Rob en de stroper van Tjot-Idi, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. Ik heb twee klassiekers gelezen en besproken, zie Heren van de thee en Het roer kan nog zesmaal om. Maar ik vond dat er ook nog een jeugdboek bij moest.

Rob en de stroper van Tjot-Idi

rob en de stroper van Tjot-IdiVlak voor de zomervakantie een theorie-proefwerk over het hele jaar! Zoiets kan alleen de rector bedenken, of de “Ouwe” zoals iedereen hem noemt. Maar Jaap en Jan weten een oplossing: stiekem de vragen stelen uit de kamer van de rector. Rob Felten weigert hieraan mee te doen. Natuurlijk komt de Ouwe erachter door een anoniem briefje. Alles wijst erop dat Rob zijn mede-scholieren heeft verraden. Ze besluiten hem dood te verklaren. Een vakantie zonder vrienden en die vakantie zou wel heel saai worden zonder de joviale Dirk Petersen met zijn honden. Petersen blijkt Robs overleden vader te hebben gekend in Nederlands-Indië waar ze samen hebben gediend. Rob krijgt van Petersen een hond, Noor. Samen met Noor redt hij twee klasgenoten uit het water, hun boot slaat om en ze dreigen te verdrinken. Eén van de jongens blijkt degene te zijn die het anonieme briefje bij de rector in de bus heeft gegooid. Hij bekent en Rob wordt in ere hersteld.

Leeservaring

Het boek is in 1928 geschreven. Mijn editie uit 1976 ziet er heel modern uit maar het taalgebruik is nog steeds het ouderwetse taalgebruik uit het begin van de twintigste eeuw. De jongens vossen, ze zitten in de rats, doen brani en hebben het over patjakkers. Ze zitten op een jongens-HBS. Rob is natuurlijk een held in het verhaal. Niet alleen omdat hij zijn klasgenoot uit het water heeft gered, maar ook omdat hij niet bekend maakt aan zijn klasgenoten dat deze jongen het anonieme briefje had geschreven. Het boek eindigt daverend met een groot feest waar Rob en Petersen worden geëerd. Ze krijgen beiden een horloge, de stroper Petersen krijgt een baan als jachtopziener en ze krijgen een medaille van de koningin voor hun heldendaad. Een leuk, makkelijk geschreven boek dat best wel een aardig beeld geeft van de jeugd aan het begin van de twintigste eeuw.

Over J.B. Schuil

Jouke Broer Schuil, geboren in 1875, werd beroeps-officier. Hij trouwde in 1897 en ging samen met zijn vrouw naar Indië, waar ze tot 1905 verbleven. Toen gingen ze terug naar Nederland omdat zijn vrouw niet tegen het klimaat kon. Ze vestigden zich in Haarlem. In 1910 verscheen zijn eerste boek, Jan van Beek. Rob en de stroper van Tjot-Idi, dat in de eerste twee drukken Doodverklaard heette, was zijn vijfde boek en verscheen in 1928. In alle zes boeken die hij heeft geschreven, spelen HBS-ers de hoofdrol. Standsbesef is vanzelfsprekend. Volwassenen zijn er in de vorm van bemiddelde ouders en pleegouders, agenten, leraren en personeel. Meisjes spelen geen of een kleine rol in het verhaal. Het daverend einde is een kenmerk van vijf van de zes boeken. Ja, het is behoorlijk clichématig, maar wel leuk.
Het laatste boek van Schuil, Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen, was een vervolg op de eerste drie boeken en bracht alle hoofdpersonen bij elkaar. Naast deze zes jeugdboeken heeft hij ook diverse toneelstukken geschreven.

Arendsoog en Witte Veder van J. Nowee (boekbespreking)

Ik was er gek op in mijn jeugd en heb ze volgens mij ook vrijwel allemaal gelezen. En ik kwam ze weer tegen, de Arendsoog boeken en heb de eerste twee weer gelezen.

