Boeken voor de vakantie: #50books, vraag 28

De 28ste #50books vraag gaat over vakantieboeken. Een vraag die ik vorig jaar al heb beantwoord en voor deze gelegenheid herlees. Ik heb vorig jaar zelfs een tweede lijst gepubliceerd.

Vraag 28: wat is jouw vakantielijstje?

Wat valt op aan die twee lijstjes? Nou, ik kan ze bijna letterlijk overnemen dit jaar. Eén boek van die twee lijsten heb ik gelezen, Scott Lynch, The Republic of Thieves, was naar verwachting heerlijk. Vervolgens ben ik aan de slag gegaan met allerlei boeken en heb ik mijn zomerleeslijsten uit het oog verloren. De gelezen stapel is hoog, maar de ongelezen stapel ook, in de kast en in mijn ereader.

Keuzestress

Waar ga je mee aan de slag als je zoveel boeken hebt? Allereerst ligt er een toneelstuk op me te wachten. Mijn toneelclub gaat namelijk in september beginnen met een nieuwe productie en dan moet er wel een stuk zijn. Het is maar betrekkelijk van Noel Coward moet als eerste uit. Verder heb ik twee boeken liggen die interessant genoeg zijn om verder in te lezen. Calenture van Storm Constantine en 11/22/63 van Stephen King. Het probleem? Allebei lastig om in te komen, maar genoeg reden om door te zetten. Diana Gabaldon met haar Outlander serie heeft het achtste en laatste deel geschreven, Written in my own heart’s blood. Probleem met die serie? Het eerste deel heb ik al zo lang geleden gelezen dat ik het eigenlijk zou moeten herlezen.
Verder is het keuzestress. Ik heb heel veel boeken liggen, maar er zit er geen een bij waarvan ik denk, die moet ik nu ogenblikkelijk lezen.

Non-fictie

Non-fictie heb ik ook nog in alle soorten ongelezen maten. The Bridge van David Remnick staat al vanaf vorig jaar op mijn leeslijstje en ik wil hem lezen voor president Obama gaat verhuizen. Wetboek voor bloggers van Charlotte Meindersma, voor ze een nieuwe editie gaat schrijven. De boerenoorlog van Martin Bossenbroek, ook al vanaf vorig jaar op mijn lijst, maar een vast voornemen voor dit jaar.

Vakantie

Ik ben in april een week weggeweest, naar Berlijn en heb toen aardig wat gelezen. Deze zomer werk ik gewoon en moet ik het hebben van zomeravonden op het balkon. Ook is het handig als ik het wat minder druk heb, want bijna elke avond ben ik wel ergens mee bezig. Ik moet gewoon weer wat tijd maken om te lezen.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Hendrik Jan heeft het overgenomen in 2016. Deze vraag staat hier.

 

Tien topboeken: #50books, vraag 4

Een tijdje terug stond er in NRC een lijst van de boeken uit 2015 die je echt gelezen zou moeten hebben. Ik had er geen één van gelezen. De lijst die aanleiding was tot deze vraag, namelijk de top 100 van de kort geleden overleden David Bowie: niets gelezen. Ik ben veellezer, maar ben wat allergisch voor boeken die op lijstjes staan.

Vraag 4: Welke 10 boeken zou iedereen gelezen moeten hebben?boeken

Mijn eigen persoonlijke keuze (op willekeurige volgorde) van boeken die ik iedereen aanraad. Doe ermee wat je wilt, lees ze – of niet, of verbaas je over mijn keuze. Mag ook.

