Het raadsel van het meisjesboek ‘Driftkopje verloofd’

Mijn nieuwste aanwinst uit de minibieb is een meisjesboek, heet Driftkopje verloofd en is waarschijnlijk een tweede deel uit een serie. Het boek vertelt over Mieke die in Amsterdam woont en werkt. Haar ouders wonen in de provincie. De titel valt tot mijn vreugde onder mijn theater in romans serie, want Mieke wordt lid van een amateurtoneelvereniging.

20200913_driftkopje
Driftkopje verloofd / Jeanne van der Griend. – Heemstede: Uitgeverij Jongland

De inhoud

Mieke woont en werkt in Amsterdam. Een collega neemt haar mee naar de amateurtoneelvereniging waar hij voorzitter van is. Ze gaat meespelen met een voorstelling. Mieke is een driftkopje en kan enorme driftbuien krijgen. Dat blijkt ook tijdens de generale repetitie waar ze heel driftig wordt over iets en daarbij een andere speelster van het toneel duwt. Daarna wil ze stoppen, maar dat mag ze niet van de rest. Ze gaat ook meedoen met een volgende productie, een stuk over een dronken zeemeermin dat door de voorzitter wordt geschreven. Ze ontmoet Theo, de broer van een van de toneelspelers. Hij neemt een rol over omdat de voorzitter een been breekt en mag samen met Mieke spelen. Ze zijn verloofd in het stuk. Maar ze gaan ook buiten het toneel met elkaar om. Theo maakt kennis met haar driftbuien maar begrijpt waar het vandaan komt en kan het haar vergeven.

Het is een stralende Mieke, die mevrouw Hamers die avond mag gelukwensen als ze elkaar bij het weggaan van Theo in de gang ontmoeten en haar overrompelt met de woorden: ‘Mevrouw Hamers, mag ik mijn verloofde voorstellen.’

Het raadsel

Elk gelezen boek gaat in mijn Goodreads en dat was ik met deze ook van plan. Nu komt het wel meer voor dat boeken er niet in voorkomen, zeker met meisjesboeken uit de jaren zestig van de twintigste eeuw. Dat is juist leuk, want dan kan ik een boek aanmaken, met een scan van de voorpagina en al. Wat minder vaak voorkomt is dat de schrijver niet te vinden is. Jeanne van der Griend was niet te vinden in Goodreads. In zo’n geval raadpleeg ik de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek, want ik was ook nieuwsgierig naar dat eerdere deel. Geen Jeanne, wel een Driftkopje verloofd, maar van een heel andere schrijfster, namelijk Bertha Clément. Dat is een oorspronkelijk Duitse uitgave. Bertha is te vinden op de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren en het boek is gescand en wel hier terug te vinden. Daar blijkt ook dat het een heel ander meisjesboek is, want de hoofdpersoon heet hier Ilse. Een zoektocht in de schatkist die Delpher heet, levert ook alleen Bertha op. Haar boeken waren rond de eeuwwisseling 19e en 20ste eeuw heel populair en dat ging door tot de jaren dertig.

Jeanne van der Griend

Een nieuwe zoektocht naar Jeanne levert bij de KB niets op. Geen Jeanne, wel Berthe. De DBNL leverde ook niets op voor Jeanne. Worldcat dan, maar helaas, geen succes, wel Bertha Clément, maar geen Jeanne. En dat terwijl ze toch minstens twee boeken moet hebben geschreven. Ook op naamvariaties als J(eanne) van de(r) Griendt kan ik niets vinden. Vervolgens ga ik maar eens Googlen op deze dame en dat levert wel wat op, want het boek is verkrijgbaar bij een online boekhandel. Maar er zijn geen andere titels te vinden, terwijl er toch echt een eerder deel moet zijn, want in het boek staan verwijzingen naar een eerder deel.

Uitgeverij Jongland

In de KB catalogus kan je ook zoeken op uitgever en Jongland levert aardig wat hits op. Jongland was in de jaren zestig van de twintigste eeuw blijkbaar een uitgever die vertalingen van werken van klassieke schrijvers als Karl May, Hector Malot en Louise Alcott uitgaf. Daar komen we ook een boek tegen dat Driftkopjes schooljaren heet, maar is geschreven door Elizabeth Puhringer. Het was blijkbaar een nogal populair woord in boektitels. Aangezien de uitgeverij verder niet meer actief was, is het een goede gok dat het boek uit begin jaren zestig stamt. Bij die zoektocht leer ik iets nieuws, want in Brinkman’s cumulatieve catalogus van boeken werden alle nieuwe boeken opgenomen, leerde ik tijdens mijn opleiding. En mijn opleiding is zolang geleden dat ik het heb over de gedrukte catalogus. Maar hier staat toch mooi een opmerking dat het niet in de Brinkman is opgenomen. Zelf kan ik Jeanne van der Griend en haar Driftkopje verloofd niet controleren in de Brinkman. De KB catalogus meldt dat 1966 tot en met 1980 in de DBNL staat, maar Jeanne kan ik er niet in vinden. Maar ik vermoed dat het boek er niet in is opgenomen.