De boeken

arendsoog Het eerste deel van de serie, Arendsoog is door Jan Nowee geschreven in 1935, omdat hij ontdekte dat er behoefte was aan boeken over het Wilde Westen. Het verhaal gaat over Bob Stanhope, een jongeman in Arizona die op een ranch woont met zijn moeder en zijn zus. Zijn vader is gestorven bij een overval op de ranch, en dat zorgt ervoor dat hij zijn leven gaat wijden aan de bestrijding van misdaad. Hij wordt gesteund door zijn vriend Witte Veder, een jonge indiaan, de hoofdpersoon uit het volgende deel, Witte Veder. witte vederDe boeken, alle 63, 64 of 65 –  mijn bronnen verschillen van mening – zijn een soort detectives die in het Wilde Westen spelen. Het gaat meestal om een zaak die de politie niet opgelost krijgt, waarna Arendsoog het overneemt en met zijn vriend Witte Veder de zaak oplost. Jan Nowee begon in 1935 met het schrijven van de boeken, maar overleed plotseling in 1958 toen hij bezig was met het twintigste boek. Zijn zoon Paul Nowee maakte dat boek af en ging verder met de serie. Het wonderlijke ervan is dat de boeken een uitgesproken Amerikaans karakter hebben en geen van beide schrijvers ooit in Amerika is geweest. Sterker nog, ik kreeg als kind de indruk dat de boeken vertaald waren uit het Engels.

Wat vind ik ervan?

Ik denk dat ik tussen de 10 en 15 was toen ik ze las en ik heb toen blijkbaar vrolijk over alle doden heen gelezen, want er vallen er wel wat. In elk boek komen gevechten voor, ontvoeringen, veediefstallen. Ik kan me wel voorstellen dat ik ze toen spannend vond. Het kromme taaltje van Witte Veder heb ik met verbazing en een tikkeltje ergernis zitten lezen. En wat ik helemaal was vergeten is het christelijke karakter van de boeken. Jan Nowee was katholiek en de katholieke kerk speelde een grote rol in de boeken. Pater Boyle was in de eerste twee boeken de pater van de familie en speelde een belangrijke rol in de kerstening van de indianen. Ik merkte wel dat ik de boeken anders las. Vroeger las ik alles wat los en vast zat en daardoor ben ik wel wat dingen vergeten uit deze boeken. Maar het was nog steeds spannend. Deze twee kwam ik toevallig tegen in een mini-bibliotheek, maar ik ga de rest niet zoeken. Het is wel goed na twee delen.

Arendsoog / J. Nowee. 29ste dr. ‘s-Hertogenbosch: Malmberg.
Witte Veder / J. Nowee. 27ste dr. ‘s-Hertogenbosch: Malmberg.

Lampje van Annet Schaap (boekbespreking)

Ik houd niet van hypes, nooit gedaan. Als een boek massaal aangeprezen werd, liep ik er hard langs. Dit maal niet. Lampje van Annet Schaap werd op Goodreads massaal aangeprezen en kreeg van de ene na de andere lezer vijf sterren. Ook van mensen die ik ken als kritische lezers. En dat voor een kinderboek. Zaterdag was ik in de boekwinkel op zoek naar een ander boek, dat had ik gevonden en ik liep naar de kassa. En daar lag Lampje en ze was aan het roepen dat ze meegenomen wilde worden. Ik heb geluisterd en heb er geen spijt van.

Het verhaal

lampjeHet is een verhaal over de zee. Lampje, de dochter van de vuurtorenwachter beklimt elke avond eenenzestig treden om het licht aan te steken. Op een stormachtige avond blijkt dat de lucifers op zijn en moet ze het dorp in om nieuwe te halen. Het gaat mis, en een schip lijdt schipbreuk. Als gevolg daarvan moet Lampje weg bij haar vader en ze gaat naar het Zwarte Huis van de admiraal, waarvan ze zeggen dat er een monster woont. Lampje krijgt te maken met mensen zoals juffrouw Amalia die wel zeggen dat ze het beste met haar voor hebben, maar dat is niet zo. Lampje vindt uit hoe dat zit met het monster en er gebeurt nog veel meer.