  • Geert Mak – De eeuw van mijn vader. Vandaag op de kop af vier jaar geleden is mijn vader overleden. Hij is 86 geworden. Ik raakte met een oom in gesprek tijdens één van de bezoeken aan het verzorgingstehuis waar hij lag. De oom – wetend dat ik een fervent lezer ben – vroeg me of ik dit boek wel eens gelezen had omdat het naar zijn mening een perfect beeld gaf van de jeugd van mijn vader, zijn oudste broer. Daar had hij gelijk in, het is Holland op zijn breedst en op zijn smalst. Ik heb het in één ruk uitgelezen.
  • Johan Fabricius – De scheepsjongens van Bontekoe. Van alle jeugdboeken die ik gelezen heb, maakte deze wel de meeste indruk. Alles zat erin, geschiedenis, avontuur en een vlotte schrijfstijl. Het boek stamt uit 1923, maar is nog steeds uitstekend leesbaar.
  • De dagboeken van Anne Frank. Lezen! Een boek dat een beeld geeft van de waanzin die Tweede Wereldoorlog heette. Anne Frank is het symbool geworden van talloze te vroeg afgebroken levens.
  • Dick Francis – Banker. De boeken van Dick Francis hebben twee kenmerken. Hij schrijft over paarden en heeft bijna zielige hoofdpersonen waar je het op de één of andere manier toch ontzettend goed mee kan vinden. Ze wekken je sympathie op. ‘Banker’ is één van de besten, vind ik persoonlijk, maar ja, wie ben ik.
  • Annemarie Postma – Ik hou van mij. Gelezen in een tijd dat ik niet zo blij was met mezelf. Wat ga je dan doen? Aan jezelf werken. Ik heb in die tijd niet alleen een waardevolle serie gesprekken met een psycholoog gehad, maar ook dit boek gelezen. Nuchter, normaal, ok, een paar open deuren ingetrapt, maar ik had wel wat aan dit boek.
  • Laurence Rees – Auschwitz: the Nazis & the Final Solution. Een meesterlijk geschreven relaas over dit vernietigingskamp dat ik gelezen heb na een bezoek een het kamp. Merkwaardig genoeg ga je tijdens het lezen begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen.
  • Peer Wittenbols – Trilogie van het verlies. Toneel mag niet ontbreken. Peer Wittenbols is huisschrijver van Toneelgroep Oostpool. Alle stukken in deze bundel, ‘Het Zouthuis’, ‘Zullen we het liefde noemen’ en ‘Goedbloed’ zijn op zeer verdienstelijke wijze gespeeld door Haagse amateurtoneelgroepen en behoren tot mijn lievelingsstukken. Wittenbols is een meester in het beschrijven van personages.
  • Thea Beckman – Kruistocht in spijkerbroek. Omdat Thea Beckman niet mag ontbreken. Merk dat ik mezelf mag herhalen, want ook deze jeugdroman munt uit in geschiedenis, avontuur en een vlotte schrijfstijl. Het is alleen ietsje jonger, namelijk van 1971. En deze film heb ik gezien. Die van de Bontekoe niet.
  • Peter David – Imzadi. Een deeltje uit de Star Trek Next Generation serie. Het verhaal van de liefde tussen Riker en Deanna. Aan de schade aan het boek is te zien dat het overal mee naar toe is geweest, inclusief een strand in Portugal. Minstens vijf keer gelezen, als het niet meer is. Eén van mijn lievelingsboeken.
  • Het Groene Boekje. In dit geval raad ik niet aan dit gifgroene ding bladzij voor bladzij te gaan lezen, maar gebruik het! Al is het maar om je eigen taalgebruik te verbeteren.

Dat waren ze. Mijn lijstje van vandaag. Tien tegen één dat ik morgen tien andere boeken erbij kan noemen, want dat is het geval met lijstjes: ze worden alsmaar langer.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Hendrik Jan heeft het overgenomen in 2016. Deze vraag staat hier.

#50books vraag 37: historische romans

Vraag 37:
Lees jij historische romans, en zo ja wat zijn dan een aantal van jouw favoriete titels en/of schrijvers?

Jaren geleden verhuisde ik voor mijn werk naar Den Haag en kwam tot mijn vreugde dicht bij de Centrale Bibliotheek te wonen die toen nog aan de Bilderdijkstraat zat. Een oud gebouw met chronisch ruimtegebrek en allerlei leuke hoeken en gaten waar boeken verstopt zaten. Grasduinen was leuk, dus ik kwam regelmatig thuis met vooral historische boeken. Was mijn geheugen wat beter dan kon ik nu vertellen welke boeken dat allemaal waren, maar helaas.

