal) (Amsterdam: Anthos, 2009)
Elena Stancanelli – Le attrici (2001)
Elise Broach – Shakespeare’s Secret
Elizabeth Bear – Hell and Earth, Ink and Steel
Ellen Hart – Stage fright (Minotaur Books, 2004)
Ellen Shanman – Right before your eyes (Bantam Books, 2007)
Emily Prager – Clea en Zeus divorce (New York: Vintage Books, 1987)
Eric Ambler – Judgment on Deltchev (Random House, 2002, reprint)
F.J. Degenhardt – Der Liedermacher: Roman (1982)
Faye Kellerman – The Quality of Mercy
Fernando de Rojas – The Celestina; a novel in dialogue (1959)
Francesca Delbanco – Ask me anything (Norton, 2005)
Francine Prose – Glorious Ones (HarperCollins, 2007)
Francoise Sagan – Het onopgemaakte bed (vert. van Le lit défait) (Amsterdam: De Boekerij, 1987)
François–Olivier Rousseau – L’heure de gloire (1995)
Gary D. Schmidt – The Wednesday Wars
Gaston Leroux – The phantom of the Opera
George Garrett – Entered from the sun: the murder of Marlowe
Georges Coulonges – Un comédien dans un jeu de quilles : roman (Paris: Grasset, 1987)
Georges Simenon – De groene luiken (vert. van: Les volets verts) (Utrecht: Bruna, 1956)
Ger Thijs – Een sterke afgang (2002)
Ger Thijs – Grote gevoelens of: Mijn leven in de kunst (Amsterdam: De Harmonie, 1985), Het openluchttheater van Oklahoma (1993), Een sterke afgang (2002)
Gerrit Wassing – Alkestis in Brantgum : een verhaal (2000)
Glenn Ickler – Stage fright (SterlingHouse, 2005)
Grace Tiffany – My father had a daughter: Judith Shakespeare’s Tale; Will
Guido Van Heulendonk* – Paarden zijn ook varkens (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1995)
Gustav Herling* – Een witte nacht van liefde: theatrale roman (2001)
H. Mel Malton – Cue the dead guy: a Polly Deacon Murder Mystery (Napoleon, 2004)
Halina Reijn* – Prinsesje nooitgenoeg (Amsterdam: Prometheus, 2005)
Harry Mulisch – Het theater de brief en de waarheid: een tegenspraak* (2000), Hoogste tijd* (1985)
Harry Turtledove* – Ruled Britannia (New York: Great American Library, 2004)
Heinrich Mann – Professor Unrat (1981)
Helen Dore Boylston* – Carol Plays Summer Stock (1942), Carol Goes On the Stage (1943), Carol Goes Backstage (1944), Carol On Broadway (1944), Carol On Tour (1948)
Herman Koch* – Zomerhuis met zwembad (Amsterdam: Anthos, 2011)
Herman Pieter de Boer* – De artiestenuitgang (1987)
Inez van Dullemen* – Het gevorkte beest (1986)
Iris Johansen – An unexpected song (Bantam Books, 2006)
Iris Murdoch* – The sea, the sea (1978)
Ishmael Reed – Reckless Eyeballing (Dalkey Archive Pres, 2000)
J. Bernlef* [… et al.]: 15 theaterverhalen (1989)
J.B. Cheaney – The playmaker
J.B. Priestley – Lost empires : being Richard Herncastle’s account of his life on the variety stage from November 1913 to August 1914 (1965)
J.L. Carroll – The Shakespeare secret* (2007) – The Shakespeare curse* (New York: Plume, 2010)
Jack McDevitt* – Time travelers never die (New York: Ace Books, 2010)
Jan de Rooij – Bouillabaisse (Baarn: De Prom, 1986)
Jan van der Mast* – Mijn Hamlet! (2005)
Jane Smiley* – A thousand acres (London: Flamingo, 1992)
Jasper Fforde* – Something rotten (London: New English Library, 2004)