Waarom is het nou zo mooi?

Soms begin je aan een boek en wil je gewoon in één ruk door met lezen, zelfs is het ‘s avonds laat en weet je dat de wekker de volgende ochtend weer vroeg gaat. Vanaf de eerste bladzij was het heerlijk om te lezen en vond ik de hoofdpersonen leuk en sympathiek. Lampje is mijn nieuwe BFF, ik kan er niet anders van maken. De mengeling van kinderverhaal en sprookje maakt het voor mij aantrekkelijk. Het gaat over piraten, zeemeerminnen, gemene juffen, admiraals die beter zouden moeten weten. Over vreugde en verdriet, vriendschap, verloren ouders en moedig zijn. Vanaf het begin maak ik sympathieke geluiden voor Lampje als er iets gebeurt wat niet zou moeten gebeuren. Ze is dapper, het lijkt niet zo voor een klein meisje, maar ze is het wel. Ze schopt kont om het maar zo te zeggen. Ik ben van mezelf, is iets wat ze vaak zegt. Iets dat ze van haar moeder heeft geleerd en ieder kind van zijn of haar moeder zou moeten leren. Het verhaal is wat puzzelen door alle verwikkelingen rond Lampje, haar ouders en Vis en zijn ouders, maar alle puzzelstukjes vallen op zijn plek in dit verhaal. Annet Schaap is begonnen als illustratrice van jeugdboeken en dat zie je aan de prachtige tekeningen in het boek. Alleen al daarom moet je gewoon die hardcover kopen en geen e-book. Tussen Lampje en haar vader komt het goed: Soms, als je iets een hele tijd zo vreselijk graag wilde en je krijgt het eindelijk, is er een soort stilte waarin niemand weet wat ie moet doen.

Lampje, Annet Schaap. Amsterdam: Querido’s Kinderboekenuitgeverij, 2017.

Brief aan een hoofdpersoon: #50books vraag 50

Vijf jaar #50books en het komt ten einde. Martha stopt na deze serie. Valt er nog wat te vragen? Ja, want ze heeft nog één vraag in petto.

Vraag 50: Schrijf een brief aan de hoofdpersoon in een van de boeken die je hebt gelezen.

Mijn hoofdpersoon

Er is één boek dat diepe indruk op me heeft gemaakt en dat me laat huilen, elke keer als ik het lees en dat is Schoolidyllen van Top Naeff. De eerste keer dat ik het las was ik denk ik zo oud als de hoofdpersoon Jet van Marle. Een tiener in een periode dat een meisje van 15 bakvis werd genoemd.

Lieve Jet
We kennen elkaar niet. Jij bent de hoofdpersoon in een boek dat ik voor het eerst heb gelezen toen ik zo oud was als jij. Ouder dan 17 ben je niet geworden. Dat maakte grote indruk op me. Jij was anders dan ik, brutaal, levendig, altijd je mondje klaar. Mij kon je op die leeftijd meer vergelijken met Jeanne, het Model. Ik durfde niet zoveel.
Het deed me wel nadenken. Wat als, Jet. Wat als jij niet was doodgegaan, als je was blijven leven. Wat als je volwassen had kunnen worden Jet? Je de wereld van deze tijd had kunnen zien? Schoolidyllen is 117 jaar geleden gepubliceerd. Was je een beroemde zangeres geworden, Jet? Had Karel van Laer een rol in jouw leven gespeeld? De rangen en standen die zo duidelijk waren in jouw wereld, zijn vervaagd. Het Indië waar jouw broer Huug gelegerd was, bestaat niet meer als dusdanig. Jouw wereld bestond uit school, een niet zo vriendelijk thuis en de kransjes met je vriendinnen. De wereld is immens geworden onder de invloed van internet, maar tegelijkertijd ook klein. Het is mijn wereld, waar ik met schokken aan gewend ben geraakt, maar was het ook jouw wereld geweest? Dat zullen we nooit weten omdat jouw beeld van de wereld is verstild.
Rust zacht, Jet.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter. Hij heeft de vragen in 2013 en 2015 gesteld. Martha stelde ze in 2014, Hendrik Jan in 2016. Dit jaar worden de vragen door Martha gesteld. Deze vraag staat hier.