Hulp?

Oorspronkelijk was ik trouwens van plan het boek weer in de minibieb te zetten, maar dat gaat nu natuurlijk niet door. Ik word nu trouwens wel heel nieuwsgierig naar deel 1 van de serie en naar de oplossing van het raadsel dat Jeanne van der Griend heet. Vandaag dus mijn vragen: kent iemand deze auteur? Kent iemand de serie? Zijn er nog meer boeken in de serie? Kan iemand de Brinkman raadplegen voor begin van de jaren zestig? Ik kan daar niet bij. Een #dtv #durftevragen dus in de vorm van een blog.

Meer boeken waarin theater een rol speelt? Kijk op mijn boekenpagina.

Over de Nieuwe Euro 5 boeken

Bert Benson heeft twee series geschreven over de Euro 5. De Euro 5 serie bestaande uit 21 boeken waar ik al eerder over heb geschreven. De tweede serie is de Nieuwe Euro 5, bestaande uit zes boeken. En over die tweede serie wilde ik een apart artikel schrijven. Hou je niet van spoilers? Niet verder lezen dan, want ik denk dat ik echt wel wat uit de inhoud vertel.

De Nieuwe Euro 5: NE-5

Er is een nieuw schip gebouwd, de nieuwe Euro 5 die al snel de NE-5 wordt genoemd. Het schip is in de ruimte gebouwd en bestaat uit een moedergedeelte met vooraan een commandocentrum dat zich kan losmaken van het hoofdschip. Onder aan het hoofdschip hangen twee hangars met elk twee jagers die ook gebruikt kunnen worden voor verkenningsvluchten. Het merkwaardige is dat in de vijf jaar dat de bouw heeft geduurd, zelfs de bemanning het schip nooit heeft gezien. Technisch gezien is dit schip fantastisch en dan komen we bij iets waar ik niets van begrijp, want het schip heeft een atomaire motor en een fotonenmotor. Met de searchers, speciale navigatie-apparatuur, al in de Euro 5 uitgeprobeerd kan het schip zich over duizenden miljarden kilometers verplaatsen. Ik neem het maar zoals het er staat. Want daarmee verplaatsen ze zich inderdaad over een enorme afstand en daar raken ze door sabotage de searchers kwijt. Rings a bell? Ik ging de vergelijking met Star Trek Voyager wel trekken.

NE-5-1

Star Trek Voyager en de prime directive

Ik heb alle 170 afleveringen van deze serie, tussen 1995 en 2001 gemaakt, gebinged. Ik blijf het een geweldige serie vinden. De Voyager komt door omstandigheden op een enorme afstand van de aarde terecht. Vanaf dat moment is de koers op aarde gericht, maar dat levert dan 170 afleveringen verwikkelingen op. Daar zie je de basis van de serie, en ook die van de NE-5 boeken. Eén van de leidende principes van Star Trek is de Prime Directive. Dit principe schrijft voor dat bemanningsleden zich niet mogen bemoeien met de natuurlijke ontwikkeling van andere beschavingen. Dat is dus iets waar de bemanning van de Nieuwe Euro 5 nog nooit van heeft gehoord, want wat gebeurt er in Het volk van Arban? Ze komen bij twee onbekende planeten die ze Cleopatra en Arban noemen. Cleopatra is een planeet die vooral groen is. Arban is onherbergzaam en heeft een aantal steden die bevolkt zijn door voertuigen. Wel ontdekken ze mensachtige wezens en komen erachter dat deze wezens waarschijnlijk vergaande automatisering hebben ontwikkeld en er in feite door zijn opgeslokt. De oplossing van De Vos en zijn mannen? Het restant van het volkje in de NE-5 laden en ze naar Cleopatra brengen. Nee, De Vos heeft Star Trek niet gezien.

NE-5-2

De verdere avonturen van de NE-5

Ze komen wonderlijk veel planeten tegen met een atmosfeer en zuurstof en komen ook wonderlijk veel vijanden tegen. Ook horen ze Amerikaanse radio-uitzendingen. In het derde boek – Onder vuur – is het een volk van dwergen, de kleine Vega’s, dat de NE-5 aanvalt. Die Vega’s hebben Engels geleerd door de radio-uitzendingen. Het blijkt dat zij weer aangevallen worden door de Dunka’s en dat de NE-5 hier ongewild tussen zat. Die Dunka’s komen terug in het volgende boek, Het teken van Tamo. Het schip heeft aardig wat averij opgelopen in het vorige boek en De Vos wil dat herstellen. Ze komen op een planeet waar ze fabrieken vinden met arbeiders, de Gorli’s. Die worden vastgehouden door de Dunka’s waar we pas in dit boek een beeld van krijgen. Kleine wezens, anderhalve meter, met een bek die op die van een krokodil lijkt en een staart.