Mijn boekenkast is een betere bron voor titels. Een boek dat ik prachtig vond en niet zo prachtig is vereeuwigd in een tv-serie, was The Far Pavillions van M.M. Kaye. Een geweldig en fascinerend relaas van de Indiase geschiedenis.
Marion Zimmer Bradley heeft met The mists of Avalon een prachtig boek geschreven, helaas vond ik haar andere boeken wat minder, daar ben ik nooit doorheen gekomen.
Een jeugdfavoriet is Thea Beckman, Geef me de ruimte en Kruistocht in spijkerbroek staan in mijn kast. Dat de rest er niet bij staat, wijt ik aan de nabijheid van de bibliotheek in mijn geboorteplaats.
scheepsjongens van BontekoeMaar mijn all-time favoriet is wel De scheepsjongens van Bontekoe van Johan Fabricius. Al in 1923 geschreven, blijft het boek geweldig en tijdloos. Het is in 2008 verfilmd, maar ik heb het nooit aangedurfd te kijken. Ik krijg wel meteen weer zin om het boek te gaan herlezen voor de zoveelste keer.

#50books is in 2013 begonnen door @petepel, in 2014 voortgezet door @drspee en in 2015 weer overgenomen door @petepel.
Deze #50books vraag vind je hier.

Louis Couperus – De komedianten

Deze roman van oude klassieker Louis Couperus heb ik helaas niet gelezen. De bespreking is geleend. Lavinius Gabinius, de dominus van de groep komedianten, die op één na allen zijn slaven zijn, komt naar Rome om zijn groep op te laten treden met de Scenische Spelen in het theater van Pompeius. Cecilius en Cecilianus, de zestienjarige tweeling die van jongs af aan in de groep zit, zijn de voornaamste spelers van de dominus. Zij spelen de belangrijke vrouwenrollen.
De volgende dag gaat de tweeling eropuit en als zij uitgejouwd worden door het volk, worden zij geholpen door Martialis en Plinius. Zij nemen de jongens mee naar het landgoed van Plinius, om te dansen en spelen voor de gasten van Plinius, bekende Latijnse dichters en schrijvers.
De dag daarop treedt de groep voor het eerst op in het theater van Pompeius. Zij spelen Bacchides van de Latijnse schrijver Plautus. In het publiek zit ook Crispina, hun moeder. Ze is trots op haar zoons, ook al weten ze niet dat zij hun moeder is.
Als de Scenische Spelen voorbij zijn huurt Crispina de tweeling voor een tijdje van de dominus. Cecilius en Cecilianus zijn er al achter dat zij hun moeder is, maar vertellen haar niet dat ze het weten, ze vinden het wel goed zo. Na een paar dagen neemt de broer van Crispina, Crispinus, tot grote woede van zijn zus Cecilius mee naar keizer Domitianus om bij hem in de gunst te komen. De keizer laat Cecilius niet meer gaan, en laat hem elke avond voor hem dansen.
Het boek speelt zich af in 96 na Chr. Duidelijk komt in het verhaal naar voren wat zich in die tijd afspeelde. De halfwaanzinnige Domitianus was keizer van het Romeinse rijk. Domitianus werd keizer op 30-jarige leeftijd in 81 na Chr., na de dood van zijn jongere broer Titus. Hij was arrogant.
In het boek komen veel bekende Latijnse schrijvers en dichters voor. Niet alleen Martialis en Plinius, maar ook anderen.

Louis Couperus leefde van 1863 tot 1923. Hij reisde veel. In 1894 reisde hij voor het eerst naar Rome en hij zou er nog vaak terugkomen. Het moderne Rome vond hij niet zo boeiend, maar hij was geïntrigeerd door het antieke Rome. Hij bezocht alle ruïnes en vond de charmes ervan overweldigend. De bouwvallen van de Thermen van Caracalla in Rome inspireerden hem tot de antieke roman De berg van licht. Wat ook een openbaring voor hem was, waren de vele ruime musea waar hij uren kon rondlopen.
Geïnspireerd door het oude Rome schreef hij ook nog Dionyzos, God en goden en het nooit afgemaakte Endymion. Over Italië zelf schreef hij Blanke steden onder een blauwe lucht.