Kinderboeken: #50books, vraag 41

Kinderboeken, ik heb er wat gelezen, maar vooral toen ik zelf nog kind was. Herlezen doe ik ze niet meer. Ik ben toch bang dat er teleurstellingen tussen zitten. Arendsoog, de Kameleonboeken, Pinkeltje, ik heb die boeken verslonden. Maar in de loop der jaren verandert je idee wel over wat goed is en wat niet. Dat heet ervaring, hoe meer je leest, hoe beter een boek moet zijn, daar komt het eigenlijk op neer. Wat ik vroeger fantastisch vond, vind ik nu vaak minder fantastisch.

Vraag 41: Lees je nog weleens kinderboeken? En waarom wel of niet?

Een paar lees ik er nog wel. Moet ik nou weer een lans gaan breken voor mijn oude klassiekers? Een boek als De scheepsjongens van Bontekoe, hoe oud ook, staat in mijn top tienKruistocht in spijkerbroek, van Thea Beckman, staat ook in mijn top tien. Roeland Westwout, Diet Kramer. Het blijft één van mijn all time favorites. Maar dan heb je het eigenlijk over jeugdboeken.

Young Adult

KagawaDe boeken die tegenwoordig voor “Young Adults” bedoeld zijn, die lees en herlees ik wel. Schrijvers als Cassandra Clare met haar Mortal Instruments serie en Julie Kagawa met haar Iron Fey serie kan ik lezen en herlezen. Het leest heerlijk weg, is vaak spannend en valt in de fantasy hoek waar ik dol op ben. Ik lees ook vaak non-fictie, maar dit is altijd een lichte afwisseling op zware boeken die er ook doorheen gaan.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Hendrik Jan heeft het overgenomen in 2016. Deze vraag staat hier.

Tien topboeken: #50books, vraag 4

Een tijdje terug stond er in NRC een lijst van de boeken uit 2015 die je echt gelezen zou moeten hebben. Ik had er geen één van gelezen. De lijst die aanleiding was tot deze vraag, namelijk de top 100 van de kort geleden overleden David Bowie: niets gelezen. Ik ben veellezer, maar ben wat allergisch voor boeken die op lijstjes staan.

Vraag 4: Welke 10 boeken zou iedereen gelezen moeten hebben?boeken

Mijn eigen persoonlijke keuze (op willekeurige volgorde) van boeken die ik iedereen aanraad. Doe ermee wat je wilt, lees ze – of niet, of verbaas je over mijn keuze. Mag ook.