Tijdsbepaling

In De vermiste patrouille meldt De Vos hoe lang ze al onderweg zijn: twee jaar, één maand en zes dagen. Die tijdsbepaling is wel een dingetje, want elders (kan even niet terugvinden waar) wordt weer uitgelegd dat op aarde de tijd anders loopt. Maar in de voortdurende zoektocht naar de aarde komen ze de Dunka’s weer tegen. Ze komen op een planeet waar een soort Middeleeuwse samenleving is en waar die Dunka’s weer Gorps worden genoemd. Twee bemanningsleden raken verdwaald op de planeet, terwijl ze proberen uit handen van de planeetbewoners te blijven. Want die proberen de mannen te pakken voor de Gorps. De Vos probeert zijn mannen terug te vinden en wordt daarbij geholpen door pijlvormige schepen, de demonen. Het is weer een aaneenschakeling van gevechten in dit boek.

Het laatste boek

Terug naar Aarde? is het laatste boek uit de serie. Het vraagteken is denk ik in de titel gezet om het spannend te maken, want had iemand eraan getwijfeld? De NE-5 wordt nog steeds achtervolgd door de Dunka’s, maar nu neemt het volk van de pijlschepen contact met het schip op en verplaatst het hele schip door de ruimte naar hun planeet Argonda. De bewoners van deze planeet lijken weer op mensen, maar zijn volledig kaal, ook de vrouwen. Deze mensen vinden dat de vijanden van hun vijanden, vrienden zijn en willen de NE-5 helpen terug naar aarde te komen. En dat gebeurt door verplaatsingen. Dat ze bij de aarde aankomen is eigenlijk een beetje een anti-climax. Ze komen op 8 juni 2025 aan bij de planeet Pluto.

Karakters en hun omgeving

De bemanning wordt uitgebreid, van twaalf naar wel veertien man. De Star Trek schepen zijn drukker bevolkt. Overigens is één van de twee een oude bekende: Barbara Bright, een dame die in de eerste serie ook al een paar keer voorkwam en een kei in ruimtenavigatie is. En nummer veertien blijkt een ruimtewezen te zijn.
Krijgen we nou wat te horen van de persoonlijke omstandigheden van de karakters? Nou, niet veel eigenlijk. Peter de Vos heeft een verloofde die ergens in de eerste serie wordt genoemd, maar het arme kind heeft geen naam. Hans Weiss heeft een vrouw en twee dochters. Prosper is weduwnaar, Marc heeft een vrouw en zoon die in één van de boeken uit de eerste serie (Stralen uit het verleden) voorkomen. En voor de rest, zijn het eigenlijk bordkartonnen figuren. Wonderlijk te verklaren dus waarom het zo leuk is, maar deze tweede serie was ook uitermate amusant, zelfs in een vergelijking met Star Trek Voyager. En die vergelijking ga ik nogmaals trekken: een schip dat in de ruimte kan, waarmee je onnoemelijk ver kan reizen. Met een bemanning van dertien mensen. En zoveel eten dat je jarenlang uitgebreid kan koken. Aan de praktische invulling kan je een beetje twijfelen.

De serie bestaat uit de volgende boeken: De rampplaneet (1987); Het volk van Arban (1988); Onder vuur (1989); Het teken van Tamo (1989), De vermiste patrouille (1990?); Terug naar Aarde? (1991).

Jeugdnostalgie: de Euro 5 boeken

Ik heb drie broers en heb in mijn jeugd dus veel boeken gelezen die je tot jongensboeken zou mogen rekenen. Zoals bijvoorbeeld de Euro 5 boeken die draaien om de geheime Sectie 5 van de Europese Coalitie met het lucht- en ruimtevaartschip de Euro 5. Een tijdje terug kwam ik in een minibieb een paar deeltjes van de serie tegen en las ze weer met veel plezier. Complete jeugdnostalgie. Natuurlijk zette ik dat op Goodreads, dat het doorzet naar Twitter en daar kwam de vraag van een oude bekende van me of ik de hele serie zou willen. Ja hoor! Een paar dagen geleden kwam de doos binnen.

Euro 5

De boeken zijn geschreven door Bert Benson, die ondanks zijn Engelse naam Nederlands is, het is een pseudoniem van Ad de Beer. Dan heb je ook nog de nieuwe Euro 5 boeken, dat zijn zes boeken die ik niet ken, en ook geschreven zijn door Bert Benson, maar het pseudoniem is dit keer van P. de Beer-v.d. Pluijm, tenminste volgens de KB Catalogus. Mevrouw de Beer? Een aantal boeken uit de eerste serie staan ook op haar naam. Het zorgt in ieder geval voor verwarring in mijn bibliotheekhart, want Wikipedia rept niet van mevrouw de Beer, alleen maar van Ad. Dit laat ik maar even zo, want ik kan er verder niets over vinden. De Euro-5 reeks is tussen 1976 en 1986 geschreven en de nieuwe Euro 5 reeks tussen 1987 en 1991. Dat verklaart meteen waarom ik die reeks niet heb gelezen: toen viel ik als twintiger echt wel buiten de doelgroep.