Jeanne van Schaik–Willing – Na afloop: dramatische kronieken (1957)
Jean–Pierre Énard – Le voyage des comédiens (1981)
Jerome Charyn – The green lantern: a romance of Stalinist Russia (Da Capo Press, 2005)
Jess Winfield – My name is Will: a novel of sex, drugs, and Shakespeare
Jill McGown – Scene of crime (Random House, 2002)
Joe Orton – Head to toe
Johan Fabricius – Goldoni, herinneringen van een oude pruik, vrij – zeer vrij – naar de ‘Memorie’ (1963)
Johann Wolfgang von Goethe – Wilhelm Meisters theatralische Sendung (1795/96); Wilhelm Meister’s apprenticeship (Princeton University Press, 2005, reissue)
John Banville – Eclipse (London: Picador, 2000)
John Varley – The golden globe (1999)
Jonathan Ames* – De figurant (The extra man)(Amsterdam: Prometheus, 1998)
Josephine Tey* – The daughter of time (1951) (Alan Grant mysteries; 4)
Jude Morgan* – Symphony (2006)
Judith McNaught* – Verscheurd door het verleden (Perfect, 1994), Fatale nacht (Someone to watch over me, 2003)
Judith Michael – Acts of love (New York: Crown, 1997)
Karen Harper* – Mistress Shakespeare (New York: Putnam, 2009)
Kate Thompson – Een lange hete zomer (It means mischief, 1998)
Katharine Kerr [et al.] – Weird Tales from Shakespeare
Kathleen Winsor – Calais. Op vleugels van een droom (Calais, 1979)
Kay Nolte Smith – Catching fire (1982), Venetian Song* (1994)
Kazimierz Brandys – Rondo (1991)
Keith McDermott – Acqua Calda (Westview Press, 2006)
Kirill Gradov – Aan de grond (Amsterdam: Bakker, 1986) (Vert. van: Tsjelovele… zvoetsjt gordo!)
Klaus Mann – Mephisto, Roman einer Karriere (1936)
Kurt Ziesel – Der Preis des Ruhms: Roman einer Schauspielerin (1989)
Laura Resnick* – Vamparazzi (New York: Daw Books, 2012)
Laurens Spoor* – Personen, personages: roman (Amsterdam: Van Gennep, 1996)
Leni Saris* – Wereld in droom (Westfriesland, 1963), Mijn leven, ons leven (Westfriesland, 1972)
Leo Beyers – De wind komt niet uit de bomen (1984)
Leon de Winter* – De hemel van Hollywood (Amsterdam: De Bezige Bij, 1997)
Leonard Beuger – Rood haar (1995)
Lesley Cookman – Murder in Steeple Martin (Accent Press, 2006)
Leslie Silbert* – De verspieder (The intelligencer) (Amsterdam: De Bezige Bij, 2004)
Lilian Lee – Afscheid van mijn minnares (Farewell to my concubine) (Houten: Van Holkema & Warendorf, 1993)
Linda Chapman – Schitteren als een ster (Bright lights) (Aartselaar: Deltas, 2004)
Linda Fairstein* – Death dance (2006)
Lindsey Davis – Last act in Palmyra (1996) (Marcus Didius Falco; 6)
Lisa Klein – Ophelia
Lisa Kleypas – Because you’re mine (Avon, 1997)
Lou Steenbergen – Koen : de jongen die niet zo nodig moest (1984)
Louis Couperus – De komedianten* (Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1917); Eline Vere
Louis Saalborn – De vader en de zoon : roman (1934)
Louise Shaffer – Family acts (Random House, 2007)
Lynn Freed – Home ground (1986)
M.J. Brusse – Achter de coulissen (1903)
Mac Wellman – Q’s Q: an arboreal narrative (Consortium, 2006)