  • Geert Mak – De eeuw van mijn vader. Vandaag op de kop af vier jaar geleden is mijn vader overleden. Hij is 86 geworden. Ik raakte met een oom in gesprek tijdens één van de bezoeken aan het verzorgingstehuis waar hij lag. De oom – wetend dat ik een fervent lezer ben – vroeg me of ik dit boek wel eens gelezen had omdat het naar zijn mening een perfect beeld gaf van de jeugd van mijn vader, zijn oudste broer. Daar had hij gelijk in, het is Holland op zijn breedst en op zijn smalst. Ik heb het in één ruk uitgelezen.
  • Johan Fabricius – De scheepsjongens van Bontekoe. Van alle jeugdboeken die ik gelezen heb, maakte deze wel de meeste indruk. Alles zat erin, geschiedenis, avontuur en een vlotte schrijfstijl. Het boek stamt uit 1923, maar is nog steeds uitstekend leesbaar.
  • De dagboeken van Anne Frank. Lezen! Een boek dat een beeld geeft van de waanzin die Tweede Wereldoorlog heette. Anne Frank is het symbool geworden van talloze te vroeg afgebroken levens.
  • Dick Francis – Banker. De boeken van Dick Francis hebben twee kenmerken. Hij schrijft over paarden en heeft bijna zielige hoofdpersonen waar je het op de één of andere manier toch ontzettend goed mee kan vinden. Ze wekken je sympathie op. ‘Banker’ is één van de besten, vind ik persoonlijk, maar ja, wie ben ik.
  • Annemarie Postma – Ik hou van mij. Gelezen in een tijd dat ik niet zo blij was met mezelf. Wat ga je dan doen? Aan jezelf werken. Ik heb in die tijd niet alleen een waardevolle serie gesprekken met een psycholoog gehad, maar ook dit boek gelezen. Nuchter, normaal, ok, een paar open deuren ingetrapt, maar ik had wel wat aan dit boek.
  • Laurence Rees – Auschwitz: the Nazis & the Final Solution. Een meesterlijk geschreven relaas over dit vernietigingskamp dat ik gelezen heb na een bezoek een het kamp. Merkwaardig genoeg ga je tijdens het lezen begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen.
  • Peer Wittenbols – Trilogie van het verlies. Toneel mag niet ontbreken. Peer Wittenbols is huisschrijver van Toneelgroep Oostpool. Alle stukken in deze bundel, ‘Het Zouthuis’, ‘Zullen we het liefde noemen’ en ‘Goedbloed’ zijn op zeer verdienstelijke wijze gespeeld door Haagse amateurtoneelgroepen en behoren tot mijn lievelingsstukken. Wittenbols is een meester in het beschrijven van personages.
  • Thea Beckman – Kruistocht in spijkerbroek. Omdat Thea Beckman niet mag ontbreken. Merk dat ik mezelf mag herhalen, want ook deze jeugdroman munt uit in geschiedenis, avontuur en een vlotte schrijfstijl. Het is alleen ietsje jonger, namelijk van 1971. En deze film heb ik gezien. Die van de Bontekoe niet.
  • Peter David – Imzadi. Een deeltje uit de Star Trek Next Generation serie. Het verhaal van de liefde tussen Riker en Deanna. Aan de schade aan het boek is te zien dat het overal mee naar toe is geweest, inclusief een strand in Portugal. Minstens vijf keer gelezen, als het niet meer is. Eén van mijn lievelingsboeken.
  • Het Groene Boekje. In dit geval raad ik niet aan dit gifgroene ding bladzij voor bladzij te gaan lezen, maar gebruik het! Al is het maar om je eigen taalgebruik te verbeteren.

Dat waren ze. Mijn lijstje van vandaag. Tien tegen één dat ik morgen tien andere boeken erbij kan noemen, want dat is het geval met lijstjes: ze worden alsmaar langer.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Hendrik Jan heeft het overgenomen in 2016. Deze vraag staat hier.

#50books vraag 34: What’s in a name

Vraag 34:
Hoe zou jij het vinden wanneer het boek van jouw favoriete auteur niet (compleet) door haar/hem zelf is geschreven?

Een boekenvraag die wel wat verwant is aan de vorige vraag: heeft een anoniem boek overlevingskansen? Volgens mijn niet uitgewerkte idee eigenlijk niet. Een naam verkoopt. Daarom is voor een uitgever de naam van een schrijver belangrijk. De volgende vraag is of die naam voor mij belangrijk is.
kameleon boekomslag
In mijn jeugd las ik alles wat los en vast zat, dus ook de beroemde Kameleonboeken. Dat waren geloof ik officieel wel jongensboeken, maar daar gaf ik niet echt om. Deze boeken werden geschreven door H. (Hotze) de Roos. Hij heeft zestig titels geschreven over de tweeling en hun schip, toen werd het stokje doorgegeven aan P. de Roos, waarvan ik altijd dacht dat het zijn zoon was. Nee dus, Wikipedia maakt mij wat wijzer, het was namelijk Piero Stanco, de directeur van Uitgeverij Kluitman. Maakt het wat uit? Weet ik niet zeker, toen las ik de boeken al niet meer.