De inhoud van de boeken

De Euro 5 wordt bemand door een groep Europeanen. De captain van het schip is Peter de Vos, een Nederlander. De bemanning is twaalfkoppig, en telt een Duitser, meerdere Fransen, Belgen, een Luxemburger, meerdere Italianen, nog een Nederlander en een Deen. De basis van het schip is in de Ardeche en op de planeet Pluto. De mannen van de Euro 5 beleven allerlei avonturen niet alleen op aarde, maar ook in de ruimte. Volgens mij worden wel wat ruimte wetten overschreden, maar daar is het science fiction voor. In het eerste deel – Euro 5 antwoordt niet – moet het ruimteschip slag leveren met Herr Meisel die het giftige afval van zijn chemische fabriek niet wil laten ioniseren op de door Europese wetten voorgeschreven wijze omdat hij het te duur vindt. Dus wil hij de fabriek waar dat gebeurt vernietigen, de Euro 5 moet dat voorkomen. In dat eerste deel ontdekte ik trouwens iets vreemds, want Peter de Vos wordt hier verschillende keren Paul Corver genoemd (p. 36). Benson had een andere naam in zijn hoofd en het is nooit goed veranderd? Veertig jaar na dato kom je daar niet meer achter.
Ik ben nu in boek nummer 4 bezig: Slaven uit de ruimte, waarin vliegtuigen eerst de ruimte in worden gezogen en vervolgens worden de passagiers aan het werk gezet in een mijn op een klein eiland. De avonturen houden niet op. Spannend! En het gaat maar door.

Leeservaring

Aan alles kan ik merken dat ik het eerder heb gelezen en ja, dat was veertig jaar geleden, toch zit ik mezelf af en toe te spoilen omdat er weer iets een ver stuk van mijn geheugen komt bovendrijven. Heerlijk al die avonturen op aarde en in de ruimte! Zo ook de hier en daar wat ouderwetse taal. “Deksels” wordt mijn nieuwe favoriete scheldwoord. Deze serie behoorde tot mijn favorieten vroeger, net als de Discus serie van Ruurd Feenstra. die serie hoort ook tot de jeugdnostalgie. Benson heeft overigens na het overlijden van Feenstra twee delen van die Discus serie geschreven. Ik geloof dat hier mijn liefde voor science fiction is ontstaan, want ik vond het heerlijk en verslond al die avonturen. Ik ben tegenwoordig nog steeds zo’n fan van spannende boeken waarin James Bond drie keer over de kop gaat, zie Andy McDermott, wiens Nina Wilde en Eddie Chase serie ik heb gebinged de afgelopen weken.
Nu ik wat ouder ben, ontdek ik trouwens wel vreemde dingen in de boeken, bijvoorbeeld het uitgebreide koken in plaats van astronautenvoedsel of op zijn minst magnetronmaaltijden. De reis naar Pluto beslaat een paar uur. Ze moeten wel heel snel vliegen. Peter de Vos die met zijn plaatsvervangend commandant Hans Weiss zaken gaat bespreken en daarbij een fles wijn opentrekt. Hallo mannen! Jullie hebben dienst! Maar ondanks die kleine dingen blijf ik hier van genieten. Heerlijk, ik heb nog wel wat boeken te gaan.

Update 8 augustus 2020

In Paniek op de Noordpool, het elfde deel uit de serie wordt op p. 37 gemeld dat Paul Corver het officiële pseudoniem is van Peter de Vos.

Rob en de stroper van Tjot-Idi, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. Ik heb twee klassiekers gelezen en besproken, zie Heren van de thee en Het roer kan nog zesmaal om. Maar ik vond dat er ook nog een jeugdboek bij moest.

Rob en de stroper van Tjot-Idi

rob en de stroper van Tjot-IdiVlak voor de zomervakantie een theorie-proefwerk over het hele jaar! Zoiets kan alleen de rector bedenken, of de “Ouwe” zoals iedereen hem noemt. Maar Jaap en Jan weten een oplossing: stiekem de vragen stelen uit de kamer van de rector. Rob Felten weigert hieraan mee te doen. Natuurlijk komt de Ouwe erachter door een anoniem briefje. Alles wijst erop dat Rob zijn mede-scholieren heeft verraden. Ze besluiten hem dood te verklaren. Een vakantie zonder vrienden en die vakantie zou wel heel saai worden zonder de joviale Dirk Petersen met zijn honden. Petersen blijkt Robs overleden vader te hebben gekend in Nederlands-Indië waar ze samen hebben gediend. Rob krijgt van Petersen een hond, Noor. Samen met Noor redt hij twee klasgenoten uit het water, hun boot slaat om en ze dreigen te verdrinken. Eén van de jongens blijkt degene te zijn die het anonieme briefje bij de rector in de bus heeft gegooid. Hij bekent en Rob wordt in ere hersteld.