Marc Acito – Attack of the Theater People / *Hoe ik mijn collegegeld betaalde: een roman over seks, diefstal, vriendschap en musicals (Amsterdam: Contact, 2006) (How I paid for college : a novel of sex, theft, friendship & musicals’ (2004))
Margaret Drabble* – The Garrick Year (1983)
Margaret Dumans – How to succeed in murder (Poisoned Pen Press, 2006)
Margaret Frazer – A play of Dux Moraud (Penguin, 2005); A play of lords (Penguin, 2007); A play of knaves; A play of Isaac (Joliffe mystery series)
Maria van der Moer – Een gebroken schommeltouw (1982)
Mary Renault – The mask of Apollo
Mats Berggren – Vals akkoord (Amsterdam: Elzenga, 1990) (Vert. van: Örent accord)
Matthias Biskupek – Eine moralische Anstalt : Roman mit richtigen Requisiten, letzten Vorhängen und Theaterblut (Berlin: Eulenspiegel, 1997)
Michael Craft – Desert Spring: a Claire Gray mystery (Gale, 2004)
Michael Korda – Het rode doek (Curtain : a novel, 1991)
Michael Malone – The delectable mountains: or, entertaining strangers (Sourcebooks, 1992); Foolscap: or, the stages of love (Sourcebooks, 2002)
Michael Merschmeier – Berliner Blut: Roman (1997)
Michael Paine – Stage fright (Penguin, 2006)
Michail Boelgakov – Het leven van de heer Molière (1973) / Zwarte sneeuw* (Black snow: a theatrical novel) (1999)
Miguel Cervantes – Don Quichot
Nachoem M. Wijnberg* – De opvolging (2005)
Ned Sherrin – Scratch an actor (London: Sinclair-Stevenson, 1996)
Neil Gaiman – The Sandman, Volume 3: Dream Country / The Sandman, Volume 10: The Wake
Ngaio Marsh – Enter a murderer (1935) (Roderick Alleyn; 2) / Final curtain* (Laatste scène) (1947) (Roderick Alleyn; 14) / Opening night (Roderick Alleyn; 16) / Death at the Dolphin (Roderick Alleyn; 24) / Light thickens (1982) (Roderick Alleyn; 32) / Photofinish* (1980)
Nicola Upson* – An expert in murder (Josephine Tey mysteries series) (HarperCollins, 2009)
Niko Bovenberg* – Werklicht: de avonturen van toneelknecht Kees (2002)
Olle Mattson – De trommel en de kruidenmand: Een zweedse schrijver
Ottavio Cappellani – Sicilian tragedy (Picador, 2008)
P.D. James* – The skull beneath the skin (1982) (Cordelia Gray mysteries; 2)
P.G. Wodehouse – The little warrior (1st World Library, 2006, ook verschenen als Jill the Reckless)
Pamela Koevoets – Bazen en slaven: een zwarte komedie (1991)
Pamela Rafael Berkman – Her infinite variety: stories of Shakespeare and the women
Paola Capriolo – De vrouw in de loge: roman (Vert. van: La spettatrice) (Amsterdam: Meulenhoff, 1997)
Pascal Lainé – De twijfelaarster (Breda: De Geus, 1994) (Vert. van: L’incertaine)
Paul Fournel – Un homme regarde une femme: roman (Paris: Seuil, 1994)
Paul Scarron – Wanfortuin der komedianten (Le roman comique, 1651-1657)
Pavlos Mátesis – De moeder van de hond (Amsterdam: Bakker, 1997) (Vert. van: I mitéra tou skýlou)
Penelope Fitzgerald – At Freddie’s (1982)
Peter Ackroyd* – The Lambs of London (London: Chatto & Windus, 2004)
Peter Römer* – Chantage (Amsterdam: De Fontein, 2012)
Philip Gooden – Sleep of death* (London: Robinson, 2000), Death of Kings (2001); The Pale Companion* (2002); Alms for Oblivion (2003); Mask of Night (2004); An Honourable Murder (2005); The Salisbury Manuscript (2008)