arendsoog boekomslagNog zo’n voorbeeld: wie heeft de Arendsoogboeken niet gelezen in zijn jeugd? Jan Nowee schreef negentien delen over de cowboy en zijn Indiaanse vriend. Reuze spannend, en ik heb ze allemaal gelezen tot en met de delen die door zijn zoon Paul Nowee werden geschreven. Maakte het wat uit? Nee, het was namelijk wel ongeveer dezelfde schrijfstijl.

Een voorbeeld dat niet uit de grijze oudheid stamt. Mijn lievelingsschrijver David Eddings die onder andere de ‘Belgariad’ en de ‘Malloreon’ heeft geschreven. In ‘Belgarath the Sorcerer’ werd een ‘worst kept secret’ onthuld. Eddings’ vrouw Leigh werd erkend als medeauteur van alle boeken.
David and Leigh EddingsBij het lezen van deze notitie moest ik wel grinniken. Met mijn levendige fantasie kon ik me wel aardige ruzies voorstellen tussen het echtpaar die echt niet over de koffie gingen die zij tijdens het schrijven had gezet. Na tien boeken eindelijk haar naam ook op de omslag. Dat is daarna een flesje champagne geworden denk ik.

Wat vind ik er dus van? Ik vind het niet zo erg. Mij gaat het meer om de inhoud. Bij de Eddingsboeken bijvoorbeeld was ik allang gewend aan de stijl en de inhoud en maakte die extra naam niet uit.

#50books is in 2013 begonnen door @petepel, in 2014 voortgezet door @drspee en in 2015 weer overgenomen door @petepel

#50books: van welk boek moest je huilen?

#50books: van welk boek moest je huilen?

Mijn eerste reactie: daar heb ik er wel een paar van. Ik kan best wel meeleven met droevige verhalen. Met film is het ook erg. Als er iemand gaat huilen op het scherm, ga ik meedoen.

Eén boek staat voor mij met stip bovenaan en dat is Schoolidyllen van Top Naeff. Het is een boek dat in 1900 voor het eerst werd gepubliceerd. Ik heb een redelijk nieuwe druk, maar de tekst op DBNL laat zien dat taal verandert in de loop van de tijd.
Jet van Marle heeft geen ouders meer, alleen een broer. Ze woont bij haar oom en tante. Ze is dik bevriend met Jeanne, de zusjes Lien en Noes en Maud. Het leven van vijf meisjes van rond de 16 jaar oud is 114 jaar geleden heel anders dan tegenwoordig. Top Naeff beschrijft het dagelijks leven op school en thuis met veel humor.
Het huilmoment? Is het een grote spoiler als ik van een boek van 114 jaar oud vertel wat er gebeurt met Jet? Zijn er nog mensen die dit boek niet gelezen hebben? Stoppen met lezen dan.Top Naeff - Schoolidyllen
Jet wordt ziek. Wat ze heeft is me na tig keer lezen nog niet duidelijk geworden. Het is wel duidelijk dat ze hard ziek is en tenslotte ook overlijdt. Het huilmoment? Wanneer haar vriendinnen voor de laatste keer afscheid van haar nemen. Ze overlijdt op haar verjaardag, 2 december, 17 jaar oud.

#50Books was een initiatief van Peter Pellenaars wat dit jaar is overgenomen door http://www.drspee.nl/. Vraag 8 uit deze #50books-serie staat daar.