Leeservaring

Het boek is in 1928 geschreven. Mijn editie uit 1976 ziet er heel modern uit maar het taalgebruik is nog steeds het ouderwetse taalgebruik uit het begin van de twintigste eeuw. De jongens vossen, ze zitten in de rats, doen brani en hebben het over patjakkers. Ze zitten op een jongens-HBS. Rob is natuurlijk een held in het verhaal. Niet alleen omdat hij zijn klasgenoot uit het water heeft gered, maar ook omdat hij niet bekend maakt aan zijn klasgenoten dat deze jongen het anonieme briefje had geschreven. Het boek eindigt daverend met een groot feest waar Rob en Petersen worden geëerd. Ze krijgen beiden een horloge, de stroper Petersen krijgt een baan als jachtopziener en ze krijgen een medaille van de koningin voor hun heldendaad. Een leuk, makkelijk geschreven boek dat best wel een aardig beeld geeft van de jeugd aan het begin van de twintigste eeuw.

Over J.B. Schuil

Jouke Broer Schuil, geboren in 1875, werd beroeps-officier. Hij trouwde in 1897 en ging samen met zijn vrouw naar Indië, waar ze tot 1905 verbleven. Toen gingen ze terug naar Nederland omdat zijn vrouw niet tegen het klimaat kon. Ze vestigden zich in Haarlem. In 1910 verscheen zijn eerste boek, Jan van Beek. Rob en de stroper van Tjot-Idi, dat in de eerste twee drukken Doodverklaard heette, was zijn vijfde boek en verscheen in 1928. In alle zes boeken die hij heeft geschreven, spelen HBS-ers de hoofdrol. Standsbesef is vanzelfsprekend. Volwassenen zijn er in de vorm van bemiddelde ouders en pleegouders, agenten, leraren en personeel. Meisjes spelen geen of een kleine rol in het verhaal. Het daverend einde is een kenmerk van vijf van de zes boeken. Ja, het is behoorlijk clichématig, maar wel leuk.
Het laatste boek van Schuil, Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen, was een vervolg op de eerste drie boeken en bracht alle hoofdpersonen bij elkaar. Naast deze zes jeugdboeken heeft hij ook diverse toneelstukken geschreven.

Arendsoog en Witte Veder van J. Nowee (boekbespreking)

Ik was er gek op in mijn jeugd en heb ze volgens mij ook vrijwel allemaal gelezen. En ik kwam ze weer tegen, de Arendsoog boeken en heb de eerste twee weer gelezen.

De boeken

arendsoog Het eerste deel van de serie, Arendsoog is door Jan Nowee geschreven in 1935, omdat hij ontdekte dat er behoefte was aan boeken over het Wilde Westen. Het verhaal gaat over Bob Stanhope, een jongeman in Arizona die op een ranch woont met zijn moeder en zijn zus. Zijn vader is gestorven bij een overval op de ranch, en dat zorgt ervoor dat hij zijn leven gaat wijden aan de bestrijding van misdaad. Hij wordt gesteund door zijn vriend Witte Veder, een jonge indiaan, de hoofdpersoon uit het volgende deel, Witte Veder. witte vederDe boeken, alle 63, 64 of 65 –  mijn bronnen verschillen van mening – zijn een soort detectives die in het Wilde Westen spelen. Het gaat meestal om een zaak die de politie niet opgelost krijgt, waarna Arendsoog het overneemt en met zijn vriend Witte Veder de zaak oplost. Jan Nowee begon in 1935 met het schrijven van de boeken, maar overleed plotseling in 1958 toen hij bezig was met het twintigste boek. Zijn zoon Paul Nowee maakte dat boek af en ging verder met de serie. Het wonderlijke ervan is dat de boeken een uitgesproken Amerikaans karakter hebben en geen van beide schrijvers ooit in Amerika is geweest. Sterker nog, ik kreeg als kind de indruk dat de boeken vertaald waren uit het Engels.

Wat vind ik ervan?

Ik denk dat ik tussen de 10 en 15 was toen ik ze las en ik heb toen blijkbaar vrolijk over alle doden heen gelezen, want er vallen er wel wat. In elk boek komen gevechten voor, ontvoeringen, veediefstallen. Ik kan me wel voorstellen dat ik ze toen spannend vond. Het kromme taaltje van Witte Veder heb ik met verbazing en een tikkeltje ergernis zitten lezen. En wat ik helemaal was vergeten is het christelijke karakter van de boeken. Jan Nowee was katholiek en de katholieke kerk speelde een grote rol in de boeken. Pater Boyle was in de eerste twee boeken de pater van de familie en speelde een belangrijke rol in de kerstening van de indianen. Ik merkte wel dat ik de boeken anders las. Vroeger las ik alles wat los en vast zat en daardoor ben ik wel wat dingen vergeten uit deze boeken. Maar het was nog steeds spannend. Deze twee kwam ik toevallig tegen in een mini-bibliotheek, maar ik ga de rest niet zoeken. Het is wel goed na twee delen.