Louis Couperus – De komedianten (Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1917)

Anthony Burgess – A dead man in Deptford

Meteen opzij gelegd, helaas. Het taalgebruik, zestiende eeuws aandoend, was niet om door te komen, in ieder geval niet voor mensen die weinig geduld hebben, waar uw ondergetekende ook onder valt.
Christopher Marlowe was een dichter en toneelschrijver in de tijd van William Shakespeare die onder verdachte omstandigheden bij een barruzie in Deptford vermoord werd.
Marlowe werd geboren in Canterbury als de zoon van een schoenmaker. Hij studeerde met een beurs in Cambridge en woonde vanaf ongeveer 1586 in Londen. Na Cambridge trok hij naar Londen waar hij zich bij The Lord Admiral’s Company onder leiding van de beroemde acteur Edward Alleyn vervoegde en toneelstukken begon te schrijven. Hij kende haast onmiddellijk succes.
Hij was één van de eerste schrijvers die ‘blanke verzen’ schreef. Een blank vers is een dichtvorm waarin geen rijm (met name eindrijm) voorkomt. Het metrum (ritme) is wel belangrijk. Van oorsprong wordt de rijmloze, vijfvoetige jambe zo genoemd.
Ook schreef hij jambische pentameters. Een pentameter is een versregel die bestaat uit vijf versvoeten, bijvoorbeeld een vijfvoetige dactylus of jambe.
Shakespeare was één van zijn navolgers. The merchant of Venice van Shakespeare was geinspireerd door Marlowe’s The Jew of Malta.

Anthony Burgess – A dead man in Deptford (London: Hutchinson, 1983)

Karen Harper – Mistress Shakespeare

Mistress Shakespeare is nog een Shakespeare boek, maar dit keer over de liefdes in zijn leven. William Shakespeare was in 1582 getrouwd met Anne Hathaway, maar in hetzelfde register als waarin Anne H. werd vermeld, werd ook het huwelijk van Anne Whateley met Shakespeare vermeld. In dit boek doet Anne Whateley haar verhaal over hoe ze Shakespeare leerde kennen als kind, hoe ze toen al zijn vriendinnetje was en hoe ze later met hem getrouwd is. Ze moet door zijn huwelijk met Anne H. verdragen dat haar huwelijk geheim gehouden moet worden.
Op zich is het natuurlijk heel interessant en bijna een boeketreeksonderwerp: wat als Anne Whateley inderdaad de liefde van zijn leven was? De dame uit zijn sonnetten, zijn inspiratie en zijn muze? Heel jammer, daar kwam ik niet eens aan toe.
Ik lees de laatste tijd blijkbaar alleen maar boeken waarin de hoofdpersonen vervelende niet-inspirerende mensen zijn.

Een uitgebreide bespreking van iemand die wel gecharmeerd was van dit boek is te vinden in het blog van Firefly.

Karen Harper – Mistress Shakespeare (New York: Putnam, 2009)

Robert Nye – The late mr. Shakespeare

Helaas weer zo’n boek dat me niet kan bekoren. Dat worden er drie achter elkaar en heel typisch, twee daarvan hebben een Shakespeare-onderwerp.
Dit boek gaat over een acteur, Robert Reynolds, ook wel bekend als “Pickleherring”, die Shakespeare heeft ontmoet toen hij 13 was en de auteur in de 30.
Shakespeare is al jaren dood en Pickleherring, nu in de 80, meent dat de tijd is gekomen om de wereld te vertellen wat hij weet over Shakespeare.
Helaas verveelde Pickleherring me al op het moment dat hij Shakespeare ontmoette, anders was het me wel gelukt dit op zich interessante boek te lezen, maar nu heb ik het na twee hoofdstukken laten zitten.
Het wordt wel geroemd als een boek dat zeer interessant kan zijn voor Shakespeare liefhebbers.

Op Goodreads wordt het besproken door veel lezers die het wel mooi vinden.