Theater in romans – The Playmaker

‘The Playmaker’ is een jeugdboek en wat dat betreft valt het een beetje buiten deze rubriek, omdat ik jeugdboeken meestal oversla, maar deze was de moeite van het lezen waard. Het jaar is 1597. De jonge Richard Malory is naar Londen gekomen om zijn vader te zoeken. Zijn moeder is kort daarvoor overleden en zij heeft hem gezegd zijn vader te zoeken. Het lukt hem niet zijn vader te vinden, en uiteindelijk komt hij terecht bij de Lord Chamberlain’s Men, een groep van acteurs waar Will Shakespeare zelf bij zit. Richard wordt acteur in een tijd waarin het theater immens populair is, het is vermaak voor het volk. Het zijn de dagen waarin een groep ongeveer per dag van stuk wisselt, waarin vrouwen geen rollen mogen spelen, zodat jonge jongens de vrouwenrollen spelen, waarin teksten razendsnel moeten worden geleerd. En het kwartje valt bij Richard, op een gegeven moment speelt hij, in plaats van alleen maar woorden uit te spreken.
Cheaney - The Playmaker
Historisch gezien is de roman interessant, maar veronderstelt wel wat historische kennis van het Elizabethaanse Engeland waarin de conflicten tussen Katholieken en Protestanten hoog oplaaiden.

Cheaney heeft nog een roman geschreven in deze serie, namelijk ‘The True Prince’.

J.B. Cheaney – The Playmaker (Random House, 2000)

Mijn favoriete jeugdboek (#50books)

#50books is een initiatief van @petepel. Hij stelt iedere week een vraag over een boek die je naar eigen inzicht mag beantwoorden.

Ik had #50books al een paar keer voorbij zien komen bij tweeps die ik volg, maar pas bij vraag 5 werd ik een beetje wakker. Dat voor een boekliefhebber. Vraag 5 was: welk boek lees je op dit moment? Nou, veel boeken dus, maar ik vond dat ik de andere vragen ook moest beantwoorden, vandaar mijn late instap in #50books.

Vraag 1: Welk boek heeft in je vroegste jeugd de meeste indruk op je gemaakt?

Een vraag waar ik heel goed over moest nadenken omdat ik in mijn jeugd alles wat los en vast zat heb gelezen, inclusief de boeken van mijn drie broers, maar ook een druk gebruiker van de bibliotheek was. Mijn boekenkast kon ik er dus niet op nalopen. Maar ik kwam er wel op. Daar heb je drukke zondagmiddagen voor nodig, een todolijst die nog niet klaar is en daar tussenin bedenken, ja Roeland Westwout van Diet Kramer, dat was het ultieme jeugdboek. Razende Roeltje, de voorloper van dit boek had ik ook kunnen noemen, maar dat was in mijn herinnering meer een kinderboek, Roeland Westwout was meer een jeugdboek. Het eerste boek dat ik niet kon loslaten, dat ik meerdere malen heb herlezen, en jarenlang op boekenmarkten heb gezocht en nooit gevonden. Maar ja, leve internet waar ik het boek vond en nu weer aan het herlezen ben. Waarom maakte Roeland Westwout zo’n indruk op me? Na herlezen weet ik het weer, het boek ging op een mooie manier om met emoties van jonge mensen, tieners van rond de 17 die bezig waren met school, thuis, zichzelf, vrienden, en daar tussendoor de eerste liefde en de eerste grote pijn. De manier van schrijven van Diet Kramer sleept me mee in het verhaal en zelfs het feit dat het boek oorspronkelijk in 1931 is geschreven en daar de sporen van draagt in het taalgebruik deert me niet. Het boek heeft de liefde voor lezen stevig in me verankerd, een hobby waar ik overigens mijn beroep van heb gemaakt. Hoewel, als bibliothecaris in opleiding las ik minder dan ooit tevoren. Het bleef mijn hobby, maar nu gaan er dagen voorbij dat ik vreemd genoeg geen boek inkijk.