Arendsoog / J. Nowee. 29ste dr. ‘s-Hertogenbosch: Malmberg.
Witte Veder / J. Nowee. 27ste dr. ‘s-Hertogenbosch: Malmberg.

Lampje van Annet Schaap (boekbespreking)

Ik houd niet van hypes, nooit gedaan. Als een boek massaal aangeprezen werd, liep ik er hard langs. Dit maal niet. Lampje van Annet Schaap werd op Goodreads massaal aangeprezen en kreeg van de ene na de andere lezer vijf sterren. Ook van mensen die ik ken als kritische lezers. En dat voor een kinderboek. Zaterdag was ik in de boekwinkel op zoek naar een ander boek, dat had ik gevonden en ik liep naar de kassa. En daar lag Lampje en ze was aan het roepen dat ze meegenomen wilde worden. Ik heb geluisterd en heb er geen spijt van.

Het verhaal

lampjeHet is een verhaal over de zee. Lampje, de dochter van de vuurtorenwachter beklimt elke avond eenenzestig treden om het licht aan te steken. Op een stormachtige avond blijkt dat de lucifers op zijn en moet ze het dorp in om nieuwe te halen. Het gaat mis, en een schip lijdt schipbreuk. Als gevolg daarvan moet Lampje weg bij haar vader en ze gaat naar het Zwarte Huis van de admiraal, waarvan ze zeggen dat er een monster woont. Lampje krijgt te maken met mensen zoals juffrouw Amalia die wel zeggen dat ze het beste met haar voor hebben, maar dat is niet zo. Lampje vindt uit hoe dat zit met het monster en er gebeurt nog veel meer.

Waarom is het nou zo mooi?

Soms begin je aan een boek en wil je gewoon in één ruk door met lezen, zelfs is het ‘s avonds laat en weet je dat de wekker de volgende ochtend weer vroeg gaat. Vanaf de eerste bladzij was het heerlijk om te lezen en vond ik de hoofdpersonen leuk en sympathiek. Lampje is mijn nieuwe BFF, ik kan er niet anders van maken. De mengeling van kinderverhaal en sprookje maakt het voor mij aantrekkelijk. Het gaat over piraten, zeemeerminnen, gemene juffen, admiraals die beter zouden moeten weten. Over vreugde en verdriet, vriendschap, verloren ouders en moedig zijn. Vanaf het begin maak ik sympathieke geluiden voor Lampje als er iets gebeurt wat niet zou moeten gebeuren. Ze is dapper, het lijkt niet zo voor een klein meisje, maar ze is het wel. Ze schopt kont om het maar zo te zeggen. Ik ben van mezelf, is iets wat ze vaak zegt. Iets dat ze van haar moeder heeft geleerd en ieder kind van zijn of haar moeder zou moeten leren. Het verhaal is wat puzzelen door alle verwikkelingen rond Lampje, haar ouders en Vis en zijn ouders, maar alle puzzelstukjes vallen op zijn plek in dit verhaal. Annet Schaap is begonnen als illustratrice van jeugdboeken en dat zie je aan de prachtige tekeningen in het boek. Alleen al daarom moet je gewoon die hardcover kopen en geen e-book. Tussen Lampje en haar vader komt het goed: Soms, als je iets een hele tijd zo vreselijk graag wilde en je krijgt het eindelijk, is er een soort stilte waarin niemand weet wat ie moet doen.

Lampje, Annet Schaap. Amsterdam: Querido’s Kinderboekenuitgeverij, 2017.

Brief aan een hoofdpersoon: #50books vraag 50

Vijf jaar #50books en het komt ten einde. Martha stopt na deze serie. Valt er nog wat te vragen? Ja, want ze heeft nog één vraag in petto.

Vraag 50: Schrijf een brief aan de hoofdpersoon in een van de boeken die je hebt gelezen.

Mijn hoofdpersoon

Er is één boek dat diepe indruk op me heeft gemaakt en dat me laat huilen, elke keer als ik het lees en dat is Schoolidyllen van Top Naeff. De eerste keer dat ik het las was ik denk ik zo oud als de hoofdpersoon Jet van Marle. Een tiener in een periode dat een meisje van 15 bakvis werd genoemd.

Lieve Jet
We kennen elkaar niet. Jij bent de hoofdpersoon in een boek dat ik voor het eerst heb gelezen toen ik zo oud was als jij. Ouder dan 17 ben je niet geworden. Dat maakte grote indruk op me. Jij was anders dan ik, brutaal, levendig, altijd je mondje klaar. Mij kon je op die leeftijd meer vergelijken met Jeanne, het Model. Ik durfde niet zoveel.
Het deed me wel nadenken. Wat als, Jet. Wat als jij niet was doodgegaan, als je was blijven leven. Wat als je volwassen had kunnen worden Jet? Je de wereld van deze tijd had kunnen zien? Schoolidyllen is 117 jaar geleden gepubliceerd. Was je een beroemde zangeres geworden, Jet? Had Karel van Laer een rol in jouw leven gespeeld? De rangen en standen die zo duidelijk waren in jouw wereld, zijn vervaagd. Het Indië waar jouw broer Huug gelegerd was, bestaat niet meer als dusdanig. Jouw wereld bestond uit school, een niet zo vriendelijk thuis en de kransjes met je vriendinnen. De wereld is immens geworden onder de invloed van internet, maar tegelijkertijd ook klein. Het is mijn wereld, waar ik met schokken aan gewend ben geraakt, maar was het ook jouw wereld geweest? Dat zullen we nooit weten omdat jouw beeld van de wereld is verstild.
Rust zacht, Jet.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter. Hij heeft de vragen in 2013 en 2015 gesteld. Martha stelde ze in 2014, Hendrik Jan in 2016. Dit jaar worden de vragen door Martha gesteld. Deze vraag staat hier.