Robert Nye, The late Mr. Shakespeare (London: Chatto & Windus, 1998)

Caliban’s wraak – Tad Williams

Tad Williams is vooral bekend als schrijver van lijvige, veeldelige fantasy-verhalen. Caliban’s hour is een op zichzelf staande roman, dat het verhaal vertelt van Caliban, één van de figuren uit The Tempest van William Shakespeare. Hij wil wraak nemen op prinses Miranda die hem destijds verlaten heeft.
The Tempest in het kort: de rechtmatige hertog van Milaan, Prospero, wordt samen met zijn dan driejarige dochter Miranda verbannen. Zij komen op een eiland terecht waar Caliban en Ariel de enige bewoners zijn. Ariel is een geest. Caliban is hier terechtgekomen door zijn moeder Sycorax, een Algerijnse heks. Prospero zorgt ervoor dat zijn broer Antonio schipbreuk lijdt door een storm (tempest) op te wekken. Antonio wordt vergezeld door zijn vriend, koning Alonso van Napels, diens broer en zoon (Sebastian en Ferdinand). Ferdinand is uiteindelijk degene die met Miranda gaat trouwen. Het hele gezelschap verlaat het eiland en laat Caliban achter.

Caliban slaagt erin het eiland te verlaten en Miranda op te zoeken. Hij doet haar zijn verhaal over hoe het voor hem was voordat haar vader en zij op het eiland terecht kwamen. Dit beslaat bijna het hele boek.
The Tempest werd oorspronkelijk beschreven als een komedie, later als een romance. Caliban’s wraak is uiteindelijk ook een romance. Miranda’s dochter Giulietta gaat met hem mee, terug naar het eiland. Zij heeft zijn verhaal gehoord, verscholen in de kamer van haar moeder. Ze vindt hem geen monster, maar een mens. Ze gaat met hem mee, niet om het leven van haar moeder te redden, maar omdat ze dat zelf wil.

Tad Williams, Caliban’s wraak (Amsterdam: Luitingh-Sijthoff, 1995)

Een koninkrijk voor een moord – Josephine Tey

Josephine Tey heeft vijf romans geschreven met Scotland Yard inspecteur Alan Grant. In deze roman, Een koninkrijk voor een moord (The daughter of time) is Grant in het ziekenhuis opgenomen en probeert met hulp van vele boeken en vrienden die voor hem research doen de puzzel van Koning Richard III op te lossen. Het boek speelt in de jaren vijftig van de twintigste eeuw, geen laptop met internet dus voor Alan Grant.
Richard III was slechts twee jaar koning van Engeland (1483-1485) en werd beschuldigd van de moord op zijn twee neefjes, de prinsen in de Tower. Hij overleed in 1485 bij de slag van Bosworth en werd opgevolgd door Henry Tudor, die als Henry VII de troon besteeg. Door Tudorschrijvers zoals onder andere Thomas More, werd hij omschreven als misvormd, hetgeen als bewijs werd gezien van een slecht karakter. Ook wordt hij als veel ouder voorgesteld dan hij in werkelijkheid was. In de tegenwoordige tijd wordt dit als misleiding gezien. More maakte diepe indruk op William Shakespeare die zijn Richard III op diens geschiedenis van Engeland baseerde. Hij was 32 toen hij overleed, maar wordt in films gespeeld door veel oudere acteurs. Portretten laten een oudere man zien.
Er is een duidelijke theaterconnectie. Shakespeare’s beeld van Richard III speelt een belangrijke rol in deze roman. Grants vriendin is actrice. De belangrijkste researcher voor Grant is de verloofde van een actrice.

The cloud machinery – Christopher Whyte

Het theater van St Hyginus in Venetië gaat heropenen na zeven jaar gesloten te zijn geweest. De jonge homoseksuele musicus Domenico zal de opera’s die opgevoerd gaan worden, dirigeren. Domenico en zijn minnaar Rodolfo ontdekken de halfgekke castrato Angelo Colombani in een kamer met een machine die gebruikt wordt in het theater. Deze wolkenmachine faalde zeven jaar eerder en dit leidde tot de sluiting van het theater.
In het theater is het testament van Goffredo Negri verborgen. Negri is een charlatan die diezelfde nacht zeven jaar geleden de dochter van een Napolitaanse prins ontvoerde.
Ik heb het boek niet uit kunnen krijgen, boeide me gewoon niet genoeg. Maar Domenico is uiteindelijk degene die ervoor zorgt dat het testament tevoorschijn komt en de prinses weer boven water komt.
Een boek uitermate geschikt voor deze lijst omdat het grotendeels in het theater speelt.

Christopher Whyte, The cloud machinery (London: Gollancz, 2000)