Philip Roth* – The Humbling (London: Cape, 2009)
Poul Anderson – A Midsummer Tempest
R.T. Jordan – Final curtain (Kensington, 2009)
Rachel Cline – What to keep (Random House, 2005)
Rebecca West – Sunflower (London: Virago, 1986: onvoltooide, in de jaren twintig geschreven roman)
Richard Armour – Twisted Tales from Shakespeare
Rien Broere* – De voorstelling (1998)
Rob van Reijn – Voetlicht & vetpotten : roman over Jan van Well in en om de schouwburg : een kroniek van Amsterdam 1772– 1818 (2000)
Robert Anker* – Een soort Engeland (Amsterdam: Querido, 2001)
Robert Kaplow* – Me and Orson Welles (Penguin, 2005)
Robert Nye – Mrs. Shakespeare: The Complete Works, The Late Mr. Shakespeare* (London: Chatto & Windus, 1998)
Roberto Quesada – Big Banana (Barcelona: Seix Barral, 2000)
Robertson Davies – The Salterton trilogy / Tempest–tost (1991)
Ronald Giphart* – Gala (boekenweekgeschenk, 2003)
Sarah A. Hoyt – All Night Awake, Any Man So Daring, Ill Met by Moonlight
Sarah Grazebrook – Foreign parts (1999)
Sarah Schulman – Girls, visions, and everything
Sarah Smith – Chasing Shakespeares
Seth Rudetsky – Broadway Nights: A Romp of Life, Love, and Musical Theatre
Shirley Conran – The revenge of Mimi Quinn (London: Macmillan, 1998)
Sholem Aleichem – Wandering Stars (Penguin, 2009)
Simon Hawke – A mystery of errors (2000) / The slaying of the Shrew (2001) / Much ado about murder (2002) / The merchant of vengeance* (2003)
Simone de Beauvoir – Uitgenodigd (L’invitée, 1943)
Stephanie Lehmann – Thoughts while having sex (Kensington, 2003)
Steven Philip Jones – King of Harlem
Stewart Lewis – Relative Stranger (Alyson publications, 2008)
Sue Frost – Verander de tijd (Redeem the time, 1997)
Susan Elisabeth Phillips – What I did for love (Morrow, 2009)
Susan Sontag* – In Amerika (In America, 2001)
Suzanne Harper – The Juliet Club
Suzanne Selfors – Saving Juliet
Tad Williams* – Caliban’s wraak (Amsterdam: Luitingh-Sijthoff, 1995) (Caliban’s Hour)
Tamara McKinley* – Droomvlucht (Dreamscapes) (Baarn: De Kern, 2007)
Terry Pratchett – Wyrd sisters* (1988) (Discworld; 6), Lords and Ladies (1992) (Discworld; 14), Maskerade* (1995) (Discworld; 18)
Tessa de Loo* – Rookoffer (1987)
Theun de Vries – Baron. De wonderbaarlijke Michel Baron, zijn leermeester Molière en de praalzieke zonnekoning (1987)
Thomas Keneally – The playmaker (Touchstone, 1993)
Threes Anna – De kus van de weduwe (2003) (online te vinden op http://www.threesanna.com/nl/)
Timothy Findley* – Spadework: a novel (New York: HarperCollins, 2002)
Trudi Pacter – Wild child (New York: Pocket Books, 1996)
Ulla Berkéwicz – Adam (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1987)
Utta Danella – Liefde in de hoofdrol (Unter dem Zauberdach, 1976)
Virginia Tracy – Merely players: stories of stage life (1909)
Virginia Woolf* – Between the acts (London: Hogarth Press, 1970)
W. Somerset Maugham – Theatre (1937)
Wilfrid Sheed – Max Jamison: a novel (1986)
Willem Brakman* – De biograaf (1983)
Willem van Zadelhof* – Vuur stelen (Amsterdam: Meulenhoff, 2008)
Willy Corsari – Nummers: roman uit het cabaretleven (1932)