Kinderboeken: #50books, vraag 41

Kinderboeken, ik heb er wat gelezen, maar vooral toen ik zelf nog kind was. Herlezen doe ik ze niet meer. Ik ben toch bang dat er teleurstellingen tussen zitten. Arendsoog, de Kameleonboeken, Pinkeltje, ik heb die boeken verslonden. Maar in de loop der jaren verandert je idee wel over wat goed is en wat niet. Dat heet ervaring, hoe meer je leest, hoe beter een boek moet zijn, daar komt het eigenlijk op neer. Wat ik vroeger fantastisch vond, vind ik nu vaak minder fantastisch.

Vraag 41: Lees je nog weleens kinderboeken? En waarom wel of niet?

Een paar lees ik er nog wel. Moet ik nou weer een lans gaan breken voor mijn oude klassiekers? Een boek als De scheepsjongens van Bontekoe, hoe oud ook, staat in mijn top tienKruistocht in spijkerbroek, van Thea Beckman, staat ook in mijn top tien. Roeland Westwout, Diet Kramer. Het blijft één van mijn all time favorites. Maar dan heb je het eigenlijk over jeugdboeken.

Young Adult

KagawaDe boeken die tegenwoordig voor “Young Adults” bedoeld zijn, die lees en herlees ik wel. Schrijvers als Cassandra Clare met haar Mortal Instruments serie en Julie Kagawa met haar Iron Fey serie kan ik lezen en herlezen. Het leest heerlijk weg, is vaak spannend en valt in de fantasy hoek waar ik dol op ben. Ik lees ook vaak non-fictie, maar dit is altijd een lichte afwisseling op zware boeken die er ook doorheen gaan.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Hendrik Jan heeft het overgenomen in 2016. Deze vraag staat hier.

Tien topboeken: #50books, vraag 4

Een tijdje terug stond er in NRC een lijst van de boeken uit 2015 die je echt gelezen zou moeten hebben. Ik had er geen één van gelezen. De lijst die aanleiding was tot deze vraag, namelijk de top 100 van de kort geleden overleden David Bowie: niets gelezen. Ik ben veellezer, maar ben wat allergisch voor boeken die op lijstjes staan.

Vraag 4: Welke 10 boeken zou iedereen gelezen moeten hebben?boeken

Mijn eigen persoonlijke keuze (op willekeurige volgorde) van boeken die ik iedereen aanraad. Doe ermee wat je wilt, lees ze – of niet, of verbaas je over mijn keuze. Mag ook.

  • Geert Mak – De eeuw van mijn vader. Vandaag op de kop af vier jaar geleden is mijn vader overleden. Hij is 86 geworden. Ik raakte met een oom in gesprek tijdens één van de bezoeken aan het verzorgingstehuis waar hij lag. De oom – wetend dat ik een fervent lezer ben – vroeg me of ik dit boek wel eens gelezen had omdat het naar zijn mening een perfect beeld gaf van de jeugd van mijn vader, zijn oudste broer. Daar had hij gelijk in, het is Holland op zijn breedst en op zijn smalst. Ik heb het in één ruk uitgelezen.
  • Johan Fabricius – De scheepsjongens van Bontekoe. Van alle jeugdboeken die ik gelezen heb, maakte deze wel de meeste indruk. Alles zat erin, geschiedenis, avontuur en een vlotte schrijfstijl. Het boek stamt uit 1923, maar is nog steeds uitstekend leesbaar.
  • De dagboeken van Anne Frank. Lezen! Een boek dat een beeld geeft van de waanzin die Tweede Wereldoorlog heette. Anne Frank is het symbool geworden van talloze te vroeg afgebroken levens.
  • Dick Francis – Banker. De boeken van Dick Francis hebben twee kenmerken. Hij schrijft over paarden en heeft bijna zielige hoofdpersonen waar je het op de één of andere manier toch ontzettend goed mee kan vinden. Ze wekken je sympathie op. ‘Banker’ is één van de besten, vind ik persoonlijk, maar ja, wie ben ik.
  • Annemarie Postma – Ik hou van mij. Gelezen in een tijd dat ik niet zo blij was met mezelf. Wat ga je dan doen? Aan jezelf werken. Ik heb in die tijd niet alleen een waardevolle serie gesprekken met een psycholoog gehad, maar ook dit boek gelezen. Nuchter, normaal, ok, een paar open deuren ingetrapt, maar ik had wel wat aan dit boek.
  • Laurence Rees – Auschwitz: the Nazis & the Final Solution. Een meesterlijk geschreven relaas over dit vernietigingskamp dat ik gelezen heb na een bezoek een het kamp. Merkwaardig genoeg ga je tijdens het lezen begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen.
  • Peer Wittenbols – Trilogie van het verlies. Toneel mag niet ontbreken. Peer Wittenbols is huisschrijver van Toneelgroep Oostpool. Alle stukken in deze bundel, ‘Het Zouthuis’, ‘Zullen we het liefde noemen’ en ‘Goedbloed’ zijn op zeer verdienstelijke wijze gespeeld door Haagse amateurtoneelgroepen en behoren tot mijn lievelingsstukken. Wittenbols is een meester in het beschrijven van personages.
  • Thea Beckman – Kruistocht in spijkerbroek. Omdat Thea Beckman niet mag ontbreken. Merk dat ik mezelf mag herhalen, want ook deze jeugdroman munt uit in geschiedenis, avontuur en een vlotte schrijfstijl. Het is alleen ietsje jonger, namelijk van 1971. En deze film heb ik gezien. Die van de Bontekoe niet.
  • Peter David – Imzadi. Een deeltje uit de Star Trek Next Generation serie. Het verhaal van de liefde tussen Riker en Deanna. Aan de schade aan het boek is te zien dat het overal mee naar toe is geweest, inclusief een strand in Portugal. Minstens vijf keer gelezen, als het niet meer is. Eén van mijn lievelingsboeken.
  • Het Groene Boekje. In dit geval raad ik niet aan dit gifgroene ding bladzij voor bladzij te gaan lezen, maar gebruik het! Al is het maar om je eigen taalgebruik te verbeteren.

Dat waren ze. Mijn lijstje van vandaag. Tien tegen één dat ik morgen tien andere boeken erbij kan noemen, want dat is het geval met lijstjes: ze worden alsmaar langer.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Hendrik Jan heeft het overgenomen in 2016. Deze vraag staat hier.

#50books vraag 34: What’s in a name

Vraag 34:
Hoe zou jij het vinden wanneer het boek van jouw favoriete auteur niet (compleet) door haar/hem zelf is geschreven?

Een boekenvraag die wel wat verwant is aan de vorige vraag: heeft een anoniem boek overlevingskansen? Volgens mijn niet uitgewerkte idee eigenlijk niet. Een naam verkoopt. Daarom is voor een uitgever de naam van een schrijver belangrijk. De volgende vraag is of die naam voor mij belangrijk is.

In mijn jeugd las ik alles wat los en vast zat, dus ook de beroemde Kameleonboeken. Dat waren geloof ik officieel wel jongensboeken, maar daar gaf ik niet echt om. Deze boeken werden geschreven door H. (Hotze) de Roos. Hij heeft zestig titels geschreven over de tweeling en hun schip, toen werd het stokje doorgegeven aan P. de Roos, waarvan ik altijd dacht dat het zijn zoon was. Nee dus, Wikipedia maakt mij wat wijzer, het was namelijk Piero Stanco, de directeur van Uitgeverij Kluitman. Maakt het wat uit? Weet ik niet zeker, toen las ik de boeken al niet meer.

arendsoogNog zo’n voorbeeld: wie heeft de Arendsoogboeken niet gelezen in zijn jeugd? Jan Nowee schreef negentien delen over de cowboy en zijn Indiaanse vriend. Reuze spannend, en ik heb ze allemaal gelezen tot en met de delen die door zijn zoon Paul Nowee werden geschreven. Maakte het wat uit? Nee, het was namelijk wel ongeveer dezelfde schrijfstijl.

Een voorbeeld dat niet uit de grijze oudheid stamt. Mijn lievelingsschrijver David Eddings die onder andere de ‘Belgariad’ en de ‘Malloreon’ heeft geschreven. In ‘Belgarath the Sorcerer’ werd een ‘worst kept secret’ onthuld. Eddings’ vrouw Leigh werd erkend als medeauteur van alle boeken.
Bij het lezen van deze notitie moest ik wel grinniken. Met mijn levendige fantasie kon ik me wel aardige ruzies voorstellen tussen het echtpaar die echt niet over de koffie gingen die zij tijdens het schrijven had gezet. Na tien boeken eindelijk haar naam ook op de omslag. Dat is daarna een flesje champagne geworden denk ik.

Wat vind ik er dus van? Ik vind het niet zo erg. Mij gaat het meer om de inhoud. Bij de Eddingsboeken bijvoorbeeld was ik allang gewend aan de stijl en de inhoud en maakte die extra naam niet uit.

#50books is in 2013 begonnen door @petepel, in 2014 voortgezet door @drspee en in 2015 weer overgenomen door @